RIS176004a_29-OKT-2010
Rapport
Monitor Midden- en OostEuropeanen in Den Haag, 2010
Den Haag juli 2010
Colofon
Uitgave Gemeente Den Haag Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Postbus 12 652 2500 DP Den Haag
Productie Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Productgroep Onderzoek en Integrale Vraagstukken Enas Baraya Jan Starrenburg Juli 2010
Informatie Jan Starrenburg, tel. 070 3535536
INHOUDSOPGAVE
VOORWOORD
-2-
1
SAMENVATTING
-3-
2
DEMOGRAFIE 2.1 Aantal inwoners uit Midden- en Oost-Europese landen 2.2 Spreiding Midden- en Oost Europese migranten in de stad 2.3 Verblijfsduur Midden- en Oost Europese migranten
-5-5-8- 12 -
3
ONDERWIJS 3.1 Voorschool 3.2 Basisonderwijs 3.3 Voortgezet onderwijs 3.4 MBO
- 15 - 15 - 16 - 18 - 18 -
4
INBURGERING EN TAAL 4.1 Inburgeringscursus 4.2 Bijzondere inburgeringscursus op de werkvloer 4.3 Taal in de Buurt
- 19 - 19 - 19 - 19 -
5
WERK EN ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN
- 21 -
6
SOCIALE VOORZIENINGEN EN INKOMEN 6.1 Uitkering WWB 6.2 MOE-landers met laag inkomen 6.3 Voorzieningen voor minima huishoudens 6.4 WMO voorzieningen
- 23 - 23 - 23 - 24 - 25 -
7
HUISVESTING 7.1 Tijdelijke wooneenheden 7.2 Vestiging en overbewoning
- 27 - 27 - 27 -
8
DAK- EN THUISLOZEN 8.1 Gebruik MO voorzieningen onder MOE-landers 8.2 Beschrijving groep MOE-LANDERS in dagopvang 8.3 Wat biedt de dagopvang aan moe-landers 8.4 Nachtopvang en winterregeling 8.4.1 Nachtopvang 8.4.2 Winterregeling
- 29 - 29 - 29 - 31 - 32 - 32 - 32 -
9
MIDDELEN- EN ALCOHOLGEBRUIK 8.1 Inventarisatie intraveneus drugsgebruik en spuitomruil
- 35 - 35 -
10 CRIMINALITEIT
- 37 -
-1-
Voorwoord Dit is de tweede versie van de monitor Midden- en Oost Europeanen in Den Haag. De monitor bevat een selectie van gegevens die op dit moment beschikbaar zijn. De hoofdstukken demografie en onderwijs zijn aangevuld met cijfers uit 2010. Verder zijn gegevens geactualiseerd in de hoofdstukken inburgering en taal, werk en arbeidsomstandigheden, sociale voorzieningen en inkomen, huisvesting en dak- en thuisloosheid. Cijfers over verslaving komen op zijn vroegst eind juli 2010 beschikbaar en zullen dus later aan de monitor worden toegevoegd.
-2-
1 Samenvatting Demografie Op 1 januari 2010 stonden 10.265 MOE-landers ingeschreven in het Haagse bevolkingsbestand. Dat is 20% meer dan een jaar eerder. Aangenomen dat gemiddeld slechts een op de drie MOE-landers zich inschrijft bij een gemeente, kan het werkelijke aantal MOE-landers in Den Haag zo rond de 30.000 liggen. Polen en Bulgaren vormen verreweg de grootste groepen. De helft van de ingeschreven MOE-landers is tussen de 26 en de 40 jaar. In alle leeftijdsgroepen zien we een forse toename ten opzichte van 2009. Het aandeel kinderen van 0-3 jaar is nog vrij klein, maar groeide getalsmatig het hardst (van 370 naar 553, dat is bijna + 50%). De meeste ingeschreven MOE-landers wonen in de stadsdelen Centrum (27%), Escamp (24%), Laak (20%) en Segbroek (14%). Vergeleken met 2009 zien we een (heel) lichte verschuiving van Centrum en Segbroek naar Escamp en Laak. Kijken we wat preciezer naar de spreiding, dan zien we dat driekwart van alle MOE-landers woont in een tiental wijken. De meesten wonen in Laakkwartier en Spoorwijk (20%), Transvaalkwartier (10%), Rustenburg/Oostbroek (10%), de Schilderswijk (9%) en in Valkenboskwartier (8%). Andere relatief wat grotere concentraties vinden we in Regentessekwartier, Moerwijk, Bouwlust, Centrum en Stationsbuurt. Onderwijs en inburgering Het aantal Midden- en Oost-Europese peuters en kleuters op de voorschool heeft zich in jaar tijd meer dan verdubbeld: van 95 in 2008 naar 222 eind 2009. Zij zitten vooral op voorscholen in Spoorwijk en Rustenburg/Oostbroek. Ook op de basisscholen en de VO scholen is het aantal Midden- en OostEuropese leerlingen toegenomen: respectievelijk met 30% en met 13%. De basisschool leerlingen gaan vooral naar scholen in Escamp, Laak en Centrum. De Midden- en Oost-Europese leerlingen in het VO zitten voornamelijk op het VMBO (254 van de 342). Het MBO in Den Haag registreerde dit jaar in totaal 32 leerlingen uit Midden- en Oost-Europa. Verder zaten het afgelopen schooljaar 78 Middenen Oost-Europese leerlingen op een internationale school of een school of centrum voor speciaal onderwijs. Inburgering is niet verplicht voor Midden- en Oost-Europeanen. Het is niet bekend hoeveel van de 4.837 ‘potentiële vrijwillige inburgeraars’ onder de MOE-landers de Nederlandse taal onvoldoende beheersen. Dit jaar zijn 762 MOE-landers (ongeveer de helft Polen) gestart met een vrijwillige inburgeringscursus. Vooralsnog hebben 97 van hen de cursus met succes afgerond. Naar schatting tussen de 220 en 260 MOE-landers hebben meegedaan aan een ‘Taal in de buurt’ cursus. Werk en sociale voorzieningen In januari 2009 (recenter cijfers zijn niet beschikbaar) stonden 40 MOE-landers ingeschreven bij het CWI als ‘niet werkende werkzoekende’. Het aantal MOE-landers met een WWB uitkering is nog gering: 10 in 2008 en 25 in 2009. Van ongeveer 11% van de MOE-landers is bekend dat zij een inkomen hebben dat lager is dan 130% van het sociaal minimum. Van de overige 89% is het inkomen niet bekend. 370 MOE-landers hadden in 2009 een Ooievaarspas. Het beroep van MOE-landers op de verschillende minima fondsen is tot dusver (heel) laag. Verreweg de meeste uitkeringen aan MOElanders is gedaan vanuit het schoolkosten fonds (37). Vorig jaar zijn in totaal 4 MOE-landers geholpen met een WMO voorziening HV of VG. Huisvesting De gemeente stelt bouwrijpe locaties of leegstaande gebouwen beschikbaar aan ontwikkelaars van specifieke huisvesting voor arbeidsmigranten. Het op dit moment om het voormalige AZC op de Binckhorst, de Petroleumhaven en de tennisvelden aan de Lozerlaan. Op de Binckhorst wordt komende tijd onderzocht of het AZC (451 slaapplekken) voor langere tijd geëxploiteerd kan worden. Voor de Petroleumhaven wordt bekeken om de locatie (300 slaapplekken) ‘om niet’ in bruikleen te geven aan een ontwikkelaar. Op de locatie Lozerlaan wil uitzendbureau Jobcenter woningen voor tijdelijk huisvesting (330-350 slaapplekken) ontwikkelen voor arbeidsmigranten. Gemeente en Jobcenter hebben overeenstemming bereikt over een ‘bruikleencontract om niet’. Dak- en thuislozen en maatschappelijke opvang Op jaarbasis maken ongeveer 600 MOE-landers gebruik van de dagopvang van het Leger des Heils. Dat is bijna 5 à 6 keer zoveel als drie jaar geleden. Zeker in koudere periodes, als de toeloop het grootst is, treedt er een zekere verdringing op van andere groepen. Dat is ook gebeurd in de -3-
specifieke winteropvang (de regeling dat in principe alle daklozen ’s nachts binnen kunnen slapen als het erg koud is). Het aantal MOE-landers in de winteropvang van het Leger des Heils, St. Barbaraweg en Binckhorst, liep op van gemiddeld 19 per nacht in het begin van de winter tot gemiddeld 44 in de koudste perioden. In februari en maart 2010 was rond de 80% van de gebruikers van de winteropvang aan de St. Barbaraweg een MOE-lander. Op de Binckhorst was dat ongeveer een kwart maximaal. De Kessler Stichting bood ook winteropvang, maar heeft geen registratie bijgehouden van het aantal MOE-landers dat binnenkwam. Door regels over regiobinding komen de meeste MOE-landers niet aanmerking voor reguliere nachtopvang. Het Leger des Heils herbergt geen MOE-landers in hun nachtopvang. De Kessler Stichting wel, daar overnachten gemiddeld 20 à 30 MOE-landers in het passantenverblijf. Deze groep is blijven hangen na de winteropvang. Middelen- en alcoholgebruik Dit hoofdstuk wordt later verder ingevuld. In augustus komen verslavingsgegevens beschikbaar van Parnassia. De gebruikersruimten (Zieken en Van der Vennestraat) melden dat een vrij constante groep van in totaal 9 MOE-landers sinds ongeveer 2 jaar geregeld spuiten komt omruilen. Het afgelopen jaar krijgt men af en toe wel nieuwe mensen aan de deur, waaronder MOE-landers, maar die worden niet toegelaten. De methadon voorziening op de Zoutkeetsingel (Parnassia) signaleerde afgelopen jaar een nieuwe groep van circa 50 gebruikers, voornamelijk Portugezen en MOE-landers. Criminaliteit In 2004 was 1,7% van alle verdachten in Haaglanden afkomstig uit Midden- en/of Oost Europa, in 2008 is dit aandeel gestegen naar 3,9%. Naar verhouding blijft de stijging van het aantal verdachten in 2008 ver achter bij de stijging van het aantal ingeschreven MOE-landers. In vier jaar steeg het aantal ingeschreven MOE-landers met 31% en het aantal verdachten met 15%. De meeste verdachten (60%) zijn Polen. Het merendeel van de verdachten, van wie het woonadres bekend is, woont in de bureaugebieden van Laak, de Heemstraat, Segbroek, Zuiderpark en het Westland. Deze concentratie hangt samen met de spreiding van MOE-landers in de stad (zie ook hoofdstuk 2.1). Relatief veel en een toenemend aantal MOE-landers wordt aangehouden voor ‘rijden onder invloed’. De politie constateert een toename van overlast wegens drankgebruik door Polen in de periode 20052008. Die toename zet zich door in het eerste halfjaar van 2009. De overlast door drankgebruik concentreert zich vooral in de bureaugebieden Laak, Hoefkade, de Heemstraat en Jan Hendrikstraat.
-4-
2 Demografie Den Haag heeft sinds enkele jaren, net als andere gebieden en steden in Nederland, te maken met een toenemende instroom van tijdelijk en permanente arbeidsmigranten uit Midden- en OostEuropese landen. Deze migratiestroom is het gevolg van de uitbreiding van de Europese Unie in 2004 en 2007. In 2004 werden de Oost-Europese landen Letland, Litouwen, Estland, Polen Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Slovenië lid van de EU, in 2007 volgden Roemenië en Bulgarije.
2.1
AANTAL INWONERS UIT MIDDEN- EN OOST-EUROPESE LANDEN
Hoeveel arbeidsmigranten nu precies in Den Haag wonen, is niet met zekerheid te zeggen. Volgens verschillende onderzoeken schrijft gemiddeld ongeveer een op de drie migranten uit Midden- en Oost1 Europese landen zich in bij de gemeentelijke basisadministratie (GBA) . Op 1 januari 2010 staan in de Haagse GBA ruim 10.000 inwoners uit Midden- en Oost-Europese landen ingeschreven. Dat is 20% meer dan een jaar eerder. Naar schatting zouden in werkelijkheid ongeveer 30.000 Midden- en Oost-Europeanen in de stad verblijven. De cijfers in deze paragraaf zijn gebaseerd op de Midden- en Oost-Europeanen ‘die bekend zijn’ bij de GBA. Daarbij is geselecteerd op nationaliteit en niet op etniciteit, het gaat immers om de recente instroom. Polen vormen de grootste groep Midden- en Oost-Europeanen in Den Haag (4.734), gevolgd door Bulgaren (3.625) en daarna op afstand de kleine populaties. Roemenen, Slowaken en Hongaren zijn de ‘grootste’ kleine populaties. De grootste stijgers ten opzichte van voorgaande jaren zijn de Letten, Esten en Hongaren (zie de kolom index in tabel 1.1). Tabel 1.1: Aantal in GBA ingeschreven Midden- en Oost Europese migranten, 2008, 2009, 2010* Totaal 2008
Totaal 2009
Totaal 2010
Index cijfer 2010 2009=100
Bulgarije
1577
3062
3625
118
Polen
2588
3721
4734
127
Roemenen
324
392
465
119
Litouwen
153
197
251
127
Hongarije
167
274
401
146
Letland
28
53
86
162
Slowakije
374
433
430
99
Estland
36
43
63
147
Tsjechië
167
190
186
98
Slovenië
18
20
24
120
5435
8385
10265
122
Totaal
Bron: GBA, bewerking OIV * Migranten met een dubbele nationaliteit (Midden/Oost Europees en Nederlands) zijn niet meegeteld.
Bij de Polen is de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen vrijwel gelijk. Zie tabel 1.2 op de volgende pagina. Bij de Bulgaren zien we iets meer mannen (57%), bij de Roemenen iets meer vrouwen (58%). Bij de overige nationaliteiten zien we overwegend wat meer vrouwen dan mannen.
1
Onder andere Risbo, Rotterdam (verbonden aan Erasmus universiteit) in ‘Arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa’, oktober 2009
-5-
Tabel 1.2: Aantal in GBA ingeschreven Midden- en Oost Europese migranten, naar geslacht (2010)* Man (aantal)
Man (%)
Vrouw
Vrouw (%)
Totaal 2010
Bulgarije
2067
57
1558
43
3625
Polen
2311
49
2423
51
4734
Roemenen
197
42
268
58
465
Litouwen
97
39
154
61
251
Hongarije
148
37
253
63
401
Letland
31
36
55
64
86
Slowakije
237
55
193
45
430
Estland
24
38
39
62
63
Tsjechië
82
44
104
56
186
Slovenië
9
38
15
63
24
5203
51
5062
49
10265
Totaal
Bron: GBA, bewerking OIV * Migranten met een dubbele nationaliteit (Midden/Oost Europees en Nederlands) niet meegeteld.
De helft van de inwoners uit Midden- en Oost-Europese landen is tussen de 26 en 40 jaar. Daarna volgen de leeftijdsgroepen 19-25 jaar (18%) en 40+ (16%). De groep 13-18 jarigen is het kleinst.
Tabel 1.3: Perc. in GBA ingeschreven Midden- en Oost Europese migranten, naar leeftijd (2010) land
Aandeel 0 t/m 3 jarigen
Aandeel 4 t/m 12 jarigen
Aandeel 13 t/m 18 jarigen
Aandeel 19 t/m 25 jarigen
Aandeel 26 t/m 40 jarigen
Aandeel 40 jarigen en ouder
Totaal aantal personen (abs.)
%
Polen
7
9
4
16
50
14
4734
100%
Bulgarije
4
5
4
20
46
20
3625
100%
Roemenen
4
5
3
19
54
15
465
100%
Slowakije
2
5
2
19
57
15
430
100%
Hongarije
5
5
1
20
57
11
401
100%
Litouwen
6
8
6
20
48
12
251
100%
Tsjechië
6
6
3
17
58
11
186
100%
Letland
3
5
1
42
36
13
86
100%
Estland
2
8
6
29
44
11
63
100%
Slovenie
0
0
0
33
58
8
24
100%
Eindtotaal
5
7
4
18
50
16
10265
100%
Kijken we naar ontwikkelingen, dan zien we in de tabel op de volgende pagina, dat het aantal 0-3 jarigen naar verhouding het meest is toegenomen (+ 50 procent). Het aandeel kleine kinderen is het hoogst bij Polen, Tsjechen en mensen uit Litouwen.
-6-
Figuur 1: Aantal in GBA ingeschreven Midden- en Oost Europese migranten, naar leeftijd (2010)
5%
16%
7% 4%
0 t/m 3 jaar 4 t/m 12 jaar 13 t/m 18 jaar
18%
19 t/m 25 jaar 26 t/m 40 jaar 40 jaar en ouder
50%
Tabel 1.4: Vergelijking leeftijdsgroepen 2009 - 2010 Leeftijd
2009
2010
absolute groei
index (2009=100)
0 t/m 3 jaar
370
553
183
149
4 t/m 12 jaar
556
696
140
125
13 t/m 18 jaar
304
401
97
132
19 t/m 25 jaar
1535
1893
358
123
26 t/m 40 jaar
4381
5081
700
116
40 jaar en ouder
1239
1641
402
132
Eindtotaal
8385
10265
1880
122
-7-
2.2
SPREIDING MIDDEN- EN OOST EUROPESE MIGRANTEN IN DE STAD
Het merendeel van de inwoners uit Midden- en Oost-Europese woont in de stadsdelen Centrum (27%), Escamp (24%), Laak (20%) en Segbroek (14%). In de overige stadsdelen wonen relatief weinig Midden- en Oost Europese migranten, in Loosduinen het minst. Vergeleken met 2009 zien we een (heel) lichte verschuiving van Centrum en Segbroek naar Escamp en Laak. Figuur 2: % ingeschreven Midden- en Oost-Europese migranten, naar stadsdeel waar zij wonen 0%
5%
10%
15%
20%
25%
30%
35%
29% 27%
Centrum 23% 24%
Escamp 19% 20%
Laak 15% 14%
Segbroek 4%
Scheveningen
5% 5% 4%
Haagse Hout
Loosduinen
2% 3%
Leidschenveen/ Ypenburg
3% 2%
2009
2010
Bron: GBA, bewerking OIV
Kijken we wat preciezer naar de geografische spreiding van Midden- en Oost-Europese migranten in de stad, dan zien we dat driekwart van hen zich concentreert in 10 wijken. Zie figuur 3 op de volgende pagina. De meeste Midden- en Oost Europese migranten wonen in Laakkwartier en Spoorwijk (20%), in Transvaalkwartier (10%), in Rustenburg/Oostbroek (10%), in de Schilderswijk (9%) en in Valkenboskwartier (8%). Andere relatief iets grotere concentraties vinden we in Regentessekwartier, Moerwijk, Bouwlust, Centrum en Stationsbuurt.
-8-
Figuur 3: aantal ingeschreven Midden- en Oost Europese migranten, naar woonwijk, % (2009) 0%
5%
10%
15%
Rustenburg en Oostbroek
10% 10%
Transvaalkwartier
10% 10% 8% 8%
Valkenboskwartier
9% 9%
Schildersbuurt 5% 5%
Regentessekwartier Moerwijk
4% 4%
Bouwlust
4% 4% 2% 2% 3% 3%
Stationsbuurt Leyenburg
25%
19% 20%
Laakkwartier en Spoorwijk
Morgenstond
20%
2% 2% 3% 3%
Centrum Groente en Fruitmarkt
2% 2%
Bezuidenhout
2% 2%
Zeeheldenkwartier
2% 2%
2009
2010
Bron: GBA, bewerking OIV
Nog een niveau dieper, de buurt, zien we dat Bulgaren zich vooral vestigen in Schilderswijk West, Transvaalkwartier Zuid, Oostbroek Zuid en Laakkwartier Oost. Polen zien we vooral in Laakkwartier Oost, Valkenboskwartier, Laakkwartier West en Oostbroek Zuid. Slowaken in het Valkenboskwartier, Zeeheldenkwartier en Koningsplein e.o.. Relatief veel Roemenen wonen in Laakkwartier Oost, verder wonen zij erg verspreid over de stad (in 80 verschillende buurten). Esten en Tsjechen wonen opvallend vaak in de ‘betere buurten’ zoals Statenkwartier en Belgisch Park.
-9-
Figuur 4: Woonbuurten Midden- en Oost-Europese migranten, 2009
Figuur 5: Woonbuurten Midden- en Oost-Europese migranten, 2010
- 10 -
Figuur 6: Verschillen in woonbuurten 2009 en 2010
In de figuren 7 en 8 kunnen zien dat Bulgaren zich meer dan Polen in de centrum buurten vestigen. Polen zijn meer te vinden in de omringende buurten. Figuur 7: Woonbuurten Polen en Bulgaren, 2009
- 11 -
Figuur 8: Woonbuurten Polen en Bulgaren, 2010
2.3
VERBLIJFSDUUR MIDDEN- EN OOST EUROPESE MIGRANTEN
Het percentage (en aantal) Midden- en Oost-Europese migranten dat twee jaar of langer in de stad verblijft, ingeschreven is bij het GBA, is toegenomen van 29% in 2009 naar 41% in 2010. Figuur 9: Aantal Midden- en Oost Europese migranten, naar verblijfsduur in Nederland (2009/2010) 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% < 1 jr
1 jr
2 jr
3 jr
4 jr
2009
5 jr
6-10 jr
> 10 jr
2010
Tabel 1.5: % Midden- en Oost Europese migranten, naar verblijfsduur in Nederland (2009/2010) 2009 2010
< 1 jr 43% 31%
1 jr 28% 28%
2 jr 10% 20%
3 jr 7% 7%
4 jr 5% 5%
5 jr 2% 4%
6-10 jr 4% 4%
>10 jr 1% 1%
100% 100%
- 12 -
Relatief veel Hongaren, Letten en Esten staan nog maar vrij kort (< 1 jaar) ingeschreven bij het GBA. Bijna 30% van de Tsjechen en een kwart van de Roemenen en Slovenen woont hier al vijf jaar of langer.
Tabel 1.6: Aantal Midden- en Oost-Europese migranten, naar verblijfsduur in Nederland (2010) land
Minder dan 1 jaar (%)
1 jaar (%)
2 jaar (%)
3 jaar (%)
4 jaar (%)
5 jaar (%)
6 tot 10 jaar (%)
meer dan 10 jaar (%)
Totaal aantal personen
Polen
32
26
14
11
8
6
3
1
4734
Bulgarije
31
35
30
2
0
1
2
0
3625
Roemenen
27
20
20
8
3
4
17
2
465
Slowakije
20
22
17
13
14
7
7
1
430
Hongarije
49
18
11
6
2
3
7
4
401
Litouwen
30
19
11
15
7
11
6
1
251
Tsjechië
19
20
13
11
8
8
13
8
186
Letland
51
31
4
2
5
4
2
1
86
Estland
44
13
18
6
6
10
0
3
63
Slovenië
29
17
8
17
4
8
8
8
24
Eindtotaal
31
28
20
7
5
4
4
1
10265
Uit een steekproef in 2008 onder Bulgaren, Polen en Roemenen, kwam naar voren dat ongeveer de helft van de Midden- en Oost-Europese migranten nog niet weet hoelang zij in Nederland willen 2 blijven . Een kwart meldde toen dat zij zich hier permanent wilden vestigen en een kwart had plannen om hier een bepaald aantal jaren te werken om daarna terug te keren naar het thuisland. Volgens inschatting van de Stichting Midden- en Oost-Europa, de voormalige stichting stedenband Den Haag en Warschau, zal de instroom en de verblijfsduur van Midden- en Oost-Europeanen in de stad de komende jaren toenemen.
2
Rapport ‘Ik ben naar Nederland gekomen om met NIMI te trouwen”, OCW, OIV, december 2008
- 13 -
- 14 -
3 Onderwijs In juni 2010 zitten 1.058 in Den Haag woonachtige leerlingen met een Midden- of Oost-Europese nationaliteit op een reguliere Haagse school. Daarnaast zitten op de Haagse scholen nog 21 leerlingen met een Midden- of Oost-Europese nationaliteit die buiten Den Haag wonen. Andersom zijn er geen Haagse Midden- of Oost-Europese leerlingen die buiten Den Haag naar school gaan. Tabel 2.1: Aantal Haagse Midden- en Oost-Europese leerlingen op een op een reguliere Haagse school, naar nationaliteit, juni 2010 Basisonderwijs* (inclusief voorschool kleuters)
Voortgezet onderwijs*
MBO
Totaal
Polen
397
180
9
586
Bulgarije
180
116
17
313
Roemenie
22
8
0
30
Hongarije
28
9
2
39
Litouwen
21
12
2
35
Slowakije
21
9
0
30
Tsjechië
5
6
1
12
Estland
5
0
0
5
Letland
5
0
1
6
Tsjechië
0
2
0
2
723
362
32
1058
Bron: Civision, bewerking OIV
In bovenstaande tabel zijn alleen leerlingen die naar het reguliere onderwijs gaan meegeteld. Den Haag heeft een aantal internationale scholen: 39 Haagse Midden- en Oost-Europese leerlingen gaan naar een internationale basisschool en 20 naar een internationale school voor het voortgezet onderwijs. Daarnaast gaan ook enkele Haagse Midden- en Oost-Europese leerlingen naar het speciaal onderwijs: 6 leerlingen naar het speciaal basisonderwijs, 8 naar een expertise centrum en 5 leerlingen hebben een medische of andere indicatie voor speciale medische of psychische opvang. Soort onderwijs
Aantal
Internationaal basisonderwijs
39
Internationaal voortgezet onderwijs
20
Speciaal Basis onderwijs
6
Expertise centra
8
Overig
5
Totaal
78
Bron: Civision, bewerking OIV
3.1
VOORSCHOOL
De voorschool biedt een educatief aanbod door middel van een programma waarbij jonge kinderen (peuters en kleuters) spelenderwijs leren om te gaan met de Nederlandse taal en met elkaar. Dit programma wordt geboden op voorschoolpeuterspeelzalen, voorschoolbasisscholen en een aantal kinderdagverblijven. In november 2009 zaten in totaal 222 kinderen met een Midden- en Oost-Europese nationaliteit op een Haagse voorschool. Ongeveer 65% van deze kinderen heeft de Poolse nationaliteit en ongeveer een kwart de Bulgaarse nationaliteit. De naar verhouding grootste concentratie kinderen is woonachtig in de wijken Laakkwartier en Rustenburg/Oostbroek. Hier gaan zij ook naar de voorschool. De
- 15 -
Jeroenschool en basisschool de Regenboog in Laakkwartier en De Gelderlandschool in Rustenburg en Oostbroek hebben de grootste populaties Midden- en Oost-Europese kinderen in huis.
Tabel 2.2: Aantal Midden- en Oost-Europese kinderen op een Haagse voorschool (november 2009) Nationaliteit
Peuters
Kleuters
Totaal
Slowakije
1
4
5
Tsjechië
1
2
3
Letland
0
2
2
Litouwen
0
2
2
Bulgarije
15
42
57
Hongarije
1
6
7
Polen
45
97
142
Roemenië
0
4
4
totaal
63
159
222
Bron: Civision, bewerking OIV
In hoofdstuk 1 was te zien dat steeds meer Midden- en Oost-Europese kinderen in de stad komen wonen (worden ingeschreven bij het GBA). Die toename zien we terug in het aantal kinderen dat naar een voorschool gaat. Dat aantal is in jaar tijd meer dan verdubbeld. Vooral het aantal Poolse en Bulgaarse kinderen op de voorschool nam toe. Tabel 2.3: Aantal Midden- en Oost-Europese kinderen op een Haagse voorschool 2008 en 2009 Nationaliteit
2008
2009
Aantal
%
Aantal
%
Slowakije
3
3,2%
5
2,3%
Tsjechië
1
1,1%
3
1,4%
Letland
0
0%
2
0,9%
Litouwen
1
1,1%
2
0,9%
Bulgarije
16
16,8%
57
25,7%
Hongarije
2
2,1%
7
3,2%
Polen
69
72,6%
142
64,0%
Roemenië
3
3,2%
4
1,8%
Totaal
95
100%
222
100%
Bron: Civision, bewerking OIV
3.2
BASISONDERWIJS
Het basisonderwijs telde in juni 2010 684 Haagse leerlingen met een Midden- en Oost-Europese nationaliteit. Dat betekent een forse toename ten opzichte van een jaar geleden: + 30%. 86 van de 152 nieuwe Midden- en Oost-Europese leerlingen heeft de Poolse nationaliteit.
- 16 -
Tabel 2.4: Aantal Haagse Midden- en Oost-Europese kinderen in basisonderwijs Nationaliteit
Maart 2009
Juni 2010
Aantal
%
Aantal
%
Polen
311
58%
397
58%
Bulgarije
138
26%
180
26%
Slowakije
25
5%
21
3%
Roemenië
19
4%
22
3%
Hongarije
17
3%
28
4%
Litouwen
17
3%
21
3%
Estland
3
1%
5
1%
Letland
1
0%
5
1%
Tsjechië
1
0%
5
1%
532
100%
684
100%
Totaal Bron: Civision, bewerking OIV
De meeste Midden- en Oost-Europese kinderen zitten op scholen in Escamp, Laak en Centrum (in die volgorde ook). De Jeroenschool in Spoorwijk heeft de meeste Midden- en Oost-Europese leerlingen (41). Andere scholen waar relatief veel Midden- en Oost-Europese leerlingen naar toe gaan zijn: De Regenboog (34), De Ontmoeting (33), P.C. Hooftschool (31) en Onze Wereld (30). Met uitzondering van de Regenboog zijn dit allemaal zogenaamde neveninstroomscholen. Een neveninstroom school is een reguliere basisschool met speciale opvang voor kinderen die (bijna) geen Nederlands verstaan en spreken. Het gaat meestal om kinderen die sinds kort in Nederland zijn, bijvoorbeeld door gezinshereniging of door asielaanvraag. De bedoeling van deze speciale opvang is de kinderen in korte tijd zoveel Nederlands te leren, dat zij na verloop van tijd in staat zijn om mee te doen met het gewone lesprogramma. Ongeveer de helft van de Midden- en Oost-Europese leerlingen (om precies te zijn 332) gaat naar een neveninstroomschool.
- 17 -
3.3
VOORTGEZET ONDERWIJS
In 2010 volgen in totaal 342 Haagse leerlingen uit Midden- en Oost-Europese landen voortgezet onderwijs. In 2009 waren dat er 295. De meeste leerlingen komen uit Polen. Tabel 2.5: Aantal Haagse Midden- en Oost-Europese leerlingen op het reguliere VO, juni 2010 Mavo/havo/vwo
Vmbo (incl ISK*)
praktijkonderwijs
Totaal
%
Poolse
42
134
4
180
53%
Bulgaarse
14
95
7
116
34%
Litouwse
1
11
12
4%
Slowaakse
3
6
9
3%
Hongaarse
6
3
9
3%
Roemeense
5
3
8
2%
Tsjechische
4
2
6
2%
Tsjechoslowaakse
2
2
1%
Eindtotaal
77
342
100%
254
11
Bron: Civision, bewerking OIV
* ISK = internationale schakelklassen, VS = versnelde trajecten
Verreweg de meeste Midden- en Oost-Europese jongeren in de middelbare school leeftijd, gaan eerst naar een ISK (internationale schakelklas) of doen een versneld traject (2 jaar in 1 jaar). Het NOVA College en het Edith Stein College (Esloo, L. Couperusplein) zijn de grootste aanbieders van deze opvang. Tabel 2.6: Vestigingen in het VO met meer dan 10 Midden- en Oost-Europese leerlingen, juni 2010 Naam schoolvestiging
Mavo/havo/vwo
Vmbo (incl ISK*)
praktijkonderwijs
Eindtotaal
Nova College, Hooftskade
3
112
1
116
SG Esloo, L.Couperusplein
13
54
67
Prisma College
21
SG Esloo, Diamantcollege.
22
22
1
20
11
11
Internationale school Hague, Wijndaelerduin Nova College, Capadosestraat
19
5
26
Bron: Civision, bewerking OIV
3.4
MBO
Het aantal Midden- en Oost-Europese leerlingen op het MBO is gering. Tabel 2.7: Aantal Haagse Midden- en Oost Europese leerlingen op het MBO, juni 2010* Nationaliteit 1 Bulgaarse
Totaal 17
Letse
1
Litouwse
2
Poolse
9
Roemeense
2
Tsjechische
1
Eindtotaal
32
Bron: Civision, bewerking OIV
- 18 -
4 Inburgering en taal 4.1
INBURGERINGSCURSUS
Inburgering is niet verplicht voor Midden- en Oost-Europeanen. Zij volgen de cursussen op vrijwillige basis. De gemeente Den Haag heeft geen specifiek inburgeringbeleid voor Midden- en OostEuropeanen. Wel gaat de gemeente vanaf komend jaar op maat gerichte taalcursussen aanbieden. Dat wil zeggen cursussen die aansluiten op het opleidingsniveau van de (vrijwillige) inburgeraars. Het is niet bekend hoeveel ‘potentieel vrijwillige inburgeraars’ de Nederlandse taal onvoldoende machtig zijn. In onderstaande tabel geven daarom het totaal aantal niet-inburgeringsplichtige Hagenaars van Midden- en Oost-Europese herkomst. Tabel 3.1: Aantal MOE-landers onder de totale groep niet-inburgeringsplichtige Hagenaars (2009) Geboorte land
Aantal
%
Hongarije
296
6
Polen
3671
76
Tsjechië en Slowakije
643
13
Letland
53
1
Estland
36
1
Litouwen
138
3
Totaal
4837
100
Bron: SZW
Dit jaar zijn 762 MOE-landers (ongeveer de helft Polen) gestart met een vrijwillige inburgeringscursus. Vooralsnog hebben 97 van hen de cursus met succes afgerond. 4.2
BIJZONDERE INBURGERINGSCURSUS OP DE WERKVLOER
In juni dit jaar heeft de wethouder van integratie, Marnix Norder, een overeenkomst gesloten met EGpersoneelsdiensten voor een bijzondere inburgeringscursus op de werkvloer. Aan de cursus gaan 150 mensen deelnemen, allen afkomstig uit MOE-landen. Deelnemers aan de cursus zijn werkzaam als uitzendkracht van EG-Personeelsdiensten in de glas- en tuinbouw in het Westland. Onlangs, juli 2010, zijn met 98 werknemers (allen van Poolse afkomst) op individuele basis afspraken gemaakt over de inburgering. Zij gaan een beroepsopleiding volgen met extra lessen over de Nederlandse taal op het vakgebied. Deze taallessen vallen onder taalkennisvoorziening, dat de gemeente vergoedt.
4.3
TAAL IN DE BUURT
Taal in de Buurt is een project voor maatschappelijk betrokken organisaties die voor hun achterban of voor de buurt taallessen willen opzetten. De taallessen zijn vooral bedoeld voor doelgroepen die tot nog toe niet of moeilijk te bereiken zijn. De meeste leslocaties zijn dicht in de buurt van de deelnemers. Voor de deelnemers zijn de lessen gratis. Soms wordt een klein bedrag aan inschrijfgeld gevraagd. De gemeente subsidieert lesperiodes van 24 weken, waarbij in de meeste gevallen twee keer twee uur per week les wordt gegeven. De nadruk in de taallessen ligt op het ontwikkelen van de spreekvaardigheid. Het lesprogramma sluit aan bij de wensen van de groep. Dit kan per groep verschillen. Taal in de Buurt leidt niet op tot een bepaald diploma. Met dit project beoogt de gemeente de zelfredzaamheid van de deelnemers te vergroten en hoopt de gemeente dat deelnemers eventueel doorstromen naar andere trajecten, zoals een inburgeringstraject. Het project is in 2009 van start gegaan met de eerste groepen. Er zijn twee belangenbehartigingsorganisaties voor Polen en andere MOE-landers, die Taal in de Buurt hebben opgezet. De Stichting Den Haag en Midden- en Oost Europa heeft in 2009 vijf lesgroepen opgezet (circa 75 deelnemers) . De Stichting MPPV (Multicultureel Platform Vrede & Vrijheid) heeft drie lesgroepen (circa 45 deelnemers). In Segbroek is een van oorsprong Turkse organisatie (stichting Dialoog) die lessen voor buurtbewoners heeft opgezet. Een steeds groter deel - 19 -
van de deelnemers komt uit een MOE-land. Naar schatting gaan hier 15-30 MOE-landers naar toe. Er staan bij deze stichting veel MOE-landers op de wachtlijst. Daarnaast verzorgt het NOVA College Taal in de Buurtlessen voor de ouders van leerlingen en mensen uit de buurt. Naar schatting doen 70-90 MOE-landers hieraan mee. Verder zitten er naar schatting nog circa 15 à 20 MOE-landers verspreid over de andere Taal in de Buurtgroepen in de stad. In totaal hebben naar schatting 220-260 MOE-landers een lesperiode Taal in de Buurt gevolgd. Het aantal groepen voor MOE-landers zal in het najaar van 2010 waarschijnlijk verder uitbreiden. Er zijn op dit moment bij de betreffende organisaties wachtlijsten. Deelnemers uit MOE-landen zijn ambitieus en leren over het algemeen snel. Wel valt tussentijds een aantal deelnemers af. Dit komt vooral omdat mensen plotseling moeten werken en geen tijd meer hebben voor Taal in de Buurt. Tabel 3.2: Aantal deelnemers Taal in de Buurt uit MOE-landen, naar leslocatie* naam organisatie
lokatie
stadsdeel
buurt
St. DHMO
Bibliotheek Spui
Centrum
Centrum
15
St. DHMO
Mussen
Centrum
Schildersbuurt
15
MPVV
Mussen
Centrum
Schildersbuurt
15
St. DHMO
Nova College
Centrum
Schildersbuurt
15
Nova College
Nova College
Centrum
Schildersbuurt
70-90
St. DHMO
Samen sterk
Centrum
Stationsbuurt
15
MPVV
Esampade
Escamp
Leyenburg
30
St. DHMO
Copernicua
Segbroek
Regentessekwartier
15
Stichting Dialoog
Stichting Dialoog
Segbroek
Regentessekwartier
15-30
Verspreid andere groepen Totaal
aantal deelnemers
15 220-260
Bron: WJB/OIV * Het betreft deelnemers die in 2009 zijn gestart met Taal in de Buurt.
- 20 -
5 Werk en arbeidsomstandigheden De meest actuele cijfers dateren van januari 2009. Op dat moment stonden in totaal 15.601 NWW (niet werkende werkzoekenden) ingeschreven bij het CWI. Daarvan hadden 40 mensen een Middenof Oost-Europese nationaliteit. Dat is minder dan een half procent van het totale aantal NWW. Tabel 4.1: Aantal NWW uit de MOE-landen, 2009 Aantal
%
Slowakije
4
10
Tsjechië
1
2,5
Litouwen
1
2,5
Bulgarije
11
27,5
Hongarije
1
2,5
Polen
17
42,5
Roemenië
5
12,5
Totaal
40
100
Bron: CWI per 1-1-2009 bewerking DSO
Het opleidingsniveau van de NWW uit MOE-landen varieerde van maximaal basisschool (14 mensen) tot HBO/WO (ook 14 mensen). De meesten waren tot de 23 en 39 jaar oud (32 mensen), meer dan driekwart was vrouw (33 van de 40 om precies te zijn) en eveneens ruim driekwart was korter dan een jaar werkloos.
- 21 -
- 22 -
6 Sociale voorzieningen en inkomen In de selectie van MOE-landers uit de verschillende bestanden, zijn de mensen opgenomen die zich na 1 januari 2000 in Nederland hebben gevestigd.
6.1
UITKERING WWB
In december 2008 ontvingen 10 MOE-landers een uitkering WWB, een jaar later waren dat er 40. Het aantal Polen met een WWB uitkering is het sterkst toegenomen, van 3 naar 15. Het blijven echter kleine aantallen. Tabel 5.1: Aantal MOE-landers met uitkering WWB, peildatum december 2008 en 2009* Geboorteland
Aantal december 2008
%
Aantal december 2009
%
Bulgarije
1
10
4
16
Hongarije
3
30
3
12
Polen
3
30
15
60
Roemenië
1
10
1
4
Tsjechië en Slowakije
2
20
1
4
Litouwen
-
-
1
4
10
100
25
100
Totaal
Bron: DSZW * DSZW heeft de mensen geteld die zich na 2000 in Nederland hebben gevestigd.
6.2
MOE-LANDERS MET LAAG INKOMEN
De gegevens over de inkomens zijn ontleend aan de armoedemonitor 2010 van DSZW. Voor zover mogelijk (indien bekend) is rekening gehouden met de vestigingsdatum in Nederland (na 2000). Ongeveer 11% van de MOE-landers in Den Haag heeft een inkomen van maximaal 130% van het sociaal minimum. Dat wil niet zeggen dat de overige 89% een hoger inkomen heeft. Van hen is het inkomen niet bekend. Tabel 5.2: MOE-landers met een inkomen tot 130% van het wettelijk sociaal minimum (abs.) tot 105%
tot 110%
tot 130%
onbekend
Totaal
Hongarije
8
9
5
166
188
Slovenië
1
0
0
4
5
Tsjechië
0
0
0
11
11
Slowakije
1
1
2
19
23
Bulgarije
39
159
17
2410
2625
Polen
76
308
94
2901
3379
Roemenië
6
24
5
322
357
Tsjecho-Slowakije
4
12
5
427
448
Letland
3
1
1
34
39
Estland
0
0
0
33
33
Litouwen Totaal
8
5
9
121
143
146
519
138
6448
7251
Bron: DSZW
- 23 -
6.3
VOORZIENINGEN VOOR MINIMA HUISHOUDENS
Gebruik van Fondsen door MOE-landers Fonds voor gehandicapten Dit fonds is bedoeld voor gehandicapte inwoners van Den Haag. Uit het fonds kunnen gehandicapten per huishouden per jaar € 250,- ontvangen. Tabel 5.3: Aantal MOE-landers met uitkering fonds voor gehandicapten, 2009 Geboorte land
Aantal
%
Polen
3
75
Roemenie
1
25
Totaal
4
100
Bron: DSZW
Fonds voor ouderen Het fonds voor ouderen maakt deel uit van de Ooievaarspas. De regeling is bestemd voor alle ouderen met een minimum inkomen tot 130 procent. De regeling bestaat uit een tegemoetkoming van € 120,- per jaar. Tabel 5.4: Aantal MOE-landers met uitkering fonds voor ouderen, 2009 Aantal
%
Polen
Geboorte land
3
57
Letland
1
25
Totaal
4
100
Bron: DSZW
Schoolkosten fonds Dit fonds is bestemd voor huishoudens met een laag inkomen en schoolgaande kinderen. Tabel 5.5: Aantal MOE-landers met uitkering schoolkosten fonds, 2009 Geboorte land
Aantal
%
Bulgarije
10
27
Polen
23
62
Roemenie
2
5
Tsjecho-Slowakije
1
3
Litouwen
1
3
Totaal
37
100
Bron: DSZW
- 24 -
Ooievaarspashouders Het doel van de Ooievaarspas is om mensen met een laag inkomen door middel van kortingen deel te laten nemen aan sportieve, culturele en recreatieve activiteiten. In 2009 hadden 370 MOE-landers een Ooievaarspas. Tabel 5.6: aantal MOE-landers met Ooievaarspas, 2009 Geboorte land
Aantal
%
Polen
231
62
Bulgarije
89
24
Roemenie
16
4
Hongarije
12
3
Tsjecho-Slowakije
11
3
Litouwen
8
2
Letland
3
1
Totaal
370
100
Bron: DSZW
6.4
WMO VOORZIENINGEN
Het betreft hier de WMO voorzieningen huishoudelijke verzorging (HV) en voorzieningen gehandicapten (VG). In totaal hebben in 2009 (slechts) 4 MOE-landers een dergelijke voorziening gehad. Tabel 5.7: Overzicht MOE-landers die een WMO voorziening (HV en/of VG) hebben, 2009 Geboorte land
Aantal
%
Polen
2
50
Roemenie
1
25
Tsjecho-Slowakije
1
25
Totaal
4
100
Bron: DSZW
- 25 -
- 26 -
7 Huisvesting 7.1
TIJDELIJKE WOONEENHEDEN
In de vorm van flankerende maatregelen levert de gemeente onder andere een bijdrage aan de realisatie van huisvesting voor arbeidsmigranten. Dit gebeurt door het beschikbaar stellen van bouwrijpe locaties of leegstaande gebouwen aan ontwikkelaars van specifieke huisvesting voor arbeidsmigranten. Het gaat daarbij om het voormalig asielzoekerscentrum (AZC) te Binckhorst, de Petroleumhaven en de tennisvelden aan de Lozerlaan. -
-
-
Binckhorst: Per 1 februari 2010 is de gemeente eigenaar van het voormalige asielzoekerscentrum (AZC) op de Binckhorst. De beginselprocedure is gestart. De bouwprocedure moet nog worden ingezet. Er wordt gekeken of het AZC voor langere tijd geëxploiteerd kan worden. Het gaat om 451 slaapplekken. Petroleumhaven: Na ambtelijk overleg op 25 november 2009 met De Key/Principaal, Otto Workforce en Tempohousing over de voortgang van de realisatie van tijdelijke huisvesting op deze locatie is het volgende gebleken: Door de kredietcrisis is de beoogde ontwikkelaar, woningcorporatie De Key/Principaal in moeilijke omstandigheden terecht gekomen, waardoor zij zich hebben teruggetrokken. Met Otto Workforce is nu afgesproken de mogelijkheid te bekijken om de locatie ‘om niet’ in bruikleen te geven voor de komende vijf jaar. Het gaat om 300 slaapplekken. Lozerlaan: Met uitzendbureau Jobcenter is overeenstemming bereikt over een bruikleencontract. Als gemeente hebben wij het aanbod gedaan dat de gemeente de locatie Lozerlaan voor de voorziene periode eventueel kosteloos in bruikleen geeft (‘om niet’), zodat de Jobcenter geen groot verlies maakt op de exploitatie. Jobcenter draagt de investering van de ontwikkeling van de woningen. Aan de Lozerlaan worden 300 tot 350 slaapplaatsen ontwikkeld. De Lozerlaan is een gunstige locatie voor de huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten. Het ligt bijna buiten de stad en ligt gunstig ten opzichte van uitvalswegen richting het Westland, waar veel arbeidsmigranten werkzaam zijn.
Daarnaast heeft de gemeente het beleid voor kamerverhuur herzien. Hierdoor ontstaan ruimere mogelijkheden om kamerverhuur te realiseren, waaronder ook kamerverhuur aan arbeidsmigranten. De verruiming van dit beleid is beschreven in de Nota Kamerverhuur. Deze nota is in december 2008 vastgesteld. Vooruitlopend op het vaststellen van uitvoeringsbeleid kamerbewoning door de Raad is in 2009 al geanticipeerd op dit uitvoeringsbeleid. Het uitvoeringsbeleid is behandeld in de commissie Ruimte en wordt naar verwachting in september in de gemeenteraad vastgesteld. Een voortgangsrapportage is in voorbereiding en wordt na het zomerreces aan de gemeenteraad toegezonden. 7.2
VESTIGING EN OVERBEWONING
De gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling, voert een handhavingsbeleid tegen overbewoning of andere illegale woonsituaties. Handhaving is niet specifiek gericht op arbeidsmigranten, zoals Midden- en Oost-Europeanen. Wel zijn arbeidsmigranten een kwetsbare groep op de woningmarkt, waardoor zij relatief vaak in illegale woonsituaties worden aangetroffen. Om meer zicht te krijgen op mogelijke illegale woonsituaties krijgt Den Haag adresgegevens van de Rijksbelastingdienst. Dit betreft adressen van personen die een sofi-nummer aanvragen of loonbelasting (gaan) betalen. Door koppeling met GBA gegevens (gemeentelijke basisadministratie) kunnen mogelijke dubieuze woonsituaties opgespoord worden. Voor de opsporing en bestrijding van illegale woonsituaties zijn twee teams van DSO (Bouw, Toezicht en Dienstverlening) actief in de stad: het team OW (onrechtmatig wonen) en de HPB (Haagse panden brigade). De HPB doet ook de aanpak van hennep door de hele stad. In Laak, Regentes/Valkenbos, Rustenburg/Oostbroek, Stationsbuurt, Rivierenbuurt, Transvaal en Schilderswijk doet de HPB huisbezoeken bij de reguliere meldingen zoals sofi-nummer meldingen en meldingen van DSZW. Het team OW handhaaft in de hele stad en doet in de bovengenoemde wijken alleen de zwaardere overlastgevallen en strafrechtgevallen (waar een BOA bij nodig is). De resultaten van de handhaving zijn te vinden in het jaarverslag handhaving 2009 (RIS 170850A). Een groot deel van de aangetroffen bewoners bij illegale kamerbewoning is arbeidsmigrant.
- 27 -
Wanneer er illegale kamerhuur wordt aangetroffen, gaat er een brief naar de eigenaar en de bewoner met de mededeling dat de situatie moet worden opgeheven of, indien mogelijk, legaal moet worden gemaakt. De keuze is aan de eigenaar/bewoner. Een pand wordt alleen gesloten en verzegeld, wanneer een eerder genomen besluit niet is uitgevoerd (dat kan blijken bij hercontrole) of wanneer er sprake is van een extreem gevaarlijke situatie. Als het een huis van een corporatie betreft, gaat een verslag van de actie naar de corporatie. Eventuele huurbeëindiging en ontruiming worden door de corporatie uitgevoerd. Om illegale woonsituaties (zoals overbewoning, gevaarlijke situaties, huisjesmelk praktijken) te bestrijden heeft de gemeente tezamen met de gemeente Rotterdam in de zomer van 2009 een convenant afgesloten met de uitzendbranche (ABU, NBBU en Via). Afgesproken is dat uitzendbureaus periodiek adressen gaan leveren van Midden- en OostEuropeaanse werknemers die in Den Haag en Rotterdam gevestigd zijn. Zowel de gemeente Den Haag als de gemeente Rotterdam hebben nog geen gegevens van de uitzendbranche ontvangen. Begin 2010 heeft er een informatiemiddag voor de uitzendbranche plaatsgevonden waarna gegevensuitwisseling op gang moest komen. Vooralsnog levert de uitzendbranche geen gegevens.
- 28 -
8 Dak- en thuislozen 8.1
GEBRUIK MO VOORZIENINGEN ONDER MOE-LANDERS
De tekst in dit hoofdstuk is een samenvatting van een deel van het rapport ‘Midden- en OostEuropeanen in de Maatschappelijke Opvang’, dat OIV in de tweede helft van juli 2010 uitbrengt. Om gebruik te kunnen maken van MO voorzieningen in Den Haag, zoals dag- en nachtopvang en reguliere hulpverlening, moet iemand kunnen aantonen dat hij/zij twee jaar in Den Haag of de regio Den Haag in zijn/haar behoefte heeft voorzien. Dus hier hebben gewoond, gewerkt en belasting betaald. Pas dan kan iemand, in beginsel voor een beperkte tijd, gebruik maken van de MO. Het Centraal Coördinatie Punt (CCP) van de gemeente Den Haag beoordeelt de aanmeldingen voor opvang. Mensen zonder verblijfstitel (illegalen) of zonder documenten en mensen die niet aan de criteria voldoen, hebben dus geen recht op toegang tot MO voorzieningen. Voor dak- en thuisloze MOE-landers is een uitzondering gemaakt. Zij kunnen overdag terecht in het dienstencentrum van het Leger des Heils aan de St. Barbaraweg.
8.2
BESCHRIJVING GROEP MOE-LANDERS IN DAGOPVANG
De groep MOE-landers die op dit moment gebruik maakt van de dagopvang van het Leger des Heils (LdH) op de St. Barbaraweg verschilt van de groep die drie jaar geleden de dagopvang bezocht. In tabel 2.1 vatten wij de verschillen samen. De tellingen zijn gebaseerd op waarnemingen en schattingen, niet op basis van feitelijke registraties. Drie jaar geleden ging het op jaarbasis om circa 100 mensen uit MOE landen in de dagopvang op de St. Barbaraweg, nu gaat het om tegen de 600 mensen. Verder heeft een verjonging plaatsgevonden. Drie jaar gelden was de gemiddelde leeftijd 40 tot 45 jaar. Nu ligt de gemiddelde leeftijd tussen de 30 tot 35 jaar. Bovendien ziet men steeds meer jongeren (18-29 jaar) komen. Vroeger bestond de groep voornamelijk uit mannen, nu komen er meer vrouwen bij. Het LdH telde afgelopen jaar enkele tientallen vrouwen. De MOE-landers van drie geleden kenmerkten zich door een veelheid aan problemen. Het was een groep die kampte met dakloosheid, geen werk en geen dagbesteding en vooral alcoholverslaving. Er zat weinig doorstroom in die groep, af en toe ging er iemand weg of kwam er iemand bij. De huidige groep MOE-landers op de St. Barbaraweg bestaat grofweg uit twee groepen, namelijk een ‘harde kern’ en een minder constante of wisselende groep daaromheen. De ‘harde kern’ bestaat voor een groot deel uit mensen van de oude groep die drie jaar geleden ook al op de St. Barbaraweg zat. De minder constante, wisselende, groep daaromheen maakt onregelmatig gebruik van de dagopvang. Het probleem bij deze groep is volgens het LdH vooral het ontberen van onderdak en werk of dagbesteding. Zowel nu als drie jaar geleden bestaat de groep MOE-landers in de dagopvang voornamelijk uit Polen. Tabel 2.1:
Vergelijking tussen groep MOE-landers die nu gebruik maakt van de dagopvang op de St. Barbaraweg en de groep van drie geleden.
MOE- landers drie jaar geleden
MOE-landers 2009/nu
70-100 unieke tellingen per jaar
Enkele honderden per jaar +/- 600
Gemiddelde leeftijd 40-45 jaar
Gemiddelde leeftijd 30-35 jaar; Groep jongeren 18-29 jaar
Voornamelijk man
Meer vrouwen: enkele 10 tallen 15-30 op jaar basis
Een harde kern: alcoholverslaving heel erg op de voorgrond, maakt het hele jaar door gebruik van de dagopvang. Weinig doorstroom, er kwam nauwelijks iemand bij
Een harde kern (30-40 man) en een minder constante groep. De laatste groep komt onregelmatig naar de opvang en alcoholverslaving/ problematisch gebruik treedt minder op de voorgrond dan bij de harde kern. Bij de minder constante groep is vooral het niet hebben van een onderdak het probleem (en geen werk).
Vooral Polen
Vooral Polen
Bron: LdH
De huidige groep MOE-landers in de dagopvang is onder te verdelen in vier categorieën, namelijk: crisis, kortdurend, middenlang en lang (zie tabel 2.2). Bij ‘crisis’ gaat het om een groep die enkele - 29 -
dagen tot een week bij de dagopvang komt en dan weer uit beeld verdwijnen. Dit zijn enkele tientallen tot honderd mensen op jaarbasis. Kortdurend wil zeggen een paar weken gebruik van dagopvang. Ook hier gaat het om enkele tientallen tot honderd mensen. De groep ‘middenlang’ zit enkele maanden in de dagopvang. Dit is de grootste groep, circa 400 mensen op jaarbasis. En ten slotte de groep langverblijvers’. Dit is de eerder genoemde harde kern van 30 tot 40 man, die het hele jaar op de St. Barbaraweg te vinden is. Volgens het LdH zijn het mensen die waarschijnlijk ook in het land van herkomst al dak- en thuisloos waren en/of veel problemen hadden. De eerste drie groepen kunnen we beschouwen als de minder constante of wisselende groep. Hier speelt ook wel problematisch alcoholgebruik, maar is het grote probleem toch vooral (tijdelijke) werkloosheid en dakloosheid. Deze groep op de dagopvang slinkt, naarmate het minder koud wordt (zeg maar vanaf maart) en de werkgelegenheid in onder andere de bouw en tuinbouw weer aantrekt. Kort samengevat gaat het naar schatting over het hele jaar genomen om 600 unieke bezoekers uit MOE-landen. Sommigen komen een keer een kop koffie drinken, anderen komen een paar maanden of het hele jaar door op bezoek. Verreweg het merendeel van de bezoekers is van Poolse afkomst. Tabel 2.2: Omvang van de huidige groep MOE-landers, onderverdeeld in vier categorieën (bron LdH) Beschrijving
Omvang
Crisis: komen enkele dagen tot een week bij de opvang en dan verdwijnen ze weer.
10-100
Kortdurend: komen een voor een paar weken bij de opvang
10-100
Middenlang: komen voor een paar maanden bij de opvang
+/- 400
Lang: komen het hele jaar door bij de opvang. Het gaat om de vaste kern: die ook in het land van herkomst problemen hadden, niet functioneerden en dak- en thuisloos waren.
30-40
Totaal
450 - 600
Registratie Dagopvang Leger des Heils Het LdH is ongeveer twee jaar geleden begonnen met het registreren van bezoekers (en MOElanders) van de St. Barbaraweg. Het registratiesysteem werkt nog niet optimaal, maar het geeft wel een schatting van het bezoek. Op drie momenten van de dag worden de mensen geteld die aanwezig zijn op de dagopvang. Dit betekent, dat mensen die de hele dag binnen zitten op de St. Barbaraweg drie keer worden meegeteld. Dus de registratie betreft de som van het aantal keren of dagdelen aanwezigheid. Tabel 2.3: Aantal keren dat MOE-landers gebruik maken van dagopvang St. Barbaraweg, 2009 Aantal MOE-landers per maand
Gemiddeld aantal MOE-landers per dag
Januari
1161
38
Februari
1141
41
Maart
1024
33
April
1084
36
Mei
859
28
Juni
754
25
Juli
1294
42
Augustus
1149
37
September
1254
42
Oktober
1404
45
November
1320
44
December
1487
48
- 30 -
totaal
13931
38
* Let op: er zitten veel dubbeltellingen in
Tabel 2.4: Aantal MOE-landers die gebruik maken van dagopvang Leger Des Heils, 2010 Aantal MOE- landers per maand
Gemiddeld aantal MOE-landers per dag
Januari
1826
59
Februari
1442
52
Maart
1249
40
April
965
32
Totaal
5482
46
* Let op: er zitten veel dubbeltellingen in
Aan de registratie gegevens is af te lezen dat het aantal MOE-landers op de dagopvang in 2010 is toegenomen ten opzichte van 2009.
8.3
WAT BIEDT DE DAGOPVANG AAN MOE-LANDERS
Mensen uit MOE landen kunnen gebruik maken van de voorzieningen binnen de dagopvang, meedoen met de Haagse Straatkrant en de ‘werk voor iedereen’ projecten van het LdH. Verder houdt de SDM (Stichting Den Haag Midden Europa) wekelijks spreekuur op de St. Barbaraweg, aanvankelijk alleen voor Polen maar nu kan iedere MOE-lander daar terecht. Het LdH verwijst mensen ook wel door naar andere instellingen. Voorzieningen binnen de dagopvang Met voorzieningen binnen de dagopvang wordt bedoeld: koffie, thee, soep met brood en voor een luttel bedrag een broodje of een tosti. Verder kunnen mensen een douche nemen, gebruik maken van internet en telefoon en ‘een oog, oor of schouder’ vinden bij een medewerker. ‘Werk voor iedereen’ projecten zijn werkprojecten voor de eigen doelgroep van het LdH. Mensen kunnen werken in bedrijfskantines, een kledingwinkel, een inventariswinkel, een wasserette en een sorteerbedrijf voor kleding. Deze projecten zijn voor een beperkte ‘klantengroep’ van het LdH en bedoeld als brugfunctie naar de arbeidsmarkt. Slecht enkele MOE-landers doen mee aan een project. Het betreft dan mensen die in een zorg- of een reïntegratietraject van het LdH zitten. Het verkooppunt van de Haagse Straatkrant houdt wekelijks spreekuur op de St. Barbaraweg. Mensen kunnen zich daar aanmelden als verkoper (verkooppas aanvragen). Ook de SDM houdt, sinds mei 2009, iedere woensdag spreekuur, voorheen het “Polenspreekuur’, in het centrum. Polen konden en kunnen daar in hun eigen taal terecht voor raad en daad. Overigens kunnen nu alle MOE-landers aankloppen bij het spreekuur. De spreekuren worden gehouden door een bestuurslid van de SDM. In 2009 zijn 47 mensen op het spreekuur geweest (waarvan 41 Polen). Tabel 2.3: Verleende hulp van het spreekuur in de tweede helft 2009 Voor 16 personen is er werk gevonden 4 personen zijn naar Polen teruggegaan op de kosten van SDM 10 personen hebben tramkaartjes gekregen ontvangen 2 Polen hebben zich laten inschrijven als werkzoekende (1 ook geholpen met aanvraag van woonpas) Er is veel vertaalwerk geleverd Er is veel overlegd met de dienstdoende arts van het LDH Er zijn gesprekken gevoerd met de Poolse Ambassade in Den Haag
Voor de meeste MOE-landers (Polen) is de St. Barbaraweg een soort buurthuis, een centrum waar ze landgenoten ontmoeten. Ze komen vooral eten, drinken, internetten, telefoneren en douchen. Een aantal bezoekt het spreekuur van SDM. - 31 -
8.4
8.4.1
NACHTOPVANG EN WINTERREGELING
Nachtopvang
Ook hier speelt de zogenaamde regiobinding (twee jaar in Den Haag gewoond, gewerkt, enz.) een rol. In de nachtopvang van het LdH (Binckhorstlaan) verblijven geen MOE-landers. Volgens het LdH hebben MOE-landers geen recht op nachtopvang. Het is overigens een taak van het CCP om te bepalen wie wel en wie niet toegelaten kan worden in de opvang. De Kessler Stichting heeft in het passantenverblijf 75 plaatsen voor nachtopvang. Om verschillende redenen past de Kessler Stichting de regiobinding niet heel strikt toe. Na de winteropvang in de Kessler Stichting, waarvan veel MOE-landers gebruik hebben gemaakt, is een groepje MOE-landers blijven hangen. Het gaat om een groep van 20 à 30 mensen, veelal werkloos, verslaafd en met een broze gezondheid. De Kessler Stichting vindt het niet humaan deze mensen ’s nachts op straat te laten zwerven. 8.4.2
Winterregeling
In de strenge winter 2009/2010 heeft de gemeente middelen beschikbaar gesteld aan het LdH en de Kessler Stichting om iedereen die aanklopte een plek te bieden in de nachtopvang. De regiobinding werd tijdelijk opgeheven en ook mensen zonder legitimatie werden toegelaten. In de Kessler Stichting hebben veel MOE-landers gebruik gemaakt van de extra bedden in de nachtopvang. Men heeft daarvan geen registratie bijgehouden. Zoals eerder gezegd, zijn ongeveer 20-30 MOE-landers na de winter blijven hangen in de opvang. Het LdH bood winteropvang op de Binckhorstlaan en op de St. Barbaraweg (stretchers in de dagopvang). Het LdH heeft wel een registratie bijgehouden. Zie onderstaande tabellen. Op de St. Barbaraweg kwamen beduidend meer MOE-landers dan op de Binckhorstlaan. Dat heeft te maken met het feit dat op de Binckhorst doorgaans geen MOE-landers worden toegelaten in de (reguliere) nachtopvang. Tabel 7.1:
Totaal aantal gebruikers en de groep MOE-landers van de nachtopvang in de winterregeling 2009/2010 (locatie St. Barbaraweg) Totaal aantal gebruikers
waarvan MOElanders
Aandeel MOElanders van het totaal
December 2009
573
262
46%
Januari 2010
972
844
68%
Februari 2010
783
640
82%
Maart 2010
153
121
79%
totaal
2481
1867
75%
Bron: CCP; registraties Leger Des Heils, bewerking OIV
Aan het fors oplopende percentage MOE-landers in de winteropvang, kunnen we aflezen dat er gaandeweg sprake is geweest van verdringing van de ‘eigen Haagse dak- en thuislozen’. Het LdH bevestigt dit.
- 32 -
Figuur 10:
Gemiddeld aantal personen per nacht in winteropvang locatie St. Barbaraweg
December 2009
15 32 31
Januari 2010
36
Gemiddeld aantal MOElanders per dag
32
Februari 2010
39 30
Maart 2010
Gemiddeld aantal personen per dag van totaal
38
27
Totaal
36 0
10
20
30
40
50
Bron: CCP; registratie Leger Des Heils, bewerking OIV
Een enkeling is geweigerd voor de winteropvang. Dat had in alle gevallen te maken met onhanteerbaar agressief gedrag. Tabel 7.2: aantal geweigerde personen in de winterregeling (locatie St. Barbaraweg) Aantal personen geweigerd regulier
waarvan Moe-landers
December 2009
1
1
Januari 2010
4
1
Februari 2010
3
0
Maart 2010
0
0
Totaal
8
2
Bron: CCP; registratie Leger Des Heils
In de winteropvang op de Binckhorstlaan ging het om extra plaatsen bovenop de normale capaciteit. Tabel 7.3:
Totaal aantal gebruikers en de groep MOE-landers van de nachtopvang in de winterregeling 2009/2010 (locatie Binckhorst) Totaal aantal gebruikers
waarvan MOE- landers
Aandeel MOE-landers van het totaal
December 2009
219
63
29%
Januari 2010
567
120
21%
Februari 2010
444
73
16%
Maart 2010
84
23
27%
1314
279
21%
totaal Bron: CCP; registratie Leger Des Heils, bewerking OIV
- 33 -
Figuur 11:
Gemiddeld aantal personen per nacht dat gebruik gemaakt heeft van de winterregeling nachtopvang (locatie Binckhorst) 4
December 2009
12 5
Januari 2010
22
Gemiddeld aantal MOE- landers per dag
4
Februari 2010
22
Gemiddeld aantal personen per dag van totaal
5
Maart 2010
21 4
Totaal
19 0
5
10
15
20
25
Bron: CCP; registratie Leger Des Heils, bewerking OIV
Enkele mensen zijn geweigerd voor de winteropvang. Dat had in alle gevallen te maken met onhanteerbaar agressief gedrag. Tabel 7.4: aantal geweigerde personen in de winterregeling (locatie Binckhorst) Geweigerd regulier
Waarvan Moe-landers
December 2009
0
0
Januari 2010
1
0
Februari 2010
10
3
Maart 2010
0
0
totaal
11
3
Bron: CCP; registratie Leger Des Heils
- 34 -
9 Middelen- en alcoholgebruik Dit hoofdstuk wordt later verder ingevuld. Begin augustus 2010 komen verslavingsgegevens beschikbaar van Parnassia (PARC). Hier geven wij nu een samenvatting van een onderzoek dat OIV begin 2010 heeft uitgevoerd naar intraveneus drugsgebruik en spuitomruil.
8.1
INVENTARISATIE INTRAVENEUS DRUGSGEBRUIK EN SPUITOMRUIL
Begin 2010 heeft OIV op verzoek van de beleidsafdeling informatie verzameld over het intraveneuze drugsgebruik in Den Haag in relatie tot de behoefte aan de spuitomruil faciliteit van de GGD. Een belangrijk aandachtspunt in deze inventarisatie was het intraveneuze druggebruik onder nieuwe doelgroepen, waaronder de MOE-landers. OIV heeft interviews gehouden met een aantal hulpverleners en ervaringsdeskundigen in het veld. De resultaten zijn in een "advies" aan de wethouder aangeboden. Hieronder geven wij een beschrijving de inventarisatie, voor zover die betrekking heeft op MOElanders. Gebruikersruimte Er komen wel nieuwe mensen (ook MOE-landers) aan de deur met een hulpvraag. Veelal zijn zij geen doelgroep voor de gebruikersruimte. Ze worden niet toegelaten, omdat ze niet bekend staan als overlastveroorzakers in de buurt. Wel worden ze binnengenodigd voor een kop koffie om te kijken wat er precies aan de hand is. De cliënten die niet behoren tot de doelgroep worden zoveel mogelijk doorverwezen naar Parnassia, Zoutkeetsingel. De coördinator van de gebruikersruimte ziet in nieuwe aanloop een toename van het aantal Oostblokkers. Vaak gaat het om mensen met alcoholproblemen, minder vaak om drugsproblemen. De meesten hangen rond in de passantenverblijven en worden daar gewezen op het bestaan van de gebruikersruimte. Sinds ongeveer 2 jaar komen gemiddeld per maand 6 à 7 Oostblokkers hun spuiten ruilen op het Zieken. Zij willen niet naar binnen voor een gesprek. Het gaat om een vast klein clubje, vooral Polen en een enkele Roemeen en Tsjech. Allen ouder dan 35 en Duits sprekend. Ze brengen de dag door op de St. Barbaraweg (Leger des Heils). De coördinator van het Zieken spreekt over ‘grote kerels’, die met criminele bedoelingen naar Nederland zijn gekomen, daarin niet zijn geslaagd en nu in het daklozencircuit zitten. In de gebruikersruimte Van der Vennestraat komen geregeld 2 personen spuiten omruilen. Het gaat al met al om 10-15 spuiten per persoon per twee weken. Straatconsulaat De ‘ervaringsdeskundige’ van het straatconsulaat is opgevallen dat het aantal mensen uit het Oostblok dat op straat leeft, is toegenomen. Het gaat om drugsgebruikers, die overigens ook al in het land van herkomst gebruikten. Het zijn van huis uit ‘spuiters’, maar na enige maanden in Nederland op straat stapt het merendeel over op ‘folie’. Veelal op aanraden van Nederlandse gebruikers. Snuiven of roken is veiliger dan spuiten. De meeste Midden- en Oost- Europese gebruikers (die bekend zijn bij het straatconsulaat) gebruiken een mix van cocaïne en heroïne. Heroïne wordt toegevoegd omdat dit veel goedkoper is dan cocaïne. Het Haagse straatteam Het Haagse straatteam (GGD) heeft geen signalen opgevangen dat heroïnegebruik onder specifieke doelgroepen is toegenomen. Het voornaamste probleem onder MOE-landers is alcoholgebruik. Hoe groot het probleem precies is, kan het straatteam niet zeggen omdat men nauwelijks contact heeft met MOE-landers. De communicatie met MOE-landers gaat uiterst moeizaam, zo constateert het straatteam. Zoutkeetsingel (methadonproject Parnassia) Op de Zoutkeetsingel signaleerden medewerkers van het methadonproject het afgelopen jaar een nieuwe doelgroep van circa 50 mensen van buitenlandse afkomst. Het zijn veelal Portugezen en MOE-landers. De laatste groep neemt toe. Vrijwel allemaal waren ze al drugsverslaafd voordat ze naar Nederland kwamen. De meesten zijn hier naar toegekomen met het idee een ander leven op te bouwen, maar eenmaal in Nederland hebben ze al snel weer de ‘scene’ gevonden. Parnassia heeft niet de indruk dat ze naar Nederland komen voor de goede voorzieningen. - 35 -
- 36 -
10
Criminaliteit
In opdracht van de politie Haaglanden is in 2009 een strategische probleemanalyse gemaakt van Midden- en Oost Europeanen in Haaglanden. De centrale vraag is: wat is er, op basis van politie informatie, bekend over (commune) criminaliteit en overlast van Midden- en Oost Europeanen in de 3 regio Haaglanden . Hieronder geven wij een korte samenvatting van de belangrijkste uitkomsten. De instroom van Midden- en Oost Europeanen in de afgelopen jaren is gepaard gegaan met een stijging van het aantal verdachten en aanhoudingen van mensen uit deze migrantengroepen. In 2004 was 1,7% van alle verdachten in Haaglanden afkomstig uit Midden- en/of Oost Europa, in 2008 is dit aandeel gestegen naar 3,9%. De stijging van het aantal verdachten in 2008 blijft ver achter bij de stijging van het aantal ingeschreven MOE-landers: relatief bezien stijgt het aantal ingeschreven MOElanders met 31% in 2008 aanzienlijk meer dan het aantal verdachten (15%). Zowel in 2004 als in 2008 zijn relatief gezien de meeste verdachten uit Midden- en Oost Europa afkomstig uit Polen (zie tabel hieronder). Tabel 9.1: Aantal verdachte MOE-landers in regio Haaglanden naar land van herkomst (2004-2008) 2004
2005
2006
2007
2008
Totaal
%
Bulgarije
71
124
137
120
146
598
20
Estland
0
4
0
1
4
9
0
Hongarije
17
20
19
13
26
95
3
Letland
1
3
3
3
10
20
1
Litouwen
5
14
23
52
41
135
5
Polen
196
311
320
438
509
1774
60
Roemenie
13
29
28
46
41
157
5
Slovenië
1
3
2
5
4
15
1
Slowakije
14
20
22
34
37
127
4
Tsjechië
4
6
5
6
9
30
1
322
534
559
718
827
2960
100
Totaal
Bron: Politie Haaglanden, rapport Midden- en Oost Europeanen in Haaglanden 2009
Kenmerkend voor de criminaliteitsproblematiek van Midden- en Oost Europeanen in Haaglanden en vooral in Den Haag is de ruimtelijke concentratie: de meeste verdachten waarvan het woonadres bekend is, wonen in de bureaugebieden van Laak, de Heemstraat, Segbroek, Zuiderpark en het Westland. Deze ruimtelijke concentratie hangt in Den Haag sterk samen met de huisvestingssituatie van Midden- en Oost Europeanen. Zij vestigen zich vooral in de stadsdelen Centrum, Escamp en Laak (zie ook hoofdstuk 2.1). Relatief veel Midden- en Oost Europeanen worden aangehouden voor ‘rijden onder invloed’. Polen worden daarnaast relatief vaak aangehouden voor winkeldiefstal. Bulgaren vallen op door het plegen van winkeldiefstal, zakkenrollerij en softdrugs delicten. In 2008 worden Bulgaren relatief vaker aangehouden voor zakkenrollerij. Het delictpatroon van de overige Midden- en Oost Europeanen is gevarieerder. In 2008 zijn relatief veel minder verdachten uit overige Midden- en Oost Europeanen aangehouden voor vermogensmisdrijven zonder geweld, en meer verdachten voor rijden onder invloed. Eerder is al een toename geconstateerd van overlast wegens drankgebruik door Polen in de periode 2005-2007(zie figuur hieronder). Het aantal dag- en nachtrapporten waarin melding wordt gemaakt van deze vorm van overlast door Polen is ook in 2008 gestegen. Tevens blijkt dat in de eerste zes maanden van 2009 al 401 dag- en nachtrapporten zijn opgemaakt met betrekking tot Polen. Vergeleken met dezelfde periode in 2008 (toen 179 dag- en nachtrapporten), kunnen we spreken van een relatief sterke stijging (220%). 3
Midden- en Oost Europeanen in Haaglanden 2009, Politie Haaglanden, augustus 2009
- 37 -
Figuur 12: Aantal dag- en nachtrapporten overlast drankgebruik Midden- en Oost Europeanen in de regio Haaglanden 2005-2008
500 450 400 350 300 250 200
470
311
160 157
150 100 50 0
16 Polen
11
14
26
13
Bulgaren 2005
2006
2007
11
15
29
Overige landen 2008
Bij aanhoudingen in verband met overlast wegens drankgebruik gaat het vooral om Poolse mannen tussen de 25 en 44 jaar. De overlast door drankgebruik concentreert zich in enkele bureaugebieden, namelijk Laak, Hoefkade, de Heemstraat en Jan Hendrikstraat. Een deel van de toegenomen overlast door drankgebruik is volgens de analyse toe te schrijven aan een groeiend aantal dak- en thuislozen. Mogelijk dat deze groei samenhangt met de economische crisis.
- 38 -