Financieel Crisisplan (inclusief draaiboek communicatie)
Stichting Pensioenfonds Werk en (re)Integratie
Augustus 2013
1.
Inleiding
Stichting Pensioenfonds Werk en (re)Integratie (het PWRI) heeft een financieel crisisplan opgesteld conform het bepaalde bij en krachtens de beleidsregel Financieel crisisplan Pensioenfondsen. Het financieel crisisplan vormt een bijlage bij de actuariële en bedrijfstechnische nota (ABTN). De doelstelling van het PWRI is te zorgen voor een goed (betrouwbaar) en betaalbaar pensioen (tegen een acceptabele premie) voor zijn deelnemers op de lange termijn. Wanneer het PWRI op korte termijn niet meer aan de doelstelling kan voldoen, bevindt het pensioenfonds zich in een financiële crisis. Het fonds heeft geen sponsor in de zin van een overheid die aan het fonds garanties heeft afgegeven. Het financiële crisisplan is een richtlijn voor hoe te handelen in geval van een crisis. Het beschrijft de maatregelen die het fonds op korte termijn zou kunnen inzetten, wanneer het realiseren van de doelstelling van het pensioenfonds in gevaar komt. Of het bestuur de hierin beschreven maatregelen toepast, hangt af van de omstandigheden van dat moment. Het bestuur zal in een situatie van crisis dus altijd het gezond verstand blijven gebruiken. Situationeel handelen moet altijd mogelijk blijven. Het crisisplan is daarom een routebeschrijving en geen vastomlijnd spoorboekje hoe het bestuur voornemens is te handelen. Als pensioenfonds laten wij ons vooral leiden door het lange termijn beleid en onze lange termijn verwachtingen inzake premie- en beleggingsbeleid. Tegelijkertijd kan de ongunstige financiële positie van ons fonds om maatregelen vragen die op de korte termijn effect sorteren. Het sturen op dekkingsgraden is derhalve een gegeven waar wij ons, door omstandigheden gedwongen, toe genoodzaakt zien. Het bestuur zal het crisisplan jaarlijks toetsen op actualiteit. Er zijn vele redenen denkbaar, met name ook buiten het financiële kader, waardoor het dagelijks bestuur zou kunnen besluiten dat er sprake is van een crisis. In dit financieel crisisplan wordt gesproken van een crisis indien: - de dekkingsgraad zich zeer snel beweegt richting kritische waarden, waardoor het realiseren van de doelstelling van het pensioenfonds in gevaar komt; - een kritische waarde wordt doorbroken; - een bestuurslid een crisissituatie inroept en het DB dat standpunt deelt. Een belangrijk onderdeel van het crisisplan is communicatie. Dit plan beschrijft daarom ook hoe het bestuur met belanghebbenden communiceert als zich een crisissituatie voordoet. Daarnaast geeft het bestuur aan hoe het in heldere en begrijpelijke bewoordingen over het financieel crisisplan van het fonds communiceert met belanghebbenden in de periode dat zich nog geen crisissituatie heeft voorgedaan. Ook is in dit plan opgenomen welke belanghebbenden geïnformeerd en betrokken moeten worden (en in welke volgorde) en op welke wijze (middelen) het pensioenfonds met de deelnemers communiceert. Daarbij is vastgelegd welke kernboodschap het pensioenfonds uitdraagt en wie aanspreekpunt is voor de externe woordvoering. Kortom een concreet draaiboek met daarin een stappenplan om op een gestructureerde wijze alle belanghebbenden (doelgroepen) tijdig, duidelijk en begrijpelijk te informeren. In dit crisisplan kiest het bestuur er gegeven het huidige nominale kader voor te werken met een nominale dekkingsgraad als bepaling van de ondergrens. Als het financiële kader wijzigt van nominaal naar reëel dan zal het crisisplan hierop worden aangepast. Binnen het reguliere bestuursbeleid gelden de reguliere risicobeheersingsmaatregelen. Deze reguliere risicobeheersingsmaatregelen staan los van dit crisisplan. Het crisisplan voorziet in de
crisissituatie waarin de reguliere risicobeheersing om een of andere reden niet heeft gewerkt. In dit crisisplan wordt op de volgende elementen ingegaan: - wanneer is er sprake van een crisis; - bij welke ondergrens (kritische dekkingsgraad) kan het fonds nog herstellen zonder korten; - welke maatregelen heeft het pensioenfonds ter beschikking in geval van een crisis; - hoe realistisch is de inzet van deze maatregelen; - wat is het verwachte financiële effect van de inzet van deze maatregelen; - hoe is bij deze maatregelen rekening gehouden met evenwichtige belangenafweging; - hoe en wanneer wordt er met belanghebbenden gecommuniceerd; - hoe is het besluitvormingsproces vormgegeven; - hoe wordt het crisisplan jaarlijks getoetst en wanneer treedt het in werking. 2.
Wanneer is er sprake van een crisis
Het bestuur van het pensioenfonds is van mening dat er sprake is van een crisissituatie indien er: - Geen herstel (meer) mogelijk is binnen de hiervoor wettelijk gestelde termijnen zonder aanspraken en rechten te korten. Hierdoor wordt de continuïteit van het pensioenfonds bedreigd. Deze grens (de kritieke grens) ligt op een dekkingsgraad van 90%. Het bestuur hanteert een dynamische ondergrens. Dit betekent dat bij een dekkingsgraad van 90% het crisisplan in werking treedt. Er wordt afgesproken welke maatregelen genomen moeten worden om niet op een dekkingsgraad van 85% of lager uit te komen. - Er sprake is van een daling van de dekkingsgraad van meer dan 10% in één maand (acute crisis). Bij een dekkingsgraad van 95% of lager, is sprake van een crisis bij een daling van 5% of meer in één maand. Het bestuur bepaalt de dekkingsgraad op basis van de door DNB voorgeschreven rentetermijnstructuur. Dit betekent dat de dekkingsgraad zoals het bestuur die voor het financieel crisisplan hanteert, overeen komt met de dekkingsgraad zoals die maandelijks aan DNB wordt gerapporteerd. - Een bestuurslid formeel aan het Dagelijks Bestuur (DB) aangeeft dat er zijns inziens sprake is van een crisissituatie, waarbij het DB deze opvatting deelt. 3.
Ondergrens (kritische dekkingsgraad) waarbij fonds kan herstellen zonder korten
Het bestuur merkt op dat er een relatie is tussen het herstelplan en het crisisplan, in die zin dat het aantal resterende jaren in een lopend herstelplan mede bepaalt of aan het fonds bepaalde ingrepen (zoals korten) worden opgelegd. Of het PWRI naar verwachting tijdig kan herstellen wordt bepaald door de hoogte van de toekomstige rendementen, maar vooral ook door het niveau en de vorm van de rentecurve en de door toezichthouder gehanteerde rekenmethode voor het vaststellen van de verplichtingen. Het is daarom niet in algemene zin vast te stellen bij welke dekkingsgraad het fonds niet meer kan herstellen zonder te korten. In feite is een mogelijke korting aan de orde bij alle dekkingsgraden onder het zogenaamde kritieke pad uit het herstelplan, dat ten dele wordt bepaald door marktomstandigheden. Het vaststellen van de kritische dekkingsgraad is een ‘iteratief’ proces. Het bestuur zal bij het uitvoeren van het crisisplan het geldende korte1 en lange termijn herstelplan en de daarin vastgelegde volgorde van de maatregelen als leidraad hanteren. De volgorde in het herstelplan is als volgt: 1. Het beperken of niet toekennen van toeslagen
1
Het korte termijn herstelplan van PWRI eindigt eind 2013
2. Andere maatregelen: verhogen premie of korten aanspraken (in het herstelplan 2009 is de volgorde hierin niet bepaald) Als het fonds uit herstel is, dan blijft dit crisisplan bestaan en zal het crisisplan aan de nieuwe situatie worden aangepast. Met behulp van de continuïteitsanalyse (afgerond in januari 2013) zal meer exact vastgesteld kunnen worden onder welke dekkingsgraad het fonds naar verwachting niet herstelt binnen de wettelijk gestelde termijn. In het crisisplan wordt de grens van 90% gehanteerd. Hierbij zal ook de herstelkracht bepaald worden afhankelijk van (verwacht) rendement en de rentetermijnstructuur. 4.
Welke maatregelen heeft het pensioenfonds ter beschikking in geval van een crisis
Het is van groot belang om te voorkomen dat het PWRI in een crisissituatie terecht komt. Daarom wordt periodiek via ALM-studies getoetst (laatste ALM november 2012) of premiebeleid, toeslagbeleid en beleggingsbeleid nog voldoende robuust zijn vormgegeven. Hierbij wordt het beleid getoetst binnen verschillende economische hoofdscenario’s en ook varianten van toeslagbeleid en beleggingsbeleid worden nader onderzocht. In een crisissituatie zal het bestuur bestaande sturingsmiddelen inzetten om de crisissituatie het hoofd te bieden. Daarnaast zal het bestuur andere sturingsmiddelen die de herstelkracht van het pensioenfonds bevorderen in overweging nemen. Voor enkele van onderstaande sturingsmiddelen geldt dat het bestuur van het PWRI niet zelfstandig kan besluiten het sturingsmiddel in te zetten. Zo is het bestuur niet zelfstandig bevoegd over te gaan tot aanpassing van het premiebeleid of het aanpassen van de pensioenregeling. Het bestuur van het PWRI is van mening dat het zich in geval van een crisis ten eerste moet richten op de sturingsmiddelen die het bestuur op basis van de uitvoeringsovereenkomst zelfstandig kan inzetten, zonder overleg of medewerking van derden zoals de sociale partners. Zo wordt ook het meeste recht gedaan aan de onafhankelijke positie en de eigen verantwoordelijkheid van het bestuur van het pensioenfonds. Aan de andere kant wordt de volgorde van de in te zetten sturingsmiddelen bepaald door de gewenste inzet van ieder van die sturingsmiddelen. De sturingsmiddelen die het bestuur, rekening houdend met zijn fondsdocumenten, zelfstandig tot zijn beschikking heeft, zijn de sturingsmiddelen 1, 2, 3, en 4b2 uit onderstaande opsomming. Bij deze opsomming zet het bestuur de maatregelen – in principe - in de genoemde volgorde in. 1. het beperken of niet toekennen van toeslagen (al ingezet vanwege het herstelplan); 2. het herijken van het beleggingsbeleid; 3. het anderzijds aanpassen van de pensioenregeling (versoberen zonder premie te verlagen); 4a. het wijzigen van het premiebeleid; 4b. het korten van pensioenrechten en –aanspraken. 4.1 Te treffen maatregelen bij diverse dekkingsgraden Onderstaand schema geeft weer welke maatregelen worden overwogen bij specifieke standen van de dekkingsgraad. De genoemde maatregelen zullen volgtijdelijk worden genomen. 2
Het besluit tot korten is een beslissing die het bestuur autonoom kan nemen. Of dat in de praktijk ook wenselijk is is iets anders maar in principe biedt het reglement (zowel WSW als WIW) deze bevoegdheid.
Dg fase
Dekkingsgraad
1 <85 2 Tussen 85 en 89 3 Tussen 90 en 94 4 Tussen 95 en 99 5 Tussen 100 en 104 6 Tussen 105 en 109 7 Tussen 110 en 114 8 Tussen 115 en 119 9 > 120 Daling van meer dan 10% in een maand
5.
Te treffen maatregelen Alle maatregelen inzetten incl. 4a en 4b 1,2,3 1,2,3 1 1 1 Afhankelijk van specifieke situatie (oorzaak) en dekkingsgraad.
Hoe realistisch is de inzet van deze maatregelen
1. Het beperken of niet toekennen van toeslagen (al ingezet) Het bestuur heeft deze maatregel al ingezet in zijn herstelplan van 2009 en dit vormt daardoor op dit moment geen extra te treffen maatregel. De deelnemersraad heeft over deze maatregel een negatief advies afgegeven. Binnen het fonds wordt gebruikgemaakt van een toeslagstaffel. Volgens deze toeslagstaffel worden bij een dekkingsgraad van 130% en lager niet meer de volledige toeslagen toegekend. In beginsel laat de toeslagstaffel van het fonds bij dekkingsgraden lager dan 105% het verlenen van toeslagen niet toe. Zodoende worden toeslagen in crisisscenario’s in de regel sowieso niet toegekend. Een uitzondering zou optreden wanneer de dekkingsgraad zich tussen het moment van vaststelling en het moment van toekenning zeer negatief heeft ontwikkeld. In dit hoogst onwaarschijnlijke geval kan het bestuur ertoe besluiten de eerder vastgestelde toeslagen te herroepen. In het reglement van de WSW is dit geregeld in artikel 11. Voor de WIW is dit geregeld in artikel 13 van het reglement. 2. Het herijken van het beleggingsbeleid In het huidige herstelplan is het beleggingsbeleid niet opgenomen als sturingsinstrument. Op het moment echter dat de dekkingsgraad zich in de buurt van de kritieke grens begeeft, wordt het voor het fonds wellicht minder opportuun bestaande risico’s te blijven lopen. Het beleggingsbeleid is er in eerste instantie op gericht om - op lange termijn gezien - optimale beleggingsopbrengsten te genereren. Daartoe is onder meer een strategische beleggingsmix (zie ook hoofdstuk 4 van de ABTN) vastgesteld, die jaarlijks met gebruikmaking van ALMmodellen (ALM studie “light”) getoetst wordt en tenminste driejaarlijks met een uitgebreide ALM. In het derde kwartaal van 2012 is een uitgebreide ALM uitgevoerd. De beleggingsmix bepaalt mede de hoogte van het vereist vermogen en daarmee de verhouding tussen de technische voorziening en gewenst vermogen. Om die reden kan minstens in theorie – het bestuur een andere beleggingsmix vaststellen, om daarmee de bedoelde verhouding gunstig te beïnvloeden. Dit betekent dat wanneer het fonds in reservetekort raakt, het bestuur kan besluiten minder risicovol te beleggen, om het gewenste verplichte vermogen naar beneden bij te stellen. De beleggingscommissie is momenteel bezig met diverse scenario’s (bijv. bij een daling van de SWAP-rente naar 2% met gelijktijdige daling van de aandelen). Voor de verdere invulling van dit sturingsinstrument verwijst het bestuur naar de nader te bepalen scenario’s van de beleggingscommissie.
3. Het aanpassen van de pensioenregeling Als de dekkingsgraad zich begeeft richting kritieke grenzen, zal het fonds CAO-partijen adviseren de pensioenovereenkomst dusdanig aan te passen, dat aan de premiedekkingsgraadseis kan worden voldaan. Behalve door verlaging van de opbouw kan dit ook door verhoging van de franchise of door wijziging van de regeling met betrekking tot nabestaandenpensioen. Het bestuur zal de sociale partners in deze situatie op de hoogte brengen van de noodzaak van de aanpassing van de pensioentoezegging en daarin een adviserende rol vervullen. 4a Het wijzigen van het premiebeleid In een situatie van dekkingstekort moet de feitelijke premie tenminste gelijk zijn aan de actuariële koopsom tegen marktrente, vermeerderd met het benodigde bedrag voor uitvoeringskosten en het minimaal vereist eigen vermogen. Het bestuur is zelfstandig bevoegd deze kostendekkende premie vast te stellen. Het bestuur zal echter in contact moeten treden met sociale partners bij een vaststelling van de premie boven kostendekkend niveau. Door de premieverhoging neemt het vermogen toe, waardoor de financiële positie verbetert. 4b Het korten van pensioenrechten en –aanspraken Het fonds ziet als uiterste middel het verminderen van de pensioenaanspraken en pensioenrechten, als alle overige beschikbare sturingsmiddelen zijn ingezet. Het bestuur kan de in enig jaar toe te kennen aanspraken beperken tot hetgeen uit de ontvangen premies financierbaar is. Hiermee wordt voorkomen dat de verplichtingen harder toenemen dan het vermogen, waardoor de financiële positie zou verslechteren. Een vermindering van de aanspraken zal voor iedere deelnemer, gewezen deelnemer, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden worden bepaald naar evenredigheid van de hoogte van hun pensioenaanspraken en/of pensioenrechten op het moment van de vermindering. Dit betekent dat er uniform zal worden gekort over aanspraken en rechten. Dat opgebouwde pensioenaanspraken en ingegane pensioenrechten in uiterste instantie kunnen worden gekort, is opgenomen in artikel 1.3.2 van het pensioenreglement van de WSW en artikel 2A van de WIW. Daarin staat ook dat het pensioenfonds de deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en de werkgevers schriftelijk informeert over een dergelijke korting. Daarbij is vermeld dat de korting op zijn vroegst een maand nadat de deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden, werkgevers en toezichthouder hierover geïnformeerd zijn, wordt gerealiseerd. Vanuit het herstelplan geldt dat de huidige richtlijnen van DNB gebaseerd zijn op de overgangsregeling voor vijfjaars korte termijn herstelplannen. Zowel bij de evaluatie per eind 2011 als per eind 2012 is het niet nodig geweest een voorgenomen korting per april 2013 of 2014 aan te kondigen. Bij een nieuwe crisissituatie zal de wettelijke hersteltermijn van drie jaar van toepassing zijn. In onderstaande tabel is voor verschillende fictieve startdekkingsgraden aangegeven wat aan het eind van het kortetermijnherstelplan de dekkingsgraad is en welk kortingspercentage dan van toepassing zou zijn. In deze tabel is gerekend met een vaste rekenrente van 2,5% en een verwacht beleggingsrendement van 5,6%. Dekkingsgraad Verwachte dekkingsgraad na 3 jaar 93,6% 90,0%
104,3% 100,6%
Kortingspercentage 0,0% 3,5%
85,0% 80,0% 75,0% 70,0%
6.
95,4% 90,2% 84,9% 79,7%
8,5% 13,5% 18,6% 23,6%
Wat is het verwachte financiële effect van de inzet van deze maatregelen
Bij onderstaande voorgenomen maatregelen is in de tweede kolom aangegeven of het bestuur deze maatregel autonoom kan nemen of dat sprake is van advies of instemming van andere belangengroepen, zoals de deelnemersraad of sociale partners. Als er ten tijde van crisis snel maatregelen genomen moeten worden en gezond verstand zegt dat er op basis van de gegeven crisis weinig tot geen tijd is om te overleggen, kan het bestuur besluiten de volgorde van de maatregelen aan te passen en eerder kiezen voor maatregelen die autonoom genomen kunnen worden. Maatregel
Inzetbaar ja/nee
1
Het beperken of niet toekennen van toeslagen
Nee, reeds ingezet. Autonoom besluit van bestuur na negatief advies deelnemersraad.
2
Het herijken van het beleggingsbeleid
3
Het aanpassen van de pensioenregeling
4a
Het wijzigen van het premiebeleid
4b
Het korten van pensioenrechten en –aanspraken
Ja, mits binnen het beleggingsplan. Buiten het beleggingsplan dan advies deelnemersraad. Ja, altijd na besluitvorming sociale partners. Te bepalen door CAOpartijen in de situatie dat er premie bovenop het kostendekkend niveau wordt geheven.
Ja, autonoom besluit van bestuur na advies deelnemersraad.
Effect op kritische dekkingsgraad
Belangengroep
Geen direct effect, wel een sneller verwacht herstel. Per 1%-punt niet indexeren van alle deelnemers daalt de dekkingsgraad niet met 1%-punt (x DG). Voorkomen verdere daling.
Alle deelnemersgroepen
Hangt af van de aanpassing.
Alle deelnemersgroepen
Hoe hoger de premie hoe krachtiger het herstel. Bij de huidige loonsom en technische voorziening komt 1%-punt meer premie (per jaar) overeen met een stijging van de dekkingsgraad met 0,35%punt. 1% korten van alle pensioenen betekent dat de dekkingsgraad met 1%(xDG) stijgt.
Actieve deelnemers en werkgevers
Alle deelnemersgroepen
Alle deelnemersgroepen
7. Hoe is bij deze maatregelen rekening gehouden met evenwichtige belangenafweging Het bestuur van het pensioenfonds zal in zijn afwegingen als uitgangspunt hanteren dat de belangen van de betrokken deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden, de pensioengerechtigden en de werkgever op evenwichtige wijze moeten worden behartigd. 1. Het beperken of niet toekennen van toeslagen Aangezien voor de actieven en inactieven hetzelfde toeslagbeleid van toepassing is, heeft
het niet toekennen van toeslagen voor beide groepen eenzelfde financiële impact. Op de werkgever heeft deze maatregel geen effect. 2. Het herijken van het beleggingsbeleid Het herijken van het beleggingsbeleid zal waarschijnlijk voor verschillende (leeftijds-) groepen verschillend uitpakken. De beleggingscommissie is momenteel bezig met diverse scenario’s. Het lijkt er op dat een (forse) vermindering van het risicoprofiel vooral de actieve deelnemers zal raken. 3. Het anderzijds aanpassen van de pensioenregeling Het pensioenreglement kan worden aangepast voor wat betreft de in de toekomst te verwerven pensioenaanspraken. Bij het aanpassen van het pensioenreglement volgt het fonds de voorschriften hiervoor als vastgelegd in het uitvoeringsreglement van het fonds. Van aanpassing van het pensioenreglement kan met name sprake zijn als de premie voor de pensioenregeling hoger dreigt te worden dan acceptabel is voor de cao-partijen in de bedrijfstak. Voor zowel de werkgever als de actieve deelnemers heeft dit invloed. Deze maatregel heeft geen directe effecten voor de inactieve deelnemers. 4a. Het wijzigen van het premiebeleid Effect voor actieve deelnemers en voor werkgevers. Geen effect voor inactieve deelnemers. 4b. Het korten van pensioenrechten en –aanspraken Het bestuur ziet vooralsnog onvoldoende argumenten om af te wijken van het principe van evenredigheid. De pensioenreglementen bieden echter de ruimte om voor de al ingegane pensioenen van deze evenredigheid af te wijken. 8.
Hoe en wanneer wordt er met belanghebbenden gecommuniceerd
Onderdeel van het financieel crisisplan is, volgens artikel 10 van het beleidsplan, de communicatie met de deelnemers, slapers en gepensioneerden, de werkgever, sociale partners en de buitenwereld. Die communicatie betreft twee onderdelen: -
de communicatie over het crisisplan zelf, dus nog voordat er zich een crisis heeft voorgedaan hoe wordt er gecommuniceerd als zich een crisis voordoet?
Dit laatste is van belang omdat de belanghebbenden moeten weten welke maatregelen wanneer mogelijk ingezet gaan worden. Communicatie van het crisisplan zelf Het PWRI zal communiceren over het bestaan en de inhoud van een financieel crisisplan voordat zich een crisis voordoet. Belanghebbenden moeten weten dat en waarom er een crisisplan is en welke maatregelen getroffen kunnen worden in welke situatie. Het is belangrijk een positieve houding ten opzichte van het crisisplan hierin aan te nemen. Ook moet het duidelijk zijn dat dit niet gaat over de huidige crisis, daarvoor bestaat al een herstelplan, maar dat het gaat over hoe in de toekomst met crisissituaties omgegaan kan worden. Belanghebbende doelgroepen De doelgroepen zijn: deelnemers, gewezen deelnemers, gepensioneerden, werkgevers, sociale partners en de buitenwereld. Kernboodschap - Uw fonds bereidt zich voor op een financiele crisis.
-
Het PWRI crisisplan geeft een richtlijn voor wat het PWRI kan doen als het in een financiële crisis situatie terecht komt of dreigt te komen. Dit is beleid. Wij zullen niet verrast zijn als er wat gebeurt. Is er een crisis, dan zijn wij klaar om te sturen.
Communicatie over het bestaan en de inhoud van het financieel crisisplan Er zal gebruik gemaakt worden van diverse middelen om het crisisplan uit te dragen. Het financieel crisisplan is in april 2012 naar de DNB gestuurd. Het PWRI crisisplan is te vinden op de website www.pwri.nl bij Het pensioenfonds > beleid en als download. Daarnaast heeft het PWRI gecommuniceerd over het bestaan van het crisisplan. Ondermeer via nieuwsberichten op de website www.pwri.nl met verwijzing (en link) naar het crisisplan, artikelen in de nieuwsbrief (Flits) en artikelen in de digitale nieuwsbrief voor werkgevers. Het PWRI zal het financieel crisisplan onder de aandacht houden door regelmatig naar het plan te verwijzen in nieuwsberichten op de website, in artikelen in de nieuwsbrief (Flits) en digitale nieuwsbrief werkgevers, in een artikel in de werkgeverskrant en door belanghebbenden door te verwijzen naar de website bij vragen via telefoon of per e-mail. Communicatie indien er zich een crisis voordoet Het financieel crisisplan is een richtlijn voor mogelijke (toekomstige) situaties. Welke maatregelen het PWRI op die momenten neemt, is afhankelijk van de omstandigheden van dat moment en wordt bepaald door het crisisteam. Bij het toepassen van maatregelen zal het bestuur van het PWRI rekening houden met de belangen van werknemers, werkgevers, gepensioneerden, gewezen deelnemers en sociale partners. De doelstellingen van het crisiscommunicatieplan tijdens crisis zijn: - informeren van alle belanghebbenden over de crisissituatie en de gevolgen daarvan - motiveren van de besluiten en maatregelen die genomen worden om de crisis aan te pakken - instrueren wat de belanghebbenden moeten doen tijdens deze crisis Communicatiestrategieën De mogelijkheden van communicatiestrategieën loopt uiteen van, aan de ene kant, zeer (pro)actief tot uitermate afwachtend. Qua attitude en uitstraling is daarbij een veelheid van keuzes mogelijk, variërend van zeer invoelend tot volstrekt afwijzend of juist angstvallig neutraal. In het geval zich een crisis voordoet, doet het pensioenfonds er goed aan uitleg te geven waardoor die crisis veroorzaakt wordt en aan te geven of men de te nemen maatregel opgelegd krijgt of dat het bestuur zelf besloten heeft de maatregel door te voeren. Een crisis roept veel emoties op. Daarom moet het fonds niet alleen rationeel, maar ook emotioneel reageren. Per situatie moet bepaald worden wanneer er proactief of reactief gereageerd wordt. Hierbij moet een link gelegd worden naar het communicatiebeleid. Transparant: ook bij negatieve impact, maximale tijdige duidelijkheid geven. De nieuwswaarde van een crisis is meestal redelijk tot groot. Daarom moet vooraf worden vastgelegd: - wat de verhaallijn is met bijbehorende kernboodschappen; - dat bouwsteenbrieven moeten worden opgesteld; - dat vragen voorbereid en getrained moeten worden; - wie de woordvoerder is; - dat er persberichten moeten worden voorbereid; - dat er Q&A’s opgesteld moeten worden;
-
dat vastgelegd is hoe vragen van deelnemers/gepensioneerden goed worden opgevangen (telefoon/mail), bijvoorbeeld door extra callcentre medewerkers in te zetten of speciale trainingen (rollenspellen) te organiseren ter voorbereiding.
Handvatten om escalatie van een crisis te voorkomen Onderstaand een aantal handvatten die gebruikt kunnen worden om escalatie te voorkomen: - Niet onvoorbereid communiceren. - Voer de regie vanuit één punt: Achterdochtige media zullen inspelen op elk verschil van inzicht. De regie blijkt essentieel voor de-escalatie. - Niet bagatelliseren, maar ‘in control’ statements afgeven: Als het bestuur al in een vroeg stadium een grens weet te stellen aan de crisis of een bandbreedte aangeeft, dan gaat daar een groot de-escalerend effect vanuit. Dat heeft wel altijd een risico. Het gevoel van controle slaat om in het tegendeel, als de grens niet houdbaar blijkt. Voor een heel scherpe uitspraak is veel vertrouwen noodzakelijk in de waarheid van de eigen informatie. - Geen lijken meer uit de kast. Van groot belang voor reputatiebeheersing is grondige waarheidsvinding. Escalatie volgt als eerder gedane mededelingen moeten worden ingetrokken. Als de reputatie eenmaal beschadigd is, is dit niet zo maar weer te herstellen. - Manage ook de emotie wanneer het pensioenfonds zich nog niet in een crisissituatie bevindt. Als het pensioenfonds communiceert over het feit dat het voorbereid is op een financiële crisis en wat de maatregelen kunnen zijn, beschermt dit in tijden van crisis tegen escalatie. Communicatiemiddelen Het PWRI kan de volgende communicatiemiddelen inzetten indien zich een crisis voordoet: - persoonlijke brief; - FAQ/scripts (training klantenservice en bestuursbureau); - website (nieuwsberichten, maar ook documenten opnemen onder beleid); - nieuwsbrief (Flits); - digitale nieuwsbrief werkgevers (Pensioeninfo); - informatiesessies/bijeenkomsten; - Pensioenplanner (MijnPWRI); - persbericht (proactief / reactief of via sectorblad freepublicity); - trainingen en bijeenkomsten (presentaties pensioenconsulenten actualiseren); - Q&A iIntermediaire kaders zoals HR-medewerkers; - eventueel social media. Social media Op dit moment volgt het PWRI nog niet actief de social media en zet nog geen social media in als communicatiemiddel. Echter, een crisis begint soms als klein issue, maar kan snel uitbreiden tot een crisis, met name door het vliegwiel dat social media heet. Het is daarom essentieel om vinger aan de pols te houden en te monitoren wat er over het pensioenfonds gezegd wordt. Is er sprake van een crisis dan biedt het de mogelijkheid om in te grijpen en te reageren. Bovendien zijn social media ideale media om te monitoren of maatregelen effect hebben. Social media vormen een ideale ‘real time’ manier om de perceptie bij belanghebbenden en de buitenwereld te peilen. Crisisteam Het bestuur van het pensioenfonds ziet bij een crisissituatie het Dagelijks Bestuur (DB) aangevuld met de voorzitter van de beleggingscommissie en de directeur van het bestuursbureau als het crisisteam. De lijnen binnen het DB zijn kort en het DB kan snel
beslissen welke adviescommissie, zoals de beleggingscommissie of auditcommissie of communicatiecommissie bij beslissingen te betrekken. Alle kennis over het pensioenfonds is zo dan ook gebundeld. Indien nodig wint DB advies in bij de externe adviseurs van het pensioenfonds. Dit betekent concreet dat de heren Euverman (Sprenkels & Verschuren) en Hagen (F&C) standby dienen te staan op het moment dat het crisisteam bijeen is. Het bestuur zal de deelnemersraad en DNB raadplegen, indien zij voornemens is eerder genoemde noodmaatregelen te gaan toepassen. Het crisisteam breidt aan de hand van de eerste analyse van de crisis het crisisteam desgewenst uit met bestuursleden (denk aan de voorzitter van een commissie) en/of met externe expertise. Het crisisteam analyseert de crisis en adviseert het bestuur over de op korte termijn in te zetten maatregelen. Het crisisteam bereidt een richtinggevend advies aan het bestuur voor. Daarin zal het crisisteam ook één of meerdere varianten aan het bestuur voorleggen. Het crisisteam heeft de taak de stakeholders te informeren over het feit dat er een crisis is. Het crisisteam zal daarbij een aantal procesmatige mededelingen doen. Het crisisteam heeft daarnaast tot taak het bestuur op korte termijn (binnen één week) bijeen te roepen. Daarnaast zal het crisisteam het bestuur binnen een dag (en vervolgens regelmatig) voor fysiek overleg of telefonische vergadering bijeenroepen. Bij elk overleg zal worden stilgestaan welke organen en stakeholders geïnformeerd dienen te worden. Het crisisteam handelt op basis van mandatering door het bestuur. Crisiscommunicatieteam Communicatie vervult vrijwel altijd een sleutelrol bij het oplossen van een crisis. Daarom heeft het PWRI een afzonderlijk communicatieteam geformeerd. Het communicatieteam bestaat uit dezelfde leden als het crisisteam aangevuld met de interne en externe communicatieadviseur: - Xander den Uyl - Kees Bethlehem - Pieter Oudenaarden - Frans Prins - Catharien Hamerslag - Chris Veerkamp (externe adviseur) Het communicatiecrisisteam doet het volgende (eventueel ondersteund door andere adviseurs): - komt tijdens crisis op vastgestelde tijden bijeen; - loopt alle openstaande acties door; - stelt eventuele acties en maatregelen bij; - bepaalt steeds of er een tussentijds bericht moet worden gepubliceerd; - evalueert ontvangen klantreacties; - houdt een logboek bij en luistert wat er wordt gezegd; - is eenduidig in de boodschap, en zorgt dat de communicatie via de professionele woordvoering loopt; - brengt het nieuws naar buiten zodra het kan. Als je slecht nieuws gefaseerd communiceert, lijk je veel te verbergen en is er elke keer nieuw crisisnieuws; - algemene stelregel in crisissituaties: wees snel met de feiten (wie, wat, wanneer, waar, waarom), maar langzaam met beschuldigingen; - om de juiste tactiek te bepalen is - naast de waarheid - de publieke perceptie van belang. Welke reputatie heeft pensioen - en het pensioenfonds- bij de belanghebbenden?;
-
na de crisis: bedank degenen die hebben geholpen. Informeer relevante doelgroepen. Stel crisisplannen bij voor een eventuele volgende keer; tussentijdse evaluaties plannen
Bereikbaarheid en vervanging crisisteam en communicatieteam3 Door middel van technische voorzieningen en sluitende afspraken van de melding van aanen afwezigheid moet de bereikbaarheid van het crisisteam en de leden van de betrokken commissies afdoende gewaarborgd zijn. De vervanging bij afwezigheid moet goed geregeld zijn. Met het crisisteam moet worden afgesproken dat men zodra het pensioenfonds zich in een crisissituatie bevindt, de komende tijd 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikbaar is. De agenda’s zullen moeten worden gedeeld, zodat voor de leden van het crisisteam duidelijk is wanneer iemand niet bereikbaar is. Zo kunnen ook tijdig de vervangers ingeschakeld worden. Ook moeten vergaderingen of andere contactmomenten vastgelegd worden. Omdat in het Financieel Crisisplan ook een aantal maatregelen is afgesproken waarbij besluitvorming nodig kan zijn van sociale partners is ook de bereikbaarheid en vervanging van de eerste CAO-onderhandelaars in dit plan geregeld. Matrix crisiscommunicatie Wie Bestuur / commissies
Door wie DB
Eigen organisatie
DB
Deelnemersraad
DB
Verantwoordingsorgaan
DB
Commissie van Toezicht
DB
Deelnemers
DB en communicatiecommissie DB en communicatiecommissie
Wat / hoe? Mail en telefoon vergaderingen Portal Mail en telefoon Infosessies / vergaderingen Portal Mail en telefoon Infosessie / vergaderingen Portal Mail en telefoon Infosessie / vergaderingen Portal Mail en telefoon Infosessie / Vergaderingen Portal Zie middelen bij beschrijving maatregel. Zie middelen bij beschrijving maatregel.
DB en communicatiecommissie DB en communicatiecommissie
Zie middelen bij beschrijving maatregel. Zie middelen bij beschrijving maatregel.
Afhankelijk van maatregel. Afhankelijk van de maatregel. Bij korting minimaal een maand voor in werkingtreden maatregel. Afhankelijk van de maatregel. Afhankelijk van de maatregel.
DB
Via telefoon, per mail en per
Binnen twee weken
Gepensioneerden
Gewezen deelnemers Werkgevers: Directie HR/Finance Toezichthouders: 3
De versie van dit plan dat op de website zal worden gezet wordt volledig geanonimiseerd
Wanneer Binnen een week (T+< 1 week) Binnen een week (T+< 1 week)
Binnen een week (T+< 1 week) Binnen een week (T+< 1 week) Binnen een week (T+< 1 week)
DNB AFM Media: Lokaal/regionaal Nationaal
DB en communicatiecommissie
brief.
(T+<2 weken)
Persbericht Per mail Website
Afhankelijk van de maatregel.
Per maatregel zal worden aangeven welke doelgroepen invloed ondervinden van de maatregel, wat de kernboodschap is en welke communicatiemiddelen ingezet worden. Persbeleid Het persbeleid van het PWRI is: actief, open en doelgericht. Persaandacht is voor het PWRI een kans en geen bedreiging. Journalisten vormen een belangrijke partner bij de communicatie richting stakeholders. In sommige gevallen zullen de media het initiatief nemen tot een publicatie, maar in veel gevallen zal PWRI dat zelf doen. In alle gevallen besteedt PWRI aandacht aan een goede relatie met de pers. Dit actieve persbeleid geeft de volgende voordelen: - Meer openheid; - Eenduidigheid in berichtgeving en invloed op de redactionele verwerking; - Bevordering van het positieve imago; - Regie op tijdstip van publicatie; - Journalisten waarderen een actieve benadering: het versterkt de geloofwaardigheid. Het PWRI positioneert zich als een proactief en toonaangevend pensioenfonds, conform de doelstellingen van het persbeleid. Het wil een voorbeeldfunctie hebben ten opzichte van andere pensioenfondsen. Het laat zien dat het een belangrijke professionele partij is binnen de sociale werkvoorziening. Om proactief te kunnen handelen naar de media, is het nodig om optimaal voorbereid te zijn. Dit betekent naast een goede inrichting van de woordvoering dat (pers)communicatie een integraal onderdeel is van de bedrijfsvoering en besluitvorming. Nieuws wordt zo snel mogelijk ontsloten. Door zelf naar buiten te treden, kan het fonds zelf goede uitleg, duiding en verantwoording bij het nieuws geven. Perscontacten Persvragen kunnen overal binnenkomen: bij bestuursleden, bij de voorzitter, bij APG of bij het bestuursbureau. In alle gevallen wordt de betreffende journalist in eerste instantie doorverwezen naar Catharien Hamerslag (06-53 44 38 25), communicatieadviseur van het bestuursbureau. Zij heeft een centrale coördinerende rol in het persbeleid. Het bestuursbureau is hierin leidend, APG ondersteunt waar nodig. Degene die de perscontacten onderhoudt, inventariseert de vragen, leidt de vragen naar de voorzitter en bereidt de antwoorden zoveel mogelijk inhoudelijk voor. De voorzitter bepaalt vervolgens wie van de hiervoor opgeleide bestuursleden (woordvoerders) de vragen beantwoordt. Het maken van afspraken voor radio- en tv opnamen loopt via diegene die de perscontacten onderhoudt. Draaiboek bij de maatregelen Hieronder wordt per maatregel aangegeven wat de risico’s zijn bij belanghebbenden en wat de bijbehorende kernboodschap is. 1. Beperken toeslagverlening of niet toekennen toeslagen Omdat deze maatregel al is geëffectueerd, is op dit moment geen draaiboek of additionele uitwerking nodig. Omdat het crisisplan ook voor de lange termijn een routebeschrijving is, is voor de volledigheid ook deze maatregel verder uitgewerkt.
Een maatregel om verdere verslechtering van de financiële situatie te voorkomen is het niet of beperkt laten meegroeien van de pensioenen met de loonontwikkeling binnen de sociale sector. Door het niet of gedeeltelijk toekennen van de toeslag, stijgen de pensioenaanspraken niet of gedeeltelijk, waardoor de financiële positie minder of niet verslechtert. Toeslagverlening vindt plaats tenzij de financiële positie van het fonds zich hier dwingend tegen verzet. Het toeslagenbeleid is opgenomen in het pensioenreglement en heeft daarmee de instemming van sociale partners. In een groot aantal gevallen blijft de indexatie achterwege conform dit reguliere toeslagenbeleid en de wettelijke beperking (geen indexatie bij dekkingsgraad beneden grens dekkingstekort). Het bestuur heeft daarnaast een discretionaire bevoegdheid om af te wijken van de (uitkomsten van de) beleidsstaffel indexatie. Dit is vastgelegd in het hoofdstuk “Indexatie” van de ABTN. Risico’s bij belanghebbenden en beschikbare middelen bij beperken of niet toekennen toeslagen: Belanghebbende
Risico’s bij de belanghebbende
Gepensioneerden
Direct koopkracht effect
Actieven
Indirect koopkracht effect
Werkgevers
Nvt
Gewezen deelnemers
Indirect koopkracht effect
Communicatiemiddelen Nieuwsbericht website www.pwri.nl Nieuwsbrief Flits Nieuwsbericht website www.pwri.nl Nieuwsbrief Flits MijnPWRI Brief Circulaire Nieuwsbericht website www.pwri.nl Digitale nieuwsbrief werkgevers Nieuwsbrief Flits Nieuwsbericht website www.pwri.nl
Kernboodschappen rond beperken of niet toekennen van toeslagen -
-
-
Ieder jaar probeert het PWRI de pensioenen te verhogen. Een verhoging heet 'toeslag'. Verhogingen van pensioenrechten en pensioenaanspraken worden betaald uit het beleggingsrendement. De pensioenen worden niet altijd verhoogd. Een verhoging is alleen mogelijk als het pensioenfonds voldoende geld heeft. Er is geen geld gereserveerd voor een verhoging en er is niet automatisch recht op. Bij het bepalen van de toeslag kijkt het PWRI naar de dekkingsgraad. De dekkingsgraad geeft de financiële gezondheid van het fonds aan. Het bestuur besluit of de de pensioenen geheel of gedeeltelijk meestijgen met de prijzen en de lonen en in de WSW. Het PWRI gebruikt de volgende regels voor het geven van toeslag: Dekkingsgraad Kleiner of gelijk aan 105% 105% - 130%
Toeslag geen gedeeltelijk
Groter of gelijk aan 130% -
-
-
volledig
Ons pensioenfonds heeft nu een dekkingsgraad van [invullen]%. Daarom kunnen wij geen (volledige) toeslag verlenen. Het PWRI heeft besloten/is voornemens, om uit de financiële crisis te komen, uw pensioen niet mee te laten groeien met de loonontwikkeling binnen de sector WSW. Dit geldt voor veel fondsen. Het herstel lag eind [datum] nog op schema, maar in [datum] ontkwam Pensioenfonds Werk en (re)Integratie helaas niet aan een onverwachtse verdere verslechtering van de dekkingsgraad. (Cijfers dekkingsgraad noemen.) Reden van deze verslechtering zijn [invullen]. Inhoudelijke uitleg van de maatregel. Door het niet/ beperkt toekennen van de toeslag, ontvangt u minder pensioen. (orde van grootte per doelgroep). Het bestuur kijkt naar de dekkingsgraad op 1 november. Dan wordt besloten of het pensioenfonds per 1 januari weer toeslag kan verlenen. (Perspectief schetsen en verwachtingen managen).
2. Herijken van het beleggingsbeleid (trigger beleid) Risico’s bij belanghebbende en beschikbare middelen bij aanpassen beleggingsbeleid: Belanghebbende
Gepensioneerden
Actieven
Risico’s bij de belanghebbende Afhankelijk van het beleggingsbeleid c.q. beleggingsmaatregel. Het herijken van het beleggingsbeleid zal waarschijnlijk voor verschillende (leeftijds-) groepen verschillend uitpakken. Het lijkt er op dat een (forse) vermindering van het risicoprofiel vooral de actieve deelnemers zal raken. Dit moet verder worden onderzocht. Afhankelijk van het beleggingsbeleid c.q. beleggingsmaatregel. Het herijken van het beleggingsbeleid zal waarschijnlijk voor verschillende (leeftijds-) groepen verschillend uitpakken. Het lijkt er op dat een (forse) vermindering van het risicoprofiel vooral de actieve deelnemers zal raken. Dit moet verder worden onderzocht.
Communicatiemiddelen
Nieuwsbericht website www.pwri.nl Nieuwsbrief Flits
Nieuwsbericht website www.pwri.nl Nieuwsbrief Flits Persoonlijke brief
Werkgevers
Nvt
Nieuwsbericht website www.pwri.nl Digitale nieuwsbrief werkgevers Nieuwsbrief Flits
Gewezen deelnemers en gewezen partners
Afhankelijk van het beleggingsbeleid c.q. beleggingsmaatregel.
Nieuwsbericht website www.pwri.nl
Kernboodschap aanpassen beleggingsbeleid -
Het PWRI heeft nu een dekkingsgraad van [invullen]%. Het PWRI heeft besloten/is voornemens, om het beleggingsbeleid te herijken om uit de financiële crisis te komen. Veel fondsen nemen dezelfde maatregel.
-
-
Het herstel lag eind [datum] nog op schema, maar in [datum] ontkwam Pensioenfonds Werk en (re)Integratie helaas niet aan een onverwachtse verdere verslechtering van de dekkingsgraad. (Cijfers dekkingsgraad noemen.) Reden van deze verslechtering zijn [invullen]. Het bestuur heeft de maatregelen zorgvuldig getoetst op evenwichtige verdeling van de pijn. Inhoudelijke uitleg van de maatregelen en de impact daarvan op de persoonlijke pensioenen (orde van grootte per doelgroep). Informatie over wanneer meer gecommuniceerd gaat worden over de persoonlijke uitkomst na de maatregelen. Perspectief schetsen en verwachtingen managen.
3. Anderzijds aanpassen pensioenregeling (versoberen zonder premie te verlagen) Risico’s bij belanghebbende en beschikbare middelen bij aanpassen pensioenregeling: Belanghebbende
Risico’s bij de belanghebbende
Gepensioneerden
Afhankelijk van de maatregel
Actieven
Afhankelijk van de maatregel
Werkgevers
Afhankelijk van de maatregel
Gewezen deelnemers
Nvt.
Communicatiemiddelen
Nieuwsbericht website www.pwri.nl Nieuwsbrief Flits Informatiesessies/bijeenkomsten Persoonlijke brief Nieuwsbericht website www.pwri.nl Nieuwsbrief Flits Informatiesessies/bijeenkomsten MijnPWRI Brief Nieuwsbericht website www.pwri.nl Digitale nieuwsbrief werkgevers Nieuwsbrief Flits Trainingen en bijeenkomsten (presentaties pensioenconsulenten actualiseren) Q&A intermediaire kaders zoals HRmedewerkers. Nieuwsbericht website www.pwri.nl
Kernboodschap anderzijds aanpassen pensioenregeling -
-
Het geldt voor veel fondsen. Het herstel lag eind [datum] nog op schema, maar in [datum] ontkwam Pensioenfonds Werk en (re)Integratie helaas niet aan een onverwachtse verdere verslechtering van de dekkingsgraad. (Cijfers dekkingsgraad noemen.) Reden van deze verslechtering zijn [invullen]. Het bestuur heeft de maatregelen zorgvuldig getoetst op evenwichtige verdeling van de pijn. Inhoudelijke uitleg van de maatregelen en de impact daarvan op de persoonlijke pensioenen (orde van grootte per doelgroep). Informatie over wanneer meer gecommuniceerd gaat worden over de persoonlijke uitkomst na de maatregelen. Perspectief schetsen en verwachtingen managen.
4a.
Het wijzigen van het premiebeleid
Risico’s bij belanghebbende en beschikbare middelen bij herijken premiebeleid: Belanghebbende
Risico’s bij de belanghebbende
Gepensioneerden
Nvt.
Actieven
Indirect koopkracht effect
Werkgevers
Indirect koopkrachteffect voor werknemers ivm arbeidsvoorwaarden
Gewezen deelnemers
Indirect koopkracht effect
Communicatiemiddelen Nieuwsbericht website www.pwri.nl Nieuwsbrief Flits Nieuwsbericht website www.pwri.nl Nieuwsbrief Flits Nieuwsbericht website www.pwri.nl Digitale nieuwsbrief werkgevers Nieuwsbrief Flits Nieuwsbericht website www.pwri.nl
Kernboodschap wijzigen premiebeleid -
-
4b.
Ieder jaar probeert het PWRI de te betalen premies onveranderd te laten. De premies blijven echter niet altijd onveranderd. De premies kunnen alleen hetzelfde blijven als het pensioenfonds voldoende geld heeft. Het bestuur van het pensioenfonds kan niet besluiten om de premies (tijdelijk) te verhogen. Dit besluit wordt genomen door de sociale partners. Bij het bepalen van premies kijken de sociale partners naar de dekkingsgraad van het PWRI. De dekkingsgraad geeft de financiële gezondheid van het fonds aan. Het bestuur van het PWRI geeft wel een advies of het (tijdelijk) verhogen van de premies een goede maatregel zou zijn om uit de financiele crisis te komen. De sociale partners hebben besloten de premies (tijdelijk) te verhogen. Het bestuur van het PWRI heeft dit besluit overgenomen en voert de premieverhoging door. Ons pensioenfonds heeft nu een dekkingsgraad van [invullen]%. Daarom worden de premies verhoogd van X% naar X%. Dit geldt voor veel fondsen. Het herstel lag eind [datum] nog op schema, maar in [datum] ontkwam Pensioenfonds Werk en (re)Integratie helaas niet aan een onverwachtse verdere verslechtering van de dekkingsgraad. (Cijfers dekkingsgraad noemen.) Reden van deze verslechtering zijn [invullen]. Inhoudelijke uitleg van de maatregel. Door het niet toekennen van de overgangsmaatregel, draagt u maandelijks meer premie af. Hierdoor gaat u in inkomen achteruit. (orde van grootte per doelgroep). De sociale partners kijken naar de dekkingsgraad op 1 november. Dan wordt besloten of de te betalen premie per 1 januari hetzelfde blijft of verhoogd wordt. Korten van pensioenrechten en -aanspraken
Deelnemers moeten zich niet alleen realiseren dát er een mogelijkheid tot korten aanwezig is als het fonds zich in een financiële crisissituatie bevindt, maar ook hoe die korting dan naar verwachting doorgevoerd gaat worden. Daarbij is ook van belang te communiceren wat het beleid is ten aanzien van het al dan niet ongedaan maken van gekorte pensioenaanspraken
en –rechten of het inhalen van kortingen op indexatie. Managen van verwachtingen: Risico’s horen bij het leven. Risico’s bij belanghebbenden en beschikbare middelen bij korten pensioenrechten en -aanspraken Belanghebbende
Risico’s bij de belanghebbende
Communicatiemiddelen
Gepensioneerden
Afhankelijk van de uitvoering van de kortingsmaatregel (scenario). Ernstige (in)directe financiele consequenties koopkrachteffect/ verlaagde pensioenuitkering.
Actieven
Afhankelijk van de uitvoering van de kortingsmaatregel (scenario). (in)direct koopkrachteffect/ verlaagde pensioenaanspraak.
Werkgevers
Nvt.
Gewezen deelnemers
Afhankelijk van de uitvoering van de kortingsmaatregel (scenario) (in)direct koopkrachteffect/ verlaagde pensioenaanspraak
Persoonlijke brief Nieuwsbericht website www.pwri.nl Nieuwsbrief Flits Informatiesessies/bijeen-komsten Persbericht Persoonlijke brief Nieuwsbericht website www.pwri.nl Nieuwsbrief Flits Informatiesessies/bijeen-komsten Persbericht Brief Nieuwsbericht website www.pwri.nl Digitale nieuwsbrief werkgevers Nieuwsbrief Flits Informatiesessies/bijeen-komsten Persbericht Trainingen en bijeenkomsten (presentaties pensioenconsulenten actualiseren) Q&A iIntermediaire kaders zoals HRmedewerkers Nieuwsbericht website www.pwri.nl Informatiesessies/bijeen-komsten Persbericht
Kernboodschap korten van pensioenrechten en -aanspraken -
-
-
-
Een eventuele maatregel om weer uit de financiële crisis te komen is en als uiterste maatregel kan uw pensioen verlaagd worden. Echter, de dekkingsgraad van 31 december dit jaar bepaalt of PWRI deze maatregel moet nemen. We realiseren ons dat het harde maatregelen zijn die we nu gaan doorvoeren, maar we moeten onze verantwoordelijkheid nemen, ook met oog op de toekomst. Alle partijen die bij de besluitvorming zijn betrokken, zijn het erover eens dat deze maatregelen nu genomen moeten worden, en genomen mogen worden. Het geldt voor veel fondsen. Het herstel lag eind [datum] nog op schema, maar in [datum] ontkwam Pensioenfonds Werk en (re)Integratie helaas niet aan een onverwachtse verdere verslechtering van de dekkingsgraad. (Cijfers dekkingsgraad noemen.) Reden van deze verslechtering zijn [invullen]. Het bestuur heeft de maatregelen zorgvuldig getoetst op evenwichtige verdeling van de pijn. Inhoudelijke uitleg van de maatregelen en de impact daarvan op de persoonlijke pensioenen (orde van grootte per doelgroep). Informatie over wanneer meer gecommuniceerd gaat worden over de persoonlijke uitkomst na de maatregelen.
-
9.
Er wordt niet jaarlijks gekeken of deze maatregel genomen moet worden. Het korten van de pensioenrechten en –aanspraken kan door het pensioenfonds hersteld worden. Perspectief schetsen en verwachtingen managen
Hoe is het besluitvormingsproces vormgegeven
Het bestuur kan op grond van artikel 9 van de statuten geldig besluiten nemen in de vergaderingen, tenzij uit de statuten het tegendeel uitdrukkelijk blijkt, waarin tenminste twee werkgeversleden en twee werknemersleden aanwezig zijn. Indien de voorzitter en de secretaris dit wenselijk achten, kunnen in afwijking van het voorgaande besluiten schriftelijk van het bestuur worden gevraagd, mits alle bestuursleden hun stem uitbrengen. Het bestuur van het pensioenfonds ziet het Dagelijks Bestuur (DB) bij een crisissituatie als het crisisteam. De lijnen binnen het DB zijn kort en zonodig kan het DB de bestuursleden eenvoudig en snel bereiken om te overleggen over de crisissituatie (denk aan telefonisch vergaderen en videoconferencing). Alle kennis over het pensioenfonds is zo dan ook gebundeld. Indien nodig wint het bestuur advies in bij de externe adviseurs van het pensioenfonds. Figuur 2:
Besluitvormingsproces bij crisis NORMAAL BESTUURLIJK PROCES
Bestuurslid vindt dat sprake is van crisis
DG< 90% of >10% daling in een maand.
T + nul
CRISISPROCES
Crisisteam komt bijeen: Kan expertise betrekken uit Belcie, Auditcie, Jurcie, Commcie, F&C of andere partijen
Bestuurlijke terugkoppeling
Geen crisis; vervolg van het normale bestuurlijk proces
NEE
DB beslist of sprake is van crisis
JA
Bestuurlijke terugkoppeling
JA Analyse t.b.v. bestuursvergadering
T + <1 week
Speciale bestuursvergadering
Informeren van betrokken partijen bijv. DR, VO, CvT, DNB, CAO-partners
Uitvoeren bestuursbeslissingen
Rapportage aan betrokken partijen bijv. DR, VO, CvT, DNB, CAO-partners
T + <2 weken
NORMAAL BESTUURLIJK PROCES
Zoals in de communicatiematrix is aangegeven zal het crisisteam gedurende het gehele crisisproces met moderne communicatiemiddelen afstemming houden met zowel de eigen bestuursleden als verbonden organen zoals de deelnemersraad en het verantwoordingsorgaan.
10.
Hoe wordt het crisisplan periodiek getoetst
Dit crisisplan zal telkens worden geactualiseerd wanneer de situatie hiertoe aanleiding geeft. Een crisisplan is geen statisch geheel, maar maakt onderdeel uit van het continue risicomanagement van het pensioenfonds. Het crisisplan van het pensioenfonds is dan ook onlosmakelijk verbonden met het risicomanagement van het pensioenfonds en de hiermee verband houdende bepalingen in de ABTN. De ABTN wordt periodiek door het pensioenfonds geëvalueerd en zo nodig aangepast. Hierbij betrekt het bestuur ook de aanbevelingen van de Commissie van Toezicht. Ook worden premiebeleid, toeslagbeleid en beleggingsbeleid periodiek getoetst aan de hand van ALM studies. De periodieke toetsing van het crisisplan zal bij deze toetsing worden meegenomen. Het crisisplan zal tenminste 1 maal per jaar op actualiteit beoordeeld worden. Tenslotte zal de effectiviteit van het crisisplan worden beoordeeld, nadat zich een crisis heeft voorgedaan en het crisisplan ten uitvoer is gebracht. Als gevolg van de ervaring die in een dergelijke situatie wordt opgedaan, kan het crisisplan verder worden geactualiseerd. In juni 2012 vond een bestuurlijke oefening plaats door te werken met het crisisplan. Dit heeft geleid tot een aantal aanscherpingen in dit plan. Inwerkingtreding Dit crisisplan treedt zo spoedig mogelijk in werking nadat de consultatie van de betrokken partijen is afgerond. De deelnemersraad heeft op 15 juni 2012 positief geadviseerd over het financieel crisisplan, met inachtneming van een aantal tekstuele wijzigingen. Die wijzigingen zijn in dit plan verwerkt. Op 22 juni 2012 is het financieel crisisplan definitief in werking getreden.