Verslag betreffende Mensenrechten in Suriname: 2009 Uitgegeven door het Bureau voor Democratie, Mensenrechten, en Arbeid Landen Verslag betreffende de Toepassing van Mensenrechten - 2009 11 maart 2010 Suriname is een constitutionele democratie met een president die gekozen wordt door één wetgevende kamer of door de grotere Verenigde Volksvergadering. Het aantal inwoners bedraagt ongeveer 524.000. Na over het algemeen vrij en eerlijk verlopen verkiezingen in 2005, werd de Nieuw Front Plus regering gevormd bestaande uit een coalitie van acht politieke partijen. In 2005 heeft de Verenigde Volksvergadering Ronald Venetiaan opnieuw als president gekozen. De burger autoriteiten voeren over het algemeen een effectieve controle uit op de veiligheidstroepen.
Terwijl de regering over het algemeen de mensenrechten van haar burgers wel gerespecteerd heeft, waren er problemen op sommige gebieden, waaronder overvolle detentiecentra; een onder veel werk bedolven rechterlijke macht met een grote achterstand in het behandelen van rechtszaken; langdurige periode van voorlopige in hechtenisstelling; zelf censuur door sommige media; corruptie in regeringsgelederen; maatschappelijke discriminatie van vrouwen, minderheden en de inheemse bevolking; geweld tegen vrouwen; vrouwenhandel, handel in meisjes en jongens, en kinderarbeid in de informele sector. HET RESPECTEREN VAN MENSENRECHTEN Afdeling 1 Respect voor persoonsintegriteit, alsook vrijheid van: a. Willekeurige of Wederrechtelijke Levensberoving Er waren geen meldingen dat de regering of haar overheidsinstanties willekeurige of wederrechtelijke moorden hebben gepleegd. In de loop van het jaar hebben de autoriteiten een intern onderzoek afgerond met betrekking tot het doodschieten van Charles Burleson door de politie op 1 augustus 2008. Hij was een gevangene, die toen hij in voorarrest zat, uit de gevangenis is ontsnapt in de maand mei 2008 terwijl hij wachtte om voorgeleid te worden voor de rechter op beschuldiging van moord en gewapend roofoverval. Het Openbaar Ministerie heeft de zaak opnieuw bekeken en is niet tot vervolging overgegaan. Er waren geen nieuwe ontwikkelingen, die ook niet verwacht werden, betreffende de schietpartij op 8 oktober 2008 toen de politie een verdachte van een gewapende roofoverval doodschoot. In de loop van het jaar hebben de autoriteiten een onderzoek afgerond naar de moord op Andy Aroma in juli 2007. Het resultaat van het onderzoek werd doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie heeft de zaak opnieuw bekeken en is niet
tot vervolging overgegaan.
Zoals opgedragen door een uitspraak van het Inter-Amerikaans Gerechtshof met betrekking tot Mensenrechten ten aanzien van de moord op 39 inwoners van Moiwana in 1986, heeft de regering een betalingsregeling getroffen met de Moiwana Stichting. De bouw van de huizen in het dorp Moiwana ging haar tweede fase in. Het proces tegen het voormalig militair staatshoofd Desi Bouterse en zijn medeverdachten voor de in 1982 uitgevoerde wederrechtelijke executies van 15 politieke tegenstanders, ging aan het eind van het jaar nog door.
b. Verdwijning Er waren geen meldingen van politiek gemotiveerde verdwijningen. c. Foltering en andere Wrede, Onmenselijke of Mensonterende Behandeling of Bestraffing Hoewel de wet dergelijke praktijken verbiedt, bleven mensenrechtenorganisaties en de media hun bezorgdheid uiten over mishandeling door de politie en gevangenbewaarders. Er zijn gevallen gedocumenteerd waarbij gevangenen zijn mishandeld door cipiers. Op 24 december heeft er zich straatgeweld voorgedaan in Albina nadat een Braziliaan een Marron had doodgestoken na een ruzie. Het geweld dat voornamelijk gericht was op Braziliaanse en Chinese migranten resulteerde in tenminste drie gevallen van verkrachting. Aan het eind van het jaar waren er 20 personen in hechtenis genomen, waaronder een plaatselijke hooggeplaatste ambtenaar, op beschuldiging van onder andere verkrachting, diefstal en brandstichting.
De omstandigheden in de gevangenissen en detentiecentra waren slecht. Er zijn drie gevangenissen waarbij de mannelijke en vrouwelijke gevangenen van elkaar gescheiden zijn. Er zijn ook 19 kleinere huizen van bewaring, of tijdelijke detentiecentra ondergebracht in de meeste politiebureaus in het gehele land. De meeste faciliteiten, vooral de oudere huizen van bewaring, waren onhygiënisch en erg overbezet. Vanaf 17 oktober bevonden er zich 584 mannen en 30 vrouwen in de 19 huizen van bewaring en de drie gevangenissen. Aan het eind van het jaar bevonden er zich 915 personen in de drie hoofd gevangenissen en in het detentiecentrum dat in december 2008 geopend werd en waar gevangenen in voorarrest verblijven. Geweld tussen gevangenen kwam vaak voor. In een brief geschreven in november en gericht aan een advocatenbureau werd er door gevangenen uit de gevangenis in Santo Boma geklaagd over onvoldoende voeding , mishandeling door bewakers, gebrek aan ventilatie en het ontbreken van rehabilitatieprogramma‟s.
Mensenrechten organisaties hebben hun bezorgdheid geuit over de toestand in de detentie faciliteiten waar de arrestanten in voorarrest worden gehouden. Deze faciliteiten zijn nog steeds overvol. Een toenemend aantal veroordeelde gevangenen werd vastgehouden in detentie cellen waar de arrestanten in voorarrest worden gehouden vanwege de overbezetting in de gevangenis. Als gevolg van personeelstekorten, laten politiefunctionarissen het zelden toe dat de gedetineerden de cellen mogen verlaten.
De omstandigheden in het huis van bewaring voor vrouwen en in de vrouwengevangenis waren over het algemeen beter dan die van de mannen. Indien eenmaal veroordeeld, was er geen aparte voorziening voor meisjes onder de leeftijd van 18; meisjes werden gehouden in het vrouwen detentiecentrum en in de vrouwenafdeling van een van de gevangenisgebouwen. Er is een jeugdgevangenis, “Opa Doeli”, voor jongens en meisjes onder de 18. Deze faciliteit, gelokaliseerd in Paramaribo, werd toereikend geacht en verschafte onderwijs-en recreatiemogeljkheden. Tevens was de bezetting van jeugdgevangenis minder dan haar maximale capaciteit. In een aparte vleugel van deze detentie faciliteit worden er jongens gehouden die jonger dan 18 waren en die veroordeeld zijn voor het plegen van ernstige misdaden.
Het Welzijns Instituut Nickerie, een NGO die actief is in het westelijk district Nickerie, bezocht een jeugdgevangenis in dat district en verschafte hulp aan de gedetineerden. Het instituut is verder doorgegaan met de uitvoering van het programma om gevangenenbewaarders te trainen hulp te verlenen aan gedetineerden. De regering ging door met de verbouwing aan het hoofdgebouw van het detentiecentrum alwaar de arrestanten in voorarrest gehouden worden, om zo de omstandigheden te verbeteren en de overbezetting te verminderen. In de loop van het jaar heeft dit detentie centrum gedetineerden die in voorarrest waren , weten op te vangen, die voorheen opgesloten zaten in 19 kleinere huizen van bewaring, verspreid over het gehele land.
d. Willekeurige Arrestatie of Detentie De wet verbiedt willekeurige arrestatie en opsluiting, en de regering heeft over het algemeen deze verbodsbepalingen wel nageleefd. Vanwege een tekort aan rechters moeten gevangenen die in hoger beroep waren gegaan vaak hun volledige straf uitzitten voordat de ellenlange beroepsprocedure kan worden afgerond. Rol van de Politie-en veiligheidsdiensten De strijdkrachten zijn verantwoordelijk voor de nationale veiligheid en de grenscontrole, waarbij de militaire politie directe verantwoordelijkheid heeft voor de immigratie controle bij de invoerhavens van het land. Alle onderdelen van het leger staan onder
controle van het Ministerie van Defensie. De civiele politie is als eerste verantwoordelijk voor de handhaving van recht en orde en brengt verslag uit aan het Ministerie van Justitie en Politie. Corruptie bleef een probleem. De Afdeling Onderzoek Personeelszaken (OPZ) is een dienst van het Politie Departement dat onderzoek verricht naar klachten tegen de politie. Het OPZ kreeg 189 klachten en startte onderzoek naar 57 gevallen met betrekking tot drugs, omkoperij, en andere vormen van wangedrag van de politie. In tegenstelling tot 2008 heeft het OPZ geen melding ontvangen van mishandeling door de politie. Strafvrijstelling was geen probleem; in de loop van het jaar hebben de autoriteiten 23 politiefunctionarissen uit hun functie ontheven voor het plegen van verschillende misdrijven. Zes van deze politiefunctionarissen werden gevangen genomen. De effectiviteit van het handelen van de politie werd belemmerd door een gebrek aan outillage en trainingen, lage salarissen en slechte coördinatie met het leger. Arrestatie Procedures en Behandeling gedurende Detentie Personen werden aangehouden met een aanhoudingsbevel op basis van voldoende bewijs en werden voorgeleid aan een onafhankelijk rechterlijk college. De wet verschaft gedetineerden het recht op een snelle rechtsbepaling ter vaststelling of de detentie legaal is. Dit recht werd in de praktijk wel nageleefd door de autoriteiten. De gedetineerden werden meteen op de hoogte gesteld waar zij van beschuldigd werden. De politie mag een persoon, verdacht van het plegen van een misdaad, aanhouden voor maximaal 14 dagen indien de straf voor die misdaad langer dan vier jaar is, en een hulpofficier van justitie of een politie-inspecteur mag geïsoleerde detentie toestaan. De politie moet gedurende deze periode de verdachte voorgeleiden naar een officier van justitie om hem in staat van beschuldiging te stellen binnen de vastgestelde periode. Maar als er meer tijd nodig is om de schuldvraag te onderzoeken, dan mag een officier van justitie en, later, een rechter-commissaris de detentie periode verlengen met nog 150 dagen extra. Er bestaat geen systeem van borgstelling. De gedetineerden kregen direct toegang tot een advocaat van hun keuze, maar de officier van justitie mocht de toegang ontzeggen als hij dacht dat dit schade zou kunnen berokkenen aan het onderzoek. Gevangenen mochten wekelijkse bezoek ontvangen van hun familieleden. De gemiddelde duur van voorlopige hechtenis was 30 tot 45 dagen voor minder zware misdaden. De gedetineerden werden gehouden in 19 overvolle huizen van bewaring gevestigd bij politiebureaus over het gehele land. In overeenstemming met de wet heeft de rechter de meeste gevangenen vrijgelaten die niet binnen 164 dagen voor de rechter verschenen waren. Volgens mensenrechten monitoren hebben factoren zoals het tekort aan rechters, het groot aantal rechtszaken, en de grote aantallen gevangenen geleid tot een vertraging van de rechtsgang. e. Ontzeggen van een Eerlijk Openbaar Proces
Hoewel de wet voorziet in een onafhankelijke rechterlijke macht, heeft een geschil over de benoeming van rechters de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht ondermijnd.
De procureur-generaal en de president van het Hof van Justitie worden voor het leven benoemd.
Het gerechtelijk systeem bestaat uit drie lagere rechtbanken, twee gespecialiseerde rechtbanken en het Hof van Justitie als een instantie van hoger beroep. Een militaire rechtbank werkt samen met het civiel justitieel systeem. Het Ministerie van Justitie en Politie verbeterde het functioneren van het rechtssysteem door het probleem van het tekort aan rechters aan te pakken. In juli werden vijf nieuwe rechters benoemd, nadat zij de vijfjarige opleiding (Rechterlijke Ambtenaar in Opleiding) tot rechter afgerond hadden in 2008. De voormalige president van het Hof van Justitie werd ook beëdigd tot rechter. Hiermede is het aantal rechters over het gehele land op 20 gekomen. Andere problemen waarmee de rechterlijke macht te kampen had, betrof de financiële afhankelijkheid van het Ministerie van Justitie en Politie (en dus van de uitvoerende macht), het gebrek aan professionele rechtbank managers en casus beheersystemen om de administratieve taken van de rechtbanken te overzien, alsook het gebrek aan ruimte. Deze zaken hebben bijgedragen aan een aanzienlijke achterstand in het behandelen van rechtszaken. De rechters hebben minimaal zes maanden nodig voor het verwerken van strafrechtzaken. Procedures toegepast bij het gerechtelijk proces. De wet voorziet in het recht op een eerlijk, openbaar proces waarbij de verdachten het recht hebben om een raadsman in te roepen. De rechterlijke macht heeft over het algemeen dit recht wel nageleefd. Alle gerechtelijke processen zijn openbaar behalve wanneer het om misdrijven gaat die obsceniteit betreffen. Er bestaat geen jury in dit rechtssysteem. Gedaagden genieten het vermoeden van onschuld en hebben het recht beroep in te stellen tegen de uitspraak van de rechter. Gedaagden hebben het recht om aanwezig te zijn en om een advocaat op een juiste wijze in te schakelen Gedaagden en hun advocaten hebben toegang tot bewijsmateriaal in handen van de overheid. De advocaat van de gedaagde mag getuigen verhoren, en kan getuigen en bewijsmateriaal presenteren namens de gedaagde. De rechtbanken wijzen privé advocaten toe aan behoeftige arrestanten om hen te verdedigen. Er waren 138 pro deo advocaten voor het civiel rechtelijk en voor het strafrechtelijk systeem. De bovengenoemde rechten zijn volgens de wet van toepassing op alle burgers. Het militair personeel is over het algemeen niet onderworpen aan het civiel strafrecht. Indien een lid van de strijdkrachten beschuldigd wordt van een misdaad dan valt dit onmiddellijk onder de militaire rechtspraak, waarbij de militaire politie verantwoordelijk is voor het onderzoek. De vervolging van militairen wordt geleid door een officier van justitie van het Openbaar Ministerie en vindt plaats in aparte rechtbanken waarbij er twee militaire rechters en een burger rechter aanwezig zijn. Door het tekort aan rechters, worden de militaire en burger rechters geselecteerd uit dezelfde groep van rechters door
het Hof van Justitie, die de specifieke zaken dan toewijst. Er bestaat een mechanisme ter voorkoming van belangenverstrengeling. De militaire rechtbanken volgen dezelfde procedure regels als de civiele rechter. Het is niet mogelijk om in beroep te gaan van het militair naar het burgerlijk systeem.
Politieke Gevangenen en Gedetineerden Er waren geen meldingen van politieke gevangenen of arrestanten. Burgerlijke Gerechtelijke Procedures en Rechtsmiddelen Hoewel er aparte procedures voor de civiele gerechtelijke processen zijn, zijn dezelfde rechters verantwoordelijk voor het voorzitten van deze processen. Er is toegang tot een rechter bij schadevergoeding, schending van mensenrechten, of bij het vorderen van een cessie. Ondanks het feit dat er gedurende het jaar nieuwe rechters benoemd waren, hield de achterstand in het behandelen van rechtszaken aan. In de meeste civiele zaken werd ongeveer drie tot vier jaar na te zijn gehoord een uitspraak door de rechter gedaan. f. Willekeurige Inmenging met betrekking tot de Persoonlijke Levenssfeer, het Gezin, de Thuis situatie, of Correspondentie De wet verbiedt dergelijke handelingen, en de regering heeft over het algemeen deze verbodsbepalingen in de praktijk wel gerespecteerd. De wet vereist aanhoudingsbevelen in geval van huiszoekingen, uitgegeven door bijna-gerechtelijke officieren die toezien op het strafrechtelijk onderzoek.
Afdeling 2 Respect voor Burgerlijke Vrijheden, waaronder: a. Vrijheid van Meningsuiting en Persvrijheid De wet voorziet in de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid, en de regering heeft over het algemeen deze rechten in de praktijk gerespecteerd. De onafhankelijke media waren actief en hebben visies van uiteenlopende aard naar voren gebracht zonder enige beperking. Personen konden de regering in het openbaar of in privé bekritiseren zonder enige represaille maatregelen. Er was een geval gerapporteerd aan het Openbaar Ministerie van een journalist die anonieme bedreigingen ontving nadat hij verslag had gedaan van onderzoek van de overheid naar corruptie bij de politie. Sommige leden van de media bleven af en toe zelf censuur uitoefenen. Dit was te wijten aan de voorgeschiedenis van intimidatie en represailles door bepaalde elementen van de voormalige militaire leiders of als reactie op de druk uitgeoefend door hooggeplaatste regeringsfunctionarissen en belangrijke leiders van de gemeenschap op journalisten die negatieve verhalen over de regering gepubliceerd hadden. Bovendien zijn veel nieuwsbronnen gelieerd aan bepaalde politieke partijen waardoor journalisten
ontmoedigd waren om melding over bepaalde nieuwsonderwerpen te doen. In juli heeft de nieuwslezer van het programma Suriname Vandaag beweerd dat het management zelfcensuur had toegepast ten aanzien van de politieke inhoud van het programma. In tegenstelling tot voorgaande jaren waren er geen meldingen van overheidsambtenaren die gedreigd hadden juridische stappen te ondernemen tegen de media wegens smaad. In oktober en november heeft het Bureau voor Mensenrechten onder het gezag van het Ministerie van Justitie en Politie een training verzorgd voor de media om schending van mensenrechten te herkennen. In oktober heeft de regering aangekondigd dat het aan twee omroepstations schadevergoeding zou betalen vanwege de vernietiging van hun radiostations door het leger tijdens het militair bewind van Desire Bouterse in 1982.
Internet Vrijheid Er waren geen beperkingen van de overheid op de toegang tot het Internet of meldingen dat de regering e-mails of internet chat rooms reguleerde. Individueel en in groepsverband konden meningen vreedzaam worden weergegeven via het internet, alsook per e-mail. De Internationale Telecommunicatie Autoriteit heeft geschat dat er in 2008 ongeveer 10 internetgebruikers per 100 inwoners waren. De bevolking in het binnenland heeft geen gelijke toegang tot het internet tengevolge van infrastructurele beperkingen. In augustus heeft het Ministerie van Justitie en Politie een bespreking gehad met het Openbaar Ministerie; het Ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme; Telesur; de Hoofdcommissaris van Politie; en de Telecom Autoriteit Suriname om een overheidsaanpak te ontwikkelen ten aanzien van de “roddel” websites, die door sommige functionarissen beschouwd werden als een inbreuk op de privacy van de mens. De media uitten echter hun bezorgdheid dat de overheid probeerde om kritiek op politiek gebied te beperken. Academische Vrijheid en Culturele Evenementen Er waren geen beperkingen van de regering ten aanzien van de academische vrijheid of culturele evenementen. b. Vrijheid van Vergadering en Vereniging De wet voorziet in de vrijheid van vergadering en vereniging, en de regering heeft over het algemeen deze rechten in de praktijk gerespecteerd. c. Vrijheid van godsdienst De Grondwet voorziet in de vrijheid van godsdienst, en de regering heeft over het algemeen dit recht in de praktijk gerespecteerd.
Maatschappelijke Misstanden en Discriminatie Er waren geen meldingen van maatschappelijke misstanden of discriminatie gericht tegen leden van religieuze groepen. Ook werden er geen antisemitische handelingen gerapporteerd. De Joodse gemeenschap telt ongeveer 150 personen. Voor een meer gedetailleerde bespreking, zie het Internationaal Verslag ten aanzien van Godsdienst Vrijheid uit 2009 via www.state.gov/g/drl/irf/rpt. d. Vrijheid van Beweging, Intern Ontheemden, Bescherming van Vluchtelingen en Statelozen. De Grondwet voorziet in de vrijheid van beweging binnen het land, ten aanzien van buitenlandse reizen, emigratie, en repatriëring, en de regering heeft deze rechten over het algemeen in de praktijk gerespecteerd. De regering hoefde in het afgelopen jaar niet samen te werken met het VN Bureau van het Hoge Commissariaat voor Vluchtelingen en andere humanitaire organisaties bij het verlenen van bescherming en hulp aan verdrongen personen, vluchtelingen, teruggekeerde vluchtelingen, asielzoekers, statelozen, en andere hulpbehoevende personen. Hoewel ballingschap in de wet niet aan de orde wordt gesteld, werd het niet in de praktijk toegepast. Bescherming van Vluchtelingen Het land neemt deel aan de Conventie van 1951 betreffende de Status van Vluchtelingen en het Protocol van 1967. Haar wetten voorzien niet in het verlenen van asiel of het verkrijgen van de status van vluchteling. De regering heeft geen systeem ontwikkeld voor het verlenen van bescherming aan vluchtelingen. Onder bijzondere omstandigheden kan er aan personen een vluchtelingenstatus worden toegekend, en in de praktijk heeft de regering bescherming verstrekt aan vluchtelingen die hun land uit waren gezet of teruggekeerde vluchtelingen uit landen waar hun leven of vrijheid in gevaar was vanwege ras, godsdienst, nationaliteit, lidmaatschap van een speciale sociale groep, of politieke mening.
Afdeling 3 Respect voor Politieke Rechten: Het Recht van Burgers om hun Regering te veranderen. De wet biedt de burger het recht om op vreedzame wijze hun regering te veranderen. De burgers hebben over het algemeen in de praktijk van dit recht gebruik gemaakt door middel van periodieke, vrije en eerlijke verkiezingen die gehouden werden op basis van het algemeen stemrecht. Verkiezingen en Politieke Participatie
De grondwet voorziet om de vijf jaar in de rechtstreekse verkiezing bij geheime stemming van de 51 leden van de Nationale Assemblee. De Nationale Assemblee kiest op zijn beurt de president met een tweederde meerderheid van stemmen. Indien de wetgever niet in staat is om dit te doen, bepaalt de Grondwet dat de Verenigde Volksvergadering, samengesteld uit leden van het parlement en de gekozen districts- en ressortraadsleden, de president kiest. Na het over het algemeen vrij en eerlijk verlopen van de verkiezingen in mei 2005, heeft de Verenigde Volksvergadering de zittende president, Ronald Venetiaan, herkozen als president in augustus 2005. Politieke partijen kunnen functioneren zonder beperking of inmenging van buiten. Historische en culturele factoren, als ook maatschappelijke druk en tradities, vooral in de landelijke gebieden, vooral ten aanzien van huwelijk en erfenis, hebben de gelijke participatie van vrouwen in leidinggevende posities in de regering en politieke partijen belemmerd. Hoewel vrouwen in beperkte mate vooruitgang boekten met het verkrijgen van politieke macht, bleven de mannen het politieke leven domineren. Er waren 13 vrouwelijke leden in de Nationale Assemblee, en in het kabinet zaten er drie vrouwen. In de loop van het jaar werden er vier vrouwen als rechter beëdigd waardoor het aantal vrouwelijke rechters tot 5 is gegroeid van de 20 zittende rechters van het land. De Hoofd Griffier van de Nationale Assemblee, welke de hoogste administratieve functie van dit orgaan is, was een vrouw. Zoals het traditioneel het geval is , hebben verschillende factoren de deelname van Marrons (afstammelingen van ontsnapte slaven die gevlucht zijn naar het binnenland om te voorkomen dat ze opnieuw gevangen werden genomen) en van de inheemse indianen in het politiek proces beperkt. Dit wordt vooral veroorzaakt door het feit dat deze bevolkingsgroepen woonachtig zijn in ver gelegen gebieden van het binnenland, ver verwijderd van het centrum van politieke activiteit van het land. Er was één Indiaanse politieke partij en drie Marron politieke partijen en de kiezers hebben acht Marrons en één Indiaan gekozen in de Nationale Assemblee. De kans voor Marrons om deel te nemen aan het politiek proces werd nog groter toen de drie Marron partijen een coalitie vormden (A-Combinatie) voor de verkiezingen van 2005 en onderdeel werden van de regeringscoalitie. De A-Combinatie bleef gedurende het hele jaar actief waarbij er drie Marrons in het kabinet zaten en verschillende anderen leidinggevende functies innamen.
Afdeling 4 Corruptie en Transparantie van de Regering De wet voorziet in strafrechtelijke sancties bij officiële corruptie, maar de regering heeft de wet niet daadwerkelijk kunnen uitvoeren, en functionarissen hebben zich af en toe schuldig gemaakt aan corrupte praktijken zonder hiervoor gestraft te worden. Er waren lange vertragingen alvorens gevallen van corruptie voor de rechter verschenen. De mondiale indicatoren van de Wereldbank ten aanzien van “good governance” gaven aan dat corruptie bij de overheid een probleem was. De media hebben naar verluidt vaak melding gemaakt van corrupte praktijken met betrekking tot de uitgifte van land door een
regerende coalitiepartij. In tegenstelling tot voorgaande jaren heeft het tekort aan politiepersoneel het politie-onderzoek naar gevallen van fraude niet belemmerd. In september maakte de politie bekend dat 200 pond cocaïne verdwenen was uit het magazijn van het hoofdbureau van het arrestatie team. De minister van Justitie en Politie heeft het commando van het arrestatieteam ontslagen vanwege dit incident. Het OPZ heeft verschillende functionarissen van het arrestatieteam uit hun functie ontheven en is een onderzoek gestart. Op 4 mei werd voormalig minister van Handel en Indistrie, Siegfried Gilds, veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf voor zijn betrokkenheid bij een geval van geld witwasserij en voor het omkopen van getuigen. Gilds heeft naar verluidt SRD3,56 miljoen ($1,27 miljoen) witgewassen tussen 2003 en 2005. Aan het eind van het jaar zat Gilds zijn gevangenisstraf uit in afwachting van de uitkomst van het hoger beroep. Wetten met betrekking tot financiële openbaarmaking waren niet van toepassing op overheidsfunctionarissen. Verscheidene afdelingen van het Ministerie van Justitie en Politie, waaronder ook de Afdeling Fraude en het Openbaar Ministerie, waren verantwoordelijk voor het bestrijden van corruptie bij de overheid. Hoewel de wet voorziet in de openbare toegankelijkheid van overheidsinformatie, was deze toegang in de praktijk beperkt voor burgers en niet-burgers, en ook voor de buitenlandse media. Hoewel bijna elk ministerie een informatiedienst heeft, was het vanwege de lastige bureaucratische obstakels moeilijk informatie te verkrijgen.
Afdeling 5 Houding van de Regering ten aanzien van het Internationaal en Nietgouvernementeel Onderzoek naar Vermeende Schendingen van de Mensenrechten Een aantal onafhankelijke nationale mensenrechten groepen heeft over het algemeen zonder overheidsbeperking haar activiteiten kunnen ontplooien, en heeft haar bevindingen over de mensenrechten bestudeerd en gepubliceerd. NGO‟s meldden over het algemeen een positieve samenwerking met overheidsfunctionarissen, alhoewel zij soms niet reageerden op hun standpunten. Geen enkele internationale mensenrechten organisatie heeft gedurende het jaar activiteiten ontplooid in het land. Een parlementaire commissie voor de mensenrechten was gedurende het gehele jaar actief, maar financiële beperkingen belemmerden de doeltreffendheid van deze commissie. Het Parlement heeft ook een commissie die zich bezig houdt met vrouwen-en kinderrechten.
Afdeling 6 Discriminatie, Maatschappelijke Misstanden, en Mensenhandel De wetgeving verbiedt discriminatie op grond van ras en etniciteit, maar gaat niet in op discriminatie op grond van een handicap, taal of sociale status. Hoewel de wet
discriminatie op grond van geslacht niet uitdrukkelijk verbiedt, worden de rechten van de vrouw wel hierdoor beschermd ter verkrijging van gelijke toegang tot onderwijs, arbeid en eigendom. In de praktijk hadden verschillende maatschappelijke groepen, waaronder vrouwen, Marrons, indianen, personen met hiv / aids, en homoseksuelen, te lijden gehad van diverse vormen van discriminatie.
Vrouwen
In augustus is de wet die verkrachting tot een strafbaar feit maakt geamendeerd met verkrachting binnen het huwelijk. De maximale straf voor verkrachting of aanranding varieert van 12 tot 15 jaar gevangenisstraf. De overheid heeft de wet effectief toegepast. Tot november had het Ministerie van Justitie en Politie 27 gevallen geregistreerd van poging tot verkrachting en 68 gevallen van verkrachting. Geweld tegen vrouwen is een veel voorkomend probleem. Het Ministerie van Justitie en Politie registreerde 1769 gevallen van huiselijk geweld. Dit is een toename in vergelijking met 2008. De media hebben deze toename in geregistreerde gevallen van huiselijk geweld toegewezen aan het groeiend bewustzijn betreffende huiselijk geweld. Op 20 juni heeft de Nationale Assemblee de Wet ter Bestrijding van Huiselijk Geweld aangenomen, waardoor overtreders van deze wet strengere straffen opgelegd kunnen krijgen dan toen vervolging bij huiselijk geweld plaatsvond op basis van de wet op verkrachting. Gevangenisstraffen variëren van vier tot acht jaar. Het Bureau voor het Beleid ten aanzien van Vrouw en Kind van het Ministerie van Justitie en Politie heeft een bewustzijnsprogramma ten aanzien van huiselijk geweld uitgevoerd in samenwerking met de Ilse Henar Stichting. In augustus heeft het Bureau voor het Beleid ten aanzien van Vrouw en Kind overheidsfunctionarissen, sociaal werkers, en personeelsleden van het NGO getraind over zaken aangaande huiselijk geweld. Het Bureau voor Slachtofferhulp dat geopend werd in december 2008 in Paramaribo heeft hulpmiddelen verschaft aan slachtoffers van huiselijk geweld en andere misdaden. Het heeft ook een kantoor in Nickerie geopend, de tweede grootste stad van het land. Er waren vier slachtoffer kamers op de politiebureaus in Paramaribo en in Nickerie, en politie-eenheden werden getraind hulp te verlenen aan slachtoffers en plegers van seksuele misdrijven en huiselijk geweld. Er werd opvang georganiseerd door een NGO voor slachtoffers van huiselijk geweld. Hoewel de wet seksuele uitbuiting, waaronder prostitutie, verbiedt, werd prostitutie in de praktijk getolereerd en kwam het vaak voor (zie sectie 6, Mensenhandel). Vanwege armoede bleven jonge vrouwen het risico lopen misbruikt te worden voor commerciële seks. De aanwezigheid van grote groepen illegale werknemers in de goudwinningsector in het binnenland heeft ertoe geleid dat veel jonge Marron vrouwen en meisjes als commerciële sekswerkers geëxploiteerd werden. De politie stond het toe dat bordelen geëxploiteerd werden, maar hield er tweemaandelijks controles om te zien of vrouwen werden misbruikt, of dat zij tegen hun wil vastgehouden werden, of dat hun paspoort ingehouden was door bordeel eigenaren om ervoor te zorgen dat de verplichtingen voortvloeiende uit een arbeidsovereenkomst werden vervuld.
Hoewel er geen specifieke wetgeving is ten aanzien van ongewenste intimiteiten, konden openbare aanklagers verschillende artikelen uit het Wetboek van Strafrecht aanhalen bij het formuleren van hun aanklacht m.b.t. ongewenste intimiteiten. Er waren geen meldingen in het afgelopen jaar van rechtszaken tengevolge van ongewenste intimiteiten op de werkvloer. Toegang tot informatie ten aanzien van anticonceptie en ervaren hulp bij geboorte en nazorg waren alom beschikbaar. (Echt)paren en personen hebben het recht om het aantal, de ruimte en de keuze van het juiste tijdstip te bepalen ten aanzien van het krijgen van kinderen. Ze hebben ook toegang tot informatie en de middelen om dit te doen zonder dat er onderscheid wordt gemaakt. Vrouwen en mannen kregen gelijke toegang tot diagnostische diensten en behandeling van seksueel overdraagbare ziekten, inclusief HIV. Vrouwen hebben het wettelijke recht op gelijke toegang tot onderwijs, werkgelegenheid, en eigendom; niettemin hebben sociale druk en gewoonten, vooral in plattelandsgebieden, de volledige uitoefening van deze rechten beperkt, vooral met betrekking tot huwelijk en nalatenschap. Sociale druk op gezinnen om hun dochters te trouwen op of dicht bij de wettelijke leeftijd dat zij in het huwelijk mogen treden, belemmerde vaak de educatie van deze meisjes. Dit resulteerde in de directe overgang van alle bezittingen die zij geërfd zouden hebben van hun ouders aan hun echtgenoten en schoonouders overeenkomstig de traditie. Mannen en vrouwen genieten onder het eigendomsrecht en onder het rechtssysteem dezelfde rechten. Het Bureau voor Vrouw en Kind, ingesteld door het Ministerie van Justitie en Politie, heeft haar werk gedaan om de wettelijke rechten van vrouwen en kinderen te garanderen.
Vrouwen ervoeren discriminatie bij de toegang tot het arbeidsproces en in de beloning voor gelijke of in wezen gelijksoortige werkzaamheden. De regering heeft geen specifieke inspanningen ondernomen ter bestrijding van economische discriminatie. De Nationale Vrouwen Beweging, de meest actieve NGO die opkomt voor de rechten van de vrouw, ging door met het helpen van vrouwen bij het opstarten van kleine bedrijven aan huis, zoals het naaien en het planten van groenten, en verleende algemene juridische hulp. De “Women's Business Group” pleitte voor zakelijke kansen voor vrouwen, terwijl het “Vrouwen Forum Parlement” pleitte voor kansen in de overheidsector. “Stop Geweld tegen Vrouwen” verleende hulp aan slachtoffers van huiselijk geweld, en gaf ook juridische hulp bij het ontbinden van huwelijken waar geweld en mishandelingen voorkwamen. De “Stichting Maxi Linder” werkte met personen uit de prostitutie, onder wie vrouwen en kinderen die het slachtoffer zijn geworden van mensenhandel. Deze organisatie heeft ook hulpverlening- en informatieve sessies gehouden om slachtoffers te informeren over hun rechten. Financiële beperkingen bleven de effectiviteit van deze groepen in de weg staan.
Kinderen Het burgerschap wordt verkregen door geboorte binnen het grondgebied van het land en door de ouders. Fysiek en seksueel misbruik van kinderen bleef een probleem. In de loop van het jaar heeft de politie meldingen gekregen van 265 gevallen van seksueel misbruik van kinderen, vergeleken met 338 gevallen in 2008. Het Bureau Jeugdzaken van de politie bracht drie keer per week een bezoek gebracht aan verschillende scholen in de hoofdstad en de omliggende gebieden volgens een roulerend tijdsschema om hulp te bieden en het bewustzijn te vergroten ten aanzien van kindermishandeling en om klachten te vernemen en te onderzoeken. Het Bureau Jeugdzaken heeft ook het bewustzijn m.b.t. seksueel misbruik, drugs-en alcoholgebruik aan de orde gesteld en voorlichting gegeven door middel van een wekelijks tv-programma. Volgens één studie wordt meer dan 80% van de kinderen in Paramaribo geconfronteerd met geweld. In andere streken is het percentage zelfs hoger. Ongeveer 10 procent van de slachtoffers ontwikkelde het posttraumatisch stress syndroom tengevolge van de ernstige mentale en lichamelijke schade; in de meeste gevallen ontbrak het de slachtoffers aan professionele hulpverlening door de overheid. Dit bleek uit het onderzoek dat uitgevoerd werd in 2006 namens het Ministerie van Sociale Zaken en het Kinderfonds van de VN (UNICEF). Diverse wetten werden toegepast voor de vervolging van daders van seksueel misbruik, en meerdere gevallen van seksueel misbruik van minderjarigen verschenen voor het gerecht. De veroordelingen kwamen neer op gemiddeld drie jaar gevangenisstraf. In de hoofdstad waren er verschillende weeshuizen en een particulier gefinancierd opvanghuis voor seksueel misbruikte kinderen. In vergelijking met het voorgaande jaar waren er geen meldingen van seksueel misbruik van kinderen in openbare instanties. Hoewel de wettelijke leeftijd waarop iemand seksueel actief mag zijn 14 jaar is, werd het niet daadwerkelijk nageleefd. De huwelijkswetgeving stelt de huwbare leeftijd voor meisjes op 15 en voor jongens op 17, op voorwaarde dat de ouders van partijen instemmen met het huwelijk. Ouderlijke toestemming om te trouwen is verplicht tot de leeftijd van 21. De wet schrijft tevens voor dat er een ambtenaar van de burgerlijke stand aanwezig moet zijn om alle huwelijken te registreren. De handel in minderjarigen alsook de commerciële seksuele uitbuiting van minderjarigen bleef een probleem. Op 29 juli werd de wetgeving herzien waarbij er nu straffen ingesteld zijn in geval van kinderprostitutie. De maximum straf is een gevangenisstraf van 6 jaar en de maximum boete is SRD100.000,00 (US$35.714,00). De wet verbiedt ook kinderpornografie. Hierop staat een maximum gevangenisstraf van 6 jaar en een maximum boete van SRD50.000,00 (US$17.857,00). Het Kinderfonds van de VN (UNICEF) zette de samenwerking met de overheid voort door trainingen te verschaffen aan functionarissen van verschillende ministeries die zich bezighouden met kinderen en kinderrechten. De “1-2-3” hulp telefoonlijn voor kinderen
die door de overheid wordt geleid, verschafte vertrouwelijk advies en hulp aan kinderen in nood.
Mensenhandel De wet verbiedt iedere vorm van mensenhandel; echter was het land een land van oorsprong voor mensenhandel, alsook een doorvoer- en bestemmingsland voor mannen, vrouwen en kinderen die verhandeld werden om dwangarbeid te verrichten en om seksueel uitgebuit te worden. Er waren geen betrouwbare cijfers beschikbaar die de omvang van het probleem aan konden geven. Er waren meldingen dat Chinese en Haitiaanse mannen en vrouwen verhandeld werden aan en via het land. Sommige Chinese mannen en vrouwen werden gedwongen te werken in supermarkten, in de bouw, en in de seks industrie. Sommige Haitiaanse migranten die via het land op doorreis waren, werden gedwongen om in de landbouw te werken. NGO‟s hebben hun bezorgdheid geuit dat lokale jongens en meisjes, vooral kinderen van Marrons, in het binnenland verhandeld werden, waarzij uitgebuit werden en ook als sekswerkers actief waren in de goudwinningsgebieden. Maar er waren geen betrouwbare schattingen over de omvang van het probleem. Tenminste 1 misdaadorganisatie heeft Braziliaanse vrouwen verhandeld in de gebieden waar er goud gewonnen werd. Er waren naar verluidt andere buitenlandse vrouwen verhandeld in deze gebieden als sekswerker en om dwangarbeid te verrichten. De belangrijkste mensenhandelaars waren onderdeel van lokale criminele organisaties, waarvan velen actief waren in de seksindustrie. De meeste slachtoffers van mensenhandel voor seksuele doeleinden waren vrouwen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar. De meeste slachtoffers kwamen uit Brazilië en Guyana. Sommige mensenhandelaars hebben de slachtoffers onder valse voorwendsels naar het land gelokt waar zij beloofd werden er te kunnen werken of trainingen te kunnen volgen om te kunnen werken. Er waren meldingen van minderjarige meisjes en jongens uit achtergestelde gebieden die verhandeld werden in het land zelf om in de prostitutie werkzaam te zijn. Het Wetboek van Strafrecht verbiedt expliciet het handelen in personen voor seksuele en non-seksuele doeleinden. De wet omvat interne en externe vormen van mensenhandel. De straf voor mensenhandel met als oogmerk seksuele uitbuiting en dwangarbeid, zoals gedwongen of onvrijwillige slavenarbeid varieert van 5 tot 20 jaar gevangenisstraf. Het Openbaar Ministerie mag de mensenhandelaar op basis van twee gronden aanklagen, namelijk voor mensenhandel en voor verkrachting van het slachtoffer. De straf voor verkrachting of gewelddadige aanranding varieert van 12 tot 15 jaar gevangenisstraf. De overheid heeft zonder betaling juridische hulp verleend aan slachtoffers van mensenhandel. In de loop van het jaar zijn er zes personen vervolgd voor mensenhandel; het gerechtelijk proces van vier andere personen was aan het eind van het jaar nog in volle gang.
Er waren berichten dat overheidsambtenaren, waaronder ook medewerkers van consulaire zaken, de douane en immigratie functionarissen, de handel in personen vergemakkelijkten, door bezoekers die niet bonafide waren, toch het land binnen te laten komen. Op 9 juni heeft een rechter een Nederlander en twee Guyanese vrouwen veroordeeld die in september 2008 gearresteerd waren voor het verhandelen van een minderjarig meisje en haar te dwingen als prostituee te werken. De Hollandse man kreeg een gevangenisstraf van twee jaar, een vrouw kreeg een gevangenisstraf van 9 maanden en een boete van SRD3000,00 (US$1.071,00), en de tweede vrouw kreeg een gevangenisstraf van 18 maanden en een boete van SRD10.000,00 (US$3571,00). De twee vrouwen gingen tegen deze beslissing in hoger beroep. Op 22 december werden zij uit de gevangenis ontslagen, nadat zij tweederde van hun straf uitgezeten hadden. De uitkomst van het hoger beroep was aan het eind van het jaar nog niet bekend. De Anti Mensenhandel Werkgroep van de regering, die de primaire verantwoordelijkheid draagt voor coördinatie tussen de organen onderling ter bestrijding van mensenhandel, kwam bijeen om de vorderingen te beoordelen en nieuwe actieplannen te coördineren. De politie werkte samen met collega's uit Guyana, Trinidad en Tobago en de Dominicaanse Republiek, en justitiële autoriteiten probeerden verbeterde mechanismen te ontwikkelen om samen te werken met Colombia en Frans Guyana. De overheid vroeg om medewerking van Trinidad en Tobago en Curaçao bij het onderzoek naar 23 personen die als slachtoffers van mensenhandel dwangarbeid moesten verrichten in Trinidad en Tobago. De regering van Curaçao verleende haar medewerking door vier personen die gearresteerd waren in verband met deze zaak (zie sectie 7.c.) uit te leveren. Het Openbaar Ministerie en de politie bleven een register bijhouden van alle bordelen en hun werknemers per nationaliteit. Hoewel prostitutie illegaal is, had de politie informele afspraken met vele bordeeleigenaars die hen in staat stelden om door te gaan met hun bedrijfsactiviteiten. De Speciale Politie-eenheid ter Bestrijding van Mensenhandel heeft tweemaandelijkse controles uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de vrouwen niet mishandeld werden, dat er geen minderjarigen aanwezig waren, en dat de eigenaren de vliegtickets en paspoorten van de vrouwen niet in hun bezit hadden. Er was geen speciaal onderdak voor slachtoffers van mensenhandel. Daarom heeft de Stichting TIP, een privé organisatie met goedkeuring van de overheid om slachtoffer bescherming te verschaffen, voor opvang en andere diensten ten behoeve van lokale slachtoffers van mensenhandel, alsook buitenlandse slachtoffers gezorgd.
Vrouwen die gearresteerd werden tijdens bordeel razzia‟s omdat zij de immigratiewetgeving hadden overtreden en niet konden aangeven dat zij slachtoffers waren van mensenhandel, werden gedeporteerd, maar er werden door de overheid inspanningen gepleegd de geïdentificeerde slachtoffers te behandelen als materiële getuigen die bescherming nodig hebben en die niet als criminelen behandeld moeten worden. Een NGO die financiële steun ontvangt van de overheid, de Stichting Maxi
Linder, bleef hulp verlenen aan slachtoffers van mensenhandel door het verstrekken van advies en het geven van een rehabilitatie training.
De regering ging door met een intensieve campagne ter vergroting van het bewustzijn ten aanzien van mensenhandel. Deze campagne wordt gefinancierd door de Internationale Organisatie voor Migratie waarbij de aandacht gericht wordt op de Kamer van Koophandel, het Jeugd Parlement, en verschillende distrikten. Het jaarlijks uitgegeven Rapport over Mensenhandel van het Ministerie van Buitenlandse Zaken kan gevonden worden op de volgende website www.state.gov/g/tip.
Personen met een handicap Er zijn geen wetten die discriminatie van personen met een lichamelijke of geestelijke handicap verbieden bij de toegang tot werkgelegenheid, onderwijs, gezondheidszorg, of bij het verschaffen van overheidsdiensten. Over het algemeen werden personen met een handicap wel gediscrimineerd bij het solliciteren naar werk en bij de dienstverlening. Er waren enkele trainingen gegeven bedoeld voor blinden en anderen met een handicap. Er zijn geen wetten of programma's die de toegang tot gebouwen voor personen met een handicap regelen. Een rechter mag bepalen dat een persoon die geestelijk gehandicapt is, het recht wordt ontzegd om te stemmen, om deel te nemen aan zakelijke activiteiten of om wettelijke overeenkomsten te ondertekenen. Een werkgroep van het Ministerie van Sociale Zaken bleef verantwoordelijk voor het beschermen van de rechten van mensen met een handicap, maar heeft weinig vooruitgang geboekt. Nationale / raciale / etnische minderheden De wetgeving verbiedt discriminatie op grond van ras of etniciteit, en er werden geen klachten van dien aard ingediend gedurende het jaar. Toch werden de Marrons, die ongeveer 15 procent van de bevolking uitmaken, over het algemeen wel benadeeld op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid, en de overheidsdiensten. De meeste Marrons wonen in het binnenland, waar de beperkte infrastructuur hen toegang tot onderwijs, professionele kansen, gezondheidszorg en maatschappelijke diensten heeft verkleind. Sommige vormen van discriminatie die de inheemse indianen ondervonden waren ook van toepassing op de Marrons. In de loop van het jaar was er geen vooruitgang geboekt bij de uitvoering van de uitspraak van het Inter-Amerikaans Gerechtshof ten aanzien van een zaak in 2006 waarbij 12 Saramacaanse stamleden het gezag opeisten over 60 dorpen in het gebied rond de Boven-Suriname.In november 2007 heeft het Hof beslist dat de regering de collectieve grondenrechten van de Saramacaners dient te erkennen, dat er wetgeving opgesteld dient te worden in overeenstemming met internationale verdragen, dat er een ontwikkelingsfonds dient te worden gerealiseerd van SRD 1,680.000 ($600.000)en dat er begonnen moet worden met de demarcatie rond februari 2008. In het afgelopen jaar heeft
de Commissie van Saramacaners een ontmoeting gehad met de Vereniging van Sarmacaanse leiders en heeft een concept rapport opgesteld ter implementering van de uitspraak van het Hof. De Commissie van Saramacaners heeft een particuliere stichting in het leven geroepen om het ontwikkelingsfonds te beheren en heeft aan de stammen de proceskosten terugbetaald. Maar er waren constitutionele zaken waardoor de demarcatie van land dat opgeëist was door de etnische groepen niet kon doorgaan. Er werd gemeld dat het Inter- Amerikaans Gerechtshof geen rekening had gehouden met de aanwezigheid van niet -Saramacaners in het gebied. Hier vallen ook de inheemse en Marron stammen onder waardoor het demarcatieproces juist ingewikkelder is geworden. De deadline voor implementatie is 19 december 2010.
De Inheemse volkeren De wet biedt geen speciale bescherming voor of erkenning van inheemse volkeren. De meeste indianen (ongeveer 3 procent van de bevolking) had te kampen met een aantal nadelen en hadden slechts beperkte mogelijkheden om te participeren in beslissingen die van invloed waren op hun gronden, cultuur, tradities en natuurlijke hulpbronnen. Het politiek leven, de opleidingsmogelijkheden en banen van het land zijn geconcentreerd in de hoofdstad en haar omgeving, terwijl de meerderheid van de indianen (evenals de Marrons) in het binnenland leven, waar de overheidsdiensten grotendeels niet beschikbaar zijn. Aangezien de gronden van de Indianen en Marrons niet effectief gedemarceerd zijn, bleven gemeenschappen geconfronteerd worden met problemen ten aanzien van illegale en ongecontroleerde houtkap en mijnbouw. Organisaties die de Marron en Indiaanse gemeenschappen vertegenwoordigen, hebben geklaagd dat vanwege mijnbouw activiteiten op kleine schaal vooral door illegale gouddelvers, trenzen worden gegraven die de bewoners afgesneden hebben van hun landbouwgrond. Ook werden de bewoners bedreigd met verjaging vanuit hun traditionele nederzettingen. Kwik dat afkomstig is van deze mijnbouwactiviteiten heeft de gebieden die golden als de traditionele voedselbronnen van deze bewoners aangetast en bedreigd. Vele Marrons en Indianen hebben tevens geklaagd dat de overheid land aan derden geeft binnen haar traditionele territoria, waardoor de bewoners van deze dorpen ervan weerhouden worden om hun traditionele activiteiten uit te voeren op deze gronden. Er waren geen wetten die de inheemse bevolking het recht gaf om te delen in de winst van de exploitatie van de hulpbronnen die zich bevinden op hun traditionele gronden. De inheemse groepen hebben met behulp van “Amazon Conservation Team” hun gronden in kaart gebracht en hebben voorstellen van demarcatie kaarten gepresenteerd aan de regering in 2000 en aan het Ministerie van Planning, Land en Bosbeheer in het jaar 2006 en in november 2009. Aan het eind van het jaar had de regering de voorgestelde demarcaties niet geaccepteerd waardoor de inheemse groepen officeel geen recht hadden op deze gronden.
De Marrons en Indianen bleven samenwerken met elkaar om hun rechten beter te doen gelden. Moiwana en andere NGO's bleven werken aan de bevordering van de rechten van inheemse volkeren. Maatschappelijke Misstanden, Discriminatie, en Gewelddadige Handelingen op grond van Seksuele Geaardheid en Geslacht Hoewel de wet discriminatie op grond van seksuele geaardheid verbiedt, waren er berichten dat homoseksuelen discriminatie ondervonden bij het vinden van werkgelegenheid. Er was geen melding van officiële vormen van discriminatie op grond van seksuele geaardheid met betrekking tot huisvesting, toegang tot onderwijs, of gezondheidszorg. De politie heeft geen geweld gepleegd of geweld toegestaan ten aanzien van homoseksuelen, biseksuelen, of transseksuelen („LGBT‟). LGBT organisaties konden hun activiteiten in het land onafhankelijk en zonder beperking uitvoeren.
Andere vormen van Maatschappelijk Geweld of Discriminatie Mensen met HIV/AIDS ondervonden nog steeds discriminatie van hun omgeving bij het zoeken naar arbeid en het verkrijgen van medische diensten. Een NGO die werkt met hiv besmette personen meldde dat wetshandhavers en de brandweer hiv-testen laten uitvoeren als onderdeel van hun sollicitatie procedure. Cateringservices, casino‟s, en enkele privé bedrijven hebben naar verluidt ook om een HIV test gevraagd voordat werknemers in dienst werden genomen. De Stichting Mamio merkte op dat personen, voornamelijk vrouwen, melding hebben gemaakt van fysiek geweld of discriminatie nadat hun HIV positieve status bekend was geworden. Verzekeringsmaatschappijen zouden HIV positieve cliënten hun diensten geweigerd hebben nadat uit de medische voorgeschiedenis bekend werd dat zij HIV positief waren. Het Ministerie van Volksgezondheid heeft haar inspanningen geïntensiveerd om de transmissie van HIV/AIDS van moeder op kind te voorkomen door middel van een uitgebreid “outreach-programma” met lokale zorgverleners. Het programma heeft haar doelstelling bereikt, want 90% van de zwangere vrouwen heeft zich vrijwillig laten testen. In het leger werden de HIV/ AIDS bewustzijnscampagnes gecontinueerd onder de manschappen. Het Ministerie van Defensie heeft een tweejarig plan bekend gemaakt om beleid te ontwikkelen voor het vergroten van het HIV/AIDS bewustzijn op de werkplaats. Dit plan hield onder meer in de ontwikkeling van beleid en protocollen, distributie van gratis condooms en training van mede opvoeders, met als doel het risico op HIV/AIDS onder militairen en hun gezinnen te verminderen.
Afdeling 6 De Rechten van Werknemers a. Het Recht van Vereniging De wet voorziet erin dat werknemers zich mogen verenigen en aansluiten bij vakbonden van hun keuze, zonder voorafgaande toestemming of buitensporige eisen. In de praktijk hebben de werknemers dit ook gedaan. Bijna 60 procent van de beroepsbevolking was georganiseerd in vakbonden, en de meeste vakbonden behoorden tot een van de zeven grote werknemersorganisaties. De vakbonden waren onafhankelijk van de regering, maar speelden een actieve rol in de politiek. De wet voorziet ook in het stakingsrecht, en arbeiders in zowel overheids-en de particuliere sector hebben van dit recht in de praktijk gebruik gemaakt.
b. Het Recht om zich te Organiseren en Collectief te onderhandelen CAO‟s worden beschermd door de wet en in de praktijk heeft de overheid over het algemeen dit recht nageleefd. CAO‟s werden afgesloten door ongeveer 50 procent van de werknemers. De wetgeving verbiedt inmenging van werkgevers in vakbondsactiviteiten. In praktijk heeft dit zich niet voorgedaan. Er zijn geen verwerkingszones voor de export. c. Verbod op Dwangarbeid of Verplichte Arbeid Hoewel de wet alle vormen van dwangarbeid of verplichte arbeid verbiedt, vooral door kinderen, vonden deze praktijken wel plaats (zie afdeling 6, Mensenhandel) Op 2 april heeft de “International Organization for Migration” 11 personen naar Indonesië laten repatriëren, nadat in december 2008 het bekend was geworden dat zij onder valse voorwendsels het land in waren gebracht en dat zij onder slechte omstandigheden moesten werken zonder betaling. De andere drie besloten in het land te blijven en weer te werken bij hun werkgever. Het proces ging nog steeds door aan het eind van het jaar tegen twee personen die gearresteerd werden omdat zij naar verluidt 23 mannen gerekruteerd hadden voor een kookcursus op Trinidad en Tobago. Na aankomst hier werden deze gedwongen arbeid te verrichten. Gedurende het jaar werden er nog eens vier personen gearresteerd in Curaçao en terug gestuurd naar Suriname waar zij aan het eind van het jaar in afwachting waren van het gerechtelijk onderzoek.
d. Verbod op Kinderarbeid en de Minimum Leeftijd waarop het Deelnemen aan het Arbeidsproces is toegestaan De wet stelt de minimumleeftijd voor werkgelegenheid op 14 jaar en beperkt de werktijden voor minderjarigen tot dagtaken, maar specificeert niet de lengte van een dergelijke dagtaak. Kinderen jonger dan 14 is het alleen toegestaan om te werken in familie bedrijven, in de kleinschalige landbouw en speciaal beroeps gericht werk. De arbeidswetgeving van het land omschrijft de ergste vormen van kinderarbeid niet. Het is kinderen jonger dan 18 verboden gevaarlijk werk te doen. Dit wordt gedefinieerd als werk dat gevaarlijk is voor hun leven, gezondheid, en fatsoensnormen. Kinderen onder 15 jaar mogen niet op boten werkzaam zijn. Echter, het Ministerie van Arbeid en de politie hebben deze wet sporadisch toegepast. Kinderarbeid bleef nog steeds een probleem in de informele sector, vooral in de westelijke districten Nickerie en Saramacca, aangezien hier de kinderen vanwege de steeds groter wordende economische druk de school moesten verlaten om werk te zoeken. Kinderen onder 14 jaar waren werkzaam geweest in de goudwinningsgebieden, in de informele stedelijke sector en naar verluidt ook in de commerciële seksindustrie. Werkgevers in deze sectoren boden geen garantie voor veiligheid op het werk, en kinderen werkten vaak blootsvoets en zonder beschermende handschoenen en hadden ook geen toegang tot medische zorg. Er zijn weinig statistische gegevens beschikbaar over het arbeidsmilieu en de situatie van kinderarbeid in het land. In tegenstelling tot 2008 waren er geen meldingen van commerciële seksuele uitbuiting van kinderen en tieners door verzorgers en oudere wervers. De Arbeidsinspectie van het ministerie van Arbeid, met ongeveer 47 inspecteurs, draagt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering en handhaving van de arbeidswetgeving; maar de naleving hiervan was niet adequaat. Inspecteurs bestreken het hele land, maar er waren geen gegevens beschikbaar over het aantal inspecties dat uitgevoerd is gedurende het jaar. Werkgevers moesten een lijst bijhouden van jongeren “ Register of Young Persons “ en dit moest vermeld worden bij de informatie over hun werknemers. Het te werk stellen van een kind, jonger dan 14 jaar is strafbaar met een boete en een gevangenisstraf van ongeveer 12 maanden. Ouders die hun kinderen laten werken in strijd met de arbeidswetgeving kunnen ook vervolgd worden. De regering heeft geen onderzoek verricht naar gevallen van kinderarbeid,waarbij kinderen uitgebuit werden, buiten de stedelijke gebieden. De arbeidsinspecteurs waren niet bevoegd om inspecties uit te voeren in de informele sector aangezien de verantwoordelijkheid voor het inspecteren van de informele sector bij de politie ligt.
Hoewel de overheid geen programma‟s heeft uitgevoerd om kinderen te onttrekken aan de ergste vormen van kinderarbeid, ondersteunde het programma‟s in het beroepsonderwijs voor drop-outs en oudere kinderen om te dienen als een alternatief voor werk als minderjarige.
Op 20 november werd de Nationale Commissie ter Bestrijding van Kinderarbeid operationeel. De leden van deze commissie zijn functionarissen van de ministeries van arbeid, sociale zaken, en onderwijs. Ook nemen zitting in deze commissie vertegenwoordigers van vakbonden, de particuliere sector en NGO‟s. Het mandaat van de Nationale Commissie behelst het formuleren van een nationaal beleid ter bestrijding van kinderarbeid, het initïeren van specifieke programma‟s voor inheemse kinderen, het ontwikkelen van een lijst van beroepen waar de ergste vormen van kinderarbeid voorkomen, en het monitoren van de naleving van internationale kinderarbeid standaarden door het land.
e. Aanvaardbare arbeidsvoorwaarden
Er is geen wetgeving die voorziet in een minimumloon. De laagste lonen voor ambtenaren is ongeveer SRD 600 ($214) per maand, inclusief toelage om te voorzien in de kosten van levensonderhoud. Dit bleek geen aanvaardbare levensstandaard te zijn voor een werknemer en zijn gezin. Ambtenaren, die circa 50 procent uitmaken van de 100.000 leden tellende beroepsbevolking, hebben vaak hun salaris aangevuld met een tweede of derde baan, meestal in de informele sector. De President en de Raad van Ministers hebben loonstijgingen vastgesteld en goedgekeurd voor ambtenaren. In de loop van het jaar heeft de regering de eerste fase van een nieuw bezoldigingssysteem voor ambtenaren ingevoerd. Dit zorgde voor een toename van de lonen voor ambtenaren. Indien er werk verricht werd voor meer dan 45 uur per week op regelmatige basis, dan was er een speciale toestemming vereist van de regering, die routinematig werd toegekend. Dergelijk overwerk leverde veel op. De wet verbiedt buitensporig overwerk, en eist een rusttijd van 24 uur per week.
De overheid bepaalt de standaarden ten aanzien van bedrijfsgezondheid en bedrijfsveiligheid. Het Inspectoraat van Bedrijfsgezondheid en Bedrijfsveiligheid van het Ministerie van Arbeid dat 10 tot 12 leden telt, is verantwoordelijk voor de handhaving van bedrijfsregels voor de veiligheid en gezondheid. Echter werden er geen regelmatige inspecties verricht. Er is geen wet die de werknemers het gezag geeft om arbeid te weigeren indien zij de omstandigheden van hun werkplaats onveilig achten, ze moeten een beroep doen op de inspectiedienst om de werkplek onveilig te verklaren.