PROGRAMMA TOETSING EN/OF AFSLUITING ALGEMENE DEEL
HAVO / VWO SCHOOLJAAR 2015-2016
MAURICK COLLEGE VUGHT
1
Regeling Schoolexamen, Programma Toetsing en Afsluiting voor de Tweede Fase cohort 2013, 2014 en 2015 VWO, 2014 en 2015 HAVO. (Vastgesteld door het Bevoegd Gezag van het Maurick College) ALGEMEEN GEDEELTE VOOR HAVO EN VWO Ingaande op de datum van publicatie (uiterlijk 1 oktober 2015) 1.
Van iedere beoordeling die bij het bepalen van het eindoordeel (schoolexamen) over een kandidaat meetelt, stelt de examinator de kandidaat zo spoedig mogelijk in kennis. Hierna wordt een cijfer of beoordeling niet meer gewijzigd dan na overleg van de examinator met de secretaris van het eindexamen. Voor de vakken ckv en lo geldt een speciale regeling (zie bijlage).
2.
De afzonderlijke beoordelingen, bedoeld onder 1, worden uitgedrukt in één van de cijfers van de schaal 1 t/m 10, met de daartussen liggende cijfers met één decimaal. Is hierbij afronding nodig, dan volgt men de afrondingsprocedure, beschreven onder 4.
3.
De examinator bepaalt aan de hand van de beoordelingen, bedoeld onder 1 het cijfer voor het schoolexamen. Dit cijfer is het gemiddelde van de beoordelingen, bedoeld onder 1 en 2; voor zover echter blijkens de bijlage (havo en/of vwo) voor afzonderlijke vakken aan bepaalde beoordelingen een bepaald gewicht is toegekend, volgt de examinator deze gewichtstoekenning.
4.
De examinator gebruikt als cijfer voor het schoolexamen één van de cijfers van de schaal 1 t/m 10, met de daartussen liggende cijfers met één decimaal. Indien een cijfer met één decimaal gevraagd wordt en het gemiddelde is een cijfer met twee of meer decimalen, dan wordt de eerste decimaal met 0.1 verhoogd als de tweede decimaal 5 of hoger is. N.B. 1: Het definitieve eindcijfer is een heel cijfer. Dit bestaat uit het gemiddelde van het SE-cijfer, afgerond op één decimaal, en het CE-cijfer op één decimaal. Indien dit gemiddelde een cijfer is met twee decimalen, dan wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde hele getal. Bijvoorbeeld, indien het SE-cijfer 5.4 en het CE-cijfer 5.5 gemiddeld moeten worden tot een heel getal, is het dichtstbijzijnde gehele getal een 5. Voor de examenvakken die alleen een SE kennen geldt dat het eindcijfer op één decimaal afgerond wordt op een geheel getal. Een 5.5 wordt daarbij bijvoorbeeld afgerond op een 6 en een 5.4 wordt afgerond op een 5.
5.
Als een kandidaat in een vak door twee of meer examinatoren wordt geëxamineerd, bepalen deze examinatoren in onderling overleg het cijfer. Komen zij niet tot overeenstemming, dan wordt het cijfer bepaald op het rekenkundig gemiddelde van de beoordelingen van ieder van hen. Als dit gemiddelde een cijfer is van meer dan één decimaal, wordt de afrondingsprocedure, beschreven onder 4, gevolgd.
2
6.
De kandidaat wordt van zijn cijfer voor het schoolexamen schriftelijk in kennis gesteld voor de aanvang van het centraal examen.
7.
Alleen wanneer het schoolexamen is afgesloten en dus aan alle vereisten van het SE is voldaan, kunnen kandidaten deelnemen aan het centraal examen.
8.
Voor de afzonderlijke vakken wordt het schoolexamen wat betreft tijdstippen of tijdvakken, wijze van afnemen, onderzochte kennis, vaardigheden en/of inzicht en tijdsduur, ingericht volgens de bijlage havo, resp. vwo, van deze regeling.
9.
Bij een schriftelijke proef mag ten behoeve van het werk niets in het lokaal worden meegenomen dan schrijfgerei en wat door de examinator voor de desbetreffende proef als hulpmiddel is toegestaan; tabellenboekjes en woordenboeken, indien toegestaan, moeten vrij zijn van aantekeningen en/of bijgevoegd papier; elektronische rekenapparaten, indien toegestaan, dienen te voldoen aan de door de school gegeven richtlijnen (men mag alleen werken met een zelf meegebracht apparaat); na het inleveren van het werk vertrekt men pas na toestemming van een docent die toezicht heeft.
10.
Indien en voor zover het schoolexamen in een vak op mondelinge wijze plaatsvindt, kan dit geschieden in aanwezigheid van een andere docent van de school.
11.
Indien en voor zover een onderdeel van het schoolexamen in een vak op schriftelijke wijze plaats gevonden heeft, krijgt de kandidaat op verzoek inzage van zijn gemaakte werk. Hierop zijn de fouten aangewezen. De inzage geschiedt in het bijzijn van de betrokken examinator, zo spoedig mogelijk na de mededeling van het cijfer, en op een door de examinator te bepalen plaats en tijdstip. Het is de kandidaat verboden enige wijziging in zijn werk aan te brengen. In alle gevallen heeft een leerling het recht om inzicht te krijgen in de totstandkoming van een beoordeling voor een onderdeel van zijn schoolexamen. De cijfers die meetellen voor het schoolexamen (dossier) en in de leerjaren havo 4 en vwo 4-5 zijn behaald, worden aan de kandidaat schriftelijk meegedeeld bij de overgang naar het volgende leerjaar. De kandidaat tekent daarbij een kopie van de cijferlijst voor akkoord.
12.
Iedere kandidaat is verplicht elke proef voor elk van zijn examenvakken volgens rooster mee te maken, behoudens erkende verhindering.
13.
Verhindering voor een proef, bedoeld in art.12, wordt erkend, wanneer zij voortvloeit uit: a. een wettelijke verplichting b. een ziekte c. andere overmacht Erkenning van verhindering geschiedt uitsluitend door de directie; zij brengt terstond de betrokken examinator op de hoogte. Een verzoek om erkenning moet schriftelijk door één der ouders/wettelijke
3
vertegenwoordiger van de kandidaat geschieden, en wel zo spoedig mogelijk, gericht aan de secretaris van het eindexamen. In geval van ziekte moet het verzoek de mededeling bevatten dat men een met name genoemde arts heeft ingeschakeld, en de mededeling dat de school met deze arts contact mag opnemen. De directeur kan nadere eisen stellen alvorens het verzoek in te willigen. Gemist werk dient zo spoedig mogelijk te worden ingehaald. De docent bepaalt hiervoor, in overleg met de leerling, de datum. Het gemiste werk dient echter, tenzij anders is afgesproken, vóór de rapportbesprekingen van de betreffende periode te zijn ingehaald.
14. Onregelmatigheden: 1. Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig deel van het eindexamen aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, kan de directeur (=rector) maatregelen nemen. De directeur heeft dit gemandateerd aan directielid dhr. drs. R.G.A. Putters. 2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, die afhankelijk van de aard van de onregelmatigheid ook in combinatie met elkaar genomen kunnen worden, zijn: a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het schoolexamen of het centraal examen, b. het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan één of meer zittingen van het schoolexamen of het centraal examen, c. het ongeldig verklaren van één of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van het schoolexamen of het centraal examen, d. het bepalen dat het diploma en de cijferlijst slechts kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in door de directeur aan te wijzen onderdelen. Indien het hernieuwd examen bedoeld in de vorige volzin betrekking heeft op een of meer onderdelen van het centraal examen legt de kandidaat dat examen af in het volgend tijdvak van het centraal examen. 3. Het besluit waarbij een in het eerste lid bedoelde maatregel wordt genomen, kan tegelijkertijd in afschrift toegezonden worden aan de inspectie en, indien de kandidaat minderjarig is, aan de ouders/wettelijke vertegenwoordigers van de kandidaat. 4. Tegen een genomen maatregel in een examenkwestie kan binnen vijf werkdagen nadat de maatregel is medegedeeld bezwaar worden gemaakt bij de directeur 5. De kandidaat kan, indien een bezwaar in een examenzaak door de directeur niet ontvankelijk of ongegrond wordt verklaard, beroep instellen bij de door het bevoegd gezag van de school ingestelde regionale beroepscommissie. Van de commissie van beroep mag de directeur geen deel uitmaken. De regionale beroepscommissie maakt haar besluit binnen vijf werkdagen na ontvangst van het beroepschrift bekend. Indien een zwaarwegend belang dit vereist, kan de termijn met maximaal eenzelfde periode worden verlengd.
4
15. Verzoeken van een kandidaat, examinator of van een assessor om herziening van het cijfer of beoordeling toegekend aan een proef of handelingsdeel, worden beoordeeld door de examencommissie. Verzoeken moeten schriftelijk, en met argumenten gestaafd, bij de secretaris van het examen zijn ingediend binnen twee werkdagen na het vernemen door de kandidaat van het cijfer voor een mondelinge proef of na de inzage van het werk door de kandidaat van een schriftelijk werk. Voordat de examencommissie over een verzoek om herziening van een cijfer beslist, worden de kandidaat, eventueel bijgestaan door een door hem of haar aan te wijzen meerderjarige persoon, de examinator en de surveillant (schriftelijk) of de docent die de proef heeft bijgewoond (mondeling) gehoord.
16. Een ‘o’ voor ckv of lo betekent dat, ook als aan alle andere voorwaarden is voldaan, niet aan het centraal examen mag worden deelgenomen. De absolute deadline voor het in orde (v of g) hebben van deze vakken is het moment dat de SE-cijfers als zijnde definitieve cijfers worden vastgesteld. In 2016 is dit op donderdag 21 april. Deze vakken moeten met minstens een voldoende afgesloten worden. 17. Een exemplaar van deze regeling wordt voor 1 oktober van elk jaar waarin de kandidaat onderwijs in de Tweede Fase volgt, de kandidaat ter hand gesteld. Uiteraard dient de school ervoor te zorgen dat er in de afzonderlijke leerjaren geen regelingen worden vastgesteld die met elkaar strijdig zijn. In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist de directeur. Secretaris van het eindexamen is voor de afdeling havo mw. drs. N.M.H. Burgstede en voor de afdeling vwo dhr. P.P.J.T. van Dooren M Ed. Gezamenlijk vormen zij de examencommissie. Voorzitter van de examencommissie is directielid dhr. drs. R.G.A. Putters. De examencommissie heeft onder andere, tenzij in dit PTA anders geregeld, de volgende taken: A behandelen van verzoeken van kandidaten voor bijzondere maatregelen bij een schoolexamen of toets, wegens persoonlijke omstandigheden van de kandidaat; B behandelen van verzoeken van kandidaten voor vrijstelling of ontheffing; C behandelen van klachten van kandidaten over een primair besluit van de examinator, waaronder de inhoud of de beoordeling van een schoolexamen; D behandelen van klachten van kandidaten over de omstandigheden waaronder een schoolexamen is afgelegd Hierna volgen de bijlagen bij het Algemeen Gedeelte.
5
BIJLAGEN HAVO EN VWO VRIJSTELLINGSREGELING TWEEDE MODERNE VREEMDE TAAL VOOR ATHENEUMLEERLINGEN De wet biedt scholen onder bepaalde omstandigheden de mogelijkheid atheneumleerlingen dispensatie te geven voor een tweede moderne vreemde taal. Het Maurick College acht een tweede moderne vreemde taal een wezenlijk bestanddeel van een atheneumopleiding en vindt dat de Dalton werkwijze een leerling, die voldoende inspanningsbereidheid heeft, de grootst mogelijke kansen biedt zich een tweede vreemde taal eigen te maken. Daarom kan slechts in uitzonderlijke gevallen van deze regeling gebruikt gemaakt worden. De vrijstellingsregeling van het Maurick College is afgeleid van de landelijke regeling. De tweede moderne vreemde taal is op het Maurick College Frans of Duits. Voor de vrijstelling tot het volgen van een tweede moderne vreemde taal komen in aanmerking • leerlingen die een andere moedertaal hebben dan de Nederlandse of de Friese. Als criteria hiervoor gelden dat de ouders van deze leerlingen in het buitenland geboren moeten zijn én dat de leerling op het moment dat de tweede moderne vreemde taal aan de leerling op het Maurick College wordt aangeboden nog niet langer dan zes jaar in Nederland onderwijs heeft gevolgd. Beide voorwaarden dienen tot genoegen van de directie met documenten te kunnen worden aangetoond; • leerlingen die een andere moedertaal hebben dan de Nederlandse of de Friese indien zij stoornissen hebben die specifiek betrekking hebben op taal. Een deskundigenverklaring over de stoornis van een daartoe bevoegde professional dient overlegd te worden; • leerlingen die zintuiglijke stoornissen hebben die effect hebben op taal. Een deskundigenverklaring van een daartoe bevoegd professional dient overlegd te worden tenzij het een waarneembare zintuiglijke stoornis is, zoals doofheid en/of blindheid; • leerlingen die meerdere en/of grote stoornissen hebben die specifiek betrekking hebben op taal. Een deskundigenverklaring over elk van deze stoornissen van een daartoe bevoegde professional dient overlegd te worden; • leerlingen die gekozen hebben voor het profiel N&G of/en N &T en zodanig eenzijdig georiënteerd zijn op een natuurprofiel dat een tweede moderne vreemde taal DE belemmering vormt voor het behalen van een atheneumdiploma. Bij een aanvraag voor deze vrijstelling stelt de examencommissie een commissie van onderzoek samen onder voorzitterschap van de afdelingsleider die onderzoek doet naar de redelijkheid van het verzoek. De onderzoekscommissie doet verslag aan de examencommissie en deze geeft een advies aan de directeur. De leerlingen dienen verder te voldoen aan de normen voor bevordering van klas 4 naar klas 5 met weglating van het overgangscijfer van de tweede moderne vreemde taal. De leerlingen die voor de tweede moderne vreemde taal vrijgesteld worden krijgen deze
6
vrijstelling bij de overgang van leerjaar 4 naar 5. Het verzoek om vrijstelling van de tweede moderne vreemde taal kan eventueel ook in leerjaar 5 worden ingediend. Vrijstelling wordt verleend door de directie. In het geval van vrijstelling dient de leerling een ander vak waarin centraal schriftelijk examen afgenomen wordt te volgen. Dit vak wordt in onderling overleg (leerling, vakdocent, decaan, coördinator) vastgesteld. De leerling kan voor dit alternatieve vak niet standaard ingeroosterd worden en zal zich dit vak grotendeels zelfstandig eigen dienen te maken. N.B.: Met een stoornis die specifiek betrekking heeft op taal wordt bedoeld taalgerelateerde stoornissen zoals specifieke vormen van zware dyslexie, dyspraxie waardoor het spreken moeilijk kan zijn, bepaalde afwijkingen in het autistisch spectrum waardoor communicatie bemoeilijkt wordt (bijvoorbeeld asperger) en dysfasie. Met een zintuiglijke stoornis die effect heeft op taal wordt doofheid en blindheid bedoeld. COMBINATIECIJFER De cijfers voor de ‘kleine vakken’ vormen samen het combinatiecijfer. Elk onderdeel weegt even zwaar bij de bepaling van dit cijfer. De afrondingsregels van artikel 4 uit het algemeen gedeelte van dit PTA zijn voor het combinatiecijfer van toepassing. • Het combinatiecijfer voor het havo bestaat uit: ma, pws en -indien van toepassing- lb c.q. filosofie; én, als het vak is afgerond, bij overstappers eventueel ook kcv. • Het combinatiecijfer voor het atheneum bestaat uit ma (c.q. citizenship), pws en -indien van toepassing- anw (c.q. science), lb c.q. filosofie, én, als het vak is afgerond, bij overstappers eventueel ook kcv. • Het combinatiecijfer voor het gymnasium bestaat uit: ma (c.q. citizenship), kcv (schooljaar 2015-2016 de laatste keer), pws en, indien van toepassing, anw (c.q. science), lb c.q. filosofie. VWO-VAK OP HAVO Een havoleerling kan een of meerdere vakken op vwo-niveau volgen. Hiervoor moet een positief advies van de vakdocent en toestemming door de afdelingsleiders van havo én vwo gegeven worden. Dit vak/deze vakken kan/kunnen niet standaard ingeroosterd worden. Dit vak/deze vakken moet(en) op individuele basis in Dalton en in overleg met de docent, gedaan worden. Indien een vwo-vak gevolgd wordt in plaats van het betreffende havo-vak geldt de vwo-regeling voor toetsing en moet de leerling ook in het vwo-vak examen doen. De leerling kan, naast zijn havo-vakken, ook een extra vak volgen op vwo-niveau. Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden. REGELING CKV EN LO De vakken ckv en lo kennen geen eindbeoordeling in de vorm van een cijfer maar kennen de letter ‘g’ of ’v’ toe. Een leerling die een onvoldoende ‘o’ haalt en niet de beoordeling ‘v’ of ‘g’ wordt toegekend, kan niet bevorderd worden naar het eerstvolgende hogere leerjaar. Indien de beoordeling ‘v’ of ‘g’ niet is toegekend moet de leerling de opdracht(en) overdoen totdat, in de ogen van de docent/examinator, de opdracht(en) naar behoren is (zijn) vervuld. Compensatie is niet mogelijk. Alles moet dus minimaal voldoende (v) zijn.
7
Een ‘o’ voor ckv of lo betekent dat, ook als aan alle andere voorwaarden is voldaan, geen centraal examen mag worden gedaan. Voor het vak lo kan vrijstelling worden gegeven als een leerling een zodanige fysieke beperking heeft dat de leerling het vak onmogelijk kan volgen. De directie beslist, na advies van de examencommissie, of de leerling wordt vrijgesteld. Desgewenst dient de leerling een rapport hierover van een daartoe bevoegd professional (arts) te overleggen. Een leerling die vrijgesteld wordt voor het vak lo maakt of voert, als vervanging van dit vak, een aantal opdrachten uit tot genoegen (beoordeeld met de letter ‘v’ of ‘g’) van de docent/examinator lo. De sectie lo bepaalt wat deze vervangende opdrachten inhouden. GYMNASIUMLEERLINGEN EN ATHENEUMEXAMEN Een leerling mag maar in één schooltype examen doen. Indien een gymnasiumleerling examen wil doen voor een atheneumdiploma moet hij/zij dit op z’n laatst kenbaar maken voordat de SE-cijfers definitief worden d.w.z. in 2016 vóór 22 april. Het is niet mogelijk om achteraf een gymnasiumexamen om te zetten in een atheneumexamen.
BEVORDERINGSNORMEN KLAS 4 HAVO EN KLASSEN 4 & 5 VWO Om bevorderd te worden naar 5 havo, 5 vwo of 6 vwo moet een leerling allereerst voldoen aan de volgende algemene voorwaarden: • Geen enkel rapportcijfer mag - indien op een heel getal afgerond - lager dan een vier zijn. Dit geldt ook voor de onderliggende cijfers van het combinatiecijfer. • De leerling heeft alle handelingsdelen ingeleverd en voldoende afgesloten. • Vakken die geen cijfer kennen, zoals lichamelijke opvoeding, moeten in orde zijn en voldoende zijn afgesloten. Examenvakken Examenvakken zijn alle vakken waarin examen (SE en/of CE) afgelegd kan worden. De vakken die deel uitmaken van het combinatiecijfer worden bij de bevorderingsnormen niet afzonderlijk tot de examenvakken gerekend maar het combinatiecijfer wordt gelijkgesteld met één examenvak. Bespreking Als een leerling in bespreking is, bepaalt de eindvergadering, bestaande uit de coördinator(en) en mentoren, of de leerling al dan niet bevorderd wordt. Het docententeam kan de directie ook adviseren tot een gerichte bevordering, een plaatsing of om anderszins nadere eisen te stellen. Bevordering naar het eerst hogere leerjaar Indien aan de algemene voorwaarden wordt voldaan, wordt een leerling bevorderd die verder aan de volgende voorwaarden voldoet: • Het gemiddelde voor alle examenvakken bedraagt op het eindrapport 6.0 of meer waarbij het combinatiecijfer gerekend wordt als examenvak. • Voor maximaal twee examenvakken zijn de - indien ze op een heel getal worden afgerond - eindcijfers 5-5, 5-4 of 4-4.
8
In de praktijk betekent dit dat op de eindlijst als geheel - indien er op een heel getal afgerond zou worden - slechts twee onvoldoendes (twee maal een 5, eenmaal een 5 en een 4, of twee maal een 4) mogen voorkomen én dat tegelijkertijd het gemiddelde van de cijfers van alle, niet op een heel getal afgeronde, examenvakken 6.0 of hoger moet zijn. Het combinatiecijfer geldt daarbij als één cijfer; de onderliggende vakken zijn in het combinatiecijfer verdisconteerd. Bevordering of afwijzing na bespreking in de eindvergadering Een leerling valt in de besprekingszone indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: • De leerling voldoet aan de algemene voorwaarden. • De leerling heeft voor maximaal 2 examenvakken een onvoldoende. Het combinatiecijfer geldt hierbij als één examenvak. • Het gemiddelde van de niet op een heel getal afgeronde examenvakken is hoger dan 5.7. Het combinatiecijfer geldt hierbij als één examenvak. Afwijzing van de bevordering De overige leerlingen worden niet bevorderd naar het eerst hogere leerjaar. Bevorderingsnormen voor havo 4, vwo 4 en vwo 5 Leerling voldoet aan ‘algemene voorwaarden’ én: - gemiddelde 6.0 of meer - max. 2 onvoldoendes
JA
BEVORDERD
JA
BESPREKING
NEE -
gemiddeld meer dan 5.7 maximaal 2 onvoldoendes
NEE
AFGEWEZEN
Conditie met betrekking tot het vak rekenen: bij een onvoldoende voor de rekentoets (o) is een leerling meteen in bespreking voor bevordering naar het examenjaar. 9
VRIJSTELLINGSREGELING DOUBLEURS In beginsel worden geen vrijstellingen gegeven voor leerlingen die niet bevorderd zijn naar het eerst volgende hogere leerjaar. Een leerling doubleert immers niet voor niets. Iedere doubleur doet daarom alle vakken, alle toetsen, opdrachten en handelingsdelen van dat jaar opnieuw. Dit geldt zowel voor de vakken die in een bepaald leerjaar afgesloten worden voor het examendossier en dus geen centraal examen kennen als voor de vakken die het schoolexamen nog niet hebben afgewerkt. In sommige gevallen kan dit onredelijk of onbillijk zijn, bijvoorbeeld wanneer een leerling het vak met een hoog cijfer heeft afgesloten én wanneer het programma het jaar daarop ook nog eens ongeveer hetzelfde is als het jaar ervoor. Daarom kan in deze gevallen van de regel dat alles opnieuw gedaan moet worden, worden afgeweken. Zie hiervoor het PTA van de afzonderlijke vakken. Indien een leerling voor een vak of een bepaald onderdeel van een vak vrijstelling krijgt, dient de leerling een alternatief programma te volgen en blijft hij te allen tijde tijdens de reguliere lessen onder supervisie van de betreffende docent die de vrijstelling verleend heeft. Betreffende het alternatieve programma moeten er duidelijke afspraken gemaakt worden tussen de leerling, de mentor en coördinator. Alleen in bijzondere omstandigheden kan de directie, op advies van de examencommissie, een ontheffing verlenen op deze regeling. Indien een leerling in de Tweede Fase een klas doubleert en dus twee keer het programma van eenzelfde leerjaar doorlopen heeft en de daarbij behorende toetsen en opdrachten gemaakt heeft, telt bij het bepalen van het SE-cijfer van dat leerjaar het hoogste jaarcijfer van de gedoubleerde klas. Dit geldt zowel voor het SE-jaarcijfer theorie als het jaarcijfer praktijk.
PRAKTISCHE OPDRACHTEN De (inter)vaksectie bepaalt het aantal en de aard van de praktische opdrachten. Praktische opdrachten zijn vaak groepsopdrachten en worden dan ook uiteraard in, door de docent samengestelde of goedgekeurde, groepjes gemaakt. Bij sommige vakken is het mogelijk een praktische opdracht in het profielwerkstuk te integreren. De leerling moet het proces van de opdracht (onderwerpkeuze, vraagstelling, verrichte werkzaamheden, geraadpleegde hulpbronnen en dergelijke) bijvoorbeeld in een logboek goed documenteren. Het hele proces wordt in de beoordeling betrokken. Dat betekent in de praktijk dat er bij veel praktische opdrachten ook punten worden toegekend c.q. afgetrokken voor het aanhouden van de opgestelde planning. Wanneer een leerling de deadline overschrijdt, kan de sectordirecteur het cijfer 1 toekennen voor de praktische opdracht. Deze maatregel kan dan bij de inspectie worden gemeld. Daarmee wordt voorkomen dat een leerling wordt uitgesloten voor zijn centraal examen. De weging van de praktische opdrachten voor het schoolexamen wordt door de sectie per vak afzonderlijk bepaald. PROFIELWERKSTUK Het profielwerkstuk moet betrekking hebben op tenminste één van de vakken waarin de leerling eindexamen doet. Het profielwerkstuk kan zowel individueel als in een groepje worden gemaakt. Het PWS kan in principe bij alle examenvakken van de leerling gemaakt worden.
10
Het cijfer voor het profielwerkstuk maakt onderdeel uit van het combinatiecijfer. Het profielwerkstuk maakt deel uit van het schoolexamen en moet dus tijdig zijn afgerond en beoordeeld voordat deelgenomen kan worden aan het centraal examen. Het PWS wordt gestart in het voorexamenjaar en zo vroeg mogelijk in het examenjaar afgerond. HANDELINGSDEEL Sommige vakken kennen een handelingsdeel. De opdrachten uit het handelingsdeel worden vaak beoordeeld met een ‘g’ (goed), een ‘v’ (voldoende) of een ‘o’ (onvoldoende). Indien het handelingsdeel onvoldoende is kan de leerling het handelingsdeel ‘repareren’ tot de door de examinator bepaalde deadline. Indien het handelingsdeel dan nog onvoldoende is of niet (opnieuw) is ingeleverd volgen de consequenties zoals beschreven in de PTA’s van de afzonderlijke vakken. Indien het handelingsdeel behalve met een ‘g’, een ‘v’ of een ‘o’ ook op enig moment cijfermatig wordt beoordeeld, telt dit cijfer mee voor het betreffende vak. LET OP!! In het uiterste geval betekent deze regeling dat, indien het handelingsdeel niet in orde is, een leerling niet bevorderd kan worden naar een hoger leerjaar of niet aan het centraal examen kan deelnemen omdat niet aan alle vereisten van het schoolexamen is voldaan. KEUZES IN HET SCHOOLEIGEN DEEL Behalve de verplichte vakken en keuzes kan een deel van de slu (studielasturen) besteed worden aan diverse activiteiten zoals tutorschap, bijles geven, internationaliseringsactiviteiten zoals het MEP, etc. Nieuwe activiteiten kunnen na instemming van de afdelingsleider hieraan toegevoegd worden. De door de school erkende niet verplichte activiteiten worden vermeld in een testimonium. HERKANSEN Herkansing van vakken die deel uitmaken van het combinatiecijfer Wanneer een leerling een onvoldoende eindcijfer op zijn eindlijst heeft voor vakken met alleen een schoolexamen en waarvan het cijfer deel uitmaakt van het combinatiecijfer, mag hij, zodra hij naar het oordeel van de docent dit verdiend heeft, proberen het onvoldoende eindcijfer weg te werken. Met de betrokken docent/sectie moet de leerling een reparatietraject afspreken om de kans op succes te optimaliseren. Van deze herkansingsmogelijkheid kan, afhankelijk van het tijdstip waarop het vak is afgesloten, gedurende het dan lopende schooljaar of in de eerste periode van het eerstvolgende schooljaar gebruik gemaakt worden. Herkansingen en tussentoetsen van CE-vakken Herkansingen Leerlingen van havo 5 en vwo 6 hebben na de derde periode recht op twee herkansingen naar keuze van toetsen uit SE-week 1,2 en/of 3. Dit kunnen twee toetsen van verschillende vakken zijn maar ook twee toetsen van hetzelfde vak.
11
Tussen- of deeltoetsen In havo 4, havo 5 (drie periodes), vwo 4,vwo 5 en vwo 6 (drie periodes) kennen alle vakken minstens één tussen- of deeltoets per periode. Deze tussentoetsen vormen een substantieel deel (tenminste in de verhouding 1 : 2) van het SE-cijfer van de betreffende periode. Zie het PTA van de afzonderlijke vakken voor de inhoud en de weging van de tussentoets(en) en de toets in de SE-week. Gemiste tussen- of deeltoetsen dienen zo spoedig mogelijk maar in elk geval vóór de SE-week te worden ingehaald. PERIODES EN TOETSWEKEN havo 4 en 5, vwo 4, 5 en 6 Het schooljaar 2015 - 2016 is opgedeeld in twee semesters. Elk semester is weer verdeeld in twee periodes. Elke periode wordt afgesloten met een toetsweek (SEweek). Havo 5 en vwo 6 hebben in de vierde periode het Centraal Examen. Periode 1: week 36 t/m week 46 Periode 2: week 47 t/m week 05 Periode 3: week 07 t/m week 13 Periode 4: week 14 t/m week 28 WEGING VAN DE CIJFERS EN RELATIE RAPPORTCIJFER - EXAMENDOSSIER Wij maken onderscheid tussen vakken met alleen toetsen en vakken met toetsen en praktische opdrachten. Vakken met toetsen en praktische opdrachten produceren twee deelcijfers. Alle cijfers worden op één decimaal berekend. Deze cijfers worden daarna tot een jaarcijfer met één decimaal berekend. Deze jaarcijfers tellen mee voor de overgang. Voor de bepaling van het jaarcijfer geldt de afrondingsprocedure zoals beschreven in artikel 4 van de algemene regeling. De niet-afgeronde deelcijfers voor toetsen en praktische opdrachten worden opgenomen in het examendossier en tellen dus mee voor het schoolexamen. De leerling tekent op het einde van het jaar voor akkoord wat betreft zijn behaalde dossiercijfers waarmee de cijfers voor het schoolexamen officieel zijn vastgelegd. VERANDEREN VAN SCHOOLTYPE Ook in de Tweede Fase komt het voor dat gedurende de opleiding blijkt dat een leerling niet op de juiste afdeling zit. Verandering van schooltype is echter niet gemakkelijk, want de schooltypes sluiten maar heel beperkt op elkaar aan en de overstapper is verantwoordelijk voor het tijdig inhalen van gemiste stof. Slechts in uitzonderingsgevallen wordt daarom verandering van schooltype toegestaan. Een aanvraag voor een overstap loopt via het decanaat. Aan het dossier ziet de school welke onderdelen een potentiële overstapper wel of niet heeft afgerond. Op basis daarvan kan er een individueel (inhaal)programma worden opgesteld. van vwo 4 naar havo 4 De overstap van vwo 4 naar havo 4 is, mits er plaats is, mogelijk in en direct na (de rapportbespreking en ouderavond/oudergesprekken van) de eerste periode. Wat de cijfers betreft gelden de volgende regels per vak: ● De leerling mag, per vak, de cijfers uit vwo 4 meenemen naar havo 4 óf ● De leerling maakt een vervangende toets en begint zo met een schone lei of ● De docent beoordeelt de gemaakte toetsen en de daarvoor behaalde cijfers op havo niveau.
12
van vwo 5 naar havo 5 De overstap van vwo 5 naar havo 5 is alleen mogelijk aan het einde van het schooljaar. Bij de overstap van vwo 5 naar havo 5, op het einde van het schooljaar, gelden de volgende regels per vak: ● De leerling mag de cijfers voor toetsen en/of praktische opdrachten uit vwo 4/5 meenemen naar havo 5 en de docent beoordeelt de gemaakte toetsen én de daarvoor behaalde cijfers op havo niveau en/óf ● De leerling maakt een vervangende toets aan het begin van het nieuwe schooljaar in havo 5, waardoor het “meegenomen” cijfer, zo mogelijk, wordt verhoogd óf ● Wat betreft het vak kcv geldt bij verandering van schooltype de volgende regeling: - als het vak kcv nog niet is afgerond, moet een inhaalprogramma ckv gedaan worden. Het inhaalprogramma wordt bepaald door de sectie ckv. - als het vak kcv is afgerond wordt bij een overstap naar een ander schooltype het cijfer voor kcv opgenomen in het combinatiecijfer; echter op verzoek van de leerling wordt het eindcijfer voor kcv als dit een 8 of hoger is bij een overstap naar een ander schooltype een g voor ckv, als het een 6 of 7 is een v voor ckv, als het een 5 of lager is moet voor het vak ckv een inhaalprogramma gedaan worden. Het inhaalprogramma wordt bepaald door de sectie ckv. van vwo 4 naar havo 5 De overstap van vwo 4 naar havo 5 is niet zo eenvoudig. Men komt in een examenklas en men moet, afhankelijk van het profiel en de vakkenkeuze, een aantal vakken geheel of gedeeltelijk inhalen. Het programma van havo 4 en vwo 4 is namelijk niet op elkaar afgestemd. In vwo 4 wordt bijvoorbeeld geen aardrijkskunde gegeven; economie behandelt in vwo 4 andere thema’s dan in havo 4, etc. Indien de overstap toch gemaakt wordt, dient de leerling alles in te halen en dient het inhaalwerk getoetst te zijn vóór het eerste SE in havo 5. Dit betekent dus dat men naast het reguliere werk in havo 5 een behoorlijke extra werklast heeft. Om de aansluiting in havo 5 niet te missen betekent dit dat een deel van de zomervakantie besteed dient te worden aan het inhaalwerk. De overstap van vwo 4 naar havo 5 kan dan ook niet zonder meer gemaakt worden. De volgende situaties kunnen zich voordoen: • De leerling wordt regulier bevorderd van vwo 4 naar vwo 5. Indien de leerling regulier bevorderd wordt, is een overstap naar havo 5 toegestaan. • De leerling is na SE4, bij de overgang van vwo 4 naar vwo 5, in bespreking. De eindvergadering adviseert de directie of de overstap naar havo 5 wordt toegestaan. Indien de overstap wordt toegestaan, kunnen hierbij andere eisen gesteld worden als onderdeel van deze beslissing. • De leerling voldoet na SE4, bij de overgang van vwo 4 naar vwo 5, niet aan de overgangsnormen en wordt afgewezen voor vwo 5. Indien de leerling niet aan de bevorderingsnormen voldoet en wordt afgewezen voor vwo 5 is de overstap naar havo 5 niet toegestaan. Bij een overstap van vwo 4 naar havo 5 gelden wat de cijfers betreft, mutatis mutandis, dezelfde regels als bij de overstap van vwo 5 naar havo 5.
13
ANW en de overstap van vwo 4 of 5 naar havo 5. Op het havo wordt het vak ANW niet gegeven. Maar indien bij de overstap van vwo naar havo het vak ANW op het vwo is afgerond mag dit cijfer op havo meegeteld worden in het combinatiecijfer. Hierbij gelden dezelfde regels met betrekking tot het meenemen van cijfers als bij de overstap van vwo 4 of 5 naar havo. van havo 5 naar vwo 5 en van vmbo 4 theoretische leerweg naar havo 4. Bij de overstap van havo 5 naar vwo 5 wordt per vak en per profiel beoordeeld welke aanvullende eisen er aan zo’n overstap gesteld moeten worden. Op het vwo wordt er bijvoorbeeld één vak extra gedaan en dat moet misschien, afhankelijk van het extra vak, ingehaald worden. De wettelijke vrijstellingsregelingen zijn in ieder geval van toepassing. Dit betekent dat een leerling met een havodiploma op het atheneum vrijgesteld is van ma, ckv en een eventueel op havo gevolgd examenvak op vwo-niveau. Om voor een overstap in aanmerking te komen: ● mag een leerling geen onvoldoendes op de eindlijst hebben van vmbo 4 c.q. havo 5; ● moet een leerling voldoende positieve adviezen gekregen hebben van de vmbo 4- c.q. havo 5-docenten. Let op: De leerling ( vanaf schooljaar 2015-2016 alleen de leerlingen met een natuurprofiel) moet op het atheneum het vak ANW inhalen (op atheneum afgesloten in klas 4). Bij de overstap van vmbo-t 4 naar H4 maatschappijprofiel dient een leerling in T4 in twee moderne vreemde talen examen te hebben gedaan. In H4 wordt echter een derde moderne vreemde taal standaard het eerste semester aangeboden. Om de overgang naar H4 niet te blokkeren krijgen deze leerlingen hiervoor in het eerste semester een vrijstelling. PROFIELWISSELING In vwo 4 en havo 4 kan blijken dat een leerling het verkeerde profiel gekozen heeft. Er is daarom een beperkte mogelijkheid alsnog van profiel te wisselen. Tot uiterlijk de eerste paar weken na de rapportbespreking en ouderavond/oudergesprekken na de eerste periode is profielwisseling nog mogelijk mits er plaats is in het andere profiel. De leerling is verantwoordelijk voor het inhalen van de/het gemiste vak(ken). De gemiste stof moet, in overleg met de docent(en), zo spoedig mogelijk maar op zijn laatst voor het einde van het schooljaar zijn ingehaald en getoetst. STROOMWISSELING BINNEN PROFIEL Binnen het profiel is stroomwisseling alleen in uitzonderingsgevallen mogelijk. De stroomwisseling is mogelijk tot direct na de 1e rapportbespreking en ouderavond/oudergesprekken na de stroomkeuze. Hiervoor is toestemming van de afdelingsleider nodig. De leerling is verantwoordelijk voor het inhalen van de/het gemiste vak(ken). De gemiste stof moet, in overleg met de docent(en) voor het einde van het schooljaar zijn ingehaald en getoetst. WIJZIGEN VAN VAKKEN Indien een vak eenmaal gekozen is, kan een vak alleen nog in uitzonderingsgevallen gewijzigd worden.
14
Leerlingen kunnen, tot uiterlijk de rapportbespreking van de eerstvolgende toetsperiode nadat een vak in het examendossier is opgenomen, een verzoek indienen een ander vak te kiezen of een (niet verplicht) extra vak te laten vallen. Zij moeten zich daarvoor melden bij een van de decanen ( mw. drs. H. Oude Luttighuis (vwo) , en mw. S. van Gastel M Ed (havo). DOCUMENTEN IN DOSSIER De secties maken bekend welke onderdelen in de dossiermap van een leerling moeten worden opgenomen. De leerling bewaart zorgvuldig de onderdelen die hij teruggekregen heeft en die beoordeeld zijn. De docent is verantwoordelijk voor de cijferadministratie en de onderdelen die hij (nog) niet teruggegeven heeft. De cijferadministratie berust altijd bij de docent/examinator. Natuurlijk doet ook een leerling er goed aan de cijfers zorgvuldig te registreren. Op het einde van ieder schooljaar tekent de leerling een exemplaar van het rapport en verklaart daarmee dat hij akkoord gaat met de verstrekte cijfers (zie onder ‘weging van de cijfers en relatie rapportcijfer-examendossier’). De docent/examinator bewaart van ieder werk dat voor het dossier meetelt, een exemplaar van de opgave en de gehanteerde norm in zijn eigen archief. RECLAMEREN OVER CIJFERS Tot uiterlijk 2 x 24 uur nadat een cijfer aan een leerling is meegedeeld en hij het gemaakte werk heeft kunnen inzien, bestaat de mogelijkheid tegen een gegeven cijfer in beroep te gaan. Daarvoor moet de leerling zich melden bij mw. drs. N.M.H. Burgstede (havo), of dhr. P.P.J.T. van Dooren M Ed. (vwo). De examencommissie doet hierover uitspraak. SLAAG-/ZAKREGELING TWEEDE FASE Een examenkandidaat is geslaagd als; • ckv en lo als ‘voldoende’ of ‘goed’ zijn beoordeeld én • als alle cijfers 6 of hoger zijn, óf • bij een 5 en de andere cijfers zijn 6 of hoger óf • als er twee vijven, één vier, of een vijf en een vier worden behaald met compensatie en het gemiddelde minimaal 6.0 is én • de cijfers voor het centraal examen gemiddeld voldoende zijn; hierbij worden de niet op een geheel getal afgeronde CE-cijfers gemiddeld, een gemiddelde van 5.5 wordt op een 6 afgerond.
15
Vanaf 2016 is het cijfer voor de rekentoets onderdeel van de ‘kernvakkenregeling’ hetgeen inhoudt dat voor de vakken Nederlands, Engels, wiskunde (na middeling SE-CE) én voor de rekentoets maar één vijf gehaald mag worden. N.B.1 N.B.2
Het combinatiecijfer telt als één cijfer. Geen enkel cijfer mag een 3 of lager zijn. Dus alle cijfers moeten minstens 4 of hoger zijn, ook de cijfers van de onderliggende vakken bij het combinatiecijfer.
LET OP!!! VERZWARING SLAAG-/ZAKREGELING In het examenjaar 2015-2016 wordt de slaag-/zakregeling verzwaard. Cohort 2014 havo, dus de leerlingen die in het schooljaar 2014-2015 en volgende in havo 4 zaten/zitten en cohort 2013 vwo en volgende, dus de leerlingen die in het schooljaar 2013-2014 in vwo 4 zaten/zitten, krijgen hiermee te maken. De extra eis is: • alle examenkandidaten dienen een rekentoets te hebben afgelegd. Het resultaat voor de rekentoets is het eindcijfer voor rekenen. Leerlingen die in 2016 eindexamen doen, moeten voor de rekentoets minimaal een 5 gehaald hebben. Vanaf 2016 is het cijfer voor de rekentoets onderdeel van de ‘kernvakkenregeling’ hetgeen inhoudt dat voor de vakken Nederlands, Engels, wiskunde (na middeling SE-CE) én voor de rekentoets maar één vijf gehaald mag worden. • Het College voor Examens (CvTE) heeft voor de afname van de rekentoets voor het schooljaar 2015-2016 bepaald dat deze plaats moet vinden tussen 13 en 26 januari 2016, tussen 16 en 30 maart 2016 en tussen 30 mei en 10 juni 2016.
COMMISSIE VAN BEROEP De commissie van beroep bedoeld in artikel 14 van de algemene regeling van dit PTA is een door het bevoegd gezag OMO ingestelde ‘Regionale commissie regio ’sHertogenbosch’. De werkwijze van deze commissie is vastgelegd in het ‘Reglement bezwaar en beroep in leerlingzaken’. U kunt zich wenden tot de commissie van beroep via dhr. drs. R.G.A. Putters, Postbus 2040, 5260CA Vught.
(dir,pvd) 24-09-2015
16