Darpsproat
uut
februari 2008
Garder
Van de redactie De eerste Darpsproat van 2008 is weer klaar. Een aantal malen moesten we het zonder doen. Het maken van het boek ‘Darpsproat uut Garder’ kostte gewoon teveel tijd om ook nog het blad uit te geven. Maar nu zijn we weer van plan twee maal per jaar Darpsproat te laten verschijnen. De eerste komt uit rond de ledenvergadering in februari en de tweede (ongeveer) een half jaar later. Ongeveer, want je weet nooit wat er allemaal tussen kan komen. In deze Darpsproat staan weer een aantal interessante artikelen. Dick Veldhuizen laat wat meer licht schijnen over de typische bout in de oude toren van ons dorp. Verder blikken we terug op de presentatie van ons boek en de reacties daarop. Het interview met een (on)bekende plaatsgenoot blijft een van de vaste onderdelen. Er zijn nog zoveel interessante mensen in ons dorp dat we daar (voorlopig) geen gebrek aan hebben! U zult al gemerkt hebben dat de Darpsproat in een ander jasje is gestoken. Dankzij subsidies van derden en de goede kaspositie van de vereniging kunnen we ons wat meer veroorloven. We zijn ervan verzekerd dat deze nieuwe verschijningsvorm uw goedkeuring zal hebben! Elke keer weer vragen we ons af wat we in Darpsproat zullen opnemen. Er is uiteraard schrijfstof genoeg maar we willen graag door de brede doorsnee van onze bevolking worden gelezen. Jonge mensen hebben andere interesses dan de oudere maar beide groepen zijn van belang voor ons dorp. Vaak hebben we gevraagd of er ideeën bij anderen zijn over de op te nemen artikelen maar tot nu toe is daar niet veel uitgekomen. Hetzelfde geldt voor de reacties. Maar…. ik denk dat we diep genoeg in de Garderense samenleving zijn geworteld om ervoor te kunnen zorgen dat Darpsproat voor iedereen leesbaar blijft. We doen in ieder geval ons best om er een goed product van te maken! In elke Darpsproat zullen we in het vervolg een aanmeldingsformulier opnemen om lezers in de gelegenheid te stellen zich als lid op te geven. Als U al lid bent, maar U kent dorpsgenoten die dat nog niet zijn, dan houden we ons aanbevolen voor het doorgeven van dat formulier!
1
Nu Darpsproat zich meer leent voor het afdrukken van foto’s zijn we van plan in de komende afleveringen een foto met silhouettekening op te nemen. Het is dan aan U om te reageren wie-wie is. Als we alle namen hebben verzameld wordt dat in de volgende aflevering gepubliceerd! We houden ons eveneens aanbevolen voor onbekende foto’s uit de oude doos met daarop Garderense inwoners…. De colofon is eerder al eens aangepast in verband met de uitbreiding van de redactie. We plaatsen nu de e-mailadressen van de schrijvers er bij zodat U weet waar U met vragen en opmerkingen terechtkunt! Tenslotte doen we bij deze een oproep aan inwoners van Garderen die een stukje willen schrijven over (toestanden in) ons dorp, over wat ze wenselijk vinden aan te passen of te verbeteren. Indien nodig wordt het door ons, in overleg met de schrijver/schrijfster aangepast en ‘hapklaar’gemaakt. We zijn ons er terdege van bewust dat de volledige inhoud van Darpsproat op waarheid gegrond dient te zijn en dat er niemand wordt beledigd in zijn of haar opvattingen. We doen daar ons uiterste best voor! Namens de redactie van Darpsproat, PvdB
2
Halverwege 2007 Op de drempel van de tweede helft 2007 kijken we even om. Wat hebben we allemaal gedaan? Tja, daarvoor moet ik de notulen nalezen en mijn geheugen raadplegen. Nu zijn de notulen een precieze weergave, maar mijn geheugen vertoont wel eens gaten. Nou ja, gaten? Gaatjes, zullen we zeggen. Klink ook veel vriendelijker. De Putbrink, leilinden en “oude” straatverlichting: talloze vergaderingen om Europese gelden te krijgen bijgewoond met onze gemeente als partner, steun en toeverlaat. Het resultaat? Er zijn diverse andere projecten afgevallen, maar Garderen staat nog steeds op het lijstje. Bovenaan zelfs. Nu maar hopen, dat ze van boven naar beneden werken. Gevoelsmatig krijg ik het idee, dat het een tombola is. Soms komt daar een hoofdprijs uit. Daar gaan we voor. Kruimelstichting: ondergetekende zit namens Plaatselijk Belang in deze stichting. Er wordt hard gewerkt om in het najaar te gaan bouwen. De naam hebben we: ‘dr. Kruimelstaete’. Even ter herinnering: de bouw van 33 appartementen, een gesloten afdeling voor acht bewoners lijdend aan dementie, een uitgebreide artsenpost, een soos en een dagopvangruimte. Ook een
ontspannings-ruimte die als vergaderzaal kan dienen. De financiering is niet eenvoudig, maar is toch bijna rond. Bezoek van B&W aan Garderen verliep in een prettige sfeer. We hebben het Dorpshuis laten zien. Daar moet nodig wat aan gebeuren. In het najaar wil Plaatselijk Belang een vergadering met de Garderenen uitschrijven om hun mening te horen en wat de ideeën zijn. Daar wil ik nu niet verder op ingaan, maar U kunt alvast nadenken hoe we een goede invulling zouden moeten geven aan de Koepel. Nieuwbouw aan de zuidrand. Het lijkt stil, soms is het ook echt stil, soms zijn er activiteiten, maar diep in mijn hart denk ik: schiet toch eens op. We wachten al zo lang. Weet echter, dat we zorgen voor starterwoningen. Hanging baskets, ook wel hangende bloembakken genaamd. Twee keer per jaar zullen deze bloembakken gevuld worden en in december zal er een kerstverlichting in gehangen worden. Want vooral dat laatste hebben we gemist. Iedere ondernemer, maar ook iedere inwoner van Garderen, wordt uitgenodigd om mee te betalen aan deze prachtige opsmuk in ons dorp. Het kost wel wat, maar het ziet er
3
professioneel uit. Als Plaatselijk Belang willen wij het wel uitschreeuwen: “lieve mensen, doe mee”. Als het bedrag te groot is voor u, doe dan een sponsorbedrag. We worden zo toeristisch aantrekkelijker. En met veel toerisme houden we ons winkelbestand overeind. Dat is in ieders voordeel. De Oud Milligenseweg: hier moet echt iets aan gebeuren. Men rijdt er te hard, en er zijn geen fiets- of wandelpaden. Zeker met de nieuwbouwprojecten van de dr. Kruimelstaete en Golden Tulip zal er steeds meer verkeer over deze weg komen. Ook de gemeente is daar van overtuigd. Wordt vervolgd. Politie: er is voor Garderen maar één politieagent. Dat is weinig. Natuurlijk in geval van nood is er meer hulp, maar toch…. Door ziekte van Klaas Broer was zelfs die ene agent niet beschikbaar. We hebben elke gelegenheid benut om zowel de burgemeester, als de politiek van onze zorgen deelgenoot te maken. Als de mogelijkheid om nieuwe agenten aan te nemen even groot is als de wil om agenten aan te nemen, dan hadden we hier al een hele politiemacht staan. Echter alleen het resultaat telt en helaas zien we te weinig blauw op straat. Veiligheid: Volgens de monitor van de gemeente mogen we niet mopperen. Het is redelijk rustig in ons dorp. Wel wordt de snelheid van het verkeer als te hoog ervaren.
4
Als we denken aan de snelheid op de Hogesteeg dan willen we dit punt aanpakken als de nieuwbouw aan de Zuidrand wordt gerealiseerd. De snelheid op de Speulderbosweg: het voorstel om slingers in de weg aan te brengen is door de afdeling Verkeersveiligheid afgewezen. Er wordt naar andere oplossingen gezocht. In het wijkplatform-overleg hebben we aangekaart dat de motorrijders op de zonnige zondagen bij het verlaten van ons dorp het gas volledig open gooien. Het wachten is op een ongeluk. Wij hebben gevraagd om eens op zondag bij mooi weer een snelheidscontrole te houden. De snelheidsmetingen die in de laatste maanden gehouden zijn, gaven geen verontrustende uitslagen. Natuurlijk, die ene hardrijder doet de gemiddelde meting niet omhoogschieten, wel onze bloeddruk. Het parkeerprobleem aan de Van der Craatslaan en Acacialaan is uitgebreid besproken. Even ter herinnering: de brandweer heeft grote moeite gehad om bij een eventuele brand te komen. Diverse geparkeerde auto’s belemmerden de doorgang. Er zijn oplossingen door ons aangedragen die nu worden bekeken. Het zebrapad bij de ‘IJstijd’: samen met de mensen van de Prins Bernhard school hebben we de vraag, om zo’n
zebrapad aan te leggen, bij onze gemeente neergelegd. Die pakte deze gerechtvaardigde wens voortvarend op. Binnen een zeer korte tijd lag het pad er. Ja, maar alleen helaas voor de helft, want Barneveld kan alleen werkzaamheden op eigen grond uitvoeren. De Putterweg is van de provincie en dat duurt altijd langer. Tot dat Plaatselijk Belang de euvele moed had om de verantwoordelijke Gedeputeerde, mevrouw Marijke van Haaren, een persoonlijke brief te schrijven. Een week later lag ook dit gedeelte van het noodzakelijke zebrapad er. Voor wie het nog niet weet, mevrouw van Haaren is tuk op veiligheid. Onze vraag is ongetwijfeld niet ergens in de organisatie blijven hangen. Ze vond onze wens juist en heeft haar dienst aan het werk gezet. Diezelfde dag hebben wij haar een bedankkaartje gestuurd. Vóór wat, hoort wat. Hemelwateroverlast: Er zijn in het recente verleden werkzaamheden verricht om het regenwater snel te kunnen afvoeren. Eens in de honderd jaar zou dan nog een keer de Dorpsstaat onder water kunnen komen te staan. Gezien de wateroverlast in juni vragen wij ons af, of bij de berekening de komma op de goede plaats is gezet. Is het misschien eens per tien jaar? Of eens per jaar? We weten het niet, maar….. door onze veelvuldige contacten met mevrouw Van Haaren waarbij we haar een briefje met krantenknipsels toestuurden werden de volgende dag
de straatkolken al leeggezogen. Het is nog niet de definitieve oplossing, maar het helpt wel. Ook zullen de grote putdeksels van openingen worden. voorzien Hoegenhof: er is weinig ophef gemaakt over de plaatsing van het hekje rond de door de familie Hoegen gepote boom. Hier hebben we een kans gemist, want het hekje is fraai en dat mag best gezegd en gezien worden. Huisnummering buitengebied: een omvangrijk werk, dat voor alle hulpdiensten van levensbelang is. Binnenkort komt er een feestelijke afsluiting van dit project. Een compliment voor de gemeente, de Fortisbank en alle vrijwilligers/werkers is zeer zeker op zijn plaats. Putterweg: nog ruim voor het ver strijken van de garantietermijn heeft Plaatselijk Belang melding gemaakt van het feit dat het asfalt niet van de juiste structuur was. Slijtplekken werden al spoedig zichtbaar. De aannemer heeft de weg op zíjn kosten hersteld.. Garderense Ondernemers Vereniging: Plaatselijk Belang werkt prettig en goed samen met de ondernemers. Daar waar nodig worden we uitgenodigd om mee te denken. Onze contacten zijn veelvuldig en intensief. ‘Garderen Live’ en de Zomeravondmarkten zijn daar mede een gevolg van.
5
Onthulling Servisch Monument: weinig mensen wisten nog dat er Servische krijgsgevangenen op ons kerkhof begraven waren. Diverse instanties hebben zich ingespannen om het monument in de oude glorie te herstellen. Met name mag hier koster Piet van Bentum genoemd worden. Tijdens de feestelijke herdenking mocht hij hiervoor een Servische onderscheiding ontvangen. Nu we het toch over het kerkhof hebben: er
zijn een paar graven van oud-dokters, die door de Garderense bevolking zijn betaald. Denk aan dr. Broersma (1935), dr. H.C. Bos (1947) en dr. Kruimel (1983). Tijdens onze ALV is de vraag om het beletteringherstel van het graf van dr. Kruimel positief beantwoord. Gebleken is dat ook het graf van dr. Broersma voor verder verval behoed moet worden. Dit zal spoedig ter hand genomen worden. Plaatsing bankjes: de gemeente heeft ons enige bankjes aangeboden. Deze zullen in het buitengebied geplaatst worden. Leuk voor de wandelaars om even uit te rusten en te genieten van het mooie uitzicht, dat Garderen U biedt. Ook vele toeristen zie je van de bankjes gebruik maken. Namens het bestuur, C. Hoogeveen
6
Op het drempeltje van 2007 naar 2008 Het is vandaag 30 december 2007. Ik heb zo juist weer een oliebol van de (oliebol)bakker van het jaar gegeten. Nou, gegeten? Gesmuld, kun je beter zeggen. Denk nu echter niet, dat bakker Schuiteman een oliebol is. Het tegendeel is waar. Het is een slimme ondernemer, die duidelijk in een behoefte voorziet. Gelukkig hebben we zulke ondernemers in Garderen. In het voorbije half jaar heeft Plaatselijk Belang veel contacten gehad met de ondernemers. Onze vereniging heeft zijn steentje bijgedragen aan het welslagen van de hanging baskets. Het ziet er goed uit, maar het is nog wat dun verspreid. Er moeten er nog wat meer bij komen. Een wens, maar wat is een mens zonder wensen. Misschien zijn er nog (oud-) Garderenen, die mee willen sponsoren. Het toerisme is de motor van de economie in Garderen. Uw voorzitter weet dat als geen ander. Wij hebben jarenlang ons brood in deze sector verdiend. Het is dan ook plezierig te melden, dat Plaatselijk Belang in veel overlegorganen zitting heeft. Dat is een moeizaam traject, maar levert wel zijn rendement op. De nieuwe verwijsborden en de restyling van de Putbrink zijn daarvan het (toekomstige) bewijs.
Soms worden we wel eens moedeloos. Bedenk echter dat het eerste “neen” niet interessant is. Alleen het eerste “ja”!! Daar gaan we voor. In de campingsector was het een moeilijk jaar. Een veranderd boekingsgedrag en meerdere soorten campings geven een grotere variatie aan gasten. Garderen is wel uniek te noemen: we hebben minicampings, boerencampings, familiecampings, een topcamping en bungalowparken. Er is een vorm van onderlinge samenwerking, die wat ons betreft nog hechter mag worden. Bij de hotels zie je die samenwerking al sterk groeien. In januari nemen deze vier hotels – ja, u leest het goed: vier fantastische hotels – de wethouder van economie en toerisme mee om deze prachtige ondernemingen te laten zien. Samenwerking maakt ons allen sterk. Het gevolg van een goeddraaiende toeristische sector geeft werkgelegenheid, zowel in de restaurants, als bij de middenstand. Met toerisme kunnen we de leefbaarheid in onze woonkern in stand houden. Maar er zijn meer zaken, die onze aandacht vragen. Starterwoningen, onder andere. Daar zit schot in. Wij hebben gehoord, dat het plan Buitengebied
7
Garderen door de provincie in december goedgekeurd is. U begrijpt dat wij begin volgend jaar bij de wethouder zitten. We moeten ervoor zorgen, dat onze Garderense kinderen in ons dorp kunnen blijven wonen. Dat houdt het verenigingsleven en onze Prins. Bernhardschool in stand. En de Kruimelstaete? Op een oor na gevild, dan zijn alle voorbereidingen klaar. De welstand, de brandweer, de gemeente en de provincie hebben groen licht gegeven. Wij hebben alles op alles gezet om in december 2007 te kunnen starten. Geduld is een schone zaak. De start is nu in januari gepland. Op 18 februari, tijdens onze jaarvergadering mag u ons erop aanspreken. Wat fantastisch toch, hè: in Garderen worden achtentwintig appartementen van verschillende grootte gebouwd, een uitgebreide dokterspraktijk, een soos voor iedereen, een dagopvang voor ouderen en als laatste een gesloten afdeling voor bewoners die lijden aan dementie. Het is denkbaar dat, mocht de bibliobus verdwijnen, wij in de Kruimelstaete ook bibliocontainers kunnen plaatsen. Het gebouw is er voor iedereen: de ouderen en jongeren kunnen elkaar zo ontmoeten. Vrijwilligers kunnen we te zijner tijd zeker gebruiken. Iedereen heeft ongetwijfeld het prachtige boek ‘Darpsproat uut Garder’ gelezen. Wat hebben die vijf auteurs een titanenklus geleverd. Het boek
8
is nu zelfs al bijna uitverkocht. Na zes weken zijn er nog maar 150 van de 1000 stuks over! Al lezend in het boek kom je vaak de verzuchting over de Oud Milligenseweg tegen. Daar moet iets aan gedaan worden. Dat vinden we al jaren. Nu moeten we niet te vroeg juichen, maar ook de wethouder ziet de noodzaak in. Met het nieuwe Golden Tuliphotel en de Kruimelstaete is de jarenlange discussie in een hogere versnelling gekomen. We houden het in de gaten, maar het staat op het lijstje voor 2009. Wat voor 2008 op het lijstje staat is de voorbereiding van de aanpak van de Hogesteeg, Bakkerstraat en Dorpstraat. De provincie en de gemeente zullen in het gedeelte na de pauze van onze jaarvergadering op achtien februari hierover met de bevolking in gesprek gaan. Nu we het toch over de wegen hebben: hoe staat het met de Putbrink? De leilinden? En de “oude” lantaarns? Tja, goed, zeg ik aarzelend. Er lijkt een aantal weken vertraging te zijn. Dat komt ons slecht uit. Want we hebben alles op alles gezet, om tijdens ‘Garderen Live’ op 19 april, een gerestyled dorp te kunnen presenteren. In ons jubileumboek kunt u steeds lezen: Garderen laat zich niet uit het veld slaan. We staan in die traditie, en die zullen we voortzetten. Nog even wil ik met u de punten van
ons vorige schrijven van halverwege 2007 genaamd, met u doorlopen: Snelheid Hogesteeg: zie hierboven. Wij zullen alle aandacht geven om de snelheid, waarmee de automobilisten ( o.a. wij, dus) het dorp in denderen, eruit te halen. De bebouwde komgrens op de Speulderbosweg wordt verplaatst. De 50 km-grens wordt zo verlegd. Een mager resultaat, maar het was het maximale haalbare. De snelheidsduivels op de motoren blijven onze aandacht houden. Het valt niet mee om dit punt hard te maken. Om een snelheids-controle te krijgen én op zondag én tijdens mooi weer, (want juist dan is er overlast) valt niet mee. Het parkeerprobleem op de Acacialaan en de Van der Craatslaan wordt samen met de verkeersbewegingen bij de nieuwbouw aan de zuidrand en de Kruimelstaete bekeken. De bewegwijzering is in kaart gebracht en loopt (redelijk) voorspoedig. Wordt in 2008 uitgevoerd. Hemelwateroverlast wordt tegelijk met de renovatie van de Bakkerstraat opgepakt. Hè, hè, eindelijk. Plaatsing bankjes: ik heb in mijn andere overzicht een fout gemaakt.
Niet de gemeente heeft deze bankjes aangeboden, maar de Rabobank. De bankjes zullen één dezer dagen geplaatst worden. U ziet, er zijn vele lopende zaken. En natuurlijk ook vele wensen, die nog gerealiseerd kunnen worden. Wat denkt u van: Behoud van mooie oude panden in Garderen. We moeten die zorgvuldig koesteren. Het geeft ons dat Garderens gevoel, waarover in het boek Darpsproat zo vaak wordt gesproken. Wat ons betreft: er mag geen historisch pand meer verdwijnen. Het zou prachtig zijn, als we bij zo’n historisch pand een bordje konden plaatsen met een kleine anekdote uit het verre verleden. Voor de toeristen wordt een wandeling door ons dorp veel levendiger. Er staan nu twee winkels leeg in ons dorp. We hebben ook veel kunstenaars in ons dorp. Wat zou het toch mooi zijn, als we in een winkel alvast kunnen beginnen met een presentatie van hun producten. Misschien moeten we klein beginnen: in het winkeltje van de fam Bakker? Het dorp Barneveld is bekend om zijn kippen. Barneveld wordt ook wel het ‘Kiepedarp’ genoemd. Er wordt de laatste tijd veel geschreven over de wilde zwijnen op de Veluwe. Moeten wij, als
9
Garderen, het wilde zwijn niet als ons logo gaan promoten? Weet u, dat er een stichting opgericht is t.b.v. de ouderen in de Kruimelstaete. Deze stichting, de ‘Vrienden van dr. Kruimel’ genaamd, heeft als doel om het leven van de ouderen onder ons veraangenamen. Eventuele schenkingen zijn aftrekbaar van de belastingen. Een droomwens: langere openingstijden in het VVV-kantoor. U weet wel: aanwezig zijn, als de gasten er zijn. Echter, daar hebben we vrijwilligers voor nodig. Iedereen kan het leren en vele vrijwilligers maken, dat de belasting per persoon gering is. Wie wil? Wat is een mens zonder wensen? Weet, dat we veel willen en heel veel kunnen maar dat we ook kunnen zeggen: we hebben het nog niet zo slecht. We hebben een fantastisch dorp, waarin saamhorigheid bestaat. Garderen wordt wel het Laren van de Veluwe genoemd. Maar dan zonder kapsones.
Het beste voor 2008. Mede namens het bestuur van uw vereniging, Cees Hoogeveen
10
In memoriam Jan Zevenbergen en Goos Foppen Garderen verliest in één maand tijd twee betekenisvolle persoonlijkheden. Jan Zevenbergen (1926) en Goos Foppen (1937) hebben zich beiden geweldig ingespannen hebben voor het welzijn van Garderen. Jan Zevenbergen was door zijn beroep als postbode een man met veel contacten in het dorp. Het dorp wist hem dan ook te vinden. Hij was 14 jaar lang bestuurslid van Plaatselijk Belang. Het bestuur, waar hij de secretaris van was, heeft zich sterk gemaakt voor vele individuele en gezamenlijke belangen. We denken aan de Kruimelwoningen, fietspaden en het gezicht op Garderen. Hij kende het gemeentebestuur goed en was een groot pleitbezorger voor Garderen. Ook de voetbalvereniging wist hem te vinden. In zijn jonge jaren was hij een actieve voetballer, later zat hij in het bestuur als penningmeester en als voorzitter.
Het wel en wee van Garderen ging hem aan het hart. Tweeëntwintig jaar zat hij in ons bestuur, waarvan de laatste vijf jaar als voorzitter. Hij was bescheiden, maar wist wat hij wilde. Hij had een scherpe opmerkings-gave en naar zijn mening werd goed geluisterd. Sinds 1986 zat hij ook namens Plaatselijk Belang in de dr. Kruimel Stichting. Een stichting die de belangen van de oude Garderenen behartigt. Mede onder zijn leiding kwamen er veertien Kruimelwoningen tot stand. Juist in de maand, dat de bouw van de Kruimelstaete zal beginnen, moesten wij afscheid van hem nemen. Hij had zo graag nog de realisatie van zijn droom willen meemaken. Het mocht niet zo zijn.
Goos Foppen was vanaf 1975 tot 1997 lid van het bestuur Plaatselijk Belang. Al hoewel hij altijd zei, dat hij geen echte Gardereen was, daar hij in Harderwijk geboren was, is hij zo Garderens als het maar zijn kan.
Garderen verliest met deze twee personen twee markante figuren. Namens Plaatselijk Belang Garderen Cees Hoogeveen (voorz.)
11
Presentatie ‘Darpsproat uut Garder’ op 22 november 2007 in Hotel Restaurant “Overbosch” Het was een geweldige avond: hartverwarmend, gezellig en met elkaar. Vanaf halfacht stroomde het zaaltje van de Overbosch in rap tempo vol. Koffie stond klaar en vóór op het podium lag een enorme stapel boeken te wachten op hun nieuwe eigenaar. Maar eerst kregen we het openingswoord van de voorzitter Cees Hooge veen. De arme man…. Nauwelijks had hij het woord genomen of de deur achter in de zaal ging open en ‘bin julie al begonne’? Ko-je niet effe op ons wachte?’ klonk het door de zaal. Twee in Veluwse klederdracht gestoken dames kwamen de zaal binnen. Trui en Dirkje! Binnen enkele tellen hadden ze de lachers op hun hand en werden ze, naast de presentatie van het boek, het hoogtepunt van de avond. Het eerste exemplaar van ‘Darpsproat uut Garder’ was bestemd voor mevrouw de Greef, een nog uiterst vitale en charmante oud-inwoonster van Garderen, eega van het vroegere schoolhoofd Ernst de Greef. De vertegenwoordiger van het Fortis-fonds, het fonds dat het boek subsidieerde, de heer I. Bos, kreeg van de dames Trui en Dirkje de indringende vraag naar voren te komen. Hij kreeg een exemplaar van ‘Darpsproat uut Garder’ en uiteraard een welgemeend dankwoord.
12
Cees Hoogeveen en mevr. de Greef.
De auteurs van het boek kregen bloemen (foto rechts) en de voorzitter kon tenslotte zijn openingswoord afmaken. Na al deze plichtplegingen kon ieder het boek inkijken en kopen. Dat gebeurde op grote schaal. Honderden boeken wisselden deze avond al van eigenaar, de auteurs bleven signeren en de meeste bezoekers bleven een tijdje hangen voor gezellige kout en een drankje. Naast de auteurs waren er de mensen die de verhalen hadden geleverd. Dank
zij hun verhalen over Garderen en zijn inwoners kon het boek een succes worden. Waar was je immers zonder de fenomenale dorps-kennis van deze mensen? Dank zij hen zijn nu heel veel bijzonderheden over ons dorp vastgelegd. Kennis die anders zeker verloren zou zijn gegaan. Door hun medewerking werd ‘Darpsproat uut Garder’ een boek van, door en over de gewone man in Garderen.
We zijn er van overtuigd dat dit boek Garderen veel positieve publiciteit heeft gegeven in de regio. De meeste regionale kranten stuurden een van hun medewerkers om een verhaal over dit boek te maken. En het werden positieve verhalen die uitwijdden over de ontstaansgeschiedenis van het boek maar vooral over het saamhorigheidsgevoel in ons dorp. En daar kunnen we alleen maar blij mee zijn!! PvdB.
Bloemen
13
Reacties op het jubileumboek “Darpsproat uut Garder” In het hoofdstuk over ‘De Wildekamp’ wordt gesproken over de eikenbosjes, die eeuwenlang in gebruik geweest zijn als eikenhakhout. Er wordt ook gewag gemaakt van een onderzoek van de Universiteit Wageningen. Er werd onderzoek gedaan naar de ouderdom en het gebruik van de eikenstrubben. Half december 2007 werd het onderzoek gepubliceerd met de volgende uitkomst. De hakstoven zijn ongeveer 200, misschien 250 jaar oud. De kenmerkende groei, een kring van stammen op een zeer dikke stronk, is vooral te danken aan schapenvraat. Tot in het midden van de vorige eeuw liepen er schapen op de heide en in het aangrenzende eikenbos. Die schapen vraten alle jonge loten op De oude takken groeiden door, maar werden nooit een echte eikenboom. Toen de schapen verdwenen waren werden het hoogopgaande struiken. Zo kennen wij ze nu nog. Toch zijn de strubben in vroeger tijd vast ook gebruikt als hakhout. Geriefshout was immers ook altijd nodig. In ieder geval zijn de eikenbosjes zeer oud, maar niet de oudste bomen van de Veluwe of van Nederland. Ze zijn wel: Heel bijzonder ! De Begraafplaats In het hoofdstuk over de historie van de Begraafplaats wordt gesproken over haar ontstaan. Verder komen de moeilijkheden, die er waren in de jaren zestig, aan de orde, evenals het nieuwe Servenmonument.
14
Tijdens een wandeling rond het dorp tref ik koster Piet van Bentum aan op de begraafplaats, waarvan hij de beheerder is. Alles ligt er zeer verzorgd bij en een deel van de oude coniferen is vervangen door mooie rode beuken. De oude bomen moesten worden gerooid, ze waren niet meer stormbestendig. De grafstenen van het oude gedeelte zijn, door goed beheer, ook weer veel beter te lezen. Beheerder van Bentum wijst mij erop, dat de Begraafplaats voor 100% in eigendom is bij de Hersteld Hervormde Gemeente in Garderen. De PKN is nooit de eigenaar geweest. Er is dus niets veranderd, alles gaat op de bekende wijze verder. Van problemen is de laatste decennia geen sprake geweest, alles is uitstekend geregeld! Verder nog het volgende: er zijn altijd rooms katholieken begraven op de begraafplaats in Garderen, maar er is nooit een apart gedeelte voor hen gereserveerd geweest. Dit is in het boek verkeerd weergegeven Het is jammer dat bovenstaande zaken niet juist in het boek vermeld zijn. Hopelijk is het zo opgehelderd . HvdB-R
Een verre reactie op Darpsproat uut Garder Op de laatste dag van het jaar 2007 kreeg ik een bijzonder leuke brief. Die brief had er twee weken overgedaan om de Kastanjelaan te bereiken. Maar ze kwam dan ook van heel ver. Er zaten twee mooie Australische kerstpostzegels op. Het adres was niet juist, namelijk Mazenhofstraat en de postcode 3886 AD klopte ook al niet. Dan wordt je wel nieuwsgierig.... Het was een brief van de 83-jarige Barta Pouwels uit Australië die in Elizabeth bij Adelaide woont. Heel uitgebreid beschrijft ze haar leven. Ze heeft met haar man enkele jaren in de Dr. H.C. Bosstraat op nummer 16 gewoond. In 1960 zijn ze geëmigreerd naar Australië. Haar man Henk is in 1994 overleden. Hij had een eigen bedrijf dat door de zoons Herman en Robert is voortgezet. Waarom iets uit deze brief in deze Darpsproat? Wel Ab en Maasje Fredriksen hebben hét boek direkt na verschijnen in november opgestuurd naar hun zus. Ze schrijft over het boek: “Ik heb het mooie boek ontvangen. Heel interessant en goed. Helaas ben ik Garderen wel ontgroeid na zoveel jaren afwezigheid”. “Hotel Speulderbos wordt genoemd als adres met evacuees in ‘40-’45. Maar
helaas niets over Anastasius. Dat vind ik jammer. Ik lees nu zoveel dingen waar ik niets van afwist, die paar jaar dat we in Garderen woonden was ik te druk met m’n kinders”. Onze vraag is: Is er iemand die ons iets over Anastasius in de oorlogsjaren kan vertellen? Er zijn daar rijke evacuees ondergebracht uit Rotterdam en Den Haag via het Rode Kruis. Later is Barta van Millegen met hen overgeplaatst naar Hengelo en later naar Apeldoorn. We wachten uw reactie af! H.E. v.d. V.
15
Impressie “Darpsproat uut Garder”
16
17
VIJF VRAGEN aan TRUI en DIRKJE De presentatieavond van het boek “DARPSPROAT uut GARDER” was een succes. Dat kwam niet alleen door het boek, maar ook door het optreden van TRUI en DIRKJE.
Vraag 1: Hoe zijn jullie er toe gekomen om samen op te treden? Dat kwam zo: Gert Hein Kevelam, de voorzitter van de Oranjevereniging troffen we aan op een verjaardag. Hij vroeg naar het adres van ‘die ouwe wieve’ uut Lunteren’, die van alles aan de binnenkant van een krant plakten en dat dan voordroegen alsof het leuk was. Dat moest dan gebeuren voor de Garderense senioren in ’t Speulderboshotel. Wij zeiden: “Als het anders niet is, dan kunnen wij dat ook wel en zo is het gebeurd”. Vraag 2: Wat hebben jullie met Garderen? Garderen is een heel leuk dorp, we hebben daar jaren gewoond. Tegenwoordig komen er wel vier of vijf gratis kranten door de deur en op ‘t huusje, die lezen we helemaal door, om te zien of er wat te doen is in Garderen. Als dat zo is, gaan we erop af. Het gekke is alleen dat, hoe vroeg we ook weggaan, we toch altijd een kwartier te laat zijn. Vraag 3: Hoe bereiden jullie je programma voor, is het spontaan of van tevoren bedacht? Allebei, je moet de mensen wel wat kennen en als ze dan een beetje mee gaan doen, dan gaat het spontaan. Het publiek moet natuurlijk ook ergens tegen kunnen want we sparen ze niet.
18
Vraag 4: Hoe vinden jullie het boek? Het is heel mooi, onze hele familie staat erin. Een reis terug in de tijd over modderwegen en dikke klinkers, allemachtig prachtig! Het is wel jammer, dat het boek niet compleet is want: Wij staan er niet in! Dat moet in een volgend boek wel anders hoor. Vraag 5: Gaan jullie vaker optreden in Garderen en omstreken? We hebben nu helemaal geen tijd, we gaan misschien wel naar de wintersport. Zo’n optreden moet ook heel speciaal blijven. Als we optreden zoeken we zelf wel uit voor wie en waar. En als het ons lijkt, dan gaan we erop af... HvdB-R.
19
Willem Hooijer Een interview
Garderen, vijf uur in de morgen. Het dorp is nog gehuld in zijn nachtelijke stilte. De ramen zijn donker en de mensen slapen. Slechts een enkele enkeling is al op. Soms is het een prachtige morgen met prille zonneschijn met slechts het zingen van de vogels om naar te luisteren. Maar soms is het guur en slaan de regenvlagen tegen de ramen. Mensen die even wakker worden luisteren ernaar en draaien zich nog een keer behaaglijk om. Het is immers nog lang geen zeven uur! Als het wel zo laat is dan sta je op, je kleedt je aan en je loopt naar de brievenbus. Elke morgen ligt daar de krant dan al op je te wachten. Niet veel Garderenen staan erbij stil dat die krant niet uit zichzelf in die bus terecht is gekomen…… In de tijd dat wij nog lekker slapen wordt er door anderen al gewerkt! Dit verhaal gaat over een man die dat deel van ons leven zo veraangenaamt en ervoor zorgt dat we bij het ontbijt al op de hoogte gebracht kunnen worden van het grote wereldgebeuren. Die man is Willem Hooijer. Willems voorgeslacht komt uit Houtdorp. Tegenover de oude put woonde
20
zijn grootvader Heimen Hooijer met zijn vrouw Heintje Bettink. Het echtbaar verdiende zijn brood met boeren. Hun zoon, Willems vader, was Andries Hooijer getrouwd met Willemijntje Witten en ook Andries woonde in Houtdorp. Andries zag het boeren niet zitten. Hij begon wel als boerenknecht maar had al gauw in de gaten dat het bij het Rijk beter verdiende en dat men daar ook niet zo lang hoefde te werken. Het grootste deel van zijn leven was Defensie op kamp Stroe zijn baas. Alleen gedurende de tweede wereldoorlog was hij ergens anders werkzaam. Hij onderhield toen een dienst met paard en wagen op Apeldoorn. Andries was zeer verknocht aan zijn paard. Zijn baas vertelde hem eens op een vrijdag dat hij het paard had verkocht. Andries deelde hem vervolgens mee dat hij dan de volgende maandag ophield bij hem te werken. En Andries ging, want zo was hij, snel in het beslissen en doen wat je zegt. Vader Andries was bijna zijn hele leven lid van de Garderense muziekvereniging ‘Tot Ons Genoegen’. Zag je TOG dan zag je Andries. Zonder hem was de vereniging niet denkbaar. Kennelijk heeft Willem dezelfde genen als zijn vader want ook hij is nu al vijftig jaar lid van dezelfde vereniging. En net als zijn vader slaat ook hij de grote trom.
Maar dat is al te ver in het verhaal…. We beginnen bij Willems jeugd. Ik wist dat hij slecht kon horen want als we op pad waren met de muziek en ik zei iets tegen hem, dan antwoordde hij: “Effe wachte’. Effe Hilversum drie anzette’ ”! Dan zette hij zijn gehoorapparaat op een wat hogere ontvangst zodat hij beter kon horen wat er tegen hem werd gezegd.
En dan vertelt Willem: “ Als kind hoorde ik niets en dat was knap lastig. Vooral toen ik naar school ging, want ik werd er heel veel mee gepest. Ik was voor mijn leeftijd ook nog erg lang, dus wat wil je. Groot en niks horen: mikpunt van pesterij. Dat was echt niet prettig. Elk kind wil gewoon meedraaien en dat ging bij mij gewoon niet. Helaas had ik van de meesters ook weinig steun. Ik zou
21
vóór in de klas moeten zitten om wat te verstaan maar (misschien omdat ik ook geen erg makkelijk kind was…) vaak zetten ze me helemaal áchterin! En wat gebeurt er dan: je hoort niks en dus leer je niks. Ging ik weer een klas verder dan begon de ellende van voren af aan. In plaats van vóórin, werd ik áchterin gezet… Ik werd het zó zat dat ik van school wegliep en niet meer terug wilde. Gelukkig begrepen mijn vader en moeder wel wat er aan de hand was en ze gaven me alle steun. De meesters kwamen naar ons toe in Houtdorp en mijn vader en moeder konden ze overtuigen dat het geen kwade wil was van mijn kant. Ik moest gewoon voorin zitten dan kon ik wat horen en meedoen. Via een schoolarts ging ik tenslotte voor een gehoortest naar Arnhem. Die arts gaf het advies mij naar de school voor slechthorenden te sturen en dat gebeurde. Ik kreeg toen voor het eerst een gehoorapparaat. Denk niet dat die dingen op de apparaten van tegenwoordig lijken… Nee, het was een behoorlijk groot kastje dat altijd onder je blouse op je borst hing en met een draadje met je oor in verbinding stond. Het horen ging wel een stuk beter, maar kerel wat was het zweten zo ’s zomers met dat kastje op je lijf! Mijn broer Heimen verhuisde naar Beilen en hoorde van een dokter in Assen die heel goed was in het opereren van oorproblemen. Ik ging naar Assen, werd onderzocht en geopereerd…. En
22
inderdaad ging ik veel beter horen! Ik had een hele tijd zelfs geen gehoorapparaat nodig! Een nieuwe wereld ging voor me open en geloof het of niet, ik werd er overmoedig door. Ik denk dat ik een tijd een knap lastig mens ben geweest die zich niet meer in een hoek liet drijven. Tja, als ik daar aan terug denk dan denk ik dat ik het wel eens heb overdreven! Maar goed, ik was best blij toen ik dan uiteindelijk in Arnhem naar school ging. Ik heb echt geen prettige herinneringen aan die tijd op de Prins Bernhardschool. Ze vonden me kennelijk lastig en soms werd ik door drie meesters tegelijk onderhanden genomen. Ik weet nog dat ze me in een lokaaltje opsloten. Ik heb toen met mijn schoen de ruiten eruit geslagen en ben naar Houtdorp gelopen, vast van plan nooit weer terug te gaan. In Arnhem ging het een stuk beter. Ik werd daar aan het eind van mijn schooltijd getest en kreeg het advies in een wat besloten ruimte werk te zoeken, bij voorbeeld bij een schoenmakerij. En zo werd ik dan schoenmaker, een vak dat ik ruim vijftig jaar met plezier heb uitgevoerd. Ik kreeg mijn diploma schoenmakerij ook weer redelijk moeilijk. Ik had nogal sterke handen en toen ik mijn werkstuk moest maken (je kreeg een plastic zak met onderdelen en daar moest een schoen uit gefabriceerd worden!) scheurde ik helaas het lamsvel dat we moesten gebruiken, dwars doormid-
den…. En ik kreeg geen diploma! Nou, dan maar zonder diploma. En dat ging ook best. Ik was een goede vakman en ik hield van mijn werk. Ooit begon ik in Putten, bij Jaap Grift en daar bleef ik een kleine zes jaar. Ik heb een tijdje in Amersfoort gewerkt, in Voorthuizen, in Harderwijk en in Apeldoorn. Toen ging ik naar Leusden en kwam bij schoenmakerij Van Beek terecht. Daar ging het goed maar ze wilden wel dat ik mijn diploma haalde. Ik ging dus naar de vakschool in Zwolle en hoefde alleen de theorie maar te doen. Het kostte wel wat moeite de leraar en de directeur te overtuigen dat ik het vak al lang beheerste maar met een brief van mijn baas en van de school in Arnhem lukte dat tenslotte. Van Leusden ging ik naar Woudenberg en vandaar naar Apeldoorn, naar ‘Dokter Shoe’ en daar ben ik gebleven. Ik wilde best hard werken, ook wel ’s morgens vroeg maar als er wat te doen was bij TOG dan was ik weg. TOG is mijn grote hobby en ik wilde absoluut nooit verstek laten gaan. Het was niet altijd even eenvoudig om mijn baas van dat standpunt te overtuigen maar het is steeds weer gelukt. Zelfs al we met de vereniging naar het buitenland gingen, naar Oostenrijk, Duitsland of Hongarije dan was Willem daarbij! “Kon je goed verdienen in dat vak?” vraag ik hem. “Ik weet nog dat ik als leerling soms om drie uur ’s morgens moest beginnen. We werkten dan door tot ’s avonds zes uur… En weet je wat ik
verdiende, voor een werkweek van zes dagen want we werkten ook op zaterdag? Precies tien gulden. Maar ja, daar was je leerling voor, zeiden ze. Je leerde toch maar mooi een vak erbij! Later gingen de lonen, net als overal, omhoog en bij mijn trouwen was ik best tevreden met de beloning”. We gaan over op het verhaal van de krantenbezorging. ’s Morgens om vijf uur arriveert bij de Lindenlaan nr. 9 de auto met kranten en ook om die tijd staat Willem al op de lading te wachten. En hij vertelt: “Als de auto op tijd is dan kan ik direct aan het werk. Ik neem de kranten mee naar de schuur en ga ze eerst vouwen. Dat is nodig want in het donker moet ik blindelings de kranten van mijn fiets kunnen pakken om die bij de mensen in de bus te doen. Als ik niet precies weet waar elke krant zit, heb ik een probleem. Dan bellen de mensen me op dat ze de verkeerde krant hebben gehad en dat kun je natuurlijk niet hebben. Daarbij mag ik vanzelfsprekend ook niemand overslaan. Het gebeurde eens dat op de Hoge Steeg een auto als een gek begon te remmen, de banden gierden over de weg. Ik schrok zó dat ik al twee brievenbussen verder was toen ik weer tot mezelf kwam. Die twee bussen sloeg ik over en de eigenaars daarvan kregen dus geen krant.
23
Een andere keer reed ik met mijn fietsje op de Hoge Boeschoterweg en kwam daar in de vroege morgen een stuk of vier paarden tegen die besloten hadden de wereld op eigen houtje te gaan ontdekken. Als fietser heb je dan weinig in de melk te brokkelen, vooral omdat die paarden er nogal de gang in hebben. Ik twijfelde geen ogenblik, pakte een krant, vouwde die open en begon als een gek te wapperen. Dat hielp, ze schrokken, keerden om en gingen met dezelfde snelheid weer terug. Later gebeurde me dat nog een keer op de Harderwijker. Om ze aan het schrikken te brengen sloeg ik zo hard ik kon op mijn krantenkist en ook dat hielp. Ik heb mijn hele leven al op de grote trom geslagen, ik denk dat dát op die beesten indruk maakte! “Wat voor kranten breng je zoal bij de mensen”? “Tijdelijk de Barneveldse Krant, al 25 jaar De Band, 15 jaar de Telegraaf en vroeger het Veluws Dagblad. Tegenwoordig heb ik daar nog het AD bij, de Volkskrant, Trouw, Nederlands Dagblad, Financieel Dagblad en Next. Sinds ik in de VUT ben is de NRC er
24
ook nog bijgekomen, maar dat is een avondblad. Die komt (meestal) om vijf uur ’s middags en moet dan vóór zes uur bij de lezers zijn. Het zijn er een stuk of achttien maar ik moet er wel tien kilometer voor rondrijden! Folders moeten vóór vrijdagmiddag bij me zijn en die bezorg ik vervolgens altijd op maandag. “Maar je brengt toch ook nog wat gratis rond”? “Zeker. Folders en ander materiaal van TOG (bijvoorbeeld voor de oliebollenacties en de jaarlijkse geldinzamelingsactie) neem ik alles altijd gratis mee.
Je moet wát voor je dorp overhebben, nietwaar? ’s Morgens om tien over vijf ga ik dan met mijn fiets op weg. Ik ken de route uiteraard uit mijn hoofd en weet ook precies wie welke krant moet hebben! Ik bezorg alleen het dorp, zo’n beetje ruim om de bebouwde kom heen en dan ben ik zo rond zeven uur weer terug. Tenminste, als de bezorgauto op tijd is. Een enkele keer is die wel eens te laat en dan ben ik helemaal niet blij. Mensen willen graag voordat ze naar het werk gaan de krant hebben en dat kan dan niet. Klachten krijg ik dan bij de vleet, maar ik kan het ook niet helpen, vertel ik ze dan. Hetzelfde probleem als de krant erg nat is. Als het regent dat het zo stroomt dan blijft de krant natuurlijk ook niet droog. Zo kreeg ik eens een klacht van een mevrouw: ‘mijnheer Hooijer, de krant was gistermorgen helemaal nat….’. Maar mevrouw, zeg ik tegen haar, wat dacht U wel van mij, dacht U dat ík niet nat was? Kennelijk was dat een goed antwoord want ze zei niets meer. “Fiets je graag?” “Weet je, dat fietsen is voor mijn gezondheid ook niet slecht. Ik heb wat problemen met een been, gekregen toen ik in het verleden bij de een of andere actie bij TOG van de ladder gleed. Ik heb dat been toen nogal beschadigd maar als ik elke dag fiets heb ik er geen last van. Sla ik dat fietsen eens
een poosje over dan begint de pijn me weer parten te spelen. Fietsen en gezondheid is dan ook een goede combinatie! Maar ik ben ook wel graag in de buitenlucht. ’s Morgens is de beste tijd van de dag en om eerlijk te wezen, ik heb me nog nooit verslapen. En ik heb ook nog nooit overgeslagen, mijn gezondheid is goed en ik ben eigenlijk nooit ziek. “Ga je wel eens met vakantie”? “Mijn vrouw en ik brengen in de kerstvakantie een paar dagen bij Almelo door. Je kunt het geloven of niet, maar ik rij dan ’s morgens eerst naar Garderen, breng de kranten rond en ga weer terug naar mijn vakantieadres! Ik ben toch om zeven uur klaar en dan weer op tijd terug voor het ontbijt”! “Heb je wel eens klachten”? “Eén keer, bij een wat oudere man die elke morgen zijn hond uitlaat op een camping. Die vroeg me waarom ik de krant niet bij zijn bungalow bezorgde. Mijnheer, zeg ik, dat doe ik niet omdat anders de hond niet wordt uitgelaten en dat kan ik het beest niet aandoen. Kennelijk een goed antwoord want hij stond met zijn mond vol tanden! Een ander, die ook even met de mond vol tanden stond, was Frits Bom. Ik reed over de Boeschoterweg en daar stond Frits Bom voorovergebogen over zijn brievenbus. Hij hoorde me niet aankomen en toen ik vlak achter hem
25
was zei ik zo hard ik kon: “Goedemorgen heer Bom”. Hij schrok zó dat hij dwars over de brievenbus viel. Toch zei hij nog ‘goedemorgen’, maar toen was ik al weer een tien meter verderop….” “Je bent nu met de VUT, verveel je je niet”? “Geen ogenblik. Als een goede opa kan ik met mijn kleinzoon heel wat uren aan de gang blijven en verder help ik soms een collega in Woudenberg een paar dagen in de week als hij het werk niet aan kan”.
En Willem vertelt nog veel en veel meer. Vooral over de geweldige tijd die hij met TOG in Oostenrijk, Duitsland en Hongarije doorbracht. Over Evert Hoegen die ze in Oostenrijk kwijt waren maar die opdook toen ze naar bed gingen. Hij lag in de dekenkist in de gang en toen ze daar langs liepen ging heel langzaam het deksel omhoog en daar verrees Evert… De anderhalf uur die ik met Willem praatte vlogen voorbij en ik hoop dat zijn goede werk nog veel waardering bij ons Garderenen kan opbrengen! PvdB
26
Een bijzondere bout Wie de Hervormde Kerk met zijn toren ook wel eens van de buitenkant bekijkt, kan, behalve de twee graven, naast de deur van de toren een merkwaardige bout in de muur vinden. De argeloze voorbijganger vraagt zich misschien af of de gemeentelijke beiaardier hieraan zijn hond vastlegt. Wie even door de knieën gaat, leest op de kop van de bout de letters “NAP” en die doen bij velen een belletje rinkelen. De toren is eigendom van de gemeente en daarom ging ik daar maar eens informatie inwinnen. De landmeters van de afdeling Vastgoed en Infra structuur konden me een heel stuk verder helpen. De bout is een zogenaamd peilmerk en heeft te maken met het Normaal Amsterdams Peil. Die term kennen we nog wel uit de schoolbanken. Voordat in de zeventiende eeuw een landelijke maat werd vastgesteld, gebruikte elke streek zijn eigen peilingen om de waterhoogten te meten. In 1624 werd aan de Amsterdamse Spaarndammerdijk en aan de Nieuwe Brugge een waterpeil vastgesteld dat naarmate het meer werd gebruikt de naam Stadspeyl kreeg. Het nulniveau van het NAP (Normaal Amsterdams Peil) is gelijk aan het nulniveau van het AP (Amsterdams Peil). Het nulniveau van het AP is in 1683 in opdracht van
De bout in de toren.
burgemeester Hudde van Amsterdam vastgelegd. Hij liet acht grote, witmarmeren stenen inmetselen in acht sluizen in de dijk langs de zuidzijde van het IJ. Van deze stenen is alleen die in de Eenhoornsluis in de Korte Prinsengracht nog over. Op deze stenen van Hudde was een horizontale groef aangebracht op zeedijkshoogte, zijnde 9 voet en 5 duim (2.676 m) boven het stadspeil (Amsterdams Peil of AP). Uit dagelijkse metingen van de eb- en vloedhoogte in het IJ bij de Haarlemmersluis, uitgevoerd in 1683-1684, bleek het stadspeil van Amsterdam
27
(AP) vrijwel samen te vallen met de gemiddelde zomervloedstand (dus niet het gemiddeld zeeniveau) van het IJ bij Amsterdam. De gemiddelde vloed op het IJ bleef slechts 1,8 mm beneden het stadspeil. Het stadspeil (AP) was dus zeer waarschijnlijk bedoeld als aanduiding van de gemiddelde vloedhoogte op het IJ. De definitie van het AP (later NAP) luidt vanaf 1683 tot heden: 9 voet en 5 duim beneden het merk op de dijkpeilstenen van burgemeester Hudde. De acht dijkpeilstenen lagen in één waterpas vlak. Op die manier was het AP vastgesteld. In de loop van de 18e eeuw en met name in de periode 1797-1812 is het AP door water-passing vanuit Amsterdam overgebracht naar andere plaatsen in het land en daar vastgelegd door middel van peilmerken (peilschalen, merkstenen e.d.). Bij Koninklijk Besluit van 1818 is vervolgens bepaald dat het Amsterdams Peil (AP) voortaan zou gelden als vergelijkings-hoogte voor heel Nederland. De peilmerken lagen niet op 0 m AP maar hadden een precies bekende hoogte t.o.v. AP. Zij dienden (en dienen) als uitgangspunt voor terreinhoogtemetingen voor allerlei praktische doeleinden, zoals bescherming tegen overstromingen, waterbeheer in algemene zin, civieltechnisch werk en het bestuderen van bodembewegingen. In de jaren 1875-1885 werd een eerste landelijke controle uitgevoerd van de hoogte van de peil-merken. Bij deze controle ging men uit van de vijf toen nog aanwe-
28
zige dijkpeilstenen van burgemeester Hudde in Amsterdam. Een aantal van de peilmerken in het land bleek toen niet (meer) op de opgegeven hoogte t.o.v AP te liggen. Deze afwijkingen van de juiste hoogte waren het gevolg van meetonnauwkeurigheden en fouten bij oudere waterpassingen en van verticale beweging van de peilmerken. Men heeft toen nieuwe of verbeterde peilmerken aangebracht en terreinhoogten opnieuw bepaald t.o.v. deze nieuwe peilmerken. De nieuwe peilmerken en de nieuw bepaalde hoogten werden en worden vanaf 1891 aangeduid met de letters NAP (Normaal Amsterdams Peil). In 1879 werd Pruisen aangesloten op het (Normaal) Amsterdams Peil. In 1973 volgden andere Europese landen. Op de Amsterdamse Dam werd in 1953 een heipaal in de grond geboord, waarvan uiteraard alleen het deksel voor het publiek zichtbaar is. Daarom is later in de Stopera een model gebouwd. De heipaal onder de Dam is niet de enige die het NAP aangeeft. In Nederland zitten ongeveer 250 van deze heipalen in de grond. Die zijn niet toegankelijk of zichtbaar. Het NAP wordt zichtbaar gemaakt door ongeveer 35.000 van de eerder genoemde peilmerken. Dit zijn boutjes in gebouwen, bruggen, viaducten en dergelijke. De plaats van deze peilmerken en de nauwkeurig bepaalde hoogte van het merk ten opzichte van het NAP zijn vastgelegd en de gegevens daarover zijn beschikbaar. Hierdoor is
er vrijwel overal in Nederland binnen een afstand van 1 km een vast punt te vinden ten opzichte waarvan hoogtebepaling kan plaatsvinden. Het peilmerk (de bout uit de eerste zin) in de Garderense toren is bevestigd op 46,631 meter boven NAP.
Zwaartepunt? Op de website van de Nederlandse Geometrische Infrastructuur (www.rdnap.nl) is meer interessante informatie te vinden. Zo lezen we daar dat het middelpunt (en zwaartepunt) van ons land bij Zeewolde ligt. We hadden toch net in de krant gelezen dat de steen die dit zwaartepunt bij Putten aangeeft, is verwenen. Rep en roer waren het gevolg. Een boel drukte om niks? Als we de ingepolderde gebieden binnen onze landsgrenzen meerekenen, ligt dit punt ten zuid oosten van Zeewolde. In andere gevallen bij Putten, Lunteren, tussen Soest en Soestduinen, etc. Het hangt blijkbaar gewoon af van de gebruikte rekenmethode. Op www.ahn.nl zijn meer gegevens te vinden over de hoogte van iemands woonplaats t.o.v. NAP. D.V.
29
Buurtbemiddeling Barneveld Vanaf 1 januari 2008 gaat in de Gemeente Barneveld het project Buurtbemiddeling van start. In juli 2007 hebben elf vrijwilligers het certificaat Buurtbemiddelaar gehaald en inmiddels is een aantal van hen ingezet bij drie bemiddelingen. De bemiddelaars zijn geworven uit de zeventien wijkplatforms en Plaatselijk Belangen van de hele gemeente Barneveld.
Buurtbemiddeling is een initiatief van de gemeente, in samenwerking met de woningstichting, politie en maatschappelijk werk. Het project is ondergebracht bij de Vrijwilligers Centrale Barneveld (VCB). Buurtbemiddeling stelt zich ten doel de leefbaarheid en sociale samenhang in wijken en buurten te verbeteren door te bemiddelen in conflicten tussen buren. Het gaat hierbij om kleine conflicten, bijvoorbeeld over geluidsoverlast, stank, pesterijen en zwerf afval. Vroegtijdige aanpak voorkomt escalatie, die zou kunnen leiden tot een strafbaar feit. Buren doen vrijwillig mee aan de bemiddeling. Onder leiding van twee bemiddelaars wordt partijen de kans gegeven met elkaar om de tafel te gaan zitten en over hun
30
problemen te spreken. De bemiddelaars zullen zich in dit gesprek neutraal, integer en met respect voor de normen en waarden van beide partijen opstellen. De bemiddelaars werken volgens een vaste methode. Door tijdens het bemiddelingsgesprek ruimte te bieden voor feiten en gevoelens, deze om te zetten in wederzijdse belangen en partijen daarna uit te nodigen hun eigen oplossingen te bedenken, komt veelal een duurzame oplossing van het conflict tot stand. Het streven is dat beide partijen na afloop van de bemiddeling voordeel van het gesprek hebben gehad, en dat men mogelijkheden ziet om in de toekomst zelf een gesprek met buren aan te gaan. Tot nu toe vond verwijzing naar Buurtbemiddeling uitsluitend plaats via gemeente, woningstichting en politie. Vanaf januari 2008 kunnen burgers rechtstreeks contact opnemen met de coördinator van het project als zij voor bemiddeling in aanmerking willen komen. Na een persoonlijke intake, waarin uitleg gegeven wordt over de werkwijze van Buurtbemiddeling en over wederzijdse verwachtingen, beoordeelt de coördinator of de aangedragen problematiek geschikt is
voor bemiddeling. Hierbij speelt een belangrijke rol dat belangen van verwijzende partijen worden uitgesloten. Als beide buren akkoord gaan met bemiddeling vindt op een neutrale locatie het bemiddelingsgesprek plaats. Tijdens het gesprek gemaakte afspraken kunnen in een intentie verklaring worden opgenomen.
Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken voor een gesprek dan kunt u ons bellen of mailen. De coördinator zal dan een afspraak met u maken. Buurtbemiddeling Barneveld Cobi Hoogenhout, coördinator T: 06-10670676 E:
[email protected]
AANMELDINGSFORMULIER
voor lidmaatschap ‘Plaatselijk Belang Garderen e.o.’
Ondergetekende geeft zich voor 3 euro per jaar op als lid van Paatselijk Belang Garderen e.o.
Naam: Adres: Handtekening:
(Inleveren bij of opsturen naar E. v.d. Langemeen-Bronkhorst, Wilgenlaan 4, 3886 AV Garderen)
31
Colofon Darpsproat is een uitgave van de Vereniging Plaatselijk Belang Garderen en Omgeving.
Redactie: Peter van den Born (
[email protected]) Hennie van den Born-Reitsma (
[email protected] ) Cees van Middendorp (
[email protected] ) Dick Veldhuizen (
[email protected] ) Henk van der Vlist (
[email protected] ) Correspondentie/secretariaat: Evelien van de Langemeen-Bronkhorst Wilgenlaan 4 3886 AV Garderen Website: www.plaatselijkbelanggarderen.nl
32