Johan Clarysse Luc Dondeyne Reniere&Depla — Sven Verhaeghe
6 mrt - 12 apr 2015
tentoonstelling
Johan Clarysse, Luc Dondeyne, Reniere&Depla, — Sven Verhaeghe Gesprokkelde gedachten van Joannes Késenne, PhD Docent kunstheorie PXL / MAD-Faculty Limburg Vandaag heeft hier een ontmoeting plaats tussen vier beeldende œuvres. Maar wat heet “ontmoeting” ? Liefdesverklaring, dialoog, uitwisseling, confrontatie, date, uitdaging, vechtscheiding, op de vuist, onthoofding, … ? Gelukkig is de kunst nog een vreedzame manier van menselijke omgang. Kunst wil iets zeggen op z’n geëigende wijze. Ik hou vooral van beeldende kunst omwille van haar contemplatieve eigenschap. Je moet kijken, verwijlen, stilstaan, met je blik het doek afgrazen, het op je laten inwerken, zien wat erop te zien is, maar vaak ook wat niet te zien is, want wat wèl gesuggereerd wordt… the invisible. “Kunst is belofte”, wist de Franse schrijver Stendhal. Welnu, politici beloven ons ook de hele tijd van alles en nog wat. Maar daar komt nooit of zelden iets van. Wat kunst echter belooft, is een moment van waarheid. Ikweetwel, waarheid is een duur woord. Het wordt meestal geconnoteerd aan wetenschap. Wij lopen dezer dagen gebukt onder tal van wetenschappelijke onderzoekingen. Er gaat geen dag voorbij of een wetenschappelijk onderzoek, gepubliceerd in Science, maakt ons wijs dat ons liefdesgevoel een resultaat is van de juiste dosissen dopamine, noradrenaline, vasopressine, oscytine en endorfines. De dag daarop lezen we echter dat een langdurige doses liefdesadrenaline nefast zou zijn voor ons hart: slaapgebrek, buikpijn, concentratieproblemen, teveel afvallen (misschien een bijkomend surplus?), enz. De reductie van onze eigenste, subjectieve ervaring van liefde tot de geobjectiveerde, universele, chemofysische, wetenschappelijke taal pretendeert de waarheid te spreken. Maar welk soort wereldvreemde waarheid is dat eigenlijk?
In kunst echter heeft een proces van waar wording plaats. In kunst wordt iets waar. Wanneer een beeld ons aanspreekt, herkennen we daarin iets van onszelf. De filosoof Martin Heidegger heeft dit ooit uitgedrukt met: het geschieden van de waarheid. Door het “kunstwerken” wordt iets – wat in de natuur stilzwijgend aanwezig is - openbaar gemaakt. Heidegger noemt kunst “het-in-het-werk-stellen” van de waarheid. En daar voel iets voor. Ik citeer in dit verband de dichter Hölderlin: “Moeizaam verlaat Wat dichtbij de oorsprong woont de plaats” Schilderkunst bezit die sensualiteit van het materiaal om dit gezegde dik in de verf te zetten. Wanneer we nu deze vier kunstenaars beschouwen, permitteer ik me de vrijheid om hen elk te typeren, te karakteriseren. Hetgeen niet hetzelfde is als er een karikatuur van te maken, in deze tijden van onwelriekende cartoondebatten. Ik wil wel iets over hun werk vertellen vanuit een karakterisering die – hoop ik – aansluit bij hun manier van in het leven staan. Ik zou Sven Verhaeghe willen typeren als een dichterlijk schilder, Luc Dondeyne als een (roman)schrijvend schilder, Johan Clarysse als een filosoferend schilder, en tenslotte Reniere&Depla als een schilderend schilder. Begrijp me niet verkeerd. Ik wil hiermee niet zeggen dat Johan, Sven en Luc niet kunnen schilderen. Zoals ik ook niet wil zeggen dat Reniere&Depla niet kunnen schrijven of filosoferen. Ik wil alleen zeggen dat ze elk op hun manier schilderkunstige accenten leggen.
Sven Verhaeghe
Aër Bay (day 2), olie op doek, 18 x 24 cm, 2014 Ik beschouw Sven Verhaeghe als een dichterlijk schilder. Maar ik ga eerst één en ander over hem vertellen. Deze schilder zoekt zich te verhouden tot de natuur. De ruimtelijkheid van de vrije natuur, het naakte, ruwe landschap brengt hij op een kleurrijke wijze in beeld. Het is alsof de aarde, de planten, de bomen, de wortels, de velden, de dalen, de wolken, de lucht, het uitspansel en het licht in zijn schilderkunst naar voor treden, opschuiven naar het vlies van het oppervlak, het textiel van zijn canvas. Deze chaotische donkerte en blijheid komt in zijn pallet vanuit een verre verte, vanuit een achtergrond alsmaar dichter naar ons toe. De natuur plakt zo bijna op ons netvlies. Het is overrompelend
indringend. Tegelijkertijd fris én om er schrik van te krijgen. Wat filosofen als Edmund Burke en Immanuel Kant in de achttiende eeuw “het sublieme” noemden, wordt in zijn schilderkunst vlees. In de romantische doeken van Friedrich is deze overweldiging ook al aanwezig, maar bij Sven Verhaeghe komt het gevaar alsmaar dichter, dichter bij. Het is alsof Frank Deboosere niet het achterste van zijn tong wil laten zien bij de aankondiging van een slecht weekend aan zee. In de plaats daarvan levert de schilder ons een type mystieke leegte voorbij aan het geweld van de chtonische krachten. Het behoudt in de kern – hoe tragisch en dreigend ook - iets vitalistisch. Ook de contrasten tussen openheid en dichtheid bevreemden. Is er nog ontsnapping mogelijk? De curator Els Wuyts verwijst in haar tekst terecht naar de woorden van Dylan Thomas: “Do not go gentle into that good night. Rage, rage against the dying of the light.” Ook zijn houtskooltekeningen en zijn wortelstructuren getuigen van een rauwe weerbarstigheid die niet strookt met de feelgood-cultuur, de waan van de dag en het divertissement uit onze dagen. Er is zoveel dat definitief verloren gaat. De mythisch-magische dimensie van ons bestaan wordt in de vuilbak gegooid door onze instrumentele, op management gestoelde productie- en consumptiemaatschappij. Verhaeghes schilderkunst vraagt aandacht voor het Andere. Het is de tijdloosheid van het Nunc Stans, het eeuwige nu, waar zijn beeldvorming de vinger op legt. Maar wanneer ik daarnet zegde dat hij een dichterlijk schilder is, kan ik dit het best illustreren door te verwijzen naar het gedicht “Psalm” van de joods-Duits-Franse poëet Paul Celan. Luister naar een fragment uit dit gedicht: “Ein Nichts waren wir, sind wir, werden wir bleiben, blühend: die Nichts-, die Niemandsrose.” Vertaald: “Een niets, waren wij, zijn wij, zullen we blijven, bloeiend: de niets-, de niemandsroos.”
Luc Dondeyne
Third Eye, 75 x 75 cm, 2014, oil on canvas
Wanneer ik Sven Verhaeghe een dichterlijk schilder noem, zou ik Luc Dondeyne een verhalend, roman-schrijvend schilder willen noemen. Luc Dondeyne wandelt door het leven, maakt reizen doorheen het wereldruim en komt thuis met een valies vol nostalgische impressies. Overigens de titel van zijn kunstboek spreekt wat dat betreft boekdelen: “Distances”. Zijn penseel van de liefde voor het leven brengt vooral – op esthetische wijze - verslag uit. Het menselijk dier verschijnt in al soorten houdingen, situaties, blikvelden, gezelschappen, close-ups, kadreringen, maatschappelijke referenties, intimiteiten, vrijheden en bizarre toestanden dat het een lust is voor het oog. Sven Vanderstichelen betoogt terecht van een “affiniteit met het gefotografeerde”. Maar tegelijkertijd van een “Dondeyne-toets”, “Proud to be a colourist”. Inderdaad “le plaisir de la peinture” druipt ervan af. Het is een hedonisme waarin alledaagse momenten worden uitvergroot tot een nietzschiaanse bevestiging van het leven. Hoe lamlendig ook… groots zal ik leven. Het Balthus-like werk “A prima vista” (hier helaas niet aanwezig) drukt dit meesterlijk uit.
Een jonge vrouw in een leunstoel toont de toeschouwer tegelijkertijd de plaatjes in een boek, terwijl ze met geopende benen haar behaarde heerlijkheid open en bloot ten toon spreidt. Van een open boek gesproken. Om Dondeyne daarom impressionistisch te noemen, dit lijkt mij een impressie te ver. Het is inderdaad meer een verheviging van het leven. We leven met de schilder mee op de toppen van onze tenen. Maar… op documentaire wijze. Ik verwijs in dit verband naar het werk “Brain child” (hier aanwezig), waar een jongetje uitrust van het rolschaatsen op een lage afgeknotte zuilstructuur van de conceptuele kunstenaar Daniel Buren (installatie in het Palais Royale te Parijs). Een onderliggende kunstkritiek drijft hier boven. Het leven boven alles. Het schilderkunstig genot is solidair met de rolschaatsheld die uitrust. De conceptuele kunst gereduceerd tot nuttig gebruiksvoorwerp. Maar het werk van Dondeyne gaat verder dan dat. Ik breng hem – als schrijvende schilder – graag in verband met het narratieve idioom van Milan Kundera in diens onovertroffen “De ondraaglijke lichtheid van het bestaan”. Eénzelfde vertellust. Eénzelfde melancholische ondertoon in de humor en het optimisme. Erotiek, levenslust, remmingen, vertwijfeling, absurditeiten, eenzaamheid, … en ga zo maar door. Het zit er allemaal in. Ik citeer uit het boek: “Een mens kan nooit weten wat hij wil, omdat hij maar een leven heeft dat hij niet aan zijn voorgaande levens kan toetsen, noch in zijn volgende levens kan herstellen. Is het beter samen met Tereza te zijn of alleen te blijven?”
Johan Clarysse
Looking at (for) the invisible, 2013
Deze schilder is van afkomst filosoof. Zijn wieg stond onder het astrologisch gesternte van Venus in nauw aspect ingaand vierkant Saturnus. Bij Clarysse zien we, net als bij de filosoof Wittgenstein, ook een stellium in huis 6 ( analytisch, kritisch denken, wat grof geschetst de basis van zijn filosofie is) en in Stier. Zo'n stellium betekent ook dat veel huizen geen planeten hebben, dus ondervertegenwoordigd zijn. We grasduinen in de Parijse dagboekfragmenten die Johan schreef tijdens zijn artistiek verblijf aldaar. Ik citeer: “Kan kunst helpen tegen depressie? Volgens de Nederlandse schrijver en essayist Joost Zwagerman,die zelf een depressie meemaakte, zeer zeker. Hij getuigt daarvan daarover in zijn recentste essaybundel 'Kennis is geluk. Nieuwe omzwervingen in de kunst'' Zeer lezenswaardige bijdragen over literatuur en beeldende kunst en wat dat met een mens kan doen. Ook ik had toen ik 16 was, zoals veel jongeren op die leeftijd,
weleens zelfmoordfantasieën. Tot een leraar Nederlands mij liet kennismaken met een theaterstuk van Tjechov (Gebroken glas) en met het onvergetelijke Mistero Buffo. En tot mijn leraar godsdienst, een pater die duidelijk worstelde met zichzelf en de wereld, mij inwijdde in de wondere wereld van Bresson, Bergman, Visconti. Genezen was ik dank zij de kracht van de schoonheid. Ik ontmoet hier in ¨Parijs boeiende mensen, niet alleen levende maar ook dode, die heel levend aanwezig zijn. Ik ga graag in gesprek met hen, ze bevinden zich voor mij : Géricault, Delacroix,Courbet, Manet, Rodin... Reprodukties van een schilderij in een boek zijn dood, Monet of Delacroix in een boek, dat is toiletpapier. Monet in d'Orsay, dat leeft, Delacroix in het Louvre, dat leeft (ondanks de typische museumsfeer die er hangt)! Is dat niet één van de verschillen tussen fotografie en schilderkunst? Ik vind heel wat foto's van Man Ray prachtig. Maar een foto van Man Ray in een kunstboek en in het echt, dat is hetzelfde, het blijft een reproductie. (Het is een thema dat Walter Benjamin op zijn eigen wijze heeft aangekaart in zijn beroemde essay 'over het kunstwerk in de tijden van reproduceerbaarheid'...)”. Ik hoef jullie niet te vertellen welke filosofische bespiegelingen deze schilder allemaal voor ons in petto heeft. Ik verwijs graag naar de titels die hij verbindt aan zijn werken, zoals “It’s the economy, stupid” Of “Is evil a great importance to the good?” Wie hierop wel een antwoord kan formuleren is de joodse filosoof Levinas, die deze schilder diep in het hart draagt. Levinas is de filosoof van het gelaat. Ik citeer: “Is de kunst niet een activiteit die de dingen een gezicht verleent?” Levinas spreekt over de “absolute naaktheid van het gelaat”. Het is dit wat Johan Clarysse ons laat zien in zijn portretten: de weerloosheid van het onbedekte, onbeklede, ongemaskerde gelaat. Ik verwijs graag naar het werk waarop een dame loensend poseert naast de met koorden omwonden, naakte torso uit het œuvre van Man Ray. Clarysse toont wat zij denkt. Wat wij denken wanneer wij dit zien. Filosofie in beelden gevat.
Reniere&Depla
La brindille d'Eve,100 x 80 cm Het label “Reniere&Depla” is één en ondeelbaar, een ondeelbare eenheid. Twee schilderende levensgezellen die tafel, bed, wel en wee én schildersezel delen met mekaar, in goede en kwade dagen. Paul is hun voornaam, Martine hun achternaam. “Paul Martine”, zo heet hij en zij dus. Ook het geslacht der engelen is ons niet bekend. Ik noem hen schilderende schilders. Waarom? Om te beginnen omdat beiden schilder zijn. Dus twee keer schilders. Schilderende schilders. Ze beschilderen mekaar. Een vorm van abstracte Body Art. Ene Eleen Deprez schrijft hierover mooie zaken in hun spreekwoordelijk boekwerk “Quatre-mains”. De ampersand tussen beide familienamen interesseert haar. Ik citeer: “Hoewel beiden een individuele aanpak en stijl hebben (…), is de ene onbezonnen, waar de ander terughoudender en berekend blijft, tekenen ze de eerste lijnen op dezelfde manier aan. Het verder monteren, verheffen, gebeurt in een zorg waarbij, in de woorden van Paul Reniere, het moment het van het schilderen overneemt”.
Welnu, dit moment laat zich aflezen van hun schilderwerk. Paul & Reniere schilderen Stimmungen, stemmingen. Das stimmt, zegt men in het Duits. Het is in een begenadigd waarheidsmoment waarin deze laatsten der impressionisten hun penseel neerleggen en beamen dat het goed is zo. Ik citeer de filosoof Maurice Merleau-Ponty in zijn geschrift “De twijfel van Cézanne”: “L’Impressionisme voulait rendre dans la peinture la manière même dont les objets frappent notre vue et attaquent nos sens.” Vertaald “Het impressionisme wilde in de schilderkunst de wijze zelve, waarop de voorwerpen onze blik treffen en een aanval op onze zintuigen doen, weergeven” Ik meen dat dit citaat dicht aanleunt bij hun zijns- en schilderswijze. Ik verwijs hierbij naar het werk, getiteld “Zelfportret”. We zien hoe Paul gespiegeld wordt in Martine. Het is een entre-deux van licht dat penetreert in een ruimtelijke omgeving die evengoed abstract zou kunnen zijn. Ik veroorloof mij de vrijmoedigheid dat Paul het licht is dat binnentreedt in de ruimte van Martine. Misschien is dit iets te plastisch uitgedrukt. In elk geval blijft het mysterie overeind. Ik besluit met te zeggen dat we hier getuige zijn van vier uitzonderlijke persoonlijkheden die elk op eigen wijze het gevarieerde pallet van ons menselijk Dasein in beeld brengen. Het zijn stuk voor stuk aspecten van het leven dat we allen delen. Wanneer ze mekaar niet aanvullen, staan ze evengoed op zichzelf naast mekaar: poëzie, levenslust, het verlangen naar weten en emotionaliteit. “Und alle Lust will Ewigkeit, tiefe, tiefe Ewigkeit”
www.johan-clarysse.be www.reniere-en-depla.be www.svenverhaeghe.be — Deze tentoonstellingen zijn in samenwerking met galerie S&H De Buck, Gent en galerie Transit, Mechelen www.galeriedebuck.be (Johan Clarysse, Reniere&Depla, Sven Verhaeghe)
www.transit.be (Luc Dondeyne)
— Volgende boeken/catalogi worden te koop aangeboden : Johan Clarysse Walden & other suspicions, MER Paper Kunsthalle Prijs : 39 euro Luc Dondeyne DISTANCES, 2013 Prijs : 30 euro Reniere&Depla Quattre Mains, Uitgeverij Lannoo, 2014 Prijs : 30 euro Reniere&Depla Werken 2000 - 2004 Prijs : 20 euro
Reniere&Depla 2005 - 2009 Prijs : 20 euro Deze boeken zijn te verkrijgen aan het onthaal of via de waker (weekend)