Tweede Kamer der Staten-Generaal
2
Vergaderjaar 2005–2006
30 300 XIII
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2006
Nr. 47
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 21 november 2005 De vaste commissie voor Economische Zaken1 heeft op 28 september 2005 overleg gevoerd met vice-minister-president, minister Brinkhorst van Economische Zaken over: – energie-intensieve bedrijven die als gevolg van hoge brandstofprijzen dreigen failliet te gaan; – de brief van de minister van Economische Zaken van 27 september 2005 over de dreigende bedrijfssluitingen als gevolg van stijgende energieprijzen (kamerstuk 30 300-XIII, nr. 4). Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit. Vragen en opmerkingen uit de commissie
Samenstelling: Leden: Crone (PvdA), Bakker (D66), Hofstra (VVD), voorzitter, Schreijer-Pierik (CDA), ondervoorzitter, Atsma (CDA), Timmermans (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Ten Hoopen (CDA), Weekers (VVD), Slob (ChristenUnie), Van As (LPF), Van den Brink (LPF), Kortenhorst (CDA), Hessels (CDA), Van Velzen (SP), Algra (CDA), Aptroot (VVD), Blom (PvdA), Smeets (PvdA), Douma (PvdA), De Krom (VVD), Heemskerk (PvdA), Van Dam (PvdA), Dezentjé Hamming (VVD), Jonker (CDA), Jungbluth (GroenLinks), Irrgang (SP). Plv. leden: Tichelaar (PvdA), Dittrich (D66), Örgü (VVD), De Nerée tot Babberich (CDA), Van Hijum (CDA), Koenders (PvdA), Duyvendak (GroenLinks), Joldersma (CDA), Van Egerschot (VVD), Van der Vlies (SGP), Varela (LPF), Hermans (LPF), Verburg (CDA), Van Vroonhoven-Kok (CDA), De Haan (CDA), Blok (VVD), Samsom (PvdA), Van Dijken (PvdA), Van Heteren (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Tjon-A-Ten (PvdA), Waalkens (PvdA), Szabó (VVD), Van Dijk (CDA), Van Gent (GroenLinks), Gerkens (SP).
De heer Crone (PvdA) wijst op de ernstige situatie bij de energieintensieve bedrijven. Een aantal overweegt zelfs om productievestigingen stil te leggen. Dat doen de bedrijven niet zomaar want het kost veel, zowel aan de technische als aan de sociale kant. De brief van de minister is zeer teleurstellend. De minister dient zelf regelingen te ontwerpen en niet te wachten op het resultaat van het onderzoek van de Europese Commissie naar de praktijken in andere landen. Die regelingen dienen zo snel mogelijk te worden ingevoerd en moeten natuurlijk worden getoetst aan de algemene beginselen van het Europese recht en aan wat andere landen in dezen doen. Volgens de bedrijven ligt het probleem voornamelijk bij de brandstofmix. Het brandstofpatroon is te duur omdat het relatief veel gas en weinig kolen, bruinkool en kernenergie bevat. Uit de statistieken van Eurostat blijkt dat de totale energierekening niet alleen bestaat uit de kosten van de brandstofmix, maar ook uit kosten voor het gebruik van het netwerk, van onbalans en dergelijke. In dat opzicht liggen de prijzen minder ver uit elkaar met die van andere landen. Hoe groot zijn de werkelijke verschillen? De heer Crone is het niet eens met de opvatting dat er gemakkelijker goedkope stroom geïmporteerd kan worden als er meer interconnectiecapaciteit zou zijn. Nederland heeft de meeste interconnectiecapaciteit, meer dan 20%. Bovendien wordt interconnectiecapaciteit geveild en moeten er dus extra veilingkosten betaald worden. Uitbreiding van inter-
KST91877 0506tkkst30300XIII-47 ISSN 0921 - 7371 Sdu Uitgevers ’s-Gravenhage 2005
Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 300 XIII, nr. 47
1
1
connectiecapaciteit kost honderden miljoenen en vergt een lange voorbereidingstijd vanwege de procedures et cetera. Het is goedkoper om in eigen land nieuwe centrales te bouwen dan de interconnectiecapaciteit uit te breiden. Hoe meer interconnectiecapaciteit, hoe meer centrales in Nederland gesloten worden. De heer Crone wil inzicht in wat er in andere landen gebeurt waardoor de grootverbruikers goedkoper uit zijn. Als andere overheden extra dingen doen, moet de Nederlandse overheid dat ook doen om een gelijk speelveld te realiseren. De minister doet echter geen enkel voorstel. Weet hij niet wat andere landen doen? De bedrijven spannen zich onvoldoende in. Ondanks allerlei waarschuwingen wilden zij de vrijemarktwerking. Ten tijde van de nutsbedrijven werd er altijd wel een korting geregeld voor grootverbruikers. In de nutsituatie was dat een wettelijke legitiem systeem. Bij het liberalisme mag dat niet meer, dan dient er sprake te zijn van gelijke speelvelden. Toen vijf jaar geleden de olieprijs 11 dollar was, is aan een aantal bedrijven vernieuwing van het contract aangeboden. Als zij dat gedaan hadden, waren zij nu rijk geweest. Zij hebben echter gewacht. Ook hebben veel bedrijven de kans gehad om een bijzondere status te handhaven bij de overgang naar de liberale markt, maar daarvan geen gebruikgemaakt. Bovendien komen zij niet tot samenwerkingsvormen terwijl die wel mogelijk zijn. Zij hebben allemaal belang bij een goedkope basislast en kunnen allemaal de zekerheid van afname bieden. Ondanks dat er sprake is van onderlinge concurrentie of van onzekerheid over de afzet van hun producten op de wereldmarkt, zullen zij toch moeten samenwerken. Al twee jaar circuleren er berichten dat bedrijven samen een kolencentrale willen bouwen, of gezamenlijk een contract kunnen afsluiten met grootleveranciers, maar het gebeurt allemaal niet. Bedrijven moeten over hun eigen schaduw heenstappen en durven samen te werken om voordelen te boeken. Bedrijven moeten samenwerken om het vraagpatroon op elkaar af te stemmen, pieken en dalen te scheren, te zorgen voor minder onbalans en voor capaciteitsbeperking. Zij kunnen ook samen centrales bouwen of garanties geven als anderen dat doen. Hij geeft de voorkeur aan biomassa, maar een kolencentrale is ook mogelijk mits deze past binnen de CO2-normen. De minister moet aan tafel gaan zitten met de leiding van de bedrijven en de bankiers en ervoor zorgen dat er vóór volgend weekend een plan komt voor een duurzame oplossing en voor samenwerking tijdens het overgangstraject zowel aan de aanbod- als aan de vraagkant. De heer Van den Brink (LPF) stelt dat er op dit moment twee zaken belangrijk zijn. Dat is allereerst de vraag, of bij de bedrijven het water werkelijk tot aan de lippen staat en vervolgens de vraag, of er in andere landen dingen gedaan worden die eigenlijk niet kunnen. De brief van de minister is in dezen onvoldoende en leidt slechts tot één conclusie, namelijk dat de minister het niet weet. Dat is triest. Er komen onderzoeken naar de vraag hoe het wel in elkaar zit. Als dan eindelijk blijkt dat het fout zit, is er maar een conclusie: operatie geslaagd, patiënt dood! Deze minister wil daaraan toch niet meewerken? Het is noodzakelijk dat eigenlijk vandaag al duidelijk wordt of er wel of niet sprake is van een level playing field. Kan de minister de energieprijzen in Frankrijk, Duitsland en België aangeven per 1 januari 2005 en per heden? En hoe liggen die in Nederland? Op die manier wordt duidelijk of de prijzen gedurende de laatste negen maanden zijn gaan afwijken. Als er inderdaad sprake van afwijking, stapt de minister dan naar Brussel stappen met het verzoek om dit terug te draaien, of staat hij dan in Nederland ook een afwijking toe? Terugdraaien duurt vaak heel lang en in het laatste geval zondigt iedereen in gelijke mate.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 300 XIII, nr. 47
2
Mevrouw Gerkens (SP) benadrukt dat haar fractie geen principieel tegenstander is van het verlenen van steun aan bedrijven, maar daaraan moet wel een aantal voorwaarden verbonden worden. Er moet goed gecontroleerd worden of het geld niet terechtkomt bij de aandeelhouders maar de werkgelegenheid ten goede komt. Volgens een bericht in het Dagblad van het Noorden heeft de Europese projectontwikkelaar van duurzame energie (Evelop) aangegeven twee bio-energiecentrales te gaan bouwen in het Metalpark Delfzijl. Hiermee wordt 100 megawatt (eenderde van de totale energiebehoefte) geleverd. Als alles meezit, kunnen deze centrales begin 2008 gaan draaien. Deze energie is goedkoper te leveren vanwege de subsidie op deze centrales. Zij zouden ook goedkoper kunnen leveren aan andere bedrijven. Kan de minister dit bevestigen en aangeven welke andere oplossingen er nog zijn in het kader van duurzame energie? Wat vindt de minister van een overgangsregeling met de harde eis dat aan het einde daarvan een duurzame oplossing is ontwikkeld door de bedrijven? Is een relatie tussen de importcontracten en de hoge energieprijzen voor grootverbruikers? Er circuleren berichten dat de prijs voor grootverbruikers sinds 1 september is gedaald. Kan de minister dit bevestigen en hoe schat hij de toekomstige prijsontwikkeling is? Kan de minister aangeven hoeveel arbeidsplaatsen er in heel Nederland verloren dreigen te gaan? Hoe reëel is de kans dat de bedrijven uit Nederland zullen vertrekken? Het gaat immers niet alleen om energieprijzen, maar ook transportmogelijkheden, belastingniveau, taal, knowhow enzovoorts! Volgens de minister is er sprake van een level playing field op enkele landen na. Maar dat is toch altijd al zo geweest? Waarom vormt dit ineens een probleem? Kan de minister ingaan op berichten dat er in Duitsland overcapaciteit is die mogelijk niet wordt geïmporteerd? De minister wil de problemen oplossen door net als vroeger een specifiek beleid voor de zakelijke markt te gaan voeren. Kan hieruit geconcludeerd worden dat hij niet tevreden is met het systeem van marktwerking? Hij grijpt nu immers naar in zijn ogen oude communistische middelen. Faalt het vergunningenbeleid niet waardoor er te weinig binnenlandse productie is? Mevrouw Gerkens steunt de minister in zijn voornemen om in Europa met de vuist op tafel te slaan als blijkt dat er oneigenlijk subsidie wordt gegeven, maar dit kan inderdaad tot vertraging leiden. Ten slotte vraagt zij de minister, een onderzoek te verrichten naar nut, noodzaak en naar de kosten van ingrijpen in deze markt en de Kamer hierover met spoed te rapporteren. De heer Hessels (CDA) vreest dat door de hoge energiekosten wellicht veel mensen hun banen gaan verliezen in kwetsbare regio’s van Nederland. Het betreft banen in een succesvolle, innovatieve en winstgevende industriële sector. De energie-intensieve industrie verkeert in de gevarenzone vanwege de sterke prijsstijging van gas en elektriciteit. Er is absoluut geen sprake van een Europees level playing field op energiegebied. Wat denkt de minister daaraan te doen? De heer Hessels wijst erop dat zijn fractie reeds twee jaar pleit voor een crashteam concurrentievervalsing, dat naast en met de bedrijven gaat strijden tegen concurrentievervalsing vanwege staatssteun, ook in de Europese landen. Wordt dit team nu ingezet? Voorstellen om de energiesector in Nederland te verzwakken, verzwakt ook de investeringspositie van de energiebedrijven alsmede de voorzieningszekerheid. Het ministerie van Economische Zaken is er om bedrijven sterker te maken, niet zwakker! Veel van de voorgestelde oplossingen zijn onuitvoerbaar, onbetaalbaar of onhaalbaar, maar er moet wel geprobeerd worden het onmogelijke mogelijk te maken. Het is goed dat de minister samen met het bedrijfsleven en met VNO-NCW (Verbond van Nederlandse Ondernemingen en het Nederlands Christelijk Werkgevers-
Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 300 XIII, nr. 47
3
verbond) zoekt naar een uitweg. Er wordt veel gesproken over de virtuele energiecentrale. Er liggen al concrete plannen op tafel, er is een locatie beschikbaar en er is gekozen voor een bepaalde brandstofmix. Hoever staat het met die plannen? Geeft de minister absolute prioriteit aan de ondersteuning van het consortium dat zich daarmee bezighoudt? Op welke termijn is deze oplossing te verwachten? Ook in de gassector is de nood hoog, met name in die bedrijven die gas niet alleen als brandstof maar ook als grondstof gebruiken. In hoeverre kan het staatseigendom van het gastransportnet een rol spelen in de tarifering? Energiekosten bestaan voor een deel uit belastingen. Kan er snel inzicht gegeven worden in de omvang van deze belastingen voor de energieintensieve industrie? Is er wel eens gedacht over het inbouwen van een plafond in deze heffing? Welke kosten zijn hiermee gemoeid voor de overheid? Hoe wegen die op tegen de nadelen? De heer Hessels is ervan overtuigd dat de oplossing vooral gezocht moet worden in Europees perspectief. Het onderwerp schijnt al informeel aan de orde gekomen zijn in de TTE-Raad (de Telecom, Transport en Energie Raad)van juni 2005. Wat is er toen afgesproken? Is de minister bereid om dit onderwerp met spoed te agenderen voor de TTE-Raad van 6 oktober aanstaande? Wat is daarbij zijn inzet? Haast is geboden. Na 1 januari 2006 vervallen de inkoopcontracten van de meeste bedrijven en is verder produceren economisch onverantwoord. Voor die tijd moet er een oplossing zijn. De heer Hessels verwacht vóór 1 november 2005 een concreet voorstel met een tijdpad resulterende in een oplossing uiterlijk 1 januari 2006. De heer De Krom (VVD) vindt het niet verwonderlijk dat in Nederland de energieprijzen hoger zijn dan in Frankrijk en Duitsland. Nederland heeft een monocultuur op het gebied van gas. Na de eerste en de tweede energiecrisis in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw was de conclusie twee keer dat de brandstofmix verbreed moest worden. Dat is echter niet gebeurd want gas was schoon, dicht bij huis voorradig en de prijzen daalden. Elke energiecrisis geeft dus hetzelfde probleem, nu en gegarandeerd de volgende keer ook! Het probleem wordt echter steeds groter vanwege de exploderende vraag naar energie en de rol van gas daarbij. Het debat over energievoorziening concentreert zich eigenlijk slechts op de rol van duurzame energie. Die rol is belangrijk maar marginaal als het gaat om de energievoorziening in de komende 25 jaar. Als op de huidige manier wordt doorgegaan, gaan de prijzen omhoog, blijft de volativiteit in de markt en wordt Nederland steeds meer gedreven in de armen van Poetin en de ayatollahs. De heer De Krom wijst erop dat de liberalisering wel degelijk een kostenbesparend effect heeft gehad. De toezichthouder en de Europese Commissie concluderen dat zonder liberalisering de kosten 15% tot 20% hoger geweest waren. Als er niet snel schone kolencentrales en kernenergiecentrales gebouwd worden, blijft het probleem bestaan en moet er niet gezeurd worden over de strategische en politieke risico’s. Brussel moet snel, hard en serieus optreden. Het probleem is niet een teveel aan liberalisering maar juist gebrek daaraan. De markten worden afgeschermd, de import- en exportcapaciteit wordt beperkt en er wordt direct en indirect oneigenlijk gesubsidieerd, met als gevolg dat er teveel wordt betaald en dat bedrijven geen energie kunnen komen waar zij willen. Dit alles leidt tot valse concurrentie en tot verlies van arbeidsplaatsen in Nederland. Wat gaat de minister concreet doen in Brussel? Urgentie is geboden. Er is geen magische knop die kan worden ingedrukt om vandaag het probleem op te lossen. Het is niet aan de overheid om in te grijpen in de prijzen of om commerciële risico’s van het bedrijfsleven af te dekken. De
Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 300 XIII, nr. 47
4
overheid moet geen marktpartij worden, maar er kan ook niet gewacht worden totdat de structurele problemen zijn opgelost. De heer De Krom vindt het bouwen van een extra kolencentrale de meest realistische oplossing, met op langetermijnafzetcontracten gebaseerde financiering, het Franse model. Een consortium van banken en industrie zou dat inderdaad moeten kunnen verwezenlijken. Hij sluit zich aan bij de opmerking dat de industrie wel de eerste verantwoordelijkheid moet nemen en vraagt zich af, of de industrie bereid is om zélf te investeren. Als het antwoord «ja» is, welke randvoorwaarden kan de overheid dan bieden om ervoor te zorgen dat het project zo snel mogelijk van de grond komt? Wat gaat de minister nu doen? Er wordt al heel lang over deze optie gepraat maar er gebeurt niets. Welke belemmeringen zijn er en wat gebeurt er om die weg te halen? De minister moet zijn faciliterende rol hierbij krachtig spelen. Kan de minister ingaan op de suggesties om voor de energie-intensieve industrie importcapaciteit te reserveren en om de basislast vrij te stellen van veilingkosten? Belangrijk is hoe op korte termijn de liquiditeit van de markt wordt vergroot. Wat doet de minister? Er ligt een groot aantal suggesties van de DTe (Dienst Uitvoering en Toezicht Energie). Wat wordt daarmee gedaan? Wat gebeurt er op het terrein van energiebesparing? De glastuinbouwsector geeft zelf aan dat daar veel mogelijkheden zijn om het gebruik van gas te verminderen. Wanneer komt de minister met een concreet energiebesparingsplan, met concrete opties, maatregelen en financiering, die leiden tot een substantiële vermindering van het gasverbruik? Het Financieele Dagblad meldt dat de elektriciteitsproducenten de prijzen van CO2-emissierechten in de kostprijzen doorberekenen terwijl zij deze voor niets gekregen hebben. Kan de minister hierop ingaan? De heer De Krom verwacht dat de minister binnen de spelregels en mogelijkheden die er zijn, alles uit de kast haalt om de problemen op te lossen. Waarop kan de minister afgerekend worden? Antwoord van de minister De minister bevestigt dat het om een ernstige problematiek gaat en wijst erop dat hij vanaf het begin van zijn aantreden zeer actief in gesprek geweest is, zowel met de bedrijven waarover thans gesproken wordt als met de energie-intensieve industrie in het algemeen. Er zijn structurele problemen op langere termijn. Destijds zijn er keuzes gemaakt gebaseerd op goedkoop gas. Er is tot het begin van de jaren negentig een hoeveelheid gas gereserveerd voor de energie-intensieve bedrijven, het zogenaamde potjesgas. Daarop was zeer veel kritiek, zowel van de concurrenten binnen Nederland als daarbuiten. Het werd als ongeoorloofde staatssteun gezien. Dat is begin jaren negentig afgeschaft met bijzondere tarieven. Door de toevallige omstandigheid dat begin jaren negentig de stroomprijzen zeer laag waren, zijn er langdurige contracten afgesloten. Medio 2005 lopen die contracten af en dat is de directe aanleiding voor de huidige problemen. De minister meent dat ontwikkelingen op de energiemarkt als geheel positief genoemd kunnen worden. De handel op de beurzen waar de bedrijven contracten kunnen sluiten, groeit sterk. De prijzen zijn inderdaad hoog. Dat heeft ook te maken met de gasprijs. Op termijn wordt er gestreefd naar een betere brandstofmix in Nederland, waarbij kolen en biomassa naast gas en duurzaamheid in bredere zin een rol spelen. Er wordt ook gestreefd naar een actievere interconnectie met Duitsland. Nederland heeft een relatief hoge interconnectie, maar als gevolg van het feit dat Duitsland een overmaat aan windenergie produceert, wordt het Nederlandse net ook gebruikt voor interconnectie met name met Frankrijk. Ondanks 50 jaar Europese samenwerking is er namelijk nog steeds een gebrek aan interconnectie tussen Duitsland en Frankrijk. Er wordt gestreefd naar een Noordwest-Europese energiemarkt. Onderdeel
Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 300 XIII, nr. 47
5
daarvan is versterking van de interconnectie. In Duitsland moet er meer geïnvesteerd worden in de noord-zuidverbinding. Nu wordt er vanuit Duitsland over België naar Nederland en vervolgens naar Frankrijk geëxporteerd. Tussen Duitsland en Frankrijk bestaat er slechts een smalle verbinding aan de zuidkant. De eerste resultaten van de realisatie van een grotere interconnectie zijn echter niet voor 2007/2008 te verwachten. De Nederlandse marktprijs van kale elektriciteit verschilt met de Duitse marktprijs. Bij de huidige notering is dat €8 à €12 per MWh. Mei jongstleden was de prijs ongeveer gelijk en begin dit jaar was er een soortgelijk prijsverschil. De andere kosten in Duitsland zijn veel hoger. Er is een gebrek aan transparantie bij de transportkosten, de heffingen op duurzame energie, de warmtekrachtkoppeling en bepaalde optionele kortingen. Het totale beeld is echter dat deze kosten hoger zijn. De Duitse industrie klaagt eveneens over de hoge prijs en claimt dat zij het duurste uit is. De minister meent dat er in Duitsland geen sprake is van een overcapaciteit. De Duitse overheid worstelt met hetzelfde probleem als Nederland en heeft aangegeven geen directe oplossing te weten. In het allerslechtste scenario gaat het in het Noorden van Nederland mogelijk om verlies van werkgelegenheid voor 1000 werknemers. Het betreft de bedrijven Methanor, Aldel en Collo Sic. In Zeeland gaat het om 250 werknemers bij Alcan Pechiney en bij Budel Zink gaat het om 200 werknemers. Als al deze energie-intensieve bedrijven zouden verdwijnen, gaat het om ongeveer 3000 werknemers. Er wordt naarstig gezocht naar mogelijkheden voor deze ondernemingen om te kunnen blijven concurreren. De minister wijst op zijn gesprekken met de diverse bedrijven en met de Europese Commissarissen voor mededinging en energie. Er is ook gesproken met de Franse en de Spaanse directeur-generaal energie en er is contact geweest met Duitsland. Er is ook geprobeerd om een directe aansluiting op het hoogspanningsnet voor grootverbruikers te realiseren om een besparing van transportkosten te bereiken. Dat is gedeeltelijk haalbaar gebleken en ook doorgevoerd. De minister heeft de indruk dat de bedrijven vooral individueel opereren en collectief klagen. De oplossing kan niet alleen van de overheid komen. In het Franse model is samenwerking zeer essentieel. Ook in Finland wordt intensief samengewerkt. Het opnieuw starten en het bouwen van een kerncentrale in Finland zijn het gevolg van intensieve samenwerking tussen particuliere bedrijven. De overheid bouwt geen centrales meer en grijpt ook niet in in de directe prijzen. Verder is er gekeken naar voorrangsmogelijkheden bij veiling van interconnectie. Verder is er gekeken naar de kwestie van de preferente positie. Niet zo lang geleden heeft het Hof van Justitie een uitspraak gedaan, waarin specifieke regelingen voor grootgebruikers van elektriciteit als onrechtmatig zijn aangeduid. Een preferente positie is ook niet wenselijk, want daardoor kunnen andere gebruikers worden geschaad. Er is ook gekeken naar afschakelcontracten. Er is een tender uitgevoerd waarbij werd ingespeeld op de flexibiliteit. Daardoor kon een win-winsituatie worden bereikt met als doel leveringszekerheid tot stand te brengen. Een aantal partijen heeft een contract verworven. Op bepaalde korte momenten heeft dat resultaat voor hen opgeleverd. Er wordt onderzoek verricht naar afschakelcontracten om de capaciteit van de interconnectie technisch te vergroten. TenneT, DTe en de organisatie van grootverbruikers zijn nauw daarbij betrokken. Er is contact geweest met een Duitse centrale die dicht aan de Nederlandse grens staat en niet gebruikt wordt. De vraag was, of deze verbonden kon worden met het Nederlandse net. De VEMW hebben de contractbesprekingen beëindigd. De minister acht deze optie echter nog steeds mogelijk en is bereid daarbij een faciliterende rol te spelen. Teruggave van veilinggelden is niet conform de Europese spelregels en ook niet conform de Nederlandse regels. Het is ook beleidsmatig niet gewenst, want er wordt juist geïnvesteerd in de uitbreiding van de inter-
Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 300 XIII, nr. 47
6
connectie, o.a. door versterking van de kabel van Noorwegen naar Nederland. Dit is belangrijk om de leveringszekerheid in Nederland te vergroten. Ook is gekeken naar de mogelijkheid om de transportkosten te verlagen. Het is duidelijk dat dit leidt tot een lastenverzwaring bij het MKB en bij de consument. Dat is in strijd met het principe van kostenveroorzaking en verlaagt ook de transparantie. De energie-intensieve industrie ondervindt grote problemen vanwege de gestegen energieprijzen. Daarbij speelt de discussie over een level playing field een belangrijke rol. De minister zet zeer grote vraagtekens bij de situatie in Spanje. Daar bestaat een speciaal tarief voor grootverbruikers zoals in Nederland in de jaren negentig het geval was. Dat is niet conform de Europese spelregels. De Europese Commissie zit er bovenop. De minister is absoluut niet voornemens om in Nederland een speciaal tarief te hanteren. Dat gaat bovendien ten koste van de kleine zakelijke afnemers en de consumenten. Een voordeel voor de een, verstoort het voordeel voor de ander. De Franse aanpak is wél interessant. Daarbij maken vooraf gefinancierde langetermijncontracten met producenten investeringen mogelijk in nieuwe centrales. De tegenprestatie is directe levering uit bestaande centrales tegen een aantrekkelijke prijs. De minister zet alles op alles om samen met de marktpartijen te bekijken of een dergelijke constructie in Nederland haalbaar is. Iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen en waar nodig worden partijen bij elkaar gebracht. Het onderzoek is nog niet afgerond. Er wordt naar gestreefd om dit vóór 10 oktober gereed te hebben. Mocht het eerder zijn, dan wordt de Kamer daarvan onmiddellijk in kennis gesteld. De minister wijst erop dat de bedrijven zelf maandenlang geen collectieve actie hebben ondernomen en dat hij onmogelijk ijzer met handen kan breken. Succes is echter niet bij voorbaat verzekerd, want er zijn duidelijke verschillen met de Franse situatie. De basis van de Franse constructie is kernenergie. De prijsontwikkeling van kernenergie is redelijk stabiel. De prijs is een factor X lager dan de gas- of de kolenprijzen. Bovendien is het maatschappelijk niet realistisch om te veronderstellen dat een toekomstige centrale is Nederland gebaseerd wordt op kernenergie. Het zou ook buitengewoon ongewenst zijn als de huidige problematiek van energieintensieve bedrijven belast wordt met een discussie over kernenergie. Wellicht is een kolencentrale of een centrale met biomassa haalbaar. Dat sluit aan bij de visie dat de brandstofmix in Nederland absoluut breder moet. Daarnaast is er onduidelijkheid over de precieze rol van de banken. De Nederlandse banken zijn in het verleden niet erg sterk geweest in industrie-investeringen. De minister bekijkt welke mogelijkheden er zijn. Hij heeft persoonlijk met de bedrijven om de tafel gezeten en zal dat volgende week weer doen. Tussendoor is er dagelijks contact met de bedrijven. In 2003/2004 is mede op initiatief van de metaalbedrijven een verkenning gehouden voor de bouw van een kolencentrale, de koalastudie. Die was redelijk hoopgevend. In 2004 was het namelijk mogelijk om een redelijk stabiele stroomprijs op een aantrekkelijk niveau te krijgen, ongeveer €30 à €35 per MWh. Het is niet duidelijk welke vervolgstappen de grootverbruikers hebben gezet, maar er zijn geen contracten afgesloten. Niets houdt hen echter tegen om vandaag nog tot de bouw van een kolencentrale te besluiten. Ook als daarbij samenwerking met de gevestigde energiebedrijven nodig is, zijn er tal van mogelijkheden. De energieproducenten zijn geïnteresseerd. De minister is bereid een bemiddelende rol te spelen. Ook de minister heeft in de krant gelezen dat er gesproken wordt over een biomassacentrale. Men zit in de onderhandelingsfase. Alle bedrijven proberen individueel aan stroom te komen. Een enveloppe kan daaraan mogelijk bijdragen. De minister is van mening dat het moet komen uit de
Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 300 XIII, nr. 47
7
onderhandelingen tussen de gezamenlijke producenten aan de ene kant en de energie-intensieve bedrijven aan de andere kant. Het crashteam is eind vorig jaar in het leven geroepen. Bedrijven kunnen zich daar direct melden bij vermoedens van oneerlijke internationale concurrentie. Dan wordt er meteen actie ondernomen. Tot nu toe is weinig concreet materiaal aangeleverd. Het is zeker waar dat als gevolg van de liberalisering de liquiditeit bij elektriciteit sterk verbeterd is in 2005. De suggesties van de DTe worden geïmplementeerd. De minister stelt met nadruk dat er gewerkt moet worden aan één Noordwest-Europese energiemarkt. Het klimaat daarvoor wordt beter. De bevindingen van commissaris Kroes over het functioneren van de huidige energiemarkt zullen positief zijn. De Europese Commissie ziet steeds meer in dat de Nederlandse lijn dat er meer concurrentie moet zijn en minder oligopolie positief is. Verder is er samenwerking nodig met België, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg om obstakels op de energiemarkt weg te nemen. Nederland heeft daartoe het initiatief genomen tijdens het voorzitterschap. In juni zijn er in Luxemburg afspraken gemaakt over een betere samenwerking. Er wordt gesproken met de netbeheerders, de toezichthouders en de overheden. Daarbij spelen vijf elementen, te weten interconnectie, informatie-uitwisseling, stroomlijning van wet- en regelgeving, koppelen van markten en leveringszekerheid. De minister acht het bemoedigend dat op de volgende bijeenkomst die voor het einde van het jaar zal plaatsvinden, nadere resultaten gemeld kunnen worden. Bovendien is het zeer belangrijk dat er meer gedaan wordt aan innovatie, want naast een betere marktwerking moet er gekomen worden tot energie-efficiënte productie en duurzaamheid. Alleen dan kan dit type industrie voor Nederland behouden worden. Daarbij is een verbreding van de brandstofmix met bijvoorbeeld kolen of biomassa verstandig, gegeven de afhankelijkheid van olie en gas. Zo zijn er ook perspectieven op de afvang en opslag van CO2. Verder moeten de productieprocessen meer energie-efficiënt gemaakt worden bijvoorbeeld door slimme koppeling met het opwekken van energie. Er zijn middelen vrijgemaakt voor het faciliteren hiervan. Het betreft nieuw verworven gelden via het Waddenfonds en de Borsellegelden. Het Waddenfonds is toegevoegd aan duurzame energie en aan het tot stand komen van een Energy Valley in het Noorden. Ook de Borsellegelden bieden mogelijkheden om bedrijven te stimuleren, met name tot vergroting van energie-efficiency. Er zijn plannen voor een biomassacentrale in Delfzijl. Mogelijk wordt er een LNG-terminal aangelegd in Delfzijl door Essent en een Amerikaanse partner. Een LNG-terminal in het Eemshavengebied is een interessante optie en elders wordt ook gesproken over mogelijke LNG-terminals. Het debat over concrete energiebesparingsplannen die tot minder gasverbruik leiden, wordt op 12 oktober in de Kamer voortgezet. Alle bedrijven in het benchmarkconvenant hebben getekend. Het probleem van de hoge olieprijzen is twee weken geleden aan de orde geweest in de vergadering van de Europese ministers van Financiën. Daarbij is uitdrukkelijk afgesproken dat er geen steunmaatregelen komen. De minister wijst erop dat hij al twee jaar lang in de Energie Raad pleit voor een verbetering van het level playing field. Samenvattend merkt de minister op dat op korte termijn alles op alles gezet moet worden om samen met de producenten, de bedrijven en de overheid te kijken of het Franse model in Nederland kan werken. Daarnaast wordt er vaart gemaakt met vergroting van de interconnectie en van de samenwerking met de buurlanden. Voor de lange termijn wordt er gestreefd naar één Noordwest-Europese energiemarkt waarin innovatie en perspectief op duurzame economische ontwikkeling gepaard gaan met energie-efficiency en diversificatie. Tegen die achtergrond hoopt de minister zeer dat Energy Valley van de grond komt.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 300 XIII, nr. 47
8
Nadere gedachtewisseling De heer Crone (PvdA) meent dat de minister moet ophouden met verhalen over een Noordwest-Europese markt en vergroting van interconnectiecapaciteit. Het is technisch onzinnig om stroom over een afstand van méér dan 200 km te vervoeren. Het is economisch niet optimaal want het kost honderden miljoenen en Nederland heeft al veel capaciteit. Het is politiek bijna harakiri omdat weinig landen hieraan zullen meewerken. Het is een dwaalweg. Er is maar één hoofdroute mogelijk: iets in de buurt van het Franse model plus een actie voor voldoende capaciteit in Nederland. Of dat nu bestaande capaciteit is waarbij de kostprijs plus een beetje opslag de norm wordt, of een nieuwe centrale, dat is techniek. Er wordt al twee jaar gesproken over een koalacentrale, op de Maasvlakte of in Delfzijl. Het is aan de minister om met rugdekking van de Tweede Kamer ervoor te zorgen dat er op 10 oktober inderdaad een resultaat wordt gepresenteerd. De Kamer kan daarover dan op 11 oktober spreken. Er moet zekerheid komen voor de langere termijn en een perspectief voor de overgangstermijn. Het moet een combinatie zijn van goedkopere capaciteitsbenutting, al of niet door nieuwe centrales. De overheid moet daarbij expliciet een rol spelen, de bedrijven moeten over hun schaduw heen springen en de banken moeten bereid zijn te financieren. De heer Crone verzoekt de bedrijven, het Kamerdebat af te wachten voordat er tot sluiting of ontslagen wordt overgegaan. De heer Van den Brink (LPF) stelt dat hoe groter de problematiek van vandaag is, hoe liever mensen zich bezighouden met toekomstbeschouwingen. Hij daagt de minister uit om nú met een oplossing te komen! Een centrale die over drie jaar gereed is, lost de huidige problemen niet op. Mevrouw Gerkens (SP) onderschrijft de opmerking van de heer Crone over interconnectiecapaciteit. Nieuwe centrales bieden een gouden kans op duurzame energie, vooral biomassa. Hier ligt ook een verantwoordelijkheid voor de energieintensieve industrie. De bedrijven moeten alle kansen grijpen, want zij hebben een verantwoordelijkheid voor de economie en de werkgelegenheid. De heer Hessels (CDA) vraagt nogmaals aandacht voor de werkgelegenheid in de energie-intensieve sector. De heer Hessels meent dat het crash team ook zelf signalen moet oppakken. De contracten in Spanje en Italië lopen tot 2010. Hier is sprake van concurrentievervalsing. Wat doet de minister daaraan met zijn crashteam? En waarom willen bedrijven wél het Duitse model terwijl dat volgens de minister niet zo geweldig is? Welke mogelijkheden zijn er voor kolenvergassers? Is het waar dat de Flevocentrale stil staat? Is het mogelijk om die centrale weer op te starten waardoor er op korte termijn een oplossing kan komen? De heer Hessels is blij met de datum van 10 oktober 2005 en verwacht dat de minister zodanig druk uitoefent op alle partijen dat er een goede oplossing wordt bereikt. Hij verzoekt de bedrijven, geen onomkeerbare beslissingen te nemen. Er wordt hard gewerkt aan een oplossing. De overheid zet zich volledig daarvoor in en de Kamer staat erachter. De heer De Krom (VVD) wacht de brief van 10 oktober met spanning af. Er zijn echter wel voorwaarden. Een bedrijfstak niet mag worden bevoordeeld ten koste van andere, andere bedrijfstakken mogen niet voor de kosten opdraaien en de maatregelen moeten passen binnen het regelgevend kader van de Europese Unie.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 300 XIII, nr. 47
9
De heer De Krom is het oneens met de opmerking van de heer Crone over de interconnectiecapaciteit. Het bedrijfsleven zelf ziet een vergroting van interconnectiecapaciteit namelijk wél als oplossing. In Europa wordt 35% van de elektriciteit opgewekt door kernenergie: 25% in Duitsland en 75% in Frankrijk. De langetermijnafzetcontracten in Frankrijk zijn op basis van kernenergie. Nederland doet dat niet en het probleem blijft bestaan. De minister noemt biomassa een wezenlijke bijdrage tot een verbreding van de brandstofmix. Dat heeft echter grote consequenties want daarvoor moeten allerlei grondstoffen uit de hele wereld gesubsidieerd naar Nederland gesleept worden. De heer De Krom betwijfelt of dit een haalbare kaart is. Hij geeft de voorkeur aan schone kolentechnologie en kernenergie. Natuurlijk staat een dergelijke centrale er morgen niet, maar een van de redenen dat men daarin niet durft te investeren, is een gebrek aan politieke rugdekking. Hij roept de minister op, de belemmeringen weg te nemen. De minister ziet een Noordwest-Europese energiemarkt als de enige optie op termijn. De afnemers moeten kunnen kiezen, bijvoorbeeld voor energie uit bruinkool. Door interconnectie kunnen de markten naar elkaar toegroeien. Er wordt natuurlijk gekeken naar een betere concurrentieverhouding op termijn en naar efficiencyverbreding van de brandstofmix. De optie biomassa is inderdaad op korte termijn inderdaad duurder. Dat geldt ook voor kolenvergassing. Maar er moet eerst een oplossing komen voor de korte termijn. De brief zal er inderdaad zijn op 10 oktober maar daarmee is een oplossing niet gegarandeerd. De minister wijst erop dat zijn verantwoordelijkheid niet het bouwen van een centrale is, maar dat het wel zijn verantwoordelijkheid is om ervoor te zorgen dat er zodanige mogelijkheden zijn dat partijen tot resultaten kunnen komen. Er kunnen niet ongelimiteerd subsidies gegeven worden als de bedrijven zelf niet meewerken. De minister is zeer gemotiveerd om een faciliterende rol te spelen. Bedrijven en banken moeten echter wel meewerken. In het verleden hebben die echter niet hard gelopen. Het crash team is er maar krijgt geen signalen. Als er concrete zaken zijn, worden die opgepakt. Bedrijven die zich door concurrentieverstoring aangetast voelen, moeten dat zélf melden. Het is niet de verantwoordelijkheid van het crash team om achter ieder krachtenbericht aan te lopen. Spanje overtreedt de Europese spelregels. Spanje hanteert anno 2005 nog door de overheid vastgestelde elektriciteitsprijzen. De grootverbruikers betalen ongeveer €15 te weinig per MWh. De gewone gebruikers in Spanje brengen dat op en betalen dus te veel. Dit is gemeld aan de Commissie. De Spaanse regering wil in overleg met de Spaanse industrie de regeling tot 2010 voortzetten. Kruissubsidiëring is echter verboden. De Commissie werkt er hard aan. Op korte termijn is een kolenvergasser geen goedkope optie en dat geldt ook voor biomassa. De minister wil deze mogelijkheden wel openhouden voor de langere termijn want dat is de enige weg naar duurzaamheid. Tot slot meldt de minister dat de emissiehandel de kosten van CO2-emissie in de elektriciteitsprijs internaliseert. De studie van ECN laat zien dat elektriciteitsproducenten de kostprijs van emissierechten voor een deel doorberekenen aan de klant. Het probleem is niet de emissiehandel, het probleem is dat de elektriciteitscentrales de rechten voor het grootste deel gratis krijgen. Daardoor dragen de elektriciteitsgebruikers de meeste kosten van de emissiehandel en verdienen de elektriciteitsbedrijven eraan. Dat laatste wordt overigens niet onderkend door de elektriciteitsbedrijven. De minister kan daaraan voorlopig niet veel doen. De emissiehandel is pas van start gegaan. Elektriciteitsprijzen komen door een veelvoud van factoren tot stand. Het is zaak de gevolgen van de emissiehandel op de elektriciteitsmarkt beter in beeld te krijgen. De DTe heeft daarin schone taak. De DTe zal ook de ervaringen in het buitenland
Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 300 XIII, nr. 47
10
daarbij meenemen. De richtlijn emissiehandel verplicht het grootste deel van de emissierechten gratis weg te geven. Regulering van de marginale kosten in de vrije markt ligt niet voor de hand. In 2006 wordt de hele zaak geëvalueerd. Op zeer korte termijn kan niet gezegd worden dat dit substantieel heeft bijgedragen tot de problemen. De voorzitter herhaalt de toezegging van de minister, de Kamer uiterlijk 10 oktober 2005 schriftelijk te informeren over mogelijke oplossingsrichtingen voor de energie-intensieve bedrijven. De minister zal zich tot het uiterste inspannen om de brief eerder bij de Kamer te doen zijn. De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken, Hofstra De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken, Tielens-Tripels
Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 300 XIII, nr. 47
11