Gemeente Rotterdam College van Burgemeester en Wethouders
H.M. de Jonge
Wethouder OndelWijs, Jeugd en Gezin Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40
Rotterdam Postadres: Postbus 70012
3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl
Aan de commissie Jeugd, Onderwijs, Cultuur en Sport
E·mail:
[email protected]
Fax: (010)4339968 Inlichtingen: W. Jansen Telefoon: 010-4339968 Dienst: Cluster Maatschappelijke
Ontvtikkeling Datum: B&W 23 april 2013
Ons kenmerk: 1988113MO-1165851 Betreft: Startfoto Rotterdam
Geachte commissieleden,
24 APR 7013
In het Programma Iedere Kind Wint (Rotterdams Programma 2011-2014) staat aangekondigd dat de ontwikkeling van vraag en aanbod in de zorg voor jeugd in de Stadsregio, de stad en de deelgemeenten in kaart zal worden gebracht. In de voortgangsrapportage JKW van 31 mei 2012 is vermeld dat is gestart met een Startfoto van de jeugdzorg (preventief, provinciaal, jeugd-GGZ, jeugd-LVB, jeugdzorg plus) in (de stadsregio) Rotterdam, zowel in aantallen als de bijbehorende budgetten en financieringsstromen. In deze brief informeer ik u over de uitkomsten van de Startfoto voor Rotterdam. Tijdens de commissievergadering van 21 maart 2012 (JOCS 12007) heb ik toegezegd dat ik een eerste berekening zal opnemen van het budget van jeugdzorg per kind per jaar. Hierop kom ik terug aan het eind van deze brief. De Startfoto is een onderzoek naar het zorggebruik en de zorgkosten van de jeugd in 2010 en 2011. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode mei 2012 tot en met januari 2013 door onderzoekers van de GGD Rotterdam-Rijnmond in het kader van het programma leder Kind Wint/Decentralisatie Jeugdzorg. Deze Startfoto is voor de gemeente Rotterdam. Er komt ook nog een Startfoto voor de gemeenten in de Stadsregio Rotterdam aangevuld met de gemeente Goeree. Aanvullende cijfers over risicogroepen in Rotterdam zijn al eerder uitgebracht in de 'Monitor Zorg voor Jeugd, Rotterdam 2012. Een nulmeting.' in deze monitor zijn indicatoren opgenomen die aangeven hoe het met de jeugd gesteld is op het gebied van onderwijs, zorggebruik, opvoeding- en opvoedproblemen en risicogedrag. De nadruk lag daarbij op risicogroepen, terwijl in de Startfoto gebruikers van individuele zorg centraal staan. In tegenstelling tot de Monitor besteedt de Startfoto ook aandacht aan zorgkosten en financieringsstromen. De Monitor is dynamisch en wordt jaarlijks aangepast. Elementen van de Startfoto zullen erin worden opgenomen. In de Startfoto worden zorggebruik, kosten en financieringsstromen voor de gemeente Rotterdam in kaart gebracht. In de Startfoto wordt gebruik gemaakt van de term 'zorg'.
blad: 219
Het gaat hierbij zowel om preventieve (niet-geïndiceerde) zorg, zoals schoolmaatschappelijk werk en jongerentrajecten, als om geïndiceerde zorg, waaronder de jeugdzorg, de jeugd geestelijke gezondheidszorg (GGZ), de zorg voor jeugd met een licht verstandelijke beperking Oeugd-LVB), de jeugdbescherming en jeugdreclassering. In de concept Jeugdwet van 18 juli 2012 wordt gesproken over 'jeugdhulp' (ondersteuning, hulp en zorg). U kunt de term zorg in de Startfoto ook vervangen door jeugdhulp. Doel van dit onderzoek is om gegevens te verzamelen die een goede basis kunnen bieden voor de inrichting van het nieuwe jeugdstelsel in 2015 en die de gemeente kunnen ondersteunen bij het beoordeien van het landelijke verdeel model. De gegevens zijn verzameld bij de zorgaanbieders zelf, zoals jeugdinstellingen, welzijnsorganisaties en GGZ instellingen, die actief zijn in de Stadsregio Rotterdam. De gegevens van de instellingen zijn op cliëntniveau verzameld en door hen versleuteld met pseudoniemen, zodat de privacy van cliënten goed is gewaarborgd. Daarnaast zijn gegevens verzameld bij instanties die indicaties afgeven zoals Bureau Jeugdzorg (voor jeugdzorg en jeugd GGZ) en het CIZ (voor AWBZ zorg) en bij landelijke koepelorganisaties zoals het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) en Vektis. Deze cijfers zijn aangevuld met schattingen op basis van beschikbare kennis. Het is de 'best educated guess' van het zorggebruik en de zorgkosten die we nu hebben. In de loop van 2013 is het de bedoeling de schattingen te onderbouwen met reële cijfers. De belangrijkste resultaten en conclusies van de Startfoto Rotterdam worden hieronder weergegeven. Het gaat in alle gevallen om jeugdigen die woonachtig zijn in de gemeente Rotterdam.
Resultaten zorggebruik Het totaal aantal jeugdigen van 0 Um 22 jaar in de gemeente Rotterdam in 2011 was 164.296. Preventieve zorg Het aantal lopende trajecten voor individuele jeugdigen of gezinnen in de preventieve zorg is circa 8.000 in 2010 en ruim 9.000 in 2011. Hierin zijn groepsvoorlichting en cursussen, maar ook de screening door de jeugdgezondheidszorg (bijv. consultaliebureautaken, periodieke gezondheidsonderzoeken door de jeugdarts of jeugdverpleegkundige) niet meegenomen. De meeste trajecten binnen de preventieve zorg vinden plaats binnen het schoolmaatschappelijk werk, zie
blad: 319
Tabel 1. Het genoemde aantal trajecten is niet gelijk aan het aantal jeugdigen. Sommige jeugdigen volgen meer dan één traject. Een jongere kan bijvoorbeeld zowel zijn aangemeld bij DOSA, als ook een jongerentraject volgen. Het preventieve individuele aanbod kende diverse bronnen van financiering: GGD, JaS, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Directie Veiligheid, deelgemeenten en schoolbesturen. Bij JaS, SoZaWe en Directie Veilig is slechts een deel van de preventieve activiteiten meegenomen, met name het deel dat rechtstreeks betrekking heeft op zorg. Ook vanuit de deelgemeenten is er nog een aanvullende inzet op preventief jeugdbeleid die hier niet is meegenomen.
In Tabel 1 is het aantal trajecten preventieve zorg weergegeven voor 2010 en 2011 per type zorg.
blad: 4/9
Tabel 1 Preventief zor
ebruik in aantallen trajecten
elïk werk, basisonderwïs
3.800
3.700
596 1.257 8.322
524 1.681 9.116
Geïndiceerde jeugdzorg Het zorggebruik in de geïndiceerde jeugdzorg wordt weergegeven in Tabel 2. Het aantal jeugdigen met toegang tot vrijwillige jeugdzorg zijn het aantal geaccepteerde aanmeldingen door Bureau Jeugdzorg. Het aantal jeugdigen in zorg bij een Jeugd- en Opvoedhulpinstellingen zijn de jeugdigen die daadwerkelijk zorg ontvangen. Er is overlap tussen deze twee categorieën. De geïndiceerde jeugdzorg wordt grotendeels vanuit de Stadsregio Rotterdam gefinancierd. Een aantal landelijk werkende instellingen bieden daarnaast zorg die niet door de Stadsregio Rotterdam wordt gefinancierd. Bij Jeugdzorg Plus gaat het om gesloten jeugdzorg. Instellingen voor Jeugdzorg Plus worden rechtstreeks gefinancierd door het ministerie van VWS.
Tabel 3 laat het aantal jeugdigen met een jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregel zien. Bij de eerste drie categorieën (OTS, voogdij, jeugdreclassering) gaat het om jeugdigen die door Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam worden begeleid. Cijfers van de LWI's worden apart gepresenteerd, omdat zij aanvullend jeugdigen begeleiden.
De jeugd-GGZ wordt gefinancierd vanuit de Zorgverzekeringswet en vanuit de AWBZ. Tabel 4 geeft een overzicht van het aantal Rotterdamse jeugdigen met GGZ zorg gefinancierd vanuit de Zorgverzekeringswet en het aantal jeugdigen met een indicatie voor GGZ zorg gefinancierd vanuit de AWBZ. Over het zorggebruik van de AWBZ gefinancierde zorg is geen informatie beschikbaar. Het gaat echter om een klein deel van de GGZ zorg. 1
2
SMIK = Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang Aantal jeugdigen În DOSA zaken. Exclusief CharIois. Voor Charlois zijn geen gegevens beschikbaar.
blad: 519
Tabel 4 Overzicht GGZ zorggebruik Rotterdam door jeugdigen woonachtig in Rotterdam in 2010,2011 en 2012
Jeu!ld GGZ·ZVW: Aantal jeugdigen in eerstelijns psychologische zoro Aantal jeuQdiQen in tweedelijnszorQ Jeu!ld GGZ·AWBZ: Aantal jeugdigen met een psychiatrische aandoenino en een indicatie voor AWBZ zoro
920
6.334 1·1·2010
1·1·2011
1·1·2012
473
474
488
Het ministerie van VWS heeft tijdens informatiebijeenkomsten over de concept jeugdwet aangekondigd om de zorg voor jeugdigen van 0 Um 17 jaar die recht op AWBZ zorg hebben de functies begeleiding, persoonlijke verzorging, vervoer en kortdurend verblijf voor alle grondslagen (dus bijv. ook lichamelijke beperking) over te hevelen naar de nieuwe jeugdwel. Daamaast heeft VWS aangegeven dat ook de gehele zorg voor verstandelijk beperkten overgeheveld wordt van de AWBZ naar de Jeugdwet (met uitzondering van ievenslange verblijfzorg) en niet alleen voor licht verstandelijk beperkten. Cijfers voor jeugdigen met andere dan (licht) verstandelijke beperkingen en psychiatrische aandoeningen zijn echter niet in deze Startfoto opgenomen. De Startfoto richt zich op LVB jeugd. De gegevens over de zorg voor jeugdigen met een lichte verstandelijke beperking (LVB) zijn afkomstig van twee aanbieders: MEE Rotterdam Rijnmond (preventieve ondersteuning) en één grote zorgaanbieder (extramurale en intramurale zorg). Een (nu nog) onbekend deel van de jeugdigen uit Rotterdam ontvangt geïndiceerde LVB zorg bij andere instellingen. Het aantal trajecten van beide instellingen voor jeugdigen uit Rotterdam wordt weergegeven in Tabel 5.
reventieve ondersteunin eïndiceerde LVB zorg De gegevens in Tabel 6 zijn afkomstig uit de rapportages van het CIZ en geven het aantal geïndiceerde Rotterdamse jeugdigen weer met een verstandelijke handicap. Dit betreft niet het zorggebruik maar het recht op zorg. De LVB groep is niet apart te onderscheiden in de rapportages van het CIZ. Het aantal geïndiceerde cliënten bestaat dus zowel uit licht als zwaar verstandelijk gehandicapten.
Tabel 6 Aantal geïndiceerde cliënten tot 18 jaar met een verstandelijke handicap in de emeente Rotterdam uit es fitst naar recht op intramurale en extramurale ZOT Extramurale cliënten zonder begeleiding Extramurale cliënten met begeleiding Intramurale cliënten Totaal
60 825 360
365
685 355
1.245
1.265
1.210
110 790
170
Bron: CIZ basisrapportage AWBZ (2012)
i•
blad: 619
Tabel 7 is een samenvattende tabel die het aantal jeugdigen weergeeft die de verschillende vormen van zorg ontvangen. Deze tabel toont het aantal jeugdigen, niet het aantal trajecten, zoals enkele van de eerdere tabellen.
•
• • •
472 430 3.610 426 170 1.246
696 433 3.570 364 160 1.669
6.138 1.991 1.785 396 820 532 3.035 32 920 6.334 898 267 473 1.245
6.400 2.032 1.795 430 884 640 3.224 92
1.133 245 474 1.265
In Tabel 7 is te zien dat de belangrijkste vorm van zorg voor de jeugd wat betreft aantallen zorggebruikers de jeugd GGZ is. In 2010 ontvingen meer dan 7.000 jeugdigen GGZ zorg. De aantallen jeugdigen uit Tabel 7 kunnen niet bij elkaar worden opgeteld, omdat het deels om cijfers van zorggebruik, deels om indicaties gaat. Ook gaat het soms om standgegevens (aantal jeugdigen op een peildatum), soms om stroomgegevens (aantal jeugdigen in zorg in een bepaald jaar). Gezinscoachingstrajecten zijn niet in de tabel opgenomen. Verder zitten er dubbelingen in. Bijvoorbeeld jeugdigen met recht op vrijwillige jeugdzorg bij Bureau Jeugdzorg hebben ook meestal zorg bij een instelling voor Jeugd- en Opvoedhulp. Deze dubbelingen zullen in het verdiepend vraagontwikkelingsonderzoek worden onderzocht.
Resultaten zorgkosten Tabel 8 geeft een overzicht van de kosten van de verschillende typen zorg, gebaseerd op gerealiseerde subsidies (preventieve zorg, Bureau Jeugdzorg, instellingen voor Jeugd en Opvoedhulp, en de landelijk werkende instellingen), gedeclareerde kosten Ueugd GGZ) en gegevens zoals aangeleverd door de instelling voor jeugd-LVB.
blad: 7/9
Tabe/ 8 Kosten van zorg voor jeugd voor de emeente Rotterdam in 2010 en 2011
Preventieve zorg vanuit GGD gefinancierd Preventieve zorg gefinancierd vanuit JaS/Dir 4 Veiligheid! SoZaWe Preventieve LVB ondersteuning (MEE) Totaal preventief
2,5
2,5
53,5
49,5
Bureau Jeugdzorg, waarvan: • Toegang (indicatiestelling, casemana ement • Jeugdbescherming • Jeugdreclassering • AMK onderzoeken • Overige kosten
6
6,3
12,3
12 3,2
1,9
2,5
Landelijk werkende instellingen
4,6
5,5
41,1
40,4
4
3,8
Jeugd GGZ**, waarvan:
22
21
1" lijns psycholoog (ZVW)
0,3
Jeugd- en opvoed hulp
Jeugdzorg plus'
2" lijns GGZ (ZVW) Jeugd GGZ AWBZ (zorg in natura)
2,9 1,5
2
21,5 na
na
Jeugd-LVB (geïndiceerd), deels schatting
18
20
PGB Jeugd GGZ en jeugd LVB, schatting
23
23
Totaal eïndiceerde zor
137,3
139,7
Totaal (preventief en geïndiceerd)
190,8
189,2
.. schatting voor 2010 op basis van data 2011
··schatting voor 2011 op basis van instellingscijfers 2011
Bij deze kosten zijn alle vormen van preventieve zorg opgenomen. dus ook jeugdgezondheidszorg, voorlichting, individuele coaching, etc. Het gaat grotendeels om zorg ten behoeve van Rotterdamse jeugdigen. Een klein deel van de jeugdgezondheidszorg in 2010 is in de regio Rijnmond uitgevoerd. 4 Bij JOS, SoZaWe en Dlrectie Veilig is slechts een deel van de preventieve activiteiten meegenomen, met name het deel dat rechtstreeks betrekking heeft op zorg. Daamaast wordt naar schatting nog ca. 37-40 miljoen anderszins besteed aan preventief jeugdbeleid. Ook vanuit de deelgemeenten is er nog een aanvullende inzet op preventief jeugdbeleid die hier niet is meegenomen. 5 na = niet aanwezig. Deze cijfers waren ten tijde van het onderzoek niet op het niveau van Rotterdamse jeugdigen beschikbaar. 3
blad: 819
Uit Tabel 8 blijkt dat de kosten van zorg van Rotterdamse jeugdigen ongeveer 190 miljoen bedroegen in 2011, 50 miljoen voor preventieve zorg en 140 miljoen voor geïndiceerde zorg. Voor de kosten van PGB's is gebruik gemaakt van schattingen van het Nederlands 6 Jeugdinstituut voor 2009 . De kosten van jeugd GGZ zorg in natura gefinancierd door de AWBZ ontbreken. Naar de kosten van Jeugdzorg Plus is nader onderzoek nodig, want deze zijn waarschijnlijk te laag. De vorm van zorg met de hoogste kosten is de Jeugd- en opvoed hulp (41 miljoen). Jeugd- en opvoed hulp bestaat uit ambulante zorg, dagbehandeling, pleegzorg, crisisopvang, en residentiële zorg. Residentiële zorg is binnen de Jeugd- en opvoedhulp de duurste vorm van zorg. Daarna komen de kosten van Bureau Jeugdzorg: met name de kosten van jeugdbescherming (OTS, voogdij) vallen op. Binnen de preventieve zorg gaat het grootste deel van het budget naar de jeugdgezondheidszorg. Bij de preventieve individuele zorg (coaching, cliënttrajecten) zijn de grootste kostenposten gezinscoaching en de kosten van re-integratie Izorgtrajecten via het Jongerenloket.
Algemene conclusies: Uit dit onderzoek komt een aantal belangrijke conclusies naar voren. Hoogste zorggebruik Er kan geconcludeerd worden dat de belangrijkste vormen van zorg wat betreft aantallen cliënten de jeugd-GGZ is, met ruim 7.000 jeugdigen. Tegelijkertijd lijkt dit een relatief goedkope vorm van zorg, met gemiddelde kosten van een ambulant GGZ traject van € 2350. Hoogste kosten De totale (deels geschatte) kosten voor zorg aan jeugdigen woonachtig in Rotterdam waren 190 miljoen euro in 2011. Het grootste deel hiervan ging naar de Jeugd- en Opvoedhulp, de tweede in kosten zijn kosten van Bureau Jeugdzorg. Binnen de individuele preventieve zorg ging het grootste deel naar trajecten van het Jongerenloket en gezinscoaching. Achtergrondkenmerken Er zijn duidelijke verschillen te zien tussen achtergrondvariabelen van de totale populatie jeugdigen in Rotterdam en de populatie jeugdigen dat zorg ontvangt. Vooral het verschil in geslacht is opvallend. Jongens zijn oververtegenwoordigd in alle typen zorg. Daarnaast zijn er verschillen te zien in etnische herkomst. Dit is echter afhankelijk van het type zorg. Opvallend is dat de vrijwillige jeugdzorg niet-westers allochtone jeugdigen minder goed lijkt te bereiken en dat er een oververtegenwoordiging van niet-westers allochtonen is in het gedwongen kader (OTS, Voogdij, jeugdreclassering). De kinderen die in zorg zijn bij de GGZ zijn relatief jonger dan de kinderen die in zorg zijn bij Jeugd en Opvoedhulp en LVB. De conclusies voor geslacht zijn in lijn met het recent verschenen SCP rapport "Terecht in de jeugdzorg" (2013). Wat andere achtergrondkenmerken betreft constateert het SCP dat niet-westers allochtonen, eenoudergezinnen en laagopgeleide ouders meer gebruik maken van (provinciale) jeugdzorg. Verschillen tussen wijken Een voorlopige conclusie is dat relatief hoog zorggebruik bij zowel de preventieve als de geïndiceerde voorzieningen vooral lijkt voor te komen in de lagere inkomenswijken. Alleen voor de jeugd GGZ en jeugd LVB (geïndiceerd) lijkt dit minder op te gaan. Deze verschillen moeten echter nog statistisch getoetst worden in het verdiepend vraagontwikkelingsonderzoek.
6 Bron: Yperen, T.A. van & Woudenberg, A. van (2011). Werk in uitvoering. Bouwen aan het nieuwejeugdstelsel. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut.
blad: 9/9
Vergelijking met landelijke cijfers In vergelijking met landelijke cijfers van het NJi 7 maken Rotterdamse jeugdigen relatief meer gebruik van de Jeugd- en Opvoedhulp, de jeugdbescherming en de toegang tot vrijwillige jeugdzorg via Bureau Jeugdzorg. Bij de jeugd-GGZ is juist het omgekeerde te zien. Van de jeugd-GGZ wordt door jeugdigen woonachtig in Rotterdam juist minder gebruik gemaakt dan landelijk. Hiernaar volgt nader onderzoek. Medewerking van het zorgkantoor Medewerking van het zorgkantoor is onontbeerlijk om een goed beeld van de AWBZ gefinancierde zorg Üeugd GGZ en jeugd met een beperking) te krijgen en inzicht in PGB's. Deze gegevens zijn zeer moeilijk op een andere manier te achterhalen. Via het zorgkantoor zou ook het overzicht van GGZ aanbieders gecompleteerd kunnen worden (AWBZ en Zorgverzekeringswet).
va
Verbreding L naar alle jeugd met een beperking In deze Startfoto ligt de focus op licht verstandelijk beperkte jeugdigen. Zoals eerder opgemerkt is er in de informatiebijeenkomsten over de nieuwe conceptjeugdwet sprake van dat de doelgroep licht verstandelijk beperkten wordt uitgebreid naar jeugdigen met andere beperkingen (alle grondslagen). Als deze groep in de definitieve jeugdwet wordt opgenomen, is nader onderzoek nodig naar indicaties bij het CIZ en naar zorggebruik en zorgkosten via het zorgkantoor. Totaalbeeld Tot slot, ondanks alle medewerking van de instellingen blijkt het lastig om de totale zorg in kaart te brengen. Dit heeft o.a. te maken met de registratiesystemen van instellingen en de versnippering van het aanbod.
Gemiddelde kosten per kind per jaar Zoals ik in de commissievergadering van 12 maart 2012 tijdens de bespreking van de ontwikkelagenda transitie decentralisatie jeugdzorg heb toegezegd (JOCS 12007)zou ik inzicht geven in het budget van jeugdzorg per kind per jaar. Op basis van de gegevens van de Startfoto waren de gemiddelde kosten per kind üeugdige woonachtig in Rotterdam) per jaar voor de geïndiceerde zorg Üeugdzorg, jeugd GGZ, jeugd LVB samen) in 2010 € 802 en in 2011 € 815. Dit cijfer is gebaseerd op het totaal aantal 0 t1m 17 jarigen woonachtig in Rotterdam. Hierbij past echter de kanttekening dat een deel van de AWBZ kosten ontbreekt (GGZ en LVB). Als we deze kosten schatten op basis van landelijke cijfers voor AWBZ, dan komen de gemiddelde kosten per kind per jaar voor Rotterdam uit op € 1038 (2010) en € 1052 (2011). Dit is hoger dan het budget per kind per jaar dat landelijk gehanteerd wordt (€ 870)8. Echter, dit laatste bedrag is gebaseerd op het budget, en niet op gerealiseerde subsidies en werkelijke kosten zoals in de Startfoto. Ook gaat het bij het landelijke cijfer om 2009 en bij de Startfoto om cijfers uit 201 0 en 2011. Conclusie lijkt echter dat Rotterdam meer uitgeeft per kind aan zorg voor jeugd dan landelijk. Hiermee zou ik de commissie willen vragen om het tweede deel van de toezegging JOCS 12007 als afgedaan te beschouwen.
7 Bron: Yperen, T.A van & Woudenberg, A. van (2011). Werk in uitvoering. Bouwen aan het nieuwe jeugdstelse/. Utrecht Nederlands Jeugdinstituut. 8 Bron: Yperen, T.A. van & Woudenberg, A. van (2011). Werk in uitvoering. Bouwen aan het nieuwejeugdste/se/. Utrecht Nederlands Jeugdinstituut. ~
•••
blad: 10/9
Vervolgstappen De Startfoto is opgesteld aan de hand van gegevens van zorginstellingen en indicatiestellende instellingen, aangevuld met schattingen op basis van beschikbare kennis. Het is de 'best educated guess' van het zorggebruik en de zorgkosten die we nu hebben. Het gaat echter om voorlopige cijfers. In de loop van 2013 is het de bedoeling de schattingen te onderbouwen met reële cijfers. Het SCP doet landelijk onderzoek naar de zorg voor de jeugd en de financieringsstromen per gemeente. We wachten nog op de uitkomsten van dit onderzoek die gebruikt gaan worden voor het definitieve landelijk verdeelmodel. We verwachten deze in mei 2013. We verwachten meer definitieve cijfers aan de raad te presenteren vóór de behandeling van de Rotterdamse begroting voor 2014. Het onderzoek geeft inzicht in de omvang, gebruik, kosten en financieringsstromen van de zorg voor jeugd. De resultaten geven een zo goed mogelijk beeld van de zorg voor jeugdigen 2010 en 2011, voor zover er betrouwbare gegevens beschikbaar waren. Over bepaalde aspecten blijkt nog te weinig informatie voorhanden. Hierbij gaat het vooral om de omvang en kosten van de AWBZ gefinancierde zorg. Deze zullen nog nader onderzocht worden. Uit de Startfoto blijkt dat de manier van registreren van zorgaanbieders sterk verschilt en dat de geregistreerde data niet altijd geschikt zijn voor onderzoek. Als de gemeente vanaf 2015 verantwoordelijk wordt voor de jeugdzorg, zal zij toezien op een registratie van de juiste gegevens, zodat inzicht in zorggebruik en kosten in de toekomst nog verbetert. Na de Startfoto zal er een verdiepend vraagontwikkelingsonderzoek plaatsvinden naar de ontwikkeling van zorggebruik, zorgcarrières en stapeling van zorggebruik, de relatie tussen zorgvraag en zorggebruik en risicofactoren die zorggebruik voorspellen. De resultaten hiervan zullen eind 2013 aan u gepresenteerd worden. De resultaten van de Startfoto en van het vraagontwikkelingsonderzoek zullen verder worden gebruikt voor de inrichting van het nieuwe stelsel zorg voor jeugd. Zo geeft het rapport aanknopingspunten voor de zorginkoop, informatie over gemiddelde kosten van trajecten, informatie over zorgaanbieders en typen zorg die geboden worden. Daarmee kan de gemeente in de toekomst het nieuwe stelsel beter inrichten.
Met vriendelijke groet,