Training motiverende gespreksvoering Bij mensen met een lichte verstandelijke beperking LEDD 2014
1
Motiverende gespreksvoering Volgens Miller en Rollnick (de grondleggers van MG) is het bewerken van motivatie gericht op gedragsverandering dé centrale taak van een hulpverlener. Het ontbreken van motivatie tot verandering wordt dan ook door Miller gezien als een uitdaging voor een hulpverlener 2
Motiverende gespreksvoering • is een cliënt – en doelgerichte manier van hulpverlenen, die de eigen motivatie van cliënten probeert te vergroten • door het verkennen en verminderen van hun tegenstrijdige gevoelens (ambivalentie) over verandering, • zodat er bij een cliënt een groter commitment ontstaat om verandering te realiseren. 3
Doel & opzet training • Doel: toepassen van motiverende • • • •
gespreksvoering bij mensen met een lichte verstandelijke beperking 6 dagdelen Theorie maar vooral …. Veel oefenen adv praktijk Actieve deelname en eigen inbreng (casuïstiek) wordt verwacht
4
Aandacht voor • De grondhouding ofwel de „spirit‟ van MG • De vier kern processen • Vaardigheden/ basiscommunicatietechnieken 5
Grondhouding • Is fundamenteel bij MG • Wortelt in de humanistische psychologie
(Rogers, Maslow) • Automatisch aandacht voor de kwaliteit
van de werkrelatie
6
Vier processen van Motiverende gespreksvoering • Engageren
• Focussen • Ontlokken
• Plannen
7
Engageren Het vestigen van een helpende relatie, die zich kenmerkt door
wederzijds vertrouwen en respect
8
• Voel ik me gerespecteerd? • Luistert hij / zij naar mij? • Begrijpt hij/ zij mij? • Vertrouw ik deze persoon? • Heb ik iets te zeggen over wat er in dit gesprek gebeurt?
• Krijg ik keuzes aangeboden i.p.v. een standaardbehandeling?
• Overlegt hij/ zij met mij i.p.v. mij voor te schrijven? 9
De belangrijkste vaardigheden • Open vragen stellen
• Reflecteren • Bevestigen
• Samenvatten • Uitlokken van verandertaal
• Omgaan met weerstand • Informatie bieden en adviseren 10
Houd rekening met beperkingen • Het leren en denken is situatiegebonden (hier en nu) en concreet • Het denken is weinig gedifferentieerd (onderscheid hoofd- en bijzaken) en gestructureerd (informatieverwerking) • Minder goed geheugen (vooral het werkgeheugen), aandachtsproblemen, etc. • Tragere informatieverwerking • Generalisatieproblemen (geleerde toepassen in andere situaties) • Achterstand in sociaal-emotionele ontwikkeling: moeite met uitstellen beloning, egocentrisme • Beperkte zelfredzaamheid en probleemoplossend vermogen, moeite met affectregulatie, impulsief • Snel beïnvloedbaar. 11
MG and LVB: algemene aanpassingen • • • • •
Visualiseer informatie vragen en antwoorden Houd gesprekken kort Herhaal informatie Pas je tempo aan Gebruik stiltes, geef cliënt de tijd om informatie te verwerken en voor opmerkingen en vragen • Ga na of de client begrijpt wat je zegt • Wees helder en duidelijk 12
top-10 van meest irritante luistergewoonten • De spreker in de rede vallen. • De spreker niet aankijken. • De spreker opjagen en hem het gevoel geven dat hij de tijd van de luisteraar verspilt. • Belangstelling tonen voor iets anders dan het gesprek. • Vooruitlopen op de spreker en diens gedachten afmaken. • Niet reageren op verzoeken van de spreker. • 'Ja, maar...' zeggen, alsof de luisteraar al besloten heeft wat hij denkt. • Het verhaal van de spreker overtreffen met 'Dat doet me denken aan de keer...' of 'Dat is nog niks, moet je horen toen...' • Vergeten wat eerder besproken was. • Te veel vragen stellen over details.
Luisteren • helpt om informatie te vergaren • kan de relatie met cliënt aanzienlijk verbeteren • stelt cliënten meer op hun gemak en zorgt voor tevredenheid • bevordert openheid en eerlijkheid • vergroot de kans dat adviezen eerder opgevolgd worden Goed luisteren kan al „helend‟ werken (nonspecifiek aspect) 14
Actief luisteren Cliënt wil iets duidelijk maken: Coding
De hulpverlener heeft zijn interpretatie:
Reflecting De hulpverlener hoort het:
Hearing
De hulpverlener interpreteert het:Decoding
Reflectief luisteren • Een statement dus geen vraag! • Interpretatie van de hulpverlener • Kort en directief
• Is nooit goed of fout
Soorten reflecties • Papegaaien: • Herformuleren: • Reflectie van inhoud:
• Reflectie van emotie:
herhalen van een onderdeel van wat de ander zegt herhalen met hier en daar een ander woord betekenis in eigen woorden weergeven
gevoelens verwoorden
17
Reflecteren • Bewust en gericht luisteren met behoud van warmte en de oprechte belangstelling • De keus die jij maakt over wat je een cliënt „teruggeeft‟ kan doorslaggevend zijn - reflecteer ambivalentie (weerstand) - reflecteer verandertaal
18
• Oefenen met reflecteren
Aanpassing luisteren LVB • Reflecteer ook op gedrag: vooral op gezond en/of gewenst gedrag • Reflectief luisteren: korte uitspraken eenvoudig tempo vertragen ruimte laten er overna te denken • Regelmatig informatie samenvatten
Oefening 1. 2. 3. 4. 5.
Dat wil ik wel Dat kan ik Daar heb ik goede redenen voor Ik moet wel Dat beloof ik
21
Typen Verandertaal • Voorbereidende verandertaal •WoeKeReN • Mobiliserende verandertaal •CAT 22
WoeKeReN • Willen ik wil, zou graag, mijn wens is • Kunnen kan, zou kunnen • Redenen argumenten, zou beter zijn als.. • Nodig vinden(ik zou moeten, het is nodig 23
CAT • Commitement (toewijding)ik ga, zal, het is mijn bedoeling • Actietaal Ik ben bereid, ik ben klaar voor… • Stappen zetten ik ben begonnen met, toen heb ik… (les 6)
24
de ‘Flow’ van Verandertaal MG
Willen Kunnen Redenen Nodig vinden CAT Verandering 25
Uitlokken van verandertaal • Stel ontlokkende open vragen • Vraag door • Vraag naar voorbeelden • Vraag naar extremen, uitersten
Als je verandertaal hoort reageer dan altijd met: ORBS • Doorvragen (open vragen), hoe, wanneer, vraag voorbeelden, wees nieuwsgierig • Reflecties: eenvoudige of complexe • Bevestigen • Samenvatten
Aanpassingen LVB • • • • • • •
Visueel materiaal aanbieden Werken met (visuele) symbolen Korte blokjes Veel herhalingen Langzaam tempo Eenvoudig concreet taalgebruik Directief 28
Meetlat van belang en vertrouwen Belangrijk 1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
4
5
6
7
8
9
10
Vertrouwen 1
2
3
29
Belang Vertrouwen
+-
++
--
-+
Voor en nadelen balans Kruis aan Voordelen
Symbool? Nadelen
Rustiger
Kost geld
Stoer
Word er ziek van
Blijer
Verdriet
Beter slapen
Moe
Ik hoor erbij
Ruzie
Geeft meer energie
Werk gaat slecht
Het troost me
Bang
Symbool? Kruis aan
31
Voor of achteruit kijken
maand
half jaar
1 jaar
5 jaar
32
Herkennen van wrijving • Ter discussie stellen van hulpverlener • Onderbreken van de hulpverlener • Ontkennen • Negeren 33
Wrijving • Ontstaat als de cliënt teveel druk ervaart
• Is een natuurlijke reactie bij druk, niet erkent worden of iets tegen je zin in moeten doen • Kan worden veroorzaakt door externen (bijv. justitie) of kan ontstaan in de werkrelatie met de hulpverlener. • Wrijving staat verandering in de weg
• Taak van de hulpverlener deze wrijving te voorkomen en/ of te verminderen.
34
De cliënt zegt eigenlijk • • • • • •
“Je begrijpt me niet Je gaat veel te hard Ik voel me niet gezien Dit werkt niet voor mij, houd op Je zit te drammen Ik wil hier helmaal niet zijn”
Omgaan met wrijving • Neem een neutrale positie in: de cliënt ziet jou als vertegenwoordiger van een systeem: “ Naar die maatregel: wat kan ik voor je doen?” • Hard op de inhoud, zacht op de relatie! • Informatie geven: Soms merk je dat een cliënt over verkeerde informatie beschikt. Door andere informatie te geven zou hij mogelijk ook anders naar zijn situatie gaan kijken. • Naast de cliënt gaan staan • keuzevrijheid benadrukken • Humor (gedoceerd): met een grap is weerstand ook goed te omzeilen 36
Oefenen •
Bedenk een aantal weerstandsuitspraken
•
Schrijf deze op
•
Groep gesplitst in tweeën
•
Oefen met reflecties
37
Literatuur Goijarts, F., Veen van de, M. (2012). Motiverende gespreksvoering voor sociaal agogische werk, coachen bij gedragsverandering. BSL. Miller, W.R., Rollnick, S. (2014). Motiverende gespreksvoering, derde editie, Mensen helpen veranderen: Ekklesia. 38
Tot slot • Training ontwikkeld i.s.m Hoge school Windesheim • Lopend onderzoek • Belangstelling?
[email protected] [email protected] 39