Reglement Examencommissie Faculteit der Letteren RU
Faculteit der Letteren Radboud Universiteit Nijmegen In het examenreglement zijn de regels van de examencommissie m.b.t. de goede gang van zaken tijdens de tentamens en de richtlijnen m.b.t. de beoordeling opgenomen. Dit reglement is niet los te zien van wat bepaald en geregeld is in de Structuurregeling van universiteit, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW), de onderwijs en examenregeling (OER) en het Studentenstatuut. In de OER zijn de opleiding specifieke rechten en plichten opgenomen van studenten enerzijds en de universiteit anderzijds. In het Studentenstatuut staan de rechten en plichten die voor alle studenten gelden. PREAMBULE Dit reglement onderscheidt de bevoegdheden van de examencommissie en deelexamencommissies, en is van toepassing op alle opleidingen van de Faculteit der Letteren, met uitzondering van opleidingen die samen met andere instellingen verzorgd worden (bijv. Europese Studies of de Research Master Language and Communication). Daarnaast wordt de instelling van een facultaire toets(advies)commissie beschreven. De examencommissie is procedureel verantwoordelijk voor de organisatie van tentamens en examens en inhoudelijk verantwoordelijk voor de borging van de kwaliteit van tentamens. De examencommissie machtigt aan de deelexamencommissie met name haar reactieve taken (zie Handboek Kwaliteitszorg Onderwijs Radboud Universiteit Nijmegen). Zo behandelt de deelexamencommissie bijvoorbeeld individuele verzoeken van studenten betreffende de toelating tot de opleiding (al dan niet met een buitenlands diploma), extra voorzieningen, verzoeken rondom vrijstellingen, de goed- of afkeuring van individuele studieprogramma's, deficientiepakketten en de goedkeuring van vrije minoren. Daarnaast reikt zij de benodigde gegevens aan voor het jaarverslag en adviseert zij gevraagd en ongevraagd de examencommissie. Voor de borging van de kwaliteit van de toetsen, wint de examencommissie advies in bij de facultaire toets(advies)commissie. De toets(advies)commissie heeft het recht om op basis van de jaarlijkse rapportage van de deelexamencommissies nadere informatie op te vragen bij de deelexamencommissies en naar eigen inzicht nader onderzoek te doen. PARAGRAAF 1 - ALGEMENE BEPALINGEN
art. 1 − Toepassingsgebied Dit reglement is van toepassing op de tentamens en de examens van de bachelor en master opleidingen van de Faculteit der Letteren De in de Onderwijs- en Examenregeling van deze opleidingen omschreven begrippen zijn ook van toepassing op dit reglement. art. 2.1 – Examencommissie 1. De examencommissie kent afzonderlijke deelexamencommissies. In bijlage A worden de deelexamencommissies nader gespecificeerd. Elke deelexamencommissie heeft een voorzitter. 2. De beoogde voorzitter en de beoogde leden van de examencommissie worden door de decaan van de Faculteit, gehoord de examencommissie, in functie benoemd voor een periode van drie jaar. Zij behoren tot de vaste wetenschappelijke staf van de faculteit. 3. De examencommissie bestaat (bij voorkeur) uit voorzitters, van de deelexamencommissies. Daarnaast worden één of meer externe deskundige(n) benoemd als lid van de examencommissie. De decaan benoemt ten minste één lid dat geen benoeming heeft ten behoeve van één van de opleidingen van de FdL. 4. De examencommissie wijst in haar midden (tenminste) drie leden aan als lid van de facultaire toets(advies)commissie, die onder meer belast is het onderzoek naar de kwaliteit van de toetsing. 5. De examencommissie vergadert ten minste vier keer per jaar en neemt besluiten bij gewone meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken, beslist de voorzitter. 1/8
Reglement Examencommissie Faculteit der Letteren RU
6. De examencommissie ziet erop toe dat een beslissing over een verzoek binnen zes weken na ontvangst van dat verzoek wordt genomen. 7. Besluiten van een examencommissie worden in notulen vastgelegd. De notulen worden ten minste door of namens de voorzitter door een der leden gefiatteerd. 8. De examencommissie stelt jaarlijks per studiejaar een verslag van haar werkzaamheden op en verstrekt dit uiterlijk 1 februari volgend op het desbetreffende studiejaar aan de decaan. 9. De examencommissie wordt in haar werkzaamheden ondersteund door een door de decaan aangewezen ambtelijk secretaris, die geen deel uitmaakt van de examencommissie. De ambtelijk secretaris draagt zorg voor: a. het voorbereiden, bijeenroepen en notuleren van de vergaderingen; b. het bewaken van de uitvoering van genomen besluiten; c. het communiceren van besluiten aan studenten en andere betrokkenen; d. het opstellen van periodieke rapportages; e. het archiveren van behandelde verzoeken, bezwaren en genomen besluiten. 10. De examencommissie delegeert aan de voorzitter de behartiging van de dagelijkse gang van zaken. De voorzitter wordt ondersteund door de ambtelijk secretaris. 11. De examencommissie machtigt de voorzitter van de deelexamencommissie als bedoeld in artikel 2.2 om namens haar te verklaren dat de afstuderende student in de desbetreffende bachelor- of masteropleiding die voldaan heeft aan de exameneisen, daarmee geslaagd is. 12. De examencommissie stelt regels vast betreffende de tekst op het bachelor-/masterdiploma en het bijhorende diplomasupplement binnen de daarvoor gestelde kaders van de Radboud Universiteit. Deze regels zijn daarmee bindend voor alle bachelor- en masteropleidingen van de FdL. 13. De examencommissie stelt richtlijnen vast betreffende de diploma-uitreikingen en deze richtlijnen zijn daarmee bepalend voor alle bachelor- en masteropleidingen in de FdL. 14. De examencommissie stelt het kader vast waarbinnen fraudegevallen door deelexamencommissies dienen te worden afgehandeld. 15. De examencommissie maakt haar besluiten bekend aan de betrokkenen van de desbetreffende opleidingen. 16. De examencommissie bepaalt de taken, bevoegdheden en werkwijze van de deelexamencommissies. Zij kan taken opdragen aan de deelexamencommissies en die machtigen de desbetreffende bevoegdheden uit te oefenen. Voor zover het om standaard taken gaat zijn deze vermeld in artikel.2.2, lid 10 e.v. art. 2.2. Deelexamencommissie: samenstelling, werkwijze en wijze van beslissen 1. De beoogde voorzitter en de beoogde leden van de deelexamencommissies worden, gehoord de beoogde leden van de deelexamencommissie, benoemd door de decaan. De decaan benoemt op voordracht van de deelexamencommissie één van haar leden tot voorzitter. Zij kan bovendien uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aanwijzen, die namens de voorzitter handelt en tekent in geval van afwezigheid van de voorzitter. 2. De voorzitter van een deelexamencommissie is bij voorkeur hoogleraar of universitair hoofddocent, werkzaam in een vakgebied dat onderwezen wordt in een van de opleidingen waarvan de examens ressorteren onder de desbetreffende deelexamencommissie. 3. De deelexamencommissie wijst uit haar midden een lid aan dat belast is met de behartiging van de dagelijkse gang van zaken van de deelexamencommissie (i.e. secretaris van de deelexamencommissie). NB dit is niet de ambtelijk secretaris. 4. De deelexamencommissie handelt en besluit in overeenstemming met de geldende (wettelijke) bepalingen en regels en richtlijnen van de examencommissie. De deelexamencommissie neemt besluiten bij gewone meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken beslist de voorzitter. 5. De deelexamencommissie reikt de benodigde gegevens aan de examencommissie aan ter ondersteuning van het jaarverslag en zij brengt verslag uit van haar jaarlijkse steekproefsgewijze controle van toetskwaliteit ter ondersteuning van het toetsverslag. 6. De deelexamencommissie rapporteert zonodig, gevraagd en ongevraagd aan de examencommissie en aan de toets(advies)commissie. 7. De deelexamencommissie wijst examinatoren aan en kan hen richtlijnen voor toetsing geven, ook voor onderdelen die buiten het reguliere opleidingsprogramma vallen. 8. De deelexamencommissie draagt zorg voor goede uitvoering van tentamens, ook in bijzondere gevallen (b.v. handicap). 9. De deelexamencommissie behandelt, waar nodig in afstemming met de examencommissie, klachten over tentamens en over beoordeling van afgelegde tentamens.
2/8
Reglement Examencommissie Faculteit der Letteren RU
10. De deelexamencommissie handelt concrete gevallen af van vermoede fraude volgens de OER en de nadere regels van de examencommissie. 11. De deelexamencommissie kan studenten uitsluiten van tentamens/examens. 12. De deelexamencommissie toetst en besluit over verzoeken om vrijstellingen van examenonderdelen (o.a. bij onderdelen afgelegd in het buitenland en andere instellingen), gehoord de examinator van het betreffende examenonderdeel, conform art. 5.12 van de OER. Tevens besluit zij over verzoeken om credit transfer, conform de OER. Gevallen die niet conform de OER kunnen worden geregeld, worden door de examencommissie afgehandeld. 13. De deelexamencommissie toetst het dossier van de afstuderende student aan de in de OER vastgestelde exameneisen; de voorzitter verklaart dat de student al of niet geslaagd is, eventueel met een judicium. Gevallen die niet geheel conform de OER kunnen worden geregeld, worden door de examencommissie afgehandeld. 14. Indien een student beroep aantekent tegen een besluit, vertegenwoordigt de deelexamencommissie de examencommissie bij het College van Beroep voor de Examens, tenzij representatie door de facultaire examencommissie wenselijk is. De poging tot een minnelijke schikking wordt namens de examencommissie behartigd door een lid van de examencommissie dat niet bij het besluit betrokken was. 15. De deelexamencommissie reikt de bachelor- en mastersdiploma’s uit en ziet toe op een ordelijk verloop van de bijeenkomsten waarop deze uitreikingen plaatsvinden. 16. Indien nodig adviseert de deelexamencommissie de opleidingscoördinator van de desbetreffende opleiding of de onderwijsdirecteur van de faculteit, gevraagd en ongevraagd, over de bachelor- en masterprogramma’s (zowel algemeen als in individuele gevallen) en deelt dat advies ook aan de examencommissie mee. 17. De deelexamencommissie maakt, desgewenst via de ambtelijk secretaris, haar besluiten bekend aan de betrokkenen van de desbetreffende opleidingen. Indien besluiten studenten betreffen, zal (ook) de ambtelijk secretaris deze aan de betreffende studenten meedelen. 18. De deelexamencommissie handelt alle overige werkzaamheden af die te maken hebben met de uitvoering van de OER voor zover van belang voor de desbetreffende opleiding. art. 2.3 Facultaire toets(advies)commissie: samenstelling, werkwijze. 1. De toets(advies)commissie bestaat uit 5 leden, waarvan er drie tevens lid zijn van de examencommissie. De leden worden benoemd door de examencommissie. Zij wijst uit haar midden een voorzitter aan. De ambtelijk secretaris van de examencommissie ondersteunt eveneens de toets(advies)commissie. Tenminste één van de extern deskundigen genoemd in art. 2.1.3 is ook lid van de toets(advies)commissie. In voorkomende gevallen kan ook een ander (adviserend) lid aan de toets(advies)commissie worden toegevoegd door de examencommissie. 2. De toets(advies)commissie is belast met de analyse en advisering ten aanzien van de kwaliteit van de toetsing. Daartoe stelt zij iedere zes jaar een meerjarenwerkplan vast op basis van de toetsplannen van de verschillende opleidingen, dat de voorafgaande goedkeuring van de examencommissie behoeft. Volgens het vastgestelde werkplan onderzoekt zij de kwaliteit van afzonderlijke toetsen met betrekking tot de validiteit (het meten van kennis, vaardigheden en competenties) en betrouwbaarheid (het consistent en nauwkeurig zijn) en informeert de examencommissie daarover. 3. De toets(advies)commissie is bevoegd nadere informatie op te vragen bij de deelexamencommissies en individuele docenten/examinatoren en kan naar eigen inzicht nader onderzoek doen. 4. De toets(advies)commissie stelt jaarlijks per studiejaar een verslag van haar werkzaamheden op en verstrekt dit uiterlijk 1 januari volgend op het desbetreffende studiejaar aan de examencommissie. art. 3 - Maatstaven De deelexamencommissie neemt bij haar beslissingen de volgende maatstaven tot richtsnoer: a. het behoud van kwaliteitseisen van een examen of toets; b. doelmatigheidseisen, onder meer tot uitdrukking komend in het streven om: - tijdverlies voor studenten, die een snelle voortgang met de studie maken, zoveel mogelijk te beperken; - studenten zo snel mogelijk te bewegen hun studie af te breken, indien het slagen voor een examen of toets onwaarschijnlijk is geworden; c. bescherming tegen zichzelf van de student die een te grote studielast op zich wil nemen; 3/8
Reglement Examencommissie Faculteit der Letteren RU
d.
mildheid ten opzichte van studenten, die door omstandigheden buiten hun schuld in de voortgang van hun studie vertraging hebben ondervonden.
art. 4 - Examinatoren 1. Leden van het wetenschappelijk personeel , die belast zijn met het onderwijs van een cursus of een deel ervan, zijn als examinator verantwoordelijk voor de toetsing van de cursus. De docent is examinator, tenzij de deelexamencommissie anders beslist. De deelexamencommissie kan overige leden van het wetenschappelijk personeel en deskundigen van buiten de opleidingen als examinator aanwijzen. 2. De deelexamencommissie kan overgaan tot intrekking van de aanwijzing als examinator indien de examinator zich niet houdt aan wet- en regelgeving of richtlijnen van de examencommissie, of als de competentie van de examinator op het gebied van toetsen (maken, afnemen, beoordelen) herhaaldelijk van onvoldoende kwaliteit is gebleken. 3. De examinator maakt richtlijnen betreffende de toetsing van het examenonderdeel ruim van te voren bekend bij de studenten. 4. De examinator bepaalt de toetsingscriteria van het examenonderdeel waarvoor hij verantwoordelijk is, en zorgt ervoor dat deze ruim van te voren bekend zijn bij de studenten. 5. De examinator maakt voor het begin van een cursus in de universitaire onderwijscatalogus of in de studiehandleiding de bronnen bekend waaraan de te toetsen stof van het examenonderdeel wordt ontleend. PARAGRAAF 2 - ORGANISATIE TOETSEN EN GOEDE GANG VAN ZAKEN art. 5- Tijdstippen tentamens 1. De tijdstippen waarop schriftelijke tentamens worden afgenomen, zijn tenminste 30 dagen voor aanvang van het desbetreffende blok/semester namens de deelexamencommissie vastgesteld. 2. Bij de vaststelling van de tijdstippen van tentamens wordt zoveel mogelijk voorkomen dat tentamens van dezelfde opleiding samenvallen. 3. Wijziging van vastgestelde tentamentijdstippen vindt uitsluitend plaats in geval van overmacht. Daartoe beslist de deelexamencommissie. 4. Mondelinge tentamengelegenheden worden ruim van te voren bekend gemaakt via een tentamenrooster. Mondelinge tentamens kunnen ook op een door de betreffende examinator(en), zo mogelijk na overleg met de student, te bepalen tijdstip worden afgenomen. 5. De tijdstippen van tentamens die op een andere wijze dan schriftelijk of mondeling worden afgenomen, worden zoveel mogelijk conform het voorgaande lid vastgesteld. Tijdstippen voor schriftelijke aanvullende toetsen worden tenminste twee weken van tevoren vastgesteld en bekend gemaakt. Er zitten minimaal vijf werkdagen tussen het bekendmaken van het resultaat en de aanvullende toets. art. 6 - Aanmelding tentamens 1. Bij inschrijving voor een cursus is de student automatisch ingeschreven voor de eerste gelegenheid van een schriftelijke toets. Indien hij de toets bij de eerste gelegenheid niet met goed gevolg afrondt of geen gebruik maakt van de eerste gelegenheid, dient hij zich voor de tweede gelegenheid zelf tijdig en op deugdelijke wijze aan te melden via Osiris Student. 2. Als een student aantoont door overmacht te zijn verhinderd zich tijdig in te schrijven, kan de deelexamencommissie hem/haar toestaan alsnog aan de tentamengelegenheid deel te nemen. 3. De student die zich niet heeft ingeschreven voor een toets loopt het risico niet aan die toets te kunnen deelnemen. art. 7 - Terugtrekking tentamens 1. Indien de student niet kan deelnemen aan de toets waarvoor hij is aangemeld, dient hij zich uiterlijk zeven dagen voor het tijdstip van de toets af te melden. 2. De student die zich aanmeldt voor een tentamen en zich niet afmeldt, krijgt bij niet verschijnen op (een deel van) een tentamen van een examenonderdeel automatisch de beoordeling niet verschenen c.q. onvoltooid voor het desbetreffende (deel van het) tentamen. art. 8 - De orde tijdens de tentamens De examinator is verantwoordelijk voor de goede organisatie van een tentamen. In het bijzonder gelden daarbij de volgende bevoegdheden, rechten en verantwoordelijkheden. 1. De examinator draagt ervoor zorg, dat ten behoeve van de schriftelijke tentaminering voldoende surveillanten worden aangewezen voor een ordelijk verloop van het tentamen. 4/8
Reglement Examencommissie Faculteit der Letteren RU
2. De examinator is aanwezig bij het schriftelijk tentamen. In geval van afwezigheid wijst de examinator een surveillant aan als zijn vervanger bij het tentamen en delegeert de bevoegdheden van toezicht voor de duur van het tentamen. 3. De student is verplicht zich op verzoek van of vanwege de deelexamencommissie te legitimeren met behulp van zijn collegekaart of een geldig identiteitsbewijs. De toegang tot het tentamen kan worden ontzegd, indien de student zich niet kan legitimeren. 4. Laatkomers worden tot een tentamen toegelaten tot ten hoogste 30 minuten na de aanvang van het tentamen. Indien een student door overmacht niet binnen deze tijdslimiet aanwezig kan zijn, beslist de examinator, of de student alsnog tot het tentamen wordt toegelaten. 5. Studenten mogen de zaal waar het tentamen wordt afgenomen, niet verlaten binnen 30 minuten na aanvang van het tentamen. 6. Nadat een deelnemer aan het tentamen de zaal heeft verlaten, worden geen laatkomers meer tot het tentamen toegelaten. 7. De examinator kan aanwijzingen geven dat de studenten hun tassen, jassen, en elektronische apparatuur, bij aanvang van het tentamen inleveren bij de surveillanten. 8. Aanwijzingen van de deelexamencommissie, c.q. de examinator of surveillant, die voor, tijdens of onmiddellijk na afloop van het tentamen gegeven worden, dienen door de student te worden opgevolgd. 9. Volgt de student een of meer aanwijzingen als bedoeld in het achtste lid niet op, dan kan hij door de examinator c.q. surveillant worden uitgesloten van verdere deelname aan het desbetreffende tentamen. De examinator c.q. surveillant informeert schriftelijk de deelexamencommissie van het voorval binnen één werkdag. Voordat de deelexamencommissie een besluit tot definitieve uitsluiting neemt, stelt zij de student in de gelegenheid ter zake te worden gehoord. De uitsluiting heeft tot gevolg dat geen uitslag van het tentamen wordt vastgesteld. 10. Ingeval de examinator vermoedt dat een student fraudeert tijdens het tentamen, neemt hij terstond het schriftelijke werk van de student in, alsmede (voor zover daartoe gerechtigd) eventuele andere mogelijke bewijsstukken, onder het uitspreken van de reden tot inbeslagname. De examinator handelt verder conform art. 15 van de OER, waarbij hij binnen één werkdag de deelexamencommissie en de programmaleider van de door de student gevolgde opleiding schriftelijk op de hoogte stelt van het voorval. PARAGRAAF 3 - BEOORDELING TOETSEN, THESIS art. 9 – Beoordeling toetsen 1. De examinator beoordeelt de geleverde prestaties van een student conform de toetsingscriteria van het desbetreffende examenonderdeel. De deelexamencommissie ziet er op toe dat de beoordeling van schriftelijke toetsen geschiedt aan de hand van tevoren schriftelijk vastgelegde, en eventueel naar aanleiding van de correctie bijgestelde, normen. 2. Ingeval bij de beoordeling van de toets meer dan één examinator is betrokken, ziet de deelexamencommissie erop toe, dat alle examinatoren beoordelen aan de hand van dezelfde normen. 3. De wijze van beoordeling is zodanig dat de student kan nagaan hoe de uitslag van zijn toets tot stand is gekomen. 4. Voor de beoordeling van het resultaat van een toets/cursus geldt het laatst toegekende cijfer. 5. Met instemming vooraf van de deelnemende studenten of in geval van overmacht, kan de examinator aan de deelexamencommissie om een andere nakijktermijn dan vermeld in de OER verzoeken. Indien een andere termijn wordt toegestaan, dan wordt deze terstond aan alle deelnemers bekend gemaakt.
art. 10 − Nabespreking 1. Zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van de uitslag van een mondeling tentamen vindt desgevraagd dan wel op initiatief van de examinator een nabespreking plaats tussen de examinator en de student, waarbij de examinator de uitslag motiveert. 2. Gedurende een termijn van tenminste 20 werkdagen, die aanvangt op de dag na de bekendmaking van de uitslag van een schriftelijk tentamen, kan de student de examinator om een nabespreking verzoeken. De nabespreking geschiedt op een door de examinator te bepalen plaats en tijdstip. 3. Indien een collectieve nabespreking wordt georganiseerd, kan de student een verzoek als bedoeld in het tweede lid pas indienen, wanneer hij bij de collectieve bespreking aanwezig is 5/8
Reglement Examencommissie Faculteit der Letteren RU
geweest en hij het desbetreffende verzoek motiveert of wanneer hij door overmacht verhinderd is geweest bij de collectieve nabespreking aanwezig te zijn. 4. Het bepaalde in het vorige lid is van overeenkomstige toepassing, indien de examinator aan de student gelegenheid biedt om zijn uitwerking te vergelijken met een uitwerking van een soortgelijk tentamen. PARAGRAAF-4 – BORGEN KWALITEIT EXAMINERING art. 11 - Borgen kwaliteit toetsen De a. b. c.
examencommissie en deelexamencommissies zien er op toe dat: er een toetsbeleid/toetsplan is dat wordt uitgevoerd toetsen worden gemaakt op basis van de leerdoelen en eindtermen van de cursus er uniforme afspraken zijn over de manier waarop toetsen worden gemaakt
art. 12 - Onderzoeken kwaliteit toetsen 1. De toets(advies)commissie is belast met de analyse en advisering ten aanzien van de kwaliteit van de toetsing. Daartoe onderzoekt zij volgens haar eigen meerjarenwerkplan – en naar aanleiding van klachten, uitkomsten van evaluaties, slagingspercentages en dergelijke - de kwaliteit van afzonderlijke toetsen met betrekking tot de validiteit (zij meten kennis, vaardigheden en competenties) en betrouwbaarheid (zij zijn consistent en nauwkeurig) en informeert de examencommissie daarover. 2. De examencommissie kan de toetscommissie opdracht geven tot het verstrekken van informatie, het doen van onderzoek en het doen van voorstellen met betrekking tot de inrichting van de toetsing. De toetscommissie is voor de uitvoering van deze opdrachten verantwoording verschuldigd aan de examencommissie. art. 13 - Borgen van kwaliteit examens (eindniveau van de afgestudeerden) De deelexamencommissie ziet er op toe dat: a. de eindkwalificaties van de opleiding zoals beschreven in de Onderwijs- en Examenregeling, zijn vertaald in toetsbare leerdoelen per cursus. b. er systematisch wordt nagegaan of er voldoende aansluiting is tussen de cursusdoelen en de eindtermen, of de optelsom van de leerdoelen per cursus overeen komt met meerdere eindkwalificaties van de opleiding. PARAGRAAF-5 – Vrijstellingen art. 14 – Vrijstelling 1. De student die voor één of meer vrijstellingen in aanmerkingen wenst te komen, dient een gemotiveerd verzoek in bij de deelexamencommissie van zijn opleiding. Het verzoek is ondertekend en bevat: naam, adresgegevens en studentnummer een omschrijving van de gronden waarop de vrijstelling wordt verzocht voor welke cursus(sen) de vrijstelling wordt verzocht een gewaarmerkte kopie van diploma, cijferlijst of een bewijs van eerder afgelegde toetsen en/of een beschrijving van de buiten het hoger onderwijs opgedane kennis en ervaring, vergezeld van relevante documenten waaruit dit blijkt. 2. De aanvraag tot vrijstelling wordt uiterlijk vijf maanden voor de afronding van de opleiding ingediend. 3. De deelexamencommissie legt het verzoek voor advies voor aan de examinator(en) die belast is (zijn) met het onderwijs van de cursus(sen) waarvoor de vrijstelling wordt verzocht. 4. De deelexamencommissie beslist binnen zes weken na datum van ontvangst van het verzoek over het verlenen van de vrijstelling. PARAGRAAF- 6 - Overige artikelen art. 15 − Wijziging 1. Wijzigingen van dit reglement worden door de examencommissie bij afzonderlijk besluit vastgesteld. 6/8
Reglement Examencommissie Faculteit der Letteren RU
2. Geen wijzigingen vinden plaats die van toepassing zijn op het lopende studiejaar, tenzij de belangen van studenten hierdoor redelijkerwijs niet worden geschaad. 3. In alle gevallen waarin dit reglement niet of niet volledig voorziet dan wel indien toepassing leidt tot onbillijkheden van overwegende aard kan de examencommissie anders beslissen. Inwerkingtreding Dit reglement treedt in werking op 1 september 2014.
7/8
Reglement Examencommissie Faculteit der Letteren RU
Bijlage A Bacheloropleidingen FdL Algemene Cultuurwetenschappen Communicatie- en Informatiewetenschappen Duitse taal en cultuur Engelse taal en cultuur Geschiedenis GLTC Kunstgeschiedenis Nederlandse Taal en Cultuur Romaanse Talen en Culturen Taal- en Cultuurstudies Taalwetenschap Masteropleidingen FdL Communicatie- en Informatiewetenschappen Geschiedenis Kunst- en Cultuurwetenschappen Letterkunde North American Studies Oudheidstudies Linguistics Research Masters FdL Art and Visual Culture Historical Studies Literary Studies
8/8