Technisch Bureau Bouwnijverheid
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardènwetgeving t.a.v. dhr. mr. M.H.M, van derGoes Postbus 90801 2509 LV DEN HAAG
Harderwijk,
27 juni 2013
kenmerk: Uwref.: betreft:
666/13/JD/ro 2013-0000046719 Jaarverslagen 2012
Geachte heer Van der Goes, In antwoord op uw bovengenoemde brief d.d. 23 april j l . zenden wij u hierbij (in drievoud en in twee enveloppen) de jaarstukken met bijbehorende accountantsverklaringen van de volgende stichtingen: - Stichting Aanvullingsfonds voor de Bouwnijverheid - Stichting Tijdspaarfonds voor de Bouwnijverheid - Stichting Scholingsfonds voor de Bouwnijverheid - Stichting O&O-fonds voor de Bouwnijverheid, inclusief de bij het jaarverslag behorende verantwoordingen. De digitale exemplaren zijn bijgesloten. Ik ga ervan uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet,
J. van Dongen secretaris cao-partijen Bijlagen
Postbus 1128, 3840 BC Harderwijk, Tel: 0341 43 63 60 Fax: 0341 43 63
stichting Aanvullingsfonds voor de Bouwnijverheid Jaarverslag over het boekjaar 2012
Inhoudsopgave
Jaarverslag 2012 Voorwoord
3
Bestuur
4
Doelstelling van het fonds
4
Kerncijfers
6
Premiebeleid
7
Uitvoering van de regelingen
8
Communicatie
17
Jaarrekening 2012 Balans per 31 december 2012
19
Staat van baten en lasten over 2012
20
Kasstroomoverzicht over 2012
21
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
22
Toelichting op de balans per 31 december 2012
25
Toelichting op de staat van baten en lasten over 2012
29
Overige gegevens Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
32
Statutaire bestemming van het saldo van baten en lasten
34
BTER 2
Voorwoord Bijdragen aan toekomstbestendigheld Het Aanvullingsfonds verstrekt eenmalige uitkeringen aan mensen die werkloos zijn geworden. Daarnaast vergoedt het fonds tijdelijk premies voor de pensioenopbouw. Het fonds biedt niet alleen financiële ondersteuning. Het richt zich ook op bevorderen van de instroom van werklozen, zieken en arbeidsongeschikten. Daarvoor verstrekt het fonds re-integratiebonussen. Het Aanvullingsfonds kent naast de re-integratiebonus voor de werkgever de vergoedingsregeling bij opname van extra verlofdagen door oudere werknemers. De hogere loonkosten voor dit verlof worden volledig gecompenseerd voor de werkgevers. Dat zorgt voor solidariteit in de bedrijfstak tussen jonge en 55+ werknemers. Het fonds biedt zo de ondersteuning die op dat moment nodig is. Op die manier stuurt het Aanvullingsfonds op continuïteit en draagt bij aan de toekomstbestendigheid van de bedrijfstak.
Het bestuur van de Stichting Aanvullingsfonds voor de Bouwnijverheid is onderdeel van het cluster van besturen bedrijfstakeigen regelingen (clusterbestuur BTER).
BTER 3
Bestuur De Stichting Aanvullingsfonds voor de Bouwnijverheid is gevestigd te Harderwijk. Het bestuur van de stichting is paritair samengesteld uit vijf werkgevers- en vijf werknemersleden; vijf zijn benoemd door Bouwend Nederland, de vereniging van bouw- en infrabedrijven, drie door FNV Bouw en twee door CNVVakmensen. Werkgeversbestuursleden (namens Bouwend Nederland) N.J. van Til, voorzitter A.W.J. Borst W. Ketting G.C.J.J. Peek^ G. Werkhoven Werknemersbestuursleden Mw. M.B. van Veldhuizen, fungerend voorz/ïïe/-(namens FNV Bouw) J.G. Crombeen (namens FNV Bouw) J.W.M. Kerstens (namens FNV Bouw)^ G. Lokhorst (namens CNV Vakmensen) A.A. van Wijngaarden (namens CNV Vakmensen)^
Doelstelling van het fonds Het Aanvullingsfonds voor de Bouwnijverheid verstrekt aanvullingen aan werknemers die een uitkering ontvangen als gevolg van een Sociale Verzekeringswet en verstrekt stimuleringsuitkeringen bij reintegratie. Daarnaast voorziet het fonds in een tegemoetkoming in de loonkosten van de werkgever voor extra verlofdagen van werknemers die 55 jaar of ouder zijn. Regelingen en aanvullingen Partijen bij de CAO voor de Bouwnijverheid hechten waarde aan re-integratie van zieke werknemers. Hiervoor is de bonusregeling bij succesvolle re-integratie ingesteld. De regeling houdt in dat als een werknemer in zijn tweede ziektejaar voor ten minste 50 procent re-integreert, zowel hij als zijn werkgever recht heeft op een bonus. Daarbij mag de werknemer re-integreren in zijn oude of nieuwe functie, eventueel bij een nieuwe werkgever en zelfs buiten de bedrijfstak.
l De heer Reek is de opvolger van dhr. C. de Groot. Dhr. De Groot is afgetreden per 1 januari 2012. " De heer Kerstens is afgetreden per 20 september 2012. De ontstane vacature is in 2012 nog niet ingevuld. ^ De heer Van Wijngaarden is afgetreden per 1 januari 2013 BTER 4
Het Aanvullingsfonds betaalt bovendien kosten voor opleiding, begeleiding en bemiddeling als een werknemer gebruikmaakt van het zelfstandig recht op inschakeling van een reintegratiebedrijf. Het Aanvullingsfonds verhaalt deze kosten overigens in een later stadium op de werkgever als blijkt dat die te weinig heeft ondernomen om zijn werknemer te laten reintegreren. Overzicht van alle aanvullingsregelingen Er zijn aanvullingsregelingen voor werknemers en voor werkgevers. De werknemersregelingen zijn: eindejaarsuitkering aan waouitkeringsgerechtigden; eindejaarsuitkering aan ivauitkeringsgerechtigden; eenmalige uitkering aan de werknemer die werkloos is geworden; doorbetaling van ouderdomspensioenpremie over maximaal zes maanden bij een werkloosheid en/of ziektewetuitkering; doorbetaling van pensioenpremie voor de aanvullingsregelingen 55+ en 55 van het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid (bpfBOUW) bij ontslag op economische gronden. Dit betreft een tijdelijke regeling. De werkgeversregelingen zijn: tegemoetkoming in loonkosten voor extra verlofdagen van bouwplaatswerknemers van 55 jaar en ouder; bonus voor de werkgever'' bij reintegratie van de werknemer in zijn tweede ziektejaar. in afzonderlijke reglementen van het Aanvullingsfonds is geregeld welke voorwaarden gelden voor de toekenning van een aanvulling.
■* De werknemer ontvangt van de vi/erkgever een aanvulling tot 100 procent van het loon. BTER 5
Kerncijfers
2011
2010
2009
2008
9.317
10.171
10.521
11.075
11.519
121.748
140.503
147,422
156.804
169.545
Bijdragen (in miljoenen euro's)
45,0
30,4
32,1
34,5
63,2
Aanvullingen (in miljoenen euro's)
18,5 '
16,4
17,8
15,6
15,6
WÊÊÊmm Aantal werkgevers ultimo verslagjaar Aantal werknemers ultimo verslagjaar
kl
BTER 6
Premiebeleid Het premiepercentage en de aanvulling daarvan wordt jaarlijks door het bestuur van het Aanvullingsfonds voor de Bouwnijverheid vastgesteld en vervolgens ter goedkeuring voorgelegd aan Bouwend Nederland, FNV Bouw en CNV Vakmensen. Bij de vaststelling wordt gekeken naar de te verwachten uitgave, de ontwikkelingen van de loonsom en de hoogte van de noodzakelijke reserve. Over het algemeen wordt getracht grote premiefluctuaties van jaar tot jaar te voorkomen.
BTER 7
Uitvoering van de regelingen Per 1 januari 2006 is de administratie van het Aanvullingsfonds opgedragen aan APG. Voorheen werd die door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) uitgevoerd. Eindejaarsuitkering voor arbeidsongeschikte werknemers Als aanvulling op een arbeidsongeschiktheidsuitkering verstrekt het Aanvullingsfonds aan het einde van het kalenderjaar een uitkering. De hoogte van de aanvulling is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid van de werknemer. Eindejaarsuitkering aan wao-uitkeringsgerechtigden De werknemer aan wie voor 1 januari 2006 een wao-uitkering is toegekend, heeft bij voortduring van die uitkering recht op een eindejaarsuitkering. In de regel is de hoogte van de eindejaarsuitkering afhankelijk van de arbeidsongeschiktheidsklasse op 1 november van het kalenderjaar waarop de eindejaarsuitkering betrekking heeft. Eindejaarsuitkering aan iva-uitkeringsgerechtigden De wao is per 29 december 2005 vervangen door de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (wia). Werknemers aan wie voorheen een wao-uitkering is toegekend, kunnen die uitkering behouden. Werknemers die na deze datum arbeidsongeschikt zijn geworden, komen niet meer in aanmerking voor de wao, maar voor de wia. Net als bij de wao is ook bij de wia de mate van arbeidsongeschiktheid van de werknemer van belang voor de hoogte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. De wia kent twee regelingen: één voor volledig en één voor gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers. Volledig arbeidsongeschikte werknemers (meer dan 80 procent) ontvangen een uitkering op basis van de Wet Inkomensvoorziening Volledig en duurzaam Arbeidsongeschikten (iva). Het Aanvullingsfonds verstrekte tot en met 2008 alleen aan volledige arbeidsongeschikte werknemers een eindejaarsuitkering. De hoogte van de eindejaarsuitkering is gelijk aan die voor de waouitkeringsgerechtigden in dezelfde arbeidsongeschiktheidsklasse. Als de iva-uitkering in de loop van het kalenderjaar is begonnen of beëindigd, bestaat er recht op een eindejaarsuitkering naar rato. Eindejaarsuitkering aan wga-uitkeringsgerechtigden Gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (meer dan 35 procent, maar minder dan 80 procent) ontvangen doorgaans een uitkering op basis van de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (wga). In tegenstelling tot wao-uitkeringsgerechtigden in diezelfde arbeidsongeschiktheidsklassen ontvangen deze werknemers geen eindejaarsuitkering. Als een werknemer (nog) volledig arbeidsongeschikt is, maar hij heeft wel een goede kans op herstel, dan ontvangt die werknemer geen iva- maar een wga-uitkering. Sinds 2009 hebben wgaBTER 8
uitkeringsgerechtigden bij volledige arbeidsongeschiktheid voortaan ook recht op de eindejaarsuitkering. Werknemers die vallen onder de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en een volledige arbeidsverhouding hebben, komen niet in aanmerking komen voor de eindejaarsuitkering. Zij worden geacht een volwaardig inkomen te kunnen verwerven. Hierbij wordt overigens geen onderscheid gemaakt tussen wao- of wia-uitkeringsgerechtigden. Indexering Het bestuur van het Aanvullingsfonds besloot in 2008 de eindejaarsuitkeringen voortaan jaarlijks te indexeren. De indexatie vindt plaats op basis van de procentuele stijging van de cao-lonen in de bouwnijverheid per 1 juli van het kalenderjaar ten opzichte van 1 juli een jaar eerder. Ook in 2012 zijn de eindejaarsuitkeringen verhoogd op basis van deze loonindex. Het garantieweekloon vakvolwassen werknemers functiegroep E per: 1 juli 2012 is €621,20 1 juli 2011 is €615,20. De verhoging bedraagt: 621,20:6,1520 = 100,97 geeft 0,97%. 2012
2011 AO-klasse uitkering
2012
na indexering met
afgerond
0,97% 80-100 Incl. IVA en WGA 65-80
701,00
694,02
700,75
555,21
560,60
561,00
55-65
451,11
455,49
455,00
45-55
381,70
385,40
385,00
35-45
312,61
315,64
316,00
Overzicht uitgekeerde (afgeronde) bedragen eindejaarsuitkeringen wao/iva/wga (in euro's) AO-klasse 80-100% incl. IVA en WGA 65-80% 55-65% 45-55% 35-45% Minder dan 35%
2012
2011
2010
2009
2008
701,00
694,00
685,00
673,00
662,00
561,00
555,00 451,00 382,00 313,00 Geen
548,00 445,00 377,00
539,00 438,00 370,00 303,00 Geen
529,00 430,00 364,00
455,00 385,00 316,00 Geen
309,00 Geen
BTER 9
298,00 Geen
Eindejaarsuitkering naar rato van het kalenderjaar Als iemand slechts een deel van het kalenderjaar recht heeft op een wao- of iva-uitkering, dan bestaat recht op de eindejaarsuitkering naar rato van de duur van de uitkering. Daartoe is in 2007 door caopartijen besloten. Dit betreft doorgaans gevallen waarbij men in de loop van het jaar met pensioen is gegaan, overleden is of ingedeeld wordt in een arbeidsongeschiktheidsklasse die niet langer recht geeft op een eindejaarsuitkering. Administratieve uitvoering van de eindejaarsuitkering wao Formeel geldt voor de werknemer een zelfmeldprocedure om in aanmerking te komen voor de eindejaarsuitkering. Maar werknemers die al bekend zijn in de administratie als rechthebbende op de eindejaarsuitkering als wao-uitkeringsgerechtigde worden jaarlijks in november aangeschreven. In de brief worden de werknemers geïnformeerd over hun rechten, wanneer de eindejaarsuitkering wordt betaald en op welk rekeningnummer de uitkering wordt overgemaakt. De werknemers worden uitdrukkelijk gevraagd het betaalrekeningnummer te controleren dat in de administratie bekend is. Alleen als de werknemer de eindejaarsuitkering op een ander rekeningnummer uitbetaald wil hebben dan van hem bekend is, dient hij het Aanvullingsfonds daarover tijdig te informeren. Administratieve uitvoering van de eindejaarsuitkering Iva en wga Werknemers die recht hebben op de eindejaarsuitkering als iva- of wga-uitkeringsgerechtigde geldt zowel formeel als praktisch de zelfmeldprocedure. Zij moeten zich ieder jaar opnieuw aanmelden om in aanmerking te komen voor de eindejaarsuitkering. Een ex-bouwplaatswerknemer moet zich bij één van de werknemersorganisaties melden. De UTA-werknemer kan zich ook bij APG aanmelden. Reglementswijzigingen eindejaarsuitkering De hoogte van de gestaffelde eindejaarsuitkeringen werden in het reglement genoemd. Het reglement maakt deel uit van de CAO Bedrijfstakeigen Regelingen voor de Bouwnijverheid. Bij iedere wijziging in de hoogte van de eindejaarsuitkering moest het reglement aangepast worden, terwijl de CAO een looptijd kent van doorgaans vijfjaren. In het verslagjaar heeft het clusterbestuur BTER besloten de bedragen uit het reglement te schrappen en te vervangen door "het bestuur stelt de hoogte van de uitkering jaarlijks vast." Eenmalige uitkering aan de werknemer die werkloos is geworden Het Aanvullingsfonds verstrekt aan de werkloos geworden werknemer een eenmalige uitkering van 425 euro bruto. De werknemer dient deze bij de aanvang van zijn werkloosheid zelf aan te vragen. Bij nieuwe werkloosheid binnen twaalf maanden bestaat niet opnieuw recht op deze uitkering. In 2012 zijn 6.266 eenmalige uitkeringen verstrekt. In 2011 waren dit er 3.009.
BTER 10
Verstrekking van de eenmalige uitkering In beginsel verstrekt het Aanvullingsfonds de uitkeringen nadat de aanvraag van de betrokken werknemer goedgekeurd is. Op voordracht van de werknemersorganisaties heeft het bestuur in 2009 ingestemd met een toevoeging op deze administratieve procedure. Sinds medio 2009 bestaat de mogelijkheid dat ook de werknemersorganisaties de netto-uitkering verstrekken aan de rechthebbenden. Het voordeel van deze werkwijze is dat de werkloos geworden werknemer nog eerder over de eenmalige uitkering beschikt. Na ontvangst en verwerking van de aanvraagformulieren worden de werknemersorganisaties uit het Aanvullingsfonds betaald. Aanvragen van de eenmalige uitkering Om in aanmerking te komen voor de eenmalige uitkering moet een werknemer twee documenten overleggen: een inschrijfbewijs als werkzoekende bij UWV-WERKbedrijf; een ontslagbewijs. Een bewijs van toekenning van een WW-uitkering door UWV is bij de eerste aanvraag niet vereist. In het verleden duurde het namelijk soms erg lang voordat UWV het recht op WW definitief kon vaststellen. Voor de eenmalige uitkering is nu juist van belang dat de werkloze werknemer hierover snel moet kunnen beschikken. De eenmalige uitkering is echter niet bedoeld voor diegenen die ontslagen zijn en direct daarna ander werk hebben gevonden. Een bewijs van toekenning van een WW-uitkering is daarom wel gewenst. Het bestuur heeft in het vierde kwartaal van 2009 dan ook besloten de aanvraagprocedure aan te passen. De werknemer dient op zijn aanvraagformulier te verklaren dat hij desgevraagd achteraf een bewijs van toekenning van de WW-uitkering zal insturen. Doorbetaling van ouderdomspensioenpremie over maximaal zes maanden van werkloosheid De werkloos geworden werknemer heeft gedurende maximaal zes maanden recht op doorbetaling van de ouderdomspensioenpremie. Deze vergoeding moet de werknemer zelf aanvragen. Hij kan dit doen na afloop van zijn werkloosheidsuitkering of, als de periode van werkloosheid langer dan zes maanden heeft geduurd, na afioop van de eerste zes maanden van werkloosheid. Doorbetaling van ouderdomspensioenpremie voor zieke werklozen Tot 1 januari 2006 kende het Aanvullingsfonds een bepaling die voorzag in een vergoeding van pensioenpremie voor 'zieke werklozen'. Dat zijn diegenen die ziek zijn terwijl ze geen dienstverband (meer) hebben. Zij ontvangen dan een Ziektewetuitkering. De vergoedingsbepaling is per 1 januari 2006 vervallen bij het Aanvullingsfonds. Als de werknemers niet of niet snel herstellen, dan komen zij na het einde van hun wachttijd in de Ziektewet in aanmerking voor een wia-uitkering. Zowel over de Ziektewet- als de wia-periode wordt voor hen geen ouderdomspensioen opgebouwd. Doordat zij voorafgaand aan hun wia-uitkering geen deelnemer zijn in het Bedrijfstakpensioenfonds van de
BTER 11
Bouwnijverheid (bpfBOUW), komen zij ook niet in aanmerking voor premievrije bijboeking tijdens arbeidsongeschiktheid. Dit in tegenstelling tot de werknemer die voor minstens 35 procent arbeidsongeschikt is en direct uit een dienstverbandsituatie voor een wia-uitkering in aanmerking komt. Dat laatste is bepaald in de pensioenregeling van bpfBOUW. Cao-partijen voor de bouwnijverheid vonden deze situatie voor zieke werklozen ongewenst. Zij vroegen aan het bestuur van het Aanvullingsfonds of er een oplossing mogelijk is voor deze werknemers. Nadat in eerdere verslagjaren door cao-partijen een aantal principiële zaken zijn besproken, waaronder de definitie van de doelgroep, is in juni 2012 de regeling door cao-partijen vastgesteld en is de regeling door het clusterbestuur BTER in uitvoering genomen. De regeling betreft een vergoeding ouderdomspensioenpremie voor zieke werklozen waarvan de eerste ziektewetdag ligt na 31 december 2005 en voor 1 juli 2012. Dit betreft een uitzondedijke regeling die een ruime mate van terugwerkende kracht kent voor een afgebakende doelgroep. Per 1 juli 2012 zijn de reglementen van het Aanvullingsfonds aangepast en kennen ook de zieke werklozen in de toekomst een vergoeding ouderdomspensioenpremie. Vergoeding pensioenpremie bij werkloosheid wegens bedrijfseconomische redenen Werkloosheid heeft negatieve gevolgen voor de pensioenopbouw. Cao-partijen voor de bouwnijverheid hebben besloten deze gevolgen te beperken voor een bepaalde groep oudere werknemers. Cao-partijen zijn daarom op 16 juni 2009 een tijdelijke regeling overeengekomen die bepaalt dat deze groep werknemers een vergoeding voor de pensioenopbouw krijgt. Aanvankelijk was de regeling van toepassing op werknemers die tussen 1 juli 2009 en 1 april 2011 werkloos zijn geworden. De regeling is verlengd voor werkloosheid ontstaan tot en met 31 december 2013. De vergoeding is uitsluitend bedoeld voor werknemers die wegens bedrijfseconomische redenen werkloos zijn of worden. Met de vergoeding wordt voorkomen dat deze werknemers pensioenaanspraken uit de aanvullingsregelingen van bpfBOUW verliezen. De vergoeding bestaat uit de pensioenpremies voor de aanvullingregelingen 55- én 55+ van bpfBOUW en wordt voor maximaal drie jaar verstrekt. De regeling is ingevoerd op 20 oktober 2009 en heeft een terugwerkende kracht tot 1 juli 2009. Op voordacht van cao-partijen heeft het bestuur van het Aanvullingsfonds ingestemd met een budget van 10 miljoen euro voor de tijdelijke regeling. Dit budget is zowel bestemd voor de pensioenpremies als voor de uitvoeringskosten.
BTER 12
Voorwaarden voor de vergoeding Om in aanmerking te komen voor de vergoeding gelden de volgende voorwaarden: een werknemer is ontslagen wegens bedrijfseconomische redenen in de periode 1 juli 2009 tot 1 april 2011^; en er is sprake van een ontslagdatum die maximaal drie jaar voor de 60-jarige leeftijd (of de 62-jarige voor UTA-personeel) ligt; en er is sprake van een volledige beëindiging van het dienstverband (werknemers die voor een deel werkloos zijn geworden, komen niet in aanmerking voor de tijdelijke vergoeding); en een werknemer voldoet aan alle voorwaarden van de aanvullingsregeling 55- of de aanvullingsregeling 55+ van bpfBOUW. Het Aanvullingsfonds kent al mogelijkheden om pensioen te blijven opbouwen. Zo verstrekt het Aanvullingsfonds een vergoeding ouderdomspensioenpremie over de eerste zes maanden van werkloosheid. Ook de stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering (FVP) bood onder voorwaarden de mogelijkheid pensioenopbouw voort te zetten. In verband met het uitputten van de financiële ruimtewas 2011 het laatste jaar waarin de FVP-regeling van krachtwas. Beide regelingen vergoeden uitsluitend premies voor het ouderdomspensioen van bpfBOUW en niet voor de aanvullingregelingen 55- en 55+ van bpfBOUW. De vergoeding aanvullingregelingen 55- en 55+ van het Aanvullingsfonds wordt verstrekt zolang de aanvrager nog werkloos is én nog niet de leeftijd van 60 jaar (voor bouwplaatsmedewerkers) of 62 jaar (voor UTA-medewerkers) heeft bereikt. Het Aanvullingsfonds controleert steeds na afloop van elke zes maanden van werkloosheid of de aanvrager nog aan de voorwaarden voldoet. In het verslagjaar heeft de bestuurlijke commissie Aanvullingsfonds besloten tot een aantal wijzigingen in het reglement. Op basis van voorgelegde gevalsbehandeling bleek dat in de praktijk een strikte toepassing van het reglement leidde tot ongewenste uitkomsten. Voortaan komen ook in aanmerking voor vergoeding de deelnemers die: •
al voor de ontslagdatum in deeltijd werkzaam waren in verband met gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid;
•
na ontslag en toekenning van de vergoeding weer tijdelijk werkzaam zijn geweest [vergoeding dan alleen over de uren van werkloosheid].
5
Op voordracht van cao-partijen isde looptijd van de regeling in 2010 verlengd van 1 april 2011 tot 31 december 2011. In 2011
is besloten de regeling te verlengen voor werkloosheid ontstaan tot en met 31 december 2012. In 2012 is besloten de regeling nogmaals te verlengen, nu tot en met 31 december 2013.
BTER 13
Bonus bij re-integratie in het tweede ziektejaar Als een zieke werknemer re-integreert in zijn tweede ziektejaar bestaat er recht op een reintegratiebonus uit het Aanvullingsfonds. De werknemer ontvangt zijn bonus van zijn werkgever. Deze vult het loon van de werknemer aan tot 100 procent over de periode vanaf de eerste dag van het tweede ziektejaar tot en met de laatste dag van zijn re-integratie. De werkgever ontvangt de bonus van het Aanvullingsfonds. Hij heeft bij succesvolle re-integratie van zijn werknemer recht op een eenmalig bedrag van 2.500 euro. Er is sprake van succesvolle re-integratie als de werknemer minimaal twee loonbetalingperioden van vier weken of een maand onafgebroken weer aan het werk is voor minimaal 50 procent van het voorheen geldende arbeidspatroon. Als er al sprake is van re-integratie in het eerste ziekjaar van 50 procent of meer dan bestaat geen recht op de bonus. Er is dan immers al sprake van aanvang van reintegratie van een zeer grote omvang. In 2012 zijn 103 verzoeken voor een re-integratiebonus afgehandeld. In 2011 waren dat er 103. In 2012 zijn 94 bonussen bij succesvolle re-integratie uitbetaald door het Aanvullingsfonds. In 2011 waren dat er 87. De hiernavolgende figuur geeft een overzicht van de afgelopen jaren.
120
100
40
I ■ ■ ■
■ Afgehandeld I Uitbetaald
20
2012
2011
2010
2009
Betaling extra verlofdagen oudere werknemers In de CAO voor de Bouwnijverheid is vastgelegd dat bouwplaatsmedewerkers van 55 jaar en ouder recht hebben op tien extra doorbetaalde verlofdagen. Werknemers van 60 jaar en ouder hebben recht op dertien extra doorbetaalde veriofdagen. De werkgever krijgt een tegemoetkoming in de loonkosten voor dit extra veriof, zodat de oudere werknemer voor de werkgever niet duurder is dan de werknemer tot 55 jaar. UTA-personeel kent ook extra veriof bij hogere leeftijden, maar dit valt niet onder de declaratieregeling van het Aanvullingsfonds.
BTER 14
Toeslagpercentage en aantal gedeclareerde dagen De werkgever krijgt bij naast de tegemoetkoming in de loonkosten ook een vergoeding in de vorm van een toeslag op het dagloon voor alle werkgeverslasten die aan de loondoorbetaling gekoppeld zijn. Het toeslagpercentage wordt elk halfjaar opnieuw vastgesteld op basis van het loon van een zogenoemde 'maatman'. Eind 2011 werd het toeslagpercentage voor het eerste halfjaar van 2012 vastgesteld op 53 procent. Dit percentage behoefde geen wijziging voor het tweede halfjaar van 2012. In 2012 zijn 154.747 extra veriofdagen gedeclareerd. In 2011 waren dat er 150.025. Het uitgekeerde bedrag bedroeg in 2012 32,1 miljoen euro. In 2011 was dat 30,9 miljoen euro. Elektronische verwerking declaraties extra verlofdagen (EVD) oudere werknemers Het bestuur heeft in het najaar van 2011 ingestemd met een nieuwe administratieve procedure voor de verwerking van declaraties EVD. Nieuw is dat de papieren declaratie van de werkgever komt te vervallen. Voortaan kan de werkgever de declaraties elektronisch indienen via de website van de bedrijfstakeigen regelingen: www.bter-bouw.nl. De kernpunten van de nieuwe declaratieprocedure: 1. elektronische gegevensaanlevering is steeds meer een geaccepteerde standaard (zoals ook gebruikt door de Belastingdienst, UWV en ook de opgave loon en premie aan APG); 2. betalingen zullen sneller plaatshebben als een foufloze declaratie is ingediend; 3. aansluiting van de elektronische loonadministratie en de declaratie-indiening wordt mogelijk gemaakt (grote werkgevers en/of loonadministratiebureaus); 4. fouten in aanlevering worden aan de bron (bij de werkgever) gesignaleerd voordat de declaratie kan worden ingestuurd; 5. geen papieren communicatie noodzakelijk over de reden waarom een declaratie (nog) niet kan worden venwerkt; 6. er is voor de werkgever 'real time' inzicht in de status van afhandeling van de declaraties; 7. er is voor de werkgever altijd (24 uur per dag, zeven dagen per week) inzicht beschikbaar in de declaratie- en betaalhistorie; 8. de werknemer wordt geïnformeerd over gedeclareerde EVD en zijn rechten. Deze nieuwe declaratieverwerking en de nieuwe informatieve taak van het Aanvullingsfonds aan de oudere werknemer (onder punt 8) is tot stand gekomen in nauw overieg met de werknemersorganisaties.
BTER 15
Een elektronische declaratie kan niet ingediend worden als: het geen bouwplaatswerknemer betreft; er onvoldoende EVD-rechten zijn opgebouwd; er een te grote premiebetalingsachterstand is; er niet-declarabele datums zijn ingevuld; de declaratietermijn veriopen is. Als niet aan alle voorwaarden is voldaan voor vergoeding wordt de declaratie niet geaccepteerd. De reden daarvoor wordt direct teruggekoppeld aan de werkgever. Communicatie achteraf waarom de declaratie (nog) niet verwerkt kan worden, komt daardoor te vervallen. Bij een juiste declaratie beschikt de werkgever sneller over de vergoeding. Ook de handtekening van de werknemer op het papieren declaratieformulier is dan niet meer aan de orde. Ter controle op juistheid van de gedeclareerde EVD wordt aan alle bouwplaatswerknemers die ouder zijn dan 55 jaar eenmaal per jaar een informatieve brief gestuurd met algemene EVD-informatie en wordt de werknemer geïnformeerd over welke dagen zijn werkgever EVD heeft gedeclareerd. De werknemer wordt daardoor meer bewust van zijn EVD-rechten. Dat proces wordt voor het eerst in het eerste kwartaal van 2013 uitgevoerd. In het verslagjaar is voldoende gelegenheid geweest in de bedrijfstak vertrouwd te raken met de elektronische declaratieprocedure. Aan het eind van 2012 is door het clusterbestuur besloten de papieren declaratiemogelijkheid te laten vervallen per 1 juli 2013. Papieren declaraties worden daarna niet meer geaccepteerd. De bedrijfstak wordt daarover meer keren tijdig geïnformeerd. Beleggingen De beleggingen van het fonds zijn onderhevig aan de inherente risico's die samenhangen met beleggen. Het beleggingsbeleid is gericht op het beperken van deze risico's. Het belangrijkste risico van de beleggingen is het kredietrisico. Dit wordt beperkt door de obligaties en deposito's alleen af te sluiten met tegenpartijen met een hoge kredietwaardigheid.
BTER 16
Communicatie Sinds 2008 is het internetportaal voor de BTER-fondsen toegankelijk. Het adres van deze website is: wvTO/.BTER-Bouw.nl. Het Aanvullingsfonds communiceert ook via Cordares Post en het jaarboek. Desgevraagd kan telefonisch om informatie verzocht worden bij de informatiemedewerkers van APG. Ook is het mogelijk om informatie over de verschillende aanvullingsregelingen terug te vinden op de door APG beheerde internetsite www.administratienet.nl. De declaratieformulieren voor de bonus bij re-integratie tijdens het tweede ziektejaar zijn op deze website terug te vinden en te downloaden. Informatie en begeleiding door de werknemersorganisaties Naast communicatie is extra informatie over de aanvullingsregelingen heel belangrijk. Financiële regelingen zijn vaak ingewikkeld en is geen dagelijkse kost voor de werknemer. Welke regelingen zijn er, welke voorwaarden gelden er, hoe en wanneer moet een aanvraag ingediend zijn? Vragen waarop de werknemersorganisaties goed antwoord kunnen geven. Naast informatie over de aanvullingsregelingen kunnen de werknemersorganisaties de werknemers ook verder begeleiden en informeren, en helpen bij het invullen van de aanvraagfomriulieren.
BTER 17
stichting Aanvullingsfonds voor de Bouwnijverheid Jaarrekening 2012
BTER 18
Balans per 31 december 2012 (Naresultaatbestemming,bedragen in duizenden euro's)
2011
2012
Activa
Belegde middelen (1) Obligaties Deposito's en kasgeldleningen
5.013
4.962
12.000
35.140 40.102
17.013
Som der belegde middelen Vlottende activa (2) Vorderingen op werkgevers Overige vorderingen Nog te ontvangen interest
4.189
2.898
786 66
364 146 5.041
3.408
Liquide middelen (3)
29.207
17.451
Totaal activa
51.261
60.961
Som der vlottende activa
Passiva
2011
2012
8.686
2.862
Beschikbaar saldo van baten en lasten (4) Kortlopende schulden (5) 39.991
44.808
Te betalen loonheffing
3.578
3.934
Nog te betalen uitkeringen
3.427
2.144
Te betalen vergoeding extra verlofdagen oudere werknemers
-
Te betalen vakantiewaarden
105 1.284
1.403
Overige schulden Som der kortlopende schulden
48.399
52.275
Totaal passiva
51.261
60.961
BTER 19
staat van baten en lasten over 2012 (Bedragen in duizenden euro's)
2011
2012
Baten
30.409
44.975
Bijdragen (6) Beleggingsopbrengsten (7)
555
891
Overige baten (8)
360
663
Totaal baten
45.890
Lasten
2012
31.963
2011
Vergoedingen extra veriofdagen oudere werknemers (9)
27.270
30.121
Eindejaarsuitkeringen (10)
11.022
12.289
Organisatielasten Loopbaantraject Bouw & Infra (11) Aanvullingen ww-uitkeringen (12)
-
1.219
7.459
4.115
Re-integratiebonus (13)
235
218
Administratiekosten (14)
5.104
5.463
624
391
Overige lasten (15)
53.816
51.714
Totaal lasten
./
Saldo van baten en lasten
BTER 20
5.824
/.
21.853
Kasstroomoverzicht over 2012 (Bedragen in duizenden euro's)
2011
2012
Kasstroom uit loopbaan- en aanvullingsactiviteiten 30.550
44.301
Bijdragen van weri
./.
16.208
16.202
Uitgekeerde extra veriofdagen
./.
32.087
30.896
Administratiekosten
./.
6.167
5.855
Overige
./.
1.807
712
./
Kasstroom uit aanvullingsactiviteiten
23.115
11.968
Kasstroom uit beleggingsactiviteiten Aankoop beleggingen
./.
Vericoop en aflossingen van beleggingen Directe beleggingsopbrengsten
./.
54.258
90.322
77.398
86.172
584
1.085
Kasstroom uit beleggingsactiviteiten
23.724
1.
3.065
Mutatie liquide middelen
11.756
(.
26.180
Liquide middelen primo periode
17.451
Mutatie liquide middelen
11.756
Liquide middelen ultimo periode
29.207
BTER 21
43.631
./
26.180 17.451
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Algemeen Het Aanvullingsfonds verstrekt aanvullingen op uitkeringen en/of eenmalige uitkeringen aan werknemers die werkloos zijn of een ziektewetuitkering ontvangen. De administratie van het Aanvullingsfonds is bij contract is opgedragen aan Cordares, vanaf september 2012 handelend onder de naam APG (hierna: APG). Aanvullingen bij werkloosheid Een eenmalige uitkering van 425 euro voor de werkloos geworden werknemer; Een aanvulling pensioenpremie om een volledige pensioenopbouw tijdens het eerste halfjaar van de WW-uitkering te realiseren; Aanvullingen bij werkloosheid tijdens ziekte Een eenmalige uitkering van 425 euro voor werkloos geworden zieke werknemer; Een vergoeding van de ouderdomspensioenpremie voor zieke werkelozen. Andere doelstellingen van het Aanvullingsfonds De verstrekking van eindejaarsuitkeringen aan werknemers met een wao- of iva-uitkering. Het Aanvullingsfonds betaalt ook kosten voor opleiding, begeleiding en bemiddeling als een werknemer gebruik maakt van het zelfstandig recht op inschakeling van een re-integratiebedrijf. Het Aanvullingsfonds verstrekt tegemoetkomingen aan werkgevers voor de kosten die zij moeten maken op basis van hun plicht het loon door te betalen over extra veriofdagen waarop werknemers van 55 jaar en ouder recht hebben. In de reglementen van het Aanvullingsfonds is geregeld welke voonwaarden gelden voor toekenning van een aanvulling of uitkering. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Met ingang van 2012 is de jaarrekening opgesteld in overeenstemming met de Richtlijn voor de jaarverslaggeving 640 'Organisaties zonder winststreven'. De toepassing van RJ640 heeft geen invloed op het resultaat en het beschikbaar saldo van baten en lasten.
BTER 22
Waardering van activa en passiva Algemeen Een actief wordt in de balans opgenomen als het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar het fonds zullen vloeien en de waarde van het actief betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen als het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Belegde middelen Obligaties Obligaties worden gewaardeerd op marktwaarde, exclusief opgelopen rente. Zowel ongerealiseerde als gerealiseerde waardeverschillen worden rechtstreeks in de staat van baten en lasten verantwoord. Deposito's en kasgeldleningen Deposito's en kasgeldleningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vlottende activa Vorderingen op werkgevers Voor vorderingen op werkgevers wordt op de nominale waarde een voorziening voor mogelijke oninbaarheid in mindering gebracht. Deze voorziening is gerelateerd aan de uitstaande vorderingen met betrekking tot bijdragen die vermoedelijk buiten incasso worden gesteld. Overige vorderingen De waardering vindt plaats tegen nominale waarde. Liquide middelen De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Kortlopende schulden Te betalen vergoeding extra verlofdagen oudere werknemers Deze post betreft de nog te betalen vergoeding van extra veriofdagen aan werknemers van 55 jaar en ouder. De post is opgebouwd door de opgebouwde, nog niet opgenomen extra veriofdagen van werknemers met een dienstbetrekking ultimo boekjaar te vermenigvuldigen met een gemiddeld dagtarief. De overige kortlopende schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
BTER 23
Resultaatbepaling Algemeen Baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen als een vermeerdering van het economisch potentieel heeft plaatsgevonden, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting en de omvang daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt als een vermindering van het economisch potentieel heeft plaatsgevonden, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting en de omvang daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Bijdragen De bijdragen zijn toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. Hierbij is rekening gehouden met de bijdragen in januari, februari en maart 2013 die betrekking hebben 2012 en eerder. Beleggingsopbrengsten De beleggingsopbrengsten bestaan uit directe beleggingsopbrengsten en indirecte beleggingsopbrengsten. Onder de directe beleggingsopbrengsten wordt de interest van de beleggingen en de liquide middelen verantwoord. De indirecte beleggingsopbrengsten betreffen zowel de ongerealiseerde als gerealiseerde waardeontwikkelingen. Vergoeding extra verlofdagen oudere werknemers Deze vergoeding betreft de lasten van tien of dertien extra veriofdagen, toegekend aan werknemers van 55 jaar en ouder, respectievelijk 60 jaar en ouder. A dministratiekosten De administratiekosten worden toegerekend aan de periode waarop het door APG in rekening gebrachte bedrag betrekking heeft. Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode.
BTER 24
Toelichting op de balans per 31 december 2012 (Bedragen in duizenden euro's, tenzij anders vermeld)
Activa 1. Belegde middelen Obligaties Onderstaand is het verioop van de obligaties weergegeven. 2012
stand begin boekjaar
2011
4.962
10.037
Verkopen Herwaardering
51
Stand einde boekjaar
5.013
./.
4.990
./.
85 4.962
Deposito's Onderstaand is het verioop van de aan- en verkopen van deposito's weergegeven. 2012
2011
stand begin boekjaar
35.140
26.000
Aankopen
23.258
./.
Veri
54.398 4.000
90.322
./.
81.182 35.140
Het openstaande saldo ultimo het boekjaar omvat één deposito. Deze deposito loopt af in februari 2013.
BTER 25
Kasgeldleningen Onderstaand is het verioop van de lening aan Tijdspaarfonds voor de Bouwnijverheid weergegeven. 2011
2012
-
stand begin boeicjaar 31.000
Uitgeleend
./.
Afgelost
23.000
-
8.000
stand einde boekjaar
2. Vlottende activa Vorderingen op werkgevers
Nog te innen bijdragen van werkgevers
2012
2011
6.040
4.111
Af: voorziening dubieuze vorderingen - stand begin boekjaar - afgeboekte bijdragen - toevoeging voorziening dubieuze vorderingen
1.213
1.139
21
302
617
376
- stand einde boekjaar
1.851
1.213
stand einde boekjaar van de
4.189
2.898
vorderingen op werkgevers
Voor de vorderingen op in faillissement verkerende werkgevers is een 100 procent voorziening getroffen. De vorderingen op werkgevers die in surseance van betaling verkeren en werkgevers vallend onder de Wet schuldsanering natuuriijke personen zijn voor 60 procent voorzien. Overige vorderingen Dit betreft een vooruitbetaald bedrag inzake een liquiditeitsbuffer aan het Technisch Bureau voor de Bouwnijverheid 310 (2011: 310), nog te vorderen administratiekosten 449 (2011: 54) en nog te vorderen overige 28 (2011: 0). Nog te ontvangen interest Dit betreft nog te ontvangen interest op de belegde middelen.
BTER 26
3. Liquide middelen De liquide middelen betreffen het saldo van de bankrekeningen van de Stichting Aanvullingsfonds voor de Bouwnijverheid en staan ter vrije beschikking van het fonds. Het saldo bevat voor 26,3 miljoen aan liquide middelen die op een private banking spaarrekening staan met een hoger rendement dan een reguliere bankrekening.
BTER 27
Passiva 4. Beschikbaar saldo van baten en lasten Dit is het cumulatieve saldo van lasten en baten. Het verioop is als volgt: . ' - . 1- .i.
stand begin boekjaar
./.
Saido van de staat van baten en lasten stand einde boekjaar
2012
2011
8.686
30.539
5.824
./.
2.862
21.853 8.686
Het beschikbaar saldo van baten en lasten is vrij besteedbaar. 5. Kortlopende schulden Te betalen vergoeding extra verlofdagen oudere werknemers Dit bedrag betreft de per 31 december 2012 te betalen extra veriofdagen die tot uiteriijk 31 december 2016 kunnen worden opgenomen. Te betalen loonheffing Deze post omvat de nog afte dragen loonheffing over uitkeringen 3.578 (2011: 3.934). Nog te betalen uitkeringen Dit betreft nog te betalen aanvullingen 3.427 (2011: 2.144). Te betalen vakantiewaarden Nog te betalen vakantiewaarden bedraagt O (2011: 105). Overige schulden Deze post omvatte betalen pensioenpremies 1.237 (2011: 645), te betalen immateriële prikkel O (2011: 212), nog te betalen bedragen aan Fundeon O (2011: 253) en nog te betalen overige kosten 166(2011: 174). Niet uit de balans blijkende verplichtingen Naast de op de balans opgenomen schuld bestaat er ultimo 2012 een potentiële verplichting inzake extra veriofdagen ad 26,0 miljoen (2011: 24,4 miljoen) aan werknemers zonder dienstverband ultimo 2012. Per jaar wijzigt circa 1,5 a 2,0 procent van deze potentiële verplichting in een reële verplichting doordat werknemers weer een dienstverband in de sector verkrijgen. Daartegenover staat dat per jaar circa 24 a 25 procent van de reële verplichtingen omgezet wordt in een potentiële verplichting doordat werknemers hun dienstverband beëindigen. BTER 28
Toelichting op de staat van baten en lasten over 2012 (Bedragen in duizenden euro's, tenzij anders vermeld)
Baten 6. Bijdragen Sinds 1 januari 2006 zijn de bij het fonds aangesloten werkgevers verantwoordelijk voor het aanleveren van de loongrondslag ten behoeve van de premieberekening. Over deze grondslag wordt vervolgens de premie voor het fonds vastgesteld. Dientengevolge worden de premiebaten voor de jaarrekening bepaald op de door werkgevers aangegeven loongrondslag en de daarop vastgestelde premie tot en met drie maanden na afloop van het boekjaar. Per cao bedraagt het gemiddelde bijdragepercentage voor: 2012
2011
Bouw/bedrijf
1,390
1,040
UTA-personeel in de Bouwbedrijven
0,390
0,000
De bijdragen voor Bouwbedrijf, respectievelijk UTA-personeel in de Bouwbedrijven, betreffen in het jaar 2012 36,866 miljoen, respectievelijk 8,109 miljoen. 7. Beleggingsopbrengsten Dit betreft de rente over de beleggingen en het saldo van de liquide middelen, alsmede het resultaat als gevolg van de waardevermeerdering van de obligaties. 8. Overige baten Dit betreft een vrijval van de schuld vakantiewaarden 39 (2011: 527), vrijval immateriële prikkel 212 (2011: 0), baten incassokosten 69 (2011: 63) en overige incidentele baten 40 (2011:73).
BTER 29
Lasten 9. Vergoeding extra verlofdagen oudere werknemers Deze vergoeding betreft de lasten van tien of dertien extra veriofdagen, toegekend aan werknemers van 55 jaar en ouder, respectievelijk 60 jaar en ouder. 10. Eindejaarsuitkeringen Deze post betreft de verstrekking van eindejaarsuitkeringen aan werknemers met een arbeidsongeschiktheidsuitkering. 11. Organisatielasten Loopbaantraject Bouw & Infra In 2012 zijn geen kosten meer verantwoord in verband met de organisatielasten Loopbaantraject Bouw & Infra (2011: 1.219). 12. Aanvullingen ww-uitkeringen Deze post betreft de aanvulling op werkloosheidsuitkeringen van 7.459 (2011: 4.115). 13. Kosten re-integratie Deze kosten betreffen de vaste bonus aan de werkgever van 2.500 euro. De bonus is een tegemoetkoming in de extra loonkosten en de kosten voor re-integratie ten behoeve van de werknemer die in zijn tweede ziektejaar voor tenminste 50 procent van zijn gebruikelijke arbeidspatroon het werk heeft hervat. 14. Administratiekosten De administratiekosten zijn als volgt te specificeren:
Administratiekosten APG Fondskosten Kosten convenant infonnatie- en Verwijstaken
BTER 30
2012
2011
3.470
3.804
479
532
1.155
1.127
5.104
5.463
15. Overige lasten Dit betreft overige resultaatposten. Deze post is als volgt te speciflceren: 2012 Toevoeging voorziening oninbaarheid Overige incidentele lasten
Ondertekening van de jaarrekening
Harden/vijk, 19 juni 2013
Namens het bestuur, N.J. van Til M.B. van Veldhuizen
BTER 31
2011
617
376
7
15
624
391