STUDENTENSTATUUT FONTYS HOGESCHOLEN Opleidingsspecifiek deel van de OER Bachelor Lifestyle Opleidingscode: 39200 Opleidingsvorm: voltijd van Fontys Academy for Creative Industries (25)
Het Studentenstatuut bevat de rechten en plichten van de studenten, die voortvloeien uit de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) en bestaat uit een instellingsspecifiek deel en een opleidingsspecifiek deel per opleiding. Dit studentenstatuut geldt onder voorbehoud van wijzigingen in wet- en regelgeving door de overheid.
Het Studentenstatuut geldt niet integraal voor studenten van de Juridische Hogeschool Avans-Fontys.
September 2010
Inhoudsopgave A.
Studieopbouw en ondersteunende faciliteiten
1.1 1.2 1.3
Opzet, organisatie en uitvoering van het onderwijs Studentenvoorzieningen Studiebegeleiding
B.
Onderwijs- en examenregeling
C.
Interne klachtenprocedure
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
2
A.
Studieopbouw en ondersteunende faciliteiten
1.1 Opzet, organisatie en uitvoering van het onderwijs Informatie over de opzet, de organisatie en de uitvoering van het onderwijs is te vinden op de volgende plaatsen: - de digitale studiegids van de opleiding - de Onderwijs- en Examenregeling (zie onder B.) -
op de informatiesite van de Academy for Creative Industries: www.fontys.nl/lifestyle.elo.fontys.nl.n@tschool waarop de opzet en organisatie in een algemeen deel wordt gepubliceerd. De bij de uitvoering horende informatie als studiehandleidingen, readers, roosters etc worden gepubliceerd op een specifiek, op het onderwijs gerichte deel gepubliceerd.
1.2 Studentenvoorzieningen Informatie over studentenvoorzieningen is te vinden op de volgende plaatsen: - het instellingsdeel van het Studentenstatuut van Fontys (www.fontys.nl/regelingen) - de website van de afdeling Studentenvoorzieningen - de digitale studiegids van de opleiding
-
op de informatiesite van de Academy for Creative Industries: www.fontys.nl/lifestyle en op
[email protected], geheten n@tschool, waar informatie over de studentvoorzieningen in het algemeen deel worden gepubliceerd.
1.3 Studiebegeleiding Informatie over studiebegeleiding is te vinden op de volgende plaatsen: - de Onderwijs- en Examenregeling (zie onder B.) - de digitale studiegids van de opleiding
-
op de informatiesite van de Academy for Creative Industries: www.fontys.nl/lifestyle en op
[email protected], geheten .n@tschool, waarop informatie over de studiebegeleiding wordt gepubliceerd
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
3
B.
ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING FONTYS HOGESCHOLEN
ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING FONTYS HOGESCHOLEN
ALGEMEEN DEEL BACHELOROPLEIDINGEN vastgesteld door de Raad van Bestuur, op 18 april 2005, na instemming van de studentenfractie van de CMR, op 7 april 2005, ten behoeve van competentiegestuurde en vraaggerichte opleidingen die een major-minor indeling kennen. Herziening studiejaar 2006-2007, vastgesteld door de Raad van Bestuur, op 20 februari 2006, met instemming van de studentenfractie van de CMR Herziening studiejaar 2007-2008, vastgesteld door de Raad van Bestuur, op 26 februari 2007, met instemming van de studentenfractie van de CMR Herziening studiejaar 2008-2009, vastgesteld door de Raad van Bestuur, op 18 februari 2008 en 26 mei 2008, met instemming van de studentenfractie van de CMR Herziening studiejaar 2009-2010, vastgesteld door de Raad van Bestuur, op 10 februari 2009 met instemming van de studentenfractie van de CMR Herziening studiejaar 2010-2011, vastgesteld door de Raad van Bestuur, op 23 februari 2010 met instemming van de studentenfractie van de CMR
Dit algemene deel van de OER geldt niet voor studenten van de Juridische Hogeschool Avans-Fontys.
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
4
INHOUDSOPGAVE PARAGRAAF 1 ALGEMENE BEPALINGEN.............................................................................................................. 7 ARTIKEL 1 BEGRIPSBEPALINGEN .................................................................................................................................... 7 ARTIKEL 2 KENMERKEN VAN DE OPLEIDING ................................................................................................................. 15 PARAGRAAF 2 GRONDSLAG, COMPETENTIES EN BEROEPSVEREISTEN....................................................... 15 ARTIKEL 3 GRONDSLAG, COMPETENTIES EN BEROEPSVEREISTEN ..................................................................................... 15 PARAGRAAF 3 VOOROPLEIDING EN TOELATING TOT DE OPLEIDING....................................................... 16 ARTIKEL 4 TOELATINGSEISEN BACHELOROPLEIDING...................................................................................................... 16 ARTIKEL 5 NADERE EISEN BEZITTERS BUITENLANDSE DIPLOMA’S..................................................................................... 17 ARTIKEL 6 VRIJSTELLING OP GROND VAN TOELATINGSONDERZOEK (21+REGELING) ....................................................... 17 ARTIKEL 7 EISEN WERKKRING .................................................................................................................................... 18 ARTIKEL 8 INTAKE ASSESSMENT .................................................................................................................................. 19 PARAGRAAF 4 INHOUD VAN DE OPLEIDING EN DE EXAMENS .................................................................... 19 ARTIKEL 9 OVERZICHT ONDERWIJSEENHEDEN EN STUDIEPUNTEN .................................................................................. 19 ARTIKEL 10 MINORS EN ANDERE SPECIALE PROGRAMMA’S ............................................................................................ 23 ARTIKEL 11 BESTUURLIJKE ACTIVITEITEN .................................................................................................................... 24 ARTIKEL 12 ONDERWIJSACTIVITEITEN ........................................................................................................................ 24 PARAGRAAF 5 EXAMENCOMMISSIE, EXAMINATOREN EN TOETSING ........................................................ 28 ARTIKEL 13 EXAMENCOMMISSIE ................................................................................................................................. 28 ARTIKEL 14 EXAMINATOREN ..................................................................................................................................... 30 ARTIKEL 15 VOLGORDE VAN TOETSEN EN COMPETENTIES ............................................................................................. 30 ARTIKEL 16 VORMEN VAN TOETSING EN TOETSINGSCRITERIA ........................................................................................ 31 ARTIKEL 17 PROCEDURE VOOR TOETSEN ..................................................................................................................... 33 ARTIKEL 18 EISEN BEWIJSMATERIAAL COMPETENTIE-EXAMEN ........................................................................................ 35 ARTIKEL 19 PROCEDURE VOOR COMPETENTIE-EXAMENS............................................................................................... 35 ARTIKEL 20 TOETSING MINORS .................................................................................................................................. 37 ARTIKEL 21 VERHINDERING VAN DEELNAME AAN TOETSEN / COMPETENTIE-EXAMEN ...................................................... 37 ARTIKEL 22 HERKANSING.......................................................................................................................................... 37 ARTIKEL 23 GELDIGHEIDSDUUR BEHAALDE TOETSEN, MINORS EN COMPETENTIENIVEAUS ................................................. 38 ARTIKEL 24 BIJZONDERE VOORZIENINGEN VOOR STUDENTEN MET EEN FUNCTIEBEPERKING ............................................. 38 PARAGRAAF 6 VRIJSTELLINGEN ......................................................................................................................... 38 ARTIKEL 25 VRIJSTELLING VAN DE PROPEDEUSE ........................................................................................................... 38 ARTIKEL 26 VRIJSTELLING ......................................................................................................................................... 38 PARAGRAAF 7 STUDIEBEGELEIDING, STUDIEVOORTGANG EN STUDIEADVIES....................................... 39 ARTIKEL 27 STUDIELOOPBAANBEGELEIDING ................................................................................................................ 39 ARTIKEL 28 STUDIEVOORTGANG ................................................................................................................................ 40 ARTIKEL 29 STUDIEADVIES ........................................................................................................................................ 40 ARTIKEL 30 AANVULLENDE BEPALINGEN AFWIJZEND STUDIEADVIES ............................................................................... 42 PARAGRAAF 8 AFSLUITING OPLEIDING, GETUIGSCHRIFT, DOORSTROOM ............................................. 43 ARTIKEL 31 UITSLAG VAN EXAMENS, GETUIGSCHRIFT, VERKLARING, VERMELDING “MET LOF” ......................................... 43 ARTIKEL 32 DOORSTROOM ................................................................................................................................. 44 PARAGRAAF 9 UITVOERINGSREGELING EXAMENCOMMISSIE ..................................................................... 44 ARTIKEL 33 GANG VAN ZAKEN RONDOM SCHRIFTELIJKE TOETSEN.................................................................................. 44 ARTIKEL 34 GANG VAN ZAKEN RONDOM MONDELINGE TOETSEN .................................................................................. 45 ARTIKEL 35 GANG VAN ZAKEN RONDOM ANDERE VORMEN VAN TOETSEN ..................................................................... 45 ARTIKEL 36 GANG VAN ZAKEN RONDOM COMPETENTIE-EXAMENS................................................................................. 45 ARTIKEL 37 GANG VAN ZAKEN VOORAFGAAND AAN, TIJDENS EN NA TOETSEN / COMPETENTIE-EXAMENS .......................... 46 ARTIKEL 38 ONREGELMATIGHEDEN EN FRAUDE ........................................................................................................... 46
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
5
PARAGRAAF 10 BEWARING EN HARDHEIDSCLAUSULE ................................................................................. 46 ARTIKEL 39 BEWARING ............................................................................................................................................. 46 ARTIKEL 40 HARDHEIDSCLAUSULE ............................................................................................................................. 47 PARAGRAAF 11 SLOT- EN INVOERINGSBEPALINGEN .................................................................................... 47 ARTIKEL 41 INWERKINGTREDING, WIJZIGING, BEKENDMAKING EN CITEERTITEL .............................................................. 47 ARTIKEL 42 OVERGANGSBEPALINGEN ......................................................................................................................... 48 ARTIKEL 43 ONVOORZIENE GEVALLEN ........................................................................................................................ 48
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
6
Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen1 Aanbevolen minor
Als voor een bacheloropleiding aangetoond is dat voor het verwerven van de startcompetenties van de bacheloropleiding meer ruimte in studielast nodig is dan de studielast ter waarde van 180 studiepunten die voor de major beschikbaar zijn, kan een ‘aanbevolen minor’ met een studielast ter waarde van maximaal 30 studiepunten benoemd worden. Aanbevolen minors zijn niet verplicht. Dat wil zeggen dat de student voor een andere minor kan kiezen op voorwaarde dat zijn keuze door de examencommissie wordt geaccordeerd, opdat zijn opleiding gewaarborgd blijft. Een minor kan aanbevolen zijn als er sprake is van een overtuigende externe legitimatie, een dubbele doelstelling van de opleiding of een zodanig verbrede major dat specialisering extra tijd vraagt. Met ingang van het studiejaar 2008-2009 wordt het begrip aanbevolen minor niet meer gebruikt. Zie ook: differentiatieminor.
Accreditatie
Het keurmerk dat tot uitdrukking brengt dat de kwaliteit van een opleiding positief is beoordeeld (artikel 1.1 sub s WHW).
Afstudeerfase
De laatste fase van de opleiding, Meesterschap, die volgt op de hoofdfase (Vakmanschap)
Afstudeerrichting
Een specialisatie binnen een bacheloropleiding.
Afstudeervariant
Een differentiatie binnen een bacheloropleiding.
Ambacht
De naam van de propedeutische fase van de opleiding, die voorafgaat aan de hoofdfase (Vakmanschap).
Assessment
Verzamelnaam voor toetsen die gericht zijn op het beoordelen van competenties in zo authentiek mogelijke beroepssituaties. Zie ook exit assessment, intake assessment en competentie-examen
Assessment-matrix
Model, verstrekt door de opleiding, dat de student hanteert bij het vullen van zijn portfolio.
Assessor
Examinator, degene die in een assessment beoordeelt in welke mate de student competenties heeft verworven.
Associate degree (programma)
Het associate degree is een tussenniveau in het hoger beroepsonderwijs tussen ‘mbo-4’ en ‘hbo-bachelor’.
Bacheloropleiding
Zie hbo-bacheloropleiding. Waar in deze regeling wordt gelezen bacheloropleiding, kan ook gelezen worden associate degree programma, tenzij expliciet anders vermeld.
Beroepsvereisten
Vereisten die voor de uitoefening van een bepaald beroep op grond van een wettelijk voorschrift worden gesteld. (artikel 7.6 van de Wet). Tot deze vereisten behoren die welke zijn neergelegd in de Richtlijnen van de Raad van de EG ten aanzien van artsen, verpleegkundigen, tandartsen, dierenartsen,
1
De cursieve passages in deze begrippenlijst betreffen opleidingsspecifieke begrippen
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
7
architecten en apothekers. Betrouwbaarheid
Een voldoende nauwkeurige meting. Een toets is betrouwbaar als het meetinstrument bij herhaalde afname dezelfde waarden meet.
CMR
Centrale Medezeggenschapsraad
Cohort
De groep studenten die op dezelfde peildatum en voor de eerste maal is ingeschreven voor een opleiding waarop de op dat moment geldende OER van toepassing is.
College van beroep voor de examens
Het College van beroep zoals bedoeld in de artikelen 7.60 t/m 7.63 van de Wet en zoals bedoeld in de artikelen 43, 45 en 46 van het Studentenstatuut. Inrichting, taken en bevoegdheden zijn geregeld in het door het College vastgestelde Reglement van orde en door de Raad van Bestuur vastgesteld.
Competentie
Een cluster van verwante kennis, vaardigheden en houdingen die van invloed is op een belangrijk deel van iemands taak, die samengaat met de prestatie op de taak, die kan worden gemeten en getoetst aan aanvaardbare normen en die kan worden verbeterd door middel van training en ontwikkeling.
Competentie-examen
Assessment waarbij competenties in zo authentiek mogelijke situaties getoetst worden. In dit assessment gaat het om een integrale beoordeling, waarna studiepunten behorende bij de competenties kunnen worden toegekend (zie artikel 16 lid 4). Een competentie-examen is een verzameling tentamens in de zin van de Wet.
Competentiegestuurd onderwijs
Onderwijs dat wordt gestuurd door de te verwerven startcompetenties.
Competentieniveau
Aanduiding van het niveau waarop de competentie beheerst wordt. Aan elk niveau van een competentie worden studiepunten gekoppeld.
Criteriumgericht interview
Een vast onderdeel (naast de beoordeling van het portfolio) van de competentieexamens, dat is bedoeld om het competentiebeheersingsniveau van de student beoordelen.
CROHO
Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs, waarin alle opleidingen zijn vermeld, die, indien met voldoende resultaat zijn afgelegd, een officieel getuigschrift HBO-onderwijs opleveren met de daarbij behorende graad (associate degree, bachelor of master) als bedoeld in artikel 6.13 van de Wet.
Curriculum
Samenhangend geheel van onderwijsactiviteiten die een student volgt in het kader van zijn opleiding.
Deeltijdse opleiding
Een opleiding, die zodanig is ingericht dat rekening is gehouden met de mogelijkheid dat de student ook in beslag kan worden genomen door andere werkzaamheden dan onderwijsactiviteiten.
Deficiëntie
Tekort(en) in de vereiste vooropleiding.
Differentiatieminor
Minor die betrekking heeft op een specialisatie binnen een beroepscontext. De student is tijdens zijn bachelorstudie verplicht uit de lijst van differentiatieminors voor zijn bacheloropleiding een keuze te maken, indien deze lijst in het opleidingspecifieke deel van de OER is opgenomen. Met ingang van het studiejaar 2009-2010 wordt het begrip differentiatieminor niet
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
8
meer gebruikt. Diploma supplement
Document dat aan het getuigschrift wordt toegevoegd, waarop wordt vermeld de aard, het niveau, de context, de inhoud en de status van de opleiding, als vermeld in artikel 7.11 lid 4 van de Wet.
Domein
Binnen de opleiding synoniem voor Lifestyle; het geheel van de zes onderscheiden sectoren die bepalend zijn voor hoe mensen hun eigen leven op eigen wijze inrichten: Food, Health, Leisure, Human Movement, Living en Appearance.
Duale opleiding
Een opleiding, die zodanig is ingericht dat het volgen van onderwijs gedurende één of meer periodes wordt afgewisseld met beroepsuitoefening in verband met dat onderwijs. De opleiding bestaat uit een onderwijs- en een beroepsuitoefeningsdeel. De beroepsuitoefening is onderdeel van het onderwijsprogramma van de opleiding.
DUO
Dienst Uitvoering Onderwijs (voorheen IB-groep)
ECTS
European Credit Transfer System. Het systeem om de studiepunten aan te duiden zodanig dat internationale vergelijking mogelijk is. Zie ook: studiepunt
ELO
Elektronische leeromgeving
EVC
Eerder of elders verworven competenties.
Examen
Afsluiting van een propedeutische fase van een bacheloropleiding of van een associate degree, bachelor- of masteropleiding als bedoeld in de artikelen 7.10b lid 3, 7.3 lid 3, 7.8 lid 3 en 7.10 lid 2 van de Wet. Het afsluitend examen kan tevens omvatten een aanvullend onderzoek dat door de examencommissie zelf wordt verricht zoals bedoeld in artikel 7.10 lid 2 van de Wet.
Examencommissie
Het college van personen als bedoeld in artikel 7.12 van de Wet.
Examinator
Lid van het personeel, door de examencommissie aangewezen voor het afnemen van tentamens en het vaststellen van de uitslag daarvan, alsmede deskundigen van buiten de instelling, als bedoeld in artikel 7.12c van de Wet.
Exit assessment
Deel van een competentie-examen dat op verzoek van de student plaats vindt als hij tussentijds met zijn opleiding wenst te stoppen.
FOS commissie
Commissie die door de Raad van Bestuur belast is met de uitvoering van de Regeling Financiële ondersteuning studenten (FOS-regeling).
FOS-regeling
Regeling betrekking hebbende op ondersteuning aan studenten van Fontys, in de vorm van toekenning van afstudeersteun, bestuursbeurs of vacatiegeld uit het profileringsfonds. http://www.fontys.nl/facilitairbedrijf/regelingen.28049.htm.
Fraude
Elk handelen (waaronder het plegen van plagiaat), of nalaten, dat het op de juiste wijze vormen van een oordeel over iemands kennis, inzicht, vaardigheden, competenties, (beroeps)houding, reflectie e.d. geheel of gedeeltelijk onmogelijk maakt.
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
9
Grondslag
Elke opleiding wordt aangeboden op de grondslag algemeen bijzonder (ab) of rooms katholiek (rk) of protestants christelijk (pc) dan wel een combinatie van algemeen bijzonder, rooms katholiek en protestants christelijk (ab/pc/rk). De grondslag is gekoppeld aan een opleiding en te vinden in de bijlage van de Statuten van Fontys en genoemd in het CROHO zoals opgenomen op de website van Juridische Zaken.
HBO-bachelor opleiding
Een initiële beroepsopleiding die aansluit op het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs en is geregistreerd in het CROHO. Zie ook: voltijdse opleiding, duale opleiding, deeltijdse opleiding.
HBO-master-opleiding
Een initiële dan wel postinitiële opleiding volgend op een bacheloropleiding, als bedoeld in artikel 7.3, 7.3a lid 2 sub b en 7.3b sub b van de Wet.
Hogeschool2
De bijzondere instellingen zoals opgenomen in de bijlage behorende bij de Wet. Aan elke hogeschool is een BRIN nummer3 gekoppeld. BRIN nummer Fontys Hogescholen Eindhoven 15 CL Fontys Hogescholen ’s-Hertogenbosch 22 BP Fontys Hogescholen PABO Limburg 17 XA Fontys Hogescholen Sittard 22 BQ Fontys Hogescholen Tilburg 22BO Fontys Hogescholen Venlo 21 WO Fontys Hogescholen PABO Eindhoven 10 KK Fontys Pedagogisch Technische Hogeschool 22 JA Fontys Hogeschool Aangewezen opleidingen 28 CC
Honours programma
Het honoursprogramma is een extra programma van 20 studiepunten dat door geselecteerde studenten gevolgd kan worden naast hun reguliere bacheloropleiding
Hoofdfase
De voorlaatste fase van de opleiding, Vakmanschap, die volgt op de propedeuse (Ambacht)
IELTS
International English Language Testing System, instrument ten behoeve van het vaststellen van de taalvaardigheid in de Engelse taal.
IMR
Instituutsmedezeggenschapsraad.
Instelling
De Stichting Fontys, waartoe behoren de bekostigde en onbekostigde instellingen zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Wet.
Instellingsbestuur
Raad van Bestuur van de Stichting Fontys.
Instituut
De organisatorische eenheid die één of meerdere opleidingen verzorgt binnen Fontys en indien van toepassing extern aangeduid wordt met Hogeschool.
Instituutsdirecteur
Het personeelslid dat belast is met de leiding van een instituut van Fontys.
Intake assessment
Assessment dat op verzoek van de student plaats vindt voor aanvang van de
2 Formele indeling noodzakelijk voor onder meer getuigschriften, studiefinanciering en bekostiging, aanmelding en inschrijving 3 BRIN-nummer is het registratienummer voor onderwijsinstellingen
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
10
opleiding als de student denkt te beschikken over eerder verworven competenties. Intakedag
Een dag, georganiseerd voor de kandidaat-studenten voor de start van het cursusjaar. Tijdens die dag worden hun motivatie, beroepshouding en ervaring in beeld gebracht en na afloop krijgen de kandidaten een positief of negatief studie-advies.
Lifestyle Factory
Een praktijkleeromgeving, waarin studenten werken aan opdrachten die door de opleiding of door hen zelf in het werkveld verworven worden.
Lifestyle Professional
Benaming voor de afgestudeerde aan de bachelor of Lifestyle, die is gespecialiseerd in de kerntaken trends analyseren en concepten ontwikkelen binnen de zes lifestyle-sectoren.
Lifestyleweken
Vier vaste weken per kalenderjaar, waaraan studenten van alle opleidingsfases deelnemen. Tijdens deze Lifestyleweken zijn er ook herkansingsmogelijkheden voor toetsen. De eerste Lifestyleweek in de propedeuse is tevens een oriëntatieweek. Voor stagiaires zijn er tijdens deze Lifestyleweken ook terugkomactiviteiten georganiseerd.
Major
Dat deel van een bacheloropleiding met een studielast van 210 of 180 studiepunten dat bijdraagt aan de competenties van een bacheloropleiding en rechtstreeks verband houdt met de registratie van de opleiding(en) in het CROHO.
Medezeggenschapsraad
De raad of raden als bedoeld in het Medezeggenschapsreglement Fontys, zoals bedoeld in artikel 10.17 van de Wet.
Meester
Een begeleider/coach uit het werkveld die de student zelf zoekt binnen de context van de praktijkleeromgeving Lifestyle Factory. Deze Meester begeleidt de student bij zijn praktijkopdrachten en bij zijn persoonlijke ontwikkeling naar een startbekwame beroepsbeoefenaar.
Meester-Gezel Programma
Een verplichte activiteit binnen de context van de Lifestyle Factory. Een student zoekt tijdens de eerste fase van de propedeuse (Ambacht) zelf een Meester in een lifestyle-sector en/of beroepsrol naar keuze. Na 2,5 jaar kan de student eventueel een nieuwe Meester zoeken, die bijvoorbeeld beter aansluit bij de inhoudelijke specialisatie. De naam van de laatste fase van de opleiding, die volgt op de hoofdfase (Vakmanschap)
Meesterschap Minor
Deel van een bacheloropleiding met een studielast van 30 studiepunten dat bijdraagt aan de algemene hbo-competenties of de specifieke beroepscompetenties (verbreding of verdieping). Elke bacheloropleiding bestaat uit een major en één of twee te kiezen minors. Zie ook: aanbevolen minor, vrije minor, differentiatieminor
Minorregeling
Regeling waarin is beschreven de inhoud, de onderwijsactiviteiten, de toetsing en de afronding van de minor. Alle minorregelingen zijn te vinden via de website van Fontys (www.fontys.nl/minors).
Nt2-diploma
Diploma van het officiële Staatsexamen Nt2 (Nederlandse Taal als tweede taal) waarvan het programma II als richtlijn geldt voor de toelating tot het hoger onderwijs. Het programma II omvat de vier onderdelen Lezen, Schrijven, Spreken en Luisteren.
NUFFIC
Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs.
OER
Onderwijs- en examenregeling als bedoeld in artikel 7.13 van de Wet. De OER bestaat uit een algemeen deel voor alle bacheloropleidingen van Fontys Hogescholen waaraan opleidingsspecifieke informatie is toegevoegd en is
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
11
onderdeel van het Studentenstatuut. Onderwijseenheid
Onderdeel van een opleiding dat met een tentamen wordt afgesloten als bedoeld in artikel 7.3 van de Wet of een aanvullend onderzoek uitgevoerd door de examencommissie als bedoeld in artikel 7.10 lid 2 van de Wet. De onderwijseenheden kunnen betrekking hebben op de startcompetenties die een student moet verwerven, op onderdelen van competenties of op de minor(s).
Onderwijsactiviteiten
Het geheel aan activiteiten die de opleiding aanbiedt waaruit de student een keuze kan maken om te werken aan zijn competenties, zoals colleges, projecten, leerarrangementen, stages, trainingen etc.
Opleiding
Een samenhangend geheel van onderwijseenheden, gericht op de verwezenlijking van welomschreven doelstellingen op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden waarover degene die de opleiding voltooit, dient te beschikken zoals bedoeld in artikel 7.3, lid 2 van de Wet.
Opleidingscommissie
Commissie voor advies en beoordeling betreffende het onderwijs en de OER als bedoeld in artikel 10.3c van de Wet.
Opleidingsprofiel
Het totaal van startcompetenties waarvoor de opleiding opleidt, dat wil zeggen de beroepscompetenties op het niveau van de beginnend beroepsbeoefenaar.
Penvoerend instituut
Het penvoerend instituut is het Fontys Instituut dat volgens de minor-catalogus eindverantwoordelijk is voor de ontwikkeling, uitvoering, toetsing en verbetering van het minorprogramma.
Planningsoverzicht minor
Overzicht in het studievoortgangssysteem, waarin de planning van minors (locatie, aanmelddatum, startdatum, taal, uitvoeringsvarianten) is opgenomen.
Portfolio
(Digitale) verzameling van bewijsstukken waarin de student kan aantonen dat hij de competenties van een bepaalde opleiding beheerst.
Postpropedeuse
Tweede fase in een bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.30 van de Wet.
Propedeuse
Eerste fase in een bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.8 lid 2 van de Wet.
Quality of Life
Het speerpunt van de opleiding is kwaliteit van leven. Dat betekent dat concepten die door studenten ontwikkeld worden, aantoonbaar moeten bijdragen aan de kwaliteit van leven van mensen.
Quality of Life-week
Een verplichte jaarlijkse activiteit (in week 2) in alle fases van de opleiding, waarin de focus van de opleiding, op kwaliteit van leven, centraal staat.
Raad van Bestuur
Het bevoegd gezag van Fontys Hogescholen. De Raad wordt in de Wet aangeduid als College van bestuur.
Sectoren
De zes deelgebieden van het domein Lifestyle, die bepalend zijn voor hoe mensen hun eigen leven op eigen wijze inrichten: Food, Health, Leisure, Human Movement, Living en Appearance.
Showdossier
Het performance-deel van het competentie-examen, waarin de student de beste illustraties van zijn competentiebeheersing uit zijn portfolio presenteert tegenover de assessoren. We noemen dit de presentatie van het showdossier
Startcompetenties
Beroepscompetenties op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar.
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
12
Stichting Fontys
Het bevoegd gezag van Fontys hogescholen, zoals bedoeld in de bijlage van de Wet.
Student
Degene die bij de instelling ingeschreven is als bedoeld in artikel 7.32 t/m 7.34 van de Wet.
Studentendecaan
Het door de Raad van Bestuur benoemde personeelslid belast met het behartigen van de belangen van studenten, het verlenen van hulp bij voorkomende problemen en het informeren en adviseren. De decaan is ondergebracht bij de afdeling Studentenvoorzieningen.
Studenten Loopbaancentrum
Voorziening van de afdeling Studentenvoorzieningen, bedoeld om studenten te begeleiden bij vraagstukken met betrekking tot instroom, doorstroom en uitstroom.
Studentenstatuut
Het statuut zoals bedoeld in artikel 7.59 van de Wet, omvattende de rechten en plichten van studenten. Het studentenstatuut bestaat uit een instellingsspecifiek en een opleidingsspecifiek deel.
Studieadvies
Een advies dat door de bacheloropleiding op het einde van de propedeutische fase aan de student wordt uitgereikt over de voortzetting van zijn studie binnen of buiten de opleiding; aan dit advies kan ook een afwijzing verbonden zijn.
Studiejaar
De periode van 1 september tot en met 31 augustus van het daarop volgende jaar.
Studielast
De genormeerde tijdsinvestering in eenheden van 28 studiebelastingsuren verbonden aan onderwijsactiviteiten.
Studieloopbaanbegeleider
Begeleider van een student bij de planning, de aanpak, de te maken keuzes en de voortgang van de studie.
Studieloopbaanbegeleiding
Begeleidingssysteem waarbij de ontwikkeling van de individuele student centraal wordt gesteld. De student wordt gestimuleerd te reflecteren op de eigen ontwikkeling als toekomstig beroepsbeoefenaar en zelf de verantwoordelijkheid voor zijn ontwikkeling te nemen.
Studiepunt
Een studiepunt is gelijk aan 28 genormeerde studiebelastingsuren en wordt toegekend indien een onderwijseenheid met goed gevolg is afgelegd. Internationaal wordt hiervoor de term credits of european credits (EC’s) gebruikt.
Tentamen
Een onderzoek naar kennis, inzicht en vaardigheden en competenties bij de afsluiting van een onderwijseenheid alsmede de beoordeling van de uitkomsten van dat onderzoek, als bedoeld in artikel 7.10, lid 1 van de Wet, waarbij bij goed gevolg de bijbehorende studiepunten worden toegekend.
Toets
Activiteit op grond waarvan wordt beoordeeld of een student bepaalde kennis, vaardigheden of competenties bezit. Een toets kan leiden tot het toekennen van studiepunten of een bewijs leveren ten behoeve van het portfolio.
Toetsperiode
Periode in het studiejaar waarin toetsen worden afgenomen
Toets nieuwe opleiding
De toets die tot uitdrukking brengt dat de kwaliteit van een opleiding positief is beoordeeld na onderzoek door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie met betrekking tot registratie van deze nieuwe opleiding in het CROHO.
Topsportregeling
Regeling waarin is vastgelegd welke studenten in aanmerking komen voor deze
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
13
regeling en op welke faciliteiten een beroep gedaan kan worden. Uitvoerend instituut
Een Fontys instituut dat een minor uit de minor-catalogus uitvoert.
Vakmanschap
De naam van de hoofdfase van de opleiding, die volgt op de propedeuse-periode (Ambacht)
Voltijdse opleiding
Een voltijdse opleiding is een opleiding die is ingericht zonder dat rekening is gehouden met het verrichten van andere werkzaamheden dan onderwijsactiviteiten.
Validiteit
Het meten van wat men beoogde te meten. Een toets is valide als deze daadwerkelijk meet wat men wilde meten.
Vraaggericht onderwijs
Onderwijs waarbij de student actief deelneemt aan het volgen van onderwijs in samenspraak met zijn studieloopbaanbegeleider ter verwerving van competenties. Hij kan hiervoor een keuze maken uit het aanbod aan onderwijsactiviteiten.
Vrije minor
Minor die door de student vrij gekozen mag worden. De minor draagt bij aan de algemene hbo-competenties of de specifieke beroepscompetenties (verbreding of verdieping).
Vrijstelling
Gehele of gedeeltelijke ontheffing om te voldoen aan inschrijvings- en / of toelatingsvoorwaarden en / of het afleggen van tentamens.
WEB
Wet Educatie en Beroepsonderwijs (Staatsblad 1995, 501 en de latere aanvullingen en wijzigingen).
Website Juridische Zaken Website op het intranet van Fontys, waarop informatie beschikbaar wordt gesteld door de afdeling Juridische Zaken (http://www.fontys.nl/facilitairbedrijf/afdeling.asp?id=25800). Werkweek
Iedere week, die in de Fontys jaaragenda niet is aangeduid als week zonder onderwijsaanbod.
Wet
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW Staatsblad 593, 1992 en de latere aanvullingen en wijzigingen).
WGBH/CZ
Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ Staatsblad 329, 2003 en de latere aanvullingen en wijzigingen.
WSF 2000
Wet op de Studiefinanciering 2000 (WSF 2000 Staatsblad 571, 2000 en de latere aanvullingen en wijzigingen).
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
14
Artikel 2 Kenmerken van de opleiding 1.
Deze OER heeft betrekking op alle bacheloropleidingen van Fontys die competentiegestuurd en vraaggericht zijn en een major-minor indeling kennen.
2.
Elke bacheloropleiding heeft een propedeutische fase, met een omvang van 60 studiepunten, die wordt afgesloten met een propedeuse examen. De propedeuse heeft een oriënterende, selecterende en verwijzende functie.
3.
De bacheloropleiding bestaat uit een major- en een minordeel. Het majordeel heeft een studielast ter waarde van 210 studiepunten. Het minor deel bestaat uit een minor van 30 studiepunten.
4.
De opleiding bestaat uit een samenhangend geheel van onderwijseenheden. Onderwijseenheden hebben betrekking op een niveau van een competentie, een onderdeel van (een) competentie(s) of op een minor. Elke onderwijseenheid wordt afgesloten met een tentamen. Tentamens die betrekking hebben op de beoordeling van niveaus van competenties worden afgenomen tijdens een competentie-examen .
5.
Het examen, van de propedeuse, de associate degree of de opleiding, is behaald, zodra de student alle onderwijseenheden, behorende tot de propedeuse, de associate degree of de opleiding heeft behaald.
Paragraaf 2 Grondslag, competenties en beroepsvereisten Artikel 3 Grondslag, competenties en beroepsvereisten De grondslag van elke bacheloropleiding is te vinden in het CROHO zoals opgenomen op de website van Juridische Zaken. De opleiding heeft betrekking op startcompetenties. Een overzicht van deze startcompetenties is opgenomen in het overzicht in artikel 9 lid 2. De wettelijke beroepsvereisten zoals bedoeld in artikel 7.6 van de Wet zijn: T.a.v. het beroep van Lifestyle Professional zijn geen wettelijke beroepsvereisten zoals bedoeld in artikel 7.6 van de Wet vastgesteld.
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
15
Paragraaf 3 Vooropleiding en toelating tot de opleiding Artikel 4 Toelatingseisen bacheloropleiding 1.
Voor de inschrijving voor een bacheloropleiding bij een hogeschool geldt als vooropleidingseis het bezit van een diploma vwo, havo (met profielen) of een diploma van een middenkaderopleiding of een specialistenopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2. eerste lid, onder d en e van de WEB of een bij ministeriële regeling aangewezen vakopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2. eerste lid, onder c van de WEB.
2.
Het instellingsbestuur verleent, overeenkomstig artikel 7.28 lid 2 van de Wet, vrijstelling van de vooropleidingseis als bedoeld in lid 1 van dit artikel, indien het overgelegde diploma bij ministeriële regeling als tenminste gelijkwaardig is aangemerkt.
3.
Een getuigschrift van een propedeuse of afsluitend examen van een hbo- of wo-opleiding geeft op grond van artikel 7.28 lid 1 van de Wet eveneens recht op inschrijving voor een bacheloropleiding aan een hogeschool, onverlet het bepaalde in lid 5 van dit artikel. (zie ook artikel 26 van de OER) Onverlet het bepaalde in lid 5 van dit artikel, en het bepaalde in artikel 5 en 7, heeft degene die toegang heeft tot het wetenschappelijk of hoger onderwijs in het land van een verdragspartij die het Verdrag inzake de erkenning van kwalificaties betreffende hoger onderwijs in de Europese regio (Trb. 2002, 137) heeft geratificeerd heeft eveneens recht op inschrijving voor een bacheloropleiding. Dit recht op inschrijving bestaat niet wanneer het instellingsbestuur een aanzienlijk verschil kan aantonen tussen de algemene eisen betreffende de toegang op het grondgebied van het bedoelde land en de algemene eisen bij of krachtens de Wet.
4.
Voor de bacheloropleiding gelden de volgende nadere vooropleidingseisen zoals vastgelegd in de ministeriële regeling op grond van artikel 7.25 van de Wet met betrekking tot het profiel en / of een te volgen vak van het havo-, vwo-diploma of WEB diploma, als bedoeld in lid 1. Per 1 augustus 2007 zijn in het voortgezet onderwijs nieuwe profielen ingevoerd4. Tot en met het studiejaar 2012-2013 kunnen studenten op grond van een oud havo-profiel5 nog worden toegelaten. Tot en met het studiejaar 2013-2014 kunnen studenten op grond van een oud vwo-profiel nog worden toegelaten. n.v.t. Een student die niet aan het vereiste profiel voldoet of niet het juiste vak heeft gevolgd dient deze deficiëntie voor aanvang van het onderwijs weg te werken. (artikel 7.25 lid 4 van de Wet)
5.
Een student die wordt toegelaten op grond van een diploma of getuigschrift (zoals bedoeld in lid 2 en 3 van dit artikel) dient eveneens te voldoen aan de nadere vooropleidingseisen als bedoeld in lid 4. Via een aanvullend onderzoek (als bedoeld in artikel 7.25 lid 4 van de Wet) wordt nagegaan of de student over de vereiste kennis beschikt. De eisen van dit aanvullend onderzoek zijn n.v.t.
6.
Aanvullende eisen zoals bedoeld in artikel 7.26 en 7.26a van de Wet zijn: n.v.t.
7.
Ten aanzien van andere dan de in lid 1 tot en met lid 3 genoemde diploma’s beslist de instituutsdirecteur of het diploma op grond waarvan de student om toelating verzoekt gelijkwaardig is en toelating biedt tot de bacheloropleiding. 6 Op grond van artikel 7.28 heeft het instellingsbestuur bepaald dat ‘oude’ havo- en vwo-diploma’s met vakkenpakketten tenminste gelijkwaardig zijn aan de ‘nieuwe’ diploma’s met profieleisen. Bezitters van genoemde diploma’s kunnen derhalve op grond van een oud diploma toegelaten worden.
4
Aangeduid als Vernieuwde Tweede Fase (VTF)
5
Aangeduid als Tweede Fase Oude Regeling (TFOR)
6
Voor de beoordeling of een buiten Nederland afgegeven diploma als gelijkwaardig kan worden beschouwd kan het Nuffic geraadpleegd worden.
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
16
De student die op grond van dit lid wordt toegelaten dient eveneens te voldoen aan de nadere vooropleidingseisen als bedoeld in lid 4. Via een aanvullend onderzoek, als bedoeld in artikel 7.28 lid 3 van de Wet, wordt nagegaan of de student over de vereiste kennis bezit. De eisen van dit onderzoek zijn uitgewerkt in lid 5 van dit artikel. n.v.t. 8.
De bacheloropleiding kent kent geen numerus fixus conform de artikelen 7.53, 7.54, 7.56a en 7.57a van de Wet. De bacheloropleiding maakt daarbij geen gebruik van decentrale selectie. De opleiding kent geen bijzondere instroomeisen. Wel gaat de opleiding met een intakedag werken. Met de kandidaat-studenten zal voor de start van het cursusjaar tijdens die dag hun motivatie, beroepshouding en ervaring in beeld gebracht worden. Het voornaamste doel van de opleiding hierbij is om te zorgen dat een student niet met een verkeerd verwachtingspatroon aan de opleiding begint. Tijdens de intake wordt het beheersingsniveau van de Engelse taal gemeten. De opleiding maakt hiervoor gebruik van de bestaande testen van Fontys Hogescholen. In geval van deficiëntie, dienen de studenten verplicht een aanvullende cursus te volgen.
Artikel 5 Nadere eisen bezitters buitenlandse diploma’s 1.
Een bezitter van een buitenlands diploma mag niet deelnemen aan toetsen met studiepunten of het competentie-examen van de propedeuse van een Nederlandstalige opleiding voordat hij de examencommissie het bewijs heeft geleverd van voldoende beheersing van de Nederlandse taal. Beheersing van de Nederlandse taal is vereist op niveau Nt2
2.
De instituutsdirecteur kan eveneens bepalen dat een bezitter van een buitenlands diploma pas wordt ingeschreven als hij bewijs heeft geleverd van voldoende beheersing van de Nederlandse taal. Beheersing van de Nederlandse taal is vereist op niveau Nt2
3.
Op grond van wettelijke voorschriften dient te worden nagegaan of buitenlandse studenten die 18 jaar of ouder zijn op de datum van eerste inschrijving dan wel op 1 september van het eerste inschrijvingsjaar de benodigde verblijfsstatus hebben.
4.
Indien de bacheloropleiding wordt aangeboden in het Engels of Duits kunnen eisen gesteld worden aan de beheersing van de Duitse of Engelse taal. n.v.t.
5.
Voor internationale studenten geldt dat zij voor toelating tot een Engelstalige bacheloropleiding beschikken over een taalvaardigheidsniveau in het Engels dat tenminste gelijk is aan een van onderstaande scores: IELTS 6.0 TOEFL Paper 550 TOEFL Computer213 TOEFL Internet 80 TOEIC 670 (indien zowel het onderdeel ‘Speaking and writing’ als ‘Listening and Reading’ is behaald. Cambridge ESOL FCE-C Voor Engelstalige opleidingen in het domein Kunsten kunnen aangepaste eisen gelden. In dat geval zijn deze aangepaste eisen opgenomen in het opleidingsspecifieke deel van de OER.
Artikel 6 Vrijstelling op grond van toelatingsonderzoek (21+regeling) 1.
Studenten die bij hun start bij de opleiding 21 jaar of ouder zijn en niet voldoen aan de vooropleidingseisen en niet hiervan zijn vrijgesteld (zie artikel 4) kunnen op grond van een
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
17
toelatingsonderzoek van deze vooropleidingseisen vrijgesteld worden. 2.
De eisen gesteld bij het toelatingsonderzoek zijn:
In dit toelatingsonderzoek wordt nagegaan of de student beschikt over een havo-niveau of mbo-4 niveau. 3.
De uitslag van het toelatingsonderzoek wordt de student binnen 2 weken meegedeeld.
4.
Het toelatingsonderzoek kan eveneens plaats vinden in de vorm van een differentiële aanleg test (DAT). Meer informatie over deze test is te vinden op http://www.fontys.nl/studentenvoorzieningen/default.asp?idsitestructurenode=183297 De resultaten die de student bij deze test moet behalen zijn: n.v.t.
5.
Het toelatingsonderzoek kan eveneens deel uitmaken van een EVC procedure. In dat geval wordt in de EVC procedure nagegaan of de student voldoet aan de eisen die zijn gesteld bij het toelatingsonderzoek, als bedoeld in lid 2 van dit artikel.
6.
Indien het toelatingsonderzoek met goed gevolg is afgelegd wordt de student vrijgesteld van de vooropleidingseisen van de betreffende bacheloropleiding en ontvangt de student hiervan een verklaring ex artikel 7.29 van de Wet.
Artikel 7 Eisen werkkring 1.
Voor een inschrijving aan een duale opleiding dient een leer-arbeidsovereenkomst gesloten te worden tussen opleiding, beroepsorganisatie en student, waarin o.a. wordt vastgesteld welke onderwijseenheden de student zal behalen in het onderwijsdeel en welke onderwijseenheden tijdens de beroepsuitoefening. n.v.t.
2.
Voor inschrijving aan een deeltijdse opleiding kunnen eisen gesteld worden ten aanzien van de werkkring. Ten aanzien van de werkkring worden de volgende eisen gesteld: n.v.t. Deze werkzaamheden kunnen een bijdrage leveren aan de volgende onderwijseenheden (artikel 7.27 van de Wet). n.v.t.
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
18
Artikel 8 Intake assessment 1.
Bij de instroom in een opleiding kan een intake assessment plaats vinden als er sprake is van EVC’s. Een intake assessment kan betrekking hebben op een globale beoordeling van het overgelegde bewijs dat de student kan gebruiken om een persoonlijk ontwikkelingsplan op te stellen. Het bewijs van de eerder verworven competenties kan de student inbrengen in zijn portfolio. (zie ook artikel 26, lid 2). Een intake assessment kan ook betrekking hebben op de beoordeling of competenties behaald zijn. In dit geval wordt het intake assessment afgenomen door assessoren. Het intake assessment heeft de vorm van een competentie-examen, om te bepalen welke competenties de student reeds verworven heeft. De student levert zijn bewijs aan in een portfolio en twee assessoren nemen een competentie-examen af om vast te stellen welke competenties zijn verworven en op welk niveau.
2.
Wanneer een student denkt in aanmerking te komen voor vrijstelling van toetsen met studiepunten of (een)minor(s) dient hij hiervoor een verzoek in bij de examencommissie.
Paragraaf 4 Inhoud van de opleiding en de examens Artikel 9 Overzicht onderwijseenheden en studiepunten 1.
De opleiding bestaat uit een samenhangend geheel van onderwijseenheden. Een onderwijseenheid heeft betrekking op een niveau van een competentie, een onderdeel van (een) competentie(s) of op een minor
2.
Aan onderwijseenheden worden hele studiepunten toegekend. In onderstaand overzicht is de verdeling van studiepunten vermeld. In dit overzicht is opgenomen de studiepunten die zijn gekoppeld aan de competenties en competentieniveaus, de studiepunten voor onderdelen van (een) competentie(s) en de studiepunten voor de minor(s) Indien voor de cohorten van vóór 2007-2008 een competentiematrix is vastgesteld waarin de minors niet als aparte onderwijseenheden zijn opgenomen dan wordt deze matrix in dit artikel eveneens opgenomen.
Ten behoeve van opname van de competentiematrix /het studiepuntenoverzicht in dient het bijgevoegde format (bijlage 1) ingevuld te worden 1. Signaleren ( = S in onderstaande tabel) De startbekwame student kan zelfstandig (inter)nationale maatschappelijke trends opsporen die van betekenis kunnen zijn voor quality of life plus de achterliggende actuele waarden voor meerdere mentaliteitsgroepen en voor combinaties van diverse lifestyle-sectoren. Prestatie-indicatoren:
De student : Kan (inter)nationale maatschappelijke, economische en technologische trends signaleren die van belang zijn voor de quality of life voor (…) Kan opsporen op welke quality of life-beleving bepaalde (inter)nationale maatschappelijke, economische en technologische trends een beroep doen voor (…) Kan opsporen welke technologische mogelijkheden relevant zijn voor de quality of life van (…) Kan opsporen welke actuele ethische, economische en sociale waarden er ten grondslag liggen aan de beleving van quality of life voor (…) Kan opsporen welke partijen er betrokken moeten worden om een lifestyle-concept voor (…) te realiseren, vanuit de ethische, economische en/of sociale waarden die zij en het concept vertegenwoordigen (…) betekent: voor meerdere mentaliteitsgroepen en combinaties van diverse lifestyle-sectoren
2. Analyseren ( = A. in onderstaande tabel)
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
19
De startbekwame student kan op gestructureerde wijze informatiebronnen raadplegen ten behoeve van trendanalytisch onderzoek en kan lifestyle-concepten die zijn ontworpen voor meerdere mentaliteitsgroepen binnen combinaties van diverse lifestyle-sectoren analyseren op economische, maatschappelijke en technologische haalbaarheid. Prestatie-indicatoren:
De student : Kan informatiebronnen voor trendanalytisch onderzoek opsporen en analyseren (verbanden leggen) voor (…) Kan ten behoeve van een door de praktijk gegeven probleemstelling op het gebied van trendanalyse onderzoeksvragen formuleren voor (…) en kan een onderzoeksopzet maken en een relevante onderzoeksmethodiek hanteren Kan lifestyle-concepten ten aanzien van quality of life voor (…) analyseren en relateren aan relevante (inter)nationale trends en aan toekomstige maatschappelijke, economische en technologische ontwikkelingen. Kan de relevante factoren voor conceptontwikkeling voor (…) in samenhang met elkaar analyseren: o De waarden van meerdere mentaliteitsgroepen o De kernwaarden/identiteit van een organisatie o Het netwerk van een organisatie o De technologische ontwikkelingen binnen de desbetreffende lifestyle-sectoren Kan binnen een organisatie de actoren en de processen traceren die van belang zijn voor de realisatie van lifestyle-concepten Kan een lifestyle-concept dat ontworpen is voor (…) analyseren op economische, maatschappelijke en technologische haalbaarheid Kan analyseren wat de sterkten en zwakten zijn binnen een organisatie, die een rol kunnen spelen bij de realisatie van een lifestyle-concept (…) betekent: voor meerdere mentaliteitsgroepen en combinaties van diverse lifestyle-sectoren
3. Creëren/ontwerpen (= O in onderstaande tabel) De startbekwame student kan op basis van beschikbare informatie innovatieve concepten ontwerpen voor diensten/producten voor combinaties van diverse lifestyle-sectoren die bijdragen aan de quality of life van meerdere mentaliteitsgroepen en die economisch, technologisch en/of maatschappelijk haalbaar zijn. Prestatie-indicatoren:
De student : Kan voor combinaties van diverse lifestyle-sectoren concepten voor diensten/producten vernieuwen en versterken die bijdragen aan de quality of life van meerdere mentaliteitsgroepen Kan concepten ontwerpen voor diensten/producten voor combinaties van lifestyle-sectoren, die bijdragen aan de quality of life van meerdere mentaliteitsgroepen en die economisch en/of maatschappelijk haalbaar zijn Kan concepten ontwikkelen voor diensten/producten voor combinaties van lifestyle-sectoren die bijdragen aan de quality of life van meerdere mentaliteitsgroepen door consumentenbehoeften en technologische mogelijkheden binnen een concept op een creatieve wijze met elkaar te verbinden Kan co-creëren binnen meerdere mentaliteitsgroepen Kan een conceptstatement voor een concept voor (…) formuleren (…) betekent: voor meerdere mentaliteitsgroepen en combinaties van diverse lifestyle-sectoren
4. Resultaatgericht handelen ( = R in onderstaande tabel) De startbekwame student kan trendonderzoek plannen en organiseren, creatieve technieken toepassen tijdens het ontwikkelen van concepten en kan de economische en organisatorische aspecten van een lifestyle-concept uitwerken. Ten behoeve van de realisatie van lifestyleconcepten kan hij draagvlak creëren bij betrokken partijen en kan hij relevante partners
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
20
organiseren. De startbekwame student kan een opdrachtgever adviseren bij de realisatie van een lifestyle-concept en een organisatie ondersteunen bij het bewaken van de grondbeginselen van het lifestyle-concept. Prestatie-indicatoren:
De student : Kan de werkzaamheden voor trendonderzoek logisch, gestructureerd en haalbaar plannen en realiseren n.a.v. een zelf geformuleerd doel, deadline en kwaliteitsniveau Kan creatieve technieken toepassen tijdens het ontwikkelen van concepten voor diensten/producten op het gebied van lifestyle Kan de economische en organisatorische aspecten van een lifestyle-concept uitwerken Kan een lifestyle-concept duiden als onderdeel van strategisch beleid van een organisatie Kan bij betrokken partijen draagvlak creëren ten behoeve van de realisatie van een lifestyle-concept Kan relevante partners organiseren ten behoeve van de uitvoering van een lifestyle-concept Kan een organisatie adviseren bij het realiseren van een lifestyle-concept Kan een organisatie tijdens het implementatieproces ondersteunen bij het bewaken van de grondbeginselen van het lifestyle-concept (…) betekent: voor meerdere mentaliteitsgroepen en combinaties van diverse lifestyle-sectoren
5. Innoveren ( = I in onderstaande tabel) De startbekwame student kan op een creatieve manier bestaande onderzoeks- en ontwerpmethodieken toepassen en combineren ten behoeve van het analyseren van trends en het ontwikkelen van concepten voor diensten/producten voor meerdere mentaliteitsgroepen en voor combinaties van diverse lifestyle-sectoren. Prestatie-indicatoren:
De student : Kan door bestaande onderzoeksmethodieken op een creatieve manier toe te passen en te combineren op een nieuwe wijze een trend voor (…) analyseren Kan door bestaande ontwerpmethodieken op een creatieve manier toe te passen en te combineren op een nieuwe wijze een concept ontwikkelen voor (…) (…) betekent: voor meerdere mentaliteitsgroepen en combinaties van diverse lifestyle-sectoren
6. Communiceren ( = C in onderstaande tabel)
De startbekwame student is in staat om mondeling en schriftelijk in het Nederlands en Engels informatie, ideeën, adviezen en oplossingen in relatie tot innovatieve concepten voor diensten/producten op het gebied van lifestyle effectief en op een creatieve manier uit te wisselen met meerdere mentaliteitsgroepen in verschillende contexten. Prestatie-indicatoren:
De student : Kan informatie over (inter)nationale trends en de resultaten van trendonderzoek mondeling toegankelijk maken voor meerdere mentaliteitsgroepen, gebruik makend van moderne presentatie- en communicatiemiddelen Kan efficiënt communiceren door creatief gebruik te maken van de technologische mogelijkheden van de diverse communicatiemiddelen (zoals internet/ICT) voor meerdere mentaliteitsgroepen Kan netwerken binnen meerdere mentaliteitsgroepen en met potentiële opdrachtgevers binnen alle lifestylesectoren Kan op creatieve wijze mondeling en schriftelijk communiceren in het Nederlands en Engels Kan een concept voor een nieuwe product of dienst op lifestyle-gebied aan een opdrachtgever op een inspirerende en overtuigende manier mondeling presenteren, gebruik makend van moderne presentatie- en communicatiemiddelen
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
21
Kan zijn showdossier op een creatieve en transparante manier vormgeven Kan een interview uitvoeren om te achterhalen wat quality of life inhoudt voor respondenten van meerdere mentaliteitsgroepen Kan aan een opdrachtgever duidelijk maken wat het lifestyle-concept bijdraagt aan de quality of life van meerdere mentaliteitsgroepen Kan tijdig en met behulp van verschillende communicatiemiddelen partijen betrekken ten behoeve van het creëren van draagvlak voor lifestyle-concepten Kan aan een opdrachtgever duidelijk maken waarom het lifestyle-concept maatschappelijk relevant en/of economisch mogelijk is Kan een goed voorbereid adviesgesprek voeren in relatie tot de realisatie van een lifestyle-concept (…) betekent: voor meerdere mentaliteitsgroepen en combinaties van diverse lifestyle-sectoren
7. Professioneel handelen ( = P in onderstaande tabel) De startbekwame student kan reflecteren op zijn eigen positie, zijn creatief proces, zijn handelen en zijn kwaliteiten en kan zelfstandig werken aan de eigen ontwikkeling. Prestatie-indicatoren:
De student : Kan het potentiële spanningsveld tussen de onafhankelijke onderzoeker en conceptontwikkelaar enerzijds en de opdrachtgever anderzijds professioneel hanteren Kan zelfstandig de eigen activiteit evalueren en bijsturen door middel van verbeteracties Kan continue inspiratiebronnen aanboren voor het onderzoeken en ontwikkelen van lifestyle-concepten Kan een eigen visie op lifestyle en/of op quality of life (her)formuleren aan de hand van nieuwe inzichten/ontwikkelingen en kan de gevolgen hiervan integreren in de eigen werkzaamheden Kan de ontwikkeling van het eigen creatieve proces sturen (…) betekent: voor meerdere mentaliteitsgroepen en combinaties van diverse lifestyle-sectoren Bachelor Lifestyle Competentieniveau 1 Competentieniveau 2 Competentieniveau 3 Minorruimte Totaal Major Totaal Minor
60 90 60 30 210 30
s 10 15 15
a 10 15 15
o 15 20 15
r 5 10 5
i
40
40
50
20
10
10
c 10 10 5
p 10 10 5
25
25
3.
Studiepunten behorende bij het niveau van een competentie worden uitsluitend toegekend zodra een student tijdens een competentie-examen heeft laten zien de betreffende competentie op dit niveau te beheersen. Zie ook artikel 19. De studiepunten voor de minors worden aan de student toegekend wanneer hij de minor heeft behaald.
4.
De studiepunten voor onderdelen van competenties worden toegekend zodra de bijbehorende toets is behaald.
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
22
Artikel 10 Minors en andere speciale programma’s 1.
Alle minors dienen te voldoen aan de interne eisen van kwaliteitszorg. De minors zijn beschreven in een minorregeling. De minorregelingen zijn te vinden via www.fontys.nl/minors). In elke minorregeling is beschreven de inhoud, de onderwijsactiviteiten, de toetsing van de minor en wanneer de minor is behaald.
2.
Voor deelname aan een minor dient de student de propedeuse behaald te hebben, tenzij de examencommissie van zijn bacheloropleiding hem toestemming geeft om al eerder met een minor te starten. (zie artikel 13).
3.
Wanneer de opleiding bestaat uit een major en één minor dan kan de student deze minor vrij kiezen (onverminderd het gestelde in lid 4). Wanneer de opleiding bestaat uit een major en twee minors dan dient de student de keuze voor zijn tweede minor te onderbouwen en te verantwoorden hoe deze minor bijdraagt aan de startcompetenties van de opleiding (zie lid 5).
4.
Eén minor kan door de student volledig vrij gekozen worden, mits de student voldoet aan de eventueel gestelde ingangseisen die aan een minor gesteld zijn en mits deze minor aanvullend is op het programma van de major en de eventueel reeds gekozen minor. Deze minor draagt bij aan de algemene hbo-competenties of de specifieke beroepscompetenties. Onderstaande minors mogen door studenten niet als vrije minor gekozen worden vanwege overlap met major of differentiatieminor of aanbevolen minor (zoals opgenomen in de OER van 2006-2007 of 2007-2008): Minor Trendwatching en Ondernemerschap.
5.
De student die twee minors moet volgen dient de keuze voor de tweede minor te verantwoorden. Hij overlegt met zijn studieloopbaanbegeleider en vraagt vooraf toestemming aan de examencommissie van zijn bacheloropleiding voor het volgen van de minor van zijn keuze. Hij dient in zijn verzoek aan de examencommissie te motiveren welke competenties van zijn opleidingsprofiel hij in de minor wil ontwikkelen. Bij zijn verzoek kan de student het advies van zijn studieloopbaanbegeleider overleggen. Voor het aanvragen van toestemming gebruikt de student het daarvoor ontwikkelde format. (zie website: www.fontys.nl/minors, selecteer een minor en kies inschrijven)
6.
De student moet zich voor de minor aanmelden voor de startdatum zoals vermeld in het planningsoverzicht minor. Om definitief te kunnen worden ingeschreven voor de minor dient de student de toestemming van de examencommissie te overleggen (uitsluitend wanneer er sprake is van een minor waarvoor de student vooraf toestemming dient te vragen zoals bedoeld in lid 5).
7.
De student die reeds een aanbevolen minor heeft gevolgd (zoals opgenomen in de OER 2007-2008 of eerder) of een differentiatieminor (zoals opgenomen in de OER 2008-2009) is niet verplicht om voor de tweede minor een keuze te maken uit de lijst met differentiatieminors. De student mag geen differentiatieminor uit de lijst met differentiatieminors kiezen, wanneer deze overlap vertoont met de reeds gevolgde aanbevolen minor (zie lid 4).
8.
Een student mag zich aanmelden voor een derde minor als hij naar verwachting zijn bacheloropleiding, inclusief de drie minors, binnen de studietijd van vier jaar kan afronden en als hij twee competentie-examens succesvol heeft afgesloten en / of in totaal minimaal 120 studiepunten heeft behaald.
9.
Een met succes afgeronde extra minor wordt vermeld in het diploma supplement.
10. Een student die beschikt over eerder verworven competenties kan bij de examencommissie vrijstelling vragen van één of twee minors. 11. Naast het programma van de bacheloropleiding kunnen speciaal daarvoor geselecteerde studenten in de postpropedeuse een honoursprogramma volgen met een studielast ter waarde van 20 studiepunten. Het honoursprogramma Filosofie, dat wil zeggen de inhoud, de onderwijsactiviteiten en de toetsing, is beschreven in de Handleiding Honours Programma Filosofie. De eisen om te kunnen deelnemen aan het honoursprogramma zijn te vinden in de Handleiding Honours Programma Filosofie. In een toelatingsonderzoek wordt nagegaan of studenten aan deze eisen voldoen.
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
23
12. In het kader van Fontys Excellent worden met ingang van het studiejaar 2009-2010 verschillende Excellentietrajecten aangeboden, met een studielast van minimaal 10 studiepunten, die de student kan volgen naast zijn reguliere curriculum of in plaats van een deel van het curriculum. Artikel 11 Bestuurlijke activiteiten 1.
Een student kan zijn bestuurlijke activiteiten als leerproduct inbrengen in zijn portfolio. De student dient daarbij in overleg met zijn studieloopbaanbegeleider aan te geven hoe deze bestuurlijke activiteiten kunnen bijdragen aan het verwerven van één of meerdere competenties van zijn bacheloropleiding. Het Studentencentrum bevestigt op het verslag van de student die bestuurlijk actief is geweest voor OC, IMR, CMR of FSR, dat hij deze bestuurlijke activiteiten heeft verricht.
2.
Bij een competentie-examen wordt nagegaan of de student de te toetsen competentieniveaus heeft verworven. In dat geval worden de studiepunten gekoppeld aan deze competentieniveaus toegekend. Wanneer een student van mening is dat hij met zijn bestuurlijke activiteiten heeft laten zien te beschikken over kennis, vaardigheden etc. die worden getoetst via toetsen met studiepunten dan kan hij op grond van deze bestuurlijke activiteiten een vrijstelling aanvragen bij de examencommissie.
3.
Een student kan zijn bestuurlijke activiteiten inbrengen in zijn portfolio en / of een beroep doen op de FOS-Regeling en een verzoek indienen bij de FOS Commissie om vacatiegeld of een bestuursbeurs te vragen.
4.
Bestuurlijke activiteiten worden vermeld op het diploma supplement. De student dient dit zelf vooraf aan te vragen via het Studentencentrum.
Artikel 12 Onderwijsactiviteiten 1.
Onderwijsactiviteiten zijn alle door de instelling aangeboden activiteiten die de student kan benutten om zijn leerproces en /of competentieontwikkeling te ondersteunen of te bewijzen.
2.
Hieronder is een overzicht opgenomen van de onderwijsactiviteiten die door de bachelor worden aangeboden. In dit overzicht kan (kunnen) de minor(s) op een vaste plaats ingeroosterd zijn. Er wordt minimaal aangegeven welke onderwijsactiviteiten de student kan volgen om te werken aan de ontwikkeling van de competenties van het eerstvolgende competentie-examen. Het opleidingsspecifieke deel biedt de mogelijkheid om (ter voorbereiding op elk competentie-examen; zie artikel 16) een soort "standaard" curriculum vast te stellen. Dit "standaard" curriculum wordt voorzien van een studiebelastingsnorm, om de student beter in staat te stellen zijn onderwijsactiviteiten te plannen en zijn studievoortgang aan de hand van behaalde resultaten te monitoren.
Opzet curriculum
aantal ec
Meesterschap (afstudeerfase): ---specialisatie in beide kerntaken trends analyseren én concepten ontwikkelen – ---verdere verdieping in taken realiseren en adviseren ----- vrije minor en stage 2-----specialisatie in minimaal 2 sectoren---
90
Vakmanschap (hoofdfase): --- verdieping in kerntaken trends analyseren en concepten ontwikkelen en in taken realiseren en adviseren -----Stage 1 ----- verdieping in alle sectoren ---
90
Ambacht (propedeuse): --- oriëntatie op kerntaken trends analyseren en concepten ontwikkelen en op taken realiseren en adviseren-------- oriëntatie op alle sectoren---
60
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
24
Ambacht (60 ec) / propedeuse Tijdens de propedeuse gaat het vooral om oriënteren, verkennen en selecteren. Tijdens de leerarrangementen maakt de student achtereenvolgens kennis met alle lifestyle-sectoren die de opleiding heeft gedefinieerd in relatie tot kwaliteit van leven: sport/bewegen, gezondheid, voeding, vrije tijd, uiterlijk en wonen/leefomgeving. De leerarrangementen zijn zo ingericht dat de student zich oriënteert op en bekwaamt in de diverse taken die het beroep typeren. Vakmanschap (90 ec) / hoofdfase Tijdens deze fase doorloopt de student in grote lijnen dezelfde cyclus als in het eerste jaar, maar nu staan verdiepen en toepassen van kennis en vaardigheden binnen de vier taken centraal. De opleiding biedt de student ruim de gelegenheid om zich de (kern)taken binnen beroeps(gerelateerde) leeromgevingen eigen te maken. Zo richt de stage van 20 weken zich op de verdieping in de kerntaken 1 (trendanalyse) en 2 (conceptontwikkeling), terwijl ook de praktijk-leeromgeving binnen (Lifestyle Factory) daartoe gelegenheid biedt. Deze praktijkleeromgeving daagt daarenboven uit tot het oefenen in de taken 3 en 4 (realiseren, adviseren en begeleiden bij de ontwikkelde concepten). Na de stage formuleert een student de lifestyle-sectoren waarop hij zich tijdens de verdere studie wil gaan richten. Meesterschap (90 ec) / afstudeerfase Tijdens de laatste fase van de opleiding draait het om specialisatie en integratie van kennis en vaardigheden. De student specialiseert zich in de kerntaken 1 én 2 (trendanalyse en conceptontwikkeling) en legt zich inhoudelijk toe op minimaal twee sectoren. Door middel van de tweede stage (20 weken) en de afstudeeropdracht, de Meesterproef, geeft de student gestalte aan zijn profiel als Lifestyle Professional. Dat kan hij nog verder inkleuren aan de hand van een vrije minor. Daarnaast verdiept de student zijn kennis en vaardigheden verder met betrekking tot de taken 3 en 4, eveneens in relatie tot de twee gekozen sectoren, waarvoor de Lifestyle Factory de aangewezen omgeving is. In onderstaand overzicht wordt het opleidingsprogramma per opleidingsfase / competentiebeheersingsniveau afgebeeld.
Week 1 Week 2 Week 3 t/m 7 Week 8 t/m 12 Week 13 Week 14 t/m 18 Week 19 t/m 23 Week 24 Week 25 t/m 29 Week 30 t/m 34 Week 35 Week 36 t/m 40 Week
Propedeutische fase is de fase van het ambacht Competentiebeheersingsniveau 1 (hoofdfasebekwaam) SBU Lifestyle Lifestyleweek (en oriëntatieweek propedeuse) 40 Factory Quality of Life-week 40 Kerntaak Trendanalyse t.a.v. sector Health 190 Kerntaak Conceptontwikkeling t.a.v. sector Leisure Lifestyleweek Taak Realiseren t.a.v. sector Appearance
190
De kerntaken Trendanalyse Conceptontwikkeling en de taak Realiseren t.a.v. sector Living Lifestyleweek De kerntaak Trendanalyse t.a.v. sector Food
180
De kerntaak Conceptontwikkeling t.a.v. sector Human Movement Lifestyleweek De kerntaken Trendanalyse en Conceptontwikkeling en de taak Adviseren t.a.v. sector naar keuze Competentie-examen 1
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
36 180
SBU 172
Lifestyle Factory
36 170 170
Lifestyle Factory
36 160
80
25
41/42 Totaal
1508
172
Hoofdfase is de fase van het Vakmanschap, Competentiebeheersingsniveau 2 (afstudeerfase-bekwaam) Jaar 2 Week 1 Week 2 Week 3 t/m 12 Week 13 Week 14 t/m 23
Week 24 Week 25 t/m 34 Week 35 Week 36 t/m 40 Week 41/42 Jaar 3 Week 1 Week 2 t/m 12 Week 13 Week 14 t/m 19 Week 20/21
Lifestyleweek Quality of life-week Kerntaken Trendanalyse en Conceptontwikkeling t.a.v. de sectoren Living en Appearance Lifestyleweek Kerntaken Trendanalyse, Conceptontwikkeling en de taak Realiseren t.a.v. de sectoren Human Movement en Leisure Lifestyleweek Kerntaken Trendanalyse en Conceptontwikkeling t.a.v. de sectoren Health en Food Lifestyleweek Kerntaken Trendanalyse, Conceptontwikkeling en de taak Adviseren t.a.v. sector naar keuze Portfolio /Next Step
Lifestyleweek Stage 1 op de kerntaken Trendanalyse en Conceptontwikkeling Lifestyleweek (en terugkomactiviteiten stagiaires) Vervolg: Stage 1 op de kerntaken Trendanalyse en Conceptontwikkeling Competentie-examen 2
SBU 32 32 240
Lifestyle Factory
Lifestyle Factory
32 240
Lifestyle Factory
32 240
Lifestyle Factory
32 120
20 Bestaande uit: Praktijk-leeromgeving ondersteund door: o Praktijkbegeleiding: Meester Gezel o Theoretische en praktische ondersteuning
32 352 32 192
80
Totaal
1708
812
Afstudeerfase is de fase van het Meesterschap en de fase van de profilering Competentiebeheersingsniveau 3 (startbekwaam) Specialisatie inclusief de Lifestyle Factory Jaar 3 Week 22 en 23
Week 24 Week 25 t/m 34
Specialisatie in de beide kerntaken Trendanalyse en Conceptontwikkeling Specialisatie in minimaal 2 gekozen sectoren Lifestyleweek Vervolg: Specialisatie in de beide kerntaken Trendanalyse en Conceptontwikkeling Specialisatie in minimaal 2 gekozen sectoren
SBU 32
32 160
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
Lifestyle Factory
SBU 436
Minor SBU 840
Vrije Minor: Aansluitende profileringsmogelijkheden liggen
26
Week 35 Week 36 t/m 40
Lifestyleweek Vervolg: Specialisatie in de beide kerntaken Trendanalyse en Conceptontwikkeling Specialisatie in minimaal 2 gekozen sectoren Portfolio/Next Step
32 80
Lifestyleweek Stage 2 op de combinatie van de twee kerntaken Trendanalyse en Conceptontwikkeling Lifestyleweek (en terugkomactiviteiten stagiaires) Vervolg: Stage 2 op de combinatie van de twee kerntaken Trendanalyse en Conceptontwikkeling Lifestyleweek en terugkomactiviteiten stagiaires) Afstudeeropdracht rond de twee kerntaken Trendanalyse en Conceptontwikkeling
32 352
Week 35 Week 36 t/m 40
Lifestyleweek Vervolg: Afstudeeropdracht rond de twee kerntaken Trendanalyse en Conceptontwikkeling
32 Uren bij Lifestyle Factory
Week 41/42
Competentie-examen 3
80
Totaal
1680
Week 41/42 Jaar 4 Week 1 Week 2 t/m 12 Week 13 Week 14 t/m 23 Week 24 Week 25 t/m 34
3.
28
op het terrein van: De kerntaak De sector(en) De mentaliteitsgroep(en)
32 320
32 Uren bij Lifestyle Factory
840
De student dient zich als volgt aan te melden voor onderwijsactiviteiten: - wijze van aanmelding is voor de propedeuse niet van toepassing - termijn van aanmelding is voor de propedeuse niet van toepassing Vanaf de hoofdfase dienen studenten zich in te schrijven voor modules volgens de procedure gepubliceerd op N@tschool. Student schrijft zich in bij het secretariaat.
4.
Het lesrooster wordt bekend gemaakt via N@tschool uiterlijk 2 weken voor aanvang van de lessen.
5.
De student overlegt bij zijn keuze voor te volgen onderwijsactiviteiten met zijn studieloopbaanbegeleider. -
-
Het laatste leerarrangement van de propedeuse mag een student uitvoeren binnen de sector naar keuze. Hetzelfde geldt voor de meer omvangrijke leerarrangementen in de hoofdfase en in de afstudeerfase, zij het dan dat de keuze minimaal twee sectoren moet betreffen. De opleiding biedt de student de mogelijkheid om verschillende competenties binnen verschillende leeromgevingen naar keuze te realiseren. Van meet af aan stelt de Lifestyle Factory de student in de gelegenheid om opdrachten uit het bedrijfsleven binnen te halen, die ook binnen de bedrijven worden gerealiseerd. De opleiding biedt de student tijdens de afstudeerfase de mogelijkheid om zich inhoudelijk te specialiseren, door een keuze te maken uit twee van de zes lifestyle-sectoren. De opleiding kent twee stages. Voor de eerste stage geldt dat de werkzaamheden gerelateerd moeten zijn aan de twee kerntaken in de opleiding, die van trendanalist of conceptontwikkelaar. De tweede stage moet bovendien aansluiten bij de gekozen inhoudelijke specialisatie.
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
27
-
6.
Tijdens de afstudeerfase kan een student een minor naar keuze gaan volgen. Dat kan een minor zijn die aansluit bij het profiel van de Lifestyle Professional, maar het kan ook een minor zijn die aansluit bij (één van de) sectoren naar keuze. Tevens zijn er passende minoren te vinden voor studenten, die zich willen verdiepen in bepaalde aspecten van het beroep (zoals technologie of ethiek) of bij de mentaliteitsgroep(en) waarin de student zich verder wil verdiepen. Een aantal voorbeelden van relevante Fontys-minoren: buitenlandminor, people planet profit, creatief management, strategic innovation, mulitmedia design, e-business, nieuwe technologieën, professional e-skill’s, ageing, jeugd en jongeren, gezondheidstechnologie, filosofie en ethiek, kunst onderzoek en cultuur.
Als er ingangseisen zijn gesteld om te kunnen deelnemen aan een onderwijsactiviteit zijn deze opgenomen in het overzicht als bedoeld in lid 2. De student mag aan de stage van de hoofdfase deelnemen, nadat alle competenties op niveau 1 zijn behaald. De student mag aan de stage van de afstudeerfase deelnemen, nadat alle competenties op niveau 2 zijn behaald.
7.
Een student die zich heeft aangemeld voor een onderwijsactiviteit neemt de verplichting op zich te voldoen aan de eisen die worden gesteld voor deelname aan deze onderwijsactiviteit. Wanneer de eisen betrekking hebben op verplichte aanwezigheid kan een student die in aanmerking komt voor de Topsportregeling verzoeken om in een parallelgroep aan deze verplichting te mogen voldoen of verzoeken om een ontheffing van deze verplichting. Een student die zich bij herhaling niet houdt aan de verplichtingen die programmadeelname met zich meebrengt, kan de toegang tot dat programma tussentijds worden ontzegd. Dit gebeurt met name als het gedrag van betreffende studenten belemmerend werkt voor het collectieve leerproces van medestudenten. Voorwaarde voor het nemen deze maatregel is dat betreffende student voorafgaand door de met de uitvoering van het programma belaste docent persoonlijk schriftelijk gewaarschuwd is, waarbij hem duidelijk is gemaakt op welke punten hij zijn gedrag moet bijstellen en binnen welke termijn dat moet gebeuren.
8.
De onderwijsactiviteiten die worden aangeboden door de minors staan beschreven in de minorregelingen.
Paragraaf 5 Examencommissie, examinatoren en toetsing Artikel 13 Examencommissie Door of namens de Raad van Bestuur wordt conform artikel 7.12 van de Wet voor elke opleiding een examencommissie ingesteld. In de Wet zijn aan de examencommissie de volgende taken en bevoegdheden toegedeeld: - het borgen van de kwaliteit van de tentamens en examens onverminderd artikel 7.12c van de Wet en artikel 14 van de OER (artikel 7.12b lid 1 sub a); - het vaststellen van richtlijnen en aanwijzingen(beoordelingsnormen) binnen het kader van de OER om de uitslag van tentamens en examens te beoordelen en vast te stellen (artikel 7.12b lid 1 sub b van de Wet); - het verlenen van vrijstelling voor het afleggen van één of meer tentamens (artikel 7.12b lid 1 sub d van de Wet); - het uitreiken van een getuigschrift (7.11 lid 2 van de Wet); - het afgeven van een verklaring aan een student die meer dan één tentamen met goed gevolg heeft afgelegd en aan wie geen getuigschrift kan worden uitgereikt (7.11 lid 5 van de Wet); - het afgeven van het diploma supplement (7.11 lid 4 van de Wet); - het aanwijzen van examinatoren (7.12c van de Wet); - het vaststellen van regels met betrekking tot de goede gang van zaken tijdens toetsen c.q. tentamens en met betrekking tot de in dat verband te nemen maatregelen (zoals het treffen van maatregelen bij inbreuk op de orde tijdens toetsen c.q. tentamens en bij fraude) (7.12b lid 2 van de Wet); - het jaarlijks opstellen van een verslag van haar werkzaamheden (7.12b lid 4 van de Wet); Daarnaast heeft de examencommissie op grond van de Wet de bevoegdheid om de volgende taken uit te oefenen: - afwijking van het gestelde in de OER met betrekking tot: - de geldigheidsduur van met goed gevolg afgelegde tentamens (7.13 lid 2 sub k van de Wet); - de vorm van het afleggen van een toets c.q. tentamen (7.13 lid 2 sub l van de Wet);
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
28
-
- de openbaarheid van mondeling af te nemen toetsen c.q. tentamens (7.13 lid 2 sub n van de Wet); bepalen dat het examen een door haar zelf te verrichten onderzoek bevat (7.10 lid 2 van de Wet); bepalen dat niet ieder tentamen van een examen met goed gevolg hoeft te worden afgelegd (7.10 lid 3 van de Wet); het verlenen van toegang tot de postpropedeutische fase voordat het propedeutisch examen met goed gevolg is afgelegd (7.30 lid 3 van de Wet); het onderzoeken of een minnelijke schikking mogelijk is wanneer een student beroep heeft ingediend bij het College van beroep voor de examens (artikel 7.61 van de Wet);
Daarnaast heeft de examencommissie de opdracht, indien wenselijk dan wel noodzakelijk, zorg te dragen voor bemiddeling bij problemen met studenten met betrekking tot haar taken zoals hierboven omschreven. Verder brengt de examencommissie advies uit aan de directeur omtrent het uit te brengen studieadvies. Indien gewenst raadpleegt de examencommissie hiervoor de studieloopbaanbegeleider. De examencommissie kan het instellingsbestuur adviseren de inschrijving van een student voor een opleiding te beëindigen dan wel te weigeren, wanneer de student door zijn gedragingen of uitlatingen blijk heeft gegeven van ongeschiktheid voor de uitoefening van een of meer beroepen waartoe de door hem gevolgde opleiding hem opleidt, dan wel voor de praktische voorbereiding op de beroepsuitoefening. (artikel 7.42a van de Wet) Op grond van haar bevoegdheid om het getuigschrift van de opleiding uit te reiken heeft de examencommissie de taak goedkeuring te verlenen voor de keuze van de minor die door de student verantwoord moet worden (zie artikel 10 lid 5). De student dient te motiveren hoe deze minor kan bijdragen aan de verwerving van competenties van zijn bacheloropleiding. De examencommissie toetst daartoe marginaal de motivering van de student. Indien de examencommissie de goedkeuring weigert wordt deze weigering gemotiveerd. De leden van de examencommissie worden benoemd op basis van hun deskundigheid op het terrein van de desbetreffende opleiding of groep van opleidingen. Alvorens tot benoeming van een lid over te gaan, worden de leden van de desbetreffende examencommissie gehoord. De examencommissie bestaat ten minste uit een voorzitter, een plaatsvervangend voorzitter, een secretaris en examinatoren zoals vermeld in artikel 14 van deze regeling, te benoemen door de instituutsdirecteur. Bij afwezigheid van voornoemde functionarissen tijdens een vergadering kan de examencommissie zelf één of meerdere plaatsvervangers benoemen voor deze functies. De samenstelling van de examencommissie is als volgt: De examencommissie Bachelor Lifestyle als volgt samengesteld: Voorzitter: Olga van Merendonk Plaatsvervangend voorzitter: Monica Veeger Secretaris: Marion Andringa De werkwijze van de examencommissie is vastgelegd in een huishoudelijk reglement. De voorzitter van de examencommissie of diens plaatsvervanger voert ingeval van spoedeisendheid de taken van de examencommissie uit. Hij maakt hiervan onverwijld melding aan de voltallige examencommissie. Voor de uitvoering van de minorprogramma's is de examencommissie bevoegd van het uitvoerend instituut dat de minor verzorgt. Voor zover relevant overlegt deze examencommissie met de examencommissie van het penvoerend instituut. Deze examencommissie heeft met betrekking tot de toetsing binnen de minors uitsluitend de onderstaande examencommissietaken: a. het borgen van de kwaliteit van de tentamens onverminderd artikel 7.12c van de Wet en artikel 14 van de OER; b. het vaststellen van regels met betrekking tot de goede gang van zaken tijdens toetsen; c. het nemen van maatregelen in dat verband (zoals het treffen van maatregelen bij inbreuk op de orde tijdens toetsen en bij fraude, artikel 7.12b lid 2 van de Wet); d. het aanwijzen van examinatoren; e. het behandelen van verzoeken tot herziening die betrekking hebben op toetsen binnen de minor of op de afronding van de minor;
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
29
f.
het behandelen van verzoeken om een toets binnen een te stellen termijn af te leggen als bedoeld in artikel 22 lid 3.
Het honoursprogramma Filosofie valt onder de bevoegdheid van de examencommissie van de Hogeschool Theologie en Levensbeschouwing. Tegen een beslissing van de examencommissie, zoals bedoeld in lid 2, 3 en 6 staat beroep open bij het College van beroep voor de examens binnen een termijn van 4 kalenderweken (zie artikel 45 en 46 Studentenstatuut). De student heeft ook de mogelijkheid zich binnen een termijn van 3 werkweken eerst tot de examencommissie van zijn bacheloropleiding te wenden met een verzoek tot herziening (zie artikel 44 Studentenstatuut). Tegen een afwijzend studieadvies dient de student echter altijd rechtstreeks beroep aan te tekenen bij het College van Beroep voor de examens (zie artikel 44 lid 4 Studentenstatuut). Artikel 14 Examinatoren 1.
Voor elke toets c.q. elk competentie-examen7 wordt / worden door de examencommissie één of meer examinatoren aangewezen. Een examinator kan ook een deskundige van buiten de instelling zijn. Bij een competentie-examen wordt de examinator aangeduid als assessor.
2.
Elke toets omvat het door de examinator te verrichten onderzoek naar de kennis, de vaardigheden of competenties van de student alsmede de beoordeling van de uitkomsten van dat onderzoek.
3.
Tijdens een competentie-examen wordt door de assessoren onderzocht welke competenties de student heeft verworven en op welk niveau. Aan elk competentie-examen neemt minimaal één assessor deel die niet is betrokken bij de studieloopbaanbegeleiding van de betreffende student.
4.
De opdrachten, opgaven, beoordelingsnormen en beoordelingscriteria worden door de examinatoren vastgesteld binnen de richtlijnen en de aanwijzingen die door de examencommissie zijn vastgesteld. Voorts neemt / nemen de examinator(en) de toets c.q. het competentie-examen af en stelt / stellen de uitslag daarvan vast.
5.
Indien één en dezelfde toets door meer dan één examinator wordt afgenomen en de uitkomst daarvan wordt beoordeeld, ziet de examencommissie er op toe, dat die examinatoren dezelfde toetsen beoordelen aan de hand van dezelfde normen. Daartoe worden de desbetreffende normen door de betrokken examinatoren tevoren schriftelijk vastgelegd. Zo nodig wijst de examencommissie een voor het beoordelen eerstverantwoordelijke examinator aan. Voor een competentie-examen worden vooraf beoordelingscriteria opgesteld.
6.
De examencommissie stelt, zo nodig in overleg met de examinator, vast of voldaan is aan de voorwaarden voor toelating tot het competentie-examen, zoals bedoeld in artikel 20, onverminderd de verantwoordelijkheid van de student zelf om na te gaan of hij aan de voorwaarden voldoet.
7.
De examinator bepaalt de voor het afleggen van de toets beschikbare tijdsduur en de hulpmiddelen waarvan de student tijdens het afleggen van de toets gebruik kan maken, binnen de richtlijnen en de aanwijzingen die door de examencommissie zijn vastgesteld en vermeldt dit op de toetsopgaven.
Artikel 15 Volgorde van toetsen en competenties De student bepaalt zelf de wijze waarop hij zijn leerproces inricht. Hij kan hiervoor een keuze maken uit de onderwijsactiviteiten, zoals beschreven in artikel 12. Hij dient zich hierbij wel te richten op de competenties die getoetst worden bij het eerstvolgende competentie-examen waaraan hij wil deelnemen en het niveau waarop die competenties getoetst worden. Binnen de Bachelor Lifestyle zijn de onderwijsactiviteiten per opleidingsfase gekoppeld aan de te toetsen competenties in het competentie-examen dat aan de desbetreffende opleidingsfase is verbonden.
7
Zie ook artikel 16 voor een nadere toelichting op de toetsvormen.
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
30
Artikel 16 Vormen van toetsing en toetsingscriteria (zie ook paragraaf 9, Uitvoeringsregeling examencommissie) 1.
Competentiegestuurd onderwijs bij Fontys kent drie categorieën van toetsen: - toetsen zonder studiepunten; - toetsen met studiepunten; - competentie-examens.
2.
Toetsen zonder studiepunten leveren bewijs dat ingebracht kan worden in het portfolio dat tijdens een competentie-examen beoordeeld kan worden. Toetsen zonder studiepunten kunnen ook onderdeel zijn van het tentamen van de minor. Toetsen met studiepunten leiden tot directe toekenning van studiepunten wanneer deze zijn behaald. Toetsing kan schriftelijk of mondeling plaatsvinden of op een andere manier (bv. projectverslag, presentatie, logboek etc.). Toetsen moeten valide en betrouwbaar zijn. De student kiest zelf na overleg met zijn studieloopbaanbegeleider aan welke toetsen hij wil deelnemen.
3.
Een competentie-examen leidt tot toekenning van studiepunten voor die competenties die de student verworven heeft. Een competentie-examen moet valide en betrouwbaar zijn. Een competentie-examen kan bestaan uit: - de beoordeling van het in het portfolio opgenomen bewijs t.a.v. de ontwikkelde competenties met een criteriumgericht interview; - de evaluatie van het gedrag of het resultaat van gedrag gerelateerd aan een beroepskenmerkende situatie. Een student is verplicht aan één of meerdere competentie-examens deel te nemen om de studiepunten voor zijn bacheloropleiding te kunnen krijgen. Indien de student behoort tot een cohort van vóór 2007-2008 en in de competentiematrix van deze cohort zijn de minors niet als aparte onderwijseenheden opgenomen dan wordt tijdens het competentie-examen bepaald voor welke competenties op welke niveaus de 30 studiepunten voor de afgeronde minor worden toegekend.
4.
Elke opleiding biedt de student tenminste drie competentie-examens aan verdeeld over de opleiding. - Het eerste competentie-examen vindt plaats ter afronding van de propedeuse. - Het tweede competentie-examen vindt plaats in de postpropedeutische fase. De student die staat ingeschreven bij een associate degree opleiding krijgt tijdens het tweede competentie-examen de mogelijkheid die competenties op die niveaus aantonen die leiden tot deze ‘associate degree’. - Het derde competentie-examen vindt plaats ter afronding van de opleiding. Een competentie-examen kan ook in delen worden aangeboden. Als de opleiding een andere verdeling van competentie-examens kent wordt dit hieronder uitgewerkt.
De opleiding kent drie competentie-examens, waarin het competentiebeheersingsniveau van de student wordt beoordeeld. Het competentie-examen Lifestyle bestaat uit een beoordeling van het portfolio waarin de student de bewijsstukken van zijn competentiebeheersing opneemt en een criteriumgericht interview. Daarnaast kent het competentie-examen een performancedeel, waarin de student de beste illustraties van zijn competentiebeheersing uit zijn portfolio presenteert tegenover de assessoren. We noemen dit de presentatie van het showdossier. Competentie-examen-1 De student vult zijn portfolio aan de hand van de door opleiding gegeven assessmentmatrix. Voor het competentie-examen 1 ter afsluiting van de propedeutische fase, heeft de opleiding bepaald dat de bewijsstukken voor iedere competentiebeheersing bestaan uit een aantal kennistoetsen, beroepsproducten en reflectieverslagen. Voor de studenten is dat inzichtelijk gemaakt in de volgende matrix: Matrix met bewijsstukken voor het competentie-examen I (= inhoud van het portfolio) Signaleren
Week 1
Lifestyle introweek
Analyseren
Ontwerpe n/Creëren
Resultaatgericht handelen
Communiceren
Innoveren
Professioneel handelen
Lifestyleweek levert een bijdrage aan de verwerving van de competenties resultaatgericht handelen, communiceren en professioneel handelen
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
31
W. 2 t.a.v. W. 3 t/m 7
QoL week Reflectieverslag ten aanzien de Quality of Life Trendanalyse (=T) in de sector Health
Bewijsstukken voor de: sector/(kern)taak (Kern)taak Reflectie op rolontw. w.8 t/m 12 Bewijsstukken voor de: sector/ kern)taak (Kern)taak Reflectie op rolontw. w.13.
Lifestyleweek
Kennistoets + Inhoudelijke peerreview (onderdeel toets reflectieverslag) BP-T BP-T BP-T BP-T 1 reflectieverslag t.a.v. de rolontwikkeling Conceptontwikkeling (= C) in de sector Leisure Kennistoets + Inhoudelijke peerreview (onderdeel toets reflectiverslag) BP-C BP-C BP-C 1 reflectieverslag t.a.v. de rolontwikkeling
BP-T
BP-C
Lifestyleweek levert een bijdrage aan de verwerving van de competenties resultaatgericht handelen, communiceren en professioneel handelen Realiseren (=R) in de sector Appearance
w. 14 t/m 18 Bewijsstukken voor de: sector/ kern)taak (Kern)taak Reflectie op rolontw. w.19 t/m 23 Bewijsstukken voor de: sector/ kern)taak (Kern)taak
Kennistoets + Essay Feeltrip (onderdeel toets reflectieverslag) BP-R BP-R BP-R BP-R 1 reflectieverslag t.a.v. de rolontwikkeling Trendanalyse (=T)/Conceptontwikkeling(=C)/ Realiseren (=R) in de sector Living
Reflectie op rolontw.
1 reflectieverslag t.a.v. de rolontwikkeling
w.24
Lifestyleweek levert een bijdrage aan de verwerving van de competenties resultaatgericht handelen, communiceren en professioneel handelen Trendanalyse (=T) in de sector Food
Lifestyleweek
w.25 t/m 29 Bewijsstukken voor de: sector/ kern)taak (Kern)taak Reflectie op rolontw. w.30 t/m 34 Bewijsstukken voor de : sector/ kern)taak (Kern)taak reflectie rolontw. w.35
Kennistoets + Essay expositiebezoek (onderdeel toets reflectieverslag) BP-T/R BP-T/R BP-T/O BP-T/R BP-T/R
Kennistoets + Inhoudelijke peerreview (onderdeel toets reflectieverslag) BP-T BP-T BP-T BP-T 1 reflectieverslag t.a.v. de rolontwikkeling
BP-R
BP-T/R
BP-T
Conceptontwikkeling (=C) in de sector Human Movement
Kennistoets + Essay Feeltrip (onderdeel van toets reflectieverslag) BP-C BP-C BP-C BP-C BP-C 1 reflectieverslag t.a.v. de rolontwikkeling
Lifestyle-week
Lifestyleweek levert een bijdrage aan de verwerving van de competenties resultaatgericht handelen, communiceren en professioneel handelen Trendanalyse (=T), Conceptontwikkeing (=C), Adviseren(=A) in een sector naar keuze
w.36 t/m 40 Bewijsstukken voor de : sector/ kern)taak (Kern)taak Reflectie op rolontw.
Kennistoets + Inhoudelijke peerreview (onderdeel toets reflectieverslag) BP-T/C/A BP-T/C/A BPBP-T/C/A T/C/A 1 reflectieverslag t.a.v. de rolontwikkeling
Lifestyle Factory
X
X X X w.41/42 Competentie-examen niveau 1
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
X
BP-T/C/A
X
32
Zoals uit deze matrix blijkt, bouwt de student dus in ieder leerarrangement aan de bewijsstukken voor zijn portfolio. Doordat hij ook bij ieder leerarrangement een reflectieverslag schrijft, brengt hij steeds per leerarrangement in beeld hoe hij zich heeft ontwikkeld op de aan de rol inherente competentieontwikkeling en hoe dat blijkt uit de bewijsstukken van het onderhavige leerarrangement. Toetsen: - Beroepsproducten, die steeds aan een (kern)taak gekoppeld zijn - Kennistoetsen - Reflectieverslagen met als onderdeel onder andere inhoudelijke peerreview, essay feeltrip Het reflectieverslag en de bewijsstukken in het portfolio moeten gevalideerd worden. Daarvoor zijn de volgende afspraken gemaakt: - De authenticiteit van de praktijkopdrachten worden als zodanig erkend door minimaal twee begeleiders (een van de opleiding en van het werkveld) die daartoe een handtekening onder de afgeronde opdracht zetten, met vermelding van plaats en datum. - Aan het bewijs van praktijkopdrachten, projecten en het beroepsproduct moet door middel van een aangehecht individueel logboekverslag de inbreng van de student verantwoord worden. De authenticiteit van dit verslag wordt door middel van een handtekening van de begeleider bevestigd en de bijdrage van de student wordt door de invulling van een profielwijzer al of niet positief gewaardeerd door de medestudenten en door de begeleidende docent. De profielwijzer is een formulier waarin de projectrollen in gedragsaspecten zijn uitgewerkt. Iedere student vult voor steeds een andere medestudent dit formulier in. Ook de begeleidende docent vult voor iedere individuele student dit formulier in. De SLB-er analyseert aan het einde van ieder leerarrangement de scores per student. Zo ontstaat in de loop van een studiejaar een profiel van de student (zelfbeeld en het beeld van de peers en de begeleiders). De analyse van de profielwijzer geeft mede richting aan het criteriumgericht interview. 5.
Zie ook artikel 29 lid 9 en artikel 31 lid 7.Bij tussentijdse uitstroom kan op verzoek van de student een deel van een competentie-examen worden afgenomen. (exit-assessment).
Artikel 17 Procedure voor toetsen Toetsen kunnen schriftelijk, mondeling of op een andere wijze plaatsvinden. Een mondelinge toets wordt afgelegd bij tenminste 2 examinatoren, waarbij één van de examinatoren op aanwijzing van (de voorzitter van) de examencommissie als eerste examinator fungeert. Eén examinator is toegestaan na goedkeuring van de Raad van Bestuur en een verklaring van geen bezwaar van de student. Hieronder is beschreven hoe schriftelijke en mondelinge toetsen plaats vinden: 3.1 op welke wijze kan een toets worden afgelegd 3.2 hoe vaak en wanneer wordt een toets aangeboden 3.3. hoe en wanneer moet een student zich voor een toets aanmelden -
De toetsen kennen binnen de Bacheloropleiding Lifestyle de vorm van beroepsproducten, kennistoetsen en reflectieverslagen; Toetsen maken integraal deel uit van ieder programmaonderdeel; Op het moment dat een student deelneemt aan een programmaonderdeel, neemt hij deel aan alle onderwijsactiviteiten, zo ook aan de toetsing; In de Lifestyle-weken is er gelegenheid tot herkansing van de kennistoetsen; Beroepsproducten en reflectieverslagen die niet binnen het daartoe bestemde programma-onderdeel worden afgerond, kunnen uiterlijk een van de twee daaropvolgende Lifestyle-weken worden ingeleverd.
3.4 hoe moet een student zich legitimeren voor een toets De procedure rondom toetsen wordt beschreven in het huishoudelijk reglement, die als bijlage is opgenomen.
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
33
3.5 hoe en wanneer krijgt de student de uitslag van een toets De procedure rondom toetsen wordt beschreven in het huishoudelijk reglement, die als bijlage is opgenomen. De uitslag van de toets dient de student, behoudens uitzonderingen, in beginsel binnen 2 werkweken bekend te zijn gemaakt. In uitzonderingsgevallen kan deze termijn uitlopen tot 4 werkweken. In dat geval is hieronder een motivatie voor deze uitzonderingen opgenomen. Als uitzonderingen kunnen worden aangemerkt: ziekte van betrokken examinator, bijzondere familieomstandigheden, of andere, door de directeur als zodanig beoordeelde omstandigheden. 3.6 hoe kan een student inzage en feedback krijgen op de gemaakte toets -
De student krijgt een onderbouwde beoordeling De toelichting vindt plaats door de groepsbegeleider van het programma-onderdeel De student kan inzage krijgen in de gemaakte toets door daartoe binnen zes weken een verzoek in te dienen bij de administratie van de Academy for Creative Industries
3.7 hoe wordt de beoordeling van de toets uitgedrukt -
De kennistoetsen krijgen een cijfer De beroepsproducten krijgen een cijfer De reflectieverslagen krijgen een cijfer
Hieronder is beschreven hoe andere vormen van toetsing plaats vinden: 4.1 hoe en wanneer moet een student zich voor deze toets aanmelden n.v.t. 4.2 hoe en wanneer krijgt de student de uitslag van deze toets n.v.t. 4.3 hoe kan een student inzage en feedback krijgen op deze toets n.v.t. 4.4 hoe wordt de beoordeling van deze toets uitgedrukt n.v.t. Indien de toetsing en de procedures zijn beschreven in een ander document dan kan de uitwerking van lid 3 en 4 achterwege blijven als dit document als bijlage bij deze OER is gevoegd. De procedure rondom toetsen wordt beschreven in het huishoudelijk reglement, die als bijlage is opgenomen. Een student die niet heeft gehandeld conform de beschreven aanmeldingsprocedure kan niet deelnemen aan de toets. De student krijgt een bewijs van deelname en resultaat van de toets ten behoeve van zijn portfolio. Wanneer het gaat om een toets met studiepunten dan wordt de student eveneens geïnformeerd over het aantal behaalde studiepunten. Indien tijdens de opleiding een afstudeerscriptie wordt geschreven dient deze afstudeerscriptie digitaal (bij voorkeur in PDF en als 1 document) aangeleverd te worden, zodat deze kan worden opgenomen in de digitale kennisbank. Bij aanlevering van de afstudeerscriptie voegt de student het ondertekende ‘Toestemmingsformulier tot opname en beschikbaarstelling afstudeerscriptie in digitale kennisbank’ bij. Hiermee geeft de student toestemming tot opname van de afstudeerscriptie in de kennisbank en tot
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
34
beschikbaarstelling voor potentiële gebruikers binnen en buiten de hogeschool. Student en / of opdrachtgever/stagebiedende organisatie kunnen bij het aanleveren van de digitale scriptie aangeven niet akkoord te gaan met opname van de scriptie in de databank. Artikel 18 Eisen bewijsmateriaal competentie-examen 1.
Het portfolio is een (digitale) verzameling van bewijs waarin de student moet aantonen dat hij de vereiste inhouden en competenties van een bepaalde opleiding beheerst. Het bewijsmateriaal in een portfolio kan onder meer bestaan uit het resultaat van de verschillende vormen van toetsen, bewijsmiddelen van eerder of elders verworven competenties en bestuurlijke activiteiten.
2.
De student selecteert uit zijn portfolio het bewijsmateriaal waarmee hij tijdens het competentie-examen zijn competentie-ontwikkeling wil aantonen.
3.
Het door de student geselecteerde bewijsmateriaal ten behoeve van het competentie-examen voldoet tenminste aan eisen van: 1. Echtheid: uit het bewijsmateriaal moet blijken dat het materiaal daadwerkelijk van de student is. 2. Relevantie: het bewijsmateriaal moet een beeld geven van de ontwikkeling in de competenties van de student welke in het competentie-examen aan de orde zijn. 3. Structuur en organisatie: het bewijsmateriaal wordt zodanig aangeboden dat het een georganiseerd en overzichtelijk beeld geeft van de groei in competenties 4. Actualiteit: het bewijsmateriaal is zodanig actueel dat het betrekking heeft op de huidige competentiebeheersing van de student.
4.
De student is verantwoordelijk voor de back up van het bewijs in het portfolio, hetzij digitaal, hetzij op papier.
Artikel 19 Procedure voor competentie-examens Voorafgaand aan deelname aan een competentie-examen dient de student zijn portfolio met zijn studieloopbaanbegeleider te bespreken. De studieloopbaanbegeleider geeft de student een niet bindend advies om wel of niet deel te nemen aan het competentie-examen. Voor het competentie-examen van de propedeuse geldt een uitzondering op deze regel (zie artikel 27, lid 3 en artikel 29, lid 3) Om deel te kunnen nemen aan het laatste competentie-examen dient de student aan te tonen dat hij één of minor8 heeft gevolgd, dan wel voor één of twee minors ontheffing of vrijstelling heeft gekregen. Hieronder is beschreven hoe een competentie-examen plaats vindt: 3.1 op welke wijze vindt de beoordeling van het portfolio plaats 3.2 op welke wijze vindt de evaluatie van het gedrag of het resultaat van het gedrag in een zo authentiek mogelijke beroepssituatie plaats De student levert zijn portfolio in met daarin opgenomen de bewijsstukken zoals die in de assessmentmatrix gevraagd worden Inventarisatie: - De bewijzen zijn geordend naar: - Kennistoetsen - Beroepsproducten - Peerreviews - Reflectieverslagen - De bewijzen zijn voorzien van de oordelen van groepsbegeleiders, medestudenten en SLB-ers; - De bewijzen zijn volledig. Analyse: - De bewijzen geven een voldoende beeld van de competentiebeheersing van de student; - Aangetekend wordt waar eventuele twijfels inzake de competentiebeheersing bestaan; Presentatie van het dossier door de student; - Bekeken wordt of de presentatie de eventuele twijfels voldoende heeft weggenomen. -
8
Afhankelijk van het aantal minors dat geldt voor het cohort waartoe de student behoort.
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
35
Criteriumgericht interview over: - Het vermogen van de student om op metaniveau over de eigen competentie-ontwikkeling te spreken; - De competenties waarover nog geen duidelijk beeld van de competentiebeheersing bestaat. 3.3 wanneer wordt het competentie-examen aangeboden -
Het competentie-examen I vindt plaats aan het einde van het eerste inschrijvingsjaar; Het competentie-examen II vindt plaats halverwege het derde cursusjaar; Het competentie-examen III vindt plaats aan het einde van het vierde cursusjaar.
3.4 hoe en wanneer moet een student zich voor een competentie-examen aanmelden De aanmeldingsprocedure verloopt via de SLB, die de kandidaten opgeeft bij de examencommissie
3.5 hoe moet een student zich legitimeren voor een competentie-examen De student moet zich legitimeren met zijn studentenpas. 3.6 hoe en wanneer krijgt de student de uitslag van het competentie-examen De student krijgt binnen een week de schriftelijk de uitslag van het competentie-examen. 3.7 hoe kan een student inzage en feedback krijgen op het competentie-examen Inzage en feedback op het competentie-examen krijgt de student op verzoek via één van de examinatoren 3.8 hoe wordt de beoordeling van de competenties uitgedrukt Voldoende of onvoldoende Voor elk competentie-examen wordt in de OER vastgelegd welke competenties worden beoordeeld. In het propedeuse competentie-examen worden de volgende competenties beoordeeld: Bachelor Lifestyle Competentieniveau 1
60
S 10
A 10
O 15
R 5
I
C 10
P 10
De student overlegt met zijn studieloopbaanbegeleider welke competenties hij laat toetsen tijdens het tweede en derde competentie-examen en legt dit vast in zijn persoonlijk ontwikkelingsplan. Als er sprake is van een associate degree wordt in de OER vastgelegd welke competenties tijdens het tweede competentie-examen worden getoetst. (zie artikel 16, lid 5) Als er sprake is van een competentie-examen dat in delen wordt aangeboden wordt dat hieronder aangegeven. Daarbij wordt aangegeven welke competenties worden beoordeeld. Tijdens het competentie-examen wordt getoetst welke competenties de student heeft verworven en op welk niveau. De student krijgt de studiepunten toegekend behorend bij de competenties die hij heeft verworven en het niveau waarop hij deze heeft verworven. Indien de student behoort tot een cohort van vóór 2007-2008 en in de competentiematrix van deze cohort zijn de minors niet als aparte onderwijseenheden opgenomen dan wordt tijdens het competentie-examen bepaald voor welke competenties op welke niveaus de 30 studiepunten voor de afgeronde minor worden toegekend. Indien het competentie-examen en de procedure is beschreven in een ander document dan kan de uitwerking van lid 3 achterwege blijven als dit document als bijlage bij het opleidingsspecifieke deel van de OER is
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
36
gevoegd. Een student die niet heeft gehandeld conform de beschreven aanmeldingsprocedure kan niet deelnemen aan het competentie-examen. De student krijgt een bewijs van deelname en resultaat van het competentie-examen. De assessor levert een gedagtekend en ondertekend document aan bij de functionaris die is belast met de registratie van de studievoortgang waaruit blijkt welke competenties de student heeft behaald, op welk niveau en met welk resultaat. Artikel 20 Toetsing minors 1.
In de minorregelingen is o.a. beschreven hoe de toetsing binnen de minor plaats vindt. Het tentamen van de minor bestaat uit één of meerdere toetsen. In de minorregeling is uitgewerkt wanneer de minor (het tentamen) is behaald.
2.
Door (de) examinator(en) van de minor wordt vastgesteld of de toetsen zijn behaald. De toetsresultaten worden doorgegeven aan het secretariaat van het uitvoerend instituut dat de minor aanbiedt. De examencommissie van het penvoerend instituut dat de minor aanbiedt stelt vast of de student de minor heeft behaald en zorgt ervoor dat de student een certificaat ontvangt voor de behaalde minor.
Artikel 21 Verhindering van deelname aan toetsen / competentie-examen 1.
Indien de student heeft gehandeld conform de beschreven aanmeldingsprocedure in artikel 17, 19 en 20, maar buiten zijn wil om verhinderd is aan de toets of het competentie-examen deel te nemen, dit ter beoordeling van de examencommissie, dan kan betrokkene een verzoek indienen om de toets, c.q. het competentie-examen alsnog binnen een te stellen termijn af te leggen.
2.
Het verzoek als bedoeld in het voorgaande lid wordt schriftelijk, onder overlegging van de nodige bewijsstukken, ingediend bij de voorzitter van de examencommissie. De examencommissie beslist op het verzoek en deelt zijn beslissing schriftelijk aan betrokkene mede. Indien de beslissing positief is houdt deze tevens in een opgave van datum, tijdstip en plaats van de nieuwe gelegenheid. Indien de beslissing negatief is, worden de redenen van afwijzing vermeld en wordt de student gewezen op zijn beroepsmogelijkheid. Belemmering van de studievoortgang en de persoonlijke omstandigheden van de student zijn voor de examencommissie de belangrijkste aspecten waarop het verzoek wordt getoetst.
3.
Indien het verzoek betrekking heeft op een toets bij de minor richt de student zijn verzoek aan de examencommissie van het uitvoerend instituut van de minor.
Artikel 22 Herkansing 1.
Een schriftelijke of mondelinge toets wordt minimaal twee keer per studiejaar aangeboden. In de propedeuse wordt één herkansing aangeboden. Indien praktisch mogelijk worden student in de gelegenheid gesteld ook andere vormen van toetsing (bijvoorbeeld uivoeren van projecten) te herkansen binnen het studiejaar. Hieronder is beschreven hoe vaak andere vormen van toetsing worden aangeboden. n.v.t.
2.
Een competentie-examen wordt bij voorkeur twee keer, maar minimaal één keer, per studiejaar aangeboden. De student mag in beginsel drie keer per opleiding deel nemen aan een competentie-examen. Onderdeel van elk competentie-examen is de bespreking van de mogelijkheid om nog niet verworven competenties op een later tijdstip op nieuw te laten beoordelen. In overleg met de student wordt bepaald wat er nog moet gebeuren, wanneer en hoe de student kan laten zien dat hij er aan gewerkt heeft en wanneer hij deze competenties alsnog heeft verworven.
3.
Een student die op basis van het competentie-examen van de propedeuse in juni of juli in aanmerking komt voor een afwijzend studieadvies krijgt de mogelijkheid het behaalde resultaat uiterlijk in augustus te
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
37
verbeteren. 4.
Een student die op basis van het competentie-examen van de propedeuse een voorwaardelijk studieadvies krijgt (positief of afwijzend) krijgt gedurende maximaal 1 jaar de mogelijkheid het resultaat te verbeteren. Indien nodig dient de student aan het eind van zijn tweede jaar inschrijving opnieuw het competentieexamen van de propedeuse af te leggen. Afhankelijk van het resultaat van deze herkansing wordt het voorwaardelijk studieadvies gevolgd door een positief of een afwijzend studieadvies.
Artikel 23 Geldigheidsduur behaalde toetsen, minors en competentieniveaus De geldigheidsduur van behaalde toetsen is 10 jaar De geldigheidsduur van behaalde minors is 10 jaar Bij een competentie-examen wordt vastgesteld welke competenties de student heeft verworven en op welke niveau. Het resultaat van een competentie-examen heeft een geldigheidsduur van in beginsel 10 jaar. Artikel 24 Bijzondere voorzieningen voor studenten met een functiebeperking Studenten met een functiebeperking hebben op grond van wettelijke bepalingen (artikel 7.13 van de Wet en de WGBH/CZ) recht op doeltreffende aanpassingen (dat wil zeggen geschikt en noodzakelijk), tenzij deze voor de instelling een onevenredige belasting vormen. Aanpassingen dienen er toe belemmeringen weg te nemen of te beperken en de zelfstandigheid en volwaardige participatie van de student zoveel mogelijk te bevorderen. De aanpassingen kunnen betrekking hebben op het onderwijsprogramma (inclusief de stages), de studieroosters, de onderwijswerkvormen, de toetsing en de leermiddelen. De student die een aanspraak wil maken op aanpassingen dient daartoe tijdig een schriftelijk en gemotiveerd verzoek in bij de examencommissie. De examencommissie wint zo nodig deskundig advies in (bv. bij een studentendecaan) alvorens te beslissen. Wanneer de examencommissie dit voor het te nemen besluit noodzakelijk acht kan zij, op basis van geheimhouding, inzage krijgen in de medische verklaring die mogelijk bij een studentendecaan beschikbaar is én de student heeft aangegeven hier geen bezwaar tegen te hebben. De examencommissie besluit binnen twee werkweken na ontvangst van het verzoek, tenzij een verzoek nader onderzoek vergt. In dat geval wordt de student binnen maximaal drie maanden na ontvangst van het verzoek, duidelijkheid gegeven over de voorzieningen die getroffen kunnen worden. Bij een langdurige of chronische handicap is het verzoek slechts éénmaal per studiejaar nodig, in andere gevallen per toetsperiode. In de toekenning van de voorzieningen kan de examencommissie ook bepalen dat de toegekende voorzieningen gelden voor de hele studie of dat de student jaarlijks in overleg met zijn studieloopbaanbegeleider nagaat of de voorzieningen nog toereikend zijn. Aan het begin van het studiejaar informeert de opleiding de studenten over de mogelijkheden voor bijzondere voorzieningen en wordt de student waar nodig doorverwezen naar de studentendecaan. Paragraaf 6 Vrijstellingen Artikel 25 Vrijstelling van de propedeuse De instituutsdirecteur kan conform artikel 7.30 lid 2 van de Wet vrijstelling verlenen van het propedeutisch examen op grond van het bezit van een tenminste gelijkwaardig Nederlands of buitenlands diploma. Artikel 26 Vrijstelling
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
38
1.
In competentiegestuurd en vraaggericht onderwijs worden uitsluitend vrijstellingen verleend voor één of twee minors (zie artikel 8), voor toetsen met studiepunten of van de propedeuse (zie artikel 25).
2.
Een student kan elders verworven competenties, kennis en/of vaardigheden, bewijs van verrichte activiteiten (inclusief bestuurlijke activiteiten) als bewijs inbrengen in zijn portfolio. Tijdens een competentie-examen kan de student aantonen dat hij over de te beoordelen competenties beschikt en op welk niveau en kunnen hem de daarbij behorende studiepunten worden toegekend.
Paragraaf 7 Studiebegeleiding, studievoortgang en studieadvies Artikel 27 Studieloopbaanbegeleiding 1.
De student wordt in competentiegestuurd en vraaggericht onderwijs begeleid door een studieloopbaanbegeleider.
2.
De student bepaalt in overleg met zijn studieloopbaanbegeleider op welke manier hij zich wil ontwikkelen en op welke wijze hij gaat werken aan zijn competenties. In de gesprekken met de studieloopbaanbegeleider is beheersing van de Nederlandse taal nadrukkelijk ook een aandachtspunt dat de student, en zo nodig de studieloopbaanbegeleider, meeneemt. Voor studenten die een Duitstalige of Engelstalige opleiding volgen is de beheersing van de Duitse of Engelse taal een aandachtspunt in het gesprek tussen student en studieloopbaanbegeleider.
3.
De student overlegt met zijn studieloopbaanbegeleider over de voortgang van zijn leerproces aan de hand van zijn portfolio. In overleg met de studieloopbaanbegeleider bepaalt de student of en wanneer hij zal deelnemen aan het competentie-examen. Ten behoeve van het studieadvies dat de student in het eerste jaar ontvangt moet de student in zijn eerste jaar van inschrijving deelnemen aan het competentie-examen van de propedeuse (zie ook artikel 29, lid 3)
4.
De studieloopbaanbegeleider voert in de propedeuse begeleidings- en verwijzingsgesprekken met de student. Van deze gesprekken wordt een verslag opgesteld. Een afschrift van het verslag wordt aan de student verstrekt. De student tekent het verslag voor gezien of akkoord, eventueel met de aantekening ‘gezien, maar niet akkoord’.
5.
De student kan een verzoek indienen bij de instituutsdirecteur om hem een andere studieloopbaanbegeleider toe te wijzen als hij hiervoor zwaarwegende argumenten kan aandragen.
6.
In de studiebegeleiding is extra aandacht voor allochtone studenten. Voor allochtone studenten bestaan de volgende voorzieningen die zijn gericht op het verbeteren van de Nederlandse taalbeheersing. Zie decaanwijzer. In het eerste jaar van de propedeuse kunnen allochtone studenten de examencommissie verzoeken om hen extra tijd toe te kennen voor het maken van toetsen. Toekenning van deze voorziening vindt uitsluitend plaats als studenten kunnen aantonen gebruik te maken van voorzieningen om te komen tot een betere beheersing van het Nederlands.
7.
Studenten die in aanmerking komen voor de Topsportregeling kunnen voorzieningen vragen met betrekking tot de aanpassing van toetsen of toetsroosters, tot een aangepaste regeling met betrekking tot de aanwezigheidsplicht voor onderwijsactiviteiten, het werken in groepen, en voor een aangepaste stage. In het opleidingsdeel is vastgelegd bij wie de student deze voorzieningen moet aanvragen De student moet deze voorzieningen bij de examencommissie aanvragen, die daarover een besluit zal nemen.
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
39
Artikel 28 Studievoortgang 1.
De resultaten van toetsen worden geregistreerd onder verantwoordelijkheid van de opleiding in een registratiesysteem. Daarnaast houdt de student de resultaten van deze toetsen zelf bij in zijn portfolio.
2.
In het eerste jaar van de propedeuse ontvangt de student vier keer per jaar een bericht over zijn studievoortgang op dat moment. Hierbij wordt aangegeven welke indicatie voor hem van toepassing is: A – de studievoortgang ligt op schema B – er is sprake van een beginnende studieachterstand C – er is sprake van aanzienlijke studieachterstand, reden tot zorg D – er is sprake van ernstige studieachterstand, zeer zorgwekkend In de propedeuse is de indicatie van het tweede en vierde voortgangsbericht gekoppeld aan de criteria van het voorlopig studieadvies en het studieadvies dat aan het eind van het eerste jaar wordt uitgebracht. (zie artikel 30) In het studievoortgangssysteem wordt geregistreerd welk studievoortgangsbericht is afgegeven. Na het eerste jaar inschrijving in de propedeuse ontvangt de student twee keer per jaar een bericht over zijn studievoortgang.
3.
Na een competentie-examen worden studiepunten toegekend voor die competenties die de student heeft aangetoond. De registratie van studiepunten geschiedt onder verantwoordelijkheid van de opleiding. Indien de student behoort tot een cohort van vóór 2007-2008 en in de competentiematrix van deze cohort zijn de minors niet als aparte onderwijseenheden opgenomen dan wordt tijdens het competentie-examen bepaald voor welke competenties op welke niveaus de 30 studiepunten voor de afgeronde minor worden toegekend.
4.
Na deelname aan een competentie-examen ontvangt de student een overzicht met de behaalde studiepunten.
5.
Studiepunten behaald via toetsen waar studiepunten aan gekoppeld zijn en studiepunten voor minors worden buiten het competentie-examen om toegekend.
Artikel 29 Studieadvies 1.
De directeur van een opleiding verstrekt aan elke student in een voltijdse of duale bacheloropleiding voor het eind van diens eerste jaar van inschrijving (12 maanden) in de propedeuse, in ieder geval vóór 1 september van het lopende studiejaar, dan wel vóór 1 februari van het lopende studiejaar, een schriftelijk studieadvies. Naast een advies over het al dan niet voortzetten van de opleiding, kan het advies ook betrekking hebben op de te volgen afstudeerrichting. Aan het studieadvies kan een afwijzing verbonden zijn. Dit betekent dat de student de desbetreffende opleiding binnen de Hogeschool dient te beëindigen. Wanneer er sprake is van een gemeenschappelijke propedeuse is aangegeven welke opleidingen de propedeuse gemeenschappelijk hebben en of het studieadvies geldt voor de opleidingen waarvoor de gemeenschappelijke propedeuse is ingericht. Onderstaande opleidingen hebben een gemeenschappelijke propedeuse. n.v.t Het studieadvies dat wordt uitgebracht bij een gemeenschappelijke propedeuse geldt wel/niet voor de opleidingen die de propedeuse gemeenschappelijk hebben. n.v.t De directeur laat zich bij het uitbrengen van een studieadvies adviseren door de examencommissie.
2.
Voor de deeltijdse opleiding wordt het studieadvies uitgebracht n.v.t Indien er bij de deeltijdse opleiding een afwijzend studieadvies wordt uitgebracht geldt eveneens dat dit voor het eind van het eerste jaar van inschrijving van de student vóór 1 september dan wel vóór 1 februari van het lopende studiejaar wordt uitgebracht.
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
40
3.
Het studieadvies is gebaseerd op de resultaten van een competentie-examen. Aan een student die in de propedeuse niet deelneemt aan een competentie-examen wordt een afwijzend studieadvies verstrekt, tenzij er naar het oordeel van de directeur sprake is van bijzondere omstandigheden. De student dient bijzondere omstandigheden te melden bij zijn studieloopbaanbegeleider of een studentendecaan zodra deze omstandigheden zich voordoen. Als er sprake is van bijzondere omstandigheden kan op grond van het portfolio van de student besloten worden een voorwaardelijk studieadvies te verstrekken. De directeur laat zich bij deze beslissing adviseren door de examencommissie. Het beoefenen van topsport door studenten die in aanmerking komen voor de Topsportregeling wordt gezien als een bijzondere omstandigheid, op grond waarvan een voorwaardelijk studieadvies wordt gegeven.
4.
De student krijgt een positief studieadvies en de indicatie A in onderstaande gevallen: Indien 60 studiepunten (van de propedeuse) zijn behaald De student krijgt een voorwaardelijk positief en de indicatie B in onderstaande gevallen: Als er 4 of meer van de competenties op niveau 1 zijn behaald, waaronder in elk geval de competenties signaleren, creëren en resultaatgericht handelen. De student krijgt een voorwaardelijk afwijzend studieadvies en de indicatie C in onderstaande gevallen: Als er 4 of meer van de competenties op niveau 1 zijn behaald, waarbij de student een of meerdere van de competenties signaleren, creëren en resultaatgericht handelen niet op niveau 1 heeft gehaald. De student krijgt een bindend afwijzend studieadvies en de indicatie D in onderstaande gevallen: Als er minder dan 4 competenties op niveau 1 zijn behaald. De student mag twee jaar over zijn propedeuse doen. Aan het einde van het eerste inschrijvingsjaar krijgt de student een positief, een afwijzend of een voorlopig bindend studie-advies. Voor de laatste twee adviezen geldt de propedeuse- doorstroomnorm. Dat betekent dat de studenten 4 van de 6 competenties op niveau 1 in de propedeuse tijdens het eerste inschrijvingsjaar moeten halen, waaronder in ieder geval signaleren, creëren en resultaatgericht handelen. Zo niet, dan moeten zij de opleiding verlaten na het eerste inschrijvingsjaar
5.
Een student die een voorwaardelijk studieadvies heeft ontvangen ontvangt aan het eind van het tweede jaar inschrijving een positief of een afwijzend studieadvies. De student ontvangt een positief studieadvies als hij zijn propedeuse heeft behaald. In de andere gevallen krijgt de student aan het eind van zijn tweede jaar van inschrijving alsnog een bindend afwijzend studieadvies, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden, waardoor (nog) geen bindend afwijzend studieadvies gegeven kan worden (zie lid 6).
6.
Uitsluitend na advies van de afdeling Juridische Zaken beslist de examencommissie of het tijdstip om aan de gestelde voorwaarden van het voorwaardelijk studieadvies te voldoen, zoals bedoeld in lid 5, kan worden uitgesteld (tot meer dan 24 maanden inschrijving). Persoonlijke omstandigheden van de student kunnen reden zijn voor het geven van een extra termijn om aan de gestelde eisen te voldoen
7.
Eveneens is advies van de afdeling Juridische Zaken nodig om een student die na het tweede jaar van inschrijving (dat wil zeggen na meer dan 24 maanden inschrijving) geen bindend afwijzend studieadvies heeft ontvangen en nog niet zijn propedeuse heeft behaald alsnog een afwijzend studieadvies te geven.
8.
In het eerste jaar van inschrijving in de propedeutische fase van een opleiding wordt bij voorkeur vóór 1 februari / 1 september een voorlopig advies, positief of negatief, uitgebracht. Het voorlopig studieadvies, de waarschuwing, als er sprake is van een negatief voorlopig studieadvies, wordt gebaseerd op het portfolio van de student. De studieloopbaanbegeleider analyseert aan de hand van het portfolio van de student in overleg met de student wat de studieresultaten zijn. Dit voorlopig studieadvies kan ook gegeven worden in een mondeling gesprek met de studieloopbaanbegeleider, als bedoeld in artikel 28 lid 4, mits de student duidelijk wordt gemaakt dat er sprake is van een voorlopig studieadvies als bedoeld in dit artikel en er van dit gesprek een verslag wordt gemaakt dat door de student mede wordt ondertekend. De studieloopbaanbegeleider ziet er op toe dat deze indicatie wordt geregistreerd in het studievoortgangssysteem. Wanneer het door de programmering van onderwijsactiviteiten en toetsen niet mogelijk is om het
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
41
voorlopig studieadvies voor 1 februari / 1 september uit te brengen, dan krijgt de student voor 1 februari wel algemene informatie over de mogelijkheid om zich voor deze datum uit te schrijven en zijn studiefinanciering stop te zetten en wordt hij gewezen op de mogelijkheid een studentendecaan te raadplegen. Het voorlopig studieadvies volgt in dat geval voor 1 maart. De student krijgt een voorlopig positief studieadvies en de indicatie A in onderstaande gevallen: Studenten worden via de intranetsite en mondeling via de Studieloopbaanbegeleider op de hoogte gebracht van de 1 februari regeling van studiefinanciering. Op basis van de resultaten van semester 1 (3 leerarrangementen) krijgt de student in februari een voorlopig positief studieadvies, indicatie A, als de student alle leerarrangementen, plus twee lifestyleweken plus de QoL-week met positief gevolg heeft afgesloten. De student krijgt een voorlopig positief studieadvies en de indicatie B in onderstaande gevallen: Studenten worden via de intranetsite en mondeling via de Studieloopbaanbegeleider op de hoogte gebracht van de 1 februari regeling van studiefinanciering. Op basis van de resultaten van semester 1 (3 leerarrangementen) krijgt de student in februari een voorlopig positief studieadvies, indicatie B, als de student 2 van de 3 leerarrangementen, plus een lifestyleweek plus de QoL-week met positief gevolg heeft afgesloten. De student krijgt een voorlopig negatief studieadvies en de indicatie C in onderstaande gevallen: Studenten worden via de intranetsite en mondeling via de Studieloopbaanbegeleider op de hoogte gebracht van de 1 februari regeling van studiefinanciering. Op basis van de resultaten van semester 1 (3 leerarrangementen) krijgt de student in februari een voorlopig negatief studieadvies, indicatie C, als de student 1 van de 3 leerarrangementen plus de QoL-week met positief gevolg heeft afgesloten. De student krijgt een voorlopig negatief studieadvies en de indicatie D in onderstaande gevallen: Studenten worden via de intranetsite en mondeling via de Studieloopbaanbegeleider op de hoogte gebracht van de 1 februari regeling van studiefinanciering. Op basis van de resultaten van semester 1 (3 leerarrangementen) krijgt de student in februari een voorlopig negatief studieadvies, indicatie D, als de student de 3 leerarrangementen, de twee lifestyleweken en de QoL-week niet met positief gevolg heeft afgesloten. De indicatie wordt geregistreerd in het studievoortgangssysteem. Aan studenten die zich uitschrijven tijdens het eerste jaar van inschrijving wordt door de directeur een waarschuwing meegegeven als hij verwacht dat de student mogelijk niet geschikt is voor deze opleiding. De directeur wint hiervoor advies in bij de examencommissie, die haar oordeel kan baseren op het portfolio dat de student haar ter beschikking stelt. Tevens wordt vastgelegd hoeveel maanden inschrijving de student nog tot zijn beschikking heeft voordat hem een studieadvies wordt uitgebracht, als hij zich op een later tijdstip weer voor dezelfde opleiding zou willen inschrijven. De student die meldt dat hij zich wenst uit te schrijven wordt een exit gesprek aangeboden. Indien hij dat wenst kan op zijn verzoek een deel van een competentie-examen plaats vinden waarbij hij kan laten beoordelen in hoeverre hij competenties heeft verworven en op welk niveau, waarna de bijbehorende studiepunten kunnen worden toegekend. Op verzoek van de student kan hem ook een verklaring meegegeven worden waarbij de studielast van reeds behaalde toetsresultaten word vertaald naar een equivalent in studiepunten. Studenten die zich voortijdig uitschrijven in het eerste studiejaar wordt dringend aangeraden een exitgesprek te voeren met de studieloopbaanbegeleider Artikel 30 Aanvullende bepalingen afwijzend studieadvies 1.
Indien de opleiding een afwijzend studieadvies wil uitbrengen kan dat alleen als de opleiding voorzieningen heeft getroffen die onder meer rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
42
de student en gericht zijn op het waarborgen van een goede studievoortgang. (zie artikel 27) 2.
Het bindend afwijzend studieadvies geldt voor de termijn van 2 jaar.
3.
Op verzoek van de student kan de instituutsdirecteur deze termijn wijzigen c.q. het afwijzend advies intrekken zoals bedoeld in 7.8b lid 3 van de Wet.
4.
Een afwijzend advies heeft betrekking op de voltijdse, deeltijdse en duale vorm van de betreffende opleiding, tenzij in het advies anders is aangegeven.
5.
In elk afwijzend studieadvies wordt uitdrukkelijk vermeld dat de afwijzing uitsluitend betrekking heeft op de genoemde opleiding. Aan elk afwijzend studieadvies wordt bij wijze van advies een verwijzing toegevoegd, hetzij naar een andere opleiding, hetzij naar de decaan of naar het studenten Loopbaancentrum.
Paragraaf 8 Afsluiting opleiding, getuigschrift, doorstroom Artikel 31 Uitslag van examens, getuigschrift, verklaring, vermelding “met lof” 1.
Indien is voldaan aan het bepaalde in artikel 2 lid 5 en daarmee alle studiepunten zijn behaald, reikt de examencommissie het getuigschrift uit ten bewijze dat het examen met goed gevolg is afgelegd. Het getuigschrift wordt namens de examencommissie ondertekend door de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter, de secretaris of plaatsvervangend secretaris, de geëxamineerde en indien van toepassing door een (externe) deskundige. Op het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegde examen wordt vermeld: a de naam van de opleiding zoals vermeld in het CROHO; b de onderdelen van het examen; c de eventuele bevoegdheid; d de toegekende graad; e de datum van de laatste accreditatie9 of de datum van de toets nieuwe opleiding10 Voor het getuigschrift van het propedeutisch examen zijn de onderdelen c en d niet van toepassing.
2.
Voordat het getuigschrift wordt afgegeven controleert de instituutsdirecteur namens het instellingsbestuur of de student ingeschreven heeft gestaan en collegegeld heeft betaald. (zie artikel 7.11 lid 2 van de Wet)
3.
De uitreiking van het getuigschrift vindt plaats op een door de opleiding te bepalen tijdstip. De student kan de examencommissie verzoeken om nog niet tot uitreiking over te gaan.
4.
De student krijgt een van de hieronder genoemde judicia vermeld op zijn getuigschrift op basis van meer dan gewone prestaties. Het judicium ‘cum laude’ geldt als het hoogst haalbare. De student krijgt het judicium ‘cum laude’ indien hij heeft voldaan aan de volgende eisen: n.v.t De student krijgt het judicium ‘met genoegen’ indien hij heeft voldaan aan de volgende eisen: n.v.t
5.
De student krijgt de aantekening ‘honours’ op zijn getuigschrift vermeld indien hij naast zijn reguliere bachelorprogramma het honoursprogramma met succes heeft doorlopen binnen de nominale studieduur van de opleiding. Het predicaat ‘honours’ wordt verleend door de examencommissie.
6.
Degene van wie tijdens een competentie-examen is vastgesteld dat hij één of meerdere competenties heeft behaald en/of die één of meerdere toetsen met studiepunten heeft behaald en aan wie geen getuigschrift als bedoeld in het eerste lid kan worden uitgereikt, ontvangt desgevraagd een door de examencommissie af
9 In de komende jaren zullen alle opleidingen geaccrediteerd worden. Zolang dit nog niet gebeurd is wordt op het getuigschrift de datum van de laatste visitatie van de opleiding vermeld als accreditatiedatum. 10 Elke nieuwe opleiding die na 1 september 2002 wordt aangevraagd dient de toets nieuwe opleiding te ondergaan voordat de opleiding aangeboden mag worden. Deze toets is gelijk te stellen met de accreditatie van bestaande opleidingen.
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
43
te geven verklaring, waarin minimaal de desbetreffende behaalde competenties en/ of de behaalde toetsen met studiepunten zijn vermeld. In de verklaring wordt vermeld dat verworven competenties en of behaalde toetsresultaten in principe 10 jaar geldig zijn voor voltijd en duale studenten die op het moment van herinschrijving nog onder de WSF 2000 vallen. In de verklaring kan een voorbehoud gemaakt worden voor het geval er sprake is van een grondige wijziging van de opleiding. 7.
Aan elke student die meldt dat hij vertrekt zonder dat hij het afsluitend examen van de opleiding heeft afgerond wordt een exit-gesprek aangeboden. Op verzoek van de student kan hem een verklaring meegegeven worden waarbij de studielast van reeds behaalde toetsresultaten wordt vertaald naar een equivalent van studiepunten.
8.
Op grond van artikel 7.9d van de Wet meldt het instellingsbestuur aan de IB Groep welke student het afsluitend examen van de opleiding met goed gevolg heeft afgelegd.
Artikel 32 Doorstroom Ten behoeve van een vlotte doorstroming naar een verwante masteropleiding kan de student gebruik maken van de minors Academische Oriëntatie. Indien er voor de bacheloropleiding specifieke afspraken gemaakt zijn met één of meerdere universiteiten voor een goede doorstroom naar een universitaire masteropleiding zijn deze hieronder uitgewerkt. n.v.t Paragraaf 9 Uitvoeringsregeling examencommissie Artikel 33 Gang van zaken rondom schriftelijke toetsen 1.
Een schriftelijke toets wordt afgelegd onder toezicht van tenminste één examinator of één surveillant, zijnde een personeelslid van de instelling, daartoe aangewezen door de examencommissie.
2.
Op verzoek van de toezichthouder(s) overlegt de student het bewijs van inschrijving als bedoeld in artikel 7.33 lid 2 van de Wet. Daarnaast dient de student zich te kunnen legitimeren. Als de student niet in staat is een geldig bewijs van inschrijving te tonen, maar zich wel kan identificeren, maakt de toezichthouder hiervan na afloop melding aan de voorzitter van de examencommissie. Als bij controle blijkt dat de student tijdens het maken van de toets niet ingeschreven stond wordt het eventueel toegekende resultaat ongeldig verklaard. Studenten die zich niet kunnen identificeren zijn uitgesloten van deelname aan toetsen.
3.
Alle aanwijzingen van de examencommissie, examinator of surveillant, dienen door de student te worden opgevolgd. Te gebruiken hulpmiddelen bij de toets zijn in de toetsinstructie of op de toetsopgaven vermeld.
4.
Onverlet het bepaalde in artikel 37, kan een student die niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens lid 3, door de examencommissie of examinator worden uitgesloten van verdere deelname aan de desbetreffende toets. Deze uitsluiting is slechts van toepassing op de toets die op dat moment wordt of is afgelegd. De uitsluiting heeft tot gevolg dat de student geacht wordt deel te hebben genomen aan de mogelijkheid tot het afleggen van de toets.
5.
Het verloop van de schriftelijke toets wordt in een verslag en / of protocol vastgelegd. In het verslag worden de namen en handtekeningen van de deelnemende studenten, het tijdstip van aanvang en beëindiging van de deelname van elke student, het aantal ingeleverde pagina's en een omschrijving van eventuele onregelmatigheden als bedoeld in artikel 38 opgenomen.
6.
De toetsopgaven mogen door de student na afloop van de toets worden meegenomen, tenzij de examinator daartegen bezwaar heeft, dan wel de aard van de opgaven zich daartegen verzet. Een en ander wordt aangegeven op de toetsopgaven of het toetsformulier.
7.
Oplossingen van toetsopgaven mogen niet eerder worden uitgereikt dan na afloop van de desbetreffende toetszitting(en).
8.
De examinator beoordeelt het gemaakte werk, stelt de uitslag vast en maakt deze bekend volgens de procedure zoals hieronder beschreven.
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
44
De examinator geeft de uitslag door aan het tentamenbureau. De uitslag wordt ingevoerd in de cijferregistratie, door student te raadplegen via het intranet van Fontys. 9.
Op verzoek van de student kan de examencommissie besluiten het werk door een tweede corrector te laten beoordelen.
Artikel 34 Gang van zaken rondom mondelinge toetsen 1.
Een mondelinge toets wordt afgelegd bij tenminste 2 examinatoren, waarbij één van de examinatoren, op aanwijzing van (de voorzitter van) de examencommissie, als eerste examinator fungeert. Eén examinator is toegestaan na goedkeuring van de Raad van Bestuur en een verklaring van geen bezwaar van de student.
2.
Het verloop van de mondelinge toets wordt in een verslag vastgelegd. In het verslag worden het tijdstip van aanvang en beëindiging, een beknopte weergave van de inhoud van het toetsgesprek en de beoordeling ervan opgenomen.
3.
Een mondelinge toets is openbaar. Belangstellenden die de mondelinge toets als toehoorder wensen bij te wonen, dienen daarvoor echter minimaal twee weken tevoren een verzoek in bij de examinator(en). De examinator informeert de student die getoetst wordt. Als de student aangeeft hier bezwaar tegen te hebben wordt het verzoek om de mondelinge toets als toehoorder bij te wonen in elk geval afgewezen. De examinator beslist gemotiveerd bij afwijzing.
4.
De examinator(en) beoordeelt / beoordelen de mondelinge toets terstond en legt / leggen de uitslag schriftelijk vast. De student ontvangt een schriftelijke verklaring van de examinator(en) over de uitslag. Indien examinatoren niet tot een eensluidend oordeel kunnen komen, beslist de eerste examinator.
Artikel 35 Gang van zaken rondom andere vormen van toetsen Andere vormen van toetsen, zoals projecten, logboeken, presentaties, stageverslagen, onderzoeksverslagen etc. worden als volgt beoordeeld: De beoordeling van ander vormen van toetsen staat vermeld in de projecthandleiding c.q stagehandleiding
Artikel 36 Gang van zaken rondom competentie-examens 1.
Een competentie-examen wordt afgelegd bij tenminste twee assessoren, waarbij één van de assessoren, op aanwijzing van (de voorzitter van) de examencommissie, als eerste assessor fungeert. Eén assessor is toegestaan na goedkeuring van de Raad van Bestuur en een verklaring van geen bezwaar van de student.
2.
Het verloop van het competentie-examen wordt in een verslag vastgelegd. In het verslag worden het tijdstip van aanvang en beëindiging, een beknopte weergave van de inhoud van het competentie-examen en de beoordeling opgenomen.
3.
Een competentie-examen is openbaar. Belangstellenden die het competentie-examen als toehoorder wensen bij te wonen, dienen daarvoor echter minimaal twee weken tevoren een verzoek in bij de assessor(en). De assessor informeert de student die beoordeeld wordt. Als de student aangeeft hier bezwaar tegen te hebben wordt het verzoek om het competentie-examen als toehoorder bij te wonen in elk geval afgewezen. De assessor beslist gemotiveerd bij afwijzing.
4.
De assessoren beoordelen de student terstond en leggen de uitslag schriftelijk vast. De student ontvangt een schriftelijke verklaring van de assessor(en) over de uitslag. Indien assessoren niet tot een eensluidend oordeel kunnen komen, beslist de eerste assessor.
5.
Indien uit het competentie-examen blijkt dat de student niet alle competenties heeft behaald wordt in het verslag van het competentie-examen aangegeven wat de student moet doen om alsnog zijn competenties te verwerven en hoe en wanneer dit getoetst wordt.
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
45
Artikel 37 Gang van zaken voorafgaand aan, tijdens en na toetsen / competentie-examens De regels met betrekking tot de gang van zaken voorafgaand aan, tijdens en na de toetsen c.q. het competentieexamen worden hieronder uitgewerkt. Als deze regels zijn uitgewerkt in een ander document kan de uitwerking in de OER achterwege blijven als dit document als bijlage bij het opleidingsspecifieke deel van de OER gevoegd. Zie bijlage huishoudelijk reglement toetsing
Artikel 38 Onregelmatigheden en fraude 1.
Indien een student zich ten aanzien van (een onderdeel van) het examen aan een onregelmatigheid schuldig heeft gemaakt, kan de examencommissie bepalen dat aan die student het recht wordt ontnomen één of meer toetsen c.q. competentie-examen van de opleiding af te leggen gedurende een door de examencommissie te bepalen periode van ten hoogste één jaar. Indien de toets of het competentie-examen al was beoordeeld wordt het resultaat ongeldig verklaard.
2.
Bij ernstige fraude kan de examencommissie de Raad van Bestuur voorstellen de inschrijving van betrokkene definitief te beëindigen.
3.
Indien de onregelmatigheid eerst na afloop van het examen wordt ontdekt, kan de examencommissie de student het getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11 van de Wet, onthouden of kan zij bepalen dat de betrokken student het getuigschrift slechts kan worden uitgereikt na een hernieuwde toets, een hernieuwd competentie-examen of een hernieuwd examen in de door de examencommissie aan te wijzen onderdelen en op een door haar te bepalen wijze.
4.
Alvorens een beslissing ingevolge het eerste of tweede lid te nemen, hoort de examencommissie de student en eventuele belanghebbenden. Van dit horen wordt een verslag gemaakt, dat door de student ondertekend wordt voor gezien of akkoord, eventueel met de aantekening “gezien, maar niet akkoord”. De examencommissie deelt haar beslissing onverwijld mede aan de student, zo mogelijk mondeling en in ieder geval schriftelijk. Tevens wordt de beroepsmogelijkheid voor de student aangegeven.
5.
De examencommissie maakt van de beslissing en van de feiten waarop deze steunt, een rapport op.
Paragraaf 10 Bewaring en hardheidsclausule Artikel 39 Bewaring 1.
De examencommissie draagt zorg voor de bewaring van de verslagen als bedoeld in de artikelen 33, 34, 35, en 36, alsmede de opgaven, de beoordelingsnormen en het beoordeelde schriftelijke werk gedurende de periode zoals aangegeven in lid 3.
2.
De in lid 3 genoemde termijn wordt verlengd indien dat nodig is in verband met een beroepsprocedure.
3.
De examencommissie draagt er zorg voor dat van elke student de volgende gegevens gedurende 50 jaar bewaard blijven in het archief van de instelling: - persoonsgegevens met inachtneming van de wetgeving op het gebied van bescherming persoonsgegevens; - gegevens over het behaald hebben van een propedeutisch getuigschrift en / of een getuigschrift hoger beroepsonderwijs en bijbehorende cijferlijsten, dan wel een uitgereikte verklaring of behaald certificaat. De overige gegevens, waaronder gemaakte toets, het digitaal assessmentportfolio, met uitzondering van werkstukken zoals aangegeven in het opleidingsspecifieke deel, kan worden vernietigd of teruggegeven aan de student na het verstrijken van tenminste 6 maanden na de bekendmaking van de beoordeling. Ten behoeve van de visitatie blijft gedurende een termijn van 6 jaren bewaard een representatieve set van toetsen, inclusief beoordelingen, opdrachten, portfolio’s en verslagen van competentie-examens, stageverslagen, projectverslagen.
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
46
4.
Bewijzen dat een competentie-examen met goed gevolg is afgelegd afgegeven door de examinator worden 10 jaar bewaard.
5.
Voor studenten die zonder getuigschrift vertrekken wordt de verklaring, als bedoeld in artikel 31 lid 6, 10 jaar bewaard.
Artikel 40 Hardheidsclausule 1.
De examencommissie is bevoegd tegemoet te komen aan onbillijkheden van zwaarwegende aard die zich bij de toepassing van deze regeling mochten voordoen, alsmede beslissingen te nemen in zaken waarin deze regeling niet voorziet. Om te bepalen of de hardheidsclausule toegepast moet worden weegt de examencommissie de belangen van de student en die van de opleiding. Voor gevallen waaromtrent een onmiddellijke beslissing noodzakelijk is, beslist de voorzitter van de examencommissie of diens plaatsvervanger. In het laatste geval doet deze zo spoedig mogelijk melding aan de leden van de examencommissie.
2.
De student richt daartoe een met redenen omkleed schriftelijk verzoek aan de examencommissie conform het gestelde in artikel 44 van het Studentenstatuut. De examencommissie beslist op het verzoek en deelt de beslissing schriftelijk en gemotiveerd aan betrokkene mede, onder vermelding van de beroepsmogelijkheid.
Paragraaf 11 Slot- en invoeringsbepalingen Artikel 41 Inwerkingtreding, wijziging, bekendmaking en citeertitel 1.
Dit algemene deel van de OER is geschreven voor competentiegestuurd en vraaggericht onderwijs. Deze regeling treedt in werking vanaf 1 september 2005 voor alle studenten die op dat moment zijn ingeschreven bij een competentiegestuurde en vraaggerichte opleiding. Het herziene algemene deel 2010-2011 geldt voor alle studenten die in dat studiejaar staan ingeschreven bij een competentiegestuurde en vraaggerichte opleiding, tenzij hieronder anders is aangegeven.
2.
Voor studenten ingeschreven in niet competentiegestuurde en vraaggerichte opleidingen geldt het algemene deel van de OER 2005-2006, ten behoeve van niet competentiegestuurd en vraaggericht onderwijs en het daarop gebaseerde opleidingsspecifieke deel, tenzij hieronder anders is bepaald.
3.
Een student die zich benadeeld acht door invoering van de herziene regeling kan een verzoek indienen bij de examencommissie om in zijn geval de oude regeling toe te passen.
4.
Het algemene deel van deze regeling alsmede wijziging daarvan worden vastgesteld door de Raad van Bestuur, nadat de studentengeleding van de Centrale Medezeggenschapsraad daarmee heeft ingestemd. De opleidingscommissie dan wel de bevoegde Medezeggenschapsraad van de opleiding dient een advies te geven over de opleidingsspecifieke regeling dan wel de wijziging daarvan. Vaststelling en wijziging van de opleidingsspecifieke regeling geschieden op voorstel van de opleiding en behoeven de instemming van de studentenfractie van de bevoegde Medezeggenschapsraad. Op grond van artikel 10.20 sub e jº 7.13 lid 2, sub a t/m g is instemming niet vereist op de artikelen 2, 3, 9, 12, 29 en 30. In de artikelen 4 t/m 7 is een uitwerking opgenomen van wettelijke bepalingen, evenals in de artikelen 13 en 14. Voor deze artikelen is geen instemming van de medezeggenschapsraad vereist. In artikel 37 zijn regels uitgewerkt die behoren tot de bevoegdheid van de examencommissie. Voor deze regels is evenmin instemming vereist.
5.
Indien door tussentijdse wijziging van de regeling de belangen van individuele studenten worden geschaad, kan de student een schriftelijk verzoek indienen bij de examencommissie tegen toepassing van de betreffende wijziging van de regeling. De examencommissie onderzoekt het verzoek en motiveert in zijn uitspraak de afweging tussen het individuele belang van de student en het belang van de kwaliteit van de opleiding.
6.
De instituutsdirecteur stelt vóór 1 september het opleidingsdeel van de OER vast voor het studiejaar dat op 1 september van start gaat en draagt er zorg voor dat het opleidingsspecifieke deel van deze regeling en elke wijziging daarvan worden gepubliceerd door middel van uitreiking van een exemplaar van de regeling aan nieuw ingeschreven studenten en ter inzage legging bij het opleidingssecretariaat dan wel via het ter
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
47
beschikking stellen via het Internet / Intranet. 7.
De tekst van de OER kan aangepast worden indien wijziging(en) in de organisatie of organisatieonderdelen daar aanleiding toe geeft / geven, onverminderd het gestelde in lid 5.
8.
Deze regeling kan worden aangehaald als “ Algemeen deel van de Onderwijs- en examenregeling Fontys Hogescholen ten behoeve van competentiegestuurde en vraaggerichte opleidingen die een major-minor indeling kennen”. Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
Artikel 42 Overgangsbepalingen Bij de overgang van een ‘oud’ naar een ‘nieuw’ curriculum geldt de volgende richtlijn. Na het laatste reguliere aanbod van het ‘oude’ onderwijs en de daarbij behorende toets, c.q. het daarbij behorende tentamen, wordt de betreffende toets, c.q. het tentamen, nog twee maal als herkansing aangeboden. Daarna wordt bepaald welke toets, c.q. welk tentamen uit het ‘nieuwe’ onderwijs een student moet afleggen ter vervanging van het ‘oude’ onderdeel. Als deze richtlijn niet wordt opgevolgd wordt in het opleidingsspecifieke deel een eigen regeling van overgangsrecht opgenomen. Artikel 43 Onvoorziene gevallen In gevallen waarin het opleidingsspecifieke deel van de OER niet voorziet beslist de examencommissie, tenzij het gaat om onderwerpen als beschreven in paragraaf 3. In die gevallen is de directeur bevoegd.
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
48
C. Interne klachtenprocedure De student die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door handelingen die door een lid van het personeel of een student jegens hem zijn verricht, of organisatorische zaken heeft het recht hierover een klacht in te dienen bij de Raad van Bestuur, zoals beschreven in artikel 47 van het Studentenstatuut. Verwijzen naar de interne klachtenregeling van de opleiding/het instituut Indien een student rechtstreeks in zijn belang is getroffen door handelingen die door een lid van het personeel of een student jegens hem zijn verricht, of door organisatorische zaken in zijn belang is getroffen kan een schriftelijke klacht worden ingediend bij de directie van Fontys Academy for Creative Industries.
Opleidingsspecifiek deel van de Bachelor OER Lifestyle 2010-2011
49