Op het vlak van informatie uitwisseling tussen bedrijven valt veel te verbeteren. Veel van die verbeteringen vinden hun oorzaak in het niet goed op elkaar aansluiten van de verschillende softwaretoepassingen en vooral ook structuren. Zo worden er bijvoorbeeld verschillende namen voor dezelfde dingen of dezelfde namen voor verschillende dingen gebruikt. Daarnaast zijn er verschillende aggregatieniveaus van componenten van het schip. Dit leidt tot onduidelijkheden in de communicatie tussen de deelnemers aan een project. Bovendien staat dat een goede geautomatiseerde informatie uitwisseling in de weg. Niet alleen de informatie zelf is vaak onduidelijk, ook de informatiedragers verschillen. Er zijn tal van computerprogramma’s die verschillende formaten gebruiken voor de opslag van gegevens. Die formaten zijn vaak niet onderling uitwisselbaar. De informatie adapter moet een oplossing bieden voor deze problemen. Het ideaal is dat informatieoverdracht zonder misverstanden geautomatiseerd plaatsvindt. Een van de belangrijkste zaken in de communicatie tussen partijen is dat ze met dezelfde term ook hetzelfde bedoelen en het in zijn context begrepen wordt. Een essentieel onderdeel van de informatie adapter is dan ook een “woordenboek”. Dit woordenboek bevat naast duidelijke definities ook een gestructureerde beschrijving hoe termen onderling samenhangen. Door dit laatste krijgt een term ook een stuk betekenis (semantiek) mee. Ieder bedrijf kan dan zijn eigen vertaling maken van termen uit het woordenboek naar termen die men zelf gebruikt. Door de inzet van de informatie adapter kan ieder bedrijf zijn eigen taal blijven spreken en hoeft men t.b.v. de communicatie niet haar eigen systemen te wijzigen. De informatie adapter vormt de basis voor een groot deel van het programma Integraal samenwerken. Het zal niet alleen de bouwfase ondersteunen, maar wordt doorontwikkeld om ook in de operationele fase van het schip een goed bruikbaar hulpmiddel zijn. Op die manier kan een reder het in de toekomst toepassen om met leveranciers en reparateurs van componenten en installaties te communiceren.
1
P8 (Informatie Adapter) richt zich op het faciliteren van digitale datacommunicatie in de Nederlandse scheepsbouw tussen organisaties, mensen en hun systemen. Als randvoorwaarde is daarbij gesteld dat verandering van werkwijze, coderingssystematiek of gebruikte software niet nodig moet zijn mits deze voldoende vastgelegd zijn. In eerste instantie zijn de P8-activiteiten met name toegespitst op het samenstellen van een moederlijst en een woordenboek. Voor een goede vastlegging van het woordenboek en vooral een goede (toekomstige) ondersteuning van de communicatie tussen bedrijven is een generiek onderliggend concept nodig. Daartoe is de keuze gemaakt voor het gedachtegoed van ISO15926. Als aanvulling op deze ISO initiatieven, is in internationaal verband een “generieke taal” Gellish ontwikkeld, waarin uit te wisselen informatie wordt beschreven. Hiermee is het mogelijk zowel een pomp als een elektrische installatie ondubbelzinnig te beschrijven. De keuze voor ISO 15926/Gellish is een principiële keuze over de wijze waarop uit te wisselen informatie gestructureerd wordt. Ze sluit aan bij hetgeen er vanuit Euromind is voorgesteld. Vanwege de rol van de Informatie Adapter is deze keuze ook van toepassing voor de meeste andere IS-projecten (met name P3 kennismanagement, P5 -procesbeheersing, P6 -3D informatiewijzer, P7 -4D voortgangsregistratie en P9 -lifecycle engineering). De wijze waarop uit te wisselen informatie beschreven wordt, dient dan ook onderling afgestemd te worden en conform de gekozen methodiek te zijn. Moederlijst, woordenboek en de keuze voor ISO/Gellish betreffen vooral wat er uitgewisseld wordt en hoe dat technisch gebeurt. Maar ze zeggen nog niets over in welke infrastructuur uitwisseling plaatsvindt en hoe het organisatorisch ingebed wordt. Daarom is de behoefte ontstaan om vanuit P8 ook bij te dragen aan: - Aansluiting van de ontwikkelde en te ontwikkelen hulpmiddelen bij de praktijk. Hierbij gaat het erom de P8-ontwikkelingen te testen in de dagelijkse scheepsbouwpraktijk en vast te stellen of en in hoeverre ze werken binnen een gegeven (niet noodzakelijkerwijs aan te passen) organisatorische context; - Inbedding van de ontwikkelde en te ontwikkelen hulpmiddelen in een passende IT- en beheersinfrastructuur. Hierbij gaat het erom een mogelijke architectuur te beschrijven die niet alleen recht doet aan de technologie maar ook tegemoet komt aan randvoorwaarden van confidentialiteit van gegevens, gewaarborgde toegankelijkheid, onderhoud, etc.
2
De informatie adapter vormt de basis voor uitwisseling van digitale informatie in projecten waarbij de volgende uitgangspunten gekozen worden: - De uitgangspunten zoals geformuleerd in het startdocument Integraal Samenwerken van 1 augustus 2008. - Het woordenboek maakt onderdeel uit van de universele informatieadapter. - Als het gaat om de onderliggende structuur van het woordenboek is binnen het Programma Integraal Samenwerken project P8 in de lead. - De onderliggende structuur van het woordenboek baseren we op het gedachtegoed van ISO/Gellish zoals dat is besproken op 13 maart 2009. Dit om maximaal voorbereid te zijn op verdere toekomstige benutting van hetgeen wordt opgezet. - Ieder project binnen IS verzamelt, daar waar van toepassing, informatie t.b.v. het woordenboek. Het is P8 wat de regie heeft als het gaat om het vastleggen van informatie binnen Relatics, dit om allerlei afstemmingen over het gebruik/onderhoud van het gereedschap te voorkomen. Op die manier hoeven we ook niet alle P’s in alle facetten op te leiden. Wel dient P8 anderen op te leiden in het ontsluiten/gebruiken van het gereedschap. De andere P’s hebben als taak de benodigde informatie op een volledige en gestructureerde wijze aan te leveren. - De Informatie Adapter heeft geen geheugen. Hiermee willen we zeggen dat ze geen functionaliteit bevat die het mogelijk maakt analyses te plegen over het schip. Deze functionaliteit (zoals gewichtsbepaling of stabiliteitsbepaling) blijft onderdeel van de verschillende applicaties die de participanten inzetten (CAD, ERP, planning, etc). De Informatie Adapter bevat wel functionaliteit aangaande de communicatie. Hiermee worden o.a. zaken als traceerbaarheid en herstartbaarheid bedoeld.
3
De eerste proefopstelling betreft de participanten Damen Schelde Naval Shipbuilding (DSNS) en Heinen & Hopman. Wat we voor ogen hebben komt globaal op het volgende neer: In deze eerste proefopstelling worden steeds volledige sheets, van uit te wisselen HVAC informatie via internet en gebruik makend van het woordenboek, uitgewisseld. Ten aanzien van het uitwisselingsproces is DSNS in de lead. DSNS initieert welke informatie op welk moment wordt uitgewisseld en bepaalt of wijzigingen worden doorgevoerd. Op die manier wordt op één plek bepaald wat de status van de informatie is. Kenmerk van deze oplossing is dat deze laagdrempelig is maar wel een verbetering biedt t.o.v. de huidige situatie nl. eenduidige betekenisgeving van uitgewisselde informatie via het neutrale woordenboek. Resultaat van deze opstelling is een in de praktijk werkend HVAC woordenboekmechanisme. Dit zal weliswaar functioneel nog beperkt zijn in zijn communicatieondersteuning maar het maakt goed zichtbaar welke rol het woordenboek heeft en hoe het mechanisme kan werken. Deze opstelling geeft ook de andere deelnemende bedrijven een eerste doorkijk in de werking van de informatie adapter. Daarnaast levert deze opstelling inzicht in het op systeem – systeem niveau “verstaan” van elkaar. Activiteiten: -Afstemmen van verwachtingen met betrokken participanten en maken van taakafspraken -Opstellen criteria over wanneer de opstelling als geslaagd mag worden beschouwd. •Afbakenen wat wel en wat niet wordt gerealiseerd binnen opstelling 1 •Opstellen van een plan waaruit duidelijk blijkt wanneer wat wordt opgepakt en opgeleverd. •Ontwerpen van benodigde functionaliteit •Realiseren van de benodigde software •Vullen woordenboek voor situatie-specifieke gegevens •Testen en implementeren, Gebruiken en Evalueren
4
Deels parallel aan de 1e proefopstelling gaan wordt gewerkt aan een 2e proefopstelling. Bij de start van de 2e opstelling bepalen we in overleg met de deelnemers aan de 2e opstelling de exacte inhoud. Vooralsnog hanteren we de volgende uitgangspunten voor de 2e opstelling: - De werf is in de lead, in dit geval Merwede Shipyard (IHC). De andere betrokken bedrijven zijn Croon en Bakker Sliedrecht. - Het woordenboek is gevuld met de eerste verzameling E-informatie. - Belangrijk onderscheid met de 1e opstelling is dat de informatie-uitwisseling plaatsvindt op basis van selectieve deellijsten (deelsheets). Met selectief bedoelen we hierbij dat het een gedeelte van de beschikbare attributen betreft die met een andere partij worden uitgewisseld. - Uitgewisselde informatie wordt automatisch verwerkt (o.b.v. automatische mapping) naar en vanuit de achterliggende systemen. De haalbaarheid hiervan is in belangrijke mate afhankelijk van de mogelijkheden van de achterliggende systemen. Centraal in de 2e opstelling staat het vormgeven aan de procesondersteuning van het splitsen en collecteren van informatie. De vormgeving hiervan zal een van de eerste onderwerpen zijn die ter hand genomen gaan worden. De mate waarin en de wijze waarop aan deze procesondersteuning vormgegeven wordt trachten we zo veel als mogelijk aan te laten sluiten met de ontwikkelingen van de ISO standaard. De exacte invulling van de 2e proefopstelling zal mede gebaseerd worden op de afbakening en ervaringen met de 1e opstelling. Kenmerk van deze oplossing is dat het een verbetering biedt t.o.v. de huidige situatie op de punten “eenduidige betekenisgeving” en “efficiëntere uitvraag”. De efficiëntiewinst resulteert uit een automatische verwerking in de achterliggende systemen waardoor het proces van doorvoeren van wijzigingen sneller verloopt. Resultaat van deze opstelling is geautomatiseerde uitvraag en verwerking van HVAC en E informatie. De proefopstelling is weliswaar functioneel nog beperkt tot de situatie dat een werf in de lead is, maar omvat in zijn kern wel een volledig werkende Informatie adapter.
5
Team Woordenboek: Binnen dit team liggen alle activiteiten welke een directe relatie hebben met de inhoud en structuur van woordenboek. De volgende activiteiten uit de vorige hoofdstukken zijn hierin ondergebracht: 1. Verzamelen HVAC en E informatie; 2. Informatiebeheer en afstemming andere P’s; 3. Instrueren en beschikbaar stellen. Team Proefopstellingen: Dit team voert de activiteiten uit gericht op het realiseren van de twee proefopstellingen. Hierbij gaat het om de activiteiten zoals benoemd in de vorige hoofdstukken: 1. Proefopstelling 1, HVAC uitwisseling basisvorm; 2. Proefopstelling 2, splitsen en collecteren Projectgroep - Vertegenwoordigers participanten: Geven richting aan de ontwikkeling van P8. Zorgen voor draagvlak binnen de eigen (participant) organisatie. Informeert de achterban. Elk van de leden van deze groep is eerste aanspreekpunt voor P8 vanuit participant. Team ICT Architectuur: Definiëren ICT architectuur en leveren advies aan andere projectonderdelen. Team ICT & Relatics ondersteuning: Vanuit specifieke ICT- en Relatics-kennisgebieden levert dit team ondersteuning aan de andere projectonderdelen. Als het om ICT ondersteuning gaat is de verwachting dat vanuit een van de participanten een aanspreekpunt beschikbaar wordt gesteld die bij voorkomende operationele problemen zaken kan (laten)oplossen. Projectleider: Coördineert de werkzaamheden van alle genoemde teams. Zorgt voort afstemming met de andere P’s. Bewaakt de voortgang en budget en stelt de stuurgroeprapportages samen. Voorzitter: Legt in formele zin verantwoording af aan stuurgroep en subsidieverstrekker. Is een eerste aanspreekpunt voor de projectleider. De voorzitter heeft ook tot taak participanten aan te spreken op hun betrokkenheid.
6