WONEN MET ZORG Uitgave van het Gelders Steunpunt Wonen voor Ouderen
Jaargang 5, nummer 3 oktober 2004
In dit nummer
●
● ● ● ●
Wooninitiatieven belofte voor gouden toekomst ‘De Eigenheimers’, wooninitiatief Druten Thomashuizen: shoppen in de zorg Bewoner aan het woord Actualiteiten
Kleinschalige wooninitiatieven Ouders van kinderen met een beperking Wonen met zorg is niet alleen van toepassing op ouderen, maar op iedereen die geconfronteerd is met een beperking; jong én oud. De GSOH nieuwsbrief verbreedt daarom deze keer haar focus en neemt zogenaamde ‘ouderinitiatieven’ onder de loep. Met andere woorden: ouders van kinderen met een beperking die kleinschalige woonvormen zelf oprichten voor hun kinderen. Dergelijke initiatieven sluiten naadloos aan op het overheidsbeleid van de laatste jaren. Dit richt zich op deconcentratie van instellingen naar kleinschalige woonvormen in gewone wijken en het bestuurlijk en financieel scheiden van wonen en zorg. De aanname hierbij is dat dit leidt tot vermaatschappelijking, dus meer interactie en integratie met de omgeving. Met de nota ‘Mensen, wensen, wonen’ stimuleert de rijksoverheid particulier opdrachtgeverschap. Het rijk wil hiermee de zeggenschap van de burger vergroten. Deze ontwikkeling is ook te zien in de zorgsector. Met de invoering van het persoonsgebonden budget (PGB) kunnen mensen zelf bepalen bij wie ze de zorg inkopen; de klant is niet meer afhankelijk van de zorginstellingen en de keuzes die zij maken. Op deze wijze wordt mondjesmaat meer ruimte gecreëerd voor particulieren om hun eigen woonwensen te realiseren. Uit een inventarisatie, die GSOH in Gelderland uitvoerde, blijkt een forse groei in het aantal ouderinitiatieven. Inmiddels zijn er ruim vijftien bekende Gelderse initiatieven, waarvan zes al enige tijd draaien. Wij nemen een kijkje bij twee hiervan; ‘De Eigenheimers’, in Druten en bij Woongroep Pannerden. Ouders blijken onder meer een forse dosis doorzettingsvermogen en tijd nodig te hebben om een woonvorm voor hun kinderen te realiseren. Ook passeert het concept van de ‘Thomashuizen’ de revue. Hierbij neemt een ondernemersstel, ondersteund door Stichting Thomashuizen, het voortouw. Een prima alternatief voor ouders die niet volledig op eigen houtje een woonvorm van de grond willen trekken, maar toch een gezinssetting willen voor hun kind.
●
Wooninitiatieven - belofte voor Sinds de invoering van het persoonsgebonden budget (PGB) voor verstandelijke gehandicapten in 1996, nemen steeds meer ouders van jonge mensen met een beperking het initiatief om een eigen woonvorm op te richten. Met een eigen woonvorm hebben ouders en kinderen meer zeggenschap over waar en hoe men woont en welke zorg en ondersteuning hij of zij krijgt. Deze initiatiefnemers kiezen voor een eigen woonvorm voor hun kinderen, omdat zij een kleine, hechte woongroep willen, een huis in een normale woonwijk, een vaste groep gemotiveerde verzorgers in een gezinssfeer. Ouderinitiatieven willen de verantwoordelijkheid en de zeggenschap over hun kinderen veelal niet uit handen geven aan een zorginstelling. Zij willen zelf de regie voeren en beslissingen nemen. Deze initiatiefnemers zijn nog altijd pioniers en hebben een flinke dosis doorzettings- en uithoudingsvermogen, creativiteit en tijd.
Gelderland Anno 2004 zijn er vijftien bekende wooninitiatieven in Gelderland waarvan zes gerealiseerd (Druten, Huissen, Pannerden, Voorthuizen en twee in Apeldoorn). Alle wooninitiatieven zijn uniek en verschillen in woonvorm, zelfstandigheid van wonen, mate van zorg, begeleiding en financiering. De bewoners van de wooninitiatieven kunnen verstandelijk, lichamelijk, meervoudig gehandicapt en/of autistisch zijn. De woonvorm hangt af van de wensen van de ouders en hun kinderen, evenals de intensiteit en soort van de zorgvraag.
Woonvorm Om financiële redenen en vanwege de verwachte gezelligheid, kiezen veel ouders van deze kinderen het wonen in een woongroep met zes á acht medebewoners. Dit kan zijn wonen in een woongroep of ieder bewoner in een zelfstandig éénpersoonsappartement. Bewoners, ongeacht de beperking, hechten aan privacy en wensen daarom een eigen toilet en badkamer. Een appartement
2
De woningcorporatie komt in beeld wanneer de initiatiefnemers een bouwpartner zoeken bij het daadwerkelijk vormgeven en bouwen van de eigen woonvorm.
indien de vraag terugloopt, met een geringe investering worden aangepast voor een andere doelgroep.
Cruciaal bestaat vaak uit een eigen zit/slaapkamer of uit twee aparte woon- en slaapkamers. Dit is afhankelijk van de mate van de beperking. De woonvormen hebben allen een gemeenschappelijke ruimte met woonkamer, keuken en extra toilet. Sommigen hebben een extra kamer ten behoeve van de zorgbegeleider.
Flexibel en betrouwbaar Het Bouwbesluit is de wettelijke grondslag voor elk nieuwbouwproject. Verder wordt gebruik gemaakt van het Handboek Woonkeur (2001). Dit is een eisenpakket dat de eisen bundelt uit het Handboek voor Toegankelijkheid, in combinatie met het Seniorenlabel, de eisen van de Vrouwen Advies Commissies, de eisen van Stichting Consument en Veiligheid en het Politiekeurmerk Veilig Wonen. Bij woonvormen specifiek voor zorgintensieve doelgroepen wordt ook gebruik gemaakt van het Handboek BuitenGewoon Wonen. Gezien het feit dat een wooncomplex ook in de toekomst verhuurbaar moet zijn, wordt in het programma van eisen opgenomen dat het complex flexibel en terugbouwbaar is en multifunctionele ruimten heeft. Dat wil zeggen dat het woongebouw of woning naar individuele behoefte kan worden aangepast en kan,
De medewerking van organisaties, zoals woningcorporatie, zorgaanbieder, zorgkantoor en gemeente, is cruciaal voor het slagen. Dit gebeurt nu niet zonder slag of stoot. De gemeente voor het verlenen van vergunningen en het aanpassen van het bestemmingsplan. Zij kan wooninitiatieven faciliteren door bouwlocaties te zoeken, het ruim inzetten van de Wet Voorzieningen gehandicapten (WVG) voor deze huizen en het toegankelijk maken van de woonomgeving, sport- en vrijetijdsvoorzieningen voor mensen met beperking. Een zorgkantoor als het gaat om het vaststellen van het persoonsgebonden budget en een zorgaanbieder bij het organiseren van adequate zorg.
GSOH Wonen met Zorg, nummer 3, oktober 2004
r een gouden toekomst Een woningcorporatie komt in beeld wanneer de initiatiefnemers een bouwpartner zoeken bij het daadwerkelijk vormgeven en bouwen van de eigen woonvorm. Van belang voor de toekomstige verhuurbaarheid van het wooncomplex is om niet te krap te bouwen en om de huurprijs acceptabel te houden. Voor alle professionele partijen is het van belang om de initiatiefnemers te blijven aanspreken als serieuze en gelijkwaardige gesprekspartners.
Financiering In de praktijk blijken er nauwelijks problemen te bestaan rond het financieren van het wonen. Huur en levensonderhoud worden betaald uit de (Wajong-)uitkering of het loon van de bewoners. Daarnaast maken veel bewoners gebruik van huursubsidie. Woningaanpassingen worden (deels) betaald uit de voorziening WVG en inrichting van de gemeenschappelijke ruimten van diverse sponsorgelden. De zorg wordt betaald door gebruik te maken van het PGB. Het budget waarmee de zorg wordt ingekocht, blijkt voor veel initiatieven ontoereikend. Dit wordt opgelost door te bezuinigen op bijvoorbeeld de zorgbegeleiding (vrijwilligers c.q. sociale netwerk inschakelen) of door meer mensen aan het project te laten meedoen. Zelden stellen ouders zelf personeel aan met het PGB omdat dit te veel beslommeringen als werkgever met zich mee brengt. Bijna alle initiatiefnemers kiezen ervoor om de zorg, met inzet van het PGB, in te kopen bij
een reguliere zorgaanbieder. Een andere mogelijkheid is zorg in natura, waarbij de financiering van de zorg via een door het zorgkantoor erkende zorgaanbieder loopt. Uit ervaring blijkt dat zorg in natura door een zorgleverancier financieel aantrekkelijker kan zijn. Voor sommige ouders is dat een ‘kopzorg’ minder. Zorgaanbieders kunnen de voorwaarde stellen dat de omvang van de zorgvragers minimaal twaalf personen moet zijn om de geleverde zorg rendabel te houden. Bij zorg in natura is het voor ouders van belang om invloed te blijven houden op de wijze waarop de zorg wordt geleverd. Of de zorgaanbieder hieraan tegemoet kan komen, is afhankelijk van de cultuur en visie van de organisatie, het personeelsbeleid en de financiële keuzes van de instelling.
meer recht op zorg en ondersteuning maar is enigszins afhankelijk van het lokale gemeentelijk beleid en wat de gemeente nog voor hen over heeft. De WMO biedt zeker ook kansen voor de integratie van mensen met een beperking, omdat welzijn nadrukkelijk aan de orde komt. Voor wooninitiatieven zijn welzijnsdiensten een belangrijke randvoorwaarde om gewoon te wonen in de wijk. Of ouderinitiatieven een gouden toekomst tegemoet zien, hangt op dit moment voor een groot deel af van de invulling van de WMO.
●
Aanbevolen literatuur: • •
Toekomst Het snel groeiend aantal wooninitiatieven geeft duidelijk aan dat hier behoefte aan is. De toekomst van wooninitiatieven is echter zorgelijk. Dit heeft te maken met de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) in, naar alle waarschijnlijkheid, 2006. Met de invoering van de WMO is het mogelijk dat het PGB komt te vervallen of dat de indicatiestelling van het PGB onder de verantwoordelijkheid van de gemeente gaat vallen. De wijze waarop invulling en uitvoering aan de indicatiestelling wordt gegeven zal, vergelijkbaar met de uitvoering van de WVG, per gemeente verschillend zijn. De cliënt heeft dan niet
GSOH Wonen met Zorg, nummer 3, oktober 2004
•
•
•
De kunst van het ondersteunen IWZ/VSBfonds, 2003, SEV en NIZW Handboek BuitenGewoon Wonen, 2001, Drenth en Singelenberg Heft in eigen hand: cliënten als doe-het-zelvers in woon-zorg-welzijnland - IWZ/VSBfonds, 2003, SEV en NIZW Initiatief ouders loont, eindrapport project kleinschalig wonen voor mensen met een meervoudige complexe handicap, 2002, BOSK Initiatieven kleinschalig wonen met zorg, 2004, LKNG en BOSK
Ondersteunende organisaties voor wooninitiatieven zijn BOSK (vereniging van motorisch gehandicapten en hun ouders), het Landelijk KennisNetwerk Gehandicaptenzorg en MEE (Vereniging voor ondersteuning bij leven met een beperking).
3
Woon-zorginitiatief De Eigenheimers in Druten De Eigenheimers in Druten is een groepswoonvorm van zes jonge vrouwen tussen twintig en vijfentwintig jaar oud met een verstandelijke en/of lichamelijke handicap. Het project is op initiatief van de ouders ontstaan. Die wilden voor hun kinderen een goed bestaan als zij er zelf ooit niet meer zijn. Thomas van der Ven, penningmeester van de hiertoe opgerichte stichting De Eigenheimers, en Ben van Haren, voorzitter, vertellen over het hele traject dat ze hebben moeten doorlopen. De moeilijkheden die ze tegenkwamen, maar ook vooral over het resultaat dat is bereikt.
Van Haren: “Sinds tweeënhalf jaar wonen onze dochters hier in hun een eigen appartement met een keukenhoekje en een douche die per bewoner op maat is gemaakt. Dit ook vanwege het rolstoelgebruik van verschillende bewoonsters. Daarnaast is er een gemeenschappelijke ruimte met twee keukens, waaronder een hoog-laag keuken, een ruime bijkeuken met wasmachine, droger, vriezer en elektrische aansluiting voor opladen van rolstoelaccu’s. Ook is er een schuur bijgebouwd en heeft elke bewoonster een eigen tuintje en is er een gemeenschappelijke tuin met zithoek.” Alle zes de vrouwen woonden bij de instelling Werkenrode in Groesbeek. Ze kenden elkaar goed. Door Werkenrode kenden de ouders elkaar ook. Daar ontstond zo’n zeven jaar geleden dan ook het idee tot oprichting van de woongroep. Thomas van der Ven was de initiatiefnemer. Binnen korte tijd waren er zes ouderparen bij elkaar. Werkenrode sprong hierop in en zette er twee mensen op, iets dat op een gegeven moment toch te duur bleek te zijn. De ouders moesten het zelf uitzoeken en liepen tegen een enorme bureaucratie aan.
Afdwingen “Na zoeken in de omgeving Groesbeek, Nijmegen en met tamelijk veel eisen, zoals goed openbaar vervoer in de buurt, dichtbij een winkelcentrum en specifieke eisen voor lichamelijk gehandicapten kwamen we bij woningstichting Alphons Ariëns in Druten terecht”, vertelt Van Haren. “Ondanks ons uitgebreid eisenpakket werd ons plan hier
4
direct serieus opgepakt. Wij pasten prima binnen een nieuw plan dat gebouwd zou worden. Doordat de tekeningen op dat moment zelfs nog niet gemaakt waren, konden we heel veel eisen stellen en eigen invullingen geven. De Stichting De Eigenheimers huurt van de Woningstichting en heeft het recht van onderverhuur aan mensen die passen binnen de doelstellingen van De Eigenheimers. De bewoners betalen hun huur overigens wel rechtstreeks aan de woningstichting om recht op huursubsidie te behouden. Daarmee was het woongedeelte goed voor elkaar, maar dat betekende allerminst dat alles geregeld was.” Van der Ven: “De overleggen met de gemeente over de financiering liepen alles behalve vlot. Alle aangevraagde subsidies werden in eerste instantie afgewezen. Na het voeren van beroepsprocedures kwam het uiteindelijk wel voor elkaar, maar hier blijkt, net als bij het regelen van de zorg, dat je je niet direct bij een beslissing moet neerleggen. Je moet de zaken echt afdwingen. Overigens reageerde de woningstichting in al deze situaties heel prettig. Heel veel zaken, zoals elektrische deuren en beveiliging, zijn in de bouw meegenomen. De woningstichting moest die achteraf berekenen, waarbij ze er rekening mee hielden dat de huur niet boven de subsidiegrens uit zou komen. Naast subsidies van de gemeente hebben we ook een bijdrage ontvangen uit de Woonzorgstimuleringsregeling van het ministerie van VROM en we hebben gelden ontvangen van verschillende fondsen via aanvraag.nl. Pas deze week wordt het financieel rapport
afgerond. Het hele traject heeft zes jaar geduurd. Vier jaar voorbereiding en twee jaar afronding. Nu blijkt ook dat niet alle fondsgelden zijn gebruikt. Het overgebleven deel storten we terug.”
Ambulante zorg De zorg komt van Stichting Werkenrode Woonondersteuning, die ambulante zorg verleent. Er is nu nog 24-uurs zorg aanwezig. Er komen twee begeleiders en vier parttime verzorgsters, plus een derde begeleider voor één bepaald meisje. Ondanks PGB’s en PVB’s komt de zorgcomponent toch boven de begroting uit. Er is nog wel wat speling, maar het zorgplaatje moet te zijner tijd wel worden aangepast. Ook de nachtzorg staat ter discussie. Er is overwogen om dit als ambulante zorg bij de Waalborgh, een tegenoverliggend verzorgingshuis voor verstandelijk gehandicapten, onder te brengen, maar de offerte hiervoor was wel erg hoog. ”Al met al moet er nog iets worden ingekrompen op de zorgcomponent”, vertelt Van der Ven. Van Haren: “Aanvankelijk was het de bedoeling dat een half jaar voordat de groep hier zou gaan wonen zo nu en dan proef gedraaid zou worden met de groep en de aanstaande begeleiders. Zeker omdat de situatie zoals De Eigenheimers voor Werkenrode ook compleet nieuw is. Dit proefdraaien is helaas niet echt van de grond gekomen. Dat heeft wel tot gevolg gehad dat er zo nu en dan problemen in de woongroep ontstaan, waar de jongeren dan weer op reageren. Eens per drie maanden hebben we dan ook overleg met de manager van Werkenrode. Dit is echt nodig, omdat het hele begeleidingsproces nog steeds een groeiproces is.”
●
GSOH Wonen met Zorg, nummer 3, oktober 2004
Thomashuis in Lochem. Foto: Symphony Thomas
Thomashuizen: shoppen in de zorg Het idee voor een Thomashuis is in 2000 geboren bij Hans van Putten. Hij wilde een kleinschalige woonvoorziening waar zijn verstandelijk gehandicapte zoon Thomas zich thuis zou voelen en lanceerde de franchiseformule van de Thomashuizen. Anno 2004 zijn er elf gerealiseerd. In 2011 moeten dat er 100 zijn. In Gelderland staat een van de eerste Thomashuizen in Lochem. In Buurmalsen gaan binnenkort de deuren open, in Renswoude is men in de planfase. GSOH sprak met Adrie Dooijeweerd en Wanda Fielmich, werkzaam bij Symphony Thomas, het communicatiebureau van Van Putten.
De eerste stap is het vinden van een ondernemersstel met ervaring in de zorg die een Thomashuis wil runnen. Vervolgens begint de zoektocht naar een pand. Hierbij zijn behoorlijk wat eisen. Zo moet het pand een uitstraling hebben. Thomashuizen worden gehuisvest in bijvoorbeeld een voormalig raadhuis, hotel, klooster of boerderij. Er moet een tuin zijn en minimaal 500 m2 woonoppervlak. Elke bewoner heeft een zitslaapkamer (ca. 20 m2). Daarnaast moet er 200 m2 zijn voor een gezamenlijke woonkamer, keuken en badkamer. Het ondernemersstel moet kunnen beschikken over een zelfstandige woning (van 140 m2) binnen het pand. Ten slotte moet het in de bewoonde wereld staan. Het huis moet zoveel mogelijk in de bestaande vorm gehandhaafd blijven. Pas wanneer het pand beschikbaar is, begint de werving van bewoners. Fielmich en Dooijeweerd stellen nauwelijks tegen bottlenecks aan te lopen. “De zorgondernemers hebben een goed netwerk. Over het algemeen koopt een woningcorporatie het pand, zij weet precies wie ze moet hebben om bijvoorbeeld vergunningen rond te krijgen. Het pand wordt verhuurd aan stichting Thomashuizen (STH), die het weer aan de zorgondernemers verhuurt. Op deze manier kan STH bewoners garanderen dat ze er kunnen blijven wonen.”
Services Het ondernemersstel krijgt vanaf de start ondersteuning van STH. Hiervoor betaalt men een entreefee en een jaarlijkse onderhoudsfee van drie procent van het jaarbudget. STH verzorgt de administratie, boekhouding, verzekeringen, kwaliteitsevaluatie en bedrijfsvervanging. Ook
een huisstijlpakket, een gunstige BTW regeling en inrichtingsadvies behoren tot de standaardservice. Facultatief is het inhuren van een styliste, inkoper en pedagogisch adviseur.
er een opzegtermijn van 6 maanden. Jaarlijks verricht Stichting Perspectief een externe kwaliteitsevaluatie. Ook is er een onafhankelijk klachtenbureau ingeschakeld, maar tot nu toe zijn geen klachten ontvangen.”
Gewoon Een Thomashuis heeft gemiddeld acht bewoners. De zorgondernemers stellen zelf de groep samen. Een goede mix qua zorgbehoefte van de bewoners is het uitgangspunt. De leeftijd varieert van 18 tot 50 jaar. De bewoners moeten in elk geval 18+ zijn in verband met de Wajong uitkering. Kosten van wonen (circa 275 euro per maand) en dagelijks leven (circa 325 euro per maand) worden uit Wajong en WAO-uitkering betaald. De kosten van de zorg en dagbesteding uit het PGB. Door de lage overhead zijn de kosten zo’n 25 procent lager dan in een zorginstelling. Het motto van de Thomashuizen is ‘zo gewoon mogelijk’. Bewoners helpen - waar mogelijk - mee met dagelijkse activiteiten als koken en boodschappen doen. Ook zoeken de zorgondernemers naar dagbesteding in bijvoorbeeld een supermarkt of brandweerkazerne, in plaats van in een reguliere voorziening. Bijkomend voordeel is dat dit vaak goedkoper is.
Kwaliteitsborging De Thomashuizen hebben geen AWBZ erkenning en streven hier ook niet naar. Dit levert scepsis op bij zorgkantoren. “Koudwatervrees”, zo stellen Dooijeweerd en Fielmich. “Elk kwartaal vindt een evaluatiegesprek plaats met ouders, kind en ondernemersstel over de gang van zaken. Mocht een Thomashuis niet bevallen, dan is de ouder vrij om zijn kind elders onder te brengen. Wel is
GSOH Wonen met Zorg, nummer 3, oktober 2004
Alternatief Een Thomashuis is strikt genomen geen ouderinitiatief. Wél biedt het een alternatief aan ouders die hun verstandelijk gehandicapte kind in een kleinschalige, gezinssetting onder willen brengen. Het verschil zit hem onder andere in de mate van inspraak van ouders. Waar bij een ouderinitiatief alle beslissingsbevoegdheid bij de ouders ligt, wordt er bij een Thomashuis weliswaar regelmatig overlegd met de ouders, maar beslissen de zorgondernemers. Beide formules hebben zo hun vooren nadelen; tegenover de autonomie van een ouderinitiatief staat ook een enorme verantwoordelijkheid en tijdsinvestering.
Balans Hoe staat het met de balans tussen ondernemerschap en kwaliteit van zorg? Een efficiënte inkoop van zorg en dagbesteding betekent meer ruimte in het budget. Hoe verhoudt dit zich tot de kwaliteit van de zorg? Fielmich en Dooijeweerd: “De klant betaalt én bepaalt. Als het accent té veel op het ondernemerschap zou komen te liggen, dan kan een ouder of kind dat aangeven in de kwartaalevaluatie. De ondernemer is natuurlijk gebaat bij tevreden klanten en als een bewoner opstapt, zit hij ook met een gat in zijn begroting. Met onze Thomashuizen valt er voor de klant eindelijk iets te shoppen in de zorg.”
● 5
Woongroep Pannerden “De kracht van dit project is de communicatie. De betrokkenheid van de ouders is groot.” Aan het woord zijn Ria Reijmer, een van de ouders die de Woongroep Pannerden hebben opgericht, en begeleider Yanaika Rijgersberg. “Acht jaar geleden ontstond het idee voor de woongroep bij een aantal ouders van kinderen met een verstandelijke beperking. Wij wilden niet dat onze kinderen uit het dorp weg zouden gaan. De zes bewoners zijn dan ook allen uit Pannerden afkomstig. Eén bewoner komt uit een gezinsvervangend tehuis en de rest woonde voorheen gewoon thuis. Ze zijn alle zes tussen de dertig en zestig jaar oud.” In mei 2001 werd het gebouw opgeleverd en kon de woongroep worden gestart. De bewoners hadden voor die tijd een cursus zelfredzaamheid in Doetinchem gevolgd, waar ze hebben leren koken, de was doen, schoonmaken, boodschappen doen, sociale vaardigheden en dergelijke. Hierdoor zijn ze nu redelijk zelfstandig. Toen ze hun diploma haalden, waren de huizen ook bijna klaar.
’s Nachts is er geen begeleiding aanwezig. De zogenaamde pieperdienst neemt de mobiele telefoon mee naar huis. De bewoners hebben allemaal een vaste telefoonaansluiting en kunnen in noodgevallen altijd bellen. Door één toets in te drukken zijn ze verbonden met de mobiele telefoon. Een van de bewoners, Johan Reijmer, heeft ook nog een alarmsysteem met een epilepsiemelder.
Annelies Berendsen, één van de bewoners van Woongroep Pannerden
Ruim appartement
Lang traject
Iedere bewoner huurt een ruim appartement met een woonkamer, slaapkamer, badkamer, toilet en keukentje. Daarnaast huurt de stichting nog een zevende woning, waar de gezamenlijke woonkamer en keuken zijn en waar de begeleiding zetelt. Eventueel kan hier ook iemand blijven slapen. Het is de bedoeling dat de bewoners allemaal zoveel mogelijk in hun eigen appartement verblijven, maar bijvoorbeeld tv kijken in deze woonkamer mag. De meeste bewoners komen ook altijd even binnenvallen als ze uit hun werk komen en drinken een kopje koffie of thee. “Zo nu en dan wordt hier gekookt en eten we met z’n allen”, vertelt Yanaika Rijgersberg, een begeleidster.
Ria Reijmer: “Echte knelpunten hebben we eigenlijk niet ervaren, behalve dat het hele traject erg lang duurde. Achteraf bezien is dat eigenlijk wel goed geweest om te wennen aan de hele situatie.” Yanaika Rijgersberg: “De kracht van dit project is de communicatie. De betrokkenheid van de ouders is heel groot. Een situatie die je eigenlijk in de zorg niet tegenkomt, dat ouders er zo dicht bovenop staan.”“Doordat je weet dat je je er altijd mee kunt bemoeien, is het ook gemakkelijker om je er niet mee te bemoeien”, verduidelijkt Ria Reijmer.
schappenlijstje, maar de boodschappen doen ze zelf.” De begeleiding bestaat vooral uit aansturing. Het is de bedoeling dat ze zelf hun boodschappen doen en zelf eten koken, hun appartement schoon maken en hun eigen was draaien. Omdat de meeste bewoners leesproblemen hebben, worden wasinstructies in pictogrammen aangegeven. Ook is er vanuit de cursus een handig kookboek, waarin recepten door tekeningen zijn weergegeven.
Aansturing Dagelijks is er van halfzeven tot halfnegen en van vier tot elf uur begeleiding aanwezig. De begeleiding komt van Zozijn (het voormalige Festog). De begeleiders lopen met de bewoners de taken door die moeten gebeuren, maar laten ze zo zelfstandig mogelijk. Yanaika: “We stellen vragen als ‘Hoe denk jij dat je het moet doen?’ We maken bijvoorbeeld samen met de bewoners een bood-
6
heid van de bewoners. Zo heel anders dan in grote instellingen. Het gemiddelde niveau van de bewoners is dat van semi-murale zorg. Ze kunnen van alles, maar moeten daarin wel gestimuleerd worden. Ze nemen weinig eigen initiatief.
Enthousiast De begeleiders zijn door de ouders uitgezocht en worden betaald vanuit de PGB’s van de bewoners. Er zijn vijf parttime begeleiders en een teamleider. Doordat we meerdere parttimers hebben, zijn we niet zo kwetsbaar als er iemand ziek wordt. Ook is er momenteel een SPW-4 stagiaire: Gonnie de Bree die vooral enthousiast is over de zelfstandig-
“Wat we zullen doen als er een bewoner uitvalt en er een nieuwe huurder gezocht moet worden, dat weten we nog niet. We gaan ervan uit dat de verhuurder ons hier wel in kent. Maar in de toekomst kijken doen we niet te veel. Je weet toch niet hoe iets gebeurt. Wat voor dit project overigens wel heel belangrijk is dat zijn de PGB’s. Door de PGB’s hebben we dit allemaal zo kunnen regelen. Die moeten echt gehandhaafd blijven.”, vindt Ria Reijmer.
●
GSOH Wonen met Zorg, nummer 3, oktober 2004
Actualiteiten
demie in het gebouw van ZonMw. Het gaat om alledaagse producten voor senioren die beter aansluiten bij de belevingswereld van ouderen. Daarnaast zijn de gepresenteerde producten zo leuk en bijzonder, dat ze ieders leven prettiger kunnen maken. De expositie is van 21 september tot 23 november in het gebouw van ZonMw, Laan van Nieuw Oost Indië 334, Den Haag.
Sociaal isolement
Aan u voorstellen Mijn naam is Andrea Kuijpers, de nieuwe adviseur GSOH/ouderenbeleid. In deze functie zal ik welzijnsorganisaties, woningcorporaties, gemeenten, consumentenorganisaties en zorgaanbieders adviseren over het wonen voor ouderen en andere zorgvragers, in de brede zin des woords. Ik sta voor een integrale aanpak; wonen, welzijn, zorg én veiligheid en leefbaarheid. Mijn taak is om vernieuwingen te stimuleren en ontwikkelingen in Gelderland op het gebied van wonen, welzijn en zorg aan te sporen. Met de komst van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning zie ik een grote rol weggelegd voor de welzijnssector en dan in samenwerking met de woningcorporaties en zorgaanbieders. Aan deze ontwikkeling lever ik graag mijn bijdrage. Zelf ken ik de woningcorporatiewereld van binnen uit. Mijn vorige werkgever was woningcorporatie Vivare uit Arnhem waar ik werkzaam was als adviseur strategie, marketing en innovatie. In mijn nieuwe functie kan ik bruggen bouwen tussen welzijn, zorg en wonen.
Expositie ‘design voor senioren’ Rebelse rollators, veilig kaarslicht, huiselijk straatmeubilair, graffiti spuitende senioren; statements en praktische producten wisselen elkaar af op de expositie van de pas afgestudeerde studenten Industrial Design van de Haagse Kunstaca-
Uit onderzoek van hoogleraar Hortulanus (2003) blijkt dat zo’n zes procent van de volwassen Nederlanders zich eenzaam voelt, geen contacten heeft in de buurt of op het werk en niet kan terugvallen op vrienden, familie of kennissen. In Gelderland komt dit neer op zo’n 120.000 personen. Spectrum heeft de Gelderse situatie in beeld gebracht. Leeft het thema sociaal isolement bij gemeenten en instellingen? Zijn er veel kwetsbare groepen en hoe pakt men sociaal isolement lokaal aan? In het Spectrum Signalement Sociaal isolement staat een korte weergave of het thema leeft binnen de Gelderse gemeenten. Het Signalement is gratis te bestellen bij Spectrum of te downloaden op www.spectrum-gelderland.nl.
Zorg voor ouderen in kleine kernen Zorgorganisaties in de Liemers richten het oog op de kleine kernen. De stichting Thuiszorg MiddenGelderland, Verpleeghuis Zevenaar en Diafaan, het overkoepelende orgaan van de Liemerse verzorgingshuizen, hebben in een masterplan hun plannen gepresenteerd voor de toekomst aan de gemeenten, woningcorporaties, ministerie en provincie. Uitgangspunt is dat ouderen zoveel mogelijk in hun eigen omgeving kunnen blijven en daar zorg krijgen.
Ouderenwoningen in Angerlo en Giesbeek Woningcorporatie Laris denkt erover seniorencomplexen met zorg op maat te bouwen in Angerlo en Giesbeek. Laris gaat uit van een complex van twintig ouderenwonin-
GSOH Wonen met Zorg, nummer 3, oktober 2004
gen in Angerlo. In Giesbeek zouden veertig seniorenappartementen gebouwd kunnen worden. In de omgeving van deze ouderencomplexen komen steunpunten van waaruit zorg op maat kan worden geboden. Hierover wordt momenteel met de gemeente onderhandeld. Laris speelt met de plannen in op de wensen van de zorginstellingen. Die hebben becijferd dat de komende tien jaar in de meeste kernen in de Liemers tientallen ouderenwoningen nodig zijn.
Sensire met twee partners actief Sensire, de Achterhoekse zorginstelling, gaat samenwerken met de zusterorganisaties Thuiszorg Groningen en Icare. Een bestuurlijke fusie wordt overwogen. Icare is actief in Drenthe, West-Overijssel, Flevoland en op de Veluwe. Met Thuiszorg Groningen heeft het al geruime tijd een samenwerkingsverband, dat de naam ‘Compane’ heeft meegekregen. Sensire, dat als enige ook een verpleeghuis en verzorgingshuizen bestiert, treedt nu toe als derde partij. De drie organisaties blijven elk uitsluitend actief in hun eigen deel van het land. De medewerkers en cliënten zullen van het samenwerkingsverband in de praktijk weinig merken. De samenwerking in Compane levert de partners schaalvoordelen op. Er kan goedkoper worden ingekocht en de overhead van de drie organisaties kan slinken. Belangrijk is ook dat meer mogelijkheden ontstaan voor de ontwikkeling van nieuwe technologie voor de thuiszorg.
Diensten voor ouderen Zorgaanbieder Innoforte is bezig in de regio Velp/Rozendaal een serviceorganisatie te worden op het gebied van wonen en zorg. Het aanbod wordt steeds gevarieerder: van zorgaan-huis tot alarmering, van restaurants tot vervoer. De dienstverlening is een belangrijke stap op weg naar het steeds langer zelfstandig thuis blijven wonen van ouderen. Met de dienst Zorg-aan-huis biedt Innoforte zowel verzorgingshuis- als verpleeghuiszorg aan huis. Ook Triada
7
Colofon Wonen uit Nunspeet heeft een nieuwe dienst, de Triada Thuis Service, uitgevoerd door LekkerLeven. Een dienstbemiddelaar die gemaksdiensten voor huurders kan regelen. Alle huurders van Triada Wonen zijn automatisch abonnee van deze nieuwe dienst. Het abonnement is gratis. Voor de afgenomen diensten betaalt de huurder een vooraf overeengekomen bedrag. Ook Triada speelt in op de steeds grotere vraag van zowel huurders die zorg nodig hebben, als ook voor huurders die weinig tijd hebben. Door het inschakelen van bijvoorbeeld een tuinman, blijft er meer tijd over om te besteden aan gezin en hobby’s.
Zorghotel voor ouderen in Velp Ouderen die gedurende enkele weken zorg nodig hebben, kunnen in de nabije toekomst tijdelijk hun intrek nemen in een zorghotel in Velp. Zorgaanbieder Innoforte uit Velp wil de kamers voor tijdelijke opvang in de verschillende zorgcen-
tra in dit dorp concentreren in één gebouw. Innoforte wil het zorghotel in de periode 2005-2008 van de grond tillen. Een definitieve locatie is nog niet duidelijk.
Molukse ouderen in Subenhara Zevenaar
Wonen met Zorg Een uitgave van GSOH Gelders Steunpunt Wonen voor Ouderen Jaargang 5, nummer 3 oktober 2004 Verschijnt vier maal per jaar. Oplage 1000 exemplaren
In het gerenoveerde en vernieuwde zorgcentrum Subenhara in Zevenaar komt een speciaal cluster van woningen en een dagbehandeling voor Molukse en Indische ouderen. Naar verwachting wordt het huidige verzorgingshuis, dat niet meer aan de eisen van de hedendaagse tijd voldoet, eind 2006 gesloopt. De nieuwbouw zal dan medio 2008 gereed zijn. In de nieuwbouw van Subenhara komt een cluster van ongeveer vijf appartementen voor mensen met een Indische of Molukse achtergrond en wordt een ruimte voor dagbehandeling ingericht. Deze dagopvang biedt plaats aan ongeveer vijftien ouderen gedurende zeven dagen per week.
Redactie-adres: GSOH Postbus 8007 6880 CA Velp e-mail:
[email protected] www.spectrum-gelderland.nl tel. (026) 384 63 46 Eindredactie: Paul van Dijk Redactie: Andrea Kuijpers Ellen Oomen Mieke Sanders Fotografie: Spectrum, tenzij anders vermeld
GSOH is ondergebracht bij Spectrum, Centrum Maatschappelijke Ontwikkeling Gelderland
Slim bouwen
© overnemen van artikelen alleen toegestaan na overleg met redactie.
De Secufone De eerste gsm-telefoon speciaal voor ouderen is een feit. Vanaf begin oktober 2004 is de Secufone te koop. Het toestel heeft, om het gebruiksgemak te bevorderen, slechts vier bedieningstoetsen; voor het aannemen en beëindigen van een gesprek en voor de schermbediening. Kiezen van een nummer gaat via een aanraakscherm waarop tien cijfertoetsen zijn afgebeeld. Het telefoonboek van de Secufone bestaat uit opgeslagen foto’s van familie, vrienden en kennissen waarbij aanraken voldoende is om een gesprek tot stand te brengen. Het heeft een groot scherm met grote tekens welke goed aansluiten bij de wensen van deze doelgroep. Verder heeft het mobieltje een noodknop. Door die in te drukken is de beller meteen verbonden met de alarmcentrale. Deze hulpdienst ziet door de GPS functionaliteit meteen waar de beller zich bevindt. Een andere noodknop geeft meteen verbinding met de helpdesk waaraan men vragen kan stellen over de instellingen van de telefoon.
Website Bezoek onze website www.gsoh.nl voor meer informatie
In het volgende nummer: Wonen én welzijn op het platteland Dit nummer gaat over initiatieven van samenwerking tussen welzijn én woningcorporaties in de kleine kernen. Hierbij zoomen we in op de kansen om de leefbaarheid in het dorp te vergroten.
Foto: Marcommit
8
GSOH Wonen met Zorg, nummer 3, oktober 2004