HOOFDSTUK XIV LANDSVERDEDIGING 1. 1a. 2a. 5. 6. 10. 12. 13. 14. 15. 18. 19. 20. 22. 23. 24.
Dienstplicht Defensiewet Antilliaanse Verdedigings Garde Kentekenen oorlogsvaartuigen Geweldgebruik door militairen Tucht Gagementen, inkomsten, e.d. Verhoging van en korting op bezoldiging e.d. Toelagen en vergoedingen; voorschotten Overtocht van militairen Pensioenen Pensioenfondsen Duurte- en kinderbijslag gepensioeneerde militairen Demobilisatie militairen Maatregelen ingeval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden Sancties in verband met de oorlogsvoering
XIV.1 LANDSVERDEDIGING P.B. No. 1. Dienstplicht ___________________________________________________________________________ 1958, 147
Landsverordening nopens de registratie van schutter- en dienstplichtigen
1961, 223
Dienstplichtverordening 1961 Wijzigingen: 1972,112; 1978,259, inwtr. 1979,100; 1984,11; 1986,138, inwtr. 1986,154;1995,11, 20; 1995, 212; 1997,237 (art. LIX), 313 (art.V); 2001,80 (p.8); Uitvoering: 1963, 86
Landsbesluit ter uitvoering van de Dienstplichtverordening1961 (Dienstplichtbesluit I) Uitvoering: 1986,141
Lb. t.u.v. art. 19
Voor uitvoering art.5 en 19 van het Dienstplichtbesluit I zie jaarklappers. 1963, 88
Min. Beschikking ter uitvoering van art. 8 van het Dienstplichtbesluit I (Lotingsreglement Dienstplicht). Wijziging: 1963,145;
1963, 108
Landsbesluit ter uitvoering van Hoofdstuk III en art. 7 van de Dienstplichtverordening 1961 (Dienstplichtbesluit II) Uitvoering: 1977, 170
M.B. t.u.v. art.12 lid 4
1963, 98
Landsbesluit ter uitvoering van art. 11 lid 3 van de Dienstplichtverorde ning 1961 (Militair Keurings Reglement of MKR) (Bijlage I: Lijst MKR) Ingetrokken: 1995,37.
1964, 41)
Landsbesluit ter uitvoering van art. 16 lid 3 van de Dienstplichtverordening 1961 (Regeling kostwinnersvergoeding dienstplichtigen) Wijzigingen: 1965,180; 1968,105; 1973,21,199;
1. Ingetrokken bij P.B. 1987,2;
XIV.1 LANDSVERDEDIGING P.B. No.
1. Dienstplicht (vervolgblad 1) ___________________________________________________________________________ 1964, 144
Landsbesluit ter uitvoering van de Dienstplichtverordening 1961 (groot verlof) Wijziging: 1965,141;
1963, 135
Min. Beschikking ter uitvoering van art. 23 lid 1 van de Dienstplichtverordening 1961
1986, 141
Lb.t.u.v. art. 25 leden 1 en 2 Dienstplichtverordening Voor uitvoering art. 25 leden 1 en 2 van de Dienstplichtverordening 1961, zie jaarklappers
1987, 2
Bezoldigingsbesluit Dienstplichtigen Ned. Ant. 1986 (uitv. art. 68 lid 1 en 117): Zie XIV.12
1987, 35
M.B. t.u.v. art. 73 van de Dienstplichtverordening 1961 Zie XIV.14
1987, 36
M.B. t.u.v. art. 74 en 75 van de Dienstplichtverordening 1961 Zie XIV.14
1987, 53
L.h.a.m. t.u.v. art. 109 lid 2 van de Dienstplichtverordening 1961, betreffende bepaling van het aantal leden en plaatsvervangende leden van de Commissie voor georganiseerd overleg inzake aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van dienstplichtigen van de Nederlandse Antillen.
1987, 71
L.h.a.m. t.u.v. art. 60 lid 2 van de Dienstplichtverordening 1961
1987, 91
M.B. t.u.v. art. 56, lid 3 van de Dienstplichtverordening 1961 (vaststelling van een minimum diensttijd officieren).
1987, 92
M.B. t.u.v. art. 58 van de Dienstplichtverordening 1961 (vaststelling van een minimum diensttijd onderofficieren).
XIV.1 LANDSVERDEDIGING P.B. No.
1. Dienstplicht (vervolgblad 2) ___________________________________________________________________________
1992, 80
1987, 93
M.B. t.u.v. de artt. 55 en 59 van de Dienstplichtverordening 1961 (regelende de aflegging van de eed of belofte door dienstplichtigen)
1988, 21
M.B. t.u.v. art. 55 en 59
1994, 113
L.h.a.m. houdende regelen m.b.t. de vergoeding ter zake van extra beslaglegging voor dienstplichtigen v.d. Nederlandse Antillen . (Lb. extra beslaglegging dienstplichtigen N.A.). Ingetrokken: 1995, 147.
1995, 37
Militair keuringsreglement 1995 (uitv. v. art. 11 lid 3). Met bijlage.
1995, 147
Lb. extra beslaglegging dienstplichtigen 1995 (uitv. v. art. 66 lid 2).
Tijdelijke regeling klachtrecht dientsplichtigen Nederlandse Antillen. Vervallen: 1995, 20.
XIV.1a LANDSVERDEDIGING P.B. No. 1a. Defensiewet ___________________________________________________________________________ 1950, 1391)
Defensiewet voor de Nederlandse Antillen en Aruba Geldende tekst: 1986,19; 1992,109; Wijzigingen: 1986,18, inwtr. 1986,31;1988, 61; 2010,55 (p. 49), inwtr. 2010,107;
1955, 34
A.M.v.Rb. van 9 april 1955 (S. 1955, nr. 138), houdende het in overeenstemming brengen van de Defensiewet voor de Nederlandse Antillen met de nieuwe rechtsorde Uitvoering van art. 6 Defensiewet: 1963, 1262
Vaststelling van het Wetboek van Militair Strafrecht en de Wet op de Krijgstucht Wijziging: 2010,55 (p. 30), inwttr. 2010,107;
1963, 1273
Vaststelling van de Rechtspleging bij de Land- en Luchtmacht, de Rechtspleging bij de Zeemacht, de Provisionele Instructie voor het Hoog Militair Gerechtshof en de Invoeringswet Militair Straf- en Tuchtrecht Vervallen: 1990,66;
1. Omvat de artt. 164 (2) en 165 t/m 169 van de Landsregeling (zie art. 59 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden). 2. Zie onder XV. 24 3. Zie onder XV. 25
XIV.2a LANDSVERDEDIGING P.B. No. 2a. Antilliaanse Verdedigingsgarde ___________________________________________________________________________ 1978, 91
Lb. instelling Bureau Coordinator Ant. Verdedigingsgarde
XIV.5 LANDSVERDEDIGING P.B. No. 5. Kentekenen oorlogsvaartuigen ___________________________________________________________________________ 1956, 47
A.M.v.Rb. van 19 maart 1956 (S. nr. 152), houdende de kentekenen van een Nederlands oorlogsvaartuig. (Hierbij wordt ingetrokken P.B. 1935 nr. 10) (met verbeterblad)
XIV.6 LANDSVERDEDIGING P.B. No. 6. Geweldgebruik door militairen ___________________________________________________________________________ 1996, 78
Afkondiging v.d. rijkswet van 20 maart 1996 (Stb. 239), houdende regels m.b.t. het gebruik van geweld door militairen in de uitoefening v.d. bewakingsen beveiligingstaak (Rijkswet geweldgebruik krijgsmacht in de uitoefening v.d. bewakings- en beveiligingstaak). Inwtr. 1997,270; Wijziging: 1999,195, inwtr. 2001,31 (zie slotbepalingen). Ingetrokken: 2003, 90.
1997, 254
Afkondiging van het besluit van 19 juli 1997 houdende vaststelling regels inzake geweldgebruik krijgsmacht in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak. (Besluit geweldgebruik krijgsmacht in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak). Ingetrokken: 2001,31.
20001, 31
Afkondiging van het besluit van 22 juli 2000 (Stb. 337), houdende regels inzake het gebruik van geweld door defensiepersoneel in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak (Besluit geweldgebruik defensiepersoneel in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak). Wijzigingen 2007, 81; 2010,63 (p. 32);
2003, 90
Afkondiging van het Rijkswet houdende regels met betrekking tot het geweldgebruik bij de bewakening van militaire objecten (Rijkswet geweldgebruik bewakers militaire objecten). Inwtr.: 2007, 81 (zie art. II); Wijziging: 2010, 55 (p. 51), inwtr. 2010, 107;
XIV.10 LANDSVERDEDIGING P.B. No. 10. Tucht. ___________________________________________________________________________ 1965, 136
Afkondiging van het Besluit van 24 juni 1965, houdende vaststelling van de regelen naar welke aan met arrest gestrafte militairen kan worden toegestaan godsdienst oefeningen bij te wonen (Stb. 1965,299)
2009, 49
Afkondiging van de Rijkswet van 23 april 2009 (Stb. 207) tot wijziging van de Wet militair tuchtrecht i.v.m. het tegengaan van ongewenst gedrag binnen de krijgsmacht Inwtr. 2009, 50.
-
Wet militair tuchtrecht Wijziging: 2010, 55 (p. 52), inwtr. 2010, 107;
XIV.12 LANDSVERDEDIGING P.B. No. 12. Gagementen, inkomsten e.d. ___________________________________________________________________________ 1937, 75
Beschikking houdende vaststelling van de wijze van betaling in Curaçao der pensioenen, gagementen en onderstanden ten laste van de Nederlands-Indische pensioen- en weduwen- en wezenfondsen
1987, 2
Bezoldigingsbesluit dienstplichtigen Nederlandse Antillen 1986 (uitvoering art. 68 lid 1 en 117 Dienstplichtverordening 1961) Wijziging: 1994, 113;1995,62; Zie ook: XIV.13
XIV.13 LANDSVERDEDIGING P.B. No. 13. Verhoging van en korting op bezoldiging, e.d ___________________________________________________________________________ 1987, 21
L.h.a.m. houdende regeling m.b.t. de bezoldiging en verdere inkomsten, Pensioengrondslag, alsmede de overbruggingsuitkering na ontslag van Dienstplichtigen van de Nederlandse Antillen (Bezoldigingsbesluit Dienstplichtigen Nederlandse Antillen 1986). Wijziging: 1994, 113;1995,62;
1. Hierbij wordt ingetrokken het l.h.a.m. t.u.v. art. 16 lid 3 (P.B. 1964,4) van de Dienstplichtverordening 1961 (P.B. 1961, 223)
XIV.14 LANDSVERDEDIGING P.B. No. 14. Toelagen en vergoedingen; voorschotten ___________________________________________________________________________ 1950, 78
Beschikking, houdende een regeling voor de vergoeding bij dienstreizen en verplaatsingen van militairen, behorend tot de Landmacht Nederlandse Antillen
1949, 128
Beschikking, houdende een regeling ter tegemoetkoming in de huishuurkosten aan officieren en onderofficieren, die op de voorwaarden van het Koninklijk Nederlands-Indonesisch Leger bij de Landmacht Nederlandse Antillen dienen
1987, 35
M.B. t.u.v. art. 73 van de Dienstplichtverordening 1961 (P.B. 1961, 223) houdende aanwijzing van gevallen, waarin dienstplichtigen van de Nederlandse Antillen in aanmerking komen voor verstrekking van een geldelijk voorschot op een vergoeding, tegemoetkoming of uitkering.
1987, 36
M.B. t.u.v. art. 74 en 75 van de Dienstplichtverordening 1961 houdende vaststelling van voorwaarden, waaronder van overheidswege huisvesting wordt verleend en voeding wordt verstrekt aan dienstplichtigen van de Nederlandse Antillen
1989, 601
M.B. houdende vrijstelling van de inhouding wegens verleende huisvesting van overheidswege, bedoeld in art. 2, onderdeel b, van de M.B. van 15-3-'87 (P.B. 1987,36).
1994, 113
L.h.a.m. houdende regelen m.b.t. de vergoeding terzake van extra beslaglegging voor dienstplichtigen v.d. Nederlandse Antillen . (Lb. extra beslaglegging dienstplichtigen N.A.). Ingetrokken: 1995, 147.
1995, 147
L.h.a.m. houdende regels m.b.t. de vergoeding terzake van extra beslaglegging voor dienstplichtigen v.d. Nederlandse Antillen . (Lb. extra beslaglegging dienstplichtigen 1995). (uitv. v. art. 66 lid 2 v.d. Dienstplichtverord. 1961).
1. Heeft een werkingsduur van één jaar.
XIV.15 LANDSVERDEDIGING P.B. No. 15. Overtocht van militairen ___________________________________________________________________________ 1925, 67
K.B. van 10 sept. 1925 (S. nr. 378), tot vaststelling van een reglement op de toekenning van overtocht van Nederland naar Suriname en Curaçao en omgekeerd en tussen Suriname en Curaçao onderling (Militair West-Indisch Overtochtsreglement 1925) Wijziging: 1932,105;
1930, 89
K.B. van 15 okt. 1930 nr. 27, betreffende vaststelling der regeling van de overtocht van Rijkswegevan Nederland naar Curaçao en omgekeerd van militairen der zeemacht en van de leden van hun gezin
XIV.18 LANDSVERDEDIGING P.B. No. 18. Pensioenen1) ___________________________________________________________________________ 1920, 24
K.B. van 4 dec. 1919 (S. nr. 801), tot herziening en opnieuw vaststelling van het reglement op het verlenen van pensioenen en onderstanden voor ééns aan de Europese en met deze gelijkgestelde militairen, beneden de rang van onderluitenant van het Nederlands-Indische leger Wijzigingen: 1920,54; 1921,5; 1921,9; 1921,47;
1923, 48
Buiten toepassing stellen van de artikelen inzake kosteloze verpleging in ziekeninrichtingen bij K.B. van 10 april 1923, S. nr. 125 Wijzigingen: 1925,48; 1927,16;
1923, 58
K.B. van 19 okt. 1921 (S. nr. 1135), tot toepasselijkverklaring van het pensioenreglement voor de militairen beneden de rang van onderluitenant van het Nederlands-Indisch leger, vastgesteld bij K.B. van 4 dec. 1919, S. nr. 801, op de militairen van de West-Indische landmacht
1923, 60
Buiten toepassing stellen van de art. 34 en 35 van vorenstaand K.B. Wijzigingen: 1926,9; 1938,31;
1951, 135
A.M.v.B., bedoeld in art. 24 der Pensioenwetten voor de land- en zeemacht 1922, art 7 der wet van 27 juni 1925 (S. nr. 277), art. 4 der wet van 27 juni 1925 (S. nr. 273) en art. 22 der Pensioenwetten voor het reservepersoneel der landmacht en het personeel der Kon. Marinereserve 1923 (S. 1951, nr. 265)
1920, 24
K.B. van 4 dec. 1919 (S. nr. 801), tot herziening en opnieuw vaststelling van het reglement op het toekennen van pensioen en onderstand aan de Europese en de op gelijke voet behandelde officieren van het Nederlands-Indische leger Wijzigingen: 1921,5,47; 1923,48; 1927,16;
1. Zie ook onder XIV.12
XIV.18 LANDSVERDEDIGING P.B. No.
18. Pensioenen (vervolgblad 1) ___________________________________________________________________________ 1927, 16
K.B. van 2 dec. 1926 (S. nr. 392), houdende vaststelling van diensttijdpensioenreglementen voor de officieren en voor de onderofficieren van het Nederlands-Indische leger (Met verbeterblad)
1927, 17
Toepasselijkverklaring van deze diensttijdpensioenreglementen op de onderofficieren van de troepen in Suriname en Curaçao Wijziging: 1938,31;
XIV.19 LANDSVERDEDIGING P.B. No. 19. Pensioenfondsen ___________________________________________________________________________ 1924, 56
K.B. van 8 juli 1924 (S. nr. 347), tot vaststelling van een nieuw reglement voor het weduwen- en wezenfonds van militairen beneden de rang van officier bij de koloniale troepen Wijzigingen: 1926,16; 1927,18; 1930,75; 1931,66; 1935,56,57; 1937,21; 1938,31,94; 1940,2,3;
1923, 90
K.B. van 27 sept. 1923 (S. nr. 466), tot vaststelling van een nieuw reglement voor het weduwen- en wezenfonds der Europese officieren van het Nederlands-Indische leger Inwtr.: 1923,94; Wijzigingen: 1926,64; 1927,18; 1930,75; 1931,66; 1935,56,57; 1936,21; 1937,21; 1938, 94; 1940,2,3;
XIV.20 LANDSVERDEDIGING P.B. No. 20. Duurte- en kinderbijslag gepensioneerde militairen ___________________________________________________________________________ 1944, 33
K.B. van 28 okt. 1943 (S. nr. D 40), houdende vaststelling van een duurtebijslag voor gewezen Curaçaose militairen en het personeel van het voormalig militair hospitaal in Curaçao en voor weduwen van de militairen en dit personeel, die pensioen, gagement of doorlopende onderstand genieten
1945, 116
K.B. van 5 febr. 1945 (S. nr. F 10), houdende tijdelijke toekenning van een bijslag boven bepaalde militaire pensioenen
1948, 28
A.M.v.B. van 12 febr. 1948 (S. nr. I 56), tot het verlenen van een duurtetoeslag en kindertoelage aan de gepensioneerde militairen van de troepen in Suriname en Curaçao
1952, 54
K.B. van 23 april 1952 (S. nr. 224), houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur inzake toekenning van een tijdelijke bijslag op de pensioenen van gewezen militairen van de voormalige landmachten in Suriname en de N.A.
1956, 15
Bekendmaking van enige wetten en Kon. besluiten verband houdende met de toekenning van een tijdelijke bijslag, een overgangsbijslag en een toeslag 1954 op de pensioenen van de gewezen militairen van de voormalige landmachten in Suriname en de N.A.
XIV.22 LANDSVERDEDIGING P.B. No. 22. Demobilisatie militairen ___________________________________________________________________________ 1950, 118
K.B. van 1 aug. 1950 (S. nr. K 329), houdende voorzieningen met betrekking tot de demobilisatie van militairen der Koninklijke Marine en der Koninklijke Landmacht in Suriname of in de Nederlandse Antillen (Besluit demobilisatievoorzieningen Suriname en de Nederlandse Antillen)
XIV.23 LANDSVERDEDIGING P.B. No.
23. Maatregelen ingeval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden ___________________________________________________________________________ 1972, 1791)
Rijkswet Noodvoorzieningen scheepvaart (Stb. 1972, 416) Inwtr.: 1974,86; Wijzigingen: 1987,122 2); 1991,69, inwtr.: 1991,71; 1993,128, inwtr. 1993,129; 1994,108,inwtr. 1994,121; 1998,9, inwtr. 1998,30; 2002,48; 2010,55 (p. 37), inwtr. 2010,107;
1972, 205
Rijkswet Vaarplicht (Stb. 1972,415) Inwtr.: 1974,86; Wijzigingen: 1991,69, inwtr.: 1991,71; 1995, 136; 1998,9, inwtr. 1998,30; 2010,553) (p. 40), inwtr. 2010,107;
1)
Hierbij zijn vervallen: a) Zeeschepen vorderingswet 1939 (Stb. 635), b) Koninklijk besluit van 20-2-42 (stb. C 12), c) Zeeschepenbesluit 1942 (Stb. C 17).
2)
Inwtr. P.B. 1992,56;
3)
Gewijzigd bij Cur. Courant d.d. 15 okt. 2010, no. 42, p. 33 (vwb art. 3.2);
XIV.24 LANDSVERDEDIGING P.B. No. 24. Sancties in verband met de oorlogsvoering ___________________________________________________________________________ 1993, 38
L.h.a.m. houdende tijdelijke regels ter uitvoering van Resolutie 748 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 31 maart 1992 ten einde de naleving door Libië te verzekeren van Resolutie 731 van de Veiligheidsraad van 21 januari l992, strekkende tot bestrijding van internationaal terrorisme (Tijdelijk sanctiebesluit handel- en diensten embargo Libië). Wijziging: 1994, 83; Vervallen: 1994, 106.
1993, 80
L.h.a.m. houdende tijdelijke regels ter uitvoering van Resoluties 757 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 30 mei 1992 ten einde de naleving door de Federale Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro) te verzekeren van Resolutie 752 van de Veiligheidsraad van 15 mei 1992, strekkende tot beëindiging van de vijandelijkheden (Tijdelijk sanctiebesluit handels- en diensten embargo Joegslovaië) Wijziging: 1994,42; Vervallen: 1994, 105.
1994, 1051)
Lvo. houdende tijdelijke regels ter uitvoering van Resolutie 757 van 30 mei 1992, Resolutie 787 van 16 november 1992 en Resolutie 820 van 17 april 1993 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, ten einde de naleving door de Federale Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro) te verzekeren van Resolutie 752 van de Veiligheidsraad van 15 mei 1992, strekkende tot beëindiging van de vijandelijkheden (Tijdelijke sanctieverordening handels- en dienstenembargo Joegoslavië). Wijzigingen: 1997,24, 237 (art. CIII);
1994, 1061)
Lvo. houdende tijdelijke regels ter uitvoering van Resolutie 748 van 31 maart 1992 en Resolutie 883 van 11 november 1993 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties ten einde de naleving door Libië te verzekeren van Resolutie 731 van de Veiligheidsraad van 21 januari 1992, strekkende tot bestrijding van internationaal terrorisme (Tijdelijke sanctieverordening handels- en dienstenembargo Libië). Wijziging: 1997,24,237 (art.CIV);
1997, 336
Lvo. houdende regels om ter uitvoering van internationeale besluiten, aanbevelingen en afspraken, beperkingen vast te stellen voor de betrekking met bepaalde staten of gebieden (Sanctielandsverordening). Inwtr. 2001,113; Wijzigingen: 1997,237 (art. CXIII); 2001,80 (p.16); Uitvoering: 2010, 91
L.h.a.m. t.u.v. de artikelen 2, 3 en 4 van de Sanctielandsverordening, houdende de implementatie van Resoluties 1695 (15 juli 2006) en 1718 (14 oktober 2006) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (Sanctielandsbesluit Democratische Volksrepubliek Korea).
2010, 92
L.h.a.m. t.u.v. de artikelen 2, 3 en 4 van de Sanctielandsverordening, houdende de implementatie van Resoluties 1737 (23 december 2006), 1747 (24 maart 2007) en 1803 (3 maart 2008) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (Sanctielandsbesluit Islamitische Republiek Iran).
1. Vervalt, behoudens eerdere intrekking, drie jaren na de datum van haar inwerkingtreding.
XIV.24 LANDSVERDEDIGING P.B. No.
24. Sancties in verband met de oorlogsvoering (vervolgblad 1) ___________________________________________________________________________ 2010, 93 L.h.a.m. t.u.v. de artikelen 2, 3 en 4 van de Sanctielandsverordening, houdende de implementatie van Resoluties 1267 (15 oktober 1999), 1333 (19 december 2000), 1363 (30 juli 2001), 1368 (12 september 2001), 1373 (28 september 2001), 1390 (16 januari 2002) en 1526 (30 januari 2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (Sanctielandsbesluit Al-Qaida c.s., de Taliban van Afghanistan c.s., Osama bin Laden c.s. en lokaal aan te wijzen terroristen).
Zie ook onder de hoofdstukken X.37 en X.14