MAANDBLAD VAN DE VLAAMSE INGENIEURSKAMER
12-2009
INGENIEURSMAGAZINE
Tunnels boren onder de luchthaven
VIK, Herentalsebaan 643, 2160 Wommelgem jaargang 47, nummer 12, december 2009 maandelijks tijdschrift, verschijnt niet in juli en augustus afgiftekantoor ANTWERPEN X- P2A8632
Duurzame woonwijk in Ertvelde Elisabethbasis op Antarctica is nulemissieproject Pieter Kerremans over de beleidsadviezen van de SERV
I-mag december 2009
2
Commentaar I-mag Ingenieursmagazine is een uitgave van de Vlaamse Ingenieurskamer vzw Lid van World Federation of Engineering Organisations (WFEO) van de UNESCO. Lid van de Unie van de Uitgevers van de Periodieke Pers (U.P.P.) VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Ing. Bart Demol MSc, Herentalsebaan 643, 2160 Wommelgem HOOFDREDACTEUR Ing. Noël Lagast MSc EINDREDACTIE Luc Vander Elst REDACTIERAAD Ing. I. Born MSc - Ing. B. Demol MSc Ing. H. Derycke MSc - Ing. K. De Wever MSc Ing. N. Lagast MSc - Ing. G. Roymans MSc Ing. W. Samyn MSc - Ing. L. Wezenbeek MSc REDACTIESECRETARIAAT Francine Demaret SECRETARIAAT VIK Herentalsebaan 643, 2160 Wommelgem Tel. +32 3 259 11 00 - Fax +32 3 259 11 01 Website: www.vik.be - e-mail:
[email protected] Doorlopend open van 08.30 uur tot 17.00 uur LIDMAATSCHAPSBIJDRAGEN rek.nr.: 406-0098501-56 € 61,00 voor technisch en industrieel ingenieurs, die meer dan drie jaar gediplomeerd zijn; voor geassocieerde leden € 34,00 voor hen, die 3 jaar of minder dan drie jaar gediplomeerd zijn; voor een samenwonend lid; voor gepensioneerden € 17,00 voor studenten-industrieel ingenieur € 78,00 voor leden woonachtig in het buitenland
De organisatie van ingenieurs Steeds weer horen we uit de mond van beleidsmakers het belang van innovatie voor de veiligstelling van onze welvaart en ons welzijn in de toekomst. Bij ‘innovatie’ denkt men onmiddellijk aan hightech, aan nieuwe producten en productiemethoden en processen. Maar ook op vele andere domeinen zal men innovatief moeten zijn, wil men ons land, met zijn belangrijke loonkostenhandicap, competitief houden t.o.v. de ons omringende landen enerzijds en de productielanden anderzijds. Want welvaart en welzijn kosten geld en dat zal toch verdiend moeten worden. De ingenieur is de innovator bij uitstek op heel wat gebieden: dat trekken diezelfde beleidsmensen niet in twijfel. De maatschappelijke relevantie van de ingenieur staat dus vast en je zou van de beleidsmakers dan ook mogen verwachten dat ze die doelgroep koesteren en ze alle steun geven, zodat het hele innovatieproces geïntensiveerd wordt: veel paarden kweken om de zware kar van de innovatie te trekken en die beestjes veel haver geven, zodat ze de kracht kunnen ontwikkelen om te blijven trekken. Helaas ervaren wij dat in de praktijk niet altijd zo. Zo hebt u bijvoorbeeld kunnen volgen hoe mijn voorganger, Ing. Joseph Neyens MSc, gesteund door andere collega’s uit de VIK-regionen, onvermoeid bleef rondtrekken om een regeling uitgewerkt te krijgen omtrent de titulatuur, de duur en de inhoud van de opleidingen voor onze industrieel ingenieurs t.o.v. van de ons omringende landen. Verschillende paren schoenen heeft hij bij die rondgangen versleten en hoewel wij daarover een duidelijke en onderbouwde visie ontwikkelden, wachten wij nog op de definitieve besluiten. Maar misschien moeten we verder ook in eigen boezem kijken? In zijn commentaar van ons blad in november schreef Joseph al over de gilden in het verleden. Wij kunnen vaststellen dat sterke gilden synoniem waren met een hoge economische ontwikkeling en een sterke toename van welvaart en welzijn. En dat is vandaag nog steeds zo. Als ingenieurs mogen en kunnen wij in dat middenveld niet ontbreken. Op ons vorig kaderweekend kwam dat sterk tot uiting: er was duidelijk consensus over het feit dat de VIK ‘de organisatie van ingenieurs’ moet zijn. En er werd ook bij aangegeven wat dat betekent: • een betere visibiliteit als belangenbehartiger bij het beleid; • een partner bij het uitstippelen van dat beleid; • een verdediger van de belangen van de ingenieur, zodat dit een aantrekkelijke loopbaan is. Om dat te bereiken zullen we onze organisatie voort moeten uitbouwen, zodat nog meer ingenieurs zich bij ons thuisvoelen. Permanente vorming en netwerkingsactiviteiten kunnen daarbij belangrijke troeven zijn. Ik ben fier dat ik de voorzitter mag zijn van een bestuursploeg die zich daarvoor inzet.
€ 580,00 voor bedrijven, scholen, instellingen, enz. met meer dan 250 werknemers
Ing. Rik Baron JAEKEN MSc Voorzitter Raad van Bestuur VIK
€ 280,00 voor bedrijven, scholen, instellingen, enz. met minder dan 250 werknemers DRUKKERIJ & LAY-OUT Drukkerij SLEURS nv, Overpelt Tel. +32 11 80 90 90 - Fax +32 11 80 90 95 Voor de ondertekende artikels zijn alleen de auteurs aansprakelijk. COVER Diabolo © TUC RAIL
Ingenieurs starten! Ingenieursstudies staan garant voor persoonlijk succes. Alles over de enquête door VIK en K VIV vanaf pagina 40 in deze I-mag.
3
I-mag december 2009
Inhoud
Commentaar Internationale erkenning laat op zich wachten . . . . . . . . . .
Inhoudstafel .........................................
Duurzame woonwijk in Ertvelde Technologie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
03 04 05
Geert Noels: “België is een ClubMed-land” Technologie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Modern Times Technologie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Ing. Wouter Souffriau ontwikkelde fietsrouteplanner Technologie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Ing. Koen Van Hove runt Conrad Consulting Technologie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Tunnels boren voor het Diabolo-project Technologie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Belgische driekleur op Antarctica Samenleving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Huldeboek Frank Swaelen Samenleving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
In de kijker: VIK-ingenieurshappening Afdeling Zuid-West-Vlaanderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Nieuws van de afdelingen ..............................................................
Stages lucht- en ruimtevaart 2009-2010 Centrum Lucht- en ruimtevaart . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Centrum industrie: lezing over poolstation Antarctica Centrum Industrie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Erasmushogeschool investeert in stedelijke ontwikkeling Centrum Onderwijs . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Succesvolle tweede editie van VIK Space Netwerk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Paul Donnersprijs Netwerk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Pieter Kerremans over de SERV Netwerk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Ingenieursstudies garantie voor persoonlijk succes Netwerk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Ing. Rik Jaeken MSc voorzitter Raad van Bestuur Netwerk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Activiteiten van de studiegroepen Studiegroepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Blijft inzetbaarheid ingenieurs op arbeidsmarkt verzekerd? Vik Vorming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Contractenbeheer / Humanresourcesmanagement Vik Vorming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Bestek bij bouwwerken / Kostenramingen van projecten Vik Vorming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Cursusagenda Vik Vorming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . I-mag december 2009
4
07 09 10 12 14 18 20 23 24 28 29 30 32 34 36 40 42 44 46 48 49 50
technologie TECHNOLOGIE
Duurzame woonwijk in Ertvelde Bostoen nv stelt eerste nulenergieproject voor EKE. De Hoverije in Ertvelde wordt een echt duurzame woonwijk. “Een absolute primeur in Vlaanderen”, aldus bouwbedrijf Bostoen nv. De persconferentie die het bouwbedrijf organiseerde in Eke, waar het ook al enkele passiefhuizen bouwt, trok in elk geval veel volk. Onder de aanwezigen ook enkele opgemerkte sprekers als Tom De Saegher, die het kabinet van minister-president Peeters vertegenwoordigde, en Geert Noels, topeconoom en auteur van het boek Econoshock. Een duurzame woonwijk is een stap in de goede richting, maar zal vooral inzake mentaliteitswijziging de weg moeten wijzen.
De Hoverije in Ertvelde zal vooral passiefhuizen bevatten die inzake energie en verwarming volledig zelfbedruipend zijn. De woonwijk, waaraan men vanaf volgende maand begint te bouwen, wordt dus een nulenergieproject. Maar het project probeert ook verder te denken. Het staat voor een andere manier van verkavelen, waarbij er ook accenten liggen op gemeenschappelijk en privégroen, autoluwte en centrale waterrecuperatie. Het idee van de Hoverije groeide uit een nieuw maatschappelijk bewustzijn rond energiegebruik en klimaatbeheersing. Het groen krijgt een centrale plaats in het geheel. Elke bewoner heeft naast zijn eigen, afgebakende privétuin ook de beschikking over veel gemeenschappelijk groen. Op de hoofdstraat geven alleen onverharde zijlanen uit, die zo verschillen-
de lobs vormen. Doorgaand verkeer is onmogelijk in die dreven en lanen. Dat verzekert het autoluwe karakter en het verhoogt de leefbaarheid voor bewoners en kinderen. Binnen de verschillende lobs zijn alle woningen zongericht ingeplant. Alle beschikbare ruimte wordt optimaal benut zonder de aandacht voor de individuele woning uit het oog te verliezen.
Redelijke prijs De Hoverije in Ertvelde wordt de eerste, volledig passieve woonwijk in Vlaanderen. De passiefhuizen in de Hoverije worden verwarmd met zonnewarmte, een grondsonde en warmterecuperatie. Optimale isolatie en ventilatie zorgen voor een constant aangenaam lenteklimaat binnenshuis. Een traditioneel passiefhuis zorgt al
De Hoverije in Ertvelde wordt de eerste, volledig passieve woonwijk in Vlaanderen. Een traditioneel passiefhuis zorgt al voor een energiebesparing van 90 procent. Voor de nulenergiewoningen in de Hoverije is de uiteindelijke energiefactuur nul.
voor een energiebesparing van 90 procent. Voor de nulenergiewoningen in de Hoverije is de uiteindelijke energiefactuur nul. Bostoen maakt op die manier via de klassieke woningbouw ook passiefhuizen toegankelijk voor het grote publiek. Daar ligt wellicht de grootste verdienste: dat de mensen voor een redelijke prijs toch een woning kopen, waarin ze bewust zullen kunnen omspringen met hun energieverbruik zonder te moeten inleveren op comfort of luxe. De Hoverije zal 75 passiefwoningen tellen. Bostoen haalde in het verleden al voor een honderdtal passiefhuizen het passiefhuiscertificaat. Een passiefwoning hoort eruit te zien als een heel gewone woning. Uiterlijk zijn er slechts een paar kleine kenmerken die verschillen met gewone woningen. Deuropeningen en raamopeningen zijn zeer zorgvuldig tochtdicht gemaakt, het glas is dikker en isoleert beter en de muren zijn dikker, omdat de muurisolatie dikker is dan bij een klassiek geïsoleerde muur. Stephan Bostoen: “Alle bouwstijlen zijn mogelijk en de mensen mogen niet inboeten aan comfort. We halen drie criteria: een laag verwarmingsvermogen van maximaal 15 kilowattuur per m² per jaar, geen oververhitting, waardoor je altijd een aangenaam binnenklimaat moet krijgen en een zeer goede luchtdichtheid. Nergens mag er koude lucht circuleren. De lucht die circuleert, is lucht aan binnentemperatuur. Dat voel je niet.”
Elektrisch verwarmd De passiefkijkwoning in Eke kost aan energie gemiddeld 30 euro per maand. De passiefwoningen die daar in opbouw zijn, gebruiken in plaats van de 1800 watt elektrische verwarming van de kijkwoning – niet direct de meest milieuvriendelijke of zuinige verwarmingsbron –, al een warmtepomp en zonnepanelen. Daar zakken de energiekosten al tot 6 euro per maand. “Maar we scoren zelfs met elektrische verwarming al wel 60% beter dan in een klassieke woning. In 2.0-passiefhuizen gebruiken we geen elektrische verwarming meer. Een klassieke woning verliest ook ongeveer 12 keer zijn inhoud door lekken en tocht. De luchtdichtheid van een passief-
Tom De Saegher stelde het Vlaams regeringsbeleid voor.
In Eke bouwt Bostoen ook al enkele passiefhuizen. 5
I-mag december 2009
“Als je echt tot ‘cradle to cradle’ wil komen bij de traditionele woningbouw, dan moet er nog heel wat veranderen. Passief is voor ons het begin van een evolutie. Met Passief 2.0 gaan we weer een stapje verder. Maar dan hebben we het nog niet over gezondheid, leefomgeving, materialen die geen gif afgassen.” woning is 20 keer strenger. Bij harde wind mag er maar 0,6 keer de inhoud van je woning naar buiten gaan. Daar worden woning per woning luchtdichtheidstesten voor gedaan. Als alles perfect dicht is in een normale woning, dan zit er nog een gat in uw huis van een vierkante meter groot. In een passiefhuis is dat een gat met een doormeter van tien centimeter.”
In zijn concept van het passiefhuis 2.0 verlaagt Bostoen het energieverbruik tot nul met warmtepompen, doorgedreven isolatie, zonnecellen en een ventilatiesysteem met warmterecuperatie. “Daar combineren we het beste van isoleren met het beste van verwarmen. We gebruiken een warmtepomp van drie kilowatt. De warmtepomp in combinatie met de vloerverwarming is een extra kostprijs van 8.000 tot 10.000 euro per passiefwoning, maar in ons passiefhuis 2.0 kun je ook gezoneerd de temperatuur instellen. Zo verhogen we het comfort voor de hele woning. Dat is makkelijker bij een passiefwoning, precies omdat je maar met enkele graden verschil moet werken. Het hele huis is altijd koudebrugvrij. De 36 centimeter dakisolatie sluit heel nauw aan bij de muurisolatie.” Ecologische materialen gebruikt Bostoen nog niet in het 2.0-project. “We denken nu aan dakisolatie met
Doordacht en luchtdicht isoleren is het belangrijkst bij passiefwoningen.
Vlaams transitiemanagement
Tekst: Luc VANDER ELST Tekst en foto’s: BOSTOEN en Luc VANDER ELST
Het eerste element is het meten. Meten is weten. Het WTCB werkt nu in onze opdracht een Vlaamse maatstaf uit voor duurzaam bouwen. Er zijn heel wat initiatieven en meetinstrumenten ontwikkeld en we willen die op elkaar afstemmen. We willen een objectief referentiekader voor duurzaam bouwen. Dat willen we doen met een ‘local sustainable building council’, zoals dat principe nu in verschillende landen in Europa neerdwarrelt.”
Tijdens de persconferentie bij de voorstelling van de Hoverije zette Tom De Saegher van het kabinet van minister-president Peeters het beleid van de Vlaamse regering uit inzake duurzaam bouwen en wonen. “Duurzaam bouwen is veel meer dan alleen maar kijken naar energie en het gebruik van materialen. Het gaat ook om ruimtelijke ordening, welzijn, gezondheid, binnenklimaat. Waar duurzaamheid vroeger werd gelinkt aan milieu en energie, is het nu veel ruimer opgevat.”
“Tweede belangrijk aspect is dat we niet alleen naar een meetinstrument moeten, maar dat er ook concrete realisaties moeten volgen. In het regeerakkoord staat duurzaamheid centraal voor bouwen, wonen en leven. Provinciale steunpunten, die structureel worden ondersteund, zijn een prioriteit voor de komende jaren. In elke provincie komt er zo’n steunpunt, dat planadvies verleent, maar ook gemeenten en bedrijven kan bijstaan en adviseren over integratie van duurzame principes in grotere of complexere projecten op gebouwenniveau of wijkniveau.”
“We willen in Vlaanderen overgaan naar een dagelijkse praktijk van duurzame ontwikkeling. Op dit moment werken tientallen administraties en organisaties samen in die transitiearena: economie, ecologie en sociaal zijn de drie pijlers van duurzame ontwikkeling. Ook de Vlaamse Confederatie Bouw is een actieve speler in die arena en participeert actief. Het Vlaams transitiemanagement heeft twee doelstellingen: we willen in de eerste plaats een transitiearena uitbouwen met een zo breed mogelijk draagvlak en zo veel mogelijk spelers. En daarnaast willen we een transitieagenda ontwikkelen, waarin op korte termijn acties worden ingebed in een langetermijnvisie tot 2030.”
“Grotere projecten vragen heel wat kennis. Die kennis is vaak heel versnipperd: er zijn energie-experten, milieuexperten, experten rond toegankelijkheid, enz. We willen die expertise allemaal samenbrengen in een steunpunt, dat instaat voor de dienstverlening rond duurzaam bouwen. Zo moet er bijvoorbeeld een leidraad komen over duurzaam bouwen op wijkniveau. In die zin hopen we ook dat het project in Ertvelde een inspiratiebron wordt voor andere projecten en dat het navolging krijgt. Zo kunnen we stapje voor stapje tot een duurzame samenleving komen.”
“Vanuit dat perspectief moeten we ervoor zorgen dat Vlaanderen tegen 2020 duurzaam bouwt en woont. We hebben dat project geïntegreerd in het project VIA 2020, de leidraad voor de komende jaren op het vlak van het Vlaams beleid.
I-mag december 2009
papiervlokken, maar voor muurisolatie is dat nog een moeilijk verhaal, vooral om prijs-kwaliteit geschikt materiaal te vinden. We proberen eerst het passiefhuis rond te krijgen. Daarna kunnen we een volgende stap zetten. Als je echt tot ‘cradle to cradle’ wil komen bij de traditionele woningbouw, dan moet er nog heel wat veranderen. Passief is voor ons het begin van een evolutie. Met Passief 2.0 gaan we weer een stapje verder. Maar dan hebben we het nog niet over gezondheid, leefomgeving of materialen die geen gif afgassen. We willen ook daar wel op inspelen, maar we gaan stap voor stap. We gaan door in duurzaam bouwen. Onze klanten gaan daarin mee, als de prijs goed zit. Daar moeten we ook rekening mee houden. Een instapwoning met een woonoppervlakte van 100 m² in Ertvelde kost 200.000 euro all in: grond, woning, kosten, passief. Je koopt die woning, omdat je daar wilt wonen en omdat de prijs goed is. Het passieve element krijg je erbij. Dat is onze filosofie. We willen daarvan een standaard maken, omdat we goede producten willen maken. Doordat we een schaalgrootte hebben in die wijk kunnen we daar iets interessants maken.”
LVE
6
TECHNOLOGIE
“België is een ClubMed-land” Topeconoom Geert Noels over de karakteristieken en de toekomst van de Vlaamse woningbouw EKE. Geert Noels, topeconoom, zaak-
Beurswinst
voerder van Econopolis en auteur van het boek Econoshock, ging tijdens de persconferentie over de Hoverije in Eke Geert Noels
dieper in op de karakteristieken van de
Vlaamse woningbouw en poneerde daarbij enkele merkwaardige stellingen. “Ik heb de karakteristieken van onze Vlaamse woningbouw een beetje in een Europese context gezet. Zo kunnen we evalueren waar we ons op dit moment bevinden. De baksteen in de maag van de Vlaming is nog lang niet groen genoeg.”
Noels pakte uit met enkele statistieken over de Europese situatie inzake broeikasgassen per hoofd van de bevolking. In een Europees perspectief zit België bij de slechtste leerlingen van de klas. Alleen Frankrijk, Spanje en Italië scoren nog slechter wat betreft uitstoot van broeikasgassen door woningen. “Een tweede aspect daarbij is het energieverlies in de woningbouw. Ook daar scoren we heel slecht. Daar eindigen we zelfs als laatste. De uitstoot in België is het dubbele van het EU-gemiddelde. Er is dus heel wat ruimte voor verbetering en ik denk dat weinigen van onze landgenoten dat beseffen. De woning is voor een Belg
een hoeksteen en toch scoren we daar heel slecht inzake kwaliteit. Als de Belg bouwt, dan wil hij binnenin een paleis. Aan de niet-zichtbare delen wordt vaak veel te weinig aandacht besteed. De modale Belg lijkt wel te bouwen alsof hij hier in een ClubMed-land woont. Onze woningen hebben dezelfde karakteristieken als die in zuiderse landen: slecht geïsoleerd, alsof het alle dagen zon is. Voor het gehele huizenpark scoren we heel slecht, al is er wel verbetering bij de nieuwe woningen. We zitten hier in het zuiderse gezelschap van Spanje, Portugal, Italië, Griekenland en Turkije. Naar isolatiedikte van de muren zijn we dus echt ClubMed.”
“Bij passiefwoningen kunnen we een verbetering van 84% halen inzake energierendement. Op de beurs kun je zonder twijfel rendementen van die orde halen in negatieve zin. Een positief beursrendement van 84% ligt veel minder voor de hand. Een van de echt goeie investeringen is dus beleggen in energie-efficiënte huizen. Inzake verbruik en intrinsiek rendement moet je dat in feite zien als een investering.”
“Bij passiefwoningen kunnen we een verbetering van 84% halen inzake energierendement. Een positief beursrendement van 84% ligt veel minder voor de hand. Een van de echt goeie investeringen is dus beleggen in energie-efficiënte huizen.” Noels legde ook de vinger op het zere wondje van de ruimtelijke ordening in België: een belangrijke reden waarom we zo slecht scoren op energievlak. “Meer dan de helft van onze woningen zijn open of halfopen bebouwingen. In andere landen wordt op een heel andere manier gebouwd en dat maakt inzake energieefficiëntie een heel groot verschil uit. Onze huizen zijn niet altijd goed gebouwd en door onze enorme lintbebouwing krijg je daarbovenop een heel inefficiënte planning en logistiek. Ook daardoor stijgt ons energieverbruik automatisch.” Volgens Noels moet de overheid dringend werk maken van de promotie van duurzaam bouwen en wonen. “In Nederland bijvoorbeeld behoren passiefwoningen al tot een soort van algemeen ideeëngoed. De prachtige wijk die Bostoen in Ertvelde wil bouwen, is een druppel in de oceaan. Nieuwbouw gaat heel traag en als we Vlaanderen willen veranderen, dan is vooral een mentaliteitsverandering heel belangrijk. De nieu-
De Hoverije in Ertvelde: investeren in passiefwoningen rendeert. 7
I-mag december 2009
TECHNOLOGIE
“Meer dan de helft van onze woningen zijn open of halfopen bebouwingen. In andere landen wordt op een heel andere manier gebouwd en dat maakt inzake energie-efficiëntie een heel groot verschil uit. Onze huizen zijn niet altijd goed gebouwd en door onze enorme lintbebouwing krijg je daarbovenop een heel inefficiënte planning en logistiek. Ook daardoor stijgt ons energieverbruik automatisch.” we woonwijk zelf maakt in de totaliteit niet zo veel uit. Nieuwbouw neemt ook altijd maar een kleiner stuk van de totale markt in. Huizen hebben een levensduur van 80 tot 100 jaar. Je vervangt dus één procent woningen per jaar. Dan ben je heel lang bezig vooraleer je alles veranderd hebt. Nieuwbouw krimpt trouwens nog in onze bouwmarkt. Een van de hefbomen die de overheid zal moeten gebruiken om werkelijk een verschil te maken, is de renovatie. Renovatiepremies moeten werkelijk gericht worden op energiedoelstellingen en bij elk beleidsaspect zou men daar moeten rekening mee houden.”
het algemeen stevenen we af op een ‘worldwide energyweb’. Vroeger heeft men op energievlak altijd geopteerd voor grote energiecentrales. Nu gaan we meer naar gekoppelde energienetwerken die daardoor zorgen voor een meer efficiënte voorziening.”
“Er is ook meer normering nodig. De Vlaming propageert inzake woningbouw vrijheid-blijheid. Onze vrijheid heeft als grote nadeel dat we procentueel veel meer energie verbruiken dan in onze buurlanden. Daar zullen we dus moeten op inbinden. Passiefhuizen waren vrij onbekend en er is nog veel missionariswerk nodig om de mensen daarin mee te nemen: dat het ecologisch is, dat het energie-efficiënter is, dat er een grotere restwaarde is, dat het goed is voor de economie en voor de handelsbalans. Ik denk dat de overheid daar ook een grote inspanning moet doen. Misschien moet men maar eens overwegen om bijvoorbeeld btw-incentives te geven voor ecolo-
Energie-efficiëntie “Een van de aspecten van energieverbruik in de toekomst, is dat we veel meer gedecentraliseerd energie zullen opwekken: in huizen, in bedrijven, op daken, windmolens, enz. en dat we dat doen in een slim netwerk met nieuwe opslagtechnologie. Efficiëntie kan dan bijvoorbeeld veel beter worden gehaald op wijkniveau. In Nederland bijvoorbeeld spreekt men over passiefwijken, als niet elk huis zijn eigen boiler of verwarmingsinstallatie heeft. De energievoorziening wordt daar gegroepeerd op wijkniveau. Daardoor kan de energie-efficiëntie voor die grotere entiteiten verhogen met 30 tot 40%. Meer in
Eke: links laagenergiewoningen en rechts passiefwoningen.
Geert Noels concludeerde dat Belgische woningen gebouwd zijn voor ClubMedlanden en dat we ons daar ook naar gedragen: we hebben de minst economische woningen van Europa. Er is dus ruimte voor verbetering en die mag niet alleen komen van nieuwbouw. We zullen op elk aspect in de woningbouw enorme verbeteringen moeten maken. Dat betekent ook bij renovatie.
gische huizen of voor ecologische renovaties. Ik weet dat zoiets in de bouw altijd goed ligt.”
Passiefdorp “Passiefhuizen zijn trouwens maar één stuk van het verhaal. De Hoverije is een reeks passiefhuizen, maar ik zou het nog geen passiefwijk noemen. Een passiefwijk gaat nog verder, want dan spreek je bijvoorbeeld over gecentraliseerde energieproductie. In Nederland spreekt men zelfs over passiefdorpen. Heel het concept wordt ingericht om tot een soort van nulemissie te komen. En het past allemaal in een veel breder kader. Het project van Ertvelde zal er eerder toe bijdragen om mee de mentaliteit te veranderen. Het is meer een symbool en ik denk echt dat we ervan overtuigd moeten zijn dat dit maar een eerste stap is. Dat we in het beleid veel verder moeten gaan: energiebeleid, waterbeleid, logistiek beleid, passiefhuizen, passiefwijken, passiefdorpen. Dat dit een eerste stap is voor Vlaanderen om een duurzame economie uit te bouwen.” Tekst: Luc VANDER ELST Foto’s: Luc VANDER ELST en BOSTOEN
Simulatie van de Hoverije: een druppel in de oceaan, maar nuttig om de trend te zetten. I-mag december 2009
8
technologie TECHNOLOGIE
MODERN TIMES MODERN TIMES Fietsen uit de automaat
KLM op biobrandstof De Nederlandse luchtvaartmaatschappij KLM maakte op 23 november jl. als eerste luchtvaartmaatschappij ter wereld een demonstratievlucht op biokerosine met een Boeing 747. Een selecte groep passagiers mocht aan boord als proefpersoon. In Europa ging het meteen ook om de allereerste vlucht op biokerosine. Van de Boeing draaide één motor op een brandstofmix van de helft Camelina - duurzame biobrandstof - en de helft fossiele kerosine. Camelina is een biokerosine op basis van planten, maar KLM laat ook de mogelijkheden van algen voor biokerosine onderzoeken. KLM wil op die manier een impuls geven voor de verdere ontwikkeling van alternatieve brandstoffen. KLM en Air France willen voortrekkers zijn inzake duurzame ontwikkeling. Beide Europese luchtvaartmaatschappijen voeren in hun sector voor het vijfde jaar op rij de ‘Dow Jones Sustainability Index’ aan. www.klm.nl
MyCommand wordt rijrevolutie MyCommand draait bij Mercedes op dit ogenblik proef als prototype op het LTE-internetnetwerk van Nokia in de omgeving van München. LTE staat daarbij voor ‘long term evolution’. Als het product het haalt, dan betekent dat een kleine revolutie voor de rijervaring. LTE moet kunnen instaan voor nog hogere datasnelheden dan UMTS. MyCommand zet voor een chauffeur de deur open om van in zijn auto zowat alle toepassingen te raadplegen die hij thuis op zijn computer heeft: verkeersinformatie, Google Maps, Google Street View, gps, (internet)radiostations, ... Met MyCommand kun je zelfs het nieuws bekijken of een hotel of restaurant reserveren. Het systeem bestond al enigszins bij Fiat, zij het in een wat meer rudimentaire versie. Microsoft Auto 4.0 gebruikt spraakherkenning voor het handenvrije gebruik van telefoon en muziek in de auto. BMW werkt aan een versie waarbij de toepassingen op de voorruit van de wagen worden geprojecteerd. Als het systeem effectief wordt geïntroduceerd, wordt het wachten op de eerste regelgeving die het gebruik ervan beperkt met het oog op de verkeersveiligheid, zo lijkt ons.
Bewaakte fietsenstallingen zijn vaak een doorn in het oog voor veel steden. Je hebt ze nodig, maar ze nemen veel plaats in, zijn vaak het doelwit van vandalen of dieven, het beveiligingssysteem is niet sluitend of al die factoren samen zorgen ervoor dat ze ook nog niet eens zo geliefd zijn bij de volhardende fietser. De oplossing komt nu uit Japan. Daar heeft men een fietsenstalling ontworpen die werkt volgens het principe van een reusachtige broodautomaat. Een broodautomaat die in de grond zit, wel te verstaan. En eentje waar je alleen je eigen brood – fiets dus – kunt instoppen en weer uithalen. Ingenieurs van het Japanse staalbedrijf JFE stelden de ingenieuze uitvinding voor. De cylindrische fietsenstalling kan tot 6.000 fietsen bewaren in een beperkte ondergrondse ruimte. Voor 13 euro per maand krijg je een elektronisch pasje dat aan je fiets gekoppeld is. Als alles goed gaat, bied je je fiets aan bij de ingang, je laat je pasje inlezen en de automaat bergt je fiets veilig en wel op in de reusachtige cilinder. Wil je hem achteraf terug, dan tovert de automaat je fiets binnen ongeveer 15 seconden terug tevoorschijn uit de cilinder. Als je tenminste je pasje nergens hebt verloren gelegd. De eerlijkheid gebiedt ons ook om mee te geven dat Spanje al zo’n opbergsysteem voor fietsen heeft, maar in plaats van 6.000 kun je in Spanje amper een kleine honderd fietsen opbergen. http://www.jfe-steel.co.jp/en/
www.zita.be Tekst: Luc VANDER ELST
9
I-mag december 2009
technologie
Gsm wijst voortaan de weg voor je fietsroute Ing. Wouter Souffriau ontwikkelde online fietsrouteplanner voor Toerisme Oost-Vlaanderen GENT. Limburg profileert zich als fietsprovincie bij uitstek en het was ook die provincie die uit het zwart van de teloorgegane mijnen fondsen vrijmaakte voor de ontwikkeling van het eerste fietsknooppuntennetwerk. Dat netwerk is ondertussen voor grote delen van Vlaanderen en daarbuiten gemeengoed geworden. Ook Oost-Vlaanderen heeft zo’n fietsknooppuntennetwerk, maar treedt een nieuw tijdperk binnen door daarop in te spelen met ICT-snufjes. De fietsrouteplanner die in 2008 werd gelanceerd, biedt nu al heel wat extra mogelijkheden. We hadden een gesprek met Ing. Wouter Souffriau MSc, bedenker van de elektronische ‘fietsroutes op maat’.
Wie volgens het knooppuntensysteem een route wil fietsen, koopt een fietsroutekaart bij de toeristische dienst en tekent zijn route uit van knooppunt tot knooppunt. Daarna prik je die kaart onder een beschermend plastic mapje vooraan op je fiets en je kunt vertrekken. Tegenwoordig kan het ook anders. Bij Toerisme OostVlaanderen bijvoorbeeld, tik je op de website je voorkeuren in en prompt krijg je een fietsroute op maat voorgeschoteld. Bijsturen (figuurlijk dan) kan ook nog.
De eerste tien dagen na de lancering probeerden maar liefst 10.000 bezoekers het innovatieve idee op de website van Toerisme Oost-Vlaanderen uit. In oktober 2008 lanceerde Oost-Vlaanderen als eerste Vlaamse provincie de fietsrouteplanner. Daarmee kunnen fietsers snel en gemakkelijk van thuis uit hun trips op de Oost-Vlaamse fietsnetwerken samenstellen, overzichtskaartjes bekijken en hun eigen trajecten op maat afdrukken of zelfs downloaden naar gps. De eerste tien dagen na de lancering probeerden maar liefst 10.000 bezoekers dat innovatieve idee op de website van Toerisme Oost-Vlaanderen uit. In de eerste helft van 2009 hadden al meer dan 65.000 mensen de weg naar de routeplanner gevonden.
I-mag december 2009
Voorkeuren Ing. Wouter Souffriau: “Aan de hand van de knooppunten kon iedereen al een eigen fietsroute samenstellen op basis van een kaart. Bij de online formule kon je via een webtoepassing je route plannen. In feite werd de fietsroutekaart gewoon geprojecteerd op je scherm. Nu kunnen we automatisch routes plannen op basis van de voorkeuren van de gebruiker. Bij de basistoepassing kies je een startpunt en het soort route die je graag zou afleggen; bijvoorbeeld een rit van 50 kilometer. Dan krijg je een suggestie die voldoet aan je voorkeur. Je kunt er bijvoorbeeld ook voor opteren om onverharde wegen te vermijden.” Ik vertrek vanuit Gent en ik wil bijvoorbeeld per se langs Sint-Martens-Latem rijden. Kan ik dat programmeren? “Andere voorkeuren zitten er momenteel nog niet in, maar die uitbreiding zit wel in onze planning. Ook hellingen vermijden of ze net expliciet opnemen zal tot de mogelijkheden behoren. En we willen ook de gegevens van autovrije wegen opnemen. Je kunt een route ook manueel aanklikken. De planner berekent dan de lengte van de route. Als je niet tevreden bent met de route die je automatisch wordt aangeboden, dan kun je ze laten herberekenen.” Wie in Oost-Vlaanderen wil gaan fietsen, kan alles plannen via de website van
10
Toerisme Oost-Vlaanderen. Een aparte tool aankopen is niet nodig, want alles is online beschikbaar. Als je tevreden bent met de route die je voorgesteld wordt, kun je die route opslaan, afdrukken of zelfs op Facebook met je vrienden delen. Zo blijft fietsen een sociaal gebeuren. Je kunt een route selecteren en via Facebook vrienden uitnodigen om mee te rijden. Of je kunt de routes die je bevielen, aanbevelen bij je vrienden.
Als je tevreden bent met de route die je voorgesteld wordt, kun je die route opslaan, afdrukken of zelfs op Facebook met je vrienden delen. “De toepassing bouwt eigenlijk voort op het doctoraatsonderzoek waar ik al enige tijd mee bezig ben. Dat doctoraat gaat over automatische beslissingsondersteuning in toerisme. Je komt bijvoorbeeld toe in een onbekende stad en je wilt een reisplan dat voldoet aan je interesses, je beschikbare tijd en je context. Je staat op een bepaald punt op een bepaald uur en je hebt vier uur tijd en interesse voor klassieke kunst en architectuur: wat is voor jou de meest ideale route? Met een algoritme lossen we dat probleem voor jou in een seconde op.”
Gratis Toerisme Oost-Vlaanderen koos voor een gratis online fietsrouteplanner, terwijl toeristische diensten vaak leven van de verkoop van fietsroutekaarten. Ing. Wouter Souffriau ziet daar geen tegenspraak in. “Ze hebben daar lang over nagedacht bij Toerisme Oost-Vlaanderen, maar uiteindelijk bleek dat de verkoop van hun kaarten niet daalde, maar zelfs licht steeg. Het bleek nog altijd nuttig om zo’n kaart mee te nemen om er bijvoorbeeld te kunnen op terugvallen bij onduidelijkheid van de bewegwijzering of om de route onderweg nog te kunnen aanpassen. Je kunt ook
TECHNOLOGIE
Ing. Wouter Souffriau MSc
Wouter Souffriau Ing. Wouter Souffriau studeerde in 2002 af als industrieel ingenieur elektronica, optie ICT. Daarna volgde hij een masterna-masteropleiding bij de K.U.Leuven. Na die master in artificial intelligence begon hij te werken als projectingenieur bij Siemens in Ninove. Eind 2005 stopte hij daar om aan zijn doctoraat te kunnen beginnen. “Bij de programmeerjob bij Siemens had ik het na zes maanden wel gezien: weinig nieuwe uitdagingen, altijd hetzelfde product, zij het met een paar punten en komma’s verschil. Ik wou nieuwe horizonten en de mensen van het Centrum voor Industrieel Beleid waren daarmee bezig. Zij hadden vooral wiskundige kennis. Iets praktisch toepassen lag moeilijker. Precies daardoor werd dat een heel goede samenwerking tussen mijn collega, Pieter Vansteenwegen, en mezelf.” LVE
werken via je gsm. Als je aan je fietstocht begint bij een infobord, dan stuur je een sms met daarin ‘Fiets’, het nummer van het infobord en het aantal kilometer dat je wil afleggen. Enkele seconden later krijg je een sms terug met daarin de knooppunten die je kunt volgen. De toegestuurde route vertrekt en eindigt vlakbij het infobord, zodat je een mooie lus kunt fietsen.”
De vakgroep IT van KaHo Sint-Lieven is gespecialiseerd in geavanceerde wiskundige heuristieken die efficiënt een groot aantal combinaties kunnen doorzoeken.
Algoritmes Het systeem werkt snel en eenvoudig. Op zowat 40 inrijpunten langs de fietsnetwerken kun je je auto achterlaten op een parking en met de fiets de knooppunten oprijden. Op infoborden vind je, behalve de routes, ook de uitleg over de nieuwe smsdienst en hoe je die activeert en gebruikt. Het is de bedoeling om op termijn de fietsrouteplanner volledig gebruiksvriendelijk te maken voor mobiele digitale toepassingen, zoals smartphones. Via die mobieltjes met internetverbinding moet je overzichtskaarten van de fietsroutes kunnen bekijken en suggesties krijgen, compleet met een overzicht van alle bezienswaardigheden langs het traject en gerichte tips voor afstapplaatsen. Een sms versturen en ontvangen kost 0,50 euro. Voor amper een euro bestel je dus zo’n route via je gsm. De sms-dienst is een samenwerkingsverband tussen KaHo Sint-Lieven uit Gent, de K.U.Leuven en Toerisme Oost-Vlaanderen.
Een fietssuggestie berekenen is heel wat complexer dan de traditionele routeberekening, die de kortste of snelste route berekent tussen twee punten. Voor elke suggestie is er een enorm aantal combinaties mogelijk. Traditionele algoritmes doen er uren over om zo’n suggestie te berekenen. De vakgroep IT van KaHo Sint-Lieven is gespecialiseerd in geavanceerde wiskundige heuristieken die efficiënt een groot aantal combinaties kunnen doorzoeken. Daardoor slaagden zij erin een suggestie te laten berekenen in een tijdsspanne van gemiddeld één seconde. Ing. Wouter Souffriau leverde het grootste deel van het werk voor de fietsrouteplanner zelf af. Hij heeft wel nauw samengewerkt met Pieter Vansteenwegen van het Centrum Industrieel Beleid van de K.U.Leuven. Of hij plannen heeft om later professioneel door te gaan in de business?
11
“We bekijken nu of we daar een bedrijfje kunnen rond oprichten. We gaan na wie er klant zou kunnen zijn. Er zijn veel partijen betrokken bij zo’n systeem, maar de eindgebruiker laten betalen ligt moeilijk. Steden en provincies zijn ook niet de ideale klanten om zoiets commercieel uit te baten. Op termijn zouden we natuurlijk ook de fietsrouteplanner kunnen combineren met de citytripplanner. We zouden kunnen de bezienswaardigheden opnemen langs een fietsroute. Of je zou een route van 40 kilometer kunnen plannen en vragen dat er ongeveer halverwege een mogelijkheid wordt ingebouwd om iets te drinken in een fietscafé. Dat moet mogelijk worden.” Tekst: Luc VANDER ELST Foto’s: Luc VANDER ELST en TOERISME OOST-VLAANDEREN
I-mag december 2009
technologie
e t h c e n e “E u o z b o j u burea ” n j i z j i m r o o v s k i n Ing. Koen Van Hove MSc
Ing. Koen Van Hove MSc runt succesvol evenementenbureau Conrad Consulting HASSELT. In 1987 studeerde Koen Van Hove in Hasselt af als industrieel ingenieur elektriciteit, optie elektronica, specialiteit chipdesign. Nadien werkte hij nog zonder omzien de eerste twee jaren van economie af aan de toenmalige Limburgse Economische Hogeschool. Die waren nog niet afgelopen of hij had met drie medestudenten al het cvba’tje ‘Clever’ opgericht dat softwarepakketten maakte. Deze man was voorbestemd om zijn eigen bedrijf te hebben.
“Al vroeg zat het in mij om te organiseren, te netwerken, te verkopen, dingen tot stand te brengen”, zegt de 45-jarige Van Hove. “In mijn laatste jaar was ik ook al preses. Ik organiseerde grootse fuiven in de Grenslandhallen. Halverwege mijn tweede jaar economie investeerden drie medestudenten en ikzelf elk 10.000 frank in de oprichting van ‘Clever’. Ik was zowat de verkoper. Drie maanden later, op 1 april 1989, heb ik als zelfstandige Conrad Consulting opgericht. Ondanks mijn specifieke opleiding heb ik dus nooit echt als ingenieur pur sang gewerkt. De fondsenwerving, de publiciteit: voor de oprichting
I-mag december 2009
van Conrad deed ik alles zelf. Ik sprak mijn connecties aan uit de fuivenwereld van op de unief. Een jaar later stapte mijn huidige partner, Stefan, mee in de zaak.”
werk maken. De uitdaging is om telkens dat ietsje meer te doen, zodat van elk evenement toch weer iets blijft hangen bij de deelnemers. We willen er altijd iets ‘ingenieuzer’ van maken.” “Dat engineering op maat maakt natuurlijk dat we qua efficiëntie niet zo’n goede ratio behalen. We maken evenementen die je maar één keer kan doen. Een volgende keer doen we dat weer anders. Qua omzet en marge zou het beter zijn om bandwerk te maken, maar dat willen we niet. Deze manier van werken is veel uitdagender, interessanter. Wij spelen regelmatig in op actualiteit, op nieuwe films, enzovoort.” Hoe zit het bedrijf in elkaar?
Geen bandwerk De baseline van Conrad Consulting is ‘special events engineering’. Waarom staat dat ‘engineering’ erbij? “Onze core business is het bedenken en uitwerken van events op maat, van scratch tot het eindproduct. We willen geen band-
12
“Conrad Consulting is een klein bedrijfje met een heel vlakke structuur. Mijn zakenpartner Stefan en ikzelf zijn de gedelegeerd bestuurders, maar we zitten met zijn achten in één open ruimte bij elkaar. De diploma’s van onze mensen spelen niet zozeer een rol, ze moeten vooral heel goed zijn in organiseren. Ik ben de enige met een ingenieursdiploma; enkelen hebben een
TECHNOLOGIE
communicatieopleiding. De meesten van hen hebben we leren kennen via bevriende organisaties. En het feit dat we al vele jaren met dezelfde werknemers zijn, is ook een goed teken in onze sector.” “Ook al zijn Stefan en ik de bazen, toch doen wij grotendeels hetzelfde als de anderen. We werken in duo’s en bij het ene project ben ik projectleider, maar bij het andere ben ik gewoon assistent en word ik aangestuurd door een van de anderen van ons groepje. Ik kan me daar perfect in vinden.” “Het veldwerk schrikt me niet af, integendeel. Ik blijf dat plezant vinden. Het is een geweldige afwisseling voor het bureauwerk. ’s Nachts tenten of blokhutten opstellen en daarin de elektriciteit aanleggen tot vlak voor het evenement moet beginnen, dat blijft een kick geven. Ik sta graag heel dicht bij het werk en ik ben dat nog lang niet beu.”
“Ik blijf het veldwerk plezant vinden. Het is een geweldige afwisseling voor het bureauwerk. Ik sta graag dicht bij het werk en ben dat nog lang niet beu.”
ontwerptekening over technisch plan tot fabricage. Ik zal bijvoorbeeld nooit een koorddanser over een stalen kabel laten stappen die aan een gebouw is vastgemaakt zonder grondig na te gaan welke druk dat gebouw ondergaat en ik er absoluut zeker van ben dat het gebouw zo’n attractie aankan. Daarin maken wij vaak het onderscheid met onze concullega’s in de sector: er zitten nogal wat cowboys in de eventorganisatie voor wie alles kan tegen een lage prijs, maar vaak laten zij brokken achter. Als wij een prijsofferte maken voor een klant, moeten we het vaak afleggen tegen die goedkope cowboys, maar de klanten moeten beseffen dat wij een ernstig bedrijf zijn dat zijn organisaties degelijk op poten zet. In de twintig voorbije Conradjaren is er zo goed als niets verkeerd gegaan. Dat is onmiskenbaar het resultaat van onze ervaring, onze kwaliteit en ons netwerk van betrouwbare partners. Dat weerspiegelt zich natuurlijk in onze marktprijs, maar de klanten krijgen een duidelijke meerwaarde bij ons; daar mag ook een extra kost tegenover staan.” Hoe leg je die extra kosten dan uit aan de klant?
Ingenieursachtergrond “Op die manier trek ik de collega’s ook vooruit. Ze zien dat wij die dingen ook aanpakken en dat maakt duidelijk dat wij ook veel van hen verwachten. Zij moeten vaak nacht- of weekendwerk doen, maar wij doen dat zelf ook. Een strikte bureaujob zou niets voor mij zijn.” Waarvoor gebruik je je ingenieursachtergrond nog? “Ieders achtergrond speelt een rol bij ons bedrijf. Stefan is kok van opleiding: als we met een traiteur onderhandelen over de catering van een evenement, dan maken ze hem niks wijs. Mijn ingenieursopleiding komt naar boven bij de techniciteit van de opdrachten. Ik sta sterk genoeg in mijn schoenen om een ontwerp te maken of om bijvoorbeeld een brandweercommandant van antwoord te dienen over noodverlichting of andere technische kwesties.” “Mijn ingenieursachtergrond komt heel goed van pas, als we voor een event een constructie moeten opzetten. Dat gaat van
“Het is niet gemakkelijk om klanten de gevaren van goedkoop te leren herkennen en de tekortkomingen van die organisaties te doen inzien. Dat is een rol die ik ook speel als vice-voorzitter van de ACEA, de ‘Association of communication and event agencies’. Daar probeer ik de kwaliteit en het imago van onze zwaar onderschatte sector te upgraden. Qua wetgeving zit er bijvoorbeeld nog een en ander scheef in deze sector. En ook de meeste opleidingen ‘event marketing’ die voor onze arbeidsmarkt gegeven worden, zijn mijns inziens van een belabberd niveau.”
Ellende “Door de jaren hebben we een goed netwerk opgebouwd van betrouwbare en kwalitatief hoogstaande partners op alle vlakken. We kunnen op niveau met al onze partners spreken. Dat gaat van lassers over plotters tot signalisatie, elektriciteit, videoen audiobedrijven, enzovoort. We hebben op die manier een grote mate van zelfredzaamheid opgebouwd. Dat levert de klanten een belangrijke toegevoegde waarde op vanaf de start van het project tot aan het event.”
“We werken in duo’s en bij het ene project ben ik projectleider, maar bij het andere ben ik gewoon assistent en word ik aangestuurd door een van de anderen van ons groepje. Ik kan me daar perfect in vinden.”
rassingen. Het zou niet de eerste keer zijn dat een of andere traiteur vier koffiepercolators aansluit op één stroomkring en daardoor in de zaal ernaast de plasmaschermen van een andere onderaannemer om zeep helpt vijf minuten voor de presentatie op die schermen moet gebeuren. Dat soort toestanden vermijden wij door met ervaren en betrouwbare partners te werken.” Geen last van de crisis? “De zaken draaien goed, maar vorig jaar hebben we toch een klein effect gevoeld van de crisis. Dat was even slikken. De telefoon rinkelde minder vaak, de budgetten waren kleiner, het was moeilijker om een degelijke prijsofferte binnen te halen. We maken nu weer een betere periode door. De IT-sollicitatie-events zijn bijvoorbeeld stilgevallen, maar we zijn erin geslaagd om een andere markt aan te boren. We zijn nu meer actief in verscheidene sectoren en doen ook meer ‘speciale’ privéfeestjes. Uit de sport hebben we ons zo goed als teruggetrokken: daar hebben we te veel mistoestanden gezien.” Een (internationaal) ingenieurscongres, een symposium in Centrum Duurzaam Bouwen, een ingenieus galabal, een hightech klanten/personeelsfeest, een technisch uitdagende teambuilding, een multimediale roadshow,… dat zien we echter wel zitten!” Tekst en foto’s: Dirk VANDER ELST
Nog niet te veel ellende meegemaakt? “Ik hou graag controle over het project van A tot Z. Dat voorkomt onaangename ver-
13
I-mag december 2009
technologie
“Te laat eindigen is geen optie” Diabolo-project noordelijke ontsluiting luchthaven perfect op schema
ZAVENTEM. Dante en Niña hebben hun werk perfect gedaan: op 29 oktober jongstleden, dag op dag perfect op schema, beëindigde de gigantische boorkop van acht meter diameter zijn graafwerk voor twee enkelsporige tunnels van elk 1.070 meter lengte, zestien meter onder de startbaan 25R van de luchthaven van Zaventem. Daarmee is het meest nauwkeurige en risicovolle onderdeel van het Diabolo-project feilloos verlopen.
Dante begon in april te boren en werkte dagelijks vijftien meter af. Per anderhalve meter brachten de bouwvakkers betonnen segmenten aan die nu de tunnelwanden vormen. Na drie maanden zeven dagen op zeven onafgebroken boren kwam Dante vlak voor de zomer nauwelijks 20 millimeter onder zijn mikpunt en 14 millimeter te veel naar links uit. Zo goed als de perfectie dus. Het 66 meter lange gevaarte werd gedemonteerd en weer naar de startplaats gebracht voor de tweede tunnelboring, Niña. Ook die verliep feilloos en eindigde perfect op schema.
Veel deelprojecten ir. Kurt Scherpereel is als projectmanager de eindverantwoordelijke van het hele Diabolo-project. “Met TUC Rail doen wij het volledige projectmanagement voor spoorinfrastructuurprojecten vanaf de voorbereidende studie en het projectontwerp, de haalbaarheidsstudies, het milieueffectenrapport, de bouwaanvraag, de studie en de bestekopmaak en de aanbesteding, de opvolging van de uitvoering van de werken als vervangend bouwheer voor Infrabel, tot de oplevering en de homologatie tot indienstneming van de infra-
structuur. Andere lopende projecten van ons zijn onder meer de spoortunnel voor de Liefkenshoek en het GEN, het gewestelijk expresnet.” “De noordelijke spoorontsluiting van de luchthaven omvat een aantal klassiek aanbestede deelprojecten: de aansluiting naar Brussel in Haren-Schaarbeek op het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de aanleg op de middenberm van de E19 en de aansluiting in Mechelen. Daarnaast is er nog de afzonderlijke privaat-publieke samenwerking die de werken voor dit spoorproject vanaf de verkeerswisselaar Machelen-Vilvoorde van de E19 tot op het terrein van de luchthaven zelf uitvoert, met als speerpunt de boring van de twee tunnelkokers.” “Daar komt bij deze PPS-opdracht nog een ander projectgedeelte bovenop van het Agentschap Wegen en Verkeer van de Vlaamse overheid. Zij willen dat binnen het grote kader (laten) uitvoeren. Dan gaat het bijvoorbeeld om de heraanleg van het op- en afrittencomplex aan de E19, de aanleg van een viaduct dat het vrachtvervoer rechtstreeks van de snelweg Brucargo laat binnen- of buitenrijden en een apart fietspad dat zwakke weggebruikers moet weghouden van de drukke verkeerszone.”
Deel 1 van de PPS-Opdracht: Spoorproject Uitvoeringsmethodes:
Return De begrote kostprijs van het volledige Diabolo-spoorproject bedraagt 540 miljoen euro, waarvan 290 miljoen door Northern Diabolo, gefinancierd in de privaat-publieke samenwerking. ir. Scherpereel: “Die samenwerking tussen overheid en privé maakt het geheel nog extra bijzonder, doordat de contractuele omgeving heel anders is dan bij een klassieke aanbesteding. Er zijn naast het bouwcontract ook concessieovereenkomsten, protocolovereenkomsten, enzovoort. In geen enkel project ben ik met zoveel contracten en juristen in contact geweest. Het is een uitdaging om met al die complexe materies binnen het kader van één project te kunnen werken.”
Na een traject van meer dan een kilometer kwam de boorkop maar een paar millimeter verkeerd uit: de boring verliep feilloos. I-mag december 2009
14
TECHNOLOGIE
“In geen enkel project ben ik met zoveel contracten en juristen in contact geweest. Het is een uitdaging om met al die complexe materies binnen het kader van één project te kunnen werken.”
}
Cut & Cover methode Open bouwput
Geboorde tunnels Uitbreiding station “Die privépartners willen uiteraard hun investering zien renderen. Hun return halen ze uit een vaste jaarlijkse bijdrage van Infrabel, een deel van de totale jaarlijkse ticketverkoop van de NMBS en sinds kort ook een extra toeslag van iets meer dan 2 euro op de prijs van de treintickets van en naar de luchthaven. Die toeslag op de tickets zal trouwens worden verdubbeld bij de indienstneming van de volledige spoorinfrastructuur na afwerking van het project in 2012.”
Perfect op schema “Dit project staat geweldig in de kijker, zowel qua tijdsplanning als qua budget”, beseft ir. Scherpereel. “Het is een van de eerste grote infrastructuurwerken in
Ontsluiting Zaventem Met het Diabolo-project wil Infrabel de nationale luchthaven van Zaventem rechtstreeks aansluiten op bestaande spoorlijnen en de doortocht van de hst mogelijk maken. Dat is ‘zuidelijk’ al gebeurd op de lijn Leuven-Brussel met de zogenaamde ‘Bocht van Nossegem’ en het nu is volop aan de gang aan de noordelijke kant van de luchthaven. Het ondergrondse treinstation in Zaventem moet worden aangepast en verbonden met de nieuw aan te leggen spoorlijn op de middenberm van de E19 Brussel-Antwerpen. Daarvoor moesten twee enkelsporige tunnels onder de belangrijkste startbaan 25R door geboord worden, terwijl die startbaan de hele tijd operationeel moest blijven. Vanop de E19 aan de Brucargo-zijde maken onder meer ook een nieuw op- en afrittencomplex en een rechtstreeks vrachtviaduct vanuit Brucargo naar de snelweg deel uit van het project. Ter hoogte van Mechelen sluit het middenbermtraject weer aan op de bestaande spoorlijn Brussel-Mechelen. Aan de oostelijke zijde sluit het nieuwe traject in Haren aan op de bestaande infrastructuur. Meer info: www.infrabel.be of www.tucrail.be
België met privaat-publieke samenwerking. Er ligt dan ook een zware druk op de planning. Voorlopig zijn we twee jaar bezig en zitten we perfect op schema.” “In klassieke projecten is het niet altijd gemakkelijk om de aannemers te motiveren om tijdig opdrachten uit te voeren. Er is in die projecten niet de druk van zware boetes, maar in dit project begrijpelijkerwijs wel. Doordat we de deelprojecten goed begeleiden en opvolgen, kunnen we voorlopig bogen op een feilloos parcours qua planning. De noordelijke ontsluiting moet helemaal opgeleverd worden op 25 februari 2012. Dan moet de homologatie van de spoorlijn kunnen beginnen en vanaf juni 2012 moeten de treinen erover rijden. Te laat eindigen met ons project, is dus absoluut geen optie. De hoge geldboetes per kalenderdag zorgen hier voor een stok achter de deur, ingeval de planning niet zou worden gehaald.”
Projectmanagement “Binnen het project zijn momenteel zes à zeven opdrachten tegelijk bezig, met zowat 35 tot 50 mensen vanTUC Rail op de werven”, vervolgt ir. Scherpereel. “De ‘construction contractmanagers’ hebben de leiding over een deelproject en worden bijgestaan door meestal één siteleader en
DVE
(afhankelijk van de grootte van de opdracht) twee tot zes site-inspectors. De siteleaders doen de coördinatie van het toezicht op de werf. Bij de CCM’s en de siteleaders zijn er zeven burgerlijk ingenieurs (zowel bouwkunde als andere technieken) en zes industrieel ingenieurs, meestal de siteleaders. Aangezien we de volledige spoorinfrastructuur in feite ‘sleutel op de deur’ afleveren, is er naast de bouwkunde ook nood aan technische ervaring van andere, specifieke technieken, zoals bijvoorbeeld elektromechanica en elektrotechniek, voor de opdrachten van seininrichting en kabelaanleg, aanleg van bovenleidingen en spooraanleg.” “De construction contractmanager staat met zijn werfploeg in voor de dagelijkse opvolging van kwaliteit, planning, budget en vooral de veiligheid. Ervaring in project- en peoplemanagement is daarbij heel belangrijk. Inhoudelijk moet hij - of zij, want er zijn drie vrouwelijke CCM’s betrokken bij dit project - voor het project samenwerken met veel actoren, zoals in de eerste plaats de aannemers, maar ook de bouwheren, de verschillende overheden, de politie, de diensten van Infrabel, enzovoort. Er wordt samengewerkt met twee gewesten, met het Agentschap Wegen en Verkeer, met andere studiebureaus, enzovoort.”
Het Diabolo-project, waar de twee tunnelboringen deel van uitmaken, neemt indrukwekkende proporties aan. 15
I-mag december 2009
TECHNOLOGIE
Tunnelervaring ir. Kurt Scherpereel (42) is projectmanager van het Diabolo-project en chief engineer voor de PPS-opdracht in het project. Hij studeerde in 1992 af als burgerlijk ingenieur Bouwkunde aan de K.U.Leuven. Na tien maanden werken aan de universiteit stapte hij in april 1993 over naar TUC Rail, waar hij eerst vijf jaar op de studiedienst projecten werkte. Nadien begon hij de uitvoering van zijn eerste spoorwegprojecten op te volgen met onder meer de ontdubbeling van de spoorlijn vanaf Herent naar Leuven en de stalen spoorwegbrug in Leuven. Van 2001 tot 2006 zorgde hij ervoor dat de treinen vanaf Berchem ondergronds gingen om zo van het station van Antwerpen Centraal een doorgaand station te maken. In 2007 werd hij al in de onderhandelingsfase bij het Diabolo-project betrokken, dat hij nu leidt. DVE
“De veelheid aan partners, de complexiteit van het werk en de frequente statuswijzigingen van de verschillende werven maken er een boeiend project van.” ir. Kurt Scherpereel
“Onze projecten zitten niet in de klassieke omgeving van bouwkunde en infrastructuur, maar meestal in een spooromgeving. Dat vraagt een heel specifieke omgeving en heeft veel impact op de veiligheidsaspecten. En de situatie van de werven verandert bijna dagelijks. Dat maakt het projectmanagement een stuk complexer dan gewoonlijk.” “De site-inspectors op de werven zijn meestal technici, A1’s en A2’s in zowel bouwkunde als elektromechanica of elektrotechniek (bv. voor de bovenleiding). De profielen van de mensen die de aannemer tewerkstelt, zijn vergelijkbaar. Daarnaast zijn er uiteraard de vele tientallen arbeiders van de verscheidene aannemers die zich op de werf bevinden.”
Peoplemanagement Net als elke construction contractmanager moet ook projectmanager ir. Kurt Scherpereel een behoorlijk deel van zijn tijd besteden aan peoplemanagement. “Mijn tijd is zowat fiftyfifty verdeeld tussen het inhoudelijke projectwerk en de begeleiding van de mensen op de diverse deelopdrachten. Er zijn de regelmatige samenkomsten met de werfverantwoordelijken, allerlei coördinatiemeetings, overlegmomenten met andere partijen, enzovoort. Maar je mag het peoplemanagement niet onderschatten. Dat neemt ook twintig, dertig procent van mijn tijd in: coördinatie en begeleiding van de mensen op het project, evaluatie en performantiemeting, rekrutering en opleiding van nieuwe mensen, … Het laatste kalenderjaar werden bij TUC Rail ongeveer 150 nieuwe mensen aangeworven. Velen van hen komen in een nieuwe omgeving terecht met tunnelbouw, spooraanleg, bovenleiding, enzovoort.
“Ook extern zijn we het aanspreekpunt voor alle stakeholders van het project. Bijvoorbeeld bij klachten van omwonenden moeten we bemiddelen tussen bewoners en aannemers.”
“Ook extern zijn we – samen met de buurtbewonerscel van Infrabel – het aanspreekpunt voor alle stakeholders van het project. Bijvoorbeeld bij klachten van omwonenden moeten we bemiddelen tussen bewoners en aannemers.” “Een mooi voorbeeld van peoplemanagement op de werf kwam naar boven bij de buitenlandse arbeiders die de tunnelkokers hebben geboord. Zowel bij de start van de eerste tunnelboring als bij de tweede boring is dat voorafgegaan door een ingetogen protestantse viering waarbij men de zegen en bescherming vroeg van de Heilige Barbara, beschermheilige van heel wat gevaarlijke beroepen als mijnwerkers, brandweerlui en genisten. Dan moet je als projectleider de ruimte bieden om dat soort momenten te laten plaatsvinden, want die arbeiders houden enorm aan die tradities.” “Het is prachtig om dit soort project te kunnen aansturen. Het project staat heel erg in de schijnwerpers, wordt ondersteund door veel partners die elk hun eigen inbreng willen realiseren en de stevige druk op planning en budget maken er een hele uitdaging van.”
De bouwelementen voor de tunnelkokers.
Knowhow van TUC Rail TUC Rail is een ingenieurs- en projectmanagementsbureau met ongeveer 800 werknemers, dat gespecialiseerd is in spoorwegtechnologie. Als dochter van Infrabel heeft het de knowhow van spoorinfrastructuurwerken in handen, o.a. via de aanleg van de hst in België. TUC Rail krijgt 95% van zijn opdrachten via Infrabel, maar richt zich ook op het buitenland met kleinere projecten of als partner in een tijdelijke vennootschap, zoals de hsl Perpignan-Figueras, spoorprojecten in Roemenië en Saoedi-Arabië. DVE
Tekst: Dirk VANDER ELST Foto’s: TUC RAIL en Dirk VANDER ELST Het boren verliep feilloos.
I-mag december 2009
16
samenleving
Belgische driekleur op Antarctica
Prinses Elisabeth eerste milieuvriendelijke basis ter wereld
futuris a sis oogt De poolb
tisch.
Johan Berte
1957. Gaston de Gerlache schrijft geschiedenis door de eerste Belgische basis op Antarctica te bouwen. De Belgische trots kreeg de naam Koning Boudewijnbasis mee. Tien jaar lang zou de basis operationeel blijven. Door geldgebrek raakte de basis in onbruik en sneeuwde ze onder. In 1967 deed een wetenschapper er als laatste het licht uit en de deur dicht. Met de ondertekening van de Antarctic Treaty had België nochtans zijn verantwoordelijkheid in Antarctica opgenomen. 2007. Alain Hubert en zijn team van de International Polar Foundation (IPF) schrijven geschiedenis. België bouwde veertig jaar na zijn eerste basis de enige zero emission-basis op Antarctica. Zesentwintig landen hebben een wetenschappelijke basis op dat continent, maar geen enkel werkt volledig op hernieuwbare energie. Die tweede Belgische trots werd Prinses Elisabethbasis gedoopt. De kans dat de basis hetzelfde lot ondergaat als haar voorganger, is klein. “De Prinses Elisabeth is gebouwd op een rots die tien meter boven de sneeuw uitsteekt en is omringd door heuvels. Volgens specialisten gaat de basis daarom 25 tot 30 jaar mee, maar door de bouwkwaliteit kan ze in principe eeuwen mee”, zegt Johan Berte. Als projectleider van het Prinses Elisabeth Station Project is de ontwerpingenieur verantwoordelijk voor het ontwerp en de bouw van de basis.
I-mag december 2009
Hoe is het project gegroeid? Johan Berte: “De International Polar Foundation is in 2002 opgericht en zet educatieve projecten op in de strijd tegen de klimaatsverandering. Toen oprichter Alain Hubert een schoolvoorbeeld wou, heeft hij zich achter de bouw van een poolbasis geschaard. Het Prinses Elisabeth Station Project is ontstaan als een privéproject. Met de overheid werd overeengekomen dat het IPF volledig verantwoordelijk zou zijn voor het ontwerp en de bouw, maar dat de overheid financieel zou inspringen om de basis operationeel te maken. De kosten werden geschat op 22 miljoen euro, waarvan de federale overheid 6 miljoen betaalde.” Waar werd de basis gebouwd? “Ons uitgangspunt was dat we Antarctica niet zouden benaderen als een vijandige omgeving, maar als een regio met opportuniteiten. We wilden specifiek naar OostAntarctica, omdat daar na het verdwijnen van de Koning Boudewijnbasis een gat ontstaan was in een netwerk van logistiek
18
Alain Hubert en zijn team van de International Polar Foundation (IPF) schrijven geschiedenis. België bouwde veertig jaar na zijn eerste basis de enige zero emission-basis op Antarctica. en wetenschap. Onze basis moest ook tegen de westelijke zijde van een gebergte gebouwd worden. Zo konden we een natuurlijk schild creëren tegen de oostelijke Katabatische stormwinden. Aan de andere kant wilden we ook niet middenin een gebergte staan, omdat we dan te afhankelijk waren van het lokale terrein, maar wel naast een gletsjer die toegang zou geven tot het hoogplateau en het gebergte. Het belangrijkste was een rots te vinden die relatief klein was om met sneeuwvoertuigen te benaderen, maar waar wel windturbines konden worden op gebouwd. De ideale plaats bleek op 180 kilometer van de zee te liggen, op een granieten kam van het Sor Rondane-gebergte in Dronning Maud Land. Haar exacte coördinaten zijn: 71°57” Z - 23°20” O. Hoe werd de basis ontworpen? “We wilden bewust geen esthetisch project, maar een basis die uitblonk op technische aspecten als aerodynamica en energie-efficiëntie. De leefmodule die
SAMENLEVING Het te a
m is e
r klaar
voor.
aan de noordkant kon het puur door gebruik van passieve zonne-energie makkelijk 40 graden worden. De basis is in de zomer te efficiënt. We hebben helemaal geen verwarming nodig. Omdat het beste systeem geen systeem is, kozen we niet voor een airco om die noordkant af te koelen, maar voor panoramische ramen die laag werden ingebouwd en zo verhinderen dat de zon te diep in het gebouw zou komen. De dakvensters zorgen ervoor dat er geen direct zonlicht is, maar dat het wordt gereflecteerd.” Montage van de ba sis.
plaats biedt aan 12 tot 16 mensen, werd op palen geplaatst waarbij het zwaartepunt op de kortste palen en op de rots lag. De leefmodule, die concentrisch is opgebouwd, werd ontwikkeld rond een technische kern waar de bioreactoren, het sanitair en de keuken zich bevinden. De minst essentiële kamers bevinden zich aan de buitenkant. De bewoners slapen in het oosten, waar het effect van de windimpact het kleinst is en waar het dus ook het stilst is. De westkant is enkel een circulatieruimte. De noordkant en de zuidkant met hun prachtig uitzicht zijn respectievelijk de bureau- en de ontspanningszones. Een trap leidt de bewoners van de leefmodule naar de garages in de sneeuw. Op die manier gebruiken we het terrein maximaal. In die trappentoren stockeren we ons afvalwater en bouwden we een controlekamer die rechtstreeks uitkijkt op de mensen op het terrein. De bewoonbare oppervlakte bedraagt 490 m². De technische ruimte van de garages omvat ongeveer 1.000 m². Een satellietantenne van vijf meter diameter moet ervoor zorgen dat de basis een voldoende bandbreedte heeft om operationeel te zijn.”
“We wilden bewust geen esthetisch project, maar een basis die uitblonk op technische aspecten als aerodynamica en energie-efficiëntie. De leefmodule die plaats biedt aan 12 tot 16 mensen.” “We kozen, waar mogelijk, ook voor niettechnische oplossingen voor een technisch probleem. Bijvoorbeeld in de ruimte
Wat is er zo vernieuwend aan de isolatielaag? “De grootste innovatie steekt in het ontwerpproces. De puzzelstukken op zich zijn weinig innoverend, de puzzel des te meer. Zo grepen we zelfs terug naar heel oude bouwfysische oplossingen. Voor de constructie van de wand kozen we voor massief hout. De wand is afgewerkt met een viltachtige brandvertragende stof. Daarachter zit een dampscherm uit aluminium. Een massief houten wand van 74 mm breedte is via duizenden houten staven van 40 mm diameter verbonden met een massief houten buitenwand van 47 mm. Tussenin zitten met grafiet geladen polystyreenblokken. Het schuim is geen deel van het mechanisch concept. Alles zit naadloos aaneen, maar niets is gelijmd. De buitenhuid wordt gevormd door een waterdichtingslaag in PDM en door een schuimlaag. De inox platen aan de buitenkant bieden bescherming tegen de aerodynamische onder- en bovendruk, maar ook tegen de impact van ijskristallen. We kozen dus niet voor een sandwichpaneel. De buitenhuid, cold skin genaamd, is open van structuur. We laten toe dat lokaal smeltijs in de wandstructuur loopt en dat het er onderaan terug kan uitstromen. Thermische dilataties gaan op lange termijn namelijk delamineren. Wij vermijden dat.” Wat was de grootste uitdaging bij de bouw? “Zeker en vast de Katabatische winden. De aerodynamica van het gebouw moest perfect zijn, want zo raakte de Koning Boudewijnbasis ondergesneeuwd. We hebben een concept uitgewerkt, waarbij je verticaal een vrij ronde vorm ziet en horizontaal een veelhoek. Door die aerodynamische structuur wilden we constant variërende drukzones vermijden, de wind goed begeleiden. De mechanische belasting, de sneeuwerosie van het terrein en de accumulatie onder het gebouw werden
19
daardoor geminimaliseerd en de drukzones gecontroleerd. De speciale vorm onderaan het gebouw moet bijvoorbeeld de airgap en zo de boven- en onderdruk controleren. De basis is bestand tegen windsnelheden tot 75 meter per seconde.” Hoe creëert men een zero emission-basis? “In totaal maken we gebruik van 400 m² thermische en fotovoltaïsche zonnepanelen en negen windturbines, goed voor 54 KW. Op die manier is ons volledig energieverbruik duurzaam, ook de opwarming van water en het smelten van ijs. Voor de energieopslag maken we gebruik van vier batterijclusters, samen goed voor 8.000 Ah. Via een smartgrid P-load wordt elke verbruiker individueel gevoed. Dat coördinatieproces verloopt computergestuurd, waarbij met ongeveer 40.000 parameters rekening moet worden houden. Via aerobe en anaerobe reactoren zuiveren we 100 procent van ons afvalwater en daarvan wordt 75 procent hergebruikt. Voor de veiligheid installeerden we ook enkele noodgeneratoren.” Welk wetenschappelijk doel dient de Prinses Elisabeth? “De basis biedt voor elk wat wils: ze ligt halverwege een 1.072 kilometer breed niemandsland tussen het Japanse Syowastation en het Russische Novolazarevskaya-station, vlak bij de bergen, in het hoogplateau en dicht bij de kust. Het klimaatonderzoek is maar een heel klein deel van het onderzoek op Antarctica. Ook wetenschappers in de microbiologie, glaciologie en geologie worden op hun wenken bediend. Antarctica is een onontgonnen gebied, dat krioelt van de onbekende organismen. Veel enzymen die worden gebruikt in de farmaceutica werden ontdekt op Antarctica. Het is mooi dat het kleine België daarbij kan helpen en dat we bewijzen dat we met de juiste instelling, zonder grote budgetten en dure middelen toch baanbrekend werk kunnen afleveren.” Tekst: Florian VANDE WALLE Foto’s: INTERNATIONAL POLAR FOUNDATION
Zie ook Centrum Industrie: lezing over de Belgische Zuidpoolbasis op dinsdag 9 februari 2010 om 19.30 uur in het VIK-huis.
I-mag december 2009
samenleving
Een onafgewerkte symfonie Frank Swaelen aan basis van wetgeving en onderwijshervorming industrieel ingenieurs. Die wetten zullen automatisch de erkenning inhouden van de mastergraad voor de industrieel ingenieurs. Helaas gaat het om een eenjarige master, daar waar een tweejarige een gangbare studieduur is voor industrieel ingenieurs.
Onlangs vond in de Senaat de voorstelling plaats van het huldeboek aan wijlen Frank Swaelen. Frank Swaelen was een geliefde persoon en een grote persoonlijkheid. Ook na zijn overlijden is hij dat gebleven. Dat bewezen de ruim 800 aanwezigen die de voorstelling van het boek in de Senaat bijwoonden.
Op vraag van de samenstellers van het boek schreef collega Noël Lagast het hoofdstuk 'Van technisch naar industrieel ingenieurs’. Het geeft een stand van zaken tot en met de invoering van de bachelor-master. Daaruit blijkt dat het werk van Frank Swaelen en zijn tijdgenoten (politici) niet afgewerkt is en achterblijft als een onvoltooide symfonie.
Frank Swaelen wordt beschouwd als de peetvader van de industrieel ingenieurs. Hij lag onder meer aan de basis van de Structuurwet van 7 juli 1970 voor het hoger onderwijs en meer specifiek van de wet van 18 februari 1977 die betrekking had op de
WOMMELGEM.
Het huldeboek wordt uitgegeven door Lannoo in Tielt.
Wie
het
in
inge-
Hervorming
nieurskringen heeft over de hervorming van de ingenieursstudies, verwijst vaak naar wijlen Frank Swaelen. De hervorming van de studies van technisch ingenieur naar industrieel ingenieur was een van zijn geesteskinderen. ! Van onze hoofdredacteur Al in 1964, als secretaris-generaal van de Nationale Confederatie van ouderverenigingen, werd hij geconfronteerd met de problematiek van de toenmalige technisch ingenieurs. Dat probleem sleepte toen al ruim dertig jaar aan. De titel van technisch ingenieur was sinds 1933 bij wet beschermd, maar er bestond geen wettelijke regeling van de studies. Daardoor ontstond willekeur bij de invulling van studieprogramma’s en wildgroei van scholen met een te lage bezettingsgraad. De onderlinge concurrentie werd bikkelhard en de kwaliteit van de opleiding ging er op achteruit. Dat werkte de onderwaardering van de graad en het diploma in de hand. Vooral bij de openbare diensten werden de technisch ingenieurs stiefmoederlijk behandeld. De onrust bij studenten en afgestudeerden groeide, stakingen en prikacties volgden, het onderwijsministerie werd bezet. Media en gaandeweg ook politici kregen aandacht voor die acties.
Hoger onderwijs Het siert Frank Swaelen dat hij, als beginnende specialist in de onderwijsmaterie,
I-mag december 2009
ook de problematiek van de technisch ingenieurs ter harte nam en ze aankaartte in de toenmalige Kamercommissie van Nationale Opvoeding, waarvan hij tot 1969 secretaris bleef. De hardwerkende Swaelen stelde voor om het hoger onderwijs in ons land in zijn geheel te herschikken. De vele wetsvoorstellen en voorstellen van werkgroepen en commissies, al dan niet geïnstalleerd door de verschillende ministers van Nationale Opvoeding, leidden uiteindelijk tot een wet over de algemene structuur van het hoger onderwijs, die de Kamer op 7 juli 1970 stemde. Het hoger onderwijs werd ingedeeld in universitair onderwijs en zeven categorieën van hoger onderwijs buiten de universiteit (Hobu). Op voorstel van Frank Swaelen werd het Hobu ingedeeld in hoger onderwijs van het korte type (Hokt, het vroegere ‘graduaat’) en het hoger onderwijs van het lange type, afgekort als Holt. Op aandringen van de Vlaamse Ingenieurskamer had Swaelen een amendement ingediend om ook aan het Holt het statuut van universitair onderwijs toe te kennen. Het werd meerderheid tegen minderheid aangenomen.
20
Internationaal ziet men studies van universitair niveau als studies, die onderwezen worden aan een universiteit en niet aan een hogeschool. De wet van 18 februari 1977 stelde voor het eerst de graad en de titel van kandidaat industrieel ingenieur en van industrieel ingenieur in. De studieduur werd overal in het land uniform op vier jaar gebracht. Er kwam een beperkt aantal studierichtingen - acht in totaal - en in heel het land werd het aantal scholen teruggeschroefd van 53 tot 23. Vooral de rationalisatie en samensmelting van scholen was een moeilijke politieke opgave. In de periode 1970-1977 was er tussen de onderwijsnetten van het hoger onderwijs een nooit geziene spanning ontstaan. Frank Swaelen kon als geen ander de partijen met elkaar verzoenen. De wet van 18 februari 1977 over de inrichting van het hoger onderwijs en in het bijzonder dat van het technisch en agrarisch hoger onderwijs van het lange type, werd met een ruime meerderheid gestemd. Ze zou de basis vormen van het Vlaams decreet van 4 april 2003 voor een nieuwe herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, in uitvoering van de verklaring van Bologna.
Gelijkstelling Aan de wet van 18 februari 1977 ging het wetsontwerp 595 vooraf, gebaseerd op een omstandig en gedetailleerd verslag van Frank Swaelen. Aan de opmaak ervan had hij uren besteed en in de bijlage definieerde hij talrijke begrippen. Het verslag omvatte ook een geschiedenis van de studies van technisch ingenieur, eerst in de
SAMENLEVING
Franse Gemeenschap (in 1898) en vanaf 1922 in de Vlaamse Gemeenschap. Hij had zich daarbij laten leiden door heel wat experts uit hogescholen, universiteiten, vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties, van werknemers en van afgevaardigden van de beroepsvereniging van industrieel ingenieurs, zoals de VIK. Iedereen had wel ergens een punt om zijn standpunt via een amendement door te drukken. Niet onbelangrijk waren de overgangsbepalingen voor studenten en afgestudeerden. Een automatische gelijkstelling van de graad van technisch en industrieel ingenieur kwam er niet. De Franstalige Gemeenschap wou dat niet. Frank Swaelen trad andermaal als verzoener op. Op zijn voorstel kregen de twee gemeenschappen elk een eigen assimilatiecommissie en een commissie van beroep. De technisch ingenieurs moesten hun aanvraag en dossier indienen bij de assimilatiecommissie in Brussel om hun graad en diploma te laten gelijkstellen met die van industrieel ingenieur. De commissie zou langs Vlaamse kant van 1977 tot 1992 zetelen. In de Franse Gemeenschap kunnen technisch ingenieurs nog altijd een aanvraag voor gelijkstelling indienen. In de Vlaamse Gemeenschap is dat sinds 1992 niet meer mogelijk. De wet van 18 februari 1977 was een mijlpaal voor het hoger technisch onderwijs. De scholen werden hogeronderwijsinstellingen op universitair niveau, zij het zonder universitair statuut. Het diploma werd opnieuw gevaloriseerd. Er kwam een betere financiering en personeelsomkadering voor projectmatig onderzoek, maatschappelijke dienstverlening en uitmuntende verzorging van het onderwijs.
Niveau 1 Het personeelsstatuut en de voorwaarden om les te mogen geven aan de industrieel ingenieurs was geënt op die aan een universiteit. In de overheidsdiensten kregen de industrieel ingenieurs toegang tot het niveau 1, wat een rangverhoging inhield met belangrijke financiële gevolgen. Voor de industrieel ingenieurs in de industrie betekende dit een betere loopbaanmogelijkheid en sociale erkenning. Zonder de wet van 18 februari 1977 was de huidige inschaling van de opleiding van industrieel ingenieur in de Europese hogeronderwijsruimte onmogelijk geweest. De Bologna-verklaring van juni 1999 was de eerste concrete stap om te streven naar eenheidsruimte.
Vier en vijf jaar Helaas heeft Frank Swaelen de praktische realisatie voor de Vlaamse Gemeenschap
niet meer mogen meemaken. De staatshervorming had voor eigen Vlaamse onderwijsbevoegdheden gezorgd. Het voornoemde decreet van 4 april 2003 was daar een gevolg van. Al eind van de jaren 1960 had Swaelen gewezen op het belang van een aanpassing van het hoger onderwijs, waardoor het zich beter in een internationale wereld zou kunnen profileren. Hij onderstreepte daarbij bij herhaling het belang van de wederzijdse erkenning van de diploma’s. Dat was alleen mogelijk op grond van de harmonisatie van het hoger onderwijs in Europa. In juli 1998, bij de viering van 750 jaar Sorbonne in Parijs, zagen zes landen, voor het eerst een oplossing voor het probleem, nadat er in de periode 1969-1998 heel wat pogingen waren ondernomen voor de wederzijdse erkenning van hogere diploma’s, waaronder die van technisch ingenieur en later die van industrieel ingenieur. Maar de niet-erkenning van de graad en het diploma van industrieel ingenieurs, die in het buitenland in niet-loondienst gingen werken, deed Frank Swaelen pijn. Zelf kon hij de situatie niet ombuigen, maar hij kreeg nieuwe hoop voor ‘zijn industrieel ingenieurs’, toen de Europese harmonisering van het hoger onderwijs in 2003 tot stand kwam. Dat hield de invoering in van de graden van bachelor en master. Het stond de landen vrij om via hun eigen wetgeving te bepalen hoe ze dat zouden doen. De geschiedenis had in ons land gezorgd voor een specifieke indeling van het hoger onderwijs: hogere opleiding van één cyclus (zoals de graduaatsopleiding), hogere opleiding van twee cycli (zoals industrieel ingenieur) en opleidingen aan universiteiten (twee cycli). De anomalie voor de industrieel ingenieurs bleef: ze volgden volgens de federale regeling academisch onderwijs dat verstrekt werd aan een hogeschool, en niet aan een universiteit zoals in het buitenland.
Ongelijkheid Een apart decreet in de Franse Gemeenschap zorgde voor een eigen oplossing voor de Franstalige industrieel ingenieurs, dat tegemoetkomt aan de internationaal gangbare norm voor de ingenieursopleiding. De Vlaamse industrieel ingenieur wordt opgeleid over vier jaar of 240 studiepunten. De studieperiode wordt ingedeeld in een bacheloropleiding van drie jaar en een masteropleiding van een jaar. Het decreet in de Franse Gemeenschap geeft een opleidingspatroon van drie jaar bachelor en twee jaar master.
21
De opleiding van de industrieel ingenieurs in de Franse Gemeenschap duurt dus vijf jaar, wat overeenstemt met de gangbare internationale norm van de ingenieursopleiding. Frank Swaelen was niet gelukkig met die ongelijkheid in studieduur en koos ten persoonlijke titel voor de internationale standaard van de opleidingsduur. Hij baseerde zich daarbij op wat hij noemde ‘de Europese logica’. “Politiek”, zei hij vaak, ”is geen wiskunde.” Maar toch valt er bij hem een bijna mathematische logica te ontdekken in al het wetgevend werk dat hij aanpakte en op wat er soms jaren nadien op volgde. De logica in het redeneren leidde hem ook tot transparante beslissingen, zoals zijn visie voor het behoud van de complementariteit van de opleiding van industrieel en burgerlijk ingenieur. Het kan niet genoeg worden onderstreept dat de inzet van Frank Swaelen, die al eind van de jaren 1970 geleid heeft tot grote hervormingen in het landschap van de hogescholen, ons nu, jaren later, terdege voorbereidt op de ontwikkelingen op Europees niveau. Hij zou ook vandaag een duidelijke boodschap kunnen uitdragen in Europees perspectief en onze studenten- en beroepsgroep met zijn wijsheid en kennis begeleiden. Het leven heeft er anders over beslist.
Beschouwing Uit alle gesprekken die voor deze bijdrage de jongste weken werden gevoerd met beleidsmensen en collega’s uit de sectoren onderwijs, industrie, administratie en andere, blijkt overduidelijk de grote waardering voor het baanbrekende werk van Frank Swaelen. Hij werd en wordt vandaag nog steeds genoemd als ’de peetvader’ van de industrieel ingenieurs, de strijdkameraad en voortrekker van de toenmalige technisch ingenieurs, de onvermoeibare vechter voor de toekomst van studenten en afgestudeerden, de altijd aanwezige, toegankelijke, beminnelijke politicus die met zijn uitmuntende kennis van het onderwijslandschap baanbrekend werk verrichtte voor een betere opleiding van de jongeren en een waardevolle toekomst van de afgestudeerden. Hij zal altijd hét boegbeeld blijven van de industrieel ingenieur.
Tekst: Ing. Noël LAGAST MSc
I-mag december 2009
afdelingen ACTIVITEIT IN DE KIJKER
>
ZUID - WEST - VLAANDEREN
plaats in het cultureel centrum ‘De Guldenberg’ in Wevelgem. De voorstelling begint om 19.30 uur. Na een culturele voorstelling nodigen beide verenigingen de sponsors en alle aanwezigen uit op een champagnereceptie met hapjes.
Op zondagavond 13 december 2009 organiseren de regionale West-Vlaamse afdelingen van de Vlaamse Ingenieurskamer VIK en de Koninklijke Vlaamse Ingenieursvereniging K VIV samen de 9e Ingenieurshappening. Die vindt, zoals ieder jaar,
23
I-mag december 2009
afdelingen
ANTWERPEN 24-jan-10 11-jun-10
Gezellig samenzijn vrijdag 5 februari 2010
AKO nieuwjaarsconcert en receptie, Antwerpen, 11 uur Regionale ledenvergadering
Naar jaarlijkse traditie vindt ons gezellig samenzijn plaats kort na de jaarwende. Deze keer trekken we naar restaurant Lazuli in Turnhout. Aangezien het restaurant werkt met menu’s per maand en met dagverse producten, kan het menu nu nog niet verder worden gespecificeerd. Het menu zal er als volgt uitzien: aperitief met hapje, voorgerecht (keuze vis-vlees-...), hoofdgerecht (gelijkaardige keuze), nagerecht, koffie met versnapering. Alles wordt geserveerd met aangepaste wijnen voor de prijs van 60 euro per persoon.
Inschrijven voor alle activiteiten: www.vik.be/activiteiten
AKO-nieuwjaarsconcert met receptie zondag 24 januari 2010 Het Antwerps Kultureel Overleg (AKO), waarbij ook de VIK is aangesloten, organiseert op zondag 24 januari 2010 in de Singel in Antwerpen voor de 30ste keer zijn traditioneel nieuwjaarsconcert met bijbehorende receptie. Het concert vangt aan om 11 uur en vanaf 12.15 uur volgt de receptie.
• PRAKTISCH Plaats: Restaurant Lazuli, Koningin Elisabethlei 115, Turnhout. Datum: vrijdag 5 februari 2010 om 19.30 uur. Kostprijs: 60 euro per persoon. Inschrijving vereist: VIK-secretariaat en daarna betalen op rekening 418-9082131-70 van de VIK-afdeling Kempen met vermelding ‘gezellig samenzijn’. Referte: FEKPN10210.
Het Vlaams Symfonisch Orkest o.l.v. Bart Van Casteren speelt voor ons volgend programma: • De Vlaamse Leeuw, K. Mire • Luitenant Kijé opus 60, Sergej Proko Kijés geboorte - Romance - Kijés huwelijk Troika - Kijés begrafenis • Jazz suite n° 1, Dimitri Shostakovich • Uit het Zwanenmeer, Peter Ilich Tchaikovksy Csardas – Hongaarse dans Spaanse dans Napolitaanse dans Mazurka • The Walzing Cat, Leroy Anderson • Plink Plank Plunk, Leroy Anderson • Egyptische Mars, Johann Strauss jr.
LEUVEN-HAGELAND 27-feb-10 9-mrt-10
Inschrijven voor alle activiteiten: www.vik.be/activiteiten
• PRAKTISCH Plaats: De Singel, Desguinlei, Antwerpen. Datum: zondag 24 januari 2010 om 11 uur. Kostprijs: 30 euro voor deelnemers boven 15 jaar; 15 euro voor deelnemers tot 15 jaar. Te betalen op rek. nr. 406-0098501-56 van de VIK met de vermelding ‘AKO-concert’. Eerst inschrijven bij het secretariaat, nadien betalen. De toegangskaarten worden begin januari 2010 verstuurd. Inschrijving vereist: VIK-secretariaat. Referte: CAAWN10110.
LIMBURG 25-jan-10 11-feb-10 27-feb-10 8-mrt-10 2-apr-10 17-mei-10 27-jun-10
21-apr-10 24-mei-10 16-jun-10
Gezellig samenzijn, Turnhout, 19.30 uur Bezoek waterzuiveringsinstallatie Aquafin, Hoogstraten, 14 uur Bezoek BIO-installatie, Merksplas, 14 uur Familiewandeling, 10 uur Bezoek renovatie en nieuwbouw ziekenhuis, Turnhout, 14 uur
MECHELEN 24-jan-10 2-mrt-10
Inschrijven voor alle activiteiten: www.vik.be/activiteiten
I-mag december 2009
Lezing 'Elektriciteit' Nacht van de ingenieur, Diepenbeek Pokeravond Workshop 'assertief communiceren' Reis naar Peru (tot 18 april 2010) Workshop 'How to think like Leonardo Da Vinci' 20° editie fiets- en wandeldag, Diepenbeek, 07 uur
Inschrijven voor alle activiteiten: www.vik.be/activiteiten
KEMPEN 5-feb-10 24-mrt-10
Winterwandeling, Averbode Lezing: geldigheid en privacy e-mail
Nieuwjaarsreceptie / aperitiefconcert VIK/KVIM Bezoek Arsenaal Mechelen
Inschrijven voor alle activiteiten: www.vik.be/activiteiten
24
ACTIVITEITEN
NOORD-WEST-VLAANDEREN 10-dec-09
WAASLAND
Bezoek Structo nv, Brugge, 14 uur
7-jan-10
Inschrijven voor alle activiteiten: www.vik.be/activiteiten 21-jan-10 29-mei-10 6-jun-10
Structo nv donderdag 10 december 2009
Bestuursvergadering + lezing 'Kosten-batenanalyse', Sint-Niklaas, 20 uur Lezing: Nieuwe Machinerichtlijn, Lokeren, 19 uur Cultureel bezoek Hulst, 14.30 uur Kajakken
Inschrijven voor alle activiteiten: www.vik.be/activiteiten
Structo nv is actief bij veel bouwwerken, industrieel of binnen het verkeerslandschap. Structo spanbeton torst het wegdek, draagt vloeren en daken en speelt daardoor een rol van fundamentele betekenis bij heel wat projecten. Het bedrijf werd in 1948 opgericht als specialist in de prefabricatie, van voorstudie tot en met montage.
Nieuwe Machinerichtlijn donderdag 21 januari 2010 Met de komst van een nieuwe versie van de Machinerichtlijn (2006/42/EG) en een aantal ingrijpende veranderingen op normgebied is het raadzaam om de kennis van machineveiligheid weer te actualiseren. Alle bekende geharmoniseerde basisnormen voor veilig ontwerpen worden binnenkort immers aangepast of uitgebreid en ze krijgen een nieuwe ‘EN-ISO-nummering’.
In 2007 werd de ligger even van schouder gewisseld met de komst van de holding PST. Nieuwe impulsen, nieuwe gezichten en een doorgedreven visie zorgen voor een nog grotere slagkracht om het bedrijf verder (internationaal) uit te bouwen.
Tijdens deze voordracht geeft de firma Pilz u inzicht in alle belangrijke wijzigingen. U maakt ook kennis met een methodiek om op een effectieve wijze te starten met machineveiligheid en om op een efficiënte wijze de benodigde basisinformatie te vinden
En hoe massief spanbeton ook mag gepercipieerd worden, klanten in binnen- en buitenland waarderen Structo's flexibele opstelling zeer sterk. Structo nv houdt het hele traject onder controle en blijft binnen het vooropgestelde budget en de timing. Steeds weer een spannend en boeiend verhaal voor hun ontwerpers, ingenieurs en andere specialisten. Maar de opdrachtgevers raken er in elk geval nooit overspannen van.
• AGENDA • Nieuwe machinerichtlijn 2006/42/EG en bijbehorende veranderingen
• Belangrijkste wijzigingen op normgebied zoals: • PROGRAMMA 14.00 uur: 14.15 -14.30 uur: 14.30 -16.00 uur: 16.15 uur:
- Risicobeoordeling van machines (EN 1050/ ISO 14121-1) - Veiligheidsafstanden afschermingen (EN 294, EN 811 / ISO 13857) - Noodstopsystemen (EN 418 / ISO 13850) - Besturingstechnische veiligheid (EN 954-1 / ISO 13849-1)
ontvangst met koffie verwelkoming met korte voorstelling Structo nv bezoek productie afsluitende drink
• PRAKTISCH • PRAKTISCH
Plaats: VTI, Pr. Thuysbaertlaan 1, Lokeren. Datum: donderdag 21 januari 2010 om 19 uur. Kostprijs: gratis voor leden, niet-leden betalen 5 euro. Inschrijving vereist: VIK-secretariaat. Maximum 30 deelnemers Referte: VOWLD20110.
Plaats: Structo, Steenkaai 107, Brugge. Datum: donderdag 10 december 2009 om 14 uur. Kostprijs: gratis voor VIK-leden en partner; niet-leden betalen 10 euro. Inschrijving vereist: VIK-secretariaat. Maximum 30 deelnemers. Referte: BBNWV11209.
ZUID-WEST-VLAANDEREN 9-dec-09 13-dec-09 23-jan-10 6-feb-10 22-feb-10 15-mei-10 19-jun-10 10-jul-10
OOST-VLAANDEREN 10-mrt-10 17-jan-10
Bezoek Ivago, Gent Nieuwjaarsconcert en -aperitief, Gent, 10 uur
Inschrijven voor alle activiteiten: www.vik.be/activiteiten
Bezoek Eandis, Kortrijk, 19 uur Ingenieurshappening met Piv Huvluv, Wevelgem, 19.30 uur Cabaret en Variété: D'irque & Fien, Wevelgem, 20.15 uur IJsschaatsen, Gullegem, 19.30 uur Bezoek Deba nv, Nevele, 18.30 uur Zweefvliegen Stadswandeling, Brugge Barbecue
Inschrijven voor alle activiteiten: www.vik.be/activiteiten
25
I-mag december 2009
Eandis
• PRAKTISCH Plaats: Cultureel centrum Wevelgem, Acaciastraat 1, Wevelgem. Datum: zaterdag 23 januari 2010 om 19.45 uur (voorstelling begint om 20.15 uur). Kostprijs: 10 euro voor VIK-leden; niet-leden betalen 12 euro. Inschrijving vereist: VIK-secretariaat en uiterlijk tot woensdag 20 januari met het engagement zeker aanwezig te zijn en bij afwezigheid zeker tijdig telefonisch te verwittigen 0472 24 58 81 (Frederik Delobelle). Referte: CAZWV10110.
woensdag 9 december 2009 Onder het motto “Enterprise… where VIKj has not yet gone before…” brengen we een bezoek aan Eandis. Eandis is een onafhankelijk dienstverlenend bedrijf, dat werkt voor de Vlaamse gemengde distributienetbeheerders Gaselwest, Imea, Imewo, Intergem, Iveka, Iverlek en Sibelgas. Eandis vervult een unieke rol in het energielandschap. Neutraal ten opzichte van alle energieverkopers is Eandis de belangrijkste exploitatiemaatschappij voor distributienetbeheer in Vlaanderen. Een belangrijke component in de exploitatie van energie is de dispatching, waar het net wordt bewaakt en interventies worden uitgestuurd.
IJsschaatsen zaterdag 6 februari 2010
Inhoud van het bezoek: • Eandis en de uitdagingen in het energielandschap: 15 min. • Netexploitatie uitdagingen en praktijken: 30 min. • Bezoek aan dispatching: 45 min. • Afsluitend drankje: 30 min.
Begin februari is iedereen al bekomen van het vele eten en de vele nieuwjaarsrecepties. Eindelijk kunnen de studenten weer ademhalen na het overleven van hun eerste examenperiode. In die periode willen we jullie een activiteit aanbieden die niet al te vermoeiend is, maar eerder ontspannend na al dat studeren. Op zaterdag 6 februari 2010 gaan we ijsschaatsen. Kom met ons over het ijs scheuren en dat met discomuziek op de achtergrond. Na het vallen, het opstaan, het vele lachen en het pure amusement blazen we uit in de cafetaria, waar iedereen een consumptie aangeboden krijgt.
Met andere woorden, een bedrijfsbezoek dat u zeker niet mag missen!
• PRAKTISCH Plaats: Eandis, President Kennedypark 12, Kortrijk. Datum: woensdag 9 december 2009 om 19 uur stipt. Kostprijs: gratis voor VIK-leden en partner; niet-leden betalen 5 euro. Inschrijving vereist: VIK-secretariaat uiterlijk tot maandag 30 november 2009 met het engagement zeker aanwezig te zijn en bij afwezigheid zeker tijdig telefonisch te verwittigen 0472 24 58 81 (Frederik Delobelle). Referte: BBZWV11209.
Handschoenen moeten, een muts mag! Tot op het ijs!
• PRAKTISCH Plaats: Finlandia, Driemastenstraat, Gullegem. Datum: zaterdag 6 februari 2010 om 19.30 uur. Kostprijs: 4 euro voor VIK-leden, zonder huur ijsschaatsen; 6 euro voor VIK-leden, met huur ijsschaatsen; 5 euro voor niet-leden, zonder huur ijsschaatsen; 7 euro voor niet-leden, met huur ijsschaatsen. Inschrijving vereist: VIK-secretariaat uiterlijk tot woensdag 3 februari met het engagement zeker aanwezig te zijn en bij afwezigheid zeker tijdig telefonisch te verwittigen 0472 24 58 81 (Frederik Delobelle). Referte: SAZWV10210.
Cabaret en variété: D'irque & Fien zaterdag 23 januari 2010 'Oh Suivant' is een intieme voorstelling die aantoont dat woorden overbodig zijn om een publiek sprakeloos te maken. U zult genieten van deze fantastische circusartiesten, die over de hele wereld succes oogsten met hun voorstellingen. Ze speelden het voorbije jaar in Zuid-Korea, Ile de Réunion, Jordanië, Canada en heel Europa. D'irque en Fien vinden het hoog tijd voor een goed gesprek met hun publiek. Maar dan wel één zonder woorden, met circusimprovisatie en acrobatie. Verbazend hoe D'irque via een tafel, een stoel en botsballen met het publiek communiceert. Ondertussen begeleidt Fien het spektakel op haar piano, waardoor poëzie en circustechnieken op harmonieuze wijze in elkaar overvloeien. Een humoristische voorstelling voor de hele familie.
Deba nv maandag 22 februari 2010 Onder het motto “Enterprise… where VIKj has not yet gone before…” brengen we een bezoek aan Deba nv. Deba nv is al 30 jaar een snelgroeiende, onafhankelijke, Belgische producent van middenspanningsborden (hoogspanningscabines), bijbehorende schakelapparatuur en betoncabines voor de nationale en de internationale markt.
Slechts 20 kaarten ter beschikking. Vlug inschrijven is dus de boodschap.
I-mag december 2009
26
ACTIVITEITEN
u ziet hoe de personalisatie per project verloopt. Daarna is de afdeling componenten aan de beurt, waar de mechanische aandrijvingen en schakelaars gemonteerd en getest worden. De rondleiding wordt afgesloten met een bezoek aan de showroom, waar wat kan nagepraat worden met een drankje tussen de verschillende afgewerkte producten.
Die markt bestaat hoofdzakelijk uit projecten voor een zeer uitgebreide klantenportfolio: van nutsvoorzieningsmaatschappijen over private ondernemingen tot installateurs. Het bedrijf is ISO9001-gecertificeerd en bestaat uit volgende divisies, verdeeld over twee vestigingen, nl:
Met andere woorden, een bedrijfsbezoek dat u zeker niet mag missen!
• PRAKTISCH Plaats: Deba, Moorstraat 24, Nevele (Tip: voor GPS typ in: Houtstraat). Datum: maandag 22 februari 2010 om 18.30 uur (tot 20.30 uur). Kostprijs: gratis voor VIK-leden en partner; niet-leden betalen 5 euro. Inschrijving vereist: VIK-secretariaat uiterlijk tot maandag 15 februari 2010 met het engagement zeker aanwezig te zijn en bij afwezigheid zeker tijdig telefonisch te verwittigen 0472 24 58 81 (Frederik Delobelle). Maximum 30 deelnemers. Referte: BBZWV10210.
Wat kunt u verwachten van dit twee uur durend bedrijfsbezoek? Na het onthaal en korte introductie van de verschillende vestigingen volgt een technische videopresentatie over hoe Deba zijn hoogspanningscellen explosieveilig ontwerpt. Daarna gaan we een kijkje nemen in de plaatafdeling waar een volautomatische dubbele ponsstraat, gerobotiseerde plooibanken, lasermachines en gerobotiseerde lasmachines staan. Vervolgens gaan we naar de afdeling cellenbouw, waar
Uw advertentie op deze pagina? • We ruimen plaats in voor de publiciteit van uw bedrijf. • Verspreid uw boodschap aan 20.000 ingenieurs! • Verspreid uw boodschap in 20.000 gezinnen! • Verspreid uw boodschap in meer dan 1.000 belangrijke bedrijven! Meer weten? Neem gerust en vrijblijvend contact op met de Vlaamse Ingenieurskamer: Francine Demaret - 03 259 11 09
[email protected]
• Bereik uw consumenten, maar verzorg ook uw business-to-business.
27
I-mag december 2009
centra LUCHT- EN RUIMTEVAART
Stages 2009-2010 Zeven ingenieurs aan de slag in Frankrijk en Zwitserland WOMMELGEM. Op 14 september 2009 begon voor zeven jong afgestudeerden van over heel Vlaanderen een nieuw buitenlands avontuur. Dankzij het VIKCentrum Lucht- en ruimtevaart hebben zij een stageplaats op de kop getikt bij een van de stagebedrijven in Frankrijk of Zwitserland.
Bij het Zwitserse bedrijf Mowag waren er ook dit jaar drie stageplaatsen. Die werden na selectie door Mowag ingenomen door Philip Vanhellemont, Jens Verwaest en Lennert Sterken. Philip Vanhellemont is afgestudeerd als ingenieur elektromechanica aan het De Nayer Instituut (Sint-Katelijne Waver). Jens Verwaest mag ook de titel ingenieur elektromechanica gebruiken. Hij studeerde af aan de Karel De Grote-hogeschool in Hoboken. Beiden houden zich bij Mowag bezig met de verbetering van de simulatieomgeving. Zij moeten nieuwe software om computersimulaties te maken evalueren, bespreken en bestuderen. Lennert Sterken heeft al heel wat buitenlandse ervaring. Als Sint-Truidenaar is hij gaan studeren aan de Technische Universiteit Delft. Tijdens zijn studie voor ingenieur Lucht- en ruimtevaarttechniek heeft hij al stage gelopen in Zweden en Japan. Bij Eurocopter zijn er dit jaar opnieuw vier stagiairs. Jasper De Smet is ook afgestudeerd aan de het De Nayer Instituut als ingenieur elektromechanica, maar met optie automatisering. Bij Eurocopter is hij toegewezen aan de afdeling ‘electrical equipment’. Dimitri Geerts komt van de Katholieke Hogeschool Limburg. Hij heeft als specialisatie ‘kunststoffen’. Bij Eurocopter is hij momenteel aan het werken aan de nieuwe Europese wetgeving van REACH. Filip Anthoni studeerde af als ingenieur elektronica-ICT aan de Katholieke Hogeschool Kempen. Als stagiair mag hij meewerken aan de hoogbeveiligde NH90 coresystemen. En Matthieu Denecker heeft als ingenieur in de scheikunde (behaald aan de hogeschool WestVlaanderen) bij Eurocopter een project dat te maken heeft met oppervlaktebehandeling.
I-mag december 2009
Meer informatie over deze stagiairs? Volg dan hun blog via http://lenrvik.blogspot.com. Of hou de volgende edities van I-mag in het oog! Meer informatie over de stagemogelijkheden? Kijk op de website www.vik.be/LenR of neem contact op met Manuella Goyvaerts via 03 259 11 06 of
[email protected]. Want ook voor volgend jaar (2010-2011) zoeken wij nog pas afgestudeerde ingenieurs die op zoek zijn naar een verrijkende buitenlandse stage-ervaring.
28
centra INDUSTRIE
Het poolstation Prinses Elisabeth op Antarctica dinsdag 9 februari 2010 The Belgian zero emission Antarctica research center Princess Elisabeth: design for extreme environment In 2004 gaf de Belgische federale regering opdracht aan de IPF (International Polar Foundation) om de ‘Princess Elisabeth’ te bouwen, een nieuw onderzoekscentrum op de Zuidpool. Er werden vier Belare-expedities (Belgium Antarctic research expeditions) uitgevoerd onder leiding van Alain Hubert om de locatie, de logistiek en de bouw van dat emissievrije onderzoekscentrum voor te bereiden. Het poolstation, dat volledig op hernieuwbare energie functioneert, werd in 2008-2009 in gebruik genomen. De energie wordt geleverd door windturbines, fotovoltaische panelen en zonnepanelen. Een intelligent energiebeheerssysteem zorgt er voor dat productie en verbruik van energie perfect in evenwicht blijven. Waterzuiveringseenheden beperken afvalwater tot een minimum. De presentatie geeft een overzicht van de expedities, het
29
ontwerp en de ingebruikname van het station. Spreker: ir. Paul Lemmens, managing director van Kreivo, een onderneming die innovatie aanmoedigt. Hij was lid van de BelareZuidpoolexpeditie in 2008-2009 en heeft via zijn werk bij Laborelec, Electrabel en Sasol RSA een jarenlange ervaring opgebouwd in elektriciteitsproductie, energiebesparingen en onderzoek & ontwikkeling van energieprocessen.
• PRAKTISCH Plaats: VIK-huis, Herentalsebaan 643, Wommelgem. Datum: dinsdag 9 februari 2010 om 19.30 uur. Spreker: ir. Paul Lemmens. Kostprijs: gratis voor VIK-leden en hun partner; niet-leden betalen 5 euro. Inschrijving vereist: VIK-secretariaat. Referte: VOIND10210.
I-mag december 2009
centra
Erasmushogeschool investeert in duurzame stedelijke ontwikkeling Brusselse kanaalzone herbergt onderzoek en vorming inzake energie en milieu
ANDERLECHT. De Erasmushogeschool Brussel is een hogeschool van de Vlaamse Gemeenschap en meteen ook een van de grootste Nederlandstalige hogescholen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het departement IWT aan de Nijverheidskaai telt dit academiejaar een groeiend aantal generatiestudenten (30%) en ziet zijn toekomst optimistisch tegemoet. Met partner VUB zetten ze op de campus een nieuw multidisciplinair onderzoeks- en vormingscentrum op in energie- en milieutechnologieën (Emovo), dat een referentie wil worden voor zijn domein. Precies op de 30ste werkdag in zijn nieuwe functie spreek ik met dr. Mark Runacres, departementshoofd IWT en met projectcoördinator dr. ir. Peter Van den Bossche.
Toegepast praktisch onderzoek is - zoals bij andere Vlaamse hogescholen - ook een van de opdrachten van de Erasmushogeschool. Binnen het departement IWT zijn er verschillende onderzoeksgroepen actief met elk een specifieke focus. Zo wordt er gewerkt rond composietmaterialen, ingebedde elektronische systemen, duurzame energiebronnen, rationeel energieverbruik en verminderde belasting van het leefmilieu. In haar onderzoeksactiviteiten werkt de Erasmushogeschool al
I-mag december 2009
jarenlang zeer nauw samen met de overeenkomstige vakgroepen van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) onder de koepel van de Universitaire Associatie Brussel.
Unieke dynamiek Door de oprichting van het centrum wordt al het bestaande onderzoek onder een gemeenschappelijke noemer geclusterd en ontdekken de verschillende onderzoeksgroepen nieuwe mogelijkheden tot samenwerking en onderlinge kruisbestuiving. Omdat de onderzoeksmodaliteiten op de campus nu een serieuze schaalvergroting kennen, kan ook onderzoekspartner VUB een deel van zijn onderzoek daar onderbrengen. Die fysieke nabijheid verhoogt de onderlinge synergie en onderstreept het multidisciplinaire karakter van het centrum. Ook zullen de ingenieursstudenten vooral in hun masterjaar de labo’s
30
kunnen gebruiken voor hun onderzoeksvakken of om hun masterproef, die in veel gevallen nauw verwant is met lopende onderzoeks- en doctoraatsprojecten, uit te werken. Door op die manier onderzoeks- en onderwijsinfrastructuur te integreren maakt de hogeschool haar studenten warm voor innovatiegericht onderzoek. De Erasmushogeschool ziet ook mogelijkheden over de taalgrens heen. Franstalige collega’s van de ingenieursopleidingen aan het ISIB zitten vlakbij en werken op onderwijsvlak al regelmatig samen met de Erasmushogeschool Brussel waarbij bepaalde vakken gemeenschappelijk in het Engels worden aangeboden. Ook dat creëert een nieuwe dynamiek binnen de hogeschool.
Zes onderzoekslabo’s De complexe problematiek van duurzame energie en van verminderde milieubelasting wordt in concreto door de volgende zes onderzoekslabo’s onderzocht. Composietmaterialen: dit labo richt zich op de productie en de tests van lichtgewicht prototypeonderdelen in composiet-
ONDERWIJS
materiaal, alsmede op de optimalisatie van het productieproces. De onderdelen kunnen (ook) door andere onderzoeksgroepen gebruikt worden in hun streven naar gebruik van energiezuinige onderdelen. Elektrische energieopslag: dit labo test en modelleert batterijen en condensatoren als opslagsystemen voor energie die kan worden aangewend bij de ontwikkeling van elektrisch aangedreven voertuigen. Ook wordt een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van genormaliseerde testprocedures. Elektrische fietsen bieden een milieuvriendelijk alternatief. Het labo wil de drijflijn van de fiets zelf optimaliseren en wil de mogelijkheden onderzoeken om met dergelijke fietsen in vlootverband te werken. Meetnetwerk voor geluidshinder: dit labo onderzoekt hoe geluidsoverlast (en nadien ook luchtkwaliteit zoals aanwezigheid van fijn stof) snel en efficiënt kan worden gemeten met behulp van sensornetwerken en bijbehorende software. Het labo ‘rationeel energieverbruik in gebouwen’ onderzoekt hoe bepaalde nieuwe technologieën voor productie van warmte op basis van hernieuwbare energie kunnen geïntegreerd worden in een enkel verwarmingssysteem. Ze hebben bijzondere aandacht voor de mogelijkheden van warmtekrachtkoppeling en verwarmingsketels op biomassa. Windenergie in de stad onderzoekt de mogelijkheden van kleine en middelgrote windturbines in of nabij verstedelijkte gebieden.
sterken. Het Emovo-project kadert in het operationeel programma EFRO 2007-2013, doelstelling 13: ‘Samen investeren in stedelijke ontwikkeling’. De Erasmushogeschool is als instelling sterk verankerd met haar omgeving en in het bijzonder met Brussel. Door de oprichting van het centrum op de campus van de Nijverheidskaai draagt de school bij tot de stedelijke ontwikkeling van de Brusselse kanaalzone die in het EFRO-programma beschouwd wordt als een zone met bijzondere ontwikkelingsachterstand. De Erasmushogeschool wil de werkgelegenheid van die regio en van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als geheel stimuleren. Het EFRO betaalt de helft van de projectkosten. De andere helft wordt gefinancierd door de Erasmushogeschool, de VUB en een gedeelte privéfinanciering. Op die manier wordt er bijna een miljoen euro geïnvesteerd in nieuwe infrastructuur voor het Emovo-centrum.
Duurzame investering
Teruggeven aan maatschappij
Voor de uitbouw van het nieuwe onderzoeks- en vormingscentrum kon de hogeschool een beroep doen op subsidies van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Het EFRO subsidieert projecten die de ongelijkheid tussen regio’s verminderen, het concurrentievermogen vergroten, werkgelegenheid creeren en de cohesie tussen de regio’s ver-
Toegepast onderzoek aan Vlaamse hogescholen wil in de eerste plaats praktisch van aard zijn en wil de maatschappij ten dienste staan op een vlot inzetbare manier. Zo wil ook de Erasmushogeschool een impuls geven aan het bedrijfsleven door haar kennis door te geven. De huidige dienstverlening naar bedrijven wordt versterkt en blijft even laagdrempelig om
31
zoveel mogelijk kleine ondernemingen uit de regio te kunnen bereiken. Naast de onderzoeksactiviteiten die de hogeschool ontplooit, zullen zij in het kader van Emovo ook een vormingscentrum uitbouwen om de verworven kennis verder te verspreiden in de vorm van technische opleidingen op professioneel niveau. De expertise wordt vertaald in praktische kennis die de deelnemers in staat stelt om zich beter te wapenen op de arbeidsmarkt of zich sterker te profileren als lokale ondernemer.
Toekomstvisie Sinds het project in het begin van 2009 werd goedgekeurd, is het departement IWT volop gestart met de realisatie. Op langere termijn wil de Erasmushogeschool met haar centrum een gevestigde waarde zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ze wil een sterke reputatie opbouwen als kennis- en onderzoekscentrum in het toegepast onderzoek in energie- en milieutechnologieën en daarbij ook van elders onderzoekers en doctorandi aantrekken. Ze wil een stimulator van de economische activiteit in de regio zijn en een opleidingspartner voor technische opleidingen op professioneel niveau. Meer informatie: zie www.emovo.be TEKST: Lic. Diane LUYTEN Foto’s: ERASMUSHOGESCHOOL
I-mag december 2009
netwerk
Succesvolle tweede editie van VIK Space! Paul Donnersprijs, trendwatchen en flirten als vaardigheid SINT-TRUIDEN. Op donderdag 22 oktober was het gloednieuwe businesscenter van Stayen het kader voor de tweede editie van het netwerkevent VIK Space. Twee nieuwbakken ingenieurs, Eelco Galestien en Pieter Vandermarliere, mochten te midden van 250 collega’s de Paul Donnersprijs
2009
in
ontvangst
nemen uit handen van een andere nieuwkomer, Limburgs gouverneur Herman Reynders.
Ing. Raymond Froidmont MSc
Onder grote belangstelling beet Ing. Hans Claes MSc, sinds kort voorzitter van de VIK-afdeling Limburg, de spits af en hield zijn eerste toespraak voor het grote publiek. En het was meteen een schot in de roos! Een en al aandacht, niet alleen van de vele jonge ingenieurs en studenten industrieel ingenieur, maar ook van de beleidsverantwoordelijken uit de politieke en academische wereld van de provincie Limburg. Gezien het belang van de toespraak en de opdracht die hij daarmee gaf aan de beleidsverantwoordelijken, geven we u elders in dit artikel graag enkele passages uit zijn toespraak mee.
Trenddocente Nathalie Bekx vergeleek ondernemingen met een verzameling kippen: batterijkippen, slachthanen, scharrelkippen, windhanen, pronkkippen, haantjes-devoorste en een Mechelse koekoek.
Ing. Hans Claes MSc Ing. Sofie Knoops MSc
Nathalie Bekx nam haar publiek mee naar het kippenhok waar de nieuwe ingenieur als jonge wolf aan de slag gaat of zou moeten gaan. Ze vergeleek ondernemingen met een verzameling kippen: batterijkippen, slachthanen, scharrelkippen, windhanen, pronkkippen, haantjes-devoorste en een Mechelse koekoek. Elke kip of haan heeft zijn plus- en minpunten. Af en toe duikt er ook eens een wolf op. Die kan je zelfs wat bijsturen, behalve als je die zeldzame wolf bent. Daarnaast ging Nathalie Bekx ook in op de verschillende generaties vanaf 25 jaar. De ene generatie stelt het serieuze werk nog wat uit en wil nog zo lang mogelijk genieten. De middelste generatie werkt keihard om vanalles te verwezenlijken en de laatste generatie
Trendwatcher Ingenieurs bepalen mee de toekomst waarin we zullen leven. Ze zijn het menselijk kapitaal dat onze economie nodig heeft en moet koesteren. Trenddocente Trenddocente Nathalie Bekx aan de slag. I-mag december 2009
32
denkt vooral weer aan meer vrije tijd en hoe die in te vullen. De presentatie van trendwatcher Nathalie Bekx gaf de aanwezigen alleszins gelegenheid genoeg om eens diep over zichzelf na te denken.
Paul Donnersprijs Dan was het tijd om van het denken naar het doen om te schakelen. En de belangrijkste daad die eregenodigde Herman Reynders, kersvers gouverneur van de provincie Limburg, tijdens de avond mocht stellen was de uitreiking van de Paul Donnersprijs 2009. Die prijs beloont de studenten die de beste masterproef konden voorleggen aan de juryleden van de VIK. De winnaars krijgen het niet onaardige bedrag van 1500 euro als beloning mee naar huis. Ing. Sofie Knoops MSc, verantwoordelijke voor de Paul Donnersprijs, beklemtoonde dat er dit jaar zeven masterproeven in aanmerking kwamen. Die kregen de kans om zich op 3 oktober te verdedigen. Als winnaar van de editie 2009 bekroonde de jury het eindwerk met de titel ‘Ont wikkeling en bouw van een hoogspanningsmeettoestel’. De auteurs, Ing. Eelco Galestien MSc en Ing. Peter Vandermarliere MSc, kregen behalve hun prijs ook een daverend applaus van alle genodigden. Tegelijk werden de Katho-
“Een studieduurverlenging van vier naar vijf jaar dringt zich op. Bedrijven, instellingen en diensten zijn vandaag zeer tevreden over het profiel en de opleiding van de industrieel ingenieur. Maar studieduuraanpassingen zijn het gevolg van de maatschappelijke evolutie, van de vooruitgang van de wetenschap en van de globalisering.”
lieke Hogeschool Limburg en de Katholieke Universiteit Leuven in de hulde betrokken.
Afscheid penningmeester Afsluitend nam Ing. Raymond Froidmont MSc, erevoorzitter van de VIK, de gelegenheid te baat om een woordje te richten aan Ing. Hubert Mewis MSc, penningmeester van de VIK-afdeling Limburg. Na meer dan 30 jaar trouwe dienst neemt de penningmeester immers afscheid. Raymond Froidmont dankte Hubert voor zijn jarenlange inzet en bood hem namens de VIK-afdeling Limburg een geschenk aan. Zijn echtgenote, Madeleine, werd bedacht met een bloemetje. Na het academische deel was er tijd en ruimte om op een culinaire wijze te doen wat het opzet was van dit event: netwerking tussen ingenieurs, bedrijven, hogescholen en politici.
Vooraf geoefend Bij dat netwerken hadden enkele ingenieurs wel een voordeel. Zij Ing. Hubert Mewis MSc in de bloemetjes bij zijn hadden vooraf stiekem geoefend. afscheid als penningmeester. Nu ja, stiekem. In de namiddag, nog voor de officiële zitting, stond immers een cursus ‘Flirten als vaardigheid’ op het menu. Met veel enthousiasme en de nodige lachbuien lieten een twintigtal nieuwsgierigen zich onderdompelen in de wereld van het ‘zakelijk contacten leggen’. Twee uurtjes lang wisselde Kantara, een communicatiebureau uit Balen, weetjes en tips uit over geslaagd netwerken. De commentaren achteraf waren unaniem lovend. Het was alleen zonde dat Aandachtige genodigden met vooraan o.a. de tijd zo snel voorbijging. Maar gouverneur Reynders en Ing. Joseph Neyens MSc. achteraf, tijdens de netwerkavond zelf, werd die tijd behoorlijk ingehaald. Zo Tekst: Ing. Marc NOTERMANS MSc kreeg VIK Space 2009 voor de cursisten Foto’s: Ing. Jean-Paul MAGDELIJNS nog een extra laagje meerwaarde. MSc
Ing. Hans Claes MSc: “Opleiding integreren in universiteit.” technische problemen, uiteraard ook met organisatorische, sociale en managementactiviteiten. De functies van de industrieel ingenieur moeten volgens de VIK ondubbelzinnig weergegeven worden in de benaming van zijn opleiding en van zijn faculteit. Met andere woorden de vlag moet de lading dekken.”
“De VIK dringt al meer dan 30 jaar aan om de opleiding van industrieel ingenieur te integreren in de universiteit. Op 17 december van vorig jaar ondertekenden rector Marc Vervenne van de K.U.Leuven en rector Luc De schepper van de UHasselt samen met Dirk Franco, algemeen directeur van de XIOS en Willy Indeherberge, algemeen directeur van de KHLim een samenwerkingsakkoord om de opleiding industrieel ingenieur vanaf september 2010 gezamenlijk in te richten. Die gezamenlijke opleiding moet in 2012 leiden tot een integratie van de opleiding in de universiteit als faculteit toegepaste ingenieurswetenschappen. Daarenboven geeft de commissie-Soete aan de minister van onderwijs in haar tweede rapport op 5 februari van dit jaar de aanbeveling van de volledige integratie van onze opleiding in de universiteit en dat tegen 2012.”
“Een studieduurverlenging van vier naar vijf jaar dringt zich op. Bedrijven, instellingen en diensten zijn vandaag zeer tevreden over het profiel en de opleiding van de industrieel ingenieur. Maar studieduuraanpassingen zijn het gevolg van de maatschappelijke evolutie, van de vooruitgang van de wetenschap en van de globalisering. De taken van een ingenieur kregen de laatste jaren een meer internationale dimensie. De studieduurverlenging voorkomt dat afgestudeerden met hun diploma en opleiding geïsoleerd geraken. Uit de vele contacten die de VIK dagelijks heeft met bedrijven, diensten en instellingen blijkt overduidelijk dat er nood is aan jonge ingenieurs met meer aandacht voor bedrijfs- en ondernemingskennis, met meer aandacht voor communicatie, economisch inzicht, aandacht voor financieel management, voor organisatie en marketing. Hiermee wil de VIK een voorzet geven aan de noodzakelijke invulling van de 120 studiepunten van de masteropleiding.” MN
“Maar de schaapjes zijn nog niet op het droge. De VIK is en blijft niet de gemakkelijkste partij in het hele debat, wij blijven staan op onze rechtmatige en redelijke standpunten en eisen.” “De enige juiste benaming van onze opleiding is ‘Toegepaste ingenieurswetenschappen’. Industrieel ingenieurs treft men aan in een grote diversiteit van de maatschappij. Het profiel van een industrieel ingenieur houdt vooral verband met de oplossing van
33
I-mag december 2009
netwerk
Ontwikkeling en bouw van hoogspanningsmeettoestel Masterproef van Ing. Eelco Galestien MSc en Ing. Pieter Vandermarliere MSc levert Paul Donnersprijs op SINT-TRUIDEN. Ing. Eelco Galestien MSc en Ing. Pieter Vandermarliere MSc zijn de kersverse laureaten van de Paul Donnersprijs 2009. Te midden van 250 collega’s mochten zij de prijs in ontvangst nemen uit handen van Limburgs provinciegouverneur Herman Reynders. Zij haalden de prijs binnen met hun masterproef over ontwikkeling en bouw van een hoogspanningsmeettoestel. In deze bijdrage meer uitleg over hun masterproef door de twee auteurs ervan.
Ons eindwerk ter afsluiting van onze studie industrieel ingenieur aan de Katholieke Hogeschool Limburg beschrijft de ontwikkeling en bouw van een hoogspanningsmeettoestel. In het hoogspanningslaboratorium van de K.U.Leuven kan een gelijkspanning van 100kV worden opgewekt. Om die spanning te meten wordt gebruikgemaakt van een resistieve deler met een grote weerstandsverhouding. Ondanks de grote weerstandswaarde van de deler trekt die onder hoogspanning toch een aanzienlijke stroom. Die stroom zorgt enerzijds voor warmteontwikkeling in de deler en anderzijds voor een voorbelasting van de hoogspanningstransformator, waardoor het vermogen dat beschikbaar is voor het testobject vermindert. Spanning kan ook worden gemeten aan de hand van het elektrisch veld dat met die spanning evenredig is. Figuur 1 toont een opstelling met twee afgeronde platen op een vaste tussenafstand. De bovenste plaat wordt verbonden met de te meten (hoog)spanning VHS, de onderste plaat wordt op massapotentiaal gebracht. Er ontstaat nu een elektrisch veld tussen de twee platen. Dat veld is homogeen en weinig gevoelig voor omgevingsinvloeden.
Figuur 1: Principe
Figuur 2: Sensor
I-mag december 2009
Daarom kan gesteld worden dat de veldsterkte E evenredig is met de aangelegde spanning. Als een geleider in het elektrisch veld wordt gebracht, zal daarop een lading geïnduceerd worden. Volgens de wet van Gauss is die lading gelijk aan: Q=ΕxΑ De geïnduceerde lading Q is dus afhankelijk van de veldsterkte E en het oppervlak A van de geleider dat aan het veld wordt blootgesteld. Als A constant is, volstaat het dus om Q te meten om de veldsterkte te bepalen. Uit de geïnduceerde lading Q kan de aangelegde spanning VHS berekend worden. Aangezien Q ontstaat op enige afstand van de bovenste plaat, heeft een voltmeter gebaseerd op dat principe een vrijwel oneindig grote ingangsweerstand. Daardoor kan er geen stroom vloeien en zal er dus geen vermogendissipatie of belasting van het netwerk optreden. Door de geleider te laten trillen in het veld (zie figuur 1), ontstaat er een verandering van veldsterkte ten opzichte van de geleider. Die verandering van veldsterkte zorgt voor een veranderende geïnduceerde lading, die resulteert in een stroom. Die
Figuur 3: Mechanisch ontwerp 34
stroom, die proportioneel is met het elektrisch veld, en dus met de aangelegde spanning, kan worden opgemeten. We hebben een meettoestel ontwikkeld dat werkt op dit principe. Als geleider (sensor) hebben we gekozen voor een onderbroken koperen ring (figuur 2). In die ring bevindt zich een koperen schijfje dat ongewenste ladingsopbouw voorkomt. Een luidspreker laat de sensor trillen op zijn resonantiefrequentie voor maximale amplitude. Door de vorm van de sensor kan de ringmagneet van de luidspreker geen bijkomende storing meer induceren. Het mechanisch ontwerp van het meettoestel wordt in figuur 3 weergegeven. De constructie van de elektrodes is zodanig dat er geen corona-effect optreedt. Een te geringe afrondingsstraal bevordert immers het ontstaan van partiële ontladingen. Omdat de sensor dieper dan de platen komt te liggen, is er geen gevaar voor partiële ontladingen. De opening in de schijfvormige onderelektrode is zodanig dat ze over een aluminium afschermingsbuis past.
Figuur 4: Analoog circuit
vlakt, zodat de amplitude kan worden bepaald. Vanwege ruis moet er een offsetspanning gecompenseerd worden. Een programmeerbare versterker (PGA) dient om het uiteindelijke meetbereik te verhogen. Daarna wordt het signaal aangeboden aan een ADC, zodat het verder digitaal verwerkt kan worden.
Digitaal De laureaten, omringd door gouverneur Reynders, VIK-voorzitter Ing. Joseph Neyens en Ing. Hans Claes, voorzitter VIK-afdeling Limburg.
De sensor bevindt zich bovenaan de buis in een cirkelvormige opening van de geaarde plaat. Op een zekere afstand boven de geaarde plaat en sensor hangt de schijfvormige hoogspanningselektrode, waar de te meten hoogspanning wordt op aangesloten. De afstand tussen beide platen is afhankelijk van de gewenste maximum meetbare spanning. Rekening houdend met de doorslagspanning 1kV/mm en een veiligheidsfactor, is de afstand bepaald op 12 cm. De veldmeter is intern opgebouwd uit vier aluminium schijven en een aluminium onderplaat die door messing afstandsbussen op een vaste afstand van elkaar worden gepositioneerd. Daardoor hebben de schijven steeds hetzelfde potentiaal en is het geheel verbonden met de onderplaat. Door de aluminium buis wordt de veldmeter afgeschermd van eventuele invloeden van buitenaf. Door die constructie ontstaan er ook vier kamers die afgeschermd zijn van elkaar en van de buitenwereld. Ook de twee kabels en hun connectoren zijn van een afscherming voorzien, waardoor de volledige meter en bekabeling ingepakt is in een geaard scherm. We hebben getracht op zoveel mogelijk plaatsen een elektrische verbinding te maken met de aarding om aardingslussen
te vermijden en een goede afscherming te garanderen. Dat verlaagt ook de weerstand en impedantie van de onderelektrode ten opzichte van massa, wat zorgt voor een nauwkeuriger meetresultaat.
Analoog De stroom, veroorzaakt door de trilling van de sensor in het elektrisch veld, is te klein om rechtstreeks te meten. Om de stroom om te zetten naar een meetbare DC-spanning is een analoog meetcircuit ontwikkeld. Dat meetcircuit dient om het signaal zodanig te conditioneren dat het kan worden aangeboden aan een analoog naar digitaal converter (ADC) met schaal 0 tot 5 volt. Daarnaast wordt ook de fase van het signaal gemeten en omgevormd tot een digitaal signaal. In het meetcircuit wordt het stroomsignaal door de ingangsversterker eerst omgevormd tot een wisselspanning. Daarna wordt die spanning van ruis ontdaan met een banddoorlaatfilter. De gefilterde spanning wordt nu nogmaals versterkt. Dat signaal wordt nu afgetakt en de fase ervan wordt gemeten. De fase geeft aan of er een positief of negatief veld wordt gemeten. Het signaal uit de versterker wordt gelijkgericht en afge-
Een microcontroller vormt het hart van de digitale signaalverwerking. Figuur 5 geeft weer met welke delen van de meter de controller verbonden is. Zoals te zien in het blokschema is de controller verantwoordelijk voor het inlezen van de spanning uit de PGA via zijn interne ADC, de spanning van de temperatuursensor, de spanning van de batterij en het signaal uit de fasemeting. Via de seriële interface, uitgevoerd met glasvezelkabel vanwege de galvanische scheiding, communiceert het meettoestel met een registratieapparaat. De controller bevat een volledige menustructuur zodat er via de seriële interface commando’s naar de meter kunnen worden gestuurd, en diverse diagnosemeldingen kunnen worden ontvangen. Daarnaast stuurt de controller de audioversterker aan.
Besluit Na de realisatie van het uiteindelijke meettoestel zijn een aantal metingen uitgevoerd om het toestel te kalibreren en het meetresultaat te vergelijken met de resistieve deler. Uit die metingen is gebleken dat de lineariteit, de repeteerbaarheid en de absolute meetfout binnen de gestelde eisen liggen. De meetnauwkeurigheid van de veldmeter is daarmee net zo goed als de nauwkeurigheid van de resistieve deler. De meter kan dus worden gebruikt ter vervanging van de weerstandsdeler bij het meten van hoge DC-spanningen tot 100kV.
Tekst en foto’s: Ing. Eelco GALESTIEN MSc en Ing. Pieter VANDERMARLIERE MSc, onder begeleiding van ir. Peter TANT, ir. Annick DEXTERS, Ing. Roland REEKMANS MSc Figuur 5: Digitaal circuit.
Hoogspanningsmeettoestel.
In de hoogspanningscel.
35
Inwendige van hoogspanningsmeettoestel.
I-mag december 2009
netwerk
“Consensus is altijd een meerwaarde” Sociaaleconomische Raad van Vlaanderen is belangrijk adviesorgaan voor Vlaams beleid En hoe kun je beter aan zo’n ‘vollediger beeld’ beginnen dan door te vragen om de organisatie even kort voor te stellen? Pieter Kerremans: “Ik zal proberen om dat eenvoudig te houden. De SERV is immers niet alleen een Vlaams advies- en overlegorgaan van sociale partners. Het is veel breder dan dat. Onze basisopdracht is decretaal bepaald: wij zijn een secretariaat dat de processen van overleg en advisering door sociale partners ondersteunt. Maar we hebben niet alleen een secretariaatsfunctie. Onze naam zegt het al: hier is natuurlijk ook een raad actief. Die raad is bipartiet samengesteld met tien mensen die de vakorganisaties vertegenwoordigen en tien mensen die de werkgevers vertegenwoordigen. De sociale en de economische aspecten zijn hier verenigd in één orgaan, dat toch enige beleidsimpact heeft. In het buitenland zien we soms ook tripartiet overleg, waarbij dan ook de regering mee aan tafel zit. En soms worden daar zelfs nog de ngo’s bij betrokken, maar hier is het echt bipartiet.”
Vertegenwoordiging In de SERV zijn vandaag zes zetels voorbehouden voor het ACV, drie voor het ABVV en een voor het ACLVB. Aan de werkgeverskant is er een politieke afspraak, waarbij er vijf zetels gaan naar Voka/VEV, twee naar Unizo, twee naar Boerenbond en één naar Verso, de socialprofitwerkgevers. Pieter Kerremans, administrateur-generaal van de SERV.
BRUSSEL. ‘Sterk door overleg’. Dat lees je op de eerste pagina van de SERVwebsite. De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen is het overleg- en adviesorgaan van de Vlaamse sociale partners, waar vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers elkaar op zeer regelmatige basis ontmoeten. Zij proberen er rond actuele thema’s tot een consensus te komen die de regering moet inspireren of adviseren bij haar beleid. De SERV is representatief samengesteld, wat voor een stevige maatschappelijke verankering zorgt. Voor een vollediger beeld van wat de organisatie zoal doet, gingen we te rade bij Pieter Kerremans, administrateur-generaal van de SERV. I-mag december 2009
36
Kerremans: “Dat zijn onze leden en zij overleggen. De resultaten van dat overleg zijn meestal adviezen aan de Vlaamse overheid, aan het parlement of aan de minister. Adviezen kunnen ons gevraagd worden of we kunnen ze op eigen initiatief geven. De Vlaamse regering is bijvoorbeeld verplicht om ons advies te vragen, als er decreten worden opgesteld die sociaaleconomische impact hebben. Ons advies is evenwel niet bindend. Maar als er geen advies wordt gevraagd, kunnen we een aanbeveling doen. Dan hebben we meestal wat meer tijd en kunnen we wat
dieper graven. Dat zijn zowat de twee bronnen om te komen tot een overleg. De SERV is als adviesraad vergelijkbaar met bijvoorbeeld de Mina-raad of de Vlaamse onderwijsraad.”
“De raad is bipartiet samengesteld met tien mensen die de vakorganisaties vertegenwoordigen en tien mensen die de werkgevers vertegenwoordigen. De sociale en de economische aspecten zijn hier verenigd in één orgaan, dat toch enige beleidsimpact heeft.” Bij de SERV werken 84 mensen. Vijftien van hen maken deel uit van de studiedienst. “Als we een advies opstellen, werken we met vaste werkgroepen. De mensen van onze studiedienst die gespecialiseerd zijn in een bepaalde materie - werk, milieu, energie, enz. – overleggen dan met mensen van de studiediensten van al die organisaties. Dat is de eerste stap in het overlegproces. Het secretariaat doet het voorbereidende werk: teksten samenleggen, vorige adviezen erbij halen, een insteek van de organisaties vragen… Zo ontstaat materiaal om over te discussiëren en te overleggen. We gaan zo ver mogelijk naar een consensus. Dat is onze betrachting: alles in de SERV wordt in consensus afgesproken. Soms gaat dat heel vlot, bij principiële kwesties wat moeilijker. Als we op werkgroepniveau niet tot consensus komen, dan verplaatst het overleg zich naar het dagelijks bestuur, nog altijd het kloppende hart van de SERV. Daar zitten enkel de bazen van de verschillende organisaties: zes vaste leden. Mijn adjunct en ikzelf zitten daar bij als waarnemer. Om de twee weken komen wij samen en bespreken we wat er in de werkgroepen is gebeurd. Vaak gaan de punten vlot door, omdat de werkgroep bijvoorbeeld een consensus had bereikt. Is de werkgroep er niet uitgeraakt, dan probeert men hier als-
nog tot overeenstemming te komen. Lukt dat niet, dan hebben we een advies, dat we bezorgen aan wie erom gevraagd heeft, maar we kunnen het ook ruimer verspreiden: via onze nieuwsbrief of via de pers.”
Standpunten Als er binnen de schoot van de SERV geen consensus is, dan is dat formeel juridisch net zo goed een advies. Meestal worden dan de verschillende standpunten in de eindtekst verwerkt. “In de praktijk ligt de breuklijn meestal tussen werkgevers en werknemers. In dat geval geven we de standpunten van vakbonden en werkgevers afzonderlijk mee in het advies. Ook als er geen consensus is, moeten we formeel enkele dingen doen, maar daarna doen we daar heel weinig mee. Adviezen met een minderheidsstandpunt, zoals andere adviesraden die soms geven, geven wij niet. Maar meer dan negentig procent van onze adviezen zijn in consensus. Als we niet tot een consensus komen, dan is dat meestal bij economische dossiers. Daar komen vaak nogal stevige principes naar boven en dan kan het al eens wat problematischer worden.”
“Adviezen met een minderheidsstandpunt, zoals andere adviesraden die soms geven, geven wij niet. Maar meer dan negentig procent van onze adviezen zijn in consensus.” Door het streven naar consensus heeft iedere deelnemer aan het overleg de facto een veto. Dat legt ook wat druk bij de raadsleden om toch zoveel mogelijk naar een consensus toe te werken. “Soms horen we zeggen dat de adviezen van de SERV altijd grijzig zijn. Ik durf dan al eens te denken dat ze onze adviezen niet lezen. Soms moeten we voor een
37
compromis kiezen, maar een consensus en het overlegproces daarbij geeft toch altijd een meerwaarde. In onze adviezen zit ook altijd veel techniciteit, veel beleidsrichting. Voor een overheid is het belangrijk te weten dat alle sociale partners zich ergens kunnen in vinden, als het over werk gaat, over een economisch beleid of een milieubeleid. We proberen altijd meerwaarde te leggen in onze inhoud.” De adviezen van de SERV zouden bijna rechtstreeks tot beleid moeten leiden, maar vaak wordt de raad pas laat in het beleidvormingsproces betrokken. De zin om het wetgevend werk bij een andersluidend advies van voor af aan te beginnen, is meestal niet zo groot.
“We voelen ook aan dat onze beleidsimpact groter is, als we eigen aanbevelingen maken. Dan zit je immers echt bij de basis van dat proces.” “Regelgeving begint meestal bij een regeerakkoord, een kabinet, beleidsbrieven, enz. Vaak zien wij dingen voor het eerst, als er al een ontwerpdecreet is of een eerste principiële goedkeuring. Op dat moment is zoiets inhoudelijk al vrij stevig. Als dan de adviesprocedure begint te lopen, dan voel je wel aan dat je al stevig moet inbeuken, vooraleer men dat opnieuw wil bijsturen, want dan is er al veel werk verzet en veel overleg geweest. Soms maken we wel duidelijk dat iets écht niet goed is, maar dan vergt het moed van de regering om opnieuw te beginnen. Als men dan toch gewoon doorgaat, dan is dat voor ons en onze partners wel wat frustrerend. We voelen ook aan dat onze beleidsimpact groter is, als we eigen aanbevelingen maken. Dan zit je immers echt bij de basis van dat proces. Eigen adviezen komen meestal van de partners. We maken elk jaar ook een jaarprogramma. Na een regeerakkoord en beleidsnota’s liggen de ontwerpdecreten meestal nog niet in de schuiven. Dat zijn voor ons
I-mag december 2009
belangrijke momenten om te bepalen rond welke thema’s we adviezen willen geven. We kunnen dan ook aangeven dat er beter een advies wordt afgewacht voor een bepaalde besluitvorming.”
VESOC Binnen het VESOC – het Vlaams Economisch Sociaal Overlegcomité – vindt het overleg plaats tussen vakbonden, werkgevers en overheid. Het secretariaat van het VESOC is ook in handen van de SERV. “Bij elke legislatuur wordt een protocol gesloten waarbij de Vlaamse regering er zich toe verbindt om voorstellen waarover consensus bestaat binnen het VESOC, uit te voeren. Zo werken we op vraag van de minister-president nu aan een werkgelegenheidsakkoord met bindende afspraken rond de werking van de arbeidsmarkt of een aanzet voor investeringsplannen. Vandaag is de werkloosheid groot, maar over enkele jaren steekt het probleem van de krapte op de arbeidsmarkt en onvoldoende adequaat geschoolde mensen weer de kop op. Hoe je met die twee grote problemen omgaat, ligt allemaal niet zo voor de hand. Dat bereiden we via de SERV voor het VESOC voor.” Naast de overleg- en adviesopdrachten huisvest de SERV ook heel wat stichtingen en commissies: Stichting Innovatie en Arbeid, Vlaamse Havencommissie, commissie Diversiteit, enz.
“Als we rond meer technische aspecten wat dieper moeten graven of als het over beroepscompetentieprofielen gaat, zou ook de Vlaamse Ingenieurskamer daarbij een rol kunnen spelen.” “Het zou ons te ver leiden om ze allemaal voor te stellen, maar de stichting Innovatie en Arbeid, bijvoorbeeld, is een onderzoeksinstelling, die mee wordt aangestuurd door de sociale partners. Bij de SERV werken er 14 mensen voor die stichting. In de jaren ’80 had de technologisering van Vlaanderen een grote impact op werk. Het werk werd anders georgani-
I-mag december 2009
seerd en Gaston Geens zette daarrond een onderzoekscel op: de Stichting Technologie Vlaanderen. Dat is nu de Stichting Innovatie en Arbeid. Die vlag dekt veel beter de lading. Om de drie jaar voeren zij op vraag van de Vlaamse regering bijvoorbeeld een groot stressonderzoek uit bij 20.000 Vlamingen. Tegenwoordig heet dat een werkbaarheidsonderzoek. Ook TOA-onderzoeken (technologie, organisatie en arbeid) behoren tot de taken. Daarbij bekijkt men in hoeverre innovatieve processen bij de ondernemingen echt vaste grond krijgen.”
38
De SERV draagt ook de verantwoordelijkheid voor de opmaak van beroepscompetentieprofielen. Elf mensen werken daar onder andere aan een goede beschrijving van taken en competenties. “Een vraag die altijd heen en weer slingerde tussen onderwijswereld en beroepsleven: afstellen van onderwijs op arbeid, zodat er mensen afstuderen met de competenties die de beroepswereld nodig heeft. Vooral samen met de sectoren schrijven we die beroepscompetentieprofielen uit voor het onderwijs, voor de
VDAB, voor de particuliere sector, voor de sectoren zelf. Dat is ook een manier om de overheid te adviseren. Met de VDAB informatiseren we dat nu allemaal. De resultaten komen op de website bij de VDAB. Dat staat ver van ons overleg, maar de Vlaamse overheid heeft dat ‘en cours de route’ gevraagd. Wij zijn gegroeid, omdat wij de laatste jaren veel gevraagd zijn. De mobiliteitsraad zit hier ook. De welzijnsraad, een adviescommissie die de overheid adviseert over de erkenning van arbeidsbemiddelaars, de Vlaamse Havencommissie, de Vlaamse Luchthavencommissie, diversiteitscommissie, ... Allemaal gegroeid uit dat sociaal overleg tussen vakbonden en werkgevers. Dat vind ik nog altijd onze corebusiness.”
Ingenieurs De meeste organisaties die in de SERV vertegenwoordigd zijn, hebben ook een sterke lobbypoot. Proberen ze hun formeel, wetenschappelijk gebaseerd advies ook via lobbyweg binnen te halen? “Meestal werkt het niet zo. Als men hier tot een consensus komt, zal men dat ook op andere niveaus respecteren. Maar lang niet alles wat beleid is, komt voort uit overleg. Voor besluitvorming die niet via overleg of consensus verloopt, kunnen ze natuurlijk wel lobbyen. Ze gaan de standpunten van hun leden verdedigen daar waar dat nodig is. Dat is ook hun taak.” De VIK stelt al jaren vast dat er veel te weinig ingenieurs instromen. Is de SERV daar ook mee bezig?
uitstroomcijfers dus niet hoger krijgt of dat slaat niet beter aan, dan zit je in het verhaal dat we vanuit Voka of Agoria al heel lang kennen: dan moet je ze elders gaan halen. Of je diensten gaan naar ginder, wat nu volop bezig is. Onze grijze massa blijft een cruciaal elementen om bedrijven hier te houden of hier te krijgen. Het is hier goed, omdat de mensen goed en goed geschoold zijn. Als dat begint te haperen, heb je een heel groot probleem. Dat zit in onze algemene advieslijnen. We stellen dat heel duidelijk, maar we ondernemen daarvoor geen concrete acties. Dat is niet de rol van de SERV.” Suggereren jullie bijvoorbeeld actiepunten aan de minister of aan het beleid? “Specifiek rond ingenieurs niet. Dat verhaal zit altijd vervat in een meer algemene omschrijving. Dat technische beroepen en zeker hooggeschoolde ingenieursberoepen een probleem blijven, dat blijven wij wel ten volle stellen. Suggesties voor oplossingen zijn minder concreet. De vorige minister van onderwijs was ook minister van werk. Hij maakte er wel een punt van dat het onderwijs moest worden afgestemd op de arbeidsmarkt en heeft ons regelmatig advies gevraagd over ‘leren en werken’, onze beroepscompetentieprofielen, statuten van lerenden, enz. Het moet ook nog werken in de praktijk. Er is een belangrijke taak weggelegd voor het secundair onderwijs om mensen op een goed manier klaar te stomen, zodat ze juist die stap kunnen zetten, zeker vanuit het technisch naar industrieel ingenieur.
VIK “Onrechtstreeks wel, als wij over de arbeidsmarkt overleggen. Dan beland je heel snel bij die krapte op de arbeidsmarkt voor knelpuntberoepen. Hooggeschoolden blijven even problematisch als vroeger. Voor die beroepen moeten we er zeker sterk blijven op hameren dat mensen inzake beroepskeuze goed geïnformeerd worden, zodat de uitstroom uit het onderwijs van ingenieurs en vooral technisch geschoolden groter wordt. Dat blijft echt een probleem. Wij stellen dat vast in onze algemene advisering, ook bijvoorbeeld bij de minister van onderwijs. Maar je kunt mensen natuurlijk niet verplichten om ingenieur te worden. Als je die in- en
Zou er een rol kunnen weggelegd zijn voor VIK bij de SERV inzake aanleveren van gegevens om dat beter te onderbouwen? “Ik denk dat we daar de deuren altijd moeten openhouden voor alle organisaties, zeker ook voor de Vlaamse Ingenieurskamer. Voor die specifieke informatie moeten we daar de mosterd halen. Wij weten dat anders niet. Als we rond meer technische aspecten wat dieper moeten graven of als het over beroepscompetentieprofielen gaat, zou ook de Vlaamse Ingenieurskamer daarbij een rol kunnen
39
spelen. Dat is natuurlijk heel wat anders dan deelnemen aan het overleg. Dan heb ik het vooral over kennisoverdracht, technische achtergronden en zo meer. Daar zijn wij droge sponzen. Wij proberen die deskundigheid dan te halen waar ze zit. Maar er is op dit moment geen vorm van samenwerking. Er zijn ooit wel contacten geweest, maar daar zit zeker geen systematiek in. Onderzoeken zouden mee kunnen worden aangestuurd, bijvoorbeeld. De besluitvorming gebeurt door de interprofessionele sociale partners. Die organisaties hebben natuurlijk ook wel die voelsprieten. En het is natuurlijk ook zo dat ingenieurs in alle geledingen van de maatschappij terug te vinden zijn. Ook via organisaties als Unizo, Voka en Agoria kunnen zij hun stempel drukken.” Wat zijn de speerpunten voor de volgende Vlaamse regeerperiode vanuit de SERV? “Door de crisis is er zoveel op ons afgekomen. Enkele speerpunten hebben wij vroeger in het pact 2020 neergeschreven. De volle tekst van dat pact is helemaal hier bij de SERV geschreven. Enkele zeer belangrijke speerpunten zijn de keuze voor innovatie en duurzaamheid. Daarnaast blijft het toch een speerpunt – dat klinkt misschien minder sexy – om ervoor te zorgen dat je maatschappij niet verarmt, dat je toch telkens probeert om al de geledingen van je maatschappij mee te krijgen. Dat je niet een soort getto krijgt van mensen die er niet meer toe komen om te werken of te leren. Dat zal nooit honderd procent slagen, maar ik vind dat een overheid verplicht is om daar blijvend in te investeren.” “De crisis heeft wel wat roet in het eten gegooid. Vandaag moeten we – zeker op economisch vlak – eerst branden blussen. Maar de langetermijnvisie mag je niet zomaar naast je neerleggen, omdat er nu zeer acute problemen zijn. We proberen het kortetermijnbeleid wat te laten samenlopen met het langetermijnbeleid, maar er is ook geen geld. Dat komt er nog eens bij. Iedereen heeft het gevoel dat je nu werklozen moet begeleiden en opleiden om ze gericht te kunnen inzetten, als de economie weer aantrekt. Dat is voor het ogenblik hét speerpunt.” Tekst: Luc VANDER ELST Foto’s: SERV
I-mag december 2009
netwerk
Ingenieursstudies staan garant voor persoonlijk succes Jobkanalen
Grootschalige enquête K VIV en VIK bevestigt hoge tewerkstellingskansen voor ingenieurs WOMMELGEM. Onder de titel ‘Mijn startbaan’ lieten K VIV en VIK samen een enquête uitvoeren bij de zowat 2.100 burgerlijk, industrieel en bio-ingenieurs die in 2009 afstudeerden. Van de 338 ingevulde enquêtes voldeden er 335 aan de kwaliteitscontrole. De resultaten waren hoogst bevredigend: in ruim 80% van de gevallen leiden ingenieursstudies na amper enkele maanden tot een goedbetaalde baan of tot doctoraatsstudies.
De enquête richtte zich tot 464 burgerlijke ingenieurs, 212 bio-ingenieurs en 1.510 industrieel ingenieurs. Acht op de tien pas afgestudeerde ingenieurs kiest in september al voor een loopbaan waar hij of zij ook al bij aanvang van de studies voor had gekozen. De helft van de afgestudeerden vindt nagenoeg direct een job in de industrie of de dienstensector. 30 % studeert voort of doctoreert als ingenieur.
Snelle tewerkstelling Jonge ingenieurs vinden gemiddeld na twee maanden een job. Van de jonge ingenieurs die aan het werk zijn, had de helft al een contract op zak bij de start van de laatste examenperiode in juni. De eerste sollicitaties beginnen een jaar voor men afstudeert. Op het moment van de laatste examens is de helft van de studenten al actief op zoek naar een job.
Bij de middelen die worden ingezet om actief te solliciteren blijkt de deelname aan jobdagen en industriedagen het best te scoren, op de voet gevolgd door spontane sollicitaties. Jobsites, inschrijving bij de VDAB en jobkranten vervolledigen de top vijf van meest gebruikte sollicitatiekanalen.
In de maanden februari, maart, april en mei in de periode voor het eigenlijke afstuderen blijkt al ruim de helft van de studenten te beschikken over een job in loondienst, een getekend contract of een job als zelfstandige. De maand na het eigenlijke afstuderen is de ‘werkloosheid’ onder ingenieursstudenten het hoogst: een kleine 30% noemt zich werkloos in juli, maar twee maanden later is dat nog slechts negen procent. De helft van de studenten heeft een arbeidscontract op zak op het ogenblik dat hij of zij afstudeert.
Bij de voordelen in natura scoren flexibele arbeidstijden, pensioenplannen en privéverzekeringen en hospitalisatie- en ziekteverzekeringen heel erg hoog. Niet alleen vindt bijna iedereen dat belangrijk. Ongeveer driekwart van de starters haalt die voordelen ook binnen. Waarom heeft u voor deze werkgever gekozen? (3 belangrijkste redenen)? (basis: heeft werk/contract (excl. doctorandi), n=169)
46,20%
43,80%
40,20% 34,91% 27,20%
22,49%
17,80% 12,40%
Hans Romaen stelt in naam van de twee ingenieursverenigingen, K VIV en VIK, dat ingenieur nog altijd een knelpuntberoep blijft: “Maar de Belgische ingenieursopleiding staat wel aan de top in Europa. Onze jonge ingenieurs zijn op heel wat terreinen inzetbaar, ze hebben een erg praktische aanpak en kunnen onmiddellijk in een bedrijf meewerken aan oplossingen op het gebied van procesverbetering en productinnovaties.”
I-mag december 2009
Om effectief een job te vinden blijkt een jobbeurs goed te zijn voor een vijfde van het succes, maar 23,7% van de afstuderende ingenieurs wordt gevraagd: de werkgever ging in die gevallen zelf op zoek naar zijn werknemers-ingenieurs. Spontane sollicitaties, persoonlijke relaties en advertenties op jobsites zijn elk goed voor zowat een tiende van de binnengehaalde jobs.
40
10,06%
8,88%
5,92%
Kwaliteit boven geld Wanneer had u uw arbeidscontract op zak?
(basis: heeft werk/contract (excl. doctorandi), n=169)
De jongste generatie ingenieurs streeft vooral een gezond evenwicht tussen privé en professionele activiteiten na. Bij die bewuste keuze primeert de levenskwaliteit zeer duidelijk. Dat vertaalt zich ook in wat doorslaggevend is bij de keuze van een werkgever: goede werkomstandigheden, doorgroei- en opleidingsmogelijkheden. Het salaris komt pas op de vierde plaats. Het imago van de werkgever blijkt het minst doorslaggevend om ergens te gaan werken. Stages zijn goed voor een kleine 10% van de aanwervingen en één op de tien ingenieurs gaat ook gewoon in op het eerste aanbod. “Een jonge ingenieur wil een duurzame relatie met zijn job en een balans met zijn privéleven. Dat komt ook het bedrijfsleven ten goede. Het gezonde evenwicht zorgt immers voor een continu rendement dat op lange termijn hoger is voor de werkgever.” De privésector stelt 56% van de pas afgestudeerde ingenieurs tewerk. De overheidssector is goed voor 37%. Samen halen zij dus 93% van de jonge ingenieurs binnen.
Netwerken De enquête onderzocht ook hoe studenten en bedrijven elkaar vinden. Zowat een vierde van de ingenieurs die nu aan de slag zijn, werd zelf aangezocht door de bedrijfswereld. Een op vijf vond zijn job via jobbeurzen. “Netwerken is dus bijzonder belangrijk voor masterstudenten. Jonge ingenieurs moeten zichtbaar zijn voor de arbeidsmarkt. De Vlaamse ingenieursverenigingen pakken daarom in januari 2010 uit met een nieuw initiatief dat daar volledig op inspeelt: er wordt een website gelanceerd die jonge ingenieurs de mogelijkheid biedt om hun zichtbaarheid te optimaliseren.”
Kenniseconomie 14% van de gepromoveerde ingenieurs kiest voor een doctoraat. Bij de burgerlijk en bio-ingenieurs ligt dat gemiddelde hoger: respectievelijk 22 en 23%. “Erg belangrijk voor de verdere ontwikkeling van onze kenniseconomie, want daar-
Om effectief een job te vinden blijkt een jobbeurs goed te zijn voor een vijfde van het succes, maar 23,7% van de afstuderende ingenieurs wordt gevraagd.
in zijn innovatie en onderzoek zeer belangrijk”, aldus Romaen. “Die trend sluit bovendien ook mooi aan bij het researchbeleid in Vlaanderen, waarin innoveren en toekomstgericht handelen centraal staan. Doctorandi zijn precies die mensen die dat doen en mogelijk maken. De ingenieursverenigingen kunnen in feite alleen maar blij zijn dat mensen zich willen verdiepen in research, maar er moet natuurlijk voldoende industriële bedrijvigheid in onze regio blijven om die innovaties voort in de markt te zetten. De uitdagingen voor de komende jaren zijn enorm, bijvoorbeeld op het vlak van energie en milieu met de omvorming van onze industrie tot greentech.”
Beloning De enquête gaf tot slot nog aan dat de jonge ingenieurs het best betaald worden bij de overheid. Daar beginnen ze gemiddeld met een brutoloon van 2.900 euro per maand. In de privésector begint een burgerlijk ingenieur met 2.750 euro bruto, een bio-ingenieur met 2.415 euro bruto en een industrieel ingenieur met 2.200 euro bruto. Wie doctoreert, houdt daar maandelijks een nettovergoeding van 1.990 euro aan over.
41
Bij de voordelen in natura scoren flexibele arbeidstijden, pensioenplannen en privéverzekeringen en hospitalisatie- en ziekteverzekeringen heel erg hoog. Niet alleen vindt bijna iedereen dat belangrijk. Ongeveer driekwart van de starters haalt die voordelen ook binnen. Opvallend is dat ook bedrijfswagen, tankkaart en gsm nog altijd hoog op het verlanglijstje staan, maar dat die voordelen in slechts vier gevallen op tien ook daadwerkelijk toegekend worden aan wie aan zijn eerste job begint. Als ingenieurs voortstuderen, dan is bij burgerlijk ingenieurs de belangrijkste reden daarvoor dat zij zich willen vervolmaken in management of economie. Industrieel ingenieurs gaan bij voorkeur op zoek naar een bijkomend ingenieursdiploma.
voor volledig rapport zie: www.vik.be/mijnstartbaan
Tekst: Luc VANDER ELST Illustraties: K VIV EN VIK Stefan DEWICKERE & TI
I-mag december 2009
netwerk
Ing. Rik Jaeken MSc voorzitter Raad van Bestuur Algemene vergadering VIK vond plaats op 17 oktober 2009 WOMMELGEM. Op zaterdag 17 oktober 2009 vond de statutaire algemene ledenvergadering van de VIK plaats in het VIK-huis in Wommelgem. In dit korte verslag krijgt u een overzicht van het verloop van de vergadering en de verkiezingen en aanstellingen, evenals de resultaten van de vergadering van de nieuwe Raad van Bestuur, die traditiegetrouw enkele dagen na de algemene vergadering volgt.
Op de jaarlijkse bijeenkomst van de stemgerechtigde leden van de vereniging bracht Ing. Paul Bertels MSc, directeur, het jaarverslag over de werking van de vereniging tijdens het afgelopen werkjaar. Daarna stelde penningmeester Ing. Bart Demol MSc het financieel verslag voor. Na het verslag van de kascommissarissen gaf de vergadering kwijting aan de gedelegeerde, de bestuurders en de commissarissen. Ten slotte werden de nieuwe leden van de Raad van Bestuur verkozen. Ing. Paul Bertels MSc (gedelegeerd bestuurder).
Voor een termijn van 3 jaar werden volgende bestuurders aangesteld: Ing. Dirk Baert MSc, Ing. Ivan Born MSc, Ing. Walter Dams MSc, Ing. Marc Demolder MSc, Ing. Hilaire Derycke MSc, Ing. Karel De Wever MSc, Ing. Serge Schroef MSc, Ing. Joseph Neyens MSc, Ing. Leo Wezenbeek MSc. Als kascommissaris voor het werkjaar 2009-2010 werden Ing. Dirk Baert MSc en Ing. René Peeters MSc verkozen.
Ing. Rik Baron Jaeken MSc (voorzitter Raad van Bestuur).
Traditiegetrouw volgde enkele dagen later, op 29 oktober, de vergadering van de Raad van Bestuur. Eerste punt op de agenda was de aanstelling van een nieuwe voorzitter van de Raad van Bestuur. Ing. Rik Baron Jaeken MSc werd voor een termijn van 2 jaar aangesteld als voorzitter. Ook enkele kernleden van het directiecomité werden aangewezen. Ing. Joseph Neyens MSc werd aangesteld als algemeen voorzitter voor een termijn van 1 jaar en Ing. Bart Demol MSc als algemeen penningmeester voor een termijn van 2 jaar. De vergadering stelde Ing. Paul Bertels MSc aan als gedelegeerd bestuurder. Hij blijft eveneens directeur van de Vlaamse Ingenieurskamer. Vervolgens stelde de nieuwe voorzitter van de Raad van Bestuur zijn beleidsvisie voor. De kernpunten hierin zijn: belangenbehartiging, vorming en netwerking. De VIK moet de organisatie worden van en voor de ingenieurs. Daarbij zijn de maatschappelijke relevantie van de ingenieur en visibiliteit cruciaal. Verder werd er ook beslist dat de VIK het project “Fiere Dijle” zal toevoegen aan haar projecten. Ing. René Peeters MSc wordt aangesteld als voorzitter van de financiële commissie. De vergadering werd afgesloten met een toost op de nieuwe voorzitter van de Raad van Bestuur en de bestuurders. Ing. Peter CLAEYS MSc Secretaris Raad van Bestuur
I-mag december 2009
42
studiegroepen
BEDRIJFSBELEID
aan om zelf de nodige regels en processen te vinden (heuristisch). Je gaat daardoor voortdurend op zoek naar de beste invulling (eclectisch) en je kan het daarenboven ook op jezelf toepassen (recursief).
Grenzeling, het geheim van bedrijfsinnovatie dinsdag 15 december
Net zoals je een karaf telkens van een verschillende inhoud kunt voorzien, afhankelijk van wat je wenst uit te schenken, kun je ook het Karaf-model invullen naar wens, afhankelijk van wat je wil verbeteren. Bovendien kun je het model altijd opnieuw gebruiken met een andere inhoud!
p41 bedenkt technologische verbeteringen P41 is een relatief klein bedrijf met een heel specifieke aanpak om de technologieën en processen in uw bedrijf te optimaliseren. Meer en meer klanten zijn gecharmeerd door de formule “U betaalt een basisbedrag voor de geleverde arbeid en pas als p41 uw doelstellingen haalt, een bonus”. Zo mag p41 onder meer Johnson Controls, Case New Holland of Volvo Trucks tot z’n klanten rekenen. Welke relatie hebben begrippen als ‘grenzeling’ en ‘Bricooplossingen’ met “ innovatie”? Hoe maakt p41 gebruik van een database met 3.000 alternatieve technologieën om de volgende innovatie te bedenken? Op een uiterst eenvoudige wijze en met praktische voorbeelden wordt het geheim van bedrijfsinnovatie ontrafeld.
Peter Blokland
Een mogelijke invulling van het model om ‘Excellence’ te bekomen is bijvoorbeeld het concept ‘total risk management’ (TRM). TRM is tegelijkertijd een filosofie, een strategie en een proces en steunt op inzichten uit ‘operational risk management’, ‘enterprise risk management’ en het ‘accident causation’-model van dr. James Reason.
Total risk management is heel goed vergelijkbaar met ‘Total quality management’. Het is zeer belangrijk dat alle medewerkers de filosofie begrijpen, dat de strategie vanuit de bestuurskamer ontwikkeld en ondersteund wordt en ten slotte dat het proces consequent wordt uitgevoerd.
Ives de Saeger (40) is licentiaat fysica en burgerlijk natuurkundig ingenieur. In 2001 richtte hij p41 op, dat inmiddels tien mensen tewerkstelt. De Saeger is er managing director.
Ives de Saeger
Wanneer je alle voorwaarden correct invult, zal dit systeem je steeds het hoogst mogelijke niveau van veiligheid, kwaliteit, efficiëntie en effectiviteit opleveren en dat zal morgen hoger liggen dan vandaag.
• PRAKTISCH Plaats: VIK-huis, Herentalsebaan 643, Wommelgem. Datum: dinsdag 15 december 2009 om 20 uur. Spreker: ir. Ives De Saeger. Kostprijs: 10 euro voor VIK-leden; 15 euro voor medewerkers van bedrijfsleden; 25 euro voor niet-leden. Broodjes en uitgebreid drankenbuffet inbegrepen. Annuleren van een inschrijving kan tot 48 uur voor de aanvang van de activiteit zonder kosten. Daarna is de volledige deelnameprijs verschuldigd. Inschrijving vereist: VIK-secretariaat. Referte: VOBED11209.
• PRAKTISCH Plaats: VIK-huis, Herentalsebaan 643, Wommelgem. Datum: dinsdag 19 januari 2010 om 20 uur. Spreker: Peter Blokland. Kostprijs: 10 euro voor VIK-leden; 15 euro voor medewerkers van bedrijfsleden; 25 euro voor niet-leden. Broodjes en uitgebreid drankenbuffet inbegrepen. Annuleren van een inschrijving kan tot 48 uur voor de aanvang van de activiteit zonder kosten. Daarna is de volledige deelnameprijs verschuldigd. Inschrijving vereist: VIK-secretariaat. Referte: VOBED10110.
Total riskmanagement als toepassing van het Karaf-model dinsdag 19 januari 2010 Vandaag is ‘excellence’ een belangrijk doel voor veel ondernemingen en organisaties. Maar, hoe bereik je dat doel? De uitmuntendheid van vandaag is immers de middelmatigheid van morgen. Je mikt dus steeds op een evoluerend gegeven en dat is niet altijd gemakkelijk. Daarom is het nuttig om het proces te bekijken dat streeft naar ‘excellence’, hetgeen je in staat stelt om voortdurend op de bewegende schietschijf te mikken, namelijk ‘verbeteren’.
AGENDA BIJEENKOMSTEN Studiegroep Bedrijfsbeleid 15-dec-09 Lezing: Grenzeling, het geheim van bedrijfsinnovatie, VIK-huis, 20 uur 19-jan-10 Lezing: Total riskmanagement als toepassing van het Karaf-model, VIK-huis, 20 uur 16-mrt-10 Lezing: Fiscale bescherming van uw vermogen en financiële planning, VIK-huis, 20 uur 20-apr-10: Lezing: Brown paper session, uw (administratieve) processen aan de muur, VIK-huis, 20 uur
Het ‘Karaf-model’ is een holistisch, heuristisch, eclectisch en recursief model dat het proces ‘verbeteren’ beschrijft. Karaf is een metamodel (overkoepelend), dat alles over ‘verbeteren’ omvat, waardoor je ‘verbeteren’ globaal benadert (holistisch). Het model bevat zelf geen ‘waarheden’ en zet je
I-mag december 2009
44
ACTIVITEITEN
Studiegroep Regeltechniek 5-jan-10 Stuurgroepvergadering, VIK-huis, 20 uur 2-feb-10 Stuurgroepvergadering, VIK-huis, 20 uur 2-mrt-10 Stuurgroepvergadering, VIK-huis, 20 uur 4-mei-10 Stuurgroepvergadering, VIK-huis, 20 uur 1-jun-10 Stuurgroepvergadering, VIK-huis, 20 uur
Studiegroep Piping, pijpleidingen en lastechnieken 5-jan-10 Stuurgroepvergadering, VIK-huis, 19.30 uur 2-feb-10 Stuurgroepvergadering, VIK-huis, 19.30 uur 2-mrt-10 Stuurgroepvergadering, VIK-huis, 19.30 uur 27-apr-10 Bedrijfsbezoek Sonorcontrol nv, Hooglede, 20 uur 4-mei-10 Stuurgroepvergadering, VIK-huis, 19.30 uur 1-jun-10 Stuurgroepvergadering, VIK-huis, 19.30 uur
VIK zoekt ‘Projectmanager van het jaar’
n Projectmanager van het jaar: ‘inschrijven’ of ‘deelnemen’ kan tot 15 december 2009 n Bekendmaking tijdens de VIK-nieuwjaarsreceptie op 22 januari 2010 n Start zesde promotie van de Fellow in projectmanagement op 2 maart 2010 n Voor alle informatie: www.vik.be/pmvanhetjaar
Dien uw dossier voor de ‘Projectmanager van het jaar’ in vóór 15 december 2009!
45
Project Manager van het jaar
I-mag december 2009
VIK V orming VIK V orming
Blijft inzetbaarheid ingenieurs op arbeidsmarkt verzekerd? Inzetbaarheid is belangrijke factor voor werkzekerheid WOMMELGEM. Het zijn moeilijke economische tijden. Wereldwijd verdwijnen bedrijven en worden duizenden mensen werkloos. Behoort de ingenieur ook tot die risicogroep? De Feani en dan voornamelijk het ‘Continuing professional cevelopment committee’, kortweg CPDC, houdt bij zijn driemaandelijkse vergaderingen een stand van zaken
land. In Zweden bijvoorbeeld staat de teller op 1,5%, maar Roemenië tekent voor 8%. Veel ingenieurs nemen hun toevlucht tot het buitenland, als ze daartoe de kans zien. Bovendien zijn er ook grote verschillen volgens de specialiteit en is de werkloosheid het laagst bij de ICT en de elektronica. IJsland, dat met zware financiële problemen kampt, noteert een algemene werkloosheidsgraad van 8% en zelfs 10% voor ingenieurs. Ook Ierland spreekt van gelijkaardige cijfers. Tsjechië heeft de laatste maanden de werkloosheid zien stijgen van 5,5 naar 8,5% en verwacht tegen het jaareinde mogelijk 10%. De productie is er in het algemeen met circa 18% gedaald. Ook Duitsland kent een terugval van 30% in de productie. Ondanks een algemene werkloosheid van 9% is dat aantal bij de ingenieurs beperkt gebleven tot 4%. Noorwegen spreekt dan weer van slechts 1%, waar Spanje 6% begroot, wat nog gering is t.o.v. hun algemene werkloosheid van 18%.
bij en tracht een werkinstrument aan te bieden in de vorm van suggesties om je inzetbaarheid als ingenieur in stand te houden.
Feani staat voor ‘Fédération européenne d'associations nationales d'ingénieurs’. Het is een federatie van nationale ingenieursverenigingen uit 30 Europese landen. Sinds 1993 is er in de schoot van de Feani een werkgroep CPD actief, die zich bezighoudt met de voortdurende professionele ontwikkeling van de ingenieur. Technici in het algemeen en zeker ingenieurs kunnen niet professioneel actief blijven zonder voortdurende bijscholing. CPD is van vitaal belang om je professionele competentie op peil te houden, om innovatief en creatief te zijn en te blijven. Dat wordt alsmaar belangrijker in een industriële wereld die steeds meer wordt gekenmerkt door een stijgende concurrentie, afslanking van bedrijven, wijzigingen in bedrijfsdoelstellingen, een snelle technologische (r)evolutie en een trend naar steeds afnemende permanente tewerkstelling. De jongste economische crisis leert nog maar eens hoe snel het tij kan keren.
Financiële en economische crisis hadden niet zo’n drastische invloed op werkgelegenheid bij ingenieurs.
Inzetbaarheid
CPD
Kan je je als ingenieur wapenen tegen dat soort situaties? Ja en neen. Als je bedrijf de deuren sluit, is daar weinig aan te veranderen. Dan duikt de nieuwe kreet ‘flexicurity’ weer op. Het is een beleidsstrategie die ervan uitgaat dat werkzekerheid zoals vroeger niet meer bestaat. Het is een strategie die streeft naar een flexibele arbeidsmarkt, zonder afbraak van het socialezekerheidssysteem. Een belangrijk begrip in het flexicurityconcept is ‘employability’ of inzetbaarheid. Het gaat niet meer om jobzekerheid, maar om
De laatste vergadering van de CPD-groep vond plaats op 30 september ll. in Den Haag. Een van de agendapunten was de invloed van de huidige recessie op de tewerkstelling van de ingenieur in de verschillende Europese landen. Daaruit bleek gelukkig de algemene tendens dat de financiële en de daarmee gepaard gaande economische crisis tot op heden niet zo’n drastische invloed heeft gehad, hoewel er wel verschillen zijn van land tot
I-mag december 2009
46
VIK V orming VIK V orming
Leren vereist dat er achteraf over de nieuwe kennis wordt nagedacht en dat de kennis wordt verwerkt. Dat kan op verschillende manieren. Sommigen verwerken het liever rustig alleen, anderen houden meer van een groepsdiscussie. Dikwijls is je kennis en ervaring delen met collega’s een belangrijke stap bij dat leerproces. Weer anderen zetten mindmaps op om een beter beeld over het geheel te krijgen. Wenst u over dat alles meer te weten, raadpleeg dan de Feaniwebsite. Zeker een aanrader voor de jongere ingenieurs! Elders in het kadertje vindt u er de link naartoe.
werkzekerheid. Er moeten middelen worden aangereikt die ervoor zorgen dat een persoon inzetbaar is en blijft. Dat hoeft niet direct in dezelfde functie en binnen hetzelfde bedrijf te zijn. Het gaat erom werknemers op de arbeidsmarkt te krijgen én te houden. De moderne sociale zekerheid zal daarom een grote mobiliteit op de arbeidsmarkt moeten combineren met een goed vangnet achter de hand. De arbeidsmarkt is rusteloos en kan vrij onverwachts reageren op nationale of internationale veranderingen. Maak daarom op een gegeven moment zoveel als mogelijk gebruik van de professionele kansen, die je worden geboden.
Tekst: Ing. Karel DE WEVER MSc VIK-vertegenwoordiger in het CPDC
De arbeidsmarkt is rusteloos en kan vrij onverwachts reageren op nationale of internationale veranderingen.
Kansen
CIBIC is officieel Feani-lid
In moeilijke tijden moet je die schare kansen weten te ontdekken, zelfs wanneer ze niet publiek zijn bekendgemaakt. Belangrijk is dat men dan zijn eigen competenties kent. Jouw competentie is immers net datgene wat je huidige of toekomstige werkgever interesseert. Bouw je loopbaan niet uit op een te nauwe technologische basis maar kijk uit wat er in je domein gebeurt. Dat is niet eenvoudig. Het is helemaal niet vanzelfsprekend om vandaag te voorzien wat men over vijf jaar als competentie zal verlangen in jouw specialiteit! Bovendien verwacht men steeds meer dat ingenieurs - naast het noodzakelijke technologische inzicht - ook beschikken over de nodige vaardigheden. Men moet een wereldburger zijn met een multidisciplinaire aanpak. Ouderdom mag daarbij geen hinderpaal zijn. Men is nooit te oud om te leren. Leren houdt niet op bij luisteren of bij een boek lezen.
Voor België is CIBIC sinds 2008 officieel erkend als Feani-lid. CIBIC, het Comité des ingénieurs belges - Belgisch ingenieurscomité, is het overlegorgaan van de huidige Vlaamse en Franstalige ingenieursverenigingen en bestaat uit FABI en K VIV voor de burgerlijk ingenieurs en UFIIB en VIK voor de industrieel ingenieurs. VIK-voorzitter Joseph Neyens is momenteel ook voorzitter van CIBIC. Voor meer informatie over de ‘Employability toolkit’ van de CPD-werkgroep van Feani kun je terecht onderaan de pagina op: www.feani.org/webfeani/servicesengineers.htm KDW
47
I-mag december 2009
VIK V orming VIK V orming
Contractenbeheer vrijdag 15 januari 2010 • PROGRAMMA • Algemene inleiding in het contractenrecht en
U hebt geen juridische opleiding genoten, maar u komt toch regelmatig in contact met overeenkomsten. U voelt zich dan ook niet altijd op uw gemak, als u bij die overeenkomsten betrokken wordt. Wat moet er in overeenkomsten staan? Wat is de bedoeling van bepaalde clausules? Deze opleiding wil u een inzicht geven in het beheer en de redactie van overeenkomsten.
contractenbeheer > algemene beginselen van contractenrecht > hoe komen contracten tot stand, hoe worden ze beëindigd? • De precontractuele fase > overzicht van precontractuele documenten > letter of intent > confidentialiteitsovereenkomsten > precontractuele aansprakelijkheid • De contractuele fase > overzicht van gebruikelijke clausules in contracten > de uitvoering van overeenkomsten: contractuele aansprakelijkheid • Soorten contracten en hun eigenheid > IT-contracten > contracten in verband met intellectuele eigendom > dienstverleningsovereenkomsten > distributierecht en distributiecontracten Bij elk onderdeel wordt gewerkt met voorbeeldclausules en voorbeeldcontracten.
• PRAKTISCH Vrijdag 15 januari 2010 van 14 tot 21 uur, VIK-huis, Wommelgem.
Humanresourcesmanagement vrijdag 15 januari 2010 • • • • • • • • • •
Wat kunnen we op het vlak van humanresourcesmanagement doen om de bedrijfsresultaten van ons bedrijf te verbeteren?
PROGRAMMA
Hoe tot betere prestaties komen? Aanwerven Functioneringsgesprekken Coachen Opleiden Remuneratie Ontslag Belang communicatie en hoe communiceren Organisatie en organisatieverandering: structuur, cultuur en teambuilding • Omgaan met vakbonden • Wat mag je verwachten van een HRM-afdeling?
• PRAKTISCH Vrijdag 22 januari 2010 van 14 tot 21 uur, VIK-huis, Wommelgem.
I-mag december 2009
48
VIK V orming VIK V orming
Bestek bij bouwwerken vanaf donderdag 4 februari 2010 Het bestek omschrijft alle voorwaarden waaraan de overeenkomst, die later zal worden opgesteld, moet voldoen. Het bestek omschrijft dus niet alleen de technische voorwaarden, maar ook de administratieve en de veiligheidsvoorwaarden.
• PROGRAMMA • Definitie van ‘bestek’ • Minimale voorwaarden van de inhoud van een bestek op administratief en technisch gebied
• Minimale voorwaarden van de inhoud van een bestek op gebied van veiligheid en opvolging
• PRAKTISCH Donderdag 4, maandag 8, donderdag 11 februari 2010 telkens van 19 tot 22 uur, VIK-huis, Wommelgem.
Kostenramingen en doorlooptijden van projecten vanaf dinsdag 9 februari 2010 Deze cursus helpt je op weg om een degelijk onderbouwde kostenraming te maken. We beginnen met een uitgebreide toelichting bij het proces van kostenraming. Zodra de theoretische basis is gelegd, komen enkele technieken aan bod om een realistische kostenraming te kunnen opstellen.
• • • • • • • •
PROGRAMMA
• • • •
Definities De basisregels voor doorlooptijden en kostenramingen Topdown & bottom-up estimates Analoge en parametrische benaderingswijze Ratio, threequartersrule, squarerootrule, twothirdsrule Wideband Delphi Procesbenadering om ramingen op te stellen > Risicomanagement > Definitie en terminologie > Risicomanagementproces
•
> Identificatietechnieken (brainstorming, workshop, checklists, SWOT-analysis, potential problem analysis) > Risicobeoordeling > Planning strategieën (avoidance, transfer, mitigation) > Contingency > Rapportering > Kosten en baten van risicomanagement Schedules ontwikkelen Kostprijsberekeningen Monte Carlo-simulatie Financiële technieken > Payback periode > Net present value > Internal rate of return Presentatie van een kostenraming en doorlooptijden
• PRAKTISCH Dinsdag 9 en 23 februari 2010 telkens van 9 tot 17 uur, VIK-huis, Wommelgem.
49
I-mag december 2009
VIK V orming VIK V orming
Cursusagenda voorjaar 2010 CURSUS
STARTDATUM
EINDDATUM
UREN
AANTAL SESSIES*
LEDENLEDENTARIEF TARIEF ONDERW. & OVERH.
Automatisering
01/02/2010
02/02/2010
4
D
670
570
Het bestek bij bouwwerken
04/02/2010
11/02/2010
3
A
390
330
Workshop: Hoe stel ik correct een ICT-lastenboek op? NIEUW
10/02/2010
19/05/2010
8
N+A!
1090
930
Betonbouw 2
24/02/2010
31/03/2010
6
N
710
600
Klimatisatie van gebouwen
26/02/2010
26/03/2010
10
D
1190
1010
Contractenbeheer
15/01/2010
15/01/2010
2
N + A!
340
290
Human resources management
22/01/2010
22/01/2010
2
N + A!
340
290
Moderne smeertechnieken
02/02/2010
09/03/2010
5
A
580
490
Projectplanning en management
04/02/2010
01/04/2010
10
D
1450
1230
04/02/2010
25/02/2010
6
D
910
770
Kostenramingen en doorlooptijden van projecten (project estimates)
09/02/2010
23/02/2010
4
D
650
550
ISO 17020:2004
10/02/2010
10/02/2010
2
D
400
300
VOL-VCA: Veiligheid voor operationeel leidinggevenden
11/02/2010
12/02/2010
4
D!
320
NVT
B-VCA: basisveiligheid
18/02/2010
18/02/2010
2
D!
135
NVT
Integraal waterbeheer
22/02/2010
14/06/2010
15
A
1320
1120
22/02/2010
08/03/2010
3
A
420
360
CLP (classification, labelling and packaging) NIEUW GHS (global harmonised system)
25/02/2010
25/02/2010
2
D
340
290
Optimale machineperformantie met OEE
26/02/2010
26/02/2010
2
D
380
320
Mentale weerbaarheid en assertiviteit
22/01/2010
12/02/2010
6
D
670
570
Effectief leidinggeven - medewerkers coachen - teammanagement
02/02/2010
26/10/2010
17
A
1650
1400
02/02/2010
30/03/2010
8
A
820
700
Succes op beurzen: evolueren van promotie naar verkoop NIEUW
10/02/2010
24/03/2010
4
A
490
420
Heldere taal in technische rapporten
25/02/2010
11/03/2010
4
D
400
340
Snellezen
26/02/2010
05/03/2010
4
N
310
260
TECHNOLOGIE
BEDRIJFSKUNDE
1. Projectplanning en management: basis
1. Water
VAARDIGHEDEN
1. Effectief leidinggeven
tarieven geldig tot 31.07.2010
I-mag december 2009
D = dagcursus van 9 tot 17 uur V = voormiddagcursus van 9 tot 12 uur N = namiddagcursus van 14 tot 17 uur
50
A = avondcursus van 19 tot 22 uur ! = aangepaste uren kijk op website NVT = niet van toepassing
VIK V orming VIK V orming
Fellow in gerechtelijke expertise In elke regio is er vraag naar experts die zowel technisch als juridisch onderlegd zijn. De expert is meestal onbekend en beschikt doorgaans niet over een officiële erkenning. Technische expertise kan nochtans erg nuttig zijn bij onder meer de afhandeling op juridisch vlak, bij arbitrage van betwistingen in de industriële of contractuele sfeer, bij de afhandeling van schadeclaims bij verzekeringen of bij discussies tussen partijen.
Programma: > basisbegrippen: expert, expertise, expertiseverslag, het gerecht, verslagen, … > de praktijk – expertiseafhandeling > ondersteunende opleiding: psychologie, fiscaliteit/verzekeringen > rollenspel en eindwerk
Praktisch De lessen vinden plaats vanaf zaterdag 16 januari 2010 tot juni 2010, telkens van 9 tot 13 uur in het VIK-huis in Wommelgem.
Meer informatie? Kijk op de website
www.vik.be/fge VIK Vorming
[email protected] 03 259 11 06
VIK Vorming - Herentalsebaan 643 - 2160 Wommelgem