Uitgenodigde vluchtelingen in Nederland: opvang en integratie Portretten van uitgenodigde vluchtelingen en achtergrondinformatie over het Nederlandse hervestigingsbeleid
Inhoud
Inleiding
Inleiding
3
Het Nederlandse quotum Interview Kasongo Kader: Medische noodzaak
4 5 5
UNHCR Interview Rana Kader: Gevlucht voor Saddam Hussein
6 7 7
Eerste opvang in AZC Amersfoort Interview Lyahjarai Mon Kader: Birmese vluchtelingen in Thaise kampen
8 9 9
Start en inburgering in de gemeente Interview familie Jumaa El Hagoug Kader: De Palestijnse arts en de Bugaarse verpleegsters
10 11 11
Europa en hervestiging Interview Saïda Ibrahim Hussein Kader: Kakumakamp in Kenia
12 13 13
Nederland en hervestiging, een stukje geschiedenis
14
Jaarlijks ontvluchten vele duizenden mensen hun land om te ontkomen aan oorlog, geweld of vervolging. Wereldwijd verblijven er ruim elf miljoen vluchtelingen in een ander land dan hun geboorteland. Slechts een heel klein deel komt terecht in Europa; veruit het grootste deel van de vluchtelingen wordt opgevangen in de regio, meestal in een buurland. Veel vluchtelingen komen terecht in een vluchtelingenkamp van de UNHCR. De UNHCR probeert voor al deze vluchtelingen een duurzame oplossing te vinden. Sommigen kunnen na verloop van tijd weer veilig terugkeren naar het land van herkomst. Anderen lukt het een zelfstandig bestaan op te bouwen in het land waar zij verblijven. Voor velen is echter geen van beide vooruitzichten weggelegd: het herkomstland blijft onstabiel en het integreren in het land van verblijf is niet toegestaan. Een lang verblijf in een vluchtelingenkamp ligt dan in het verschiet.
Of aan alleenstaande vrouwen die groot risico lopen slachtoffer te worden van seksueel geweld. Deze vluchtelingen kunnen door de UNHCR worden voordragen om hervestigd te worden in een ander land. Hervestiging betekent dat geselecteerde vluchtelingen in een ander, veilig land gaan wonen, op uitnodiging van dat land. Ook de Nederlandse overheid nodigt ieder jaar een aantal vluchtelingen uit om zich hier te hervestigen. VluchtelingenWerk Nederland constateert dat er weinig bekend is over deze speciale groep vluchtelingen en wil betrokkenen meer inzicht geven in de achtergrond en behoeften van uitgenodigde vluchtelingen. In deze brochure wordt kort aangegeven waarom de overheid vluchtelingen uitnodigt, op welke manier dat gebeurt en hoe de opvang in Nederland plaatsvindt. Vijf uitgenodigde vluchtelingen vertellen hun verhaal.
Maar wat als iemand die zijn land of regio is ontvlucht ook in de nieuwe situatie niet veilig is? Denk aan vluchtelingen die behoren tot een minderheid die gediscrimineerd wordt, denk aan vluchtelingen die ernstig ziek zijn en behandeling nodig hebben.
Aantallen hervestigde vluchtelingen 2003-2007 Verenigde Staten Australië Canada Zweden Noorwegen Nieuw Zeeland Finland Denemarken Nederland Verenigd Koninkrijk * Ierland * Brazilië * Chili *
224 661 62 543 53 098 8 227 5 322 3 661 3 267 2 504 1 981 1 218 546 360 116
Bron: UNHCR Statistical Yearbook, 2003,2004,2005,2006,2007. * Dit zijn nieuwe hervestigingslanden die pas gedurende deze periode zijn gestart met een hervestigingsprogramma.
3 | Uitgenodigde vluchtelingen in Nederland: opvang en integratie
foto UNHCR
Interview Kasongo
Sinds Kasongo in Nederland is, kan hij weer een beetje lachen. Hier is hij veilig. Het valt hem echter zwaar om over zijn verleden in Congo te praten. Kasongo werd op medische gronden uitgenodigd om naar Nederland te komen. Totaal verzwakt kwam hij in september 2006, met zijn gezin, aan op Schiphol. Martelingen tijdens zijn gevangenschap in Congo hebben hem zowel lichamelijk als geestelijk kapot gemaakt. Hoewel het nu een stuk beter gaat, blijft hij last hebben van flashbacks en angstaanvallen. Het verdriet zit dan ook heel diep; drie van zijn kinderen zijn vermoord.
Het Nederlandse quotum Om als uitgenodigde vluchteling door Nederland geaccepteerd te worden, gelden vrijwel dezelfde criteria als voor vluchtelingen die zelf als asielzoeker naar Nederland zijn gekomen en via de asielprocedure een beroep doen op bescherming. Ongeveer een kwart van het vastgestelde quotum wordt ingevuld door individuele vluchtelingen die in acute noodsituaties verkeren, vaak omdat hun veiligheid niet gegarandeerd kan worden. De verhalen van Rana (pagina 7) en de familie Jumaa El Hagoug (pagina 11) illustreren deze situatie. Het kan vluchtelingen van over heel de wereld betreffen. Als de UNHCR besluit dat snelle hervestiging noodzakelijk is, draagt zij het dossier voor aan een hervestigingsland, bijvoorbeeld Nederland. Het grootste deel van de uitgenodigde vluchtelingen wordt geselecteerd tijdens missies. Vier keer per jaar reist een delegatie van de Nederlandse overheid af naar een land dat grote groepen vluchtelingen opvangt. Daar interviewt de delegatie vluchtelingen die de UNHCR voordraagt voor hervestiging. Ter plekke wordt beslist welke voordrachten geaccepteerd worden, ofwel wie geselecteerd wordt. Lyahjarai Mon (pagina 9) en Saïda Ibrahim Hussein (pagina 13) kwamen op deze manier in Nederland terecht. Ten slotte wordt een deel van het quotum geselecteerd op medische gronden of een medische noodsituatie. De heer Kasongo (pagina 5) kwam hier voor in aanmerking. Gezinsleden van uitgenodigde vluchtelingen die toestemming krijgen voor gezinshereniging naar Nederland te komen, tellen mee voor het quotum.
4 | Uitgenodigde vluchtelingen in Nederland: opvang en integratie
Kasongo woonde met zijn vrouw en zes kinderen in het oosten van Congo. Het ging hem goed, als afgestudeerd IT’er had hij eerst een baan bij een telecombedrijf, later begon hij een eigen zaak. Zijn vrouw gaf Engelse les. In 2004 begonnen de problemen toen er in de buurt een militair werd neergeschoten. ‘De militairen hadden een kamp opgezet vlakbij ons huis, bijna in onze achtertuin. Op een dag hoorde ik schoten; een van de militairen was dood. Ik kreeg de schuld van zijn dood. De militairen riepen dat ik moest boeten voor deze moord.’ Sinds die dag is Kasongo’s leven een hel. Een militair tribunaal bevond hem schuldig aan de moord en een tijd zat hij gevangen. Maar ook na zijn vrijlating hield de terreur aan. ‘Op een avond kwamen de militairen aan de deur. Mijn jongere broer deed open maar zij dachten dat ik het was. Ze schoten op hem in en een kogel boorde zich via zijn lijf in mijn dochter die achter hem stond. Allebei waren ze dood.’ Kort daarop gooiden de militairen een granaat in het huis. Daarbij kwamen twee van Kasongo’s kinderen om het leven. Kasongo dook onder. Op een bepaald moment kreeg hij via zijn mobiele telefoon bericht dat de vrouw van een goede vriend was overleden. ‘In Congo is het traditie om samen naar de rouwplek te gaan, dus ik ging er heen met mijn vrouw en kinderen. Ik kon niet anders, ik wilde mijn vriend niet in de steek laten.’ Het bleek een hinderlaag. Onderweg werden ze aangehouden door militairen. Kasongo werd gescheiden van zijn vrouw en kinderen en overgebracht naar een gevangenis. ‘Na een week of twee moest ik meekomen. Ik werd in een auto vol militairen geduwd. Dit wordt mijn dood, dacht ik. De auto stopte, ik moest uitstappen. Ze lieten me een pistool zien en ik wist zeker dat dit het einde was. Maar ze zeiden: Ga weg en kom nooit meer terug.’ Op zijn laatste kracht, gebroken van alle martelingen die hij onderging, kwam Kasongo in Addis Abeba, Ethiopië, terecht. Daar meldde hij zich als vluchteling bij de UNHCR.
5 | Uitgenodigde vluchtelingen in Nederland: opvang en integratie
‘Zowel geestelijk als lichamelijk was ik een wrak. Mijn rechterbeen was gevoelloos geworden van de elektrische schokken die ze me gaven in de gevangenis. Ik had gehoorproblemen; om me te intimideren schoten ze een pistool leeg vlak langs mijn oor. Ik was getraumatiseerd door alles wat ik had meegemaakt. Mijn conditie was zo slecht dat ik niet naar een vluchtelingenkamp kon.’ Zijn vrouw en kinderen waren ook naar Addis Abeba gegaan, ze vonden elkaar met hulp van de UNHCR terug. ‘We kregen wat geld van de UNHCR voor noodzakelijke dingen zoals eten en huur. Hoewel we legaal in Ethiopië verbleven, konden we er niet integreren. Als vluchteling mag je er bijvoorbeeld niet werken.’ Het was de bedoeling te blijven tot de situatie in Congo zou verbeteren, maar Kasongo’s gezondheid holde achteruit. Drie keer werd hij opgenomen in het ziekenhuis. Eén keer lag hij vier dagen in coma. ‘Toen heeft de UNHCR een land gezocht dat mij wilde opnemen. Uiteindelijk heeft Nederland ons geaccepteerd.’ Het gaat nu redelijk met hem. Zijn toekomst ziet er weer wat rooskleuriger uit, ook al is het niet makkelijk om een leven op te bouwen in Nederland. ‘Alles is nieuw, het systeem, de cultuur, de taal. Maar ik moet dit doen voor mijn veiligheid. De medische voorzieningen zijn hier gelukkig erg goed. Lichamelijk gaat het een stuk beter, hoewel ik met sommige ongemakken zal moeten leren leven. Mijn been voelt nog steeds vreemd. Ook heb ik last van nachtmerries en angstaanvallen. Alle kracht die ik heb, zet ik in op een goede toekomst in Nederland. De kinderen doen het goed, ze spreken al aardig Nederlands. En ik kan weer over een toekomst nadenken. Sinds ik hier ben, kan ik zelfs weer een beetje lachen!’ Kasongo en zijn familie willen om veiligheidsredenen niet gefotografeerd worden.
Medische noodzaak Ieder jaar neemt Nederland een klein aantal vluchtelingen, en hun eventuele gezinsleden, op om medische redenen. Het gaat om mensen waarvan de UNHCR heeft vastgesteld dat zij vluchteling zijn en ernstige medische problemen hebben. Als medische behandeling niet beschikbaar is en als niet behandelen leidt tot een medische noodsituatie, kan de UNHCR betrokkene voordragen voor hervestiging in Nederland. Daarbij moet vaststaan dat behandeling in Nederland een substantiële verbetering van de gezondheidstoestand kan betekenen.
foto Goedele Monnens
Interview Rana
Rana (29) heeft ontzettend veel geluk gehad dat ze als uitgenodigde vluchteling naar Nederland mocht komen, benadrukt ze keer op keer. Hier kan ze vrij leven. Net als haar ouders zet ze zich vanuit Nederland in voor het land waar ze eigenlijk vandaan komt: Irak. Ze is ambitieus en leergierig. In Syrië – waar ze tot haar vierentwintigste woonde – studeerde ze Bedrijfswetenschappen. In Nederland heeft ze al de studie Internationaal Management afgerond en schrijft ze aan haar eindscriptie voor de studie Conflict Resolution and Governance. Naast haar studie werkt Rana vier dagen per week bij IKV Pax Christi. Ook heeft ze in Libanon een uitwisselingsprogramma voor leden van een jongerenorganisatie uit Irak georganiseerd.
UNHCR De United Nation High Commissioner for Refugees, ofwel de UNHCR, is in 1950 opgericht door de Verenigde Naties met het doel om de rechten en het welzijn van vluchtelingen te beschermen. De eerste opdracht voor de UNHCR was te zoeken naar oplossingen voor de meer dan een miljoen Europese vluchtelingen die door de Tweede Wereldoorlog op drift waren geraakt. Tegenwoordig is de UNHCR actief in meer dan honderd landen in de wereld en tracht de organisatie hulp te bieden aan miljoenen mensen die hun land zijn ontvlucht. Voortdurend vraagt de organisatie aandacht voor de vluchtelingenproblematiek en zoekt zij (financiële) hulp bij rijke donorlanden. Een belangrijk instrument voor de UNHCR is het Vluchtelingenverdrag uit 1951. Daarin is vastgelegd wanneer iemand een vluchteling is, en welke rechten een vluchteling heeft. Ieder jaar maakt de UNHCR een overzicht van vluchtelingen(populaties) waarvoor hervestiging noodzakelijk is. Dit rapport wordt besproken op de Annual Tripartite Consultations (ATC’s) waaraan overheden van hervestigingslanden, niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) en de UNHCR deelnemen. Hervestigingslanden kunnen in dit overleg aangeven hoeveel vluchtelingen zij op willen nemen en naar welke gebieden zij een missie zenden. Tijdens de ATC’s worden afspraken gemaakt over het selecteren en het verbeteren van de opvang en integratie van uitgenodigde vluchtelingen. Voor Nederland neemt een vertegenwoordiging van de overheid deel en is VluchtelingenWerk Nederland vertegenwoordigd als nationale ngo.
6 | Uitgenodigde vluchtelingen in Nederland: opvang en integratie
In 1979, Rana was toen één jaar oud, ontvluchtten haar ouders Irak. Haar vader was politicus bij een oppositiepartij, en ook haar moeder was actief binnen die partij. Saddam Hussein, die dat jaar aan de macht kwam, duldde geen oppositie. ‘Het leven van mijn ouders was in gevaar. Een keer is er een inval geweest bij mijn grootouders, mijn vader is toen via de achterdeur gevlucht. Hij heeft geluk gehad; veel mensen die mijn vader kende zijn wel opgepakt.’ Na allerlei omzwervingen vestigde het gezin zich in Syrië. Rana’s vader bleef actief voor de Iraakse oppositiepartij. ‘Maar wij hadden een normaal leven. Mijn broer en ik gingen naar school, mijn moeder werkte als ingenieur. Mijn vader was veel op reis voor zijn werk. Wat hij precies deed, wist ik eigenlijk niet. Pas toen ik tien, elf jaar oud was, begrepen mijn broer en ik dat hij partijlid was en dat hij regelmatig naar Irak ging om daar activiteiten te ondernemen tegen Saddam. Hij geloofde in zijn missie en bleef strijden voor zijn land. Mijn moeder moet vaak erg bezorgd zijn geweest, maar dat heeft ze nooit laten merken. Ik was in die tijd vooral boos op mijn vader; ik vond het niet fijn dat hij zoveel weg was. Ook begon ik te beseffen dat we binnen een totalitair regime woonden. We pasten ons aan, maar we konden niet alles zeggen. Bovendien erkent Syrië geen vluchtelingen, waardoor we altijd gasten zouden blijven in het land. Als Irakese kon ik bijvoorbeeld wel mijn bachelors halen, maar verder studeren was alleen weggelegd voor Syriërs.’ In de tweede helft van de jaren negentig verbeterde de diplomatieke verhouding tussen Syrië en Irak. Dat betekende dat er steeds meer Irakezen naar Syrië konden komen, ook leden van de geheime dienst. ‘We kregen ineens typische telefoontjes van familieleden uit Bagdad, gesprekken die ze onder druk van de geheime dienst moesten voeren om achter ons adres te komen. Een tante werd op haar werk lastiggevallen, een oom werd een paar keer op het
7 | Uitgenodigde vluchtelingen in Nederland: opvang en integratie
bureau ondervraagd over ons. We maakten ons zorgen over familieleden in Irak, maar ook over onze eigen veiligheid. Het was een onrustige tijd en de spanning nam steeds verder toe. Uiteindelijk heeft mijn moeder contact gezocht met de UNHCR.’ Toen het bericht kwam dat de familie in november 2003 naar Nederland kon komen, moest Rana wel even slikken. ‘Het was een enorme kans, maar het betekende ook dat ons leven helemaal zou veranderen. Alles moesten we achterlaten.’ In Nederland werd het gezin opgevangen in AZC Culemborg. Rana ging na een paar weken bij een Nederlandse familie wonen. ‘In eerste instantie voor drie weken om de basis van de Nederlandse taal te leren, uiteindelijk ben ik meer dan een jaar gebleven.’ Ook haar ouders bleven zo min mogelijk op het centrum. Ze logeerden bij Irakese vrienden en kennissen die in de jaren negentig naar Nederland waren gevlucht. Sinds 2004 woont Rana met haar ouders in een klein plaatsje bij de kust. Haar vader is nog steeds politiek actief voor Irak; hij werkt nu vanuit Nederland. ‘Mijn vader is een dappere man en een doorzetter. Waar hij ook woont, hij zal altijd blijven strijden voor een beter Irak.’ Rana waardeert de vrijheid die ze in Nederland heeft leren kennen. ‘Het is goed om een mening te mogen hebben. In Syrië is dat ondenkbaar.’
Gevlucht voor Saddam Hussein In de jaren zeventig werd de Ba’ath-partij, onder leiding van Saddam Hussein, steeds machtiger. Saddam trachtte het verzet van de oppositiepartijen op allerlei manieren te breken en het kwam tot massale arrestaties en executies van leden van oppositiepartijen. Vele tegenstanders werden doodgemarteld in gevangenissen. Nadat hij zichzelf tot president van Irak had uitgeroepen, verbood Saddam alle andere partijen. In de loop der tijd zijn veel Irakezen naar Syrië gevlucht. Daar verblijven zij zonder dat zij politiek asiel konden vragen. Syrië heeft namelijk het Vluchtelingenverdrag niet ondertekend en biedt geen bescherming aan vluchtelingen. De UNHCR mag er wel kantoor houden en het is dan ook mogelijk om asiel te vragen bij de UNHCR. Toen de verhouding tussen Irak en Syrië eind jaren negentig verbeterde, werden vertegenwoordigers van de Irakese overheid steeds actiever in Syrië. De UNHCR achtte de gevaren voor sommige Irakese vluchtelingen te groot geworden. Tussen 1996 en 2003, het jaar dat de Irakese Rana met haar familie Syrië verliet, werden ruim 5.000 Irakese vluchtelingen uit Syrië hervestigd naar andere landen.
foto Goedele Monnens
Eerste opvang in azc Amersfoort De eerste paar maanden na aankomst verblijven uitgenodigde vluchtelingen in een speciaal asielzoekerscentrum in Amersfoort, waar alleen uitgenodigde vluchtelingen verblijven. Dit centrum wordt beheerd door het COA dat er voor zorgt dat de vluchtelingen Nederlandse les krijgen en informatie over de Nederlandse samenleving. Iedereen krijgt een medische intake zodat specifieke medische zorg geboden kan worden. Ook VluchtelingenWerk is in het centrum aanwezig. Vrijwilligers geven informatie en advies en bereiden de uitgenodigde vluchtelingen voor op hun verhuizing naar een eigen woning in een gemeente. Zij informeren de lokale afdeling van VluchtelingenWerk in de betreffende gemeente. De vrijwilligers daar zijn dan voorbereid als de vluchteling in de gemeente komt te wonen en kunnen hem adequate begeleiding bieden. VluchtelingenWerk AZC Amersfoort helpt uitgenodigde vluchtelingen ook bij het organiseren van eventuele gezinshereniging. Het is belangrijk dat er binnen drie maanden na aankomst in Nederland een aanvraag wordt ingediend. Daarna zijn de eisen voor gezinshereniging aanmerkelijk zwaarder.
8 | Uitgenodigde vluchtelingen in Nederland: opvang en integratie
Interview Lyahjarai Mon
In de nog wat kale woonkamer van zijn nieuwbouwwoning hangen de Nederlandse vlag en die van het Monvolk gebroederlijk naast elkaar. Lyahjarai Mon heeft nu zijn leven hier, maar zijn eigen volk zal hij nooit vergeten. Jarenlang zette hij zich actief in voor een democratisch Birma en voor gelijke rechten voor alle etnische bevolkingsgroepen in zijn geboorteland. Nu volgt hij op afstand, via radio, tv en internet, de situatie daar. Dit interview vindt plaats op een van de eerste dagen van openlijke protest, aangevoerd door monniken. Zij hebben een hoog aanzien in het land en hopen op vreedzame wijze meer vrijheid te kunnen verkrijgen voor de bevolking van het straatarme Birma. Lyahjarai Mon weet dan nog niet wat wij nu wel weten: de opstand zal na een paar dagen gewelddadig neergeslagen worden. Lyahjarai Mon was nog maar vijftien tijdens de grote volksopstand in 1988. De gebeurtenissen van toen hebben diepe indruk gemaakt. Net als andere etnische groepen in Birma, wordt het Monvolk, waartoe hij behoort, onderdrukt. De Mon mogen hun taal niet onderwijzen en het land dat zij bewerken kan zomaar onteigend worden. Een nieuw ingevoerde belasting maakt dat er nauwelijks geld overblijft om van te leven. Wat Lyahjarai’s vader verbouwt, wordt door het gezin opgegeten. Lyahjarai sluit zich als student aan bij een oppositiepartij. Hij ontwikkelt zich tot voorvechter van democratie en gelijke rechten voor de Mon. Eerst opereert hij vanuit Birma, later vanuit Thailand. Daar organiseert de partij een keer een demonstratie voor de Birmese ambassade in Bangkok. Vanuit de ambassade worden video-opnames en foto’s gemaakt van de demonstranten. Lyahjarai wordt gearresteerd, door de Thaise politie. ‘Ik werd opgesloten met veertig of vijftig man in een cel. We zaten boven op elkaar. Gelukkig lukte het mijn partij om mij na twee maanden vrij te kopen.’ Hoewel hij weet van de vreselijke omstandigheden in de vluchtelingenkampen, legt hij zich neer bij verblijf in zo’n kamp. Hij heeft geen keuze: de Thaise autoriteiten zullen hem overdragen aan Birma als hij niet naar een vluchtelingenkamp gaat. In het kamp woont Lyahjarai met vier personen in een huisje, zelfgemaakt van bamboe en bladeren. Ze krijgen rijst en wat ingrediënten om een curry te maken. Andere levensmiddelen moet je kopen, maar geld verdienen mag niet. Lyahjarai kan uiteindelijk via een chauffeur die voorraden brengt naar het kamp, geld lenen. Op het terrein is een schooltje waar lesgegeven wordt door Karen, de grootste etnische groep in het vluchtelingenkamp, in hun eigen taal. Samen met andere Mons richt Lyahjarai een eigen Mon-schooltje op, waar hij ook les geeft. Anderhalf jaar verblijft Lyahjarai in het kamp. ‘Op een dag kwam er een auto naar het kamp met vertegenwoordigers van de Nederlandse overheid. Zij hielden selectiegesprekken voor hervestiging. De UNHCR droeg mij voor.’ In juli 2006 vliegt hij met zijn vrouw - ze leerden elkaar kennen in het kamp - met een groep Birmese vluchtelingen naar Nederland.
9 | Uitgenodigde vluchtelingen in Nederland: opvang en integratie
Na een verblijf van ongeveer een half jaar in AZC Amersfoort, krijgen Lyahjarai en zijn vrouw tegelijk met tien ander Birmese gezinnen een woning in een kleine gemeente in Zuid-Holland. Vrijwilligers van de lokale afdeling van VluchtelingenWerk Nederland helpen hen met het inrichten van de woning. Samen met de gemeente verzorgen zij ook de maatschappelijke begeleiding. De Nederlandse samenleving is erg ingewikkeld, vindt Lyahjarai, zeker in het begin. Gelukkig komt er de eerste maanden wekelijks iemand van VluchtelingenWerk langs om te helpen, bijvoorbeeld met het vertalen en invullen van allerlei documenten. Behalve Nederlands leren, wil Lyahjarai zijn Engels graag verbeteren zodat hij kan studeren. Iets met computers, dat lijkt hem wel wat. Lyahjarai volgt een duaal traject van werken en de taal leren. Wat moeilijk blijft, is dat vrienden en familie zo ver weg wonen. Zeker nu de situatie in Birma zo onrustig is. Af en toe belt hij zijn ouders. Hij moet voorzichtig zijn - de telefoon kan immers worden afgeluisterd. Lyahjarai is erg blij om hier weer een toekomst te hebben. En wat voor toekomst... in april wordt hij vader!
Birmese vluchtelingen in Thaise kampen Sinds de staatsgreep in 1962 kent Birma - door de militaire machthebbers omgedoopt tot Myanmar - een dictatoriaal militair regime. Het voeren van oppositie werd onmogelijk gemaakt en onafhankelijke berichtgeving is verboden. Tegengeluid wordt bestraft met gevangenschap en zelfs executies. Etnische minderheden, zoals de Karen en de Mon, worden onderdrukt. In 1988 vond een grote volksopstand plaats die door de militairen wreed werd neergeslagen. Er vielen meer dan 3.000 doden. Hoewel de bevolking in armoede leeft, investeert het regime vrijwel alle middelen in het leger, uit angst voor nieuwe opstanden. Veel Birmezen zijn naar de buurlanden gevlucht. In Thailand werden zij lange tijd gedoogd, maar sinds 2003 mogen vluchtelingen zich er niet meer vrij bewegen en zijn zij verplicht in een kamp te verblijven. Er leven ruim 140.000 vluchtelingen in Thaise kampen. Zij mogen niet werken en onderwijs is alleen mogelijk binnen de hekken van het kamp. De uitzichtloze situatie waarin deze vluchtelingen zich bevinden zette de UNHCR er toe aan een groot hervestigingsprogramma op te zetten. Inmiddels zijn ruim 10.000 Birmese vluchtelingen hervestigd. Het grootste deel naar de Verenigde Staten, maar ook Europese landen, waaronder Nederland, hebben groepen Birmese vluchtelingen opgenomen. Najaar 2007 was Birma weer volop in het nieuws. Monniken namen wederom het initiatief om te demonstreren. Dagenlang vroegen zij op vreedzame wijze aandacht voor de slechte omstandigheden waarin de bevolking leeft. Helaas bleef ook deze keer een reactie van het leger niet uit. De demonstraties zijn met veel geweld beëindigd, burgers én monniken zijn gearresteerd.
foto Goedele Monnens
Interview familie Jumaa El Hagoug ‘Welkom Ashraf’ staat er met grote letters op de voordeur van het rijtjeshuis in een nieuwbouwwijk in Woerden. Hier wonen de ouders en vier zussen van Ashraf Jumaa El Hagoug, de Palestijnse arts die samen met vijf Bulgaarse verpleegsters werd verdacht van het besmetten van ruim vierhonderd kinderen in een ziekenhuis in Libië met het hiv-virus. Niet alleen heeft de familie Jumaa El Hagoug zich ruim acht jaar zorgen gemaakt over hun zoon en broer, hun eigen leven in Libië werd zo onmogelijk dat de UNHCR hen hielp naar Nederland te vluchten.
Start en inburgering in de gemeente Voor vluchtelingen is het heel moeilijk zelfstandig huisvesting te vinden. Daarom zijn alle gemeenten in Nederland verplicht ieder halfjaar een evenredig aantal vluchtelingen huisvesting te bieden. Ook uitgenodigde vluchtelingen vallen onder deze huisvestingstaakstelling. Als een uitgenodigde vluchteling een woning toegewezen krijgt, moet er ineens veel gebeuren: een huis inrichten, uitkering en toelagen aanvragen, verzekeringen regelen, een school voor de kinderen zoeken en een huisarts vinden voor het gezin. Daarnaast gaat de Nederlandse les van start en gaat de vluchteling een inburgeringsprogramma volgen. Net als voor andere vluchtelingen zal in de meeste gemeenten een lokale afdeling van VluchtelingenWerk de maatschappelijke begeleiding verzorgen. Uit de praktijk blijkt dat uitgenodigde vluchtelingen vaak een meer intensieve begeleiding nodig hebben. Zij zijn immers nog maar kort in Nederland en verbleven daarvoor vaak jaren onder zeer moeilijke omstandigheden in vluchtelingenkampen. De maatschappelijke begeleiding van VluchtelingenWerk wordt verzorgd door vrijwilligers die door VluchtelingenWerk worden getraind en gecoacht. VluchtelingenWerk biedt ook ondersteuning bij het vinden van werk of opleiding en het opbouwen van een sociaal netwerk. De lokale afdelingen van VluchtelingenWerk organiseren verschillende activiteiten en projecten gericht op de volwaardige integratie van vluchtelingen in de Nederlandse samenleving en richten zich vooral op contacten met Nederlanders. Meer informatie is beschikbaar bij de lokale afdelingen van VluchtelingenWerk Nederland. De adressen zijn te vinden op www.vluchtelingenwerk.nl.
10 | Uitgenodigde vluchtelingen in Nederland: opvang en integratie
Van oorsprong zijn de ouders van Ashraf - Ahmed en AfefaPalestijns. Zij emigreerden in 1972 naar Libië omdat Ahmed daar een baan kon krijgen. Aanvankelijk hadden ze een prima leven in Libië. Vader El Hagoug was leraar, moeder gaf les op een middelbare school en werkte later bij de gemeente. De familie had een uitgebreid sociaal leven met zowel Libische als internationale vrienden. Ashraf, de oudste van de vijf kinderen, studeerde geneeskunde en ook de vier dochters studeerden aan de universiteit of zaten op school. Daar kwam allemaal een einde aan toen Ashraf, die co-schappen liep, beschuldigd werd en tot drie keer toe ter dood werd veroordeeld. Naast het enorme verdriet om Ashrafs gevangenschap werd het steeds moeilijker voor het gezin Jumaa El Hagoug om te overleven in Libië. Abeer, de oudste dochter: ‘De politie kwam langs op de universiteit en zei tegen mijn vriendinnen: “Dat is de zus van Ashraf, daar moet je niet mee omgaan. De mensen op straat geloven wat de politie zegt en wat ze zien op televisie. Ze geloofden dat Ashraf schuldig was.’ Vrienden en kennissen begonnen zich tegen de familie te keren. Het werken en studeren werd steeds moeilijker. ‘Ik studeerde medicijnen en werkte daarbij in een apotheek,’ vertelt Abeer, ‘maar ik mocht daar niet blijven. Uiteindelijk werden we een voor een ontslagen en werd studeren ons onmogelijk gemaakt. Toen kwamen we flink in de problemen. We konden ons huis niet meer betalen, en geen eten meer kopen. Een advocaat voor Ashraf konden we ons al helemaal niet meer veroorloven.’ Ook werd de familie bedreigd. Vader Ahmed vertelt dat zelfs geprobeerd is om hem en zijn dochters te doden. Abeer: ‘Op het laatst ging alleen mijn vader nog naar buiten om boodschappen te doen en dan alleen ‘s ochtends heel vroeg.’ Een jaar lang probeerde Ahmed om een visum te bemachtigen zodat het gezin naar Europa kon vluchten. Uiteindelijk werd er hervestiging geregeld via de UNHCR. Uit veiligheidsoverwegingen kreeg het gezin pas op het vliegveld te horen naar welk land ze zouden gaan. Als iemand Ahmed vraagt wanneer hij geboren is, antwoordt hij: 19 december 2005. Dat is de datum waarop hij naar Nederland kwam en hij een nieuw begin kon maken. Maar de állerbelangrijkste dag is
11 | Uitgenodigde vluchtelingen in Nederland: opvang en integratie
24 juli 2007, de dag dat zijn zoon Ashraf vrij kwam. Eindelijk kon de familie weer blij zijn, na alle tranen die ze hadden gelaten. De tranen hebben de ogen van Ahmed zo troebel gemaakt dat hij in Nederland vier keer geopereerd is aan zijn ogen. ‘Dank je wel Nederland,’ lacht Ahmed door zijn emoties heen. ‘Dit is een goed land met aardige mensen.’ Hij pakt een grote stapel postkaarten, allemaal steunbetuigingen van mensen uit het hele land. En hij laat foto’s zien, gemaakt tijdens een groot straatfeest georganiseerd door de buurt toen Ashraf een paar dagen in Nederland was. ‘Er werd gezongen en gedanst. Zelfs de burgemeester is gekomen! We hebben gehuild van blijdschap.’ Ahmed en Afefa zijn zoveel mensen dankbaar: de medewerkers van VluchtelingenWerk in Woerden; de arts die Ahmed heeft geopereerd; een oud-wethouder van Woerden die zich inzette voor de vrijlating van Ashraf. Slechts één minpuntje moeten ze kwijt: ze willen zo snel mogelijk de taal leren en op het ROC gaat dat veel te langzaam. ‘Ik wil werken voor mijn geld,’ benadrukt Ahmed. Ook moeder Afefa wil zich graag nuttig maken: ‘We hebben zoveel hulp gekregen, nu wil ik er graag zijn voor anderen.’
De Palestijnse arts en de Bulgaarse verpleegsters In Libië heerst al vele jaren een dictatuur. Het is er verboden oppositie te voeren. De rechtspraak is niet onafhankelijk en in gevangenissen wordt gemarteld. Een paar jaren geleden begon de - tot dat moment redelijk tolerante - houding ten opzichte van buitenlanders, te veranderen. De regering wees in Libië verblijvende buitenlanders aan als oorzaak van toenemende criminaliteit en andere negatieve ontwikkelingen in de samenleving. In 1998 werden de Palestijnse arts Ashraf en vijf Bulgaarse verpleegsters beschuldigd van het opzettelijk besmetten van een groot aantal kinderen in een ziekenhuis in Libië. Hoewel deskundigen aantoonden dat de hiv-besmetting al had plaatsgevonden vóórdat de arts en de verpleegsters daar kwamen te werken, werden zij schuldig bevonden en ter dood veroordeeld. In Libië besteedden de door de overheid gecontroleerde media veel aandacht aan de zaak en de publieke opinie was snel gevormd: de zes buitenlanders waren schuldig aan de dood van de Libische kinderen. Voor de familie van de arts Ashraf werd het steeds moeilijker om in Libië te blijven. Toen de situatie vrijwel onhoudbaar was geworden, bood Nederland aan de familie op te nemen. Ondertussen werd er veel internationale druk uitgeoefend op Libië om de arts en de verpleegsters vrij te laten. Uiteindelijk is dat medio 2007 gelukt.
foto Goedele Monnens
Saïda Ibrahim Hussein
Het liefst denkt Saïda Ibrahim Hussein (34) niet meer terug aan haar geboorteland Ethiopië. Ze heeft er niets meer. Haar toekomst ligt in het Westen. ‘Ik ben heel blij dat de Nederlandse overheid mijn problemen begrijpt en me heeft uitgenodigd om hier te komen wonen.’ Dertien jaar heeft ze in het vluchtelingenkamp Kakuma in Kenia gebivakkeerd. Toen werd ze voorgedragen door de UNHCR om als uitgenodigde vluchteling naar Nederland te gaan. Saïda groeide als enig kind liefdevol op in een dorpje in de regio Oromiya in Ethiopië. Het rustige leven werd ruw verstoord toen Saïda’s vader tijdens een vergadering met verschillende dorpshoofden uit de omgeving werd opgepakt. De familie behoort tot de etnische groep Oromo en hij werd er, onterecht, van verdacht een vergadering van de OLF (Oromo Liberation Front) te leiden. Als de militairen na twee weken weer langskomen, moet Saïda toekijken hoe ze haar moeder mishandelen en meenemen. Een van de militairen verklaart Saïda zijn liefde. Zij wijst hem af, waarna hij zegt wraak te zullen nemen. Saïda, een jonge vrouw alleen, is doodsbang en als de buurvrouw met haar twee zoons naar de grens vlucht, gaat zij met mee. Haar ouders heeft zij nooit meer teruggezien.
Europa en hervestiging Hervestiging van vluchtelingen is een manier om de meest kwetsbare vluchtelingen op een veilige manier bescherming te bieden. Ook is hervestiging een manier om solidariteit te tonen met de landen die veel vluchtelingen opvangen. Nu er steeds minder vluchtelingen naar Europa komen - deels door de strengere regelgeving en deels door de afnemende toegankelijkheid van Europa - zou Europa haar steun kunnen intensiveren aan landen in de regio die noodgedwongen vluchtelingen opvangen. Het grootste deel van de vluchtelingen bevindt zich immers in ontwikkelingslanden. Vaak zijn deze landen nauwelijks in staat de kosten voor de opvang van vluchtelingen op te brengen en zijn de mogelijkheden voor vluchtelingen om te integreren in de samenleving en economie van het gastland zeer beperkt. Nederland levert met haar hervestigingsbeleid een bijdrage aan het oplossen van het vluchtelingenprobleem. Maar gezien de omvang hiervan, betreft het een druppel op de gloeiende plaat. Gelukkig tonen meer Europese landen belangstelling om een hervestigingsbeleid te voeren. Het voorstel van de Europese Commissie om een Europees hervestigingsprogramma te formuleren, gaat veel lidstaten echter nog te ver. Wel wordt er vanuit het Europees Vluchtelingenfonds extra financiering beschikbaar gesteld om nieuwe hervestigingsprogramma’s te starten en bestaande programma’s te verbeteren.
12 | Uitgenodigde vluchtelingen in Nederland: opvang en integratie
Ze komen terecht in Kakuma, een van de grootste vluchtelingenkampen ter wereld. ‘Het ligt in een droog en stoffig gebied in Kenia. Bloedheet en zonder enige beschutting. Er is nauwelijks schoon drinkwater en weinig eten. Per persoon krijg je een kilo rijst, bonen en bloem waar je vijftien dagen mee moet doen. Om aan geld te komen om extra eten te kopen, bieden mensen allerlei diensten aan zoals kleren wassen en brandhout verzamelen. Sommigen beginnen een eenvoudig winkeltje.’ Net als in de rest van Kenia is de medische situatie slecht. Er heerst malaria en tyfus en velen zijn besmet met het hiv-virus of hebben aids. Veiligheid is een groot probleem: in het kamp leven 38 verschillende etnische groepen uit acht verschillende landen. Er zijn vaak conflicten tussen de verschillende groepen. Daar vallen soms ook doden bij. Vrouwen vormen een kwetsbare groep; seksueel misbruik en verkrachting komen veel voor. ‘Ik zag vrouwen die zwaar gebukt gingen onder de spanning. Sommigen pleegden zelfmoord,’ vertelt Saïda. Het leed om haar heen gaf haar kracht om zich in te zetten voor deze vrouwen. Saïda organiseerde bijeenkomsten om hen op hun rechten te wijzen en mondig te maken. Ook zette ze een hiv-programma op. Saïda leerde de Engelse taal en ging er les in geven. Ze werd verslaggever voor de Kakuma Vluchtelingenkrant en bewaart nog steeds een aantekeningenboekje waarin zij opschreef welk onrecht zij tegenkwam in het kamp. In het kamp leerde Saïda haar man kennen. Hij reisde af en toe naar Nairobi om inkopen te doen voor het winkeltje dat hij runde.
13 | Uitgenodigde vluchtelingen in Nederland: opvang en integratie
‘Dat was een gevaarlijke reis omdat vluchtelingen in Kenia buiten het kamp geen papieren en dus geen rechten hebben. Oromo’s lopen als minderheidsgroep nog eens extra gevaar.’ Ternauwernood ontsnapte hij al een keer aan een gijzeling maar begin 2005 had hij minder geluk; hij kwam niet meer terug van zijn tocht naar Nairobi. Saïda deed wat ze kon om haar man te vinden, zonder resultaat. Na het verlies van haar ouders, was ze nu ook haar man kwijt. Ineens stond Saïda’s naam op het bord voor hervestiging. ‘Waarom ik? Waarschijnlijk omdat ik Oromo ben. Er stonden veel Oromo’s op de lijst.’ In mei 2006 kwam ze naar Nederland. Ze woont nu in de buurt van Haarlem, samen met haar man. Het Rode Kruis heeft hem getraceerd in Zuid-Afrika waar hij na vele omzwervingen terecht was gekomen. Met hulp van VluchtelingenWerk Nederland zijn ze herenigd. ‘Een wonder. Hij was twee jaar onvindbaar, ik dacht dat hij dood was.’ Een nieuw leven opbouwen is moeilijk, vindt ze. Toch lukt het haar aardig. Ze is vrijwilliger bij een bejaardenhuis in de buurt en tolkt vanaf het moment dat ze in Nederland is voor het COA en soms voor de IND. Ze vertaalt van Swahili en Oromo naar het Engels. Binnenkort gaat ze mee met een selectiemissie naar Kenia. Tijdens de missie worden vluchtelingen geselecteerd voor hervestiging in Nederland. ‘Zo kan ik andere vluchtelingen helpen die een nieuw bestaan willen opbouwen in Nederland.’
Kakumakamp in Kenia De Oromo is een grote etnische minderheid in Ethiopië. In de regio Oromiya streeft het Oromo Liberation Front (OLF) al jarenlang voor afscheiding van Ethiopië. De Ethiopische regering treedt hier hard tegen op. Aanhangers, of vermeende aanhangers, worden gearresteerd en gedetineerd. Vervolging vindt ook plaats buiten Ethiopië. In 2003 vroeg de UNHCR daarom speciaal aandacht bij de hervestigingslanden voor deze minderheid die verblijft in het Kakumakamp in Kenia. Het Kakumavluchtelingenkamp werd in 1992 in Kenia opgericht om de stroom vluchtelingen op te vangen die vanwege de oorlog in Soedan hun land ontvluchtten. Inmiddels wonen er 90.000 vluchtelingen uit verschillende Afrikaanse landen zoals Somalië, Oeganda, Rwanda, Ethiopië en Eritrea. Het kamp ligt in een zeer afgelegen, woestijnachtig gebied. Voedsel en water zijn schaars. In de loop der jaren zijn sommige voorzieningen dankzij de inzet van de UNHCR en lokale ngo’s verbeterd. Er zijn nu schooltjes voor de kinderen en er is een (minimum) aan medische voorzieningen. Het blijft echter moeilijk voor vluchtelingen om hier te verblijven. De vluchtelingen mogen namelijk niet integreren in de Keniaanse samenleving en zicht op terugkeer naar het land van herkomst is er vaak niet.
Nederland en hervestiging, een stukje geschiedenis Nederland is één van de negen traditionele hervestigingslanden waar de UNHCR een beroep op doet. In het verleden hebben vele duizenden vluchtelingen een nieuw bestaan opgebouwd in ons land. Groepen Hongaarse, Chileense en Vietnamese vluchtelingen kwamen, op uitnodiging, naar Nederland. Sinds 1986 werkt Nederland met een quotum: per jaar worden er 500 vluchtelingen uitgenodigd naar Nederland te komen. Tot het jaar 2000 werden uitgenodigde vluchtelingen opgevangen in een centrum in Apeldoorn. Daar kregen zij Nederlandse les en voorlichting over hun nieuwe land. Na drie maanden volgde groepsgewijze uitplaatsing naar zogeheten kerngemeenten. Deze gemeenten werden van rijkswege gefinancierd voor de huisvesting en integratie van deze groepen. Lokale afdelingen van VluchtelingenWerk Nederland verzorgden de begeleiding. Doordat deze gemeenten regelmatig groepen uitgenodigde vluchtelingen huisvestten, bouwden zij ervaring en expertise op rondom hun opvang en integratie.
Vanaf 2000 werden uitgenodigde vluchtelingen echter in gewone asielzoekerscentra (AZC’s) opgevangen zonder een speciaal programma, waarna zij overal in het land gehuisvest konden worden. In de praktijk bleek dit niet in het belang van de vluchtelingen die op uitnodiging naar Nederland waren gekomen. Aangezien zij bij aankomst al verzekerd zijn van een verblijfsvergunning en toekomst in Nederland, is het belangrijk dat zij zich hier welkom voelen en snel de aansluiting met de Nederlandse samenleving kunnen maken. De situatie waarbij zij maanden in een azc moeten wachten op huisvesting, was zeer onwenselijk. Sinds 2006 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) daarom in Amersfoort een speciaal centrum ingericht voor uitgenodigde vluchtelingen. Uitgenodigde vluchtelingen die via een missie zijn geselecteerd, worden na een eerste opvangperiode in Amersfoort in kleine groepen uitgeplaatst naar zelfstandige huisvesting in gemeenten.
Colofon Dit is een uitgave van VluchtelingenWerk Nederland Interviews: Anneke Bots, Amsterdam Tekst: Ariane den Uyl, Kenniscentrum Integratie Eindredactie: Carlien van Viegen, afdeling Kwaliteit & Fondsenwerving Foto omslag: Goedele Monnens, Malden Ontwerp & opmaak: © Tangerine, Rotterdam Druk: Thieme Mediacenter, Rotterdam Oplage: 2.000 Eerste druk november 2007, tweede druk oktober 2008
14 | Uitgenodigde vluchtelingen in Nederland: opvang en integratie
VluchtelingenWerk Nederland komt op voor de rechten van vluchtelingen en helpt hen bij het opbouwen van een nieuw bestaan in Nederland. Vluchtelingen die in Nederland aankomen, kunnen meestal niet terugvallen op een netwerk van familie of bekenden. Ze staan er alleen voor. De steun die VluchtelingenWerk Nederland hen biedt is daarom hard nodig. Duizenden vrijwilligers en betaalde medewerkers van VluchtelingenWerk bieden vluchtelingen dagelijks praktische begeleiding tijdens de asielprocedure en bij het opbouwen van een nieuw bestaan in de Nederlandse samenleving. Daarnaast zet VluchtelingenWerk Nederland zich in voor het vergroten van het draagvlak voor vluchtelingen en asielzoekers en een goed asiel- en integratiebeleid. Het asiel- en integratiebeleid wordt in toenemende mate bepaald door beslissingen in de Europese Unie. De inspanningen van VluchtelingenWerk Nederland om het vluchtelingenbeleid te beïnvloeden, richten zich daarom ook steeds meer op Europa.
Uitgenodigde vluchtelingen in Nederland: opvang en integratie is een uitgave van VluchtelingenWerk Nederland. Het geeft betrokkenen achtergrondinformatie over het hervestigingsbeleid in Nederland en wordt geïllustreerd door vijf persoonlijke verhalen van uitgenodigde vluchtelingen. Oktober 2008
VluchtelingenWerk Nederland Postbus 2894 1000 CW Amsterdam T 020 - 346 72 00 F 020 - 617 81 55
[email protected] www.vluchtelingenwerk.nl