Conceptnota vernieuwing van het kunstendecreet en andere beleidskaders Commentaar vanuit beeldende kunst door BAM
BAM geeft commentaar en voorstellen op de conceptnota 'Vernieuwing van het Kunstendecreet en beleidskader kunsten' vanuit haar evaluatie van het Kunstendecreet (december 2012) en vanuit de noden van de beeldende kunst en van de kunsten in het algemeen. BAM pleitte in zijn evaluatie voor een sterkere diversifiëring van de beleidsinstrumenten voor kunstenaars en het beter poolen en afstemmen ervan met beleidsinstrumenten voor kunstenaars uit andere domeinen zoals onderwijs, wetenschap en innovatie en kunst in publieke ruimte. Voor de organisaties vroegen we aandacht voor de sectorspecifieke invulling van functies, zoals de presentatie die moeilijk gescheiden kan worden van onderzoek en het belang van het ontsluiten van erfgoed in de presentatie van de hedendaagse beeldende kunst. Profitactoren zoals galeries, opdrachtgevers en private verzamelaars kunnen sterker betrokken worden bij creatie- en promotiebeleid. Ten slotte stelden we voor om de werkvormen te vervangen door functies, om de beoordeling niet meer exclusief vanuit de disciplines te laten verlopen en om thema's die de overheid wenst te stimuleren ook te verbinden met impulssubsidies. Deze aandachtspunten kunnen bijdragen om het Kunstendecreet, dat te generiek was en te sterk gemodelleerd was vanuit de podiumkunsten, sterker te diversifiëren. Zo kan het beter aansluiten bij de diversiteit aan praktijken en maatwerk mogelijk maken in de ondersteuning. Het is daarbij een uitdaging om oplossingen te bedenken zonder de klok helemaal terug te draaien naar de sectordecreten, en om de voordelen van een integraal kader voor de kunsten waar mogelijk te behouden.
1. De strategische visie Kunsten in het begin van de legislatuur Een goed voorstel. Het kunstensteunpunt kan de veldanalyse van het kunstenlandschap maken. Ook de fondsen kunnen hierbij betrokken worden, al is het maar om de mogelijke relaties met audiovisuele kunsten en letteren op het niveau van praktijk en beleid bespreekbaar te maken.
2. Een Vlaamse kunstcanon met duurzame kunstinstellingen Het principe van kunstinstituties (cfr. studie van Pascal Gielen 'De kunstinstitutie' 2007) die het kunstenveld verdiepen en maatschappelijk verankeren en daardoor niet om de vijf jaar in vraag worden gesteld is een verdedigbaar principe. Het is positief dat die duurzame kunstinstellingen een plaats krijgen binnen het Kunstendecreet. Daar pleitte BAM ook reeds voor in zijn evaluatie van het Kunstendecreet. De indruk ontstaat echter dat het aantal Vlaamse kunstinstellingen wordt uitgebreid, omdat de werking van bepaalde kunstinstellingen erg lijkt op enkele van de huidige grote instellingen van de Vlaamse Gemeenschap. Op basis daarvan zouden ze opgenomen kunnen worden, terwijl de conceptnota pleit voor een fundamentele discussie. Het volstaat echter niet om eerst een lijst van criteria te maken voor kunstinstellingen. Bakens vastleggen voor het kunstenveld en voor de kunstdisciplines kan pas goed gebeuren als dat integraal gebeurt vanuit een blik vanuit kunsten en erfgoed op het veld. Het woord 'canon' verwijst juist naar die verknoping tussen verleden, heden en toekomst. Zonder erfgoed erbij te betrekken kom je al snel bij grote of belangrijke instellingen die enkel rond het 'hier en nu' werken. Ook al werken deze organisaties op een uitmuntende wijze, daarom zijn ze nog geen vuurtoren in termen van kunstinstituties die een trekkersrol opnemen en helpen begrijpen waar en hoe de kunst vandaag, gisteren en morgen in de maatschappij kan staan.
1
Bovendien is een canon van duurzame instellingen die enkel wordt opgesteld vanuit kunsten nadelig voor bepaalde disciplines. Wat is de vuurtoren en het ankerpunt voor de literatuur of voor de architectuur? Eén van de vuurtorens voor de Vlaamse beeldende kunst is ongetwijfeld het KMSKB en voor de film is dat ongetwijfeld het Filmmuseum met zijn decentralisatie in Antwerpen (Cinema Zuid). Dit bij wijze van voorbeeld. De huidige ongelijkheden in het kunstenveld worden daarenboven onbewust bevestigd: enkel de instellingen in muziek en podiumkunsten die de voorbije decennia gegroeid zijn, een budgettaire grootteorde hebben bereikt en belangrijk zijn geworden, komen in aanmerking binnen de voorgestelde criteria. Als het de bedoeling is om die belangrijke kunstinstellingen in muziek en podiumkunsten een ander statuut te geven dan kan dat best ook zo benoemd worden. Ten slotte bestaat het gevaar dat door in een kleine regio als Vlaanderen meer instellingen een ander statuut te geven er een tweedeling of zelfs een hiërarchie ontstaat in het veld die de interactie en veldopbouw niet ten goede komt. Duurzame kunstinstellingen zijn als vuurtoren integraal onderdeel van het veld en geen ivoren toren. Daarom kan er best gekozen worden voor een zeer beperkt aantal instellingen die echt over die bijzondere meerwaarde beschikken en waarbij ook de bestaande lijst die historisch gegroeid is in vraag wordt gesteld. Ook de beoordeling wordt nog verder gefragmenteerd omdat een andere, internationale visitatiecommissie, beoordeelt en adviseert. Hoe interessant zo'n internationale visitatiecommissie ook kan zijn voor de feedback over de werking van instellingen, een zo heterogeen aantal Vlaamse kunstinstellingen heeft weinig meerwaarde voor de onderlinge benchmarking. Ten slotte spelen de landschapstekeningen en veldanalyses een belangrijke rol in het analyseren van de verbinding van deze kunstinstellingen met het brede veld. BAM stelt het volgende voor: ofwel de budgettaire ondergrenzen niet te hanteren zodat bepaalde disciplines niet gediscrimeerd worden, ofwel wordt de discussie gevoerd vanuit een blik vanuit kunsten en erfgoed op het veld, wat naar ons gevoel de beste oplossing zou zijn. Het voorstel om ook met andere kunstinstellingen een beheersovereenkomst af te sluiten is zonder meer positief. Als het criterium luidt dat het gaat om ‘andere grote kunstinstellingen die eveneens belangrijk zijn voor de Vlaamse kunstcanon’, dan kan ook hier overwogen worden om niet enkel te kijken naar plekken die een belangrijke presentatiefunctie hebben. Nogmaals, het KMSKB en het Koninklijk Belgisch Filmarchief en Cinematek zijn essentieel voor de beeldende kunst en de filmcultuur in Vlaanderen.
3. Een kunstenlandschap volgens een artistieke matrix Het is positief dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen steun aan kunstenaars, projecten en kunstenorganisaties. Het is positief dat de werkvormen vervangen worden door de organisaties die zelf aangeven welke functies ze opnemen. BAM stelt voor om de lijst van functies te herzien. - Toevoegen van een cruciale functie die nu ontbreekt, namelijk het ontwikkelen van talent, oeuvre en carrière. Er is geen creatie en presentatie als er ook niet geïnvesteerd wordt in het ontwikkelen van talent, oeuvres en carrières. In een omgeving van levenslang leren is dat geen functie meer die exclusief aan het onderwijs kan worden toegekend. Niet focussen op deze functie houdt in dat men niet investeert in de opstart, het verdiepen, de internationalisering, het ondernemerschap en innoveren. In andere domeinen uit het sociaaleconomische leven wordt die functie wél als belangrijk beschouwd en ook binnen de fondsen VAF en VFL wordt opleiding, onderzoek en ontwikkeling als een belangrijke pijler beschouwd. - Creatie en productie samentrekken: creatie en productie zijn aparte functies maar omwille van de onderlinge verwevenheid kunnen ze best samengetrokken worden als 'creatie en productie' met daarbinnen twee subfuncties. ‘Creatie’ focust daarbij op het standpunt van de maker en ‘productie’ op het standpunt van de inhoudelijke, logistieke, financiële en promotionele omkadering. 2
- Ook presentatie en participatie zijn sterk met elkaar verweven. Door deze functies apart te definiëren genereert deze schematische benadering scheeftrekkingen die zelfs voor een deel haaks staan op de praktijk. Elke presentatie is namelijk een vorm van publiek maken en een bemiddeling tussen het standpunt (en belangen) van de kunstenaar en die van het publiek. Puur presenteren bestaat niet. Vandaar het voorstel om één functie te maken met twee subfuncties, waarbij 'participatie' in hoofdzaak vertrekt vanuit het de noden en belangen van het publiek. Daarnaast zijn er artistieke processen die 'participatief' zijn en dit zowel in de reguliere kunstpraktijk als in initiatieven die zich als sociaal-artistiek kenmerken. De functie 'participatie' kan daarom niet puur beschouwd worden als toeleiding maar kan ook als functie verbonden worden met creatie en presentatie. - Het is positief om reflectie als een aparte functie te beschouwen maar ze mag niet verengd worden tot de kritiek en contextualisering die beoefend worden na de creatie en presentatie. Reflectie is een functie die ook betrekking kan hebben op artistieke processen waarbij de reflectie het proces mee stuurt, of op de reflectie over een kunstwerk of oeuvre dat inhoud en vorm van de presentatie mee bepaalt. Reflectie kan ofwel een puur omkaderende rol vervullen ofwel in de mix van functies sterk betrokken zijn op ontwikkeling, creatie en presentatie. BAM vraagt aandacht voor het disciplinespecifieke van deze functies. Functies zijn niet zo maar te vergelijken tussen disciplines. We vragen specifieke aandacht voor de 'eigenheid' van beeldende kunst in deze functies: - ontwikkeling: beeldend kunstenaars nemen een lange aanloop om een oeuvre en een carrière te ontwikkelen, verdiepen hun oeuvre meermaals via residenties en/of het hoger kunstonderwijs (onderzoek in de kunsten) en voor een groot deel van de kunstenaars is de ontwikkeling van een internationale carrière essentieel in een discipline die per definitie internationaal is ; - creatie en productie: beeldend kunstenaars produceren op zeer verschillende wijze (alleen, met assistenten of met een producent), werken in meer of mindere mate met de kunstmarkt om hun werk te financieren, bedenken diverse vormen van zelforganisatie, wat meestal een mix inhoudt van eigen werk, opdrachten en werken om financieel rond te komen (jobs met of zonder verband met de artistieke praktijk) en werken dikwijls samen met andere domeinen; - presentatie: presentatie in beeldende kunst is niet te vergelijken met de idee van spreiding van voorstellingen of concerten over het hele Vlaamse land: een beeldend kunstenaar gaat niet met een nieuw werk op tournee langs musea, tentoonstellingsinitiatieven en cultuurcentra. Een solotentoonstelling is uniek, vraagt maanden en soms jaren voorbereiding en wordt internationaal gecoproduceerd. Coproductie in de beeldende kunst kan gaan over het coproduceren van een nieuw werk van een kunstenaar of over het coproduceren van tentoonstellingen en catalogi. Naast de solotentoonstellingen nodigen organisaties beeldend kunstenaars uit om een nieuw werk te presenteren of in situ te maken, al dan niet met enkele andere werken om een context te creëren. Ofwel worden groepstentoonstellingen gemaakt rond een thema, maar ook dat vergt maanden werk voor onderzoek en samenstelling. Onderzoek en reflectie zijn meestal ook een onderdeel van presentatie in beeldende kunst. - specifieke aandacht voor erfgoed omdat hedendaagse beeldende kunst intens verweven is met erfgoed: hedendaagse kunstwerken worden verworven in collecties, kunstenaars positioneren zich expliciet in of tegen een geschiedenis van kunstenaars en stromingen, collecties en archieven zijn noodzakelijke bronnen in elke tentoonstellingspraktijk. Ontsluiten van collecties en gebruiken van archieven voor onderzoek en contextualisering vormt integraal onderdeel van de presentatiepraktijk in de beeldende kunst en mag geen hinderpaal vormen in het beoordelen van organisaties en projecten. Kunstenorganisaties die ook de zorg, contextualisering en ontsluiting van collecties in hun missie hebben zouden daarvoor in het Kunstendecreet moeten kunnen gehonoreerd worden. Omtrent het complementair kunstenbeleid stelt BAM voor om de subsidiëringsvoorwaarde 'landelijk bereik' te verruimen naar 'landelijke betekenis, netwerking en bereik'. De term 'bereik' houdt het gevaar in dat de toets enkel over publieksbereik gaat. Een beeldendekunstorganisatie die een kunstenaar uitnodigt om in en met een lokale context te werken kan wel degelijk een landelijke betekenis hebben omwille van zijn voorbeeldfunctie. Die kunstorganisatie kan ook ingebed zijn in een landelijk en zelfs internationaal netwerk.
3
3.1. Ondersteuning van kunstenaars en curatoren Om een sterker beleid voor beeldend kunstenaars en curatoren te ontwikkelen is het noodzakelijk om 1/ de beleidsinstrumenten te diversifiëren op maat van de beeldende kunstpraktijk en 2/ de instrumenten die zich binnen en buiten de kunsten bevinden beter te integreren en op elkaar af te stemmen. De conceptnota stelt beleidsinstrumenten voor die kaderen binnen de 'steun aan kunstenaars' (de ontwikkelingsgerichte beurs, de meerjarige beurs, de internationale beurs) en binnen de 'steun aan projecten' (zowel voor kunstenaars als organisaties, ook meerjarig en internationaal). Binnen Flanders Art (werktitel) worden ook kunstopdrachten, de kunstkoop en de heropstart van het aankoopbeleid (incl. stimuli) voor beeldende kunst van de Vlaamse Gemeenschap en internationale export voorzien. Binnen het impulsbeleid worden steunmaatregelen voorzien die van toepassing zijn op kunstenaars zoals microkredieten, crowdfunding en opleidingen. Het is op zich positief dat er voor de steun aan kunstenaars diverse instrumenten worden voorgesteld. BAM ziet twee knelpunten waarvoor we nieuwe voorstellen doen. 1. Diversificatie beleidsinstrumenten
Ten eerste is het noodzakelijk om de beleidsinstrumenten verder te diversifiëren en er coherente gehelen mee te vormen binnen het nieuwe Kunstendecreet. Doelstellingen verschillen per beleidsinstrument maar vormen samen een coherent geheel voor de steun aan de ontwikkeling van oeuvre en carrière van kunstenaars. a. BAM stelt volgende nieuwe beleidsinstrumenten voor vanuit reële noden van de beeldend kunstenaar: - coaching en mentorschap voor startende kunstenaars waarbij een ervaren kunstenaar één of twee jaar een jongere kunstenaar volgt en begeleidt en waarbij de mentor of coach een kleine vergoeding krijgt zodat het basisprincipe nog steeds gebaseerd is op voluntarisme; - projectontwikkeling is een relatief beperkte ondersteuning voor de ontwikkeling van een nieuw project of werk, bedoeld voor onderzoek en voorstudie van complexe projecten met een lange voorbereiding, waarmee kunstenaars een degelijk onderbouwde projectaanvraag kunnen indienen met een gedetailleerde inhoudelijke beschrijving, planning, budget en partners; - steun voor publicaties van en over Vlaamse kunstenaars: naast de catalogi die musea en organisaties uitgeven en de publicatie-initiatieven van uitgevers zijn publicaties belangrijke instrumenten in de (internationale) valorisatie en promotie van kunstenaars. Deze steunmaatregel is bedoeld voor kunstenaars die een publicatie willen realiseren over hun werk ongeacht de drager (print, digitale publicatie, kunstenaarswebsites); - galerieregeling is de steun aan galeries uit binnen- en buitenland die Vlaamse kunstenaars presenteren op buitenlandse kunstbeurzen die aan bepaalde kwaliteitscriteria voldoen, bedoeld om Vlaamse kunstenaars op de buitenlandse kunstmarkt te promoten (gedeeltelijke tussenkomst in de hoge kosten van standhuur). BAM stelt voor om ook steun te voorzien voor curatoren omdat zij een belangrijke rol spelen in het publiek maken van Vlaamse kunstenaars in tentoonstellingen, tijdschriften en catalogi. Voor de ontwikkeling van hun carrière volgen ze voortgezette opleidingen voor curatoren in binnen- of buitenland (post-masteropleiding) en doen ze stages in toonaangevende buitenlandse instellingen. De ontwikkelingsgerichte beurs, de internationale beurs en de tussenkomst voor reis- en verblijf voor kortlopende opleidingen in het buitenland kunnen ook opengesteld worden voor curatoren. Zo hoeven er geen nieuwe instrumenten ontwikkeld te worden. Het gaat bovendien om een beperkt aantal beurzen voor curatoren, maar de steun is essentieel om de 4
kwaliteit van Vlaamse curatoren te garanderen. b. Het is belangrijk om bestaande beleidsinstrumenten voor kunstenaars die momenteel buiten het decreet vallen binnen het nieuwe Kunstendecreet te plaatsen omwille van de zorg voor een integraal beleid: -het residentiebeleid van de Vlaamse Gemeenschap voor beeldende kunst wordt niet in de conceptnota vermeld en vormt momenteel een apart budget binnen kunsten: de Vlaamse Gemeenschap biedt zelf residenties aan in het buitenland (ze betaalt er de huur van studio's) waarvoor kunstenaars een aanvraag kunnen indienen; - de microkredieten en crowdfunding worden in de conceptnota vermeld bij het impulsbeleid van de minister, maar kunnen beter binnen het decreet geplaatst worden omdat deze vorm van steun best geen tijdelijke impuls is, maar een permanent karakter krijgt. c. BAM stelt voor om de diversificatie van beleidsinstrumenten te clusteren in types van steun met telkens andere doelstellingen en procedures, en vandaar coherente gehelen te vormen: - de ontwikkeling van talent, oeuvre en carrière, - de steun aan creatie en creatieopdrachten en de valorisering ervan, - de steun om oeuvre en werk naar buiten te brengen. (internationalisering speelt in elk van deze doelstellingen een belangrijke rol en wordt telkens anders ingevuld.) ontwikkeling van talent, oeuvre en carrière - de ontwikkelingsgerichte beurs voor kunstenaars én curatoren, ongeacht hun leeftijd; - de meerjarige beurs voor doorgroei en verdieping, bedoeld voor kunstenaars die reeds beschikken over een basis aan oeuvre en carrière (men zou hier een minimum aantal jaren carrière aan kunnen verbinden (bijvoorbeeld minimum 8 of 10 jaar)); - de microkredieten waarmee kunstenaars materiaal kunnen aankopen om hun atelier/studio mee uit te rusten, bedoeld om de professionalisering en zelfstandigheid van kunstenaars te stimuleren; - coaching en mentorschap voor startende kunstenaars (voorstel nieuw beleidsinstrument, zie hoger) - het residentiebeleid van de Vlaamse Gemeenschap (voorstel om dit ook op te nemen in het Kunstendecreet, zie hoger: de Vlaamse Gemeenschap die residenties aanbiedt waarvoor kunstenaars zich moeten aanmelden, voorstel om residenties ook uit te bouwen naar andere continenten (Afrika, Zuid-Amerika en Azië) en regelmatig te herzien). - de internationale beurs voor kunstenaars én curatoren: voor kunstenaars die een residentie of opleiding volgen in het buitenland (een residentie van de Vlaamse Gemeenschap of een residentie of opleiding die ze zelf kiezen die beantwoordt aan kwaliteitsnormen), voor kunstenaars die een belangrijk project realiseren in het buitenland dat belangrijk is voor hun ontwikkeling, voor curatoren die in het buitenland een opleiding of stage willen volgen. steun aan creatie en productie (incl. creatieopdrachten) en de valorisering ervan - projectontwikkeling (voorstel nieuw beleidsinstrument, zie hoger); - steun voor crowdfunding en andere nieuwe vormen van financiering; - de projectsubsidie bedoeld voor kunstenaars die een nieuw werk willen maken; - de internationale projectsubsidie waarmee kunstenaars of organisaties in het buitenland steun kunnen vragen voor een tentoonstelling in het buitenland; - steun voor publicaties van en over Vlaamse kunstenaars (voorstel nieuw beleidsinstrument, zie hoger); - kunstopdrachten is een productiesteun voor elke opdrachtgever die een kunstenaar een kwaliteitsvolle opdracht geeft (dus ruimer dan kunst in publieke ruimte) en waarmee het publiek en privaat opdrachtgeverschap wordt gestimuleerd. steun om oeuvre en werk naar buiten te brengen - steun voor tegemoetkoming in reis- en verblijfskosten, voor prospectie, korte opleidingen en presentaties van kunstenaars in het buitenland; - galerieregeling (voorstel nieuw beleidsinstrument, zie hoger); - kunstkoop stimuleert de lokale kunstmarkt door goedkope leningen te voorzien voor minder 5
gefortuneerde burgers die kunst van Vlaamse kunstenaars willen kopen; - aankoopbeleid van de Vlaamse Gemeenschap. Deze lijst van instrumenten is niet ongebruikelijk indien men de vergelijking maakt met de instrumenten van de fondse en indien men de vergelijking maakt met de beleidsinstrumenten voor beeldend kunstenaars in onze buurlanden (kleinere landen: Nederland en Denemarken): zie BIJLAGE achteraan deze nota 2. Indeling beleidsinstrumenten
Ten tweede bestaat er een gevaar dat de beleidsinstrumenten voor kunstenaars, die nu reeds verspreid zijn in verschillende domeinen en loketten (Kunstendecreet, het FilmLab binnen het VAF, het lokaal atelierbeleid, onderzoek in de kunsten (onderwijs), kunst in publieke ruimte (binnenlandse zaken en lokaal cultuurbeleid), wetenschap en innovatie), ook binnen het nieuwe Kunstendecreet nog verder verspreiden, met name binnen 'steun aan kunstenaars', 'steun aan projecten', Flanders Art (werktitel) en impulsregelingen. De afstemming van al die instrumenten wordt nog moeilijker, de beoordeling verloopt telkens met andere criteria en beoordelaars, en de leesbaarheid ervan voor kunstenaars die individueel werken wordt er niet mee vergemakkelijkt. a. BAM stelt voor om de instrumenten die rechtstreeks te maken hebben met de kwalitatieve ontwikkeling van talent, oeuvre en werk binnen 'steun aan kunstenaars' en 'steun aan projecten' te houden. De residenties en de internationale beurs zijn onlosmakelijk verbonden met de ontwikkeling van het oeuvre en de praktijk van kunstenaars. Ze zijn ook sterk verbonden met de ontwikkelingsgerichte beurzen en projectbeurzen en kunnen daardoor best binnen eenzelfde loket behandeld worden. Volgende beleidsinstrumenten kunnen best geclusterd worden onder ‘steun aan kunstenaars’ en ‘steun aan projecten’: ontwikkelingsgerichte beurs microkredieten coaching en mentorschap meerjarige beurs residentiebeleid internationale beurs projectontwikkeling projectsubsidie internationale projectsubsidie publicaties We stellen voor om de beleidsuitvoering te versnellen door bedragen tot bijvoorbeeld 20.000 euro te laten beslissen en uitvoeren door de beoordelingscommissie en het agentschap. Zo wordt snelheid verbonden met coherente gehelen. b. Voorstel om de beleidsinstrumenten rond de doelstelling 'steun om oeuvre en werk naar buiten te brengen' onder te brengen bij Flanders Art. Flanders Art (werktitel) biedt zeker mogelijkheden om snel en flexibel in te spelen op kansen, te werken met leningen en terugbetaling, en te werken met de profitspelers in het veld die met export en vermarkten bezig zijn. Daarom kan de creatieopdracht of kunstopdracht, waarbij de opdrachtgever de aanvraag indient, ook best bij Flanders Art ondergebracht worden. Flanders Art (werktitel) reis- en verblijfskosten creatieopdracht galerieregeling kunstkoop aankoopbeleid Vlaamse Gemeenschap 6
c. Om verdere versnippering tegen te gaan is het noodzakelijk om Flanders Art zoveel als mogelijk bij het kunstenbeleid te betrekken zodat alle instrumenten op elkaar afgestemd worden en transparant zijn voor de aanvrager. Uiteindelijk zijn het verschillende instrumenten waarmee verschillende doelstellingen worden nagestreefd met verschillende procedures, maar wel met één gemeenschappelijk doel, namelijk de kunstenaar te ondersteunen. Dat gemeenschappelijk doel mag niet uit het oog verloren worden. Het agentschap speelt een belangrijke rol in het afstemmen met Flanders Art en de relatie met het internationaal cultuurbeleid (CINT). d. Het poolen, afstemmen en gemeenschappelijk communiceren van de diverse beleidsinstrumenten voor beeldend kunstenaars binnen en buiten het nieuwe Kunstendecreet wordt meer dan ooit noodzakelijk. Deze diverse beleidsinstrumenten zijn: - Kunsten: steun aan kunstenaars, steun aan projecten, Flanders Art (werktitel), FilmLab VAF - Onderwijs: onderzoek in de kunsten, doctoraat in de kunsten - Wetenschap en innovatie: samenwerking kunstenaars met wetenschappers en innovatieve bedrijven - Binnenlands beleid: kunst in publieke ruimte - Lokale overheden: grote en middelgrote steden ontwikkelen een kunstenaarsbeleid dat gericht is op ontwikkelen van talent: atelierwerking, werkplaatsen, opleiding (ondernemerschap), ter beschikking stellen van ruimte en steun aan ontmoetingsruimte en eerste presentatieplekken. Ook de diverse vormen van ondersteuning en begeleiding van het kunstensteunpunt en het Kunstenloket moeten hier perfect op elkaar afgestemd worden en leesbaar en vindbaar zijn voor de kunstenaar. Het kunstensteunpunt zal een belangrijke rol spelen in het opvolgen van de beleidsinstrumenten in andere domeinen, bruggen bouwen tussen domeinen en het transparant maken, het informeren en actief toeleiden en adviseren van kunstenaars naar die diverse beleidsinstrumenten. Ook het Kunstenloket kan in dit plaatje niet ontbreken. Het kunstenloket zal op zijn beurt afstemmen met de initiatieven rond ondernemerschap die Flanders DC neemt. Kunstenloket zakelijk advies en opleiding coaching rond carrière Kunstensteunpunt informeren over beleidsinstrumenten coachen omtrent beleidsinstrumenten en hun rol in het ontwikkelen van een oeuvre (inhoudelijk accent) stimuleren van duurzame internationale relaties actieve (internationale) promotie en beeldvorming 3.2. Ondersteuning projecten De steun aan projecten die ook meerjarig zijn, is positief. BAM stelt voor om de behandeling van projectdossiers voor kunstenaars onder een bepaald bedrag te laten uitvoeren door de beoordelingscommissie en het agentschap om zo de procedure te versnellen in het belang van de kunstenaars. 3.3. Ondersteuning kunstorganisaties BAM vreest dat door het wegvallen van de tweejarige subsidiëring de drempel wordt verhoogd voor kleinere organisaties die willen instromen in de meerjarige vorm van ondersteuning. 4. Specifieke landelijke initiatieven 4.1. VFL geen opmerkingen 7
4.1. Vlaams Audiovisueel Fonds BAM vraagt aandacht voor de steun aan experimentele mediakunst die binnen het huidige decreet een onderdeel vormt van de audiovisuele kunsten. Indien het VAF ook subsidieloket wordt van de audiovisuele vertoning is het belangrijk om mediakunst als praktijk mee te nemen in het nieuwe Kunstendecreet vermits deze initiatieven niet als 'single screen' kunnen gecategoriseerd worden en dus niet in aanmerking zullen komen voor subsidie bij het VAF. Het is daarentegen wél belangrijk om de subsidiecategorie 'FilmLab' bij het VAF te behouden omdat daarmee het experiment en innovatie binnen de 'single screen' creatiepraktijk wordt gesteund. Volgens hetzelfde principe zou van het VAF gevraagd kunnen worden om ook onderdak te geven aan de meer experimentele en vernieuwende presentatiepraktijken in de audiovisuele kunsten voor zover die onder het criterium 'single screen' passen. Het vormt aanbeveling om structureel overleg te voorzien op het niveau van de adviescommissie met de fondsen VAF en VFL over beoordeling van dossiers. 4.3. Flanders Art: zie 3.1 ondersteuning van kunstenaars. Kort samengevat: voorstel om de beleidsinstrumenten rond de doelstelling 'steun om oeuvre en werk naar buiten te brengen' voor beeldend kunstenaars onder te brengen bij Flanders Art: - tussenkomst in reis- en verblijfskosten voor opleiding, prospectie en presentatie in het buitenland - creatieopdracht - galerieregeling - kunstkoop - aankoopbeleid Vlaamse Gemeenschap Voor het aankoopbeleid hedendaagse kunst van de Vlaamse Gemeenschap is het noodzakelijk om ook een band met erfgoed te voorzien en met de musea van hedendaagse kunst en hun koepel CAHF. Subsidietechnisch is Flanders Art misschien een oplossing om zo'n aankoopbeleid op te starten binnen het kader van het nieuwe Kunstendecreet maar men kan zich afvragen of de geest van Flanders Art (exploitatie, promotie en begeleiding, kunstkoop stimuleren en opdrachten) wel het juiste kader is; niet zozeer het hier en nu is bij een aankoopbeleid van de Vlaamse Gemeenschap het vizier maar eerder het patrimonium. Voor de kunstkoopregeling waarbij burgers gestimuleerd worden om kunst te kopen, kan ook overwogen worden of Kunst in Huis hiervoor het geschikte loket kan worden in plaats van Flanders Art. De afstemming van Flanders Art met de andere ondersteuningsinstrumenten voor kunstenaars binnen het Kunstendecreet is essentieel met een duidelijke rol voor het agentschap (afstemming) en kunstensteunpunt (informatie en toeleiding). 4.4. VAi geen commentaar 4.5. Kunstenloket Het is positief dat het Kunstenloket onderdeel vormt van het nieuwe Kunstendecreet. 4.5. Eén kunstensteunpunt BAM en VTi hadden reeds de intentie om te fusioneren. Het kunstensteunpunt moet enerzijds disciplinespecifiek werken en als dusdanig herkenbaar zijn en blijven voor de verschillende disciplines en anderzijds sterk inzetten op de gemeenschappelijke thema's zoals verzamelen van gegevens voor het analyseren van het veld en het maken van de landschapstekening, de internationale communicatie onder het label Arts Flanders, het werken rond kunsteducatie en het maken van verbindingen met onderwijs en media enz.
8
5. Beoordeling Functies én disciplines De conceptnota geeft aan het corporatisme van de disciplines bij de beoordeling te willen tegengaan, maar de indruk ontstaat dat de slinger nu te veel de andere kant op gaat. Het is namelijk noodzakelijk om bij de beoordeling van organisaties naast functies (die de werkvormen vervangen) ook een toets naar de discipline in te bouwen. Organisaties vormen immers een schakel in een discipline en daarnaast zijn ze ook schakel in het kunstenlandschap. Zeker voor de beeldende kunst, waar het veld nog volop wordt opgebouwd, is zo'n beoordeling op basis van de plaats van een initiatief in het veld van de beeldende kunst ook belangrijk. BAM stelt voor om te werken met een preadvies door beoordelaars die gerekruteerd worden uit een pool en die elk dossier beoordelen op zijn functies. Daarna zou dit preadvies beoordeeld moeten worden op basis van de plaats van een initiatief in een discipline door een commissie die wordt samengesteld per discipline. Hier kan gekozen worden voor kleinere commissies van maximum 6 à 7 leden. Gezien er reeds een preadvies ligt kan die disciplinetoets snel gebeuren zodat dit de procedure niet vertraagt. Profiel beoordelaars De conceptnota geeft aan de belangenvermenging en het gewicht van een bepaalde tendens of smaak in een commissie te willen tegengaan, maar ook hier ontstaat de indruk dat de slinger te veel de andere richting uitgaat. Op zich is de idee om de profielen van beoordelaars verder te diversifiëren door te werken met pools van beoordelaars positief: de diversiteit aan praktijken kan zo beter gecoverd worden door beoordelaars met de juiste expertise. Door te rekruteren uit een pool kunnen ook bekwame beoordelaars uit een andere discipline een frisse blik werpen op dossiers. De huidige commissies zijn te generalistisch van profiel en te sterk gerekruteerd vanuit kennis over organisaties. Projecten en kunstenaars vragen meer aandacht en daar zijn de praktijken dikwijls veel meer uiteenlopend. BAM vraagt echter aandacht voor volgende punten: - Ten eerste is het belangrijk om de pool van beoordelaars zo samen te stellen dat alle functies en de toepassing van functies per discipline gecoverd worden. - Ten tweede is het noodzakelijk dat beoordelaars het veld leren kennen door het lezen en beoordelen van dossiers en door het maken van werkbezoeken. Beoordelaars moeten minstens voor enkele jaren actief zijn om zich te kunnen inwerken en engageren in hun rol door prospectie en werkbezoeken. - Ten derde is ook de opvolging van kunstenaars en projecten in hun opeenvolgende subsidieaanvragen belangrijk en dat vraagt enige continuïteit bij de beoordelaars. Het voorstel van de conceptnota dreigt te sterk naar een vrijblijvende houding van beoordelaars die een oordeel vellen als ze worden opgeroepen om enkele dossiers te lezen. BAM stelt voor om bij de samenstelling van de beoordelaars voor de beoordeling van dossiers een evenwicht na te streven in continuïteit (enkele beoordelaars die kunstenaars/projecten/organisaties opvolgen) en vernieuwing (beoordelaars uit andere disciplines of functies of nieuwe beoordelaars). Het agentschap, dat de beoordelaars uit die pool zal rekruteren om commissies samen te stellen, speelt hier een cruciale rol: de juiste en toch diverse expertise samenbrengen om dossiers te beoordelen mét daarbij aandacht voor continuïteit én vernieuwing. Rol van de adviescommissie bij de beoordeling van organisaties - De adviescommissie blijft een belangrijke rol spelen in de bewaking van de kwaliteit van de beoordeling en in de vertaling van de strategische visie naar het beoordelingsproces. - De adviescommissie kan een belangrijke rol spelen in het beoordelen van de plaats van een organisatie in het kunstenveld. Daar waar de beoordelaars die gerekruteerd worden uit de pool een preadvies geven over een dossier op basis van de functies, en daar waar de disciplinecommissie een bijkomend advies geeft over de plaats van een initiatief in het veld, kan de adviescommissie naar dossiers en adviezen kijken vanuit de bril van het kunstenveld. - De adviescommissie kan in die zin ook waken over de evenwichten: de evenwichten tussen functies, de evenwichten tussen disciplines, de evenwichten in termen van regionale spreiding enz. - De adviescommissie zou ook een belangrijke rol kunnen spelen bij het horen van de steden en gemeenten nadat de voorstellen voor advies klaar zijn. 9
6. Kunstenlandschap 2020 Een impulsbeleid is positief voor thema's en andere beleidsdomeinen, maar moet zich nadrukkelijk als complementair situeren ten aanzien van de steun aan kunstenaars, projecten en organisaties. Het moet ook telkens gaan over onderwerpen die daarna kunnen geïmplementeerd worden binnen een werking en meegenomen worden in de reguliere beoordeling. Zo vormen microkredieten eerder een regulier beleidsinstrument en geen voorwerp van een tijdelijke impulsregeling. Ook opleiding kan best binnen het reguliere instrumentarium behouden blijven en niet in aparte impulsregelingen. Complementair beleid met andere overheden: geen commentaar. 15 april 2013 Dirk De Wit, BAM
BIJLAGE steun aan kunstenaars in Nederland en Denemarken (alle vermelde bedragen uitgedrukt in euro, budget voor 2013)
inwoners cultureel budget (capita/GDP)
DK
NL
5,5 mio 1% / 0,7%
17 mio 1,86% / 0,9%
INSTRUMENTEN ontwikkeling carrière oeuvre talent kunstenaarsstudio's materiaal programma's ondernemerschap coaching mentorschap internationale bezoekersprogramma's kunstenaarsstudio's buitenland productie en context eerste tentoonstelling residenties nationaal residenties buitenland ontwikkelingsbeurzen meerjarige beurzen productiebeurzen kunstopdrachten internationale projecten reisbeurs (prospectie) reisbeurs (internationale tentoonstelling) catalogi/publicaties werk naar buiten brengen aankoopbeleid overheid kunstkoop (burgers) prijzen galerieregeling kunstbeurzen Biënnale Venetië exhibition compensation fee
masterclasses 34.000
materiaalfonds (renteloze lening) 100.000 10.000 50.000 925.000
(startersexpo) 105.000 100.000 377.000 912.000 1.100.000 1.612.000 1.852.000 708.000 128.000
cfr. kunstenaarsstudio's buitenland cfr. kunstenaarsstudio's buitenland
cfr. meerjarig 4.500.000 (Projectbeurs) 1.265.000 1.420.000 1.025.000 cfr. kunstenaarsstudio's buitenland
cfr. internationale projecten
1.395.000
642.000 47.000 156.000 277.000 440.000
3.015.000 (intrest) 830.000 prix de rome 235.000 245.000 250.000
10