Waar zijn wij
Voornaamste plaatsen en routes
Trento
Bellaria Igea Marina
Torino
Helsinki
Oslo
Stoccolma
Dublino
Santarcangelo di Romagna
Torriana
Verucchio Riccione
Talamello Novafeltria Sant’Agata Feltria
Coriano
San Leo Maiolo
Pennabilli
Casteldelci AR
Varsavia Amsterdam Bruxelles Berlino Praga Vienna Parigi Monaco Budapest Milano Bucarest Rimini Madrid Roma Londra
Rimini
Poggio Berni
Repubblica Misano Adriatico di San Marino Montescudo Cattolica Monte Colombo San Clemente fiume Conca San Giovanni Gemmano Morciano in Marignano di Romagna Montefiore Conca Mondaino
Milano
Algeri
Tunisi
Genova
Mosca
Firenze Perugia
Kijev
-
Rimini Ancona
Roma Bari
Napoli
Cagliari
Catanzaro
Ankara Palermo
Atene
Montegridolfo Ferrara
Parma
-
Ravenna
Piacenza
Saludecio
fiume Marecchia
Coriano Klooster en instituut Maestre Pie Gemmano Heiligdom van de Madonna di Carbognano Maiolo Kerk van Santa Maria d’Antico Misano Adriatico Kerk van de Immacolata Concezione Mondaino Clarissenklooster Montefiore Conca Heiligdom Madonna di Bonora Kerk van San Paolo Kerk van het Ospedale della Misericordia Montegridolfo Trebbio, Heiligdom van de Beata Vergine delle Grazie Kerk van San Rocco Montescudo Heiligdom van Valliano Trarivi, ex benedictijnenabdij Novafeltria Oratorium van Santa Marina Pennabilli Kathedraal van San Pio V Heiligdom Santa Maria delle Grazie Ponte Messa, Parochiekerk van San Pietro in Messa Maciano, Kerk van Santa Maria dell’oliva Rimini Malatesta tempel Kerk van San Giuliano Kerk van San Giovanni Battista Kerk van San Fortunato (Santa Maria di Scolca) Heiligdom Madonna delle Grazie Kerk van San Giovanni Evangelista (Sant’Agostino) Kerk van Santa Maria dei Servi Kerk van de Madonna della Colonnella
Venezia
Bologna
Reggio Emilia
- Heiligdom Santa Maria della Misericordia (Santa Chiara) - Tempeltje van Sant’Antonio Saludecio - Kerk van San Girolamo - Heiligdom van de Madonna del Monte - Heiligdom en museum van de Beato Amato San Giovanni in Marignano - Kerk van Santa Lucia - Kerk van San Pietro San Leo - Kathedraal - Parochiekerk van Santa Maria Assunta - Klooster van Sant’Igne San Marino - Basiliek van de Heilige - Borgo Maggiore, Kerk van de Beata Vergine - Valdragone, Heiligdom van Santa Maria Sant’Agata Feltria - Kerk van San Francesco della Rosa - Kerk van de Madonna di Romagnano - Kerk en klooster van San Girolamo Santarcangelo di Romagna - Parochiekerk van San Michele Arcangelo - Kapucijnenklooster - San Vito, Heiligdom van de Madonna di Casale - Collegiale kerk - Klooster en kerk van de heiligen Caterina en Barbara Talamello - Kerk van San Lorenzo - De Cel Torriana - Saiano, Heiligdom van de Beata Vergine del Carmine Verucchio - Collegiale kerk - Villa Verucchio, Klooster van San Francesco - Parochiekerk van San Martino
Modena Bologna Ravenna
Forlì Cesena Rimini San Marino
Afstanden Amsterdam 1.405 km
München 680 km
Bologna 121 km
Berlijn 1.535 km
Parijs 1.226 km
Florence 165 km
Brussel 1.262 km
Praag 1.089 km
Milaan 330 km
Boedapest 1.065 km
Stockholm 2.303 km
Napels 586 km
Kopenhagen 1.770 km
Warschau 1.533 km
Rome 325 km
Frankfurt 1.043 km
Wenen 887 km
Turijn 447 km
Londen 1.684 km
Zürich 645 km
Venetië 270 km
Riviera di Rimini Travel Notes
Provincia di Rimini Assessorato al Turismo
Een tocht langs de spirituele plaatsen in het gebied rond Rimini
Riviera di Rimini Travel Notes serie toeristische publicaties verzorgd door de Provincie Rimini Raad voor Toerisme Directeur: Symon Buda
Teksten Rita Giannini en Pier Giorgio Pasini Redactie Marino Campana Pers- en communicatiebureau Cora Balestrieri Fotomateriaal afkomstig uit het fotoarchief van de Provincie Rimini Met dank aan de fotografen F. Vicini, M. Bottini, I. Rinaldi, L. Liuzzi, R. Giannini, T. Mosconi, PH Paritani, M. Fantini, F. Montalti, F. Nanni, A. Sgarbi, W. Leonardi, O. Taddei
Grafische vormgeving Relè - Tassinari/Vetta (Leonardo Sonnoli) coördinatie Michela Fabbri Foto op de voorpagina Montefiore Conca fresco in de 15de-eeuwse kerk van het Ospedale della Misericordia fotografie van Tonino Mosconi Paginaopmaak Litoincisa87, Rimini (Licia Romani) Vertaling Marjolein van de Peppel Link-Up, Rimini Drukwerk Graph, Pietracuta di San Leo - RN Eerste uitgave 2013
Wij danken Maestro Tonino Guerra van harte dat wij de tekeningen van de halve appel en de gestileerde vis hebben mogen gebruiken, die als inspiratie hebben gediend voor de merken van de Rivièra van Rimini en Malatesta & Montefeltro, die op alle gecoördineerde communicatiemateriaal van het Departement van Toerisme van de Provincie Rimini staan Alle rechten zijn voorbehouden aan de Provincie Rimini, Departement van Toerisme
Een tocht door de spirituele plaatsen is een toeristischculturele publicatie die gratis wordt verspreid. Met de bijdrage van
Een tocht langs de spirituele plaatsen in het gebied rond Rimini 7
Inleiding
9
Hoofdstuk I De bisdommen van het territorium 1. Het bisdom Rimini 2. Het bisdom San Marino - Montefeltro
15
Hoofdstuk II De kathedraal van het bisdom Rimini 1. De Malatesta tempel en zijn ontwikkelde en antieke religie
19
Hoofdstuk III De kathedralen van het bisdom San Marino - Montefeltro 1. San Leo: het oudste bisdom 2. San Marino en Pennabilli
25
Hoofdstuk IV De beschermheiligen 1. De heiligen Marinus en Leone 2. De heilige Gaudentius De heilige Antonius van Padua
33
Hoofdstuk V Franciscaanse plaatsen 1. Santa Maria delle Grazie in Covignano di Rimini 2. De franciscaanse nederzettingen in het Marecchia-dal 3. De franciscaanse nederzettingen in het Conca-dal De heilige Franciscus en zijn reis van San Leo naar Rimini San Francesco della Rosa in Sant’Agata Feltria De kapucijnen en de “moderne” ordes
45
Hoofdstuk VI Benedictijnen en mendicanten 1. De benedictijnen en de bedelordes 2. De augustijnen en hun kerk in Rimini 3. De dominicanen en een bouwwerk uit de late renaissance De schilderkunst van Rimini van de 14de eeuw De Cristo dell’Agina en de gelijknamige kerk
55
Hoofdstuk VII De vrouwenkloosters 1. De clarissen 2. De augustinessen 3. De Maestre Pie, de zusters van de heilige Dorothea en de zusters van de Onbevlekte Ontvangenis 4. De orde van de Maestre Pie dell’Addolorata. Vanuit Rimini naar de rest van de wereld Het klooster van de heiligen Caterina en Barbara in Santarcangelo
65
Hoofdstuk VIII De Maria-aanbidding 1. De Madonna delle Grazie in Covignano di Rimini 2. De Madonna di Bonora in Montefiore Conca 3. Santa Maria delle Grazie in Pennabilli De Madonna delle Grazie in Pennabilli
75
Hoofdstuk IX Mariaheiligdommen 1. De kerk van de Colonnella in Rimini 2. Santa Maria dell’Oliva in Maciano di Pennabilli 3. Het heiligdom van de Beata Vergine delle Grazie in Trebbio di Montegridolfo 4. Andere Mariaheiligdommen en -kerken in het Conca-dal 5. Het heiligdom van de Madonna di Casale in San Vito di Santarcangelo di Romagna 6. De Madonna, beschermvrouwe van Rimini 7. Het heiligdom van de Beata Vergine del Carmine in Saiano di Torriana 8. De cel van Talamello 9. De kerk en het klooster van Santa Maria in Valdragone di San Marino 10. De kerk van de Madonna di Romagnano Andere miraculeuze Madonna-afbeeldingen
91
Hoofdstuk X Kunst en geloof 1. Musea en collecties 2. Museum van Sacrale Kunst in San Leo 3. Bisschoppelijk museum A. Bergamaschi in Pennabilli 4. Verspreid museum ‘A rivedere le stelle’ in Sant’Agata Feltria 5. Museum-pinacotheek van San Francesco in San Marino 6. Museum van Saludecio en van de zalige Amato Ronconi 7. Volkenkundig museum van Valliano in Montescudo 4 8. Stadsmuseum van Rimini
103
Hoofdstuk XI Vanaf het jaar duizend tot de twintigste eeuw 1. Parochiekerken en romaanse kunst 2. Reis door de sacrale kunst tussen de 13de en 18de eeuw 3. Een heiligdom in San Marino met kenmerken van de contemporaine architectuur en het Tweede Vaticaans Concilie
113
Hoofdstuk XII De heiligen van het gebied 1. In Rimini 2. In het bisdom Montefeltro 3. Matteo da Bascio, stichter van de kapucijnenorde Padre Orazio Olivieri uit Penna “Lama Testa Bianca” Beato Amato, van Saludecio tot Santiago in de sporen van Sint-Franciscus
121
Hoofdstuk XIII De moderne heiligen 1. De moderne zaligen 2. Padre Agostino da Montefeltro, beroemd wetenschapper en predikant uit de 19de eeuw 3. Pasquale Tosi uit San Vito, missionaris en ontdekkingsreiziger 4. De zalige Pio, passionist op veertienjarige leeftijd
127
Hoofdstuk XIV Feesten en evenementen 1. Feesten ter ere van de schutspatroon en religieuze vieringen 2. Evenementen Agenda van de feesten
153
Hoofdstuk XV Routes Maria-route Franciscaanse route
157
Hoofdstuk XVI Bisdommen, kathedralen en cultusplaatsen
162
Beknopte bibliografie Bezoek voor vertrek onze website 5 www.riviera.rimini.it
INLEIDING
Tot voor kort dachten de meeste mensen wanneer men over Rimini sprak voornamelijk aan strandtoerisme: zee, zand, zon en uitgaan. Inmiddels weten velen dat er al op enkele kilometer van het strand een gebied ligt dat rijk is aan historische nederzettingen en dus aan geschiedenis, cultuur, natuur en spirituele oorden. U leest het goed, spirituele plaatsen. Hier heeft het wijdverbreide en diepgewortelde geloof een dicht netwerk van allerlei soorten getuigenissen achtergelaten en is de natuur in haar meest authentieke vorm een bron van betovering, verbazing en een object van contemplatie en gebed. Onze reis toont de bezoekers de meest bekende heilige en aanbeden plaatsen in het gebied rond Rimini en Montefeltro: kathedralen en kloosters, heiligdommen en oratoria, plattelandskerkjes en kleine bidcellen, plaatsen waar het godvruchtige volk zich verenigde en feestvierde, en zo samen genoot van voedsel en drank, dans en spel. Deze oorden getuigen van een hechte band met moeder natuur, met haar schepper en met alle heilige personen die deze cultuur hebben verbreid.
7
HOOFDSTUK I DE BISDOMMEN VAN HET TERRITORIUM
Het territorium van de provincie Rimini strekt zich uit in de dalen van de rivieren Marecchia en Conca en omvat het bisdom Rimini en een gedeelte van het bisdom Montefeltro; dit kreeg in 1977 officieel de naam San Marino-Montefeltro, omdat het behalve het hoge Marecchia-dal en een deel van de Conca- en Foglia-dalen, het hele gebied van de Republiek San Marino beslaat. Deze Republiek heeft nooit een vaste bisschoppelijke zetel willen hebben uit angst voor tussenkomst van de staat. Beide bisdommen zijn zeer oud: de eerste bisschop van Rimini waar men documentatie over vindt is Stemnio (in 313); die van het bisdom San Marino-Montefeltro is Agatone (in 826). De eerste evangelisatie van het gebied wordt toegeschreven aan de heiligen Marinus en Leo in de 4de eeuw, maar heeft mogelijk op een eerder tijdstip plaatsgevonden, althans in het gebied aan zee dat via de haven van Rimini invloeden uit het oosten onderging. In Rimini vond in 359 een concilie plaats (het Concilie van Rimini), bijeengeroepen door keizer Constantijn II om de goddelijke natuur van Jezus vast te stellen, een kwestie waarover het ariaanse oosten en katholieke westen het oneens waren wat tot grote spanningen binnen Kerk en keizerrijk leidde. Dit concilie is nooit door de Kerk erkend, maar speelde zich zowel in Rimini als Seleucia af. Zo kwamen maandenlang meer dan 400 bisschoppen met hun gevolg naar Rimini, wat aantoont dat de stad niet alleen over godsdienstige structuren en verblijfruimte beschikte, maar ook grotendeels christelijk was. 1. Het bisdom Rimini In 1604, tijdens een ingewikkelde reorganisatie van de zetels van de metropolieten en de suffragane bisdommen van de streek, werd het bisdom onder de zetel van Ravenna geplaatst, waar het nog steeds onder valt. In 1777 scheidde paus Pius VI (uit Cesena) negen parochies af om deze aan zijn bisdom van oorsprong toe te voegen. In 1977 heeft Paus Paulus VI vier parochies (Serravalle, Dogana, Faetano, Falciano) onder het bisdom San Marino-Montefeltro verenigd en een gebied van de gemeente Sogliano al Rubicone aan het bisdom Rimini toegewezen. In 1809 ging de status van kathedraal van de Santa Colomba over op de kerk van San Francesco, bekend als de Tempio Malatestiano (Malatesta tempel). Uit dit bisdom komen paus Ganganelli (Clemens XIV, 17699
boven Montefiore Conca, heiligdom van Bonora
onder Montescudo, heiligdom van Valliano
1774), geboren in Santarcangelo di Romagna op 31 oktober 1705 en kardinaal Giuseppe Garampi (1725-1792), bekend om zijn moderne indeling van het Vaticaans Geheim Archief. Het bisdom ligt in twee regio’s: Emilia Romagna en Marche, en drie provincies: Rimini, Forlì-Cesena en Pesaro-Urbino. Het beslaat 28 gemeentes, waarvan 20 in de provincie Rimini, 5 in Forlì-Cesena en 3 in Pesaro-Urbino Hier bevinden zich 115 parochies, 99 in de provincie Rimini, 13 in Forlì-Cesena en 3 in Pesaro-Urbino. In het bisdom Rimini is het seminarie naar don Oreste Benzi genoemd. Geboren op 7 september 1925 in San Clemente, zevende van 9 kinderen, trad hij op zijn twaalfde tot het seminarie toe. Hij werd op 29 juni 1949 tot priester gewijd. Van 1954 tot 1969 was don Oreste geestelijk leider voor de jongeren van het kleinseminarie van Rimini en adjunct-assistent van de plaatselijke Katholieke Jeugd. In 1968 heeft hij met een groep jongeren en enkele priesters de Associazione Papa Giovanni XXIII opgericht, een kerkelijke beweging die zowel in Italië als in andere landen actief is. Don Oreste is op 2 november 2007 overleden. 2. Het bisdom San Marino - Montefeltro Volgens historici bestaat het bisdom sinds de 7de eeuw ook al dateren de eerste berichten uit de 9de eeuw, waar in documenten de titel “Montefeltro” verschijnt met expliciete verwijzing naar het bisdom en duidelijk wordt dat een bisschop genaamd “Agato” aan het Romeins Concilie van 826 deelnam. De eerste zetel was de beroemde en indrukwekkende burcht van San Leo, de “Mons Feretrius”, waarvan de naam Montefeltro komt. Paus Gregorius V onderworp op 7 juli 977 het episcopaat van Montefeltro aan de Kerk van Ravenna. In 1050 ontnam Paus Leo IX om politieke redenen de bisschoppelijke jurisdictie van Montefeltro aan de aartsbisschop van Ravenna maar na een aantal politieke voorvallen werd het bisdom opnieuw onder Ravenna gebracht en vervolgens onder de zetel van Rome. In 1563 wees paus Pius IV, met de goedkeuring van bisschop Massari van Montefeltro het bisdom aan de metropoliete zetel Urbino toe, die net een maand bestond. Vanaf de tweede helft van de 13de 11
boven San Marino, basiliek van de Heilige
onder Pennabilli, kathedraal
eeuw moesten de bisschoppen van Montefeltro om politieke redenen San Leo verlaten en vestigden zij zich in verschillende plaatsen in de streek: San Marino, Talamello, Macerata Feltria, Valle Sant’Anastasio, Montetassi, Pennabilli. In 1569 was bisschop Giovanni Francesco Sormani, onder druk gezet door hertog Guidobaldo van Urbino, gedwongen de bisschoppelijke zetel, het kapittel van de kanunniken en het seminarie van San Leo naar Pennabilli te verplaatsen. Deze verplaatsing werd in 1572 bekrachtigd in de pauselijke bul van Gregorius XIII. In 1977 veranderde Paulus VI met een decreet de territoriale samenstelling van het bisdom en gaf het de huidige naam “San Marino-Montefeltro”, waarbij het aan de jurisdictie van Urbino werd onttrokken en weer onder die van Ravenna werd gebracht. Het heet San Marino-Montefeltro omdat het territoria van twee staten beslaat: de Republiek San Marino en Italië. Het omvat 13 gemeentes in de provincie Pesaro-Urbino, 7 in de provincie Rimini en 9 kastelen in de Republiek San Marino. Verder zijn er 81 parochies, waarvan 31 in de regio Emilia Romagna, 38 in de regio Marche en 12 in de Republiek San Marino.
12
13
HOOFDSTUK II DE KATHEDRAAL VAN HET BISDOM RIMINI
14
De eerste kerk die men in Rimini bezoekt is ongetwijfeld de moeder van alle kerken van het bisdom Rimini, en huisvest de kathedraal. We hebben het over de Tempio Malatestiano, de Malatesta tempel. Het belang van dit bouwwerk, een mijlpaal in de architectuur van de vroege renaissance, is alom bekend. Sigismondo Pandolfo Malatesta, heer van Rimini, liet tussen 1446 en 1460 een oude franciscaanse kerk gewijd aan de heilige Franciscus (maar van oorsprong benedictijns en aan de Maagd gewijd) uitbreiden en “moderniseren” door Leon Battista Alberti en veranderde hem zo in “zijn” kerk waar hij zijn voorvaderen, hovelingen, gezagvoerders en zichzelf en zijn familie kon laten begraven. Het moest een soort groot dynastiek mausoleum en tegelijkertijd “prinsenkerk” worden en er werden kosten noch moeiten gespaard om de gebouwen uit de oudheid in schoonheid te overtreffen; verder moest de kerk, volgens de intellectuelen aan het hof (in het bijzonder Leon Battista Alberti), een diep godsdienstig concept uitdrukken, en alleen aan God - of liever - aan de “Diviniteit” zijn gewijd. Daarom verdwenen alle traditionele afbeeldingen van heilige maagden en bij het volk geliefde heiligen en werden zij vervangen door kapellen gewijd aan de engelen van de dierenriem en door andere afbeeldingen die de schoonheid van het firmament en de vrije kunsten benadrukken, waarin de profetieën van de antieke Sibillen en de profeten worden opgeroepen, en de theologische en kardinale deugden en de grote kerkgeleerden (en dus de heilige “intellectuelen”) worden verheerlijkt. 1. De Malatesta tempel en zijn ontwikkelde en antieke religie Alles wijst hier op een ontwikkelde, pure en antieke gelovigheid, extra fascinerend vanwege de ontwikkeling die de architectonische vormen en beelden sinds de oudheid hebben doorgemaakt; maar de tempel is ongetwijfeld elitair en beïnvloed door zijn trotse opdrachtgever, die overal zijn naam en wapenschilden ten toon spreidt. De tempel, een meesterwerk van het humanisme, bewaarplaats van kunststukken van Agostino di Duccio, Piero della Francesca en Matteo de’ Pasti is eerder het resultaat van de ambitie en trots van Sigismondo dan van oprechte devotie. Dit verschafte Paus Pius II dan ook een motief om Sigismondo onterecht als heiden te bestempelen, wat samen met andere beschuldigingen leidde tot de excommunicatie en ondergang van de heer van Rimini, de onderbreking van de werken aan de Tempel en het uiteenvallen 15
Rimini, Tempio Malatestiano
van het gezelschap van hovelingen, humanisten en kunstenaars waar het hof van de Malatesta’s zo beroemd om was. Het bouwwerk is duidelijk onvoltooid en op het eerste gezicht lijkt het interieur een grote lege ruimte; het vergt enige tijd en nauwkeurige studie van de beeldhouwkunst om er de schoonheid en spirituele betekenis van te ontdekken; deze wordt soms onjuist afgespiegeld als ketters of heidens of zelfs “erotisch” (vanwege een vermeende toewijding aan Isotta degli Atti, minnares en later derde vrouw van Sigismondo) door de - vaak slechte - literatuur uit de romantische tijd wat daarna werd overgenomen in volkse publicaties. In de Malatesta tempel verdienen twee belangrijke werken van voor de verbouwing van Sigismondo bijzondere aandacht: in de abside hangt een kruisbeeld van Giotto uit eind 13de eeuw, die van een grote concreetheid en grote humaniteit getuigt; en in de eerste kapel links ziet men een albasten beeldje van de Piëta, een Duits kunstwerk uit begin veertiende eeuw, met de titel “Madonna dell’Acqua”: tot haar richten de bewoners van Rimini en van het omliggende platteland bijzondere gebeden in momenten van waternood of watersnood. De Tempel die in 2002 de titel basiliek verkreeg, is sinds 1809 de kathedraal van het bisdom Rimini. Vanaf dat moment is hij aan de heilige Colomba gewijd, net als de vroegere zeer oude kathedraal, die meerdere keren is geherstructureerd en, na door Napoleon als kazerne te zijn gebruikt, begin negentiende eeuw is afgebroken.
17
HOOFDSTUK III DE KATHEDRALEN VAN HET BISDOM SAN MARINOMONTEFELTRO
18
De situatie van het bisdom San Marino-Montefeltro is ingewikkeld. Allereerst heeft het bisdom drie kathedralen. De antieke kathedrale kerk is die van San Leo, waaraan in 1577 (zonder hierdoor te worden vervangen) een nieuwe kathedraal in Pennabilli werd toegevoegd. Verder is ook de basiliek van San Marino een “co-kathedraal”. De huidige zetel van de bisschop bevindt zich in Pennabilli. De reden voor deze situatie ligt in de geschiedenis van het gebied, dat was verdeeld in kleine “signorie”, heerschappijen, die in onderlinge strijd waren. Deze rivaliteit heeft tot niet lang geleden effect op de parochies gehad. De bisschop van Montefeltro had eeuwenlang geen vaste zetel en verplaatste zich tussen San Leo, Valle Sant’Anastasio (nu in de Republiek San Marino), Talamello, Macerata Feltria en Pennabilli. Rond 1570 werd hij definitief uit zijn historische zetel San Leo verdreven door graaf Guidobaldo della Rovere, die de aanwezigheid van de bisschop, de curie, de kathedraal en het seminarie in San Leo als obstakels voor de verdediging van de staat van Urbino beschouwde. 1. San Leo: het oudste bisdom Toch zijn de oudste bisschopszetel en kathedraal die van San Leo. Hier rijst de Kathedraal, gewijd aan San Leone, indrukwekkend en magnifiek met ernaast een grote klokkentoren en een oude en mooie “pieve”, parochiekerk, gewijd aan Santa Maria Assunta. Dit prachtige en interessante architectonische complex voert ons terug naar het hart van de pittoreske middeleeuwen. De parochiekerk dateert uit de 11de eeuw, de kathedraal uit de 12de-13de. De imposante en harmonieuze stenen bouwwerken zijn van een romaanse soberheid, en bevatten oudere - Romeinse en romaanse - architectonische elementen. De interieurs zijn bijzonder suggestief: in het schemerdonker nodigen ze uit tot gebed en meditatie. De mystieke sfeer van de middeleeuwen is vooral te bespeuren in de kathedraal met zijn stenen gewelf ondersteund door grote pilaren en zuilen, waarvan enkele nog een romaanse basis en kapiteel hebben, met een presbyterium dat op een romaanse crypte ligt. Dit grote bouwwerk, waarschijnlijk in 1173 ingewijd maar zeker later voltooid, heeft drie schepen en is van zandsteen. Ondanks de restauraties heeft het zijn originele en plechtige karakter weten te behouden. In de crypte wordt het stenen zadeldakvormige deksel van de sarcofaag bewaard met het stoffelijk overschot van de heilige Leo. Deze heilige, vriend en collega van de heilige Marinus, werd volgens de traditie aan het einde 3de of begin 19
boven San Leo, kathedraal
onder Pennabilli, kathedraal
4de eeuw door Gaudentius in Rimini tot priester gewijd. Zijn lichaam zou volgens een legende die echter niet historisch is bevestigd, door keizer Hendrik II in 1014 zijn verwijderd en zou zich nu in Voghenza in de provincie Ferrara bevinden. Meer dan zeshonderd jaar lag het in de stenen sarcofaag van San Leo totdat de Germaanse keizer, ook wel “de Heilige” genoemd, met toestemming van Paus Benedictus VII in ruil voor de overwinning van de keizer op de Grieken en Saracenen bij Rome, het stoffelijk overschot van de heilige meenam naar zijn stad, Spira, in Duitsland. Maar tijdens de reis begonnen de paarden in de buurt van Ferrara te steigeren en wilden niet verder, waardoor de keizer gedwongen was het beroemde lichaam op die plaats achter te laten, die de naam “San Leo di Voghenza” kreeg. Bij zijn vertrek sprak hij de woorden: “Op mijn reis wilde ik je met eer behandelen: moge de plaats die jij hebt gekozen je behouden”. Het is waarschijnlijker dat de sarcofaag met zijn relikwieën, die nog steeds in de kerk van San Leo in Voghenza wordt bewaard, hier is achtergebleven tijdens één van de reizen die men in de vroege middeleeuwen ondernam door met heilige relieken langs dorpen en steden te gaan die door natuurlijke rampen en de pest waren geteisterd. In elk geval werd in 1953 een reliek van de heilige naar San Leo teruggebracht dat nu in een zilveren urn wordt bewaard, samen met het deksel van de sarcofaag die Hendrik II in de dom achterliet. De kathedraal is perfect “georiënteerd”: zoals bij alle oude christelijke bouwwerken liggen de absides naar het oosten terwijl de ingang aan de zuidkant ligt. De bezoeker die vanaf het plein aankomt ziet allereerst de drie ronde, met boogjes bekroonde absides en de massieve muren met hun lisenen. Tegenover de ingang bevonden zich ooit bouwwerken van de bisschoppelijke zetel met ernaast de klokkentoren, die nu geïsoleerd staat. De 32 meter hoge toren is vierhoekig aan de buitenkant terwijl hij van binnen rond is. Ook de toren stamt uit de 12de eeuw. Tijdens de restauraties van 1973 zijn grote delen van een ciborium en een marmeren plaat uit het einde van de achtste eeuw teruggevonden die duidelijk uit een vroeger heilig bouwwerk afkomstig zijn: deze interessante sculpturen zijn nu in het plaatselijke museum van heilige kunst tentoongesteld. 2. San Marino en Pennabilli De andere twee “co-kathedralen” zijn duidelijk heel anders van vorm en stammen uit andere tijden. 21
San Marino, basiliek van de Heilige
De dom van Pennabilli, voorheen de kerk van San Bartolomeo en nu kathedraal gewijd aan de heilige Pius V, werd op verzoek van bisschop Sormani in de zestiende eeuw gebouwd. Het bouwwerk werd na zeven jaar in 1584 voltooid en in 1588 ingewijd. Hierop volgde de verplaatsing van de bisschoppelijke zetel van San Leo naar Pennabilli. De voorgevel die aan piazza Vittorio Emanuele ligt, is later gebouwd en werd in 1914 vervaardigd van baksteen uit Imola. Onlangs is het bouwwerk versterkt en gerestaureerd waardoor het zijn glorie van ooit heeft teruggekregen. Binnenin bevinden zich een aantal kunstwerken, waarvan enkele van onzekere oorsprong. De zeer oude kathedraal van San Marino, door de plaatselijke bevolking “Pieve” genoemd, is in 1838 herbouwd en door de Bolognese architect Antonio Serra voorzien van elegante neoklassieke vormen, die contrasteren met de middeleeuwse sfeer van de stad. De basiliek is de belangrijkste kerk van de stad San Marino en ligt aan piazzale Domus Plebis. Zij is gewijd aan de patroon van de stad en Staat. Een “weetje” hij: de basiliek is afgebeeld op de tien eurocent munt van San Marino. Op deze plaats rees al in de vierde eeuw een parochiekerk gewijd aan de diaken, de heilige Marinus, wat blijkt uit documenten uit 530, uit 885 en uit het belangrijkste document van 1113, een akte van schenking. Maar toen de kerk zich begin 19de eeuw in ernstige staat van verval bevond, werd besloten een nieuwe kerk te bouwen. De bouw begon in 1826 en werd in 1838 voltooid en op 5 februari 1838 werd de kerk ingewijd. Op 21 juli 1926 kreeg hij van paus Pius XI de eretitel basilica minor. De binnenkant bestaat uit drie schepen met zestien Korinthische zuilen die een groot halfrond pad vormen rondom de abside. Het hoogaltaar is versierd met het standbeeld van de heilige Marinus, een werk van Tadolini, leerling van Canova. Onder het altaar wordt een deel van de relieken van de heilige bewaard die op 3 maart 1586 zijn teruggevonden, terwijl andere relieken op 28 januari 1595 aan het eiland Arbe in Kroatië, zijn geboorteplaats, werden geschonken. De schedel van de heilige Marinus wordt bewaard in de Sacra Teca, een reliekbuste in zilver en goud uit 1602 die zich onder het hoogaltaar bevindt. De theca wordt tijdens belangrijke ceremonies en processies aan het publiek getoond. Tussen de basiliek en het aangrenzende kerkje San Pietro, waarschijnlijk het eerste door Marinus gebouwde oratorium ter ere van Sint-Pieter, ligt de klokkentoren. Dit massieve bouwwerk stamt uit de romaanse periode en is in de 16de eeuw gerenoveerd. 22
23
HOOFDSTUK IV DE BESCHERM– HEILIGEN
24
Het is niet duidelijk wie de eerste evangelisten in het gebied waren. Volgens een antieke hagiografische traditie zou dit de heilige Gaudentius van Efeso zijn, eerste bisschop van Rimini en verbonden aan het Concilie van Rimini van 359. Verder zijn volgens de legende de heiligen Marinus en Leone de eerste echte evangelisten van Rimini en Montefeltro. De heilige Gaudentius zou in Rimini zijn gearriveerd nadat Marino en Leone met hun preken al veel heidenen hadden bekeerd. Marinus en Leone zouden bisschop Gaudentius hebben bijgestaan in zijn evangelisatie, waarna de eerste tot diaken werd gewijd en de tweede tot priester, voordat ze heremieten en verkondigers van het Nieuwe Woord in het binnenland werden. Hier stichtten ze de gemeenschappen die hun namen dragen, San Marino en San Leo, die respectievelijk op de Monte Titano en de Monte Feltrio liggen. 1. De heiligen Marinus en Leone Leone en Marinus waren afkomstig uit Dalmatië en in de tweede helft van de derde eeuw in Rimini gearriveerd. Van de diaken Marinus is bekend dat hij in Loparo op het eiland Arbe is geboren, in het huidige Kroatië. Hij overleed in San Marino in 366. Volgens de traditie richtte hij in 301 de oudste republiek ter wereld op, die daarom zijn naam draagt: de Republiek San Marino. De legende gaat dat Marinus, steenhouwer, in 257 samen met Leone naar Italië kwam voor de heropbouw van de muren van Rimini en om de vervolging van de christenen, ingesteld door keizer Diocletianus, te ontvluchten. Toen de steenhouwers in Rimini aankwamen werden ze voor drie jaar naar de Monte Titano gestuurd om de rots te ontginnen en te bewerken. Hierna gingen Marinus en Leo, of Leone, uit elkaar. De eerste ging terug naar Rimini, de ander trok zich terug op de Monte Feltrio waar hij op simpele en duidelijke wijze predikte en een kleine christengemeenschap stichtte, die uitgroeide tot bisdom. Er werd zelfs een kerk gebouwd en zo ontstond een nederzetting die de naam San Leo kreeg. Leone wordt als eerste bisschop van Montefeltro beschouwd ook al werd het bisdom pas in 826 erkend (het omvatte het dal van de Marecchia, de Foglia en de Savio). De heilige stierf aan de pest in 360, een paar jaar voor de dood van Marinus, en momenteel wordt het deksel van zijn sarcofaag in de kathedraal van San Leo bewaard. Marinus bleef meer dan twaalf jaar in Rimini. Naast zijn normale werk verkondigde hij het woord van God en wist veel bewoners van Rimini te bekeren. In die tijd kwam een vrouw uit Dalmatië naar Rimini die beweerde zijn wettige echtgenote te zijn, en na een mislukte poging hem te verleiden, wendde zij zich tot de Romeinse autoriteiten. Marinus besloot te vluchten, doorkruiste 25
Rimini, kerk van San Giuliano, de marteling van de Heilige, van Paolo Veronese
de vallei van de Marecchia naar het noorden en via een zijriviertje, de Rio San Marino, bereikte hij zijn eerste toevluchtsoord, de grot van de Baldasserona. Na een jaar werd hij hier door enkele veehouders ontdekt die het nieuws van zijn terugvinding verspreidden. De vrouw begaf zich wederom naar de heilige en sloot zich zes dagen zonder voedsel in zijn toevluchtsoord op. Op de zesde dag zag de vrouw van haar plannen af, keerde terug naar Rimini en biechtte op tegen een heilige te hebben gehandeld, en dus, tegen de Heer. Hierop verliet Marinus zijn schuilplaats, trok de Monte Titano op en bouwde daar een kleine cel en een kerk die hij aan Sint-Pieter wijdde. Een man, Verissimo genaamd en zoon van de bezitster van het land waarop de berg rees, protesteerde echter tegen de aanwezigheid van de heilige. Marinus bad God om de man in bedwang te houden, die direct daarop verlamd neerviel. Zijn moeder vroeg de heilige om vergiffenis in ruil voor haar bekering en doop en voor een stuk terrein waar Marinus begraven wilde worden. Verissimo genas volledig waarna veel van zijn familieleden zich bekeerden. De bisschop van Rimini, Gaudentius, riep Leo en Marinus bij zich om hen te bedanken en wijdde de eerste tot priester en de tweede tot diaken. Volgens de legende trof Marinus bij zijn terugkeer uit Rimini een beer aan die zijn werkezel had verslonden. Hij beval het dier om voor de rest van zijn leven de plaats van de ezel in te nemen in de zware werkzaamheden. Terwijl zich in Rimini een nieuwe vervolging afspeelde, stierf Marinus volgens de legende op de Monte Titano, op 3 september 301 n.Chr.. Alvorens het aardse leven te verlaten, nog steeds volgens de overlevering, verzamelde Marinus de bewoners van de nederzetting op de Titano om zich heen en sprak als volgt: “Ik laat jullie vrij van beide mannen”. Marinus bedoelde hiermee de keizer en de paus, de één soeverein van het keizerrijk, de andere van de pauselijke staat. Deze woorden worden van oudsher als de basis van de onafhankelijkheid van de Republiek San Marino beschouwd. De legende van de heilige Marinus is een mengsel van historische feiten en fantastische verhalen. Hij wordt beschreven in de Vita Sancti Marini, een hagiografische tekst uit het einde van het jaar 900. Maar er bestaan ook andere versies van het leven van de heilige. Zo wordt beweerd dat de beroemde zin Relinquo vos liberos ab utroque homine een uiting is van een middeleeuwse opvatting van macht en niet uit de 3de-4de eeuw stamt, tijd waarin de heilige leefde. De zin zou afkomstig zijn uit een tijd waarin de belangrijkste vrijheden van San Marino 27
boven Rimini, kerk van San Giuliano
onder Rimini, kerk van San Giovanni Battista
werden bedreigd en zou dus zijn uitgesproken door een jurist of patriot die een wettelijke basis wilde geven aan de mythe van de eeuwige vrijheid. In ieder geval is de legende door de jaren heen fundamenteel geworden voor de geschiedenis en onafhankelijkheid van deze kleine republiek. 2. De heilige Gaudentius Sint-Gaudentius, eerste bisschop van Rimini, is de belangrijkste beschermheer van het bisdom van Rimini, de heilige Leo van het bisdom Montefeltro en de heilige Marinus van de republiek waarvan hij de stichter zou zijn. In Rimini werd de heilige Gaudentius vanaf de vroege middeleeuwen bijgestaan door andere schutspatronen: de heiligen Colomba, Innocenza en Juliaan, alle drie martelaars. De namen van deze heiligen zijn opgenomen in het boek van de antieke statuten van de stad die de feesten en vieringen vastlegden; beroemde kerken zijn aan hen gewijd (in Santa Colomba zelfs een kathedraal) die in de 19de eeuw zijn verwoest, op de kerk van de heilige Juliaan na. Dit is een oude benedictijnse abdij, herbouwd in de 16de eeuw, die zijn romp heeft behouden en waar men in de apsis het laatste meesterwerk van Paolo Veronese (1588) ziet, met de marteling van de heilige. Verder vindt men in een zijkapel een mooi paneel uit 1405 (Bittino da Faenza) waarop “figuurlijk” de suggestieve legende van de heilige Juliaan wordt weergegeven. In Rimini was er ook een kerk aan de heilige Marinus gewijd; deze staat nu bekend als Santa Rita, waar vier grote schilderwerken van Giorgio Picchi uit 1595 hangen die een mysterieuze episode uit de legende voorstellen: die van een bezeten vrouw die zich uitgeeft voor zijn vrouw. De iconografie van de beschermheiligen van Rimini is niet uitgebreid, maar de eerste munten van Rimini waren voorzien van de afbeeldingen van Gaudentius en Juliaan; ook staan ze samen op een afbeelding. Deze bevindt zich onderaan een altaarstuk dat in 1611 door Cosimo Piazza werd geschilderd voor de afgebroken kerk van de kapucijnen en zich nu in de kerk van San Giovanni Battista bevindt: de heiligen Gaudentius en Juliaan staan op de voorgrond en houden een maquette van de stad omhoog; de andere heiligen staan hierachter, met de zee op de achtergrond, samen met Sint-Antonius van Padua. 28
29
30
Rimini, tempeltje van Sant’Antonio
De heilige Antonius van Padua Deze ‘moderne’ heilige is in 1599 aan de historische beschermheiligen van Rimini toegevoegd, gevolgd door vele andere (Nicola da Bari in 1633, Nicola da Tolentino in 1672, Filippo Neri in 1703, Francesco di Paola in 1735, Emidio in 1787), maar niemand van hen wordt zo populair als Antonius. Dit is te wijten aan het feit dat hij volgens de traditie aan het begin van de 16de eeuw langere tijd in Rimini verbleef waarin er veel wonderen plaatsvonden. Enkele van de bekendste hiervan zijn die van de vissen die naar de kust kwamen om hem te horen preken en die van de hongerige ezel die voor de heilige knielde. Het eerste wonder wordt ook beschreven in de Fioretti van de heilige Franciscus en wordt meestal in Rimini geplaatst; het tweede wordt door meerdere steden opgeëist. Het verblijf van Antonius in Rimini wordt over het algemeen in de jaren 30 van de 13de eeuw geplaatst, toen de stad was doordrongen van de patarini ketterij. Op plaatselijk niveau begon de devotie voor deze heilige aan het begin van de 16de eeuw, toen de stad in een staat van chaos verkeerde door zowel de overgang onder de directe heerschappij van de kerk als door de tegenstand van de familie Malatesta. Bovendien was de stad onderworpen - net als de rest van de kerkelijke staat - aan een zeer slecht beleid en aan een onrust die al snel zou leiden tot de verbranding van de dominicaan Girolamo Savonarola (1498) en tot de protestante reformatie van Maarten Luther (1517). In 1518 werd er in het antieke forum van Rimini (nu piazza Tre Martiri) een kleine tempel gebouwd die aan de heilige Antonius werd gewijd, precies op de plaats waar volgens de overlevering het wonder met de ezel zou hebben plaatsgevonden. Deze tempel bestaat nog steeds, hij is meerdere malen herbouwd (de laatste keer na de aardbeving van 1672) en kijkt uit op de kerk van de Paolotti (de minieme broeders van de heilige Franciscus van Paola), waar in de antieke abside een mooi altaarstuk van Guercino (1659) werd bewaard met de afbeelding van Antonius van Padua (nu in het Stadsmuseum). In de abside van de huidige kerk die na de oorlog is herbouwd vindt men de twee wonderen van Rimini, naverteld in grote fresco’s van leerlingen van Achille Funi (1972). Het kerkje dat bij de haven was gebouwd om het wonder van het gebed van de vissen te herdenken is helaas in de oorlog verwoest.
31
HOOFDSTUK V FRANCISCAANSE PLAATSEN
De beste plaatsen voor stilte en gebed zijn ingenomen door de franciscanenkloosters van de minderbroeders observanten en de kapucijnen die zich praktisch altijd te midden van prachtige landschappen op geïsoleerde plekken bevinden, ideaal voor gebed en contact met de natuur. 1. Santa Maria delle Grazie in Covignano di Rimini Net buiten Rimini, op de heuvel van Covignano, ligt het franciscaanse heiligdom van Santa Maria delle Grazie, gebouwd in de 14de eeuw in de toen aanwezige bossen op de heuvel. Het is eenvoudig met de auto te bereiken, maar het verdient aanbeveling over de Via Crucis te wandelen, die vanaf Via Covignano naar het kerkhof van de kerk leidt; omgeven door cipressen heeft men van hieruit een prachtig uitzicht over de stad en de zee. Langs het pad liggen de veertien kapelletjes van de Via Crucis. Deze behoorden tot de oudste ter wereld; in de 18de eeuw herbouwd met reliëfdecoraties werden ze in de oorlog verwoest, die niet alleen de stad maar ook de heuvel van Covignano hevig heeft getroffen. In de jaren vijftig van de 20ste eeuw zijn ze opnieuw herbouwd en hebben nu bas-reliëfs in keramiek van de beeldhouwer Elio Morri uit Rimini. 2. De franciscaanse nederzettingen in het Marecchia-dal Langs de weg van het Marecchia-dal die van Rimini naar Montefeltro loopt, liggen een groot aantal franciscaanse nederzettingen. Deze weg werd door de heilige Franciscus in 1213 afgelegd waar nog steeds getuigenissen van bestaan. Volgens de traditie stopte de heilige tijdens zijn reis naar Rimini in een bos aan de voet van de heuvel van Verucchio bij een klein, aan het Heilige Kruis gewijd kluizenaarsverblijf. Hier verrichtte hij enkele wonderen. Zo zwegen bijvoorbeeld de vogels tijdens zijn gebed en deed hij een heilzame bron ontspringen. Het beroemdste mirakel is dat van de staf van Franciscus, die wortel schoot nadat hij in de grond werd gestoken en veranderde in een snelgroeiende cipres. De kluis veranderde in een klooster waarnaast de kerk Santa Croce werd opgericht. Deze plek in Villa Verucchio is ook nu nog bijzonder suggestief en vol spiritualiteit dankzij de afgelegen ligging tussen olijfbomen en cipressen. Iets verderop ontspringen heilzame wateren die het mirakel van de bron oproepen terwijl men in de kloostergang de door de heilige geplante cipres kan aanschouwen, een enorm natuurmonument dat volgens botanici - die zo de legende bevestigen - minstens 800 jaar oud is. De 33
boven Villa Verucchio, klooster van San Francesco
onder Santarcangelo di Romagna, klooster van de kapucijnen
cipres is 25 meter hoog en heeft een stamomtrek van meer dan 7 meter. Een ander klooster dat aan de aanwezigheid van Franciscus herinnert ligt aan de voet van San Leo, in Sant’Igne. Dit kleine klooster heeft een kruisgang van bescheiden afmetingen waarboven de klokkengevel rijst van het ernaast gelegen aan de Madonna gewijde kerkje. Deze kerk is in 1244 ingewijd en heeft een enkel schip met een kort transept waarin rechts een stuk van de stam van een iep wordt bewaard die in 1662 is omgehakt en waaronder Franciscus zou hebben gepreekt. De bouwstijl van de kerk is landelijk en sober. De kerk ligt prachtig afgelegen tussen groene velden en glooiende weiden. Ooit was hier een bos dat “Santegna” heette, en vervolgens “Sant’Igne” werd genoemd vanwege een vuur dat op miraculeuze wijze de weg aan Franciscus zou hebben gewezen naar de Mons Feretrius (de antieke naam van San Leo). Sant’Igne zou dan ook voor “heilig vuur” staan. Er leven nu geen broeders meer in het klooster van Sant’Igne noch in het mooie franciscanenklooster van Montemaggio, eveneens in de gemeente van San Leo, waar nu een rehabilitatiecentrum is gevestigd. Ook dit laatste klooster heeft een mooie ligging maar kan zich niet op een bezoek van de heilige Franciscus beroemen omdat het in de 16de eeuw is opgericht. Met de bouw van de kerk, die een prachtige renaissance zuilengang heeft, werd in 1546 begonnen en hij werd in 1554 ingewijd. Nu is hij gesloten maar intern vindt men prachtige decoraties, een groot cassetteplafond uit het begin van de 18de eeuw en altaren met houtgesneden en vergulde altaarstukken en met mooie antependia van scagliola. Men ziet er een polychroom houten kruis uit de 16de eeuw, een geschenk van een hertogin van Urbino, waarschijnlijk Lucrezia d’Este, vrouw van Francesco Maria della Rovere. Ook het klooster met maar liefst twee kruisgangen is de moeite waard. Vanaf de onderste, met zijn achthoekige put in zandsteen, bereikt men de ondergrondse ijskelder, een van de meest suggestieve elementen van het complex. Ook al bestaat hij niet meer, mag de belangrijke franciscaanse nederzetting van Santarcangelo di Romagna niet worden vergeten, die een grote gotische kerk met klooster bezat. Het was een bijzonder complex waarvan na de afbraak de kerk overbleef, die vervolgens in een pijpfabriek werd veranderd en nu dienst doet als lagere school en op 34
35
36
boven San Leo, klooster van Sant’Igne
onder San Leo, klooster van Montemaggio
piazza Ganganelli uitkijkt. De prachtige werken van de kerk bevinden zich nu in het Historisch Archeologisch Museum. Op de stadsheuvel is het 17deeeuwse klooster van de kapucijner paters met de kerk van Santa Maria Immacolata behouden gebleven. 3. De franciscaanse nederzettingen in het Conca-dal De franciscanen bezaten ook een belangrijk klooster in Mondaino, dat bekend staat om zijn kloosters. Het klooster van de franciscanen dateert uit de 13de eeuw en ligt iets buiten het centrum in Formosino op de gelijknamige heuvel; hier hangt nog steeds de eenvoudige sfeer van franciscaner oorden. Lorenzo Ganganelli uit Santarcangelo, later paus Clemens XIV, ontving hier zijn habijt. Het complex dat ooit het clarissenklooster was maar nu vervallen is, ligt in het oude centrum en is nog duidelijk herkenbaar dankzij de karakteristieke kerk die aan de hoofdstraat ligt. Het omvat meerdere gebouwen en heeft een grote tuin. Hier verbleef Zuster Elisabetta Renzi, oprichtster van de Maestre Pie dell’Addolorata, die vervolgens zalig werd verklaard. Samen met het klooster van de clarissen werd dankzij de nalatenschap van Bernardino Carboni uit Mondaino in 1624 ook de kerk gebouwd, op de fundamenten van het oude Oratorium van het ziekenhuis voor pelgrims van de Santa Maria delle Grazie, uit het einde van de 13de eeuw. Hiervan zijn een belangrijk fresco met de Madonna del Latte uit de 14de eeuw en duidelijke architectonische sporen aan de onderkant van het gebouw overgebleven. De kerk die tijdens de renovatie in 1750 elegante barokke vormen van de Ionische orde heeft gekregen, heeft een mooie klokkentoren van moorse stijl die getuigt van de roem en de rijkdom van het klooster; boven het hoogaltaar hangt een schilderij van de Madonna, Sint-Franciscus en de beschermheiligen van het klooster met een prachtige barokke lijst in verguld hout. Hier bevindt zich ook een kostbaar houten koor afkomstig uit het franciscanenklooster van Monte Formosino.
37
boven Mondaino, oratorium van Santa Maria delle Grazie, fresco van de Madonna del Latte
onder Mondaino, kerk van de clarissen
De heilige Franciscus en zijn reis van San Leo naar Rimini Op 8 mei 1213 bevond Franciscus zich in San Leo. Hier werd feest gevierd vanwege de benoeming tot ridder van Montefeltrano II, zoon van Buonconte da Montefeltro. Ter gelegenheid hiervan hield de heilige een preek met het thema van een liefdesliedje uit die tijd: “Tanto è il bene ch’io m’aspetto che ogni pena m’è diletto’’ (Zo groot is het goede dat ik verwacht, dat iedere straf zoet wordt). Onder de beroemde personages die aan de ceremonie deelnamen bevond zich ook graaf Orlando de’ Cattani, heer van Rocca di Chiusi in Casentino, die Franciscus de eigendomsrechten op de Monte La Verna schonk, een plaats die zeer geschikt was voor bezinning en contemplatie. Hier, op meer dan 1.100 meter, waar hij de Eremo La Verna oprichtte, ontving de heilige in 1224 de Heilige Stigmata. De schenking kwam tot stand in de vorm van vrij gebruik, omdat Franciscus geen eigendom pleegde te accepteren, nec domum nec locum nec aliquam rem, en werd pas na de dood van de heilige op 2 juli 1274, door de zonen van graaf Orlando gelegaliseerd. Ook nu kan men in San Leo in het Palazzo Nardini de kamer bezoeken waar de heilige en zijn weldoener elkaar zouden hebben ontmoet. De overweldigende spiritualiteit van Franciscus veroverde praktisch alle heren van de streek die, hoewel zij hun agressieve en gewelddadige gedrag nauwelijks veranderden, hun steun verleenden aan de franciscaanse stichtingen en zich lieten begraven met het habijt van de “cordiglieri” (oftewel, van de franciscaanse derdeordelingen). Tijdens zijn reis door het Marecchia-dal op weg naar Rimini, zou Franciscus volgens de traditie meerdere wonderen hebben verricht en verbleef hij in Sant’Igne en Villa Verucchio, waar vele kleine kloosters werden opgericht die tot de oudste van de franciscaanse provincie behoren.
38
39
Sant’Agata Feltria, kerk van San Francesco della Rosa
San Francesco della Rosa in Sant’Agata Feltria Deze kerk rijst naast de Fregoso-burcht in Sant’Agata Feltria waarmee hij via een geheime passage is verbonden. Het verhaal gaat dat er op de plaats van de kerk een kapel stond waar de heilige Franciscus van Assisi verbleef tijdens zijn reis van Umbrië naar San Leo en waar hij de Monte La Verna van de Heer van Chiusi ontving, die diep was getroffen door zijn spiritualiteit; hij vervolgde zijn reis naar Verucchio, waar de cipres die uit zijn staf ontstond nog steeds bestaat, en arriveerde in Rimini om vervolgens naar Bologna te gaan. Zijn verblijf kan een legende zijn, maar het feit op zich is waarschijnlijk omdat Sant’Agata aan de toentertijd drukke doorgangswegen lag. In ieder geval was de devotie voor de heilige dusdanig sterk dat de bewoners besloten om de kapel uit te breiden naar de vorm die hij heden heeft. Dit was zeker te wijten aan de aanwezigheid van de franciscaner broeders in deze streek en in het bijzonder in Cella Fausti. Nadat het klooster verloren ging, wees de gemeenschap in 1781 de franciscanen de Fregoso-burcht toe waar zij tot 1820 bleven. Zij lieten de kerk bouwen, met een enkel schip en met een sobere stenen voorgevel, waarvoor materiaal van het antieke verlaten klooster werd gebruikt. Zo is er een stenen doopvont waarop het jaar 1532 staat, dat zich eerst in San Francesco ai Piani bevond. De kerk heeft drie altaren en is met barok stucwerk gedecoreerd; interessant zijn de banken met de wapens van oude plaatselijke families en een orgel uit de tweede helft van de 11de eeuw. Er bestaan verschillende interpretaties met betrekking tot de naam van de kerk, maar zijn oorsprong blijft een mysterie.
41
boven Saludecio, klooster van de hiëronymieten
onder Sant’Agata Feltria, kerk van San Girolamo
De kapucijnen en de “moderne” ordes De stichter van de kapucijnen was Matteo da Bascio, geboren rond 1495 in Pennabilli. Omdat hij terug wilde naar de primitieve franciscaanse strengheid, verliet hij het klooster en verkreeg van paus Clemens VII het voorrecht om een pij te dragen van een stugge stof - zoals die van Franciscus van Assisi, maar met een langere en puntigere kap, om strikt de regel van absolute armoede te volgen, als heremiet te leven en vrijuit te preken. Hij ontving veel kritiek en werd bestempeld als een excentrieke zwervende prediker, maar hij had al snel veel volgelingen die terug wilden naar de oorspronkelijke geest van de franciscanen. Zijn voorbeeld leidde tot de oprichting van de orde van de minderbroeders kapucijnen, die door de paus in 1528 met de bul Religionis zelus werd erkend. De “rigoureuze” keuze van broeder Matteo da Bascio werd door veel mensen betwist, maar speelde een grote rol in de beweging van de reformatie van het religieuze leven in de 16de eeuw. Ooit waren er veel kapucijnenkloosters in de streek; nu zijn alleen die van Rimini, San Marino, Santarcangelo, Montefiore Conca en Sant’Agata Feltria overgebleven. In de 16de eeuw ontstonden er andere ordes zoals de jezuïeten en de theatijnen die grote kloosters in de streek oprichtten, maar door de onderdrukkingen van eind 18de eeuw verdwenen. In Rimini kan men nu nog de kerk van de jezuïeten aanschouwen, naast het ex-college dat bijna een eeuw lang werd gebruikt als ziekenhuis en nu stadsmuseum is; ook zijn de mooie kerken van de karmelieten (San Giovanni Battista) en de servieten (Santa Maria dei Servi), in de 18de eeuw gerenoveerd, te bezichtigen. Er is nog een orde die volledig is verdwenen: de orde van de hiëronymieten. Deze orde had kloosters in alle belangrijke centra, waarvan er twee behouden zijn gebleven, beide gewijd aan de heilige Hiëronymus (of Girolamo). Een ligt in Saludecio, naast de poort van het dorp waarvan de kerk met zijn mooie 17de-eeuwse altaarstukken nog intact is. De andere ligt in Sant’Agata Feltria. De kerk bevat belangrijke kunstwerken, waaronder een mooi groot altaarstuk van de school van Pietro da Cortona met de afbeelding van de Madonna met het Kind e de heiligen Hieronymus, Cristina, Franciscus en Antonius van Padua, uit circa 1640; dit is het enige echte “barokke” schilderij in de regio en is te danken aan de vrijgevigheid van de markiezen van Fregoso, heren van Sant’Agata sinds 1506.
42
43
HOOFDSTUK VI BENEDICTIJNEN EN MENDICANTEN
44
In de middeleeuwen vond een enorme groei plaats van de bedelordes, ordes met een precieze regel die hen onder meer tot de armoede verplichtte. Zij ontvingen steun van de Kerk om de propaganda voor pauperisme van de katharen en waldenzen te weren en om de onwetendheid van de arme seculaire clerus en de luiheid van de rijke benedictijnse kloosterordes te compenseren. 1. De benedictijnen en de bedelordes De oudste kloosters zijn die van de benedictijnen, die eeuwenlang het geloof, de cultuur en de economie in dit gebied beheersten. Op vele plaatsen hadden zij dit gebied ontgonnen door te ontbossen en moerassen droog te leggen, zoals in het lage deel van het Conca-dal. Aangezien de benedictijnen aan het eind van het eerste millennium een crisis doormaakten, werden ze vervangen door modernere ordes die zich actief voor het apostolaat inzetten, zoals de franciscanen, augustijnen, dominicanen en de servieten, die alle tot eind 18de eeuw enorm groeiden. De evangelisatie en ontwikkeling van alle reguliere ordes kwamen tot een halt door de napoleontische wetgeving die hun ontbinding uitvaardigde, waarbij de kloosters en hun bezittingen tot eigendom van de Staat werden gemaakt. Alleen de franciscanen, die meer gebonden aan de plaatselijke gemeenschap waren en dichter bij de mentaliteit en devotie van het volk stonden, zijn er vervolgens in geslaagd enkele van de kloosters terug te krijgen na de napoleontische onderdrukking, en later, na de onderdrukking die volgde op de Italiaanse eenwording. Van de vele verdwenen benedictijnse kloosters willen wij hier één noemen vanwege de bijzondere plaats waar het was gebouwd en waardoor het een bezoek waard is. We hebben het hier over het klooster, gewijd aan de heilige aartsengel Michaël en opgericht in de 12de eeuw, dat hoog op de Sasso Simone in het hogere Marecchia-dal ligt. Deze plek biedt een oneindig uitzicht en is bijzonder suggestief en ideaal voor contemplatie en gebed. De ondoordringbare en afgelegen ligging lijkt eerder geschikt voor een hermitage dan voor een klooster. In iets minder dan een eeuw leidden een aantal bijzonder koude winters, samen met het ontstaan van nieuwe en beter begaanbare pelgrimswegen tot het verval van het klooster, waaraan de pest van 1348 de definitieve nekslag gaf. Het werd ontbonden door paus Pius II, die het in 1462 bij het 45
Covignano di Rimini, kerk van San Fortunato (Santa Maria di Scolca)
en de Aanbidding der Koningen van Giorgio Vasari
nabije, maar veel beter bereikbare klooster van Piandimeleto voegde. Een paar eeuwen lang bleef er een klein kerkje behouden, gewijd aan de heilige aartsengel Michaël, dat tijdens de zomerbeurzen werd bezocht. Nu staat er een groot kruis op deze plaats. Er zijn momenteel geen kloosters meer in het gebied van de benedictijnen, augustijnen, dominicanen of servieten. Enkele van de kerken hebben het echter overleefd als parochiekerken van de diocesane clerus. Zo was bijvoorbeeld de San Giuliano in Rimini een benedictijnse abdijkerk (van de “zwarte” benedictijnen) met tal van kunstwerken. Nu is het de parochiekerk van het gelijknamige dorpje. Ook van de benedictijnen (maar van de “witte”, de olivetanen) was de kerk van de Santa Maria di Scolca op de heuvel van Covignano bij Rimini, die de parochiekerk San Fortunato werd. Deze laatste heeft nog steeds een architectonische harmonieuze renaissancestructuur en in de abside vindt men een van de meesterwerken van het maniërisme: een altaarstuk met de Aanbidding der Koningen uit 1547 van Giorgio Vasari, die te gast was bij de abt van Scolca. Deze hielp hem bij het corrigeren van het manuscript van de Vite de’ più eccellenti architetti, pittori et scultori italiani, het eerste werk over de Italiaanse kunstgeschiedenis dat in 1550 in Florence werd gedrukt. 2. De augustijnen en hun kerk in Rimini Een van de grootste en belangrijkste augustijnenkerken is de San Giovanni Evangelista van Rimini, de Sant’Agostino genoemd. Dit is een parochiekerk geworden en is de enige kerk in het oude centrum. Deze kerk is zeker een bezoek waard: de constructie van het grote schip is veranderd en verrijkt met kostbaar pleisterwerk, met altaarstukken en met fresco’s uit de 17de en 18de eeuw, maar de algemene structuur en de hoge klokkentoren zijn die van de 13de eeuw. De abside bevat twee mooie series fresco’s van de “Scuola riminese del Trecento”. In de kapel van de klokkentoren wordt het verhaal van het leven van de maagd Maria verteld en in de abside dat van de heilige Johannes Evangelist, terwijl op de achterste wand Christus op de troon en een majestueuze Madonna met het Kind zijn afgebeeld. 47
boven Rimini, kerk van San Giovanni Evangelista (Sant’Agostino)
onder Pietracuta di San Leo, dominicanenklooster
Van dezelfde schilders uit Rimini, waarschijnlijk de broers Giovanni, Giuliano en Zangolo uit het begin van de 14de eeuw, zijn het Kruisbeeld aan de rechtermuur van het schip en een groot fresco met het Laatste Oordeel, dat nu in het Stadsmuseum wordt bewaard. Door de werken te verenigen kan men de “didactisch” catechistische functie ontdekken die de kunstenaars en hun opdrachtgevers hieraan wilden geven, evenals de spiritualiteit van de boodschap die via geschilderde beelden werd overgebracht. 3. De dominicanen en een bouwwerk uit de late renaissance Wat de dominicanen betreft wijzen wij op het indrukwekkende en elegante bouwwerk, of liever, op wat van het klooster van Pietracuta in de gemeente San Leo is overgebleven, dat over de Marecchia uitkijkt vanaf een smalle vlakke strook, “Il Monte” genaamd. Hiernaast staat de bescheiden kerk “del Monte”, gewijd aan de Maagd van de Rozenkrans, die hier op 1 mei gevierd wordt. Het complex met kerk en klooster met zijn simpele, harmonieuze vormen is een uitstekende plaats voor meditatie en spiritualiteit. Het klooster waarvan de elegante voorgevel nog bestaat, is aan het begin van de 17de eeuw gebouwd dankzij schenkingen van Giovanni Sinibaldi uit Rimini. Het werd in 1664 voltooid en ontbonden in 1812.
48
50
boven en rechtsonder Rimini, fresco van de “Scuola riminese
del Trecento” in San Giovanni Evangelista (Sant’Agostino)
onder, links Montefiore, 14de-eeuws Kruisbeeld in de kerk van San Paolo
De schilderkunst van Rimini van de veertiende eeuw De muren van veel kerken van de bedelordes waren al in het begin van de 14de eeuw bezet met prachtige fresco’s van verschillende schilders uit Rimini, die gedurende de eerste helft van die eeuw zeer actief in Romagna en de Marche waren en ook in Emilia en Veneto werkten. Hun schilderkunst is origineel en enorm modern: zij wisten zich namelijk goed de vernieuwingen van Giotto eigen te maken, die ze waarschijnlijk in Assisi en zeker in Rimini aan het werk hadden gezien toen hij in de kerk van San Francesco het buitengewone Kruisbeeld schilderde dat bewaard is gebleven en uit eind 13de eeuw dateert (en misschien een serie fresco’s die verloren is gegaan toen de kerk in de Malatesta tempel werd veranderd). Een van hun grootste en beroemdste schilderwerken is de decoratie van de Kapel van San Nicola in Tolentino en, in Emilia, de decoratie van de refter van de abdij van Pomposa en die van de abdij van de kerk van Santa Chiara in Ravenna, nu bewaard in het Nationaal Museum van Ravenna. Voor een belangrijke decoratie van deze schilders in ons gebied moeten we ons naar Rimini begeven, naar de al geciteerde kerk van de heilige Johannes Evangelist (Sant’Agostino genoemd). Deze beschikt over twee series fresco’s die verborgen waren onder een laag verf en pas in de jaren twintig van de 20ste eeuw werden ontdekt. Ook het Stadsmuseum bevat afgezien van een groot fresco met het Laatste Oordeel dat eveneens uit de kerk van de heilige Johannes Evangelist komt polyptieken, panelen en kruisbeelden. Tot deze “Scuola riminese del Trecento” behoorden de schilders Neri, Giuliano, Giovanni, Pietro en Baronzio. Hun meesterwerken zijn gedeeltelijk naar grotere musea over de wereld verplaatst, maar er bevinden zich behalve in Rimini nog meerdere werken in het gebied, en wel in Montefiore, Verucchio en Villa Verucchio, Santarcangelo, Misano Adriatico, Talamello, San Leo en Pennabilli.
51
Misano Adriatico, Cristo dell’Agina
De Cristo dell’Agina en de gelijknamige kerk De Cristo dell’Agina is een van de oudste werken van de 14de-eeuwse schilders uit Rimini. Eeuwenlang werd het bewaard in het mooie kerkje van Agina in de gemeente Misano Adriatico dat op een heuveltje langs het gelijknamige riviertje ligt, niet ver van de weg SS 16 Adriatica. Dit bouwwerk heeft een lange geschiedenis achter de rug. Rond de helft van de 18de eeuw werd het door een aardbeving verwoest en herbouwd dankzij de Ridders van Malta. Op de rechtermuur bevindt zich een steen met het Maltezer kruis. Het eenvoudige oratorium is van baksteen en is gedecoreerd met een mooie klokkengevel. Tot 1962 bevond zich hier het beroemde houten kruis, Cristo dell’Agina, van de “Scuola riminese del Trecento”. Het kruis is niet lang geleden gerestaureerd en bevindt zich nu in de parochiekerk van Misano Adriatico die aan de Onbevlekte Ontvangenis is gewijd. Een prachtig kunstwerk dat men zeker niet mag missen.
52
53
HOOFDSTUK VII DE VROUWEN– KLOOSTERS
54
In het hele territorium van de twee bisdommen liggen nog verschillende franciscaanse kloosters van zowel antieke als moderne afkomst, waarnaast kerken liggen die interessant zijn vanwege hun bouwstijl en religieuze voorwerpen. 1. De clarissen Natuurlijk ontbreken ook de vrouwenkloosters niet. Een van de belangrijkste is dat van Santa Maria Maddalena van Sant’Agata Feltria, van de arme zusters van de heilige Clara, oftewel de clarissen. De clarissenzusters vestigden zich in het huidige klooster in 1561, toen een aardverschuiving het dorp Sant’Agata en hun oude klooster verwoestte. Zij wisten zich te redden en werden ondergebracht in het gebouw waar ze nog steeds zijn gevestigd, dat indertijd aan de familie Fregoso toebehoorde. Door de eeuwen heen kende het klooster een grote bloei tot aan 1810, toen de zusters vanwege de napoleontische onderdrukking gedwongen waren naar hun eigen families terug te keren. Het klooster werd ingericht als privéwoning, maar één zuster, Anna Giordani, huurde de oudste vleugel van het gebouw en kreeg zo het koor en de kerk onder haar beheer. Met de terugkeer van paus Pius VII in Rome in 1814 keerden ook de clarissen naar hun klooster terug, waar in 1866 opnieuw een moeilijke periode aanbrak vanwege de verbeurdverklaring van alle kerkelijke eigendom. De clarissen kregen veertig dagen om het klooster te verlaten maar slaagden erin om te blijven, ook al konden ze geen nieuwe jongeren toelaten tot het noviciaat of de professie, wat leidde tot het uitsterven van het claustrale leven. Begin 1900 traden echter nieuwe jongeren tot het klooster toe en kwam de orde opnieuw tot leven. In 1930 ging de gemeenschap over op de Eerste Regel van de heilige Clara. In juli 1951 brak er brand in het koor van het klooster uit hetgeen enorme schade aanrichtte: ook een prachtig kruisbeeld van de school van Giotto werd verwoest. Gelukkig is het belangrijke archief tot op heden bewaard gebleven, dat verscheidene middeleeuwse documenten van perkament met betrekking tot het gebied Montefeltro bevat. De laatste jaren is de oudste vleugel van het klooster verbouwd en wordt nu gebruikt als gastenverblijf. De laatste twintig jaar doet zich een bijzonder fenomeen voor: uit heel Italië arriveren jonge meisjes die tot het klooster toegelaten willen worden. Dit aparte verschijnsel is ook voorwerp van studie; het risico op uitsterving is daardoor verdwenen en het klooster bestaat nu uit ongeveer twintig nonnen. Men vindt de clarissen ook in het centrum van Rimini, in het 55
boven Valdragone di San Marino, klooster van Santa Chiara
onder Pennabilli, klooster van Sant’Antonio da Padova
klooster van San Bernardino. Hiernaast ligt de gelijknamige kerk, door de architect uit Rimini, Giovan Francesco Buonamici in de 18de eeuw gebouwd. De kerk heeft aan de buitenkant twee gestucte beelden van Carlo Sarti en men kan binnenin schilderijen van Donato Creti zien. In de Republiek San Marino, op een stille afgelegen plek in de natuur ligt het huidige klooster van Santa Chiara van Valdrigone in het kasteel van Borgo Maggiore. Gebouwd rond 1960, heeft dit het oude 17de-eeuwse klooster in de stad vervangen, op het hogere deel van de Titano. De moestuinen die trapsgewijs oplopen en de loop van het terrein volgen, maken deze plaats bijzonder suggestief. Ook de kerk van het nieuwe klooster is gewijd aan de heilige Clara van Favarone di Offreduccio, in 1193 in Assisi geboren en oprichtster van de clarissen. De zusters hebben een contemplatieve levenswijze maar houden zich bezig met de productie van iconen en hosties, borduurwerk en het ontvangen van bedevaartgangers. 2. De augustinessen Het klooster van Sant’Antonio da Padova van Pennabilli is augustijns. Er zijn nu nog enkele zusters die zich, naast het contemplatieve leven, ook bezighouden met de bereiding van hosties, de reparatie van rozenkransen en lijstjes, de restauratie van iconen en de schilderkunst, de beschildering van paaskaarsen en de ontvangst van groepen en personen die een plaats voor gebed en meditatie zoeken. Het klooster ligt bij de oude Burcht van Billi, dat vroeger als gemeenschap gescheiden was van het ertegenoverliggende kasteel van Penna. Uit alle documenten blijkt dat Giovanni Lucis de eerste oprichter was van het klooster van de Zusters van de Stad, zoals op het wapenschild van de poort staat vermeld. Een schenking van Lucis werd met een akte van 1518 formeel vastgelegd en de feitelijke oprichting van het klooster kan tot 1517 teruggevoerd worden. Het klooster van Sant’Antonio is door meerdere kloosterordes bewoond geweest: de humiliaten (1517-1571, tot. 54 jaar), de orde zonder regel (15711624, tot. 53 jaar), de dominicanessen (1624-1816, tot. 192 jaar), de augustinessen (van 1816 tot heden).
56
57
58
Saludecio, kerk van San Girolamo
3. De Maestre Pie, de zusters van de heilige Dorothea en de zusters van de Onbevlekte Ontvangenis In Sant’Agata Feltria ligt het Instituut van de Zusters van de heilige Dorothea e in Coriano, Rimini en veel andere plaatsen het Instituut van de Maestre Pie dell’Addolorata (de vrome leraressen van Onze-Lieve-Vrouw van smarten), dat ook in het buitenland bestaat en zich sinds de oprichting met opvoeding bezighoudt, zoals zijn oprichtster wenste. De moederorde van de Maestre Pie ligt in Coriano, waar de oprichtster, de zalige moeder Elisabetta Renzi, is begraven. In Misano Mare ligt het Instituut van de Zusters van de Onbevlekte Ontvangenis, opgericht door don Domenico Masi, die zich voor kinderen en oudere mensen inzet en een spiritueel centrum beheert in het voormalige klooster van San Girolamo in Saludecio dat naast de gelijknamige kerk ligt. 4. De orde van de Maestre Pie dell’Addolorata. Vanuit Rimini naar de rest van de wereld Deze orde werd in 1839 in Coriano opgericht door moeder Elisabetta Renzi, geboren in Saludecio in 1786 en vervolgens verhuisd naar Mondaino. Dochter van Giambattista Renzi uit Saludecio en van Vittoria Boni uit Urbino, trad zij tot het augustijnenklooster toe van Pietrarubbia maar moest dit in 1810 vanwege de napoleontische onderdrukking verlaten. Men zegt dat de Heer haar naar Coriano riep om een groep vrouwen bij te staan die zich met de opvoeding van jonge meisjes bezighield. Dit was in 1824. Vijftien jaar later richtte zij haar orde op. Ze overleed in 1859 in Coriano. Met het instituut wilde moeder Elisabetta een structuur creëren om in Romagna de normale en religieuze opvoeding van jonge meisjes, vrouwen en hun families, alsook die van hulpbehoevende kinderen te bevorderen. Haar plan ontstond uit een directe observatie van de sociale, economische en religieuze samenleving. De Kerk gaf onmiddellijk toestemming voor de oprichting van het instituut, waardoor het aantal leden snel groeide, evenals het aantal scholen, oratoria en weeshuizen. In korte tijd werden nieuwe vestigingen in Sogliano al Rubicone, Roncofreddo, Faenza, Savignano sul Rubicone, Cotignola, Mondaino en Urbino geopend. Moeder Elisabetta, die in 1989 zalig werd verklaard, had 59
boven Coriano, klooster en instituut Maestre Pie dell’Addolorata.
onder Saludecio, klooster van de hiëronymieten
tot doel het bereik van het instituut buiten Romagna uit te breiden en de activiteiten in iedere plaats uit te voeren waar armen en hulpbehoevenden geen hulp van openbare instellingen kregen. De eerste gelegenheid diende zich aan toen na de Tweede Wereldoorlog de moeder-overste van de congregatie de bisschop van Louisiana ontmoette en hem voorstelde een missionaire groep in de Verenigde Staten op te richten. De bisschop had al langere tijd het idee om een school voor achtergestelde kinderen op te richten en aanvaardde het voorstel. De VS had net een oorlog achter de rug en de opkomst van het Mccarthyisme in de jaren 50 had negatieve effecten op de interne situatie. De Amerikaanse maatschappij ondervond in die tijd tal van materiële, sociale en ideologische problemen. Hiervan werden de meest kwetsbare groepen het slachtoffer. En zo vertrok een groep van 13 zusters vanuit de moederorde in Rimini in 1947 op een lange en avontuurlijke reis naar Louisiana, een hun totaal onbekende wereld. De Maestre Pie ondernamen vanaf dat moment missies in veel delen van de wereld waar kinderen de eerste slachtoffers van sociaal onrecht, armoede en analfabetisme waren. Zo arriveerden zij in Mexico, Brazilië, Bangladesh, Zimbabwe, de Filippijnen en Albanië. De multietnische lijn en het streven naar sociale rechtvaardigheid, geïnspireerd op de opvattingen van Johannes XXIII werden ook gedeeld door paus Johannes Paulus II, die Elisabetta in 1989 zalig verklaarde. In Coriano kan men de moederorde van de Maestre Pie bezoeken, waar zich een museum bevindt dat aan de hier begraven zalige is gewijd. Hier vindt men documenten en voorwerpen die aan het instituut toebehoorden en materiaal dat hier is vervaardigd, waarvan enkele van zilver en goud. In de kapel van de nabijgelegen kerk van de Madonna dell’Addolorata ligt het stoffelijk overschot van Elisabetta.
60
61
62
Santarcangelo di Romagna, klooster van de heiligen Caterina en Barbara
Het klooster van de heiligen Caterina en Barbara in Santarcangelo Het indrukwekkende klooster bedekt een groot deel van het oude centrum met een oppervlakte van 9900 m2 en kijkt uit op het mooie Piazza Monache. Het is in verschillende eeuwen tot stand gekomen maar de verschillende stratificaties waarop de harmonieuze koepel van de kerk prijkt, gebouwd door Bibiena, zijn herkenbaar. Het klooster van de benedictijnse nonnen Camaldolesi, een gesloten orde, werd in 1505 gesticht en zijn oprichtster, zuster Obbedienza da Rimini, kreeg van de gemeente een al bestaand gebouw. Dankzij het groeiende aantal volgelingen moest dit in 1600 worden uitgebreid. In 1738 wordt na 5 jaar werkzaamheden de nieuwe, achthoekige kerk ingewijd. De architect Ferdinando Galli Bibiena, die met zijn zoon Antonio samenwerkte, werd de belangrijkste architect van het hertogdom Farnese in Parma. Na de napoleontische onderdrukking werd het gebouw in 1856 geopend door zuster Angela Molari, stichtster van de congregatie Dochters van de Onbevlekte Ontvangenis. Het aangrenzende gebouw Palazzo Fattorini werd bij het klooster gevoegd dat onlangs is gerestaureerd. Nu zetten de Dochters van de Onbevlekte Ontvangenis, die al 150 jaar bestaan, en de franciscaanse zusters van de Heilige Harten (van Jezus en Maria) de spirituele en sociale missie voort. De twee instituten waarvan er een van diocesaan en de ander van pauselijk recht is, hebben zich in 2007 verenigd. Met het oog op de toekomst hebben de zusters besloten het klooster beschikbaar te stellen voor de stad en zijn inwoners. Zo is er een overeenkomst tot stand gekomen met de kliniek Luce sul mare, die ook een vestiging in het Franchini ziekenhuis van Santarcangelo heeft, om de families van de patiënten op te vangen. Verder wordt het klooster momenteel gerestaureerd om een gastenverblijf te openen voor bezoekers en toeristen en voor iedereen die het ritme en de sfeer van het klooster wil leren kennen. Ook de moestuin, die het hart van het klooster blijft, verandert in een botanische moestuin en tuin om scholen, burgers en bezoekers aan te trekken. En zoals het de traditie van de nonnen betaamt is er ook ruimte voor de gedachte: op vaste tijden kan men in het klooster lezen.
63
HOOFDSTUK VIII DE MARIAAANBIDDING
In de bisdommen van Rimini en San Marino-Montefeltro is de Maria-aanbidding al zeer lang en sterk aanwezig, wat men ook ziet aan de toewijdingen in de parochiekerken, waarvan een kwart aan de Maagd gericht zijn. Belangrijke, aan de Maagd gewijde gebouwen richten zich zowel in de bewoonde centra als op de velden en bergen op. Het gaat hier om oratoria, kapellen, kluizenaarsverblijven en heiligdommen die plaatsen zijn van grote spiritualiteit waar vaak de herinnering aan mirakels of verschijningen in stand is gebleven. Het is onmogelijk om alle plaatsen op te noemen waar de Maria-aanbidding leefde en nog steeds leeft, en waar zich wonderen hebben afgespeeld met de Maagd als middelpunt. Hier vermelden wij de belangrijkste plaatsen voor een intense, spirituele tocht. 1. De Madonna delle Grazie in Covignano di Rimini In Rimini moet allereerst het franciscaner heiligdom van de Madonna delle Grazie worden vermeld dat aan de rand van de stad ligt, op de heuvel van Covignano. Op een vlakte die over de stad en zee uitkijkt en uitnodigt tot stilte en gebed, is in 1290 een simpele kapel gebouwd op de plek waar vier jaar eerder een herder een afbeelding van Maria in een boomstam zou hebben gesneden. Engelen zouden de afbeelding hebben voltooid om de onkunde van de geïmproviseerde beeldhouwer te verhelpen. De afbeelding zou vervolgens via zee in Venetië zijn aangekomen waar zij vandaag wordt bewaard en vereerd in de kerk van San Marziale als de “Madonna van Rimini”. Dit heiligdom heeft zijn huidig aanzien in de jaren 60 van de 16de eeuw gekregen; op het hoogaltaar ziet men een mooie Annunciatie van de Umbrische schilder Ottaviano Nelli, geschilderd rond 1430; uit de vele ex voto’s blijkt de verering hiervan. De belangrijkste werken van het heiligdom van de Madonna delle Grazie bevinden zich links in de kerk. Prachtig is het plafond van bewerkt hout in de vorm van de romp van een schip. Bij de ingang ziet men een fresco van de Maria-Tenhemelopneming en in de eerste kapel een prachtig altaarstuk dat 33 albasten beeldjes had van de apostelen en verschillende personages van de Lijdensweg van Christus. Begin twintigste eeuw zijn deze verkocht om de restauratie van het complex te bekostigen. Deze prachtige kunstwerken bevinden zich nu in Duitsland en zijn de belangrijkste bezienswaardigheid van het museum van Frankfurt. In de tweede kapel wordt het 17de-eeuwse houten altaarstuk met de heilige Antonius bewaard. De derde kapel herbergt een 15de-eeuws Kruisbeeld. In het presbyterium bevindt zich rechts de graftombe van Antonio Alvarado, secretaris van keizer Carlo VI en franciscaans derdeordeling, vervaardigd door Carlo Sarti. In het midden van de kerk ziet 65
boven Covignano di Rimini, Ottaviano Nelli, de Annunciatie, heiligdom Santa Maria delle Grazie
onder Montefiore Conca, heiligdom Madonna di Bonora
men een “Geboorte van Christus” van Giovanni Laurentini, Arrigoni genoemd; op de deur die naar de sacristie leidt de 17de-eeuwse “Graflegging” van Diego Rodriguez. Het klooster heeft een kleine kruisgang die is herbouwd na de verwoesting van 1943. Aan de wanden ziet men fragmenten van terracotta die in 1700 zijn vervaardigd door de Bolognese kunstenaar Carlo Sarti voor de 14 cellen-kapellen van de Via Crucis. Voor het klooster ligt een bouwwerk dat Alvarado heeft laten bouwen. 2. De Madonna di Bonora in Montefiore Conca In het binnenland van het Conca-dal is de Madonna di Bonora, in Montefiore Conca het beroemdste en meest bezochte Mariaheiligdom. Dit is ontstaan rond een afbeelding van de Madonna met het kind aan de borst, dat de heremiet Bonora Ondidei had laten schilderen in een kleine cel die hij in de bossen had gebouwd en die hij in 1409 aan de franciscaanse derdeordelingen naliet. De huidige structuur van het heiligdom is voornamelijk tot stand gekomen door de devotie van de priesterbroers, Pio en Tommaso Sanchini, die begin twintigste eeuw de cultus van de Madonna verspreidden. Er zijn veel ex voto’s bewaard gebleven die getuigen van een reeks gebedsverhoringen. Het is onlangs gerestaureerd en ingericht om ook grotere groepen bedevaartgangers te kunnen ontvangen. De afbeelding van Maria heeft de archaïsche 14de-eeuwse sfeer behouden; boven het hoogaltaar van de kerk herinnert het aan de eeuwen van aanbidding en gebed, die hier elk jaar 500.000 volgelingen brengen. Het begon allemaal aan het eind van de 14de eeuw toen Bonora Ondidei uit Levola di Montefiore zich terugtrok op de Monte Auro om zich aan het gebed te wijden. Hij woonde in het dorpje Villa San Martino in een huis met drie kamers, waarvan er een tot kapel diende en gedecoreerd was met fresco’s van Jezus, Maria en de heiligen. Deze afbeelding van de Madonna is door de eeuwen heen intact gebleven en voorwerp van devotie geworden. Vereerd als de Moeder van de Goddelijke Gratie, staat ze afgebeeld met het kind aan de borst. Ze draagt een rood gewaad met een blauwe mantel en heeft een schitterende ster op haar borst. Bonora schonk met een notariële akte van 7 oktober 1409 het terrein, huis en de kapel aan de derde orde van penitentie 66
Pennabilli, heiligdom Santa Maria delle Grazie
van de heilige Franciscus. De broeders bleven tot 1652 in de cel van Bonora toen paus Innocentius X de kleine kloosters ontbond. Het bezit van het klooster en de kerk werd toegewezen aan het klooster van de nonnen, die eerst de Convertite (bekeerden) werden genoemd, vervolgens de zusters van de heilige Maria Magdalena en daarna die van het Hart van Jezus in Rimini. In 1796 werden zowel het klooster als de cel van Bonora door de napoleontische wetten gesloten. Toch duurden de pelgrimstochten voort. In 1833 gebeurde er iets opmerkelijks wat de plaats nog beroemder maakte: het eerste wonder. Annunziata Rossi was ziek en men verwachtte dat ze zou sterven. Zij besloot te gaan bidden voor de afbeelding van de Madonna van Bonora. Met veel moeite sleepte zij zich erheen, bad intens en kwam vervolgens volledig genezen thuis. De curie van Rimini voerde hierop een proces van canonisatie uit. Dit was het eerste historisch vastgelegde mirakel. 3. Santa Maria delle Grazie in Pennabilli In het bisdom Montefeltro ligt de druk bezochte tempel Santa Maria delle Grazie in Pennabilli, in het hoge Marecchia-dal. Hier bevindt zich de beroemdste Maria-afbeelding van het bisdom, de Madonna der Tranen, of, van de Genade, van Pennabilli, vanwege de tranen die zij sinds 1489 laat. Het fresco is heel suggestief. De Maagd is bedekt door een blauwe mantel met gele decoraties; in haar linkerhand houdt ze een kleine distelvink die symbool staat voor de passie van Jezus terwijl ze met haar rechterhand het kind ondersteunt dat op haar rechterknie staat en sereen naar de aanschouwer kijkt. Erboven zijn de Annunciatie en een bloementuin geschilderd, symbool van de maagdelijkheid van Maria. Nog hoger ziet men de Eeuwige Vader en de Heilige Geest in de vorm van een duif. De afbeelding heeft altijd centraal gestaan in veel wonderbaarlijke gebeurtenissen, te beginnen bij vrijdag 20 maart 1489 herinnerd als de “mooie vrijdag” - toen het rechteroog in het bijzijn van veel toeschouwers meerdere malen traande. Enkele omstanders probeerden de tranen met doeken te drogen maar deze bleven over de wangen van Maria lopen waar zij een spoor achterlieten. Hieronder gaan we dieper in op dit fenomeen. 69
boven Pennabilli, oratorium Casa Fanchi
onder Pennabilli, kerk van de Torre di Bascio
De Madonna delle Grazie in Pennabilli In Montefeltro vindt men de beroemdste Maria-afbeelding in Pennabilli, die men op een vrijdag in maart 1489 zag huilen. Het gaat hier om de afbeelding die vereerd wordt met de naam Santa Maria Novissima delle Grazie, of simpelweg Madonna delle Grazie (van de Genade) uit 1432 in de 11de-eeuwse augustijnenkerk San Cristoforo. Het wonder van de tranen van Maria wekte veel belangstelling en ontsteltenis in het hele gebied en werd beschouwd als een mededogende, moederlijke waarschuwing van toekomstige tegenspoed, die zich inderdaad voordeed in de vorm van oorlogen, aanvallen en plunderingen. In 1517 werd Pennabilli tijdens de strijd die was aangespannen door Lorenzo de’ Medici tegen Francesco Maria della Rovere, belegerd door de Florentijnen, maar op 17 februari verscheen de Madonna op de stadsmuren waardoor de aanvallers op de vlucht sloegen. De Madonna verscheen nog eenmaal op de muren van Pennabilli ter bescherming van de bewoners, en wel op 22 februari 1522. Troepen onder aanvoering van Giovanni dalle Bande Nere waren onder de muren gelegerd en stonden op het punt de stad aan te vallen. De hertog van Urbino raadde het volk aan de stad te verlaten. Zelf vluchtte hij naar de burcht van Sassocorvaro. Iedereen vertrok, op 14 soldaten na. Toen de vijand ‘s nachts probeerde de stad binnen te komen, zag men een helder licht aan de hemel, waar de Maagd verscheen met het Kind in de arm en een leger engelen. De stad was opnieuw gered. Na dit laatste wonder breidden de dankbare inwoners van Pennabilli de kerk van San Cristoforo uit en brachten om de afbeelding een marmeren nis in renaissancestijl aan, die in de 17de eeuw werd verrijkt met een grotere en imposante barokke omlijsting van bewerkt hout. Door de eeuwen heen, tot aan onze tijd, heeft de Maagd de verzoeken om bescherming meerdere malen vervuld. Tijdens de laatste oorlog, in juni 1944, bad de bevolking tot de Madonna om de evacuatie van de stad te vermijden die was bevolen door de Duitse legerleiding. Het bevel werd ingetrokken. Op 21 september van hetzelfde jaar had het zich terugtrekkende Duitse leger mijnen geplaatst onder strategische bruggen van het territorium. De bevolking vroeg de Maagd van de Genade om hulp en beloofde dat het het heiligdom zou restaureren. De Duitsers lieten de mijnen niet ontploffen. Ook zijn er
70
71
72
boven Pennabilli, kerk van Miratoio
onder, links Cà Romano di Pennabilli, La Madonna del Rettangolo di neve
onder, rechts Pennabilli, klooster van Sant’Antonio da Padova
talloze getuigenissen van de inwoners van Pennabilli van genezingen en wonderen door toedoen van de Maagd. Een gebeurtenis in het bijzonder is de moeite van het vermelden waard: die van de genade van de scheepskapitein Filippo Zappi die in 1928 met Umberto Nobile op exploratie naar de Noordpool ging met de zeppelin “Italia”. Bij de Noordpool gearriveerd kon de zeppelin niet landen. Gedwongen tot de terugtocht, botste de zeppelin tegen een ijsrots en scheurde de stuurgondel los. Van de 16 bemanningsleden kwamen er tien op het ijs terecht, van de zes aan boord gebleven leden verloor men ieder spoor. Na dit vreselijke ongeluk kampeerden de overlevenden in een rode tent en wachtten op hulp. Maar na een paar dagen verliet Zappi met twee anderen de tent en begon een zware tocht over het ijs om hulp te zoeken. Radeloos door de kou, keerden zijn gedachten terug naar zijn moeder, Elmira Manduchi, die uit Pennabilli kwam en niet ver van de kerk van Sant’Agostino woonde. Hij dacht aan de wonderen van de Maagd en beloofde haar te komen bedanken als ze zijn leven zou redden. In de tussentijd hadden hulptroepen de rode tent gevonden en de overlevenden in veiligheid gebracht. De andere drie mannen werden na 48 uur gevonden en gered. De afbeelding wordt nog steeds door velen vereerd. De derde vrijdag van maart, “mooie vrijdag”, wordt er in Pennabilli feest gevierd. De cultus van de “Madonna der tranen”, uitgeroepen tot “koningin van Montefeltro”, leeft in het hele bisdom voort. De kerk van Sant’Agostino is in 1950 officieel tot “Mariaheiligdom van het bisdom” uitgeroepen.
73
HOOFDSTUK IX DE MARIAHEILIGDOMMEN
In de 16de eeuw leefde de verering voor Maria in het hele gebied opnieuw op. Dit begon met een bijzonder mirakel dat zich bij Rimini afspeelde, bij de eerste mijlpaal van de via Flaminia. De tussenkomst van Maria voorkwam dat een ten onrechte beschuldigde pelgrim ter dood werd veroordeeld. Dit was in 1506. De bewoners van Rimini besloten hierop een heiligdom op te richten om de afbeelding van de Madonna met het Kind, die zich naast de galg bevond en waaraan het mirakel werd toegeschreven, te vereren en te bewaren; dit heiligdom werd de kerk van de Colonnella. Er volgden andere miraculeuze verschijningen van de Madonna in Pennabilli (1517, 1522) en een in 1523 in Maciano, dichtbij Pennabilli. Hier verscheen de Maagd voor een zekere Giovanna van San Leo, die arm en wat simpel was (half gek, volgens de notaris die haar verklaring opnam) en vroeg haar om op de plaats van haar verschijning een kerk te laten bouwen. En de kerk werd gebouwd. Twintig jaar later vond een goed gedocumenteerde verschijning van de Madonna plaats op de grens tussen de bisdommen Rimini en Montefeltro, in Trebbio di Montegridolfo. Ook hier werd volgens de wens van de Maagd een kerk gebouwd. Het laatste 16de-eeuwse wonder in de buurt van Rimini vond in 1593 plaats bij Santarcangelo di Romagna, in Casale di San Vito, voor een bescheiden geschilderde afbeelding van Maria in een kapelletje op het platteland dat al snel in een groot heiligdom veranderde (zie verderop). Andere wonderbaarlijke gebeurtenissen volgden waardoor er ook in het centrum van Rimini een plaats van aanbidding ontstond, waar aan de Madonna del Carmine (Maagd van de berg Karmel), de Madonna Addolorata (Maagd der Smarten) en de Madonna del Rosario (Maagd van de Rozenkrans) gewijde altaren werden opgericht in de kerken van de karmelieten (San Giovanni Battista), servieten (Santa Maria dei Servi) en dominicanen (verwoest). 1. De kerk van de Colonnella in Rimini Dit mooie gebouw is in 1514 voltooid en bevat de miraculeuze afbeelding die aan de gemeente toebehoort. Tot aan de Italiaanse eenwording nam het stadsbestuur aan alle belangrijke vieringen deel. De tempel wordt Colonnella (Zuiltje) genoemd vanwege de Romeinse mijlpaal, de afbeelding is namelijk op een pilaar of een kleine zuil geschilderd. Het verfijnde portaal dat meteen opvalt is door Giovanni Bernardini van Venetië 75
boven Rimini, kerk en afbeelding van de Madonna della Colonnella
onder Maciano di Pennabilli, klooster en kerk van de Santa Maria dell’oliva
vervaardigd. De elegante 16de-eeuwse decoratie van wit baksteen aan de muren is van Bernardino Giuritti uit Ravenna. De 14de-eeuwse Madonna met Kind van een onbekend auteur is de belangrijkste bezienswaardigheid en hier zijn enkele gedenkstenen in de kerk aan gewijd. 2. Santa Maria dell’oliva in Maciano di Pennabilli Met behulp van de omliggende gemeenten werd in Maciano, dat nu in de gemeente Pennabilli ligt, een van de mooiste renaissancekerken van Montefeltro gebouwd, de Santa Maria dell’oliva di Maciano (Maria van de olijf), precies op de plaats waar Maria was verschenen. Dit monument is om verschillende redenen buitengewoon interessant; de bouwstijl toont dat de harmonieuze vormen van de renaissancestijl van Urbino in heel Montefeltro wijd verspreid waren. Op het portaal staat de datum 1529, het jaar waarin hij is voltooid. De kerk werd direct aan de franciscanen toevertrouwd (de minderbroeders) die vanaf 1553 hier een groot klooster naast bouwden, met veel zalen, cellen, opslagplaatsen en een mooie bibliotheek (met een deur waarop het jaar 1635 staat); de laatste boeken werden minder dan honderd jaar geleden verkocht door een onnozele broeder die hier weinig lires en veel vernederingen, beschuldigingen en processen voor terugkreeg. Het heeft ook een goed verlichte kruisgang met grote bogen. De zuilen hiervan zouden door een zekere gravin Oliva aan de broeders zijn geschonken en afkomstig zijn uit haar verblijf in Antico; dit is echter een recent verhaal dat is ontstaan om een verklaring te geven voor de naam olijf, en voor de architectonische vormen van de kerk die lijken op die van de kerk van Antico. In de lunetten van de zuilengang vindt men fresco’s met het leven en de wonderen van de heilige Franciscus; helaas zijn er maar enkele van dit imposante werk goed zichtbaar. Toch zijn de resten van de fresco’s van groot belang, omdat ze getuigen dat alle gemeenschappen uit het gebied bij dit werk betrokken waren. Ieder fresco draagt namelijk de naam van zijn schenker; er zijn namen leesbaar van de gemeenschappen van Penna, Maciano en Soanne. Verder werpen ze 76
boven Trebbio di Montegridolfo, heiligdom Beata Vergine delle Grazie
onder San Giovanni in Marignano, oratorium van Santa Maria
licht op een mysterieuze schilder uit Pennabilli, ene Giovanni Bistolli, die de fresco’s in termijnen heeft geschilderd, in 1656, 1657, 1658 en 1659, zoals hij zelf verklaart. Hij was zeker geen slecht schilder wat blijkt uit de goed geconstrueerde en pittoreske afbeeldingen, die echter een aantal rudimentaire elementen bevatten die waarschijnlijk zijn te wijten aan restauraties uit de 18de eeuw. 3. Het heiligdom van de Beata Vergine delle Grazie in Trebbio di Montegridolfo In de kerk van Trebbio is het altaar gedecoreerd met een mooi altaarstuk dat de miraculeuze verschijning van Maria voorstelt. Dit werd in 1459 geschilderd volgens getuigenissen van de helderzienden, Antonia Ondidei en Luca Antonio di Filippo, en dus “in real time”, door de schilder uit Fano, Pompeo Morganti. Interessant is de achtergrond van het schilderij, waar men Montegridolfo ziet met het kasteel, de muren, toren en omringend land. 4. Andere Mariaheiligdommen en -kerken in het Conca-dal Het Conca-dal beschikt over veel Mariaheiligdommen. We hebben het al gehad over de Madonna di Bonora in Montefiore Conca, waar nu nog bedevaartgangers uit heel Italië komen. Ook het heiligdom van de Beata Vergine delle Grazie di Montegridolfo wordt plaatselijk zeer vereerd en is in de 16de eeuw na twee verschijningen van Maria opgericht. Wij raden aan de tocht voort te zetten naar Saludecio waar het meest recente heiligdom van de Madonna del Monte ligt. In de gemeente Gemmano wordt de kerk in de heuvels, op de rechteroever van de Conca, het heiligdom van de Madonna di Carbognano genoemd; deze is rond 1260 ontstaan toen een groep franciscaanse broeders een klein klooster op de resten van de oude Romeinse tempel bouwden, dat ze aan Franciscus wijdden. In 1500 werd de kerk aan Maria gewijd, die door de jaren heen steeds populairder was geworden, en werd door duizenden bedevaartgangers bezocht die tot de Maagd baden. Door de komst van de volgelingen werd er geld ingezameld en kon de kerk worden uitgebreid. 79
80
boven Montegridolfo, kerk van San Rocco
onder Carpegna, heiligdom van de Madonna del Faggio
In de 18de eeuw werd in San Clemente een achthoekige Mariakapel van steen met lisenen gebouwd. Ook het oratorium van Santa Maria in San Giovanni in Marignano met zijn elegante overdekte bogengang is een bezoek waard. Net buiten de provincie ligt in Carpegna het oudste Mariaheiligdom van het dal van de Madonna del Faggio. 5. Het heiligdom van de Madonna di Casale in San Vito di Santarcangelo di Romagna Ook in Casale ontstond direct na de eerste wonderen die in 1596 aanvingen een groot Mariaheiligdom gewijd aan de Visitatie. Het betrof een grootse kerk, begonnen in 1596 en voltooid in 1605, die door de Duitsers in 1944 werd verwoest en op moderne wijze werd herbouwd in 1964. Hij ligt aan de antieke via Emilia, vlak bij San Vito, in het dorp Casale di Santarcangelo, en is nu in handen van de passionisten. Hier wordt de zalige Pio Campidelli vereerd, een jonge passionist (zie de aan hem gewijde pagina verderop) die zijn leven opofferde voor zijn streek Romagna. 6. De Madonna, beschermvrouwe van Rimini Naar aanleiding van de vele miraculeuze gebeurtenissen voegde de gemeente Rimini Maria toe aan de lijst van haar schutspatronen en plaatste in 1696 een bronzen beeld op de hoek van het stadhuis, met een bronzen baldakijn en een lantaarn die iedere avond door de jonge vrouwen van de gemeente werd aangestoken bij het Ave Maria. Het zou te veel tijd kosten om alle plaatsen op te noemen waar de Mariaverering nog sterk leeft. We noemen hier een paar “minder bekende”, interessante plekken. De meeste liggen in de provincie Rimini, één in de Republiek San Marino. 7. Het heiligdom van de Beata Vergine del Carmine in Saiano di Torriana In Saiano in de gemeente Torriana ligt op een rots, bijna tussen de kiezels van de Marecchia, een klein heiligdom naast een cirkelvormige romaanse toren. 81
boven, links zalige Pio Campidelli
boven, rechts Rimini, piazza Cavour, de Madonna,
beschermheilige van de stad aan de voorgevel van palazzo Garampi
onder Saiano di Torriana, heiligdom van de Beata Vergine del Carmine
Het is gewijd aan de Beata Vergine del Carmine (heilige Maagd van de berg Karmel), waarvan het altaar een mooi beeld bevat, waarschijnlijk uit de 15de eeuw, waaraan vooral de zwangere vrouwen uit het dal hun gebeden richtten. Ook hier zou de Maagd zijn verschenen. Het heiligdom trekt veel bedevaartgangers en is bereikbaar via een mooie weg langs de rivier. Ooit kwamen hier veel bewoners van nabijgelegen dorpen. Om de rivier over te steken legden ze ladders op karren die zo een brug vormden en om die reden wordt hier ’s zomers een brug over de Marecchia gecreëerd, de Ladderbrug. Bijzondere aandacht verdient de prachtige bronzen toegangspoort vervaardigd door Arnaldo Pomodoro, beroemd beeldhouwer uit Morciano di Romagna, en ontworpen door de dichter Tonino Guerra die zich enorm heeft ingezet voor de restauratie van het heiligdom en het herstel van de zomerse brug. 8. De cel van Talamello In Montefeltro rijst in Talamello net voor de begraafplaats van het dorp een cel die een prachtig voorbeeld is van de laat-gotische kunst. Hij stamt uit 1437 en is overal bedekt met fresco’s van Antonio Alberti uit Ferrara. Deze landelijke cel werd gebouwd op verzoek van een franciscaan, de bisschop van Montefeltro Giovanni Seclani, die hier staat afgebeeld aan de voeten van de Maagd met Kind, naast beelden van heiligen en scènes van de Annunciatie, de Aanbidding der Koningen en de Presentatie in de Tempel. Ooit bevond zich voor de cel een vierkante zuilengang waar reizigers en pelgrims konden overnachten. Veel van hen hebben hun naam en de datum op de muren geschilderd en soms hun plaats van afkomst of bestemming, hetgeen ons belangrijke aanwijzingen heeft verschaft om te begrijpen in hoeverre de cel werd bezocht. 9. De kerk en het klooster van Santa Maria in Valdragone di San Marino In het territorium van de Republiek San Marino kan men het heiligdom en ernaast gelegen klooster van Santa Maria in Valdragone bezoeken, dat aan de voet van de Monte Titano ligt. 82
84
boven Talamello, fresco’s van Antonio Alberti in de cel
onder Valdragone di San Marino, heiligdom van Santa Maria
De naam verwijst naar een middeleeuwse legende over de aanwezigheid van een draak in het dorp. In de kerk die een mooie renaissancegang heeft en samen met het klooster is gebouwd, wordt een 14de-eeuwse Maagd vereerd met daaromheen een polyptiek van de eeuw erna van het atelier Coda uit Rimini, die later is versierd met houtsnijwerk en verguldsels. De afbeelding van de Madonna, tussen de heiligen Barbara en Caterina in, vormt al eeuwenlang object van devotie. Zij wordt “Madonna van de peer” genoemd omdat de Maagd een peer aan Jezus gaf, wat symbool staat voor Gods liefde voor de mens, iconografisch gezien afkomstig uit Noord-Europa, waar ook het mirakel van de rozen over gaat. Het verhaal gaat dat tot aan 1442 Maria niet werd genoemd in gebeden in San Marino en dat er daarom geen rozen in dit gebied groeiden. Volgens een vrome monnik was de oorzaak hiervan dat er geen klooster was gebouwd, ook al was daar voldoende geld voor. De argumenten van de broeder werden aanhoord en er werd een oratorium gebouwd. Toen het werk voltooid was, schonk de monnik de kerk een schilderij met de Madonna met het Kind. Dit gebaar werd zeer op prijs gesteld en al snel trok de cultus van de Maagd massa’s mensen aan. Dit was niet naar de zin van de Malatesta’s die altijd bang voor opstanden waren, en die daarom de priester lieten ontvoeren om hem naar Rimini te brengen. ‘s Nachts vulden de bergtoppen zich echter met rozenstruiken waardoor de soldaten in de war raakten. Toen ze besloten de broeder op te hangen, mislukte dit omdat het touw in de doorns bleef haken. Geschiedenis en legende verenigen zich in een gedenksteen op het plein en in de oude gewoonte om in juni op bedevaart naar Valdragone te gaan met een bos witte rozen. De broeders van de servietenorde die de bouw van de kerk en het klooster hebben voltooid, hebben zich altijd ingezet voor de cultus van de Maagd. In 1692 onderging de kerk grote veranderingen en werd in 1710 aan de Madonna der Smarten gewijd, die sinds enige tijd tot schutspatroon van de servietenorde was verklaard, en aan de heilige Filippo Benzi. Nu is het klooster verkozen als vestiging van de president van de Federatie van de servieten van Maria in Italië en Spanje. 85
boven Valdragone di San Marino, Madonna della pera in het klooster van Santa Maria
onder, links Valdragone di San Marino, klooster van Santa Maria
onder, rechts Romagnano di Sant’Agata Feltria, kerk van de Madonna di Romagnano
10. De kerk van de Madonna di Romagnano In het bisdom San Marino en Montefeltro wordt vooral de Madonna di Romagnano vereerd. In Romagnano, dat tegen de stad Sarsina aanligt maar deel uitmaakt van Sant’Agata Feltria, bestond al voor het jaar duizend een christelijke gemeenschap rond de parochiekerk, die in de loop van de 16de eeuw in verval raakte en tijdens de overstroming van 1557 definitief werd verwoest. Alleen de apsis is overgebleven die men nu nog kan bezichtigen, samen met bouwstenen en stenen uit het oorspronkelijke bouwwerk die zich nu in de nieuwe kerk bevinden. In 1563 verscheen op donderdag 8 april de Maagd aan het herderinnetje Agata. Vanaf dat moment werd de plaats druk bezocht en na vierenhalve eeuw is de herinnering aan het grootste wonder van het dal van de Savio nog sterk aanwezig. Zo werd in 1564-1565 de kerk, die na de kathedraal van Sarsina de grootste van het bisdom was, herbouwd. Deze werd het belangrijkste Mariaheiligdom van het bisdom en is nu eveneens de kerk van de parochie Sapigno-Romagnano. Vanwege problemen van instabiliteit werd de kerk rond 1805 geherstructureerd en gereduceerd. Belangrijke restauratiewerken zijn in 1963 uitgevoerd ter gelegenheid van de vierhonderdjarige herdenking van de verschijning, waarbij de pastorie en het presbyterium volledig zijn herbouwd. In 1971 is de moderne klokkentoren toegevoegd. Kerk en pastorie zijn vervolgens begin 2000 volledig gerenoveerd om de talloze volgelingen en de vieringen van de heilige verschijning te ontvangen.
86
87
88
boven Pennabilli, Madonna delle Grazie
onder, links Trebbio di Montegridolfo, heiligdom van
de Beata Vergine delle Grazie, Verschijning van de Maagd
onder, rechts Rimini, Santa Maria della Misericordia (Santa Chiara)
Andere miraculeuze Madonna-afbeeldingen In juli 1796 begon een bescheiden afbeelding van de Beata Vergine nell’aspettazione del parto (Heilige Maagd in afwachting van de bevalling), een werk van Costa dat in het oratorium van het oude broederschap van San Girolamo in Rimini werd bewaard (nu in het oratorium van San Giovannino) “met haar ogen te bewegen”. Dit fenomeen werd vastgesteld door vertrouwenspersonen van de bisschop en vervolgens door de bisschop zelf en leidde in het hele bisdom tot verwondering, enthousiasme en grote uitingen van geloof. Ook een Maagd gewijd aan Sant’Agata Feltria, in de kerk van de kapucijnen bewoog haar ogen. De Onbevlekte Maagd, van de schilder Angelo Angeloni van Pennabilli uit 1786, bekend als de Madonna der Kapucijnen, bewoog meerdere keren haar ogen tussen september 1796 en juni 1850. Vanaf dat moment heeft zij veel volgelingen aangetrokken die haar blijven aanbidden. Van haar wonderen werd een proces opgemaakt in een document van 224 pagina’s dat naar Rome naar de Congregatie voor de Riten werd gestuurd die toestemming gaf tot publicatie. Een kopie van dit document wordt in het kapucijnenklooster van Sant’Agata Feltria bewaard. In dezelfde periode vonden soortgelijke mirakels in Rome en in andere plaatsen van de pauselijke staat plaats: er werden er meer dan 120 geteld en met canonisatieprocessen goedgekeurd. Dit verschijnsel duurde vele maanden waarop Pius VI de dag 9 juli tot speciale feestdag uitriep, die van de “Wonderen van de Zalige Maagd Maria”. De komst van de troepen van Napoleon in Rimini in februari 1797 verhinderde de verspreiding van reproducties van deze miraculeuze Madonna’s evenals de cultus hiervan. In 1850 bewoog ook een reproductie van de Madonna di San Girolamo, in de kapel van het voormalig klooster van de clarissen in Rimini, haar ogen. Opnieuw laaiden na de voltrekking van het wonder de geloofsuitingen op; de faam en devotie voor de Maagd groeiden snel omdat het mirakel zich acht maanden lang bleef herhalen. Het gaat hier om de zeer vereerde Madonna met de titel Heilige Maria van de Barmhartigheid, die zich op het hoogaltaar van het gelijknamige heiligdom, ook Santa Clara genoemd, bevindt dat in 1852 in haar eer werd gebouwd. Hoe kunnen deze wonderen verklaard worden? Het lijkt of de Maagd net voor de inval van het napoleontische leger en voor de even traumatische inval van de Piemontese troepen, haar aanwezigheid en moederlijke bescherming heeft willen aantonen.
89
HOOFDSTUK X KUNST EN GELOOF
1. Musea en collecties Kunst is altijd een trouw dienaar van godsdienst geweest, net zoals artiesten hier doeltreffende vertalers van waren. Vaak zijn plaatsen met een rijke spiritualiteit ook rijk aan kunst. De heilige afbeeldingen die zijn overgebleven zijn belangrijke getuigenissen, behalve van devotie en religie, van de cultuur, samenleving en geschiedenis. Hoewel niet het onderwerp van deze publicatie, is het interessant om nog enkele aanwijzingen te geven met betrekking tot kunstwerken in het gebied. We willen in het bijzonder op enkele musea en kerken wijzen omdat het merendeel van de heiligdommen en kerken met hun kunstwerken al behandeld zijn, zij het in grote lijnen. In het gebied liggen maar liefst vijf musea die een groot aantal belangrijke sacrale kunstwerken bezitten: deze bevinden zich in San Leo, Pennabilli, San Marino, Saludecio en Rimini. Ook maken enkele bijzonder spirituele plekken deel uit van het verspreide museum De plaatsen van de ziel, ontworpen door Tonino Guerra. Het gaat hier om Het toevluchtsoord van de verlaten Madonna’s van Pennabilli in de Tuin van de vergeten vruchten waar men afbeeldingen van de Maagd vindt van plaatselijke kunstenaars die doen denken aan de afbeeldingen in de oude votiefkapellen op het platteland. Een andere bezienswaardigheid, ook naar een idee van Tonino Guerra, is de kerk van de Madonna van de rechthoek van sneeuw in Ca’ Romano, in de gemeente Pennabilli, herbouwd na een aardbeving op de plaats die door de Madonna zelf werd aangegeven, en wel in de vorm van een sneeuwbui. 2. Museum van Sacrale Kunst in San Leo In San Leo bezit het Museum van Sacrale kunst, naast enkele interessante schilderijen uit verschillende periodes, een groot aantal stenen sculpturen uit de vroege middeleeuwen, afkomstig uit de streek en uit de kathedraal en parochiekerk. Hier leert men meer over de geschiedenis en verhalen van het gebied. Het Lapidarium bevat antieke resten van beelden van de stad (8ste-13de eeuw). De Zaal van de beschilderde panelen toont de begintijd van de schilderkunst in het territorium: een 14de-eeuws kruisbeeld, het paneel met de Madonna van de Appel van Catarino di Marco van Venetië (1375 circa) en het paneel van Luca Frosino met de Madonna met het Kind (1487-1493). De Zaal van het tabernakel ontleent zijn naam aan het grote houten kunstwerk, afkomstig uit het franciscanenklooster van Sant’Igne 91
92
boven, links San Leo, Museum van Sacrale Kunst
boven, rechts Pennabilli, Bisschoppelijk museum A. Bergamaschi
onder Sant’Agata Feltria, Verspreid museum ‘A rivedere le stelle’
dat, met zijn fijne bewerkingen en schilderingen een van de meest bijzondere kunstwerken van de renaissance in Montefeltro vormt. Aan de meest vertegenwoordigde periode, de 17de eeuw, is de zaal gewijd met talloze schilderijen die voornamelijk te danken zijn aan de liturgische voorschriften van het Concilie van Trento. 3. Bisschoppelijk museum A. Bergamaschi in Pennabilli Het Bisschoppelijk museum “A. Bergamaschi” van Pennabilli beschikt over kostbare voorwerpen verspreid over een vijftien zalen: meubels, doeken, altaarstukken, schilderlijsten, keramiek, vazen, reliekhouders. Samen vormen zij een waardevolle collectie en dit is te danken aan bisschop Antonio Bergamaschi die in 1962 begreep dat het dringend nodig was de kunstwerken in de streek van het bisdom van Montefeltro te verzamelen, omdat ze vaak verloren gingen door achteloosheid, vooral in de meer afgelegen kerken en kapellen. Een vooruitziende blik waarmee de fundamentele elementen van de cultuur van een volk werden gered. In het nieuwe museum vindt men werken van kunstenaars als Benedetto Coda, Giovan Francesco da Rimini, Guido Cagnacci, Nicolò Berrettoni, Carlo Cignani, Giovanni Francesco Guerrieri da Fossombrone en medewerkers van de ateliers van Casteldurante, en van die uit Rome en Romagna. Verder bevat het museum een groot aantal liturgische voorwerpen en paramenten, beelden, majolica en zilver. Alles is op een originele manier tentoongesteld om zo de woorden van Johannes Paulus II te verwezenlijken: “Kerkelijke musea zijn geen opslagplaatsen van levenloze voorwerpen maar eeuwige kwekerijen, die door de tijd heen het scheppende vernuft en de spiritualiteit van de gelovige gemeenschap doorgeven”. 4. Verspreid museum A rivedere le stelle in Sant’Agata Feltria Een andere spirituele tocht die uit bijzondere diorama’s bestaat, oftewel scènes van religieuze beschouwing, biedt het museum dat in drie jaar tijd in Sant’Agata Feltria tot stand is gekomen, onder leiding van de meester van kerststallen, Marco Fantini. We hebben het hier over het originele verspreide museum A rivedere le stelle (de sterren 93
boven Sant’Agata Feltria, Verspreid museum ‘A rivedere le stelle’
onder San Marino, Museum-Pinacotheek van San Francesco
terugzien), dat enkele van de meest belangrijke werken van Italiaanse en Spaanse beeldhouwers van beeldjes voor kerststallen toont. De meeste van deze “etappes van beschouwing” bevinden zich in Sant’Agata. Men kan de tocht beginnen bij de zalen naast de mooie kerk van San Francesco della Rosa, die op zich al een bezoek waard is, omdat zich hier de resten bevinden van een kerk-kluizenaarsverblijf waar de Heilige van Assisi in 1213 verbleef. Een ander onderdeel is het Palazzo Fregoso, vroeger stadhuis, waar men op de begane grond het 17de-eeuwse theater Mariani vindt. Een ander fascinerend bouwwerk is het klooster van San Girolamo. En buiten de stad maken de interessante plaatsjes Rosciano, Pereto, Maiano en Badio Mont’Ercole deel uit van het project. 5. Museum-pinacotheek van San Francesco in San Marino Het Museum-pinacotheek van de heilige Franciscus in San Marino bevat veel liturgische voorwerpen en schilderijen van franciscaanse oorsprong waaronder twee mooie 16de-eeuwse altaarpanelen van Girolamo Marchesi da Cotignola. Het bevindt zich in de loggia’s die de kruisgang van het oude franciscanenklooster vormden, opgericht in 1361 en gebouwd door de maestri comacini (meesters van Como). Geopend in 1966 is het in de afdelingen sacrale kunst en pinacotheek verdeeld. Enkele van de meest belangrijke exemplaren van het artistieke erfgoed van het klooster en andere franciscaanse kerken zijn hier tentoongesteld: schilderijen op paneel en doek, een kostbaar fresco afkomstig uit de aangrenzende kerk, meubilair, religieuze voorwerpen en paramenten van de 14de tot en met de 18de eeuw getuigen van het bestaan van de kloosterlingen en hun rol in de ontwikkeling van kunst en cultuur in de Republiek. Bijzonder mooi zijn een wierookbrander en wierookhouder van zilver, uit begin 16de eeuw, beide van de beroemde goudsmid Antonio Fabbri, (1450-1529), graveur, ambassadeur bij de Heilige Stoel, die met Cellini en Raffaello samenwerkte. Ook het prachtige fresco met de Aanbidding der Koningen van Antonio Alberti da Ferrara verdient de aandacht; dit is een van de oudste werken van de Republiek, en is tussen 1430 en 1437 vervaardigd voor het “Altaar van de Koningen” van de kerk, dat deel uitmaakte van een gro94
95
96
boven San Marino, Museum-Pinacotheek van San Francesco
onder Saludecio, Museum van Saludecio en van de zalige Amato Ronconi
ter werk dat echter verloren is gegaan tijdens de herbouw in de 18de eeuw. De collectie omvat ook twee kostbare altaarpanelen van Girolamo Marchesi da Cotignola (Ravenna, ca. 1472 - Rome ca. 1540), die de Ontvangenis met de heiligen Augustinus en Anselmus (1512) en de Maagd op de troon en de heiligen (1540) afbeelden. Het eerste paneel is een van de meest antieke afbeeldingen van de Monte Titano, het andere een van de eerste afbeeldingen van de heilige Marinus, die staat afgebeeld terwijl hij de stad opheft en “beschermt”. De twee kleine panelen met gouden achtergrond zijn aan Niccolò di Liberatore, de Leerling genoemd, toegeschreven (ca.1430 - 1502), die beide twee heiligen afbeelden en wel Bonaventura en Antonius van Padua, en paus Nicolaas II en Franciscus. 6. Museum van Saludecio en van de zalige Amato Ronconi In Saludecio bevat het Museo di Saludecio e del beato Amato werken die voornamelijk uit het dorp komen en aan de cultus van de zalige Amato zijn verbonden; vooral de moeite waard zijn twee 17de-eeuwse altaarstukken van Guido Cagnacci en Centino. In een zaal zijn schilderijen, beelden, reliekhouders, liturgische voorwerpen en processielantaarns tentoongesteld, afkomstig uit de parochiekerk en de oude lekenkloosters, die wijzen op het belang van het geloof en het dorp in het Conca-dal in de 17de en 18de eeuw. Bijzonder mooi zijn de zilveren kelken en schilderijen, waaronder de Heilige Paus Sixtus en de processie van het Allerheiligste Sacrament van Guido Cagnacci (1628), de Heiligen Abt Antonius en Antonius van Padua van Giovan Francesco Nagli, Centino genoemd (ca. 1650) en De Onthoofding van Johannes de Doper van Claudio Ridolfi (ca. 1630). Een tweede zaal is aan de schutspatroon van het dorp gewijd, Amato Ronconi (13de eeuw), wiens lichaam wordt vereerd in de rechterkapel van de parochiekerk. Hier vindt men ook zilverwerken uit de 17de-18de eeuw en een grote hoeveelheid “historische” ex voto’s. Ook de kerk maakt deel uit van het museum; de crypte is een mooi souterrain met antieke liturgische paramenten, devotiebeelden van kunstenaars uit Faenza en wat schilderijen. Het door engelen ondersteunde “pannarone” (parament) op het hoogaltaar van de crypte is het werk van de beeldhouwer Antonio Trentanove die tussen 1798 en 1800 het pleisterwerk van de kerk heeft verzorgd. 97
boven Saludecio, Museum van Saludecio en van de zalige Amato Ronconi
onder Valliano di Montescudo, kerk van Santa Maria del Soccorso
7. Volkenkundig museum van Valliano in Montescudo Valliano di Montescudo beschikt over een klein maar mooi museum, het Museo Etnografico di Valliano, een eerbetoon aan het leven van de boeren, dat zich in de voormalige pastorie naast de oude parochiekerk, de Santa Maria del Soccorso bevindt. Ook de kerk maakt deel uit van het museum. Al het vergaarde materiaal komt uit de omgeving van Montescudo en Monte Colombo, en is tentoongesteld met speciale aandacht voor de centrale functie van het huis in het boerenleven en voor de activiteiten die daarin plaatsvonden. Hier bevindt zich een grote hoeveelheid authentieke goed geconserveerde voorwerpen en foto’s van dit antropologische verhaal. Deze werpen een blik op de gelovigheid van de boeren en het volk, en vooral op de Mariaverering, waarvan de werken in de kerk getuigen. Hier vindt men mooie vijftiende-eeuwse fresco’s, gedeeltelijk votief, een afbeelding van de Maagd van de Rozenkrans, doeken uit de 15de en 16de eeuw en veel kostbare ex voto’s. 8. Stadsmuseum van Rimini In Rimini komen veel schilderijen van het Museo della Città uit kerken die zijn ontbonden in de napoleontische tijd en in de periode na de eenwording, waaronder, afgezien van de 14de-eeuwse schilderingen, een meesterwerk van Giovanni Bellini, een paneel van Ghirlandaio, doeken van Cagnacci, Centino, Guercino en Cantarini. Men vindt hier schilderijen en beelden, keramiek en medailles, munten, inscripties en architectonische fragmenten uit de stad en het omringende gebied. In de zaal van “het Oordeel” ziet men een groot 14de-eeuws fresco met het Laatste Oordeel afkomstig uit de augustijnenkerk van San Giovanni Evangelista. Dit is een van de oudste (ca. 1310) en belangrijkste werken van de “Scuola riminese del Trecento”, die de eerste helft van de 14de eeuw actief was in Emilia Romagna, Marche en Veneto. Het museum heeft werken van Giovanni, Giuliano en Pietro uit Rimini, de belangrijkste schilders van de “school”, die zich ontwikkelden ten tijde van de Malatesta-heerschappij. Wapens en inscripties in steen verwijzen naar deze familie en vooral naar Sigismondo Pandolfo (1417-1468), aan wie Castel 98
99
100
Rimini, Stadsmuseum
Sismondo en de Tempel te danken zijn. Hier wordt vrijwel de hele serie Malatesta-medailles bewaard die Pisanello en Matteo de’ Pasti, meesters in de muntslag, voor hem sloegen en een Jonge Vaandeldrager van Agostino di Duccio afkomstig uit de Malatesta tempel, net als het juweel van het museum, de Piëta, door Giovanni Bellini rond 1470 geschilderd. Twee prachtige schilderijtjes van Francesco Maffei stammen uit de 16de eeuw net als enkele meesterwerken van Simone Cantarini, Guercino en twee plaatselijke schilders: Guido Cagnacci (1601-1663) en Giovan Francesco Nagli, beter bekend als il Centino (ca. 1605-1675). Van de eerste beschikt het museum over bijzonder suggestieve werken als Sant’Antonio Abate en De roeping van de heilige Matteo, een Cleopatra en een schitterend Portret van een aartsmonnik; van de tweede over enkele doeken en altaarstukken in een simpele en devote stijl.
101
HOOFSTUK XI VANAF HET JAAR DUIZEND TOT DE TWINTIGSTE EEUW
102
Deze eeuwen zijn van enorm belang voor de sacrale kunst geweest in het gebied rond Rimini en hebben een rijk en kostbaar erfgoed achtergelaten dat men in de dalen, steden en dorpjes kan bezichtigen. Deze kunst is een getuigenis van een oude, diep gewortelde spiritualiteit. Aangezien het niet mogelijk is hier een volledige lijst te verschaffen, staan we stil bij de werken die belangrijk zijn vanwege hun devote aspect en historische en artistieke waarde. 1. Parochiekerken en romaanse kunst De oude parochiekerken van Santarcangelo di Romagna, Verucchio, San Leo en Ponte Messa di Pennabilli zijn de moeite van een bezoek waard. Alle zijn ontstaan tijdens de snelle verspreiding van het christendom in de Malatesta- en Montefeltro-gebieden, dankzij de belangrijke rol van de haven van Rimini in de handel met Afrika en het Oosten in de laat-Romeinse tijd en de nauwe banden van de stad met het binnenland. Middeleeuwse documenten getuigen van een dicht netwerk van parochiekerken voor de 10de en 12de eeuw, in de drukst bevolkte plaatsen, die langs belangrijke verbindingswegen stonden: de grote en beroemde consulaire wegen Emilia en Flaminia, de via Aretina (nu Marecchiese), de Flaminia Minor, of Via Regalis (richting Marche) Een groot deel van deze kerken is verwoest, maar de in stand gebleven kerken moeten hier worden vermeld. De oudste en interessantste kerk is die van Santarcangelo di Romagna, gewijd aan de Aartsengel Michaël. Deze bevindt zich op één kilometer van het dorp en bestaat uit een enkel schip met evenwichtige afmetingen en een goed verlicht interieur, met de typische kenmerken van de 6de-eeuwse Ravennatisch-Byzantijnse kunst, zoals de polygonale apsis, de muren van smalle baksteen en de boogramen. Dat hij voortdurend in gebruik is geweest ziet men aan de klokkentoren uit de 12de-13de eeuw en de gedenksteen waar het enige blad van het altaar op steunt: een beeldhouwwerk in barbaarse stijl uit de vroege middeleeuwen versierd met bladeren en een roofvogel die een kleine viervoeter optilt. In Villa Verucchio ligt de parochiekerk van San Martino, een rustiek romaansgotisch bouwwerk, op de voet van een rots onder mooie olijfbomen, waar de hoofdstad van de Malatesta’s en ooit van de Villanova’s, Verucchio rijst. De meest karakteristieke romaanse parochiekerk ligt in San Leo. Deze is gewijd aan Santa Maria Assunta. Hij dateert uit de 11de eeuw, maar is gebouwd op een ander heilig bouwwerk dat minstens 200 jaar ouder is, wat blijkt uit het elegante ciborium. Aan het plein gelegen, heeft 103
boven Santarcangelo di Romagna, Pieve van San Michele Arcangelo
onder, links Verucchio, Pieve van San Martino
onder, rechts San Leo, interieur van de Pieve van Santa Maria Assunta
het drie geboogde absides in Longobardische stijl en de toegangsdeur ligt aan de zijkant. De voorgevel, net als die van de aangrenzende prachtige kathedraal die aan San Leone is gewijd, kijkt namelijk op het oosten uit en ligt stijl boven een afgrond. Intern heeft het drie schepen met pilaren en zuilen en romaanse kapitelen. Op het verhoogde presbyterium is het ciborium van graaf Orso in witte kalksteen geplaatst dat is ondersteund door vier zuilen met kapitelen en versierd met een lange tekst die de hele omtrek beslaat en de naam van de opdrachtgever, graaf Orso, en de periode 881-882 bevat. Stroomopwaarts van de Marecchia vinden we de parochiekerk van Ponte Messa in de gemeente Pennabilli, een mooi voorbeeld van romaanse architectuur uit het einde van de 12de eeuw. Deze aan SintPieter gewijde kerk is ook op een heilig bouwwerk opgericht dat minstens twee eeuwen ouder is. Hij werd tot minstens de helft van de 16de eeuw als doopkapel gebruikt, waarna hij in verval raakte. De schepen werden voor landbouwactiviteiten gebruikt, de abside, het dak, de klokkentoren en het bovendeel van de voorgevel gingen verloren, maar werden later herbouwd. De kerk is nu lang en smal en wordt door pilaren met puntbogen in drie schepen opgedeeld; hij heeft een hoog presbyterium met onderliggende crypte; het blad van het enige altaar in het presbyterium wordt door een Romeinse gedenksteen ondersteund. Bijzonder interessant is de voorgevel met zijn horizontale kantstenen en pilasters die een vierkant raster vormen, en met zijn mooie deur met portiek. Deze portiek heeft net als enkele kapitelen in de kerk, sculpturen in “barbaarse” stijl met fantastische en monsterlijke dieren. Van de overige nog goed geconserveerde kerken van romaanse bouwstijl moet het oratorium van de Santa Maria a Novafeltria uit 1191 worden genoemd dat met zijn mooie gestileerde vormen op een rots ligt. In dezelfde gemeente, in Secchiano Marecchia, ligt de antieke parochiekerk Pieve di Santa Maria in Vico. In Casteldelci zijn twee kerken het noemen waard, de Santa Maria in Sasseto met zijn mooie fresco’s van de school van Rimini en de pieve van Casteldelci, die nu privé-eigendom is. Als we het Marecchia-dal verlaten en naar dat van de Con104
105
106
boven Pennabilli, Pieve van San Pietro in Ponte Messa
onder, links Novafeltria, oratorium van Santa Marina
onder, rechts San Leo, Pieve van Santa Maria Assunta
ca gaan, mag een bezoek aan de romaanse kerk van San Salvatore niet ontbreken. Deze ligt in de provincie Rimini op het platteland langs de weg naar Ospedaletto en Cerasolo Ausa. Hij is tussen de 8ste en 9de eeuw gebouwd en heeft helaas de afgelopen eeuwen heel wat ingrepen ondergaan. Maar binnenin vindt men nog een abside uit de 13de eeuw met stenen kapitelen die typisch byzantijnse kenmerken hebben. Tot eind 13de eeuw werd het gebied rond Coriano bestuurd door de Kerk van Ravenna. Op weg naar Montescudo bij Trarivi treft men de resten van de oude middeleeuwse kerk, een voormalige benedictijnse abdij uit de 9de eeuw. Deze is ernstig beschadigd geraakt tijdens de Tweede Wereldoorlog en doet nu dienst als Museum van de Oostelijke Gotische Lijn. In Onferno, in de gemeente Gemmano, ligt de pieve van Santa Colomba, die nu ontheiligd is. Hier bevindt zich het Natuurmuseum van het reservaat van Onferno en van de grotten. Bij Mondaino, in het dorpje Pieggia, vindt men de parochiekerk van Sant’Apollinare uit de 6de eeuw. 2. Reis door de sacrale kunst tussen de 13de en 18de eeuw De oudste schildering van het gebied bestaat uit een fragment van het gezicht van Christus van een monumentaal kruisbeeld in de kathedraal van San Leone, geschilderd in 1205, dat zich nu in het Museum van Sacrale Kunst bevindt. Wat de 14de eeuw betreft, verwijzen we naar het Kruisbeeld van Giotto in de Malatesta tempel en naar de werken van de “Scuola riminese del Trecento”, waarover we het eerder hebben gehad. De 15de eeuw is natuurlijk vertegenwoordigd door de Tempio Malatestiano van Rimini en de hierin bewaarde werken, waaronder het onvergetelijke fresco van Piero della Francesca uit 1451 met Sigismondo Pandolfo Malatesta geknield voor de heilige Sigismondo. Maar men mag ook de prachtige keramiek in de Santa Maria d’Antico van Maiolo niet vergeten, met een Madonna met het Kind van Andrea della Robbia: een relatief onbekend meesterwerk uit het eind van de 15de eeuw. Het “beste” van de 16de eeuw zijn de schilderijen van Giorgio Vasari, in de voormalige abdij van Scolca (San Fortunato) en de Tempio 107
boven Trarivi di Montescudo, resten van de benedictijnse abdij
onder, links Maiolo, kerk van Santa Maria di Antico, Madonna met Kind, van Andrea of Luca della Robbia
onder, rechts Maiolo, kerk van Sant’Apollinare
Malatestiano, terwijl de 17de eeuw vertegenwoordigd is door werken van Cagnacci en Centino, die verder ook in musea van Rimini, Saludecio en Pennabilli aanwezig zijn. De “barokke” 17de eeuw brengt een kunstwerk voort dat men niet mag missen, het altaarstuk van Pietro da Cortona in de kerk van San Girolamo in Sant’Agata Feltria, in het hoge Marecchia-dal. De 18de eeuw beschikt over een aantal mooie kerken, vooral die in Rimini van de augustijnen (San Giovanni Evangelista), de karmelieten (San Giovanni Battista), de jezuïeten (van het kiesrecht), en de servieten (Santa Maria in Corte); deze laatste heeft verguld pleisterwerk van Antonio Trentanove en mooie altaarstukken van Albani, Massari en Gandolfi. In het Conca-dal verdienen twee werken speciale aandacht. Een vindt men in de gemeente Monte Colombo, waar in de kerk San Martino een interessant 18de-eeuws schilderij met de heilige van Brancaleoni wordt bewaard. De andere is in San Clemente in de gelijknamige kerk uit 1836. Hier vindt men een doek van Giovanni Battista Costa, beroemd schilder uit Rimini uit de 18de eeuw, van de Sacra Famiglia. In het Marecchia-dal zijn er talloze artistieke getuigenissen uit de 17de-18de eeuw. Aangezien we deze niet allemaal kunnen opnoemen, verwijzen we naar de altaarstukken en beelden in de parochiekerk van San Biagio in Sartiano di Novafeltria en de doeken in de kapittelkerken van Santarcangelo di Romagna en Verucchio. 3. Een heiligdom in San Marino met kenmerken van de contemporaine architectuur en van het Tweede Vaticaans Concilie San Marino beschikt over een moderne kerk die interessant is vanuit geschiedkundig-architectonisch oogpunt. We hebben het over het heiligdom van de Beata Vergine della Consolazione, ook bekend als kerk van de Zalige Maagd, in Borgo Maggiore in de antieke Republiek. Deze behoort toe aan het gelijknamige broederschap en functioneert nu ook als parochiekerk. De architect van de kerk is één van de beroemdste uit de geschiedenis van de Italiaanse en Europese architectuur. We bedoelen 108
109
110
Borgo Maggiore di San Marino, kerk van de Beata Vergine
hiermee Giovanni Michelucci, architect en urbanist. Hij is vooral bekend in de 20ste eeuw om zijn ontwerp van het station van Santa Maria Novella in Florence en de kerk van de Autostrada del Sole. De kerk van Michelucci in Borgo Maggiore valt onder de wet op bescherming van erfgoed en wordt in universiteiten bestudeerd omdat hij nog ouder is dan die van de beroemde Autostrada in de buurt van Florence. Michelucci valt met zijn kerk van San Marino in een precieze historische context: alles wat er na het Vaticaans Concilie II gebeurt. Volgens de voorschriften van het concilie is de mis niet langer in Latijn en wendt de priester zich niet richting kruis, maar naar het podium; hij is niet langer tussenpersoon tussen God en mens maar is deel van de gemeenschap. Dus heeft de architect het altaar naar het podium gericht en bestaan de lange gangen die naar het kruis lopen niet meer. De kerk wordt gezien als een samenkomst van de gemeenschappen; de kerk van de Republiek San Marino is een van de eerste ter wereld die geheel voor deze opvatting heeft gekozen. De bouw werd in februari 1964 begonnen en de kerk werd op 11 juni 1967 ingewijd. Het geheel heeft een trapezoïdale onregelmatige vorm met een aantal interne paden die rond het hoofdschip liggen. Men gaat de kerk binnen via een voorpoortaal met twee paden: een voert rechtstreeks naar de vrouwenverdieping terwijl de andere via een overdekte trap naar het kleinere schip leidt. De bedekking van het bouwwerk, oorspronkelijk van lood en nu van koper, bestaat uit twee lagen die op parabolische bogen steunen. Het ligt niet geïsoleerd maar is opgenomen in een ruimere omgeving en opent zich voor de buitenwereld, juist omdat het een plek is die is bestemd voor sociale relaties: een soort kleine stad die de interne en externe dialoog bevordert.
111
HOOFDSTUK XII DE HEILIGEN VAN HET GEBIED
112
Uit de vroege middeleeuwen stammen een aantal heiligen waarvan de kennis die we van hun hebben, is gebaseerd op oude onzekere legendes. Zo bestaan er bijvoorbeeld over Santa Paola uit Roncofreddo, een jonge herderin, alleen wat poëtische legendes, of weten we van Sant’Arduino en San Venerio, respectievelijk priester en abt, dat ze in de 10de eeuw in Rimini zouden hebben geleefd. 1. In Rimini
De door de kanunniken aangestelde Sant’Aldebrando komt uit de 13de eeuw en zette zich volgens de hagiografie in voor de strijd tegen de patari ketters; waarschijnlijker is dat hij de voorrechten en materiële eigendom van de kerk van Rimini wilde verdedigen tegen de aanmatigingen van de gemeente. Aldebrando was gedwongen om de stad te verlaten maar werd bisschop van Fossombrone waar hij rond 1250 overleed. De zalige Amato uit Saludecio komt uit dezelfde eeuw; landbouwer, pelgrim en oprichter van een hospitium voor bedevaartgangers, overleed hij rond 1300 na één van zijn devote reizen naar Santiago de Compostella. In de vorige pagina’s is verwezen naar het aan hem gewijde museum. Uit een iets latere tijd stammen Gregorio Celli en Giovanni Gueruli van Verucchio, de eerste augustijns heremiet en de tweede kanunnik, en de zalige Simone Balacchi uit Santarcangelo, dominicaan. De kanunnik Gregorio Celli, geboren in Verucchio in 1225, die nog steeds veel volgelingen heeft, overleed op 118-jarige leeftijd. Een van zijn beroemdste volgelingen was paus Ganganelli, Clemens XIV, aan wie hij zijn zaligverklaring dankt. Volgens de legende verscheen er na zijn dood een ezel die zijn lichaam naar het klooster van Sant’Agostino in Verucchio bracht, waar Galeotto Malatesta een boog en kapel voor de heilige relieken liet bouwen, die zich nu in de Collegiale kerk van Verucchio bevinden. Sinds de 17de eeuw zijn er veel wonderen vastgesteld. Van belang is de zalige Clara uit Rimini, overleden in 1326: een begijn zonder regel, ijverig en boetvaardig na een onverwachte bekering volgend op een bandeloos leven, mystiek en actief in liefdadigheid, oprichtster van een klooster voor arme vrouwen, Santa Maria Annunziata, dat in 1797 werd ontbonden. Door de verspreidingen en verplaatsingen van de relieken van heiligen en zaligen naar aanleiding van de napoleontische onderdrukking en de Tweede Wereldoorlog, worden nog maar enkele hiervan vereerd. Hieronder vallen de zalige Gregorio Celli uit Verucchio, de zalige Simone Balacchi van Santarcangelo, wiens relieken worden bewaard in een kapel 113
boven Santarcangelo di Romagna, Collegiale kerk, kapel van de zalige Simon
onder, links Saludecio, Museum van de zalige Amato
onder, rechts Zalige Gregorio Celli
van de Collegiale kerk, bestemming van vele volgelingen die hem om bescherming vragen vanwege zijn capaciteit om wonderen te verrichten, en de zalige Amato, die wordt vereerd in de parochiekerk van Saludecio, en voor wie een canonisatieproces is geopend. Aan hem is het interessante en rijke museum naast de kerk gewijd, die hier ook deel van uitmaakt. Het schijnt dat de Kerk van Rimini zich er na de 14de eeuw en praktisch tot onze tijd, niet om heeft bekommerd om andere figuren om hun spiritualiteit en heiligheid aan haar gelovigen voor te stellen. Men vindt dan ook geen andere heiligen en zaligen tot aan de moderne tijd, met uitzondering van de oudste broer van Sigismondo Malatesta, Galeotto Roberto, heer van Rimini van 1429 tot 1432. Galeotto die zeer actief was op het religieuze vlak verwaarloosde zijn bestuursproblemen en moest door de paus op zijn taken worden gewezen. Toch werd hij na een vroege dood (hij was net twintig) door het volk zalig verklaard. We weten niet in hoeverre de invloed van de familie Malatesta en de franciscanen hiermee te maken heeft (hij was franciscaans derdeordeling), maar hij was voorwerp van een uitgebreide cultus die werd versterkt door meerdere mirakels. Deze cultus verzwakte na de verplaatsing van zijn stoffelijk overschot naar de kerk van San Francesco (in 1687) om begin 19de eeuw definitief te verdwijnen. 2. In het bisdom Montefeltro Ook het bisdom van Montefeltro heeft zijn eigen heiligen. In Miratoio, gemeente van Pennabilli, kan men nog steeds de relieken van de zalige Rigo (Enrico) vereren. Deze bevinden zich in het oude augustijner klooster-kluizenaarsverblijf waar hij lange tijd eenzaam en boetvaardig leefde en in 1347 overleed. Ook uit de gemeente Pennabilli stamt de nog steeds vereerde broeder Matteo da Bascio, oprichter van de kapucijnen en in 1625 zalig verklaard (zie hieronder). In Montecerignone, nog steeds in Montefeltro maar net buiten de provincie Rimini, wordt het lichaam van de dominicaanse broeder Domenico Spadafora bewaard en vereerd, meester in theologie en oprichter van het lokale dominicanenklooster, waar hij dertig jaar leefde en in 1521 overleed. Hij werd precies vier eeuwen later, in 1921, zalig verklaard. 114
115
116
Villa Verucchio, klooster van San Francesco
3. Matteo da Bascio, stichter van de kapucijnenorde Geboren in 1495 in de buurt van het kasteel van Bascio, dat nu tot de gemeente Pennabilli behoort, wordt Matteo in een handgeschreven document beschreven als “een lange jongen, met een smal en lang gezicht, die niet veel lachte”. En een kapucijner verslaggever die hem in 1543 had leren kennen beweerde dat “hij stug in de omgang en zeker niet sociabel was en dat dit was veroorzaakt zijn natuurlijke inborst die naar melancholiek neigde”. Deze karaktertrekken stemmen overeen met de Regel van de kapucijnen die hij wilde instellen. In 1515 trad hij toe tot het franciscanenklooster van Montefiorentino waar hij tot priester werd gewijd. Hier zette hij zich in voor de evangelisatie van de dorpen van Montefeltro en predikte met een apocalyptische en boetvaardige toon die hem beroemd in het gebied maakte. In het bijzonder drong hij aan op de inachtneming van de franciscaanse regel en beklaagde hij zich vaak over de niet-naleving hiervan van zijn medebroeders. In 1525 besloot hij nadat zijn ontevredenheid en onrust groeiden, het klooster te verlaten en in Rome aan paus Clemens VII toestemming te vragen om het voorbeeld van Franciscus te mogen volgen in een leven van armoede en prediking. De paus verleende hem toestemming om als heremiet buiten de kloosters te leven waarbij hij de franciscaanse regel letterlijk diende te volgens, en zonder vaste woonplaats te prediken in een nieuw habijt met een puntige kap zonder scapulier. De enige verplichting die de paus hem oplegde was dat hij zich ieder jaar ter gelegenheid van het kapittel moest melden bij de provinciale minister van de observanten als teken van gehoorzaamheid. Toen de franciscanen uit de Marche in april 1525 hun bijeenkomst hielden, werd Matteo hier gearresteerd vanwege geloofsafval. Na zijn bevrijding hervatte hij zijn evangelisatie en kreeg steeds meer volgelingen, maar zijn problemen met de kerkelijke instellingen waren nog niet voorbij. Hij zette echter zijn leven als boetvaardig predikant voort. Hij gebruikte simpele ritmische zinnen die iedereen eenvoudig kon begrijpen en liet devote liedjes zingen, hij “predikte het kruis” en eindigde zijn preken onder het schreeuwen van de woorden “Mogen de zondaars naar de hel gaan”. Hij stierf op 6 augustus 1552 in Venetië, terwijl hij uitrustte in de klokkentoren van de kerk van San Moisè, waar hij onderdak voor de nacht had gekregen. Hij werd op een normale plaats begraven maar op 3 oktober werd zijn lichaam opgegraven en verplaatst naar de kerk van de observanten van San Francesco della Vigna, waar men hem als heilige begon te vereren. 117
118
Pennabilli, de klok uit Lhasa naast drie Tibetaanse gebedsrollen
Padre Orazio Olivieri uit Penna, “Lama Testa Bianca” Padre Orazio Olivieri uit Pennabilli is nog niet zalig verklaard, maar zijn evangelisatie onder de bevolking is van groot belang geweest. De kapucijner broeder verliet de Malatesta-stad waar hij in 1680 was geboren en ging op de eerste missie naar Tibet. In Lhasa kreeg hij een uitstekende band met de monniken en de bevolking. Hij werkte aan een Italiaans-Tibetaans woordenboek dat in het Engels werd vertaald. Het respect van de Tibetaanse religieuzen was dusdanig groot dat ze hem “Lama Testa Bianca” noemden. Het woordenboek is sinds kort teruggevonden maar was jarenlang verdwenen; het was ook bekend dat padre Orazio een klok had meegenomen. Deze werd in 1994 teruggevonden en het klokkenspel hiervan werd opgenomen en naar Pennabilli gebracht. Op 15 juni 1994 luisterde Tenzin Gyatso, XIV Dalai Lama, tijdens een bezoek aan Pennabilli ter gelegenheid van de 250ste herdenking van de dood van de missionaris, naar het klokkenspel van de klok. In ballingschap sinds 1959, kon hij op deze manier dankzij de herdenking van padre Orazio, de klokken van zijn geliefde vaderland horen. Op zijn huis in via Olivieri ziet men twee gedenkstenen die de kapucijner missionaris en het bezoek van de Dalai Lama herdenken. Beato Amato, van Saludecio tot Santiago in de sporen van Sint-Franciscus Amato Ronconi is in 1226 geboren en bezocht het franciscanenklooster van Formosino in Mondaino; net als Franciscus koos hij voor een zwervend leven en bezocht maar liefst vijf keer het heiligdom van Sint-Jacobus in Santiago di Compostella in Spanje. Hij droeg een pelgrimshabijt met een leren koord waaraan een buidel hing voor aalmoezen. Om zijn nek droeg hij de pelgrimsschelp van Santiago. Wanneer hij niet op reis was werd zijn huis een herberg voor pelgrims die hij ontving en voedde. En als de voedselvoorraad op was, vond er een wonder plaats, zoals het wonder van de rapen. Deze waren ‘s morgens vroeg gezaaid en waren na nog geen dag al van enorme afmetingen. Tijdens zijn vijfde tocht naar Santiago voorspelde een engel hem zijn dood. Bij zijn terugkeer schonk hij zijn bezit waarna hij stierf. Dit was in 1292. Veel zieke mensen genazen door zijn niet-ontbonden lichaam aan te raken en daarom begon men hem zalig te noemen. In 1776 werd hij door de Kerk zalig verklaard. Een van zijn wonderen bestond uit de bescherming van de stad tijdens de oorlog. Het onderzoek omtrent de heiligverklaring is nu voltooid met een afdruk van de Positio van de Congregatie voor de Heilig- en Zaligsprekingsprocessen.
119
HOOFDSTUK XIII DE MODERNE HEILIGEN
120
Het gebied rond Rimini heeft altijd veel spirituele figuren gekend. In de 17de en 18de eeuw besteedde de lokale Kerk echter weinig aandacht aan deze personen, ook al bestonden er van enkele gedrukte biografieën. Pas aan het eind van de 18de eeuw werden deze heilig verklaard. Dankzij de pausen uit Romagna, Clemens XIV uit Santarcangelo (paus Ganganelli die de jezuïetenorde ontbond, aan wie de stad de Piazza Grande en de Triomfboog heeft gewijd), Pius VI en Pius VII, werden ze in het register van de zaligen ingeschreven nadat de lange geschiedenis van hun cultus was vastgesteld. In de naoorlogse periode begon men het nut in te zien, vanuit pastoraal oogpunt, van het tot voorbeeld stellen van personages die zich onderscheidden door hun exemplaire manier van leven; zo zijn niet lang geleden enkele leken en religieuzen officieel zalig verklaard. 1. De moderne zaligen In de provincie Rimini vindt men veel moderne zaligen, waaronder Pio Campidelli, een jonge passionist gestorven in 1889 en zalig verklaard in 1985. Hij kwam oorspronkelijk uit Poggio Berni waar men nu nog zijn huis kan bezoeken. Zuster Elisabetta Renzi, opvoedkundige, geboren in Saludecio in 1786, gestorven in 1859 en zalig verklaard in 1989, waarover we het op pag. 59 hebben gehad; zuster Maria Rosa Pellesi, franciscaanse derdeordeling uit Sant’Onofrio, gestorven in 1972 en in 2007 zalig verklaard; en een leek, ingenieur Alberto Marvelli, gestorven in 1946 en zalig verklaard in 2004. Veel anderen zijn zalig verklaard en momenteel zijn er canonisatieprocessen geopend met betrekking tot Amato Ronconi, Pio Campidelli en Alberto Marvelli: deze laatste was vooral bekend en vereerd om zijn inzet op sociaal gebied en als organisator van liefdadigheidsacties. 2. Padre Agostino da Montefeltro, beroemd wetenschapper en predikant uit de 19de eeuw Padre Agostino da Montefeltro leefde in de tweede helft van de 19de eeuw in het bisdom San Marino en Montefeltro. Hij werd geboren als Luigi Vicini in Sant’Agata Feltria op 1 maart 1839, waar men nu nog zijn huis in via Giannini kan bezoeken. Deze beroemde franciscaanse wetenschapper en predikant werd beschouwd als sponsor van het Risorgimento omdat hij de idealen van vrijheid en vaderland ondersteunde. Hij is van groot belang geweest, niet alleen als man van de kerk, maar vooral om zijn betrokkenheid in de politieke situatie die zich tijdens de eenwording van Italië voordeed. Beroemd om zijn preken, was hij niet 121
boven Santarcangelo di Romagna, Historisch Archeologisch Museum
onder, links zuster Elisabetta Renzi
onder, rechts padre Agostino da Montefeltro
bang om lastige argumenten aan te gaan zoals het vaderland en de politiek, waardoor hij vaak aan kritiek en beschuldigingen blootstond. Geboren in 1839 als oudste zoon van een welgestelde familie, werd hij priester op 22-jarige leeftijd. In 1867 maakte hij een diepe morele en religieuze crisis door, waardoor hij eerst met een meisje uit zijn dorp naar Florence en Milaan vluchtte, om zich vervolgens alleen in Zwitserland terug te trekken, waar hij een poging tot zelfmoord deed. Deze crisis eindigde in 1870 en nadat hij zijn roeping hervond, besloot Luigi om tot de orde van de minderbroeders toe te treden, waar hij de naam padre Agostino da Montefeltro aannam. En hier raakte hij bekend om zijn grote spreekvaardigheid, waarmee hij mensen van verschillende sociale en intellectuele niveaus aantrok. Zijn beroemdste preken hield hij tijdens de Vastentijd in 1889 in Rome, in de kerk van San Carlo al Corso, die groot opzien baarden en zelfs werden gepubliceerd. Op sociaal gebied hielp hij met zijn toespraken de weg te banen voor het Rerum Novarum van paus Leo XIII en startte hij verschillende initiatieven in Pisa en provincie, waar hij een Volksschool stichtte, een aantal normale scholen en het Instituut van de Marine van Pisa voor weesmeisjes. Ook richtte hij een zustercongregatie op, de Dochters van Nazareth, die de Regel van de reguliere Derde Orde van de heilige Franciscus propageert. Hij overleed in Pisa in 1921. Een paar jaar later, in 1939, werd de procedure voor zijn zaligverklaring gestart welke echter in eerste instantie werd afgewezen vanwege een negatief oordeel met betrekking tot zijn jeugd. In 2007 hebben de zusters Dochters van Nazareth opnieuw een verzoek ingediend op basis van nieuwe documenten afkomstig uit de bibliotheek van de franciscaanse paters in Florence. 3. Pasquale Tosi van San Vito, missionaris en ontdekkingsreiziger Dit is een jezuïet die als missionaris en ontdekkingsreiziger naar de indianen in Amerika en de eskimo’s in Alaska reisde. Hij werd in 1837 in de parochie van San Vito di Santarcangelo geboren. In 1861 werd Tosi tot priester van het bisdom gewijd en het jaar daarna trad hij tot de jezuïeten toe. Hij heeft twintig jaar tussen de indianen van de Rocky Mountains geleefd en twaalf jaar bij de eskimo’s in Alaska, waar 122
123
124
San Vito di Santarcangelo di Romagna, heiligdom van de Madonna di Casale
hij tientallen lokale dialecten leerde, en zelfs een Eskimo grammatica en Eskimo-Engels woordenboek samenstelde, die vervolgens zijn gepubliceerd door de federale regering van de Verenigde Staten. Ook ondernam hij een lange reis naar de Beringstraat, waar nooit eerder een Europeaan was aangekomen. Door ziekte overleed hij in Alaska in 1898. 4. De zalige Pio, passionist op veertienjarige leeftijd In het bisdom Rimini is Pio Campidelli een van de meest geliefde en gevolgde figuren van het zuiden van Romagna. In 1868 geboren in Poggio Berni, dat deel uitmaakt van Trebbio, was hij de vierde van zes kinderen. Al in zijn kinderjaren werd zijn goede karakter duidelijk en wijdde hij zich aan gebed en studie. Op 12-jarige leeftijd leerde hij de passionisten kennen en besloot direct hun weg te volgen, maar hij moest wachten omdat hij te jong was. In 1882 trad hij eindelijk tot het klooster toe en droeg het habijt van de passionisten; hij was voor iedereen een voorbeeld vanwege zijn coherente, vreugdevolle leven en onderscheidde zich door zijn uitzonderlijke devotie van de eucharistie, Jezus en de heilige Maagd. Hij is nooit tot priester gewijd omdat hij tuberculose kreeg. Hij stierf op 2 november 1889 toen hij 21 was, zoals hij zelf had voorspeld. Tijdens zijn ziekte had hij meerdere malen herhaald: “Ik geef mijn leven voor de Kerk, de paus, de congregatie, de bekering van de zondaars en vooral voor mijn geliefde Romagna”. Hij werd begraven in het kerkhof van San Vito maar uiteindelijk werd het lichaam van “de heilige van Casale” in 1923 naar het heiligdom van Casale gebracht. Op 21 maart 1983 heeft paus Johannes Paulus II hem tot Pio de “Eerbiedwaardige” benoemd, zo erkennend dat zijn leven tekenen van heiligheid vertoonde. Op 6 december 1984 is het mirakel van zuster Maria Foschi door middel van interventie van Pio erkend. In 1985 is men overgegaan tot de herkenning van zijn botten, die perfect bewaard zijn gebleven. Op 17 november 1985 is hij door de paus zalig verklaard. De Kerk huldigt hem op 2 november, terwijl de passionisten zijn cultus op 3 november vieren.
125
HOOFDSTUK XIV FEESTEN EN EVENEMENTEN
126
1. Feesten ter ere van de schutspatroon en religieuze vieringen In Bellaria Igea Marina wordt op 9 februari het feest van Sant’Apollonia gevierd, beschermheilige van de stad. De officiële opening is op zaterdag, vervolgens vinden er twee weken lang culturele evenementen plaats, waaronder de Palio tussen de stadsdistricten en De nachtwake van de heilige Apollonia met traditionele dansen en muziek. Er wordt ook een gelijknamige jaarmarkt gehouden die veel bezoekers aantrekt. Het uitgebreide programma voorziet tevens de viering van San Valentino ter ere van alle verliefde paren. Casteldelci viert op 2 september het Feest van de Madonna met processie en liturgische vieringen. In Cattolica, dat in het Grieks “parochiekerk” betekent, wordt op 30 april het religieuze feest gevierd dat is gewijd aan de beschermheilige van de stad, de heilige Pius V; zijn naam was Michele Ghisleri, in 1504 geboren in een dorpje bij Tortona in de provincie Alessandria. Het eerste wat hij deed toen hij paus werd was geld onder de armen verdelen, dat normaal gesproken werd gebruikt voor de viering van de verkiezing tot paus. Aan hem zijn liturgische hervormingen als het Tridentijnse missaal en brevier te danken. Na zijn verkiezing verkoos hij, als teken van nederigheid, het habijt van zijn dominicaanse orde te blijven dragen. En hij veranderde het pauselijk gewaad van rood in wit. In Coriano en omgeving zijn er diverse religieuze feesten. In augustus in Passano een antiek feest ter ere van de zalige Emmerik van Hongarije, die hier op 1 augustus overleed in een onbepaald jaar in de 13de eeuw. Deze dag trekt veel bezoekers en op het programma staan verschillende heilige rituelen en een avondmaaltijd. In Ospedaletto in september het Feest van de Madonna van de Barmhartigheid, een traditioneel religieus feest met plechtige processie en vermaak, zoals folkloremuziek, dans, spelen en gastronomische stands. In Cerasolo en Mulazzano in september twee aparte feestdagen ter ere van de Madonna van de Zon, herdenkingen met heilige rituelen en vermaak. In oktober in Sant’Andrea in Besanigo, Feest van de Madonna van de Heilige Rozenkrans met als hoogtepunt de plechtige processie. In Gemmano, evenals in Coriano, rond 20 januari Feest van de Heilige Sebastiaan Martelaar, beschermheilige van het dorp. Het feest in Carbognano in de gemeente Gemmano wordt sinds 1982 jaarlijks op 1 mei gehouden en is aan de Heilige Vincent ge127
128
boven Novafeltria, kerk van Ca’ Rosello
onder Sartiano di Novafeltria, oratorium van San Biagio
wijd. De processie eindigt met een mis, waarna men de gastronomische stands bezoekt op de muziek van een orkest uit Romagna. In Misano Adriatico en in Maiolo wordt op 3 februari hun beschermheilige, Blasius van Armenië, gevierd. Deze heilige is beschermheer van de keel en stembanden. Daarom worden op Sint-Blasius in veel kerken de kaarsen gezegend, zoals ook tijdens de Maria-Lichtmis van de dag ervoor. De priester plaatst twee gezegende kaarsen kruislings onder de kin van wie gezegend wenst te worden. Deze knielen voor het altaar, terwijl de priester de volgende woorden uitspreekt: ‘Moge God u op voorspraak van de heilige Blasius bevrijden van keelziekten en andere kwalen. In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen”. In Misano Adriatico viert men Paasmaandag het Feest van Agina. Heilige missen ‘s morgens, ‘s middags gastronomische stands, muziek en dans. Het feest bestaat al eeuwenlang: het was in een bepaalde periode afgeschaft waarop een groep inwoners onder leiding van de pastoor getracht heeft het zijn antieke en sterk religieuze karakter terug te geven. Het wordt voorafgegaan door de processie van Goede Vrijdag na afloop waarvan er wijn en “ciambella” (soort donut) worden genuttigd. Misano Monte kent een andere belangrijke religieuze afspraak, op 26 augustus wordt het Feest van het Kruis gevierd. Op 29 september viert Mondaino zijn schutspatroon, de heilige aartsengel Michaël, aan wie de parochiekerk is gewijd. Deze kerk uit de 18de eeuw bevat enkele belangrijke doeken van de Marchigiaanse school uit de 15de en 16de eeuw. Hier stond de aan Diana gewijde tempel. Op 5 augustus wordt in Mondaino ook de Madonna van de Sneeuw bij de kerk van Tavollo gevierd. 29 September is aan de beschermheilige van Morciano, de heilige aartsengel Michaël gewijd. Een aantal dagen in maart, vanaf de tweede week, wordt de duizend jaar oude traditie opgepakt die de lente aankondigt met de Jaarbeurs van San Gregorio, die vroeger in het klooster van San Gregorio in Conca werd gehouden, rond 1060 door Pier Damiani gebouwd. Monte Colombo viert op 11 november zijn schutspatroon Sint Maarten van Tours aan wie de parochiekerk is gewijd, die zwaar 129
boven, rechts Secchiano Marecchia di Novafeltria, Pieve van Santa Maria in Vico
onder Maiolo, kerk van Santa Maria di Antico
beschadigd is geraakt in de Tweede Wereldoorlog vanwege de Gotische Lijn die hier liep. In Novafeltria worden op 29 juni de Heiligen Petrus en Paulus gevierd in de aan hun gewijde kerk. De oorspronkelijke kern van het dorp stamt uit 950 en werd gevormd door de kerk van San Pietro in Culto, net als andere “pievi” uit het dal gebouwd tijdens het evangelisatieproces van Montefeltro. In het dorpje Miniera di Perticara wordt in augustus het Feest van de Madonna van de Mijn gehouden ter ere van de heilige Maagd van Ca’ del Tozzo, symbool van de mijnwerkers. Op de agenda staan religieuze vieringen, fototentoonstellingen, muziek en dans, vuurwerk, gastronomie en andere evenementen. Het dorpje Secchiano Marecchia viert Onze-lievevrouwe van Genade, ook wel, van de Barmhartigheid. Dit vindt op 2 verschillende momenten plaats: de zondag na Pasen in Ca’ Rosello, met zijn kleine en sierlijke oratorium in het midden van het pleintje en op 15 augustus wanneer het feest van de schutspatroon in Santa Maria in Vico wordt gevierd. Goede Vrijdag wordt al honderden jaren in Montefiore Conca gevierd met een traditionele en zeer bekende processie. De optocht die bestaat uit leden van de congregaties met kap, uit Simon van Cyrene die het kruis draagt, Romeinse soldaten, engelen en andere figuren uit de Passie van Christus, vertrekt vanuit het kapucijnenklooster op de Monte Auro en eindigt in het oude centrum in de 14de-eeuwse Chiesa dell’Ospedale della Misericordia. De gebruiken, fakkels en muzikale noten van de stadskapel maken dit ritueel een bijzonder suggestief moment van religie en volkscultuur. Hier wordt op 25 januari ook de beschermheilige SintPaulus gevierd, aan wie de oude kerk in het centrum is gewijd. De Heilige Rochus, patroon van Montegridolfo wordt op 16 augustus gevierd. In Pennabilli huldigt men de Madonna van Genade, de Mooie Vrijdag, derde vrijdag van maart. Dit feest herdenkt de miraculeuze tranen op de derde vrijdag van maart 1489. Een inscriptie in de kerk van San Cristoforo luidt: «Aan het nageslacht. Dit beeld van de Moeder van 130
131
132
boven San Leo, klooster van Sant’Igne
onder Poggio Berni, kerk van Sant’Andrea
God, de toekomstige ramp voorziend en bewogen door medelijden met haar volk, liet haar tranen lopen die zich na drie, vier keer te zijn gedroogd, hernieuwden, zoals documenten van ooggetuigen bevestigen, in het jaar van de Heer 1489, 20 maart». Hier vinden een door de bisschop gediende Heilige Mis en processie plaats. Op 5 maart wordt de Heilige Pius V gevierd, schutspatroon van Pennabilli, met een groot feest in de aan hem gewijde kathedraal. Tijdens Goede Vrijdag vindt in het suggestieve oude centrum de Processie van de Joden plaats van de Broederschap van Barmhartigheid. De processie vertrekt vanuit het oude oratorium van de Santa Maria della Misericordia. Op 15 augustus wordt in de kerk van Sant’Agostino de mis door de bisschop gediend met homilie en toespraak van de burgemeester ter ere van geëmigreerde bewoners van Pennabilli. Deze viering heet dan ook Feest van de terugkeer. Ook de kleine dorpjes van de gemeente Pennabilli vieren van oudsher hun antieke religieuze feesten. Zo viert Maciano op de zondag die het dichtst bij 1 mei valt Sint-Paschalis, met religieuze en lekenceremonies. In Ponte Messa zet het hele dorp zich in voor het Feest van de Pieve di San Pietro in Messa, de zondag na Ferragosto (15 augustus). Ook in Scavolino dient de bisschop de Heilige Mis en zegent de landbouwwerktuigen op 1 augustus tijdens het Feest van de Gemeenschap. Poggio Berni viert zijn schutspatroon, Sint-Joris, op 23 april. In Rimini vinden het hele jaar door religieuze feesten plaats. De beschermheilige Gaudentius wordt elk jaar op 14 oktober gevierd. Maar om de twee jaar heet dit het Feest van Borgo di Sant’Andrea, waar zich de aan de heilige gewijde kerk bevindt. Tijdens dit feest richt de stad zich op zijn oorsprong en tradities en viert eveneens zijn geschiedenis. Er staan talloze activiteiten op de agenda: ‘s morgens de herdenkingsdiensten waaronder de processie met het standbeeld en relieken van de heilige, geleid door de bisschop van het bisdom Rimini. Vervolgens 133
boven Talamello, kerk van Poggiolo
onder Verucchio, Collegiale kerk
muziek, tentoonstellingen, bezoeken met gids, stands, gastronomie. In het district van de Colonnella wordt de Zalige Maagd van de Colonnella (kleine zuil) op 25 maart, dag van de Annunciatie, gevierd. De gemeente Rimini die het patronaat op de kerk heeft stuurde in het verleden twee raadsleden als vertegenwoordiging, maar deze gewoonte is na de Italiaanse eenwording uit gebruik geraakt. In Covignano, bij het Heiligdom van de Genade, naast de 16de-eeuwse franciscaanse kruisgang, worden alle feesten ter ere van Maria gevierd en op Goede Vrijdag vindt een belangrijke Via Crucis plaats die vertrekt vanaf het marmeren kruis aan de voet van de heuvel en de weg volgt langs de 14 keramieken nissen van meester Elio Morri uit Rimini. Net als in andere franciscanenkloosters wordt op 2 augustus het Feest van de vergeving van Assisi gevierd. Ieder jaar viert men in de eerste helft van juni in Rimini het feest van Sint-Antonius van Padua. Een religieus volksfeest dat twee dagen duurt en de aanwezigheid van de heilige in Rimini en zijn wonderen herdenkt. De brug waar Sint-Antonius voor de vissen gepreekt zou hebben, is het middelpunt van de festiviteiten. De vieringen beginnen op vrijdagavond met optochten langs plaatsen die bij de heilige geliefd waren, zoals de kerk van de Paolotti (minderbroeders van Sint-Franciscus van Paola) en de cel van de heilige in piazza Tre Martiri waar hij het wonder van de ezel verrichtte. Op zaterdag volgt een drukke agenda, excursies, tentoonstellingen, bijeenkomsten, workshops, muziek, stands en een grand finale met een fonteinenspektakel. De schutspatroon van Riccione is Sint-Maarten, 11 november. Drie dagen van feesten en religieuze ceremonies met processie en Heilige Mis waaraan de bisschop deelneemt. In Riccione Paese in de parochie San Martino wordt het eerste weekend na Pasen Alessio Monaldi gevierd, die eind 15de eeuw leefde en vereerd wordt als een zalige. In werkelijkheid is zijn zaligverklaringsproces nooit tot stand gekomen. Hij wordt door de gelovigen als zalig beschouwd vanwege de talloze wonderen die hij heeft verricht. Het feest van 8 mei is een van de oudste religieuze herdenkingen van de provincie, gewijd aan de zalige Amato Ronconi, franciscaan van de Derde Orde die in de 13de eeuw in Saludecio leefde en 134
135
136
boven San Giovanni in Marignano, kerk van Santa Lucia
onder San Leo, klokkentoren en kathedraal
wiens lichaam wordt vereerd in de parochiekerk. Dit feest bestaat al sinds 1448, zoals beschreven door Giuseppe Malatesta Garuffi in het “Leven van de Zalige”, gepubliceerd in 1693. Het feest gaat de zondag na 8 mei verder met de processie van de Tombe van Pesaro, een bedevaarttocht die al eeuwen bestaat. De gelovigen van het dorp van Tavullia (de oude Tombe, in de provincie Pesaro en Urbino) dragen een afbeelding van Maria uit hun kerk naar het heiligdom van de zalige Amato in Saludecio. Iedere dertig jaar vindt er in Saludecio een bijzonder en schitterend feest ter ere van de heilige plaats en wordt de urn met zijn resten op een door runderen getrokken kar van de kerk naar zijn geboortehuis gebracht. Nog steeds in Saludecio, in de kerk van Santa Maria del Monte speelt zich iedere tweede zondag na Pasen het Feest van SintVincent af. Iedere dertiende dag van de maand gaat men van mei tot en met oktober bij Santa Maria del Monte op bedevaart om de verschijning van de Madonna van Fatima op te roepen, die hier op de 13de dag plaatsvond, zoals stipt vanaf begin twintigste eeuw gebeurde. Op 23 november viert San Clemente zijn gelijknamige beschermheilige Clemens, bisschop van Rome, derde opvolger van Petrus van 88 tot 97 n.Chr., aan wie de parochiekerk is gewijd. Hier is in 1925 don Oreste Benzi geboren, oprichter van de Comunità Papa Giovanni XXIII, overleden in 2007. In San Giovanni in Marignano verenigen twee feesten het heilige en het profane, het ene is gewijd aan de patroon, de heilige Johannes de Doper, het andere aan de heilige Lucia. Rond 13 december viert het dorpje drie dagen feest met de Jaarmarkt van Santa Lucia, de oudste viering van Marignano en sinds de 19de eeuw een van de belangrijkste afspraken van het jaar in het Conca-dal. Dit wordt ook het feest “van het licht” genoemd, dat in spirituele termen het eind van de duisternis en de geboorte van de Verlosser aankondigt. Op de agenda van de jaarmarkt staan religieuze riten, gastronomische proeverijen en opvoeringen in het Massari theater. Ook wordt in San Giovanni in Marignano ieder jaar rond 24 juni, de dag van de heilige, het feest van de gelijknamige patroon Johannes gevierd dat meerdere dagen duurt en de Heksennacht wordt ge137
boven Sant’Agata Feltria, kerk van de Madonna del Soccorso
onder, links Montefiore Conca, kerk van San Paolo
onder, rechts Torriana, kerk van San Vicinio
noemd omdat het de oude tradities van Romagna doet herleven, waar het heilige en profane zich verenigen om de angst voor demonen en tegenspoed te verjagen. San Leo viert op 1 augustus zijn schutspatroon San Leone en gelijktijdig het Feest van het bisdom van Montefeltro. De kathedraal, een prachtig exemplaar van romaanse kunst, is aan hem gewijd. De hele dag door spelen zich naast de godsdienstige vieringen, evenementen af met muziek, vuurwerk vanaf de burcht van Francesco di Giorgio Martini en middeleeuwse schouwspelen. Eveneens wordt in San Leo ieder jaar op 2 augustus in het franciscanenklooster van Sant’Igne het Feest van de vergeving van Assisi gevierd, zoals in alle franciscaanse plaatsen traditie is. Sant’Agata Feltria viert in september de Madonna van de Kapucijnen met een plechtige processie door de straatjes van het dorp en vuurwerk. Men draagt het bas-reliëf dat ook de “Madonna van de zwaluw” wordt genoemd, mee in de processie. Dit bevindt zich normaal gesproken in de kerk Beata Vergine delle Grazie, gewijd aan SintHiëronymus, waar het is terechtgekomen nadat een boer het in zijn velden vond, niet ver van het klooster. De legende gaat dat de runderen bij het zien van de afbeelding neerknielden en op deze manier de processie naar San Girolamo ontstond. Op 5 februari wordt in deze plaats ook de beschermheilige Sant’Agata gevierd. Een heilige mis, processie en feest, met het verbod, dat al eeuwen bestaat, om te werken of uit te gaan. Men blijft thuis en bidt met de gemeenschap om een intercessiegebed van de heilige en de bescherming van de stad. Haar cultus is hier altijd sterk aanwezig geweest vanaf het moment dat de heren van Fregoso een waardevol reliek kochten dat wordt bewaard in de Collegiale kerk. Het lichaam van de heilige bevindt zich in Catania, waar Agata in 230 werd geboren en als martelares in 251 stierf. Nog steeds in Sant’Agata Feltria speelt zich op de zondag voor Ferragosto het Feest van de Madonna del Soccorso (letterlijk, van de hulp) af in de gelijknamige kerk die afgelegen op een hoogvlakte tussen Mont’Ercole en Sant’Agata ligt. Oorspronkelijk was dit een kapel, de “serre van de nederlaag”, gebouwd omdat de bevolking van Sant’Agata 138
139
140
boven Talamello, kerk van San Lorenzo
onder, links Saiano di Torriana, heiligdom van de Madonna di Saiano
onder, rechts Montefiore Conca, kerk van San Paolo
dankzij de intercessie van de Maagd de vijand wist te verslaan. Hier komt ook de naam van de nieuwe kerk van 1520 vandaan, die een Madonna bevatte waaraan meerdere wonderen zijn toegeschreven. Santarcangelo di Romagna kent twee traditionele feesten: Sint-Michaël, de aartsengel en Sint-Maarten. Het eerste feest wordt op 29 september en het weekend ervoor of erna gehouden en is aan de aartsengel gewijd. Het wordt ook de Vogelmarkt genoemd vanwege de vele vogels die bij zonsopgang worden tentoongesteld. Het tweede valt rond 11 november. Het feest van Sint-Maarten, beschermheilige van de stad, wordt ook in de nabijgelegen gemeentes van het Marecchia-dal gevierd: Poggio Berni, Verucchio en Torriana. Tijden beide feesten vinden er religieuze en profane evenementen plaats die dankzij de diepgewortelde traditie de naam van Jaarmarkt aannemen. Beide zijn zeer oud en zijn ontstaan uit de noodzaak, al vanaf de Romeinse tijd, om de seizoensveranderingen, en dus veranderingen van het leven en werk in de velden, het hoofd te bieden. De Jaarmarkt van Sint-Maarten is vervolgens uitgebreid met Europese volkstradities, zoals de duivelbezwering en het beschimpen van overspel. Hier komt de tweede naam van de markt vandaan, het Feest van de gehoornden. Een paar hoorns worden onder de aan paus Ganganelli gewijde boog gehangen, en zouden bewegen wanneer een bedrogen echtgenoot onder de boog passeert. Ook de barden houden hier hun nationale bijeenkomst en zingen verhalen uit Italië en de rest van de wereld. In Talamello wordt op 10 augustus Sint-Laurens gevierd, schutspatroon aan wie de kerk is gewijd, en op Pinkstermaandag het Feest van het Heilige Kruis. Het 14de-eeuwse Kruis van de “Scuola riminese del Trecento” wordt in een processie meegedragen die zeer populair is bij de gelovigen uit het omliggende gebied. Het houten kruis met Giotto-invloeden bevindt zich normaal gesproken op het hoogaltaar van de parochiekerk van San Lorenzo, waar ook een 15de-eeuwse Madonna met Kind en een ander houten kruisbeeld uit de 16de eeuw hangen. Dit kruis is uit de kerk van Poggiolo afkomstig, die momenteel in slechte staat verkeert en waarnaast ooit een 14de-eeuws augustijnenklooster lag. Torriana vereert zijn beschermheilige San Vicinio tijdens het laatste weekend van augustus met herdenkingsdiensten, Heilige Mis en plechtige processie en verder met muziek, dans en spelen. 141
boven Republiek San Marino, Corpus Domini op piazza della Libertà
onder, links Pompeo Batoni, San Marino verheft de Republiek
onder, rechts Francesco Menzocchi, San Marino
In het dorpje Saiano viert men op 15 augustus de Madonna del Carmine. Dit traditionele feest van de Maria-Tenhemelopneming begint ’s morgens vroeg met een bedevaart met rozenkransgebed. De hele ochtend wisselen missen en gezamenlijke gebeden elkaar af, terwijl de middag in het teken van het profane staat, met muziek, watermeloen, ciambella en wijn. Valliano di Montescudo viert het Feest van de Madonna Succurrente (Maagd van de hulp). Rond 15 augustus worden er twee dagen aan dit feest gewijd. Op Ferragosto worden herdenkingsdiensten gehouden. Men kan in de stands eten en drinken en genieten van muziek en traditionele dansen. De 15de wordt ‘s avonds vuurwerk afgestoken. In Verucchio wordt de zalige Gregorio Celli op plechtige wijze de laatste zondag van mei gevierd met een Heilige Mis en processie waaraan de bevolking enthousiast deelneemt. De herdenkingsdiensten worden in de Collegiale kerk opgediend waar zijn onvergane lichaam is bewaard na de verplaatsing van de inmiddels ontheiligde augustijnenkerk. Op 2 augustus viert men in Verucchio in het klooster van de heilige Franciscus net als in de andere franciscaanse kerken en kloosters het Feest van de Vergeving van Assisi. Op deze dag wordt de volle aflaat verleend. Op 3 september is er in de Republiek San Marino een groot feest ter ere van de heilige Marinus die volgens traditie de eerste gemeenschap op deze datum oprichtte. Na de plechtige Mis in de aan de heilige gewijde basiliek, worden de relieken van Marinus tijdens de processie door de straten van het plaatsje vervoerd. Het feest speelt zich verder volgens de volkstraditie af: een kruisbogenwedstrijd, vlaggenspel, de historische optocht, concerten van het symfonieorkest en de fanfare, en ‘s avonds laat vuurwerk. Een ander belangrijk religieus feest van de Republiek is dat van Sant’Agata op 5 februari die samen met de heiligen Marinus en Quirinus beschermheilige van de staat is. Men viert de herdenking van de dag waarop de Republiek werd bevrijd van kardinaal Alberoni. In die omstandigheid was het Sant’Agata die de staat beschermde. Ook het feest ter ere van de Madonna in Valdragone is van belang en wordt de tweede zondag na Pasen gevierd. 142
143
144
Rimini, kerk van San Giovanni Evangelista (bekend als Sant’Agostino)
Buiten de provincie wordt in Monte Carpegna op de zondag na Ferragosto het Feest van de Madonna del Faggio (Maagd van de eik) gevierd, met processie op de berg, Heilige Mis en spelen, muziek en momenten van samenzijn. 2. Evenementen In Rimini komen ieder jaar tussen april en mei de leden van het Rinnovamento nello Spirito Santo (Vernieuwing in de Heilige Geest) samen, de katholieke ecclesiastische beweging die tot de Charismatische Vernieuwing behoort, die uitgaat van de ervaring van de openbaringen van God. Ontstaan na het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie van 1967, is dit een privévereniging, die is erkend door de Italiaanse Bisschoppenconferentie en voornamelijk uit leken maar ook gewijde bedienaren bestaat. De bijeenkomst in Rimini is hun belangrijkste vergadering, het gaat hier om de jaarlijkse Nationale Convocatie van Groepen en Gemeenschappen: vier dagen in april of mei waaraan gemiddeld twintigduizend mensen deelnemen, waaronder gasten en sprekers, leiders van kerkelijke bewegingen, getuigen van de Vernieuwing, kardinalen en bisschoppen, burgerlijke en politieke autoriteiten en vertegenwoordigers van christelijke kerkgenootschappen. Het programma van de dagen is onderverdeeld in het charismatisch gemeenschappelijk gebed, het intercessiegebed voor genezing en verlossing, de dagelijkse eucharistie, de belijdenissen, in momenten van eucharistische aanbidding en in toespraken, rondetafelconferenties over culturele thema’s, opvoeringen, concerten, tentoonstellingen, enz. Rinnovamento nello Spirito Santo - Via degli Olmi, 62 - Rome. In Rimini wordt verder in de laatste week van augustus jaarlijks de Meeting per l’amicizia fra i popoli (meeting voor vriendschap tussen de volkeren) gehouden. Ontstaan in 1980 op initiatief van enkele vrienden uit Rimini die de christelijke ervaring deelden, had deze tot doel de uitwisseling van ervaringen te bevorderen van gelovigen uit verschillende culturen. Vanaf dat moment komen hier ieder jaar personen uit de politiek, economische deskundigen, vertegenwoordigers van religies en culturen, intellectuelen en kunstenaars, personen uit de sportwereld en internationaal beroemde personen samen. Verhalen van mensen te mid145
boven Montefiore Conca, kerk van San Simeone
onder, links Morciano di Romagna, ruïnes van de abdij van San Gregorio
onder, rechts Gemmano, heiligdom van de Madonna di Carbognano
den van bijeenkomsten, tentoonstellingen en sportieve initiatieven tijdens dit 7-daagse evenement dat in de loop van de jaren een van de drukst bezochte festivals ter wereld is geworden. Vanaf zijn oorsprong is de Meeting, een stichting, gericht op het verlangen naar schoonheid, waarheid, rechtvaardigheid; idealen die don Luigi Giussani, stichter van de beweging van Comunione e Liberazione (Gemeenschap en Bevrijding) de elementaire ervaring noemde. Ieder jaar komen duizenden vrijwilligers uit Italië en de rest van de wereld naar Rimini die deze Meeting organiseren, waaraan vertegenwoordigers van veel verschillende kerkgenootschappen deelnemen waaronder joden, boeddhisten, orthodoxen, moslims en ook atheïsten. De meetings zijn door 800.000 mensen uit meer dan 20 landen bezocht, waarvan 4000 vrijwilligers; circa 100 bijeenkomsten met meer dan 250 sprekers, tientallen tentoonstellingen, opvoeringen, sportieve evenementen op een oppervlakte van 170.000 m2, 1.000 erkende persagentschappen en meer dan 200 partners en sponsors. Meeting Rimini - Via Flaminia, 18 - Rimini.
146
147
boven Sartiano di Novafeltria, kerk van San Biagio
onder, links Rimini, romaanse Pieve van San Salvatore
onder, rechts Saludecio, Claudio Ridolfi, Madonna della Misericordia
148
boven, links Rimini, klooster Natività di Maria (San Bernardino)
boven, rechts Covignano di Rimini, klooster en heiligdom van Santa Maria delle Grazie
149
onder, links Rimini, klooster van de Paolotti en heiligdom van Sant’Antonio da Padova
onder, rechts Rimini, resten van de kathedraal van Santa Colomba
Agenda van de feesten Datum verschillende data volgens Mariakalender 20 januari 25 januari 3 februari 3 februari 5 februari 5 februari 9 februari 2de week van maart 3de vrijdag van maart
Plaats Covignano (Rimini), santuario delle Grazie Gemmano Montefiore Conca Misano Adriatico Maiolo Sant’Agata Feltria Republiek San Marino Bellaria Igea Marina Morciano di Romagna Pennabilli
25 maart Goede Vrijdag
Rimini, kerk van de Colonnella Covignano (Rimini), santuario delle Grazie Montefiore Conca Pennabilli Misano Adriatico Secchiano Marecchia, Ca’ Rosello (Novafeltria) Riccione - Dorp Saludecio Valdragone (Republiek San Marino) Poggio Berni Cattolica Rimini
Goede Vrijdag Goede Vrijdag Paasmaandag zondag na Pasen zondag na Pasen 2de zondag na Pasen 2de zondag na Pasen 23 april 30 april tussen april en mei 1 mei 5 mei 8 mei 13de dag van iedere maand van mei t/m oktober zondag in de buurt van 16 mei laatste zondag van mei Pinkstermaandag 1ste helft juni 24 juni 29 juni augustus
Carbognano (Gemmano) Pennabilli Saludecio Saludecio, kerk van Santa Maria del Monte Maciano (Pennabilli) Verucchio Talamello Rimini, brug van de Resistenza en oude stad San Giovanni in Marignano
Feest Alle aan Maria gewijde feesten San Sebastiano Martire San Paolo San Biagio l’Armeno San Biagio l’Armeno Sant’Agata Sant’Agata Sant’Apollonia San Gregorio Venerdì Bello, Madonna delle Grazie Beata Vergine della Colonnella Via Crucis Reënactment in kostuum Processie van de Joden Feest van Agina Madonna delle Grazie Beato Alessio Monaldi San Vincenzo Feest van de Madonna San Giorgio San Pio V Nationale bijeenkomst Vernieuwing in de Heilige Geest San Vincenzo San Pio V Beato Amato Ronconi Madonna di Fatima San Pasquale Beato Gregorio Celli SS. Crocifisso Sant’Antonio da Padova
San Giovanni Battista, Heksennacht Novafeltria De heiligen Pietro en Paolo Miniera di Perticara (Novafeltria) Madonna di Miniera
150
augustus 1 augustus 1 augustus 2 augustus 2 augustus 2 augustus 5 augustus 10 augustus zondag voorafgaand aan Ferragosto (15 aug) 15 augustus 15 augustus 15 augustus 15 augustus 16 augustus zondag na Ferragosto (15 aug) zondag na Ferragosto (15 aug) 26 augustus laatste week van augustus laatste weekend van augustus september september september 2 september 3 september 29 september 29 september 29 september
Passano (Coriano) Maciano (Pennabilli) San Leo Covignano (Rimini), santuario delle Grazie San Leo, klooster van Sant’Igne Verucchio, klooster van San Francesco Mondaino Talamello Sant’Agata Feltria
Beato Enrico d’Ungheria Feest van de Gemeenschap San Leone Vergeving van Assisi
Pennabilli Saiano (Torriana) Valliano (Montescudo) Secchiano Marecchia, Santa Maria in Vico (Novafeltria) Montegridolfo Monte Carpegna
Feest van de terugkeer Madonna del Carmine Madonna Succurrente Madonna delle Grazie
Ponte Messa (Pennabilli)
Feest van de Pieve di San Pietro in Messa Feest van het Kruis Meeting voor de vriendschap tussen volken San Vicinio
Misano Monte Rimini Torriana Ospedaletto (Coriano) Sant’Agata Feltria Cerasolo, Mulazzano (Coriano) Casteldelci Republiek San Marino Mondaino Morciano di Romagna Santarcangelo di Romagna
oktober 14 oktober
Sant’Andrea in Besanigo (Coriano) Rimini
11 november 11 november 11 november 23 november 13 december
Monte Colombo Riccione Santarcangelo di Romagna San Clemente San Giovanni in Marignano
151
Vergeving van Assisi Vergeving van Assisi Madonna della Neve San Lorenzo Madonna del Soccorso
San Rocco Madonna del Faggio
Madonna della Misericordia Madonna dei Cappuccini Madonna del Sole Feest van de Madonna San Marino San Michele Arcangelo San Michele Arcangelo San Michele Arcangelo, Vogelmarkt Madonna del Santo Rosario San Gaudenzo (iedere 2 jaar Festa del Borgo di Sant’Andrea) San Martino di Tours San Martino San Martino, Fiera dei Becchi San Clemente Santa Lucia
HOOFDSTUK XV ROUTES
152
Maria-route
Bellaria Igea Marina
Santarcangelo di Romagna Rimini
Poggio Berni Torriana
Verucchio Riccione
Talamello Novafeltria Sant’Agata Feltria
San Leo Maiolo
Repubblica di San Marino
Pennabilli AR
Carpegna
Misano Adriatico
Montescudo Monte Colombo San Clemente fiume Conca Gemmano
Casteldelci
Coriano
Morciano di Romagna
Montefiore Conca
Cattolica
San Giovanni in Marignano Saludecio
Mondaino
Montegridolfo
fiume Marecchia
Carpegna Saludecio - Heiligdom Madonna del Faggio - Heiligdom Madonna del Monte Gemmano San Giovanni in Marignano - Heiligdom Madonna di Carbognano - Oratorium Santa Maria Montefiore Conca San Marino Bellaria - Heiligdom Madonna di Bonora Santa Maria in Valdragone - Heiligdom Igea Marina Montegridolfo Sant’Agata Feltria - Heiligdom Beata Vergine delle Grazie in Trebbio - Kerk Madonna di Romagnano Pennabilli - Kapucijnenkerk - Heiligdom Madonna delle Grazie Santarcangelo di Romagna Santarcangelo - Kerk van Santa Maria dell’Oliva in Maciano di Romagna - Heiligdom Madonna in Casale di San Vito Rimini Rimini Talamello Poggio Berni - Klooster en heiligdom Santa Maria delle Grazie - De Cel - Kerk van de Colonnella Torriana Torriana - Heiligdom Madonna della Misericordia Heiligdom Madonna in Saiano - Verucchio (Santa Chiara) Riccione - Oratorium San Giovannino Talamello Novafeltria Sant’Agata Feltria
Casteldelci
San Leo Maiolo
Pennabilli
Coriano
Repubblica di San Marino
Misano Adriatico
Montescudo Cattolica Monte Colombo San Clemente fiume Conca San Giovanni Gemmano Morciano in Marignano di Romagna Montefiore Conca
AR
Mondaino fiume Marecchia
153
Saludecio Montegridolfo
boven Petrella Guidi in Sant’Agata Feltria, kerk van Sant’Apollinare
onder, links San Giovanni in Marignano, kerk van San Pietro
onder, rechts Montefiore Conca, kerk van San Paolo
154
Saludecio
Carpegna
Montegridolfo
Mondaino fiume Marecchia Franciscaanse route
Bellaria Igea Marina
Santarcangelo di Romagna Rimini
Poggio Berni Torriana
Verucchio Riccione
Talamello Novafeltria Sant’Agata Feltria
San Leo Maiolo
Repubblica di San Marino
Casteldelci
Misano Adriatico
Montescudo Monte Colombo San Clemente fiume Conca Gemmano
Pennabilli
Coriano
Morciano di Romagna
Montefiore Conca
AR
Mondaino
Cattolica
San Giovanni in Marignano Saludecio Montegridolfo
fiume Marecchia
Mondaino - Clarissenklooster (bezoek niet mogelijk) Rimini - Klooster en heiligdom Santa Maria delle Grazie - Klooster Santo Spirito - Klooster Natività di Maria Vergine (San Bernardino) - Klooster Minimi Paolotti en heiligdom Sant’Antonio da Padova San Leo - Klooster Sant’Igne - Klooster Montemaggio (bezoek niet mogelijk)
155
Sant’Agata Feltria - Klooster Santa Maria Maddalena San Marino - Klooster Santa Maria in Valdragone Santarcangelo di Romagna - Klooster en kerk San Francesco (verloren gegaan) - Klooster Padri Cappuccini - Klooster Suore Francescane dei Sacri Cuori Verucchio - Klooster San Francesco
HOOFDSTUK XVI BISDOMMEN, KATHEDRALEN EN CULTUS PLAATSEN
156
Katholieke kerk De bisdommen Bisdom Rimini via IV Novembre, 35 - Rimini www.diocesi.rimini.it Bisdom San Marino-Montefeltro piazza Giovanni Paolo II - Pennabilli www.diocesi-sanmarino-montefeltro.it De kathedralen Basiliek - Tempio Malatestiano via IV Novembre, 35 - Rimini Basiliek van San Marino piazzale Domus Plebis, 1 - San Marino Kathedraal van Pennabilli, Parrocchia San Pio V Papa piazza Vittorio Emanuele II - Pennabilli Kathedraal van San Leone piazza Dante Alighieri - San Leo In Rimini kunnen buitenlandse katholieke gemeenschappen liturgische diensten houden in de volgende zetels: - Roemeense gemeenschap: in via Bonsi bij de nonnen van Sant’Onofrio; - Senegalese gemeenschap: de kerk van de Colonnella - Oekraïense, Filippijnse en Latijns-Amerikaanse gemeenschap: de kerk van de Madonna della Scala. Gebouwen van andere kerkgenootschappen Evangelische Christelijke Kerk via Portogallo, 3 - Rimini via Jano Planco, 9 - Rimini Kerk van de Zevendedagsadventisten via delle Piante, 28/a - Rimini (Celle)
157
Rimini, Orthodoxe kerk van de opdracht van de Moeder van God in de Tempel
Evangelische Christelijke Kerk (van de Broeders) via Forzieri - Rimini (San Giuliano) Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (Mormonen) via del Capriolo, 12 - Rimini (Grotta Rossa) Evangelische Waldenzerkerk via Trento, 63 - Rimini Moskee Islamitische Gemeenschap corso Giovanni XXIII, 100 - Rimini Orthodoxe Parochie van de opdracht van de Moeder van God in de Tempel via Emilia, 1 - Rimini (Celle) Prioraat Madonna di Loreto (Lefevbre) via Mavoncello, 25 - Rimini (Spadarolo) Koninkrijkszaal van Jehova’s getuigen via Rosmini, 35 - Rimini (Marebello) Joodse Gemeenschap Via Mazzini, 95 - Ferrara Via De’ Gombruti, 9 - Bologna Synagoog: Via Delle Scuole, Pesaro Begraafplaats: Colle San Bartolo, Pesaro
158
159
boven Novafeltria, kerk van Uffogliano
onder, links Montefiore Conca, kerk van het Ospedale della Misericordia
onder, rechts Rimini, heiligdom Madonna della Misericordia (Santa Chiara)
160
boven Mondaino, kerk van San Michele Arcangelo
onder, links Mondaino, klooster van de Clarissen
161
onder, rechts Monte Colombo, kerk van San Martino
Beknopte bibliografie A. Emiliani, Chiesa città campagna, Rapporto della Sopr. per i Beni Art. e Stor., n. 27, Alfa ed., Bologna, 1981 C. Curradi, Pievi del territorio riminese fino al Mille. Luisè ed., Rimini, 1984 Arte e santuari in Emilia Romagna. Silvana ed., Milano, 1987 P. G. Pasini, Guida per Rimini. Maggioli ed., Rimini, 1989 Storia illustrata di Rimini, I-IV. Nuova Editoriale Aiep, Milano, 1990 Il Santuario delle Grazie di Pennabilli, atti del convegno. Pennabilli, 1991 P. G. Pasini, La pittura del Seicento nella Romagna meridionale e nel Montefeltro, in La pittura in Emilia e in Romagna. Il Seicento. Nuova Alfa ed., Bologna, 1992 R. Giannini, T. Mosconi, I Sentieri magici della Valmarecchia, Touring Club, Milano, 1995 Il Montefeltro, 1, Ambiente, storia, arte nelle alte valli del Foglia e del Conca. A c. di G. Allegretti e F. V. Lombardi, Comunità Montana del Montefeltro, Pesaro, 1995
P. G. Pasini, Arte in Valconca, I-II. Silvana ed., Milano, 1996-1997 Medioevo fantastico e cortese. Arte a Rimini fra Comune e Signoria. A c. di P. G. Pasini, Musei Comunali, Rimini, 1998 Il Montefeltro, 2, Ambiente, storia, arte nell’alta Valmarecchia. A c. di G. Allegretti e F.V. Lombardi, Comunità Montana dell’Alta Val Marecchia, Pesaro, 1999 P. G. Pasini, Arte e storia della Chiesa riminese. Skira ed., Milano, 1999 E. Brigliadori, A. Pasquini, Religiosità in Valconca. Silvana ed., Milano, 2000 P. G. Pasini, Il Tempio malatestiano. Splendore cortese e classicismo umanistico. Skira ed., Milano, 2000 A. Venturini, I. Rinaldi, Monumenti di Fede, Segreteria di Stato per il Turismo, RSM, 2000 P. G. Pasini, Il Museo di Stato della Repubblica di San Marino, Motta, Milano, 2000 Arte ritrovata. Un anno di restauri in territorio riminese. A c. di P. G. Pasini, Silvana ed., Milano, 2001 162
B. Cleri, Antonio Alberti da Ferrara: gli affreschi di Talamello. San Leo, 2001 P. G. Pasini, Presenze d’arte negli edifici sacri di Rimini e del Riminese. Provincia di Rimini, 2003 Seicento inquieto. Arte e cultura a Rimini. Cat. a c. di A. Mazza e P. G. Pasini, Motta ed., Milano, 2004 Arte per mare. Dalmazia, Titano e Montefeltro. Cat. a c. di G. Gentili e A. Marchi, Silvana ed., Milano, 2007 L. Liuzzi, San Leo Città Fortezza, Arti Grafiche Ramberti, Rimini, 2008 L. Giorgini, La bellezza e la fede. Itinerari storico-artistici nella diocesi di San Marino-Montefeltro. Castel Bolognese, 2009 R. Giannini, Musei nel riminese tra arte, storia e cultura. Provincia di Rimini, 2011 R. Giannini, Malatesta & Montefeltro: in viaggio nelle colline riminesi. Provincia di Rimini, 2011
163
164
Waar zijn wij
Voornaamste plaatsen en routes
Trento
Bellaria Igea Marina
Torino
Helsinki
Oslo
Stoccolma
Dublino
Santarcangelo di Romagna
Torriana
Verucchio Riccione
Talamello Novafeltria Sant’Agata Feltria
Coriano
San Leo Maiolo
Pennabilli
Casteldelci AR
Varsavia Amsterdam Bruxelles Berlino Praga Vienna Parigi Monaco Budapest Milano Bucarest Rimini Madrid Roma Londra
Rimini
Poggio Berni
Repubblica Misano Adriatico di San Marino Montescudo Cattolica Monte Colombo San Clemente fiume Conca San Giovanni Gemmano Morciano in Marignano di Romagna Montefiore Conca Mondaino
Milano
Algeri
Tunisi
Genova
Mosca
Firenze Perugia
Kijev
-
Rimini Ancona
Roma Bari
Napoli
Cagliari
Catanzaro
Ankara Palermo
Atene
Montegridolfo Ferrara
Parma
-
Ravenna
Piacenza
Saludecio
fiume Marecchia
Coriano Klooster en instituut Maestre Pie Gemmano Heiligdom van de Madonna di Carbognano Maiolo Kerk van Santa Maria d’Antico Misano Adriatico Kerk van de Immacolata Concezione Mondaino Clarissenklooster Montefiore Conca Heiligdom Madonna di Bonora Kerk van San Paolo Kerk van het Ospedale della Misericordia Montegridolfo Trebbio, Heiligdom van de Beata Vergine delle Grazie Kerk van San Rocco Montescudo Heiligdom van Valliano Trarivi, ex benedictijnenabdij Novafeltria Oratorium van Santa Marina Pennabilli Kathedraal van San Pio V Heiligdom Santa Maria delle Grazie Ponte Messa, Parochiekerk van San Pietro in Messa Maciano, Kerk van Santa Maria dell’oliva Rimini Malatesta tempel Kerk van San Giuliano Kerk van San Giovanni Battista Kerk van San Fortunato (Santa Maria di Scolca) Heiligdom Madonna delle Grazie Kerk van San Giovanni Evangelista (Sant’Agostino) Kerk van Santa Maria dei Servi Kerk van de Madonna della Colonnella
Venezia
Bologna
Reggio Emilia
- Heiligdom Santa Maria della Misericordia (Santa Chiara) - Tempeltje van Sant’Antonio Saludecio - Kerk van San Girolamo - Heiligdom van de Madonna del Monte - Heiligdom en museum van de Beato Amato San Giovanni in Marignano - Kerk van Santa Lucia - Kerk van San Pietro San Leo - Kathedraal - Parochiekerk van Santa Maria Assunta - Klooster van Sant’Igne San Marino - Basiliek van de Heilige - Borgo Maggiore, Kerk van de Beata Vergine - Valdragone, Heiligdom van Santa Maria Sant’Agata Feltria - Kerk van San Francesco della Rosa - Kerk van de Madonna di Romagnano - Kerk en klooster van San Girolamo Santarcangelo di Romagna - Parochiekerk van San Michele Arcangelo - Kapucijnenklooster - San Vito, Heiligdom van de Madonna di Casale - Collegiale kerk - Klooster en kerk van de heiligen Caterina en Barbara Talamello - Kerk van San Lorenzo - De Cel Torriana - Saiano, Heiligdom van de Beata Vergine del Carmine Verucchio - Collegiale kerk - Villa Verucchio, Klooster van San Francesco - Parochiekerk van San Martino
Modena Bologna Ravenna
Forlì Cesena Rimini San Marino
Afstanden Amsterdam 1.405 km
München 680 km
Bologna 121 km
Berlijn 1.535 km
Parijs 1.226 km
Florence 165 km
Brussel 1.262 km
Praag 1.089 km
Milaan 330 km
Boedapest 1.065 km
Stockholm 2.303 km
Napels 586 km
Kopenhagen 1.770 km
Warschau 1.533 km
Rome 325 km
Frankfurt 1.043 km
Wenen 887 km
Turijn 447 km
Londen 1.684 km
Zürich 645 km
Venetië 270 km